HET FUNDAMENTALISME VAN LEO BLOKHUIS
Gepost in Raar op maart 29, 2008 door Harry PrengerBob Dylan neemt halverwege de jaren zestig de elektrische gitaar ter hand, waarmee hij zijn aloude folkvrienden een cultuurschok van jewelste bezorgt. Ach, dit verhaal kenden wij nog niet. Uitentreuren is dit geschiedenislesje verteld, maar zie daar, Leo Blokhuis praat er over in het februarinummer van het Platenblad als betrof het een ontdekking van formaat. Zo zijn er meer weetjes en feitjes die Blokhuis opdist, zich eigen maakt en er mee aan de haal gaat. Blokhuis is namelijk doctorandus in de opzoekkunde. Maar hoe groot is zijn kennis van de popmuziek daadwerkelijk? Iedereen met een beetje zin voor speurwerk kan oorsprong van liedjes en vervolgcovers duiden. Niks bijzonders. Het opzoeken en aan elkaar breien van allerlei popfeiten heeft niets met inhoudelijke kennis van doen.
Popkennis ontstaat pas na jaren van ongebreideld fanatisme, het met-de-muziek-naar-bed-gaan-en-weer-wakker-worden-gevoel gekoppeld aan een mateloze nieuwsgierigheid, die veel verder reikt dan het luisteren naar popliedjes. Blokhuis stapelt echter clichés op platitudes, ziet een bepaalde gebeurtenis voor waarheid aan en legt deze vervolgens onder een vergrootglas. House Of The Rising Sun van The Animals als inspiratie voor Dylans Like A Rolling Stone? Tja, bij Leo Blokhuis is het zomaar mogelijk. Hij heeft het immers opgezocht. Dan slijpt Leo zijn potlood, zet hij zijn tongpuntje tussen de tanden en: verdikkeme, alweer een bijzondere ontdekking.
Nog zo iets. Muziekliefhebbers maken geen onderscheid tussen lp’s en cd’s. Typerend voor Blokhuis is zijn bewering om de artistieke kwaliteit van een popmuzikant te verbinden aan de speelduur van een cd. Wanneer een cd niet de speellengte van een lp heeft haakt meneer af, want “dat is precies de aandachtsspanne die een artiest voor mij heeft”. Alles wat buiten het songschema valt, vindt Leo maar niks. Gek toch zo’n conservatieve luisterhouding, terwijl veel mooie popmuziek juist buiten de lijntjes van het liedje kleurt. Dylans Visions Of Johanna is aan Leo niet besteed. In huize Leo raast nooit Like A Hurricane van Neil Young. Leo Blokhuis is een enge liedjesfundamentalist. Hij begrijpt niet dat popmuziek sinds Dylan en de Beatles uit de hand gelopen rockmuziek is, met onvoorspelbare rafels en randjes. Van Abba tot Aphex Twin, van Madonna tot Merzbow, van Neil Diamond tot Nurse With Wound. Blokhuis wil er niet aan. Zijn opvatting over het popliedje als summum van popmuziek is oubollig en braaf. Terug naar af, terug naar de jaren vijftig. Blokhuis is de Taliban van Hilversum. Wie ontmaskert dit stuitende schepsel?









