Platenbeursperikelen, Utrecht? 17 november?

Je koopt platen weliswaar voor jezelf maar je bestaat alleen voor de anderen. Voor de ingang kleumen de aarzelenden, nerveus zoekenden, net ontwaakt, ontbijtresten achter de rotte kiezen, meurende knoflookgeur. Een enkeling walmt alsof ie net uit de kroeg komt. Wie de deerniswekkende medemens in levenden lijve wil aanschouwen moet zich een plekje op de eerste rang vergunnen; temidden een rij platenbeursbezoekers. “De hel dat zijn de anderen”, beweerde Sartre. Welnee, ze staan hier gewoon in de rij.

beurs-utrecht.jpg

Gauw naar binnen. Zenuwachtig spiedende blikken langs de platenkramen. Waar te beginnen? Welke afslag nemen we? Linksaf, rechtdoor? Het leven bestaat uit het maken van keuzes; zelfs hier en nu ontkom je er niet aan. Zul je net zien. Loop je de ene gang in kom je even later iemand vanuit de andere gang tegen, die warempel aldaar het ene collectors item voor een prikkie vond. Temeer een reden voor de verlossende gedachte: wat doe ik hier eigenlijk? Wil iedereen hier en nu ter plekke dood neervallen zodat ik in alle rust en in mijn eentje mijn gang kan gaan?

Zie hem daar staan, de platenverkoper en zijn dozen vinyl, overtuigd van zijn superieure aanbod. Jammer dat vanochtend de lp’s omgekeerd in de bak staan; de hoezen met de achterkant naar voren. Het is nog vroeg en de alertheid is op dit tijdstip bij vinylverkopers ver te zoeken. Een fractie van een seconde monster ik een beduimelde lp. “Daar heb ik thuis nog bootlegs van”, kwaakt het ongevraagd vanachter het stalletje. Gek toch dat deze sjacheraars menen te weten wat ik per se zou moeten aanschaffen. “En ik heb thuis een geladen Magnum revolver”, denk ik bij mezelf.

Pfff. Even op adem komen. Een kop koffie doet wonderen. Vanaf de toog overzie ik het slagveld waarin mens en vinyl één zijn. Ik zie even geen verschil tussen de mens van vlees en bloed en het ronde zwarte vinyl. In de verte vormt zich een in- en uithoezende kluwen handen dat zwarte schijven aan de rand laat rondzwiepen en weer in de hoes schuift. Ritueel zonder orde. Hunkeren, puffen, blikken tussen hoop en teleurstelling. Meestal het laatste. Iemand haalt een lp tevoorschijn en slaakt verbijsterd: “klaphoes?”. Dit is de eredienst waarbij de vinylgod wordt aanbeden en de aanbidder zichzelf reduceert tot een ridicuul mormel. Op de achtergrond stampt Creedence Clearwater Revival in schlagervariant. Opeens voel ik een hand op mijn schouder. Een vrouwenhand, zacht, geruststellend. Een hese stem: “Pronto, ciao. Come stai”? Ik draai me om en kijk recht in de ogen van Claudia Cardinale.

claudia5.jpg

(eerder gepubliceerd in het Platenblad, nr 151, okt-dec 2007)

Reageer