Persoonlijk beschouw ik Arnon Grunberg met afstand als de beste Nederlandse schrijver van de laatste decennia. Elk boek van zijn hand en dat zijn er intussen nogal wat, is een klein of groot meesterwerk. Uitschieters De Asielzoeker en Tirza zijn grotesk, bizar, meeslepend en onvergetelijk. Zojuist verscheen Omdat Ik U Begeer. Een verzameling brieven gericht aan bekende en onbekende Nederlanders. De reputatie van menig collegaschrijver wordt aan flarden gereten met meer dan subtiel sarcasme en duivels venijn.
Typisch Grunbergiaans:
“Weinig is erotischer dan Duitse viezigheid, want dat is viezigheid die tenminste met een been in de hel staat. Aan Franse viezigheid kleeft toch altijd de belofte van de hemelse onschuld, ja zelfs aan pakweg De 120 Dagen van Sodom. De hyperbool is een onschuldige stijlfiguur”.
Brief aan Ronald Giphart:
“U schrijft niet voor de eeuwigheid, zegt u, maar voor nu. Laat mij u genezen. U schrijft ook niet voor het nu, uw oeuvre is namelijk dood, morsdood, zo dood als het thema van de Boekenweek”.
Wie immer, Arnon Grunberg