LANG LEVE DE PLATENZAKEN!

Als je de berichten de laatste tijd moet geloven zijn alle platenzaken in ons land ten dode opgeschreven. Nog even en er worden, oh groot onheil, geen cd’s, laat staan lp’s, meer verkocht. Onder ons gesproken: ik geloof er geen bal van. Neem in ogenschouw dat kranten elkaar nogal eens napraten, waardoor de voorbije weken de indruk is ontstaan dat platenzaken hun langste tijd gehad hebben. Het geweeklaag was niet van de lucht. Het Parool somde alle winkels op die de voorbije jaren het loodje hebben gelegd. Televisieprogramma EénVandaag toonde een In Memoriam naar aanleiding van het vroegtijdige verscheiden van de Amsterdamse cd-zaak Boudisque. Over de sluiting van Boudisque zal ik eerlijk gezegd geen traan laten. Toen ik er voor het laatst was (augustus 2007) vond een van mijn reisgenoten na lang zoeken een album naar keuze. Bij het overhandigen van het doosje bleek de bijbehorende cd onvindbaar. Tot onze verbazing reageerde de verkoper niet eens verbaasd, eerder gelaten. Altijd nog klantvriendelijker dan het Boudisque van de jaren tachtig. In die tijd waren Boudisquemedewerkers ronduit arrogant en onbeschoft, hetgeen wordt bevestigd door oud-medewerker Gijsbert Kamer. Niet gek dat mensen na verloop van tijd wegblijven en naar de concurrent gaan.

da-capo.jpg

De treurmars marcheert intussen onverminderd en langs voorspelbare weg: internet, downloaden, een haperende aanwas van een jonge cd/lp generatie, Media Markt om de hoek, stijgende huurprijzen. Over andere oorzaken wordt gezwegen. Vraagt iemand zich wel eens af of winkeleigenaren en verkopers de teloorgang van hun nering niet aan zichzelf te wijten hebben? Zelfkritiek bij middenstanders is echter net zo spoorloos als die cd bij Boudisque. Ok, tegenwoordig worden er veel meer eisen gesteld aan de inzet van de muziekverkoper. Het is geen sinecure de stroom aan releases en trends bij te houden. En, altijd op de loer: wanneer de eigen muzieksmaak gekoppeld aan persoonlijk idealisme de voorkeur gaat krijgen boven het commerciële besteldenken. Dit heeft al menigeen de kop gekost, waaronder Platenworm in Groningen. Ik heb sterk de indruk dat menige winkel aan het goedbedoelde maar misplaatste hobbyisme van zijn eigenaar ten onder is gegaan. Veelzeggend was destijds het openhartige commentaar van Platenworm’s Pieter Bos: “Het heeft ook met mijzelf te maken. Ik wil te veel. Alles wat ik leuk vind, wil ik in de winkel hebben. Ik kwam er ook achter dat ik niet geschikt ben voor het runnen van een winkel. Ik kan die stress niet naast me neerleggen.”

Toch klinken er ook positieve geluiden. Er zijn platenwinkels die relatief gemakkelijk overleven. Nu en dan waagt iemand het een platenzaak te beginnen! Hoezo barre vinyltijden? Waarmee het gezanik in de media flink wordt gelogenstraft.

sounds.jpg

Neem Sounds in Venlo. In een voor platenzaken ongekend kolossaal pand (oppervlakte 900 vierkante meter) houden liefhebbende specialisten dag in dag uit de vinger aan de muziekpols. Ze vinden het niet erg iets harder te moeten werken dan in het pre-internet tijdperk, twintig jaar geleden. Mede-eigenaar Geert Driessen: “Wij hebben weinig reden tot klagen. Op zaterdagen is het hier altijd bomvol. Mensen gaan vaak met stapels cd’s naar huis, ongelooflijk. Zolang er nog goede muziek gemaakt worden zijn er ook platenzaken”. Ook de vermaarde winkels Da Capo in Utrecht en het kleinere Distortion in Amsterdam volharden prettig hardnekkig in hun vinylverkoop.

gong.jpg
Opmerkelijker zoals gezegd, is de opkomst van meer gespecialiseerde platenhandelaren. Zo startte een durfal in juni 2006 in Middelburg de “pittoreske vinyl- en cd zaak” Spin. Oktober 2005 opende Gong Records haar deuren in Heerlen. Met de teller op liefst vier platen/cdzaken geeft Heerlen zelfs provinciehoofdstad Maastricht het nakijken. Henk Genders van Gong Records laat de klaagzang van de platenbranche graag aan zich voorbij gaan, al geeft hij toe alert te zijn: “Niet iedereen weet wat verkrijgbaar is op lp. Soms zijn mensen heel lang op zoek naar een plaat die als reissue bij mij in de winkel staat. Ik verkoop veel jazz op cd en audiofiele platen. Als mensen dat eenmaal weten blijven ze terugkomen. Je moet ook de moeite nemen mensen wegwijs te maken in het aanbod. Vijftig procent van wat ik verkoop zijn bestellingen.” Niettemin wordt 2008 voor het kleinschalige Gong cruciaal. De stijgende lijn van de voorbije jaren dient wel te worden doorgezet. “Begin beslist geen platenzaak als je veel geld wilt verdienen”.

Recente aankopen schrijver dezes:
Bij Boudisque (augustus 2007):
David Lynch – Dynamic: 01 (dvd)
Bij Gong:
These New Puritan
s - Beat Pyramid (lp)
Bij Sounds:

Om - Pilgrimage (lp)
Baby Dee – Safe Inside The Day (lp)
Thurston Moore – Trees Outside The Academy (lp)

3 Reacties naar “LANG LEVE DE PLATENZAKEN!”

  1. John Zegt:

    Hallo Harry,

    ik lees altijd met plezier je stukjes in het platenblad; ik kom nu toevallig op je site terecht. Mooi gedaan: een keur aan ideeen die door je hoofd spoken. Ik kom ook uit de provincie en ben het helemaal met je eens: Boudisque was begin 80-ger jaren uiterst arrogant, alsof ze de alleen- heerschappij van vinyl in handen hadden. Dat was echter ook bijna het geval, alhoewel je bij Get Records en daar schuin tegenover (naam even vergeten) ook nog goed terecht kon. Ik moet wel lachen om je artikel over Leo Blokhuis in het laatste Platenblad: het is nl. nog veel erger met Blokhuis dan jij schetst. Hij heeft z’n kennis vnl. van Arnold Rypens , de belgische song-explorer en etaleerde dit lang als zijn eigen kennis. Sinds kort geeft hij toe dat hij “ondersteuning” heeft van Rypens. Verder ken ik Blokhuis en maatje Jan Douwe Kroeske van platenzaken hier uit de buurt (Apeldoorn). Zij stonden begin 80-ger jaren hier bekend als lieden die alles mooi vonden en geen uitgesproken smaak hadden. Kijk dat is de manier om bekend te worden. Ook zijn beide, als je diep in hun hart kunt kijken, eigenlijk liefhebbers van slappe, verwijfde soul. Daarin hebben ze natuurlijk meteen ook Matthijs van Nieuwkerk gevonden, die z’n pik er ook nog even erbij in steekt. Jezus wat een kleffe boel!
    Om eerlijk te zijn is jouw smaak me iets te eclectisch: met de No Neck Blues Band kom ik niet helemaal mee; ik hou van iets meer melodie, zoals bv. bij de Tower Recordings en de hele Matt Valentine klan.
    Mijn extremen zijn obscure singer songwriters zoals Dave Bixby, Rob Kunkell, Ted Lucas, Dana Westover, Bob Desper en dat soort lieden. Hebben ooit eens een plaatje gemaakt op in amerikaanse zolder en daar betaal je nu 1000 euro voor.
    Ik hoop dat jij blijft publiceren, op wat voor manier dan ook: daar blijft nederland fris bij. Ik hoop zelf nog eens wat meer tijd voor artikelen te krijgen (misschien kun je m’m tweedelige serie over obscure singer- songwriters in het Platenblad nog herinneren) en dan overzichts artikelen te maken over acidfolk, rare snarenplukkers van 1958-heden en obscure singer songwriters deel 3. Maar dan moet ik eerst m’n baan opzeggen (duurt niet zoland meer, ben ik bang voor)

    Veel succes met je site en artikelen

    Groeten,
    john

  2. Harry Zegt:

    Met dank voor de lovende woorden. Je artikelen kan ik me nog herinneren ja. Erg goed. Zeker weer oppakken die tegendraadse pen. Voor Valentine c.s. heb ik ook een groot zwak trouwens.

  3. John Zegt:

    Native US guitarists

    vandaag, 02:28, 0 x bekeken
    hi fellows,

    sinds enige tijd ben ik weer uitermatig geinteresseerd in alles wat maar een gitaar vasthoud, met name in de USA. Ok, soi ik heb m’n periodes gehad met Harry Saksioni en Jan Akkerman, tjsa wie is daar niet mee opgegroeid. Maar deze lieden werden door de punk & naverwanten behoorlijk de kop ingedrukt. Een enkeling hield het nog vol in die periode, noem een Michael Hedges of misschien Kottke in z’n nadagen. Maar op dit moment is de native guitar geheel terug en terecht. Want op huidige compilaties , zoals Imaginational Anthem vol 1 en 2 wordt driftig teruggegrepen op oud en vooruitgekeken naar nieuw materiaal. En daar zitten toch pareltjes tussen. Ik had zelf nl. een Harry Taussig of Max Ochs volledig over het hoofd gezien. En dit soort lieden zijn toch, achteraf gezien, behoorlijke sleutelfiguren geweest in de ontwikkeling van de gitaarmuziek. Maar ook nieuw talent als een Kaki King, speelt de sterren aan de hemel. Zij doet Michael Hedges, die inmiddels van ons verscheden is, volledig eer aan. Wat een toonzetting en kracht. Ik begin nu lyrisch te worden ten gevolge van de drank en moet dus snel gaan stoppen (met schrijven), maar toch met een eervermelding aan Steve Mann. Voor mij is hij de ondergewaardeerde godfather van de gitaarmuziek. Kijk, een Fahey, Basho en Lang zijn bekend, maar Steve Mann heeft achter de schermen meer op de kaart gezet dan menig een. Na zo’n 20 jaar in mental institutes is Steve helemaal terug. Bijgestaan door Janet Smith, die we ook nog kennen uit haar Takoma periode.

    Hail Steve & Kaki & others,

    Greez,
    John

Reageer