HET FUNDAMENTALISME VAN LEO BLOKHUIS

Bob Dylan neemt halverwege de jaren zestig de elektrische gitaar ter hand, waarmee hij zijn aloude folkvrienden een cultuurschok van jewelste bezorgt. Ach, dit verhaal kenden wij nog niet. Uitentreuren is dit geschiedenislesje verteld, maar zie daar, Leo Blokhuis praat er over in het februarinummer van het Platenblad als betrof het een ontdekking van formaat. Zo zijn er meer weetjes en feitjes die Blokhuis opdist, zich eigen maakt en er mee aan de haal gaat. Blokhuis is namelijk doctorandus in de opzoekkunde. Maar hoe groot is zijn kennis van de popmuziek daadwerkelijk? Iedereen met een beetje zin voor speurwerk kan oorsprong van liedjes en vervolgcovers duiden. Niks bijzonders. Het opzoeken en aan elkaar breien van allerlei popfeiten heeft niets met inhoudelijke kennis van doen.

blokhuis_leo1.jpg

Popkennis ontstaat pas na jaren van ongebreideld fanatisme, het met-de-muziek-naar-bed-gaan-en-weer-wakker-worden-gevoel gekoppeld aan een mateloze nieuwsgierigheid, die veel verder reikt dan het luisteren naar popliedjes. Blokhuis stapelt echter clichés op platitudes, ziet een bepaalde gebeurtenis voor waarheid aan en legt deze vervolgens onder een vergrootglas. House Of The Rising Sun van The Animals als inspiratie voor Dylans Like A Rolling Stone? Tja, bij Leo Blokhuis is het zomaar mogelijk. Hij heeft het immers opgezocht. Dan slijpt Leo zijn potlood, zet hij zijn tongpuntje tussen de tanden en: verdikkeme, alweer een bijzondere ontdekking.

Nog zo iets. Muziekliefhebbers maken geen onderscheid tussen lp’s en cd’s. Typerend voor Blokhuis is zijn bewering om de artistieke kwaliteit van een popmuzikant te verbinden aan de speelduur van een cd. Wanneer een cd niet de speellengte van een lp heeft haakt meneer af, want “dat is precies de aandachtsspanne die een artiest voor mij heeft”. Alles wat buiten het songschema valt, vindt Leo maar niks. Gek toch zo’n conservatieve luisterhouding, terwijl veel mooie popmuziek juist buiten de lijntjes van het liedje kleurt. Dylans Visions Of Johanna is aan Leo niet besteed. In huize Leo raast nooit Like A Hurricane van Neil Young. Leo Blokhuis is een enge liedjesfundamentalist. Hij begrijpt niet dat popmuziek sinds Dylan en de Beatles uit de hand gelopen rockmuziek is, met onvoorspelbare rafels en randjes. Van Abba tot Aphex Twin, van Madonna tot Merzbow, van Neil Diamond tot Nurse With Wound. Blokhuis wil er niet aan. Zijn opvatting over het popliedje als summum van popmuziek is oubollig en braaf. Terug naar af, terug naar de jaren vijftig. Blokhuis is de Taliban van Hilversum. Wie ontmaskert dit stuitende schepsel?

10 Reacties naar “HET FUNDAMENTALISME VAN LEO BLOKHUIS”

  1. Storm Zegt:

    Gniffel

  2. theoploeg Zegt:

    ligt probleem niet eerder bij de buitenwacht dan bij Blokhuis zelf? Ik bedoel, de zelfverklaarde kenners van popmuziek kiezen Blokhuis als een van de beste popjournalisten. doet Blokhuis niet zelf. al vindt hij het vast heel erg leuk.

  3. Harry Zegt:

    Kan. Maar Blokhuis is er toch ook zelf mee begonnen, met zijn flauwekulpraatjes. Vervolgens werd hij kritiekloos omarmd door de media in Hilversum en het A’damse grachtengordelgepeupel. Blokhuis is de nieuwe Jan Douwe Kroeske.

  4. marco kuczera Zegt:

    Is Leo Blokhuis niet de (muzikale) rechterhand van Mathijs Van Nieuwkerk?
    Dat zou toch genoeg moeten zeggen…

  5. möök Zegt:

    Erger nog, Blokhuis verspreidt soms verkeerde feiten. Vorig jaar, bij de Nacht van de Popmuziek betrapte ik hem op een aantal akelige missers.

  6. Harry Zegt:

    Zoals…

  7. möök Zegt:

    Als je het niet erg vind link ik het verhaaltje maar even: http://meuk.web-log.nl/meuk/2007/10/afros_weekendhi.html

  8. peter bruyn Zegt:

    Ik sluit mij bij theo aan. Leo Blokhuis hoeft helemaal niet ontmaskerd te worden. Hij is wat hij is: Een verzamelaar van anekdotes over liedjes. Niets meer, maar ook niets minder. Hij heeft zich bij mijn weten ook nooit als ‘kenner’ van de pop- of rockmuziek in het algemeen gepresenteerd. Hij zegt zelf keer op heer dat hij ALLEEN maar geinteresseerd is in liedjes. Dus je kunt hem niet verwijten dat hij niks weet van dance, elektronica, noise, kraut, etc.
    Een punt van discussie zou kunnen zijn dat hij zijn boekjes vult met bij elkaar geharkte anekdotes. Maar ook dat vind ik persoonlijk niet laakbaar. Zo wordt misschien wel de helft van de boeken in de boekhandel gevuld - of je het nu hebt over kookboeken, studieboeken of ‘popbboeken’. Popliefhebbers die zelf veel over muziek lezen zullen inderdaad vaak de bronnen van Blokhuis’ anekdotes kunnen aanwijzen. Ze zijn ook zelden of nooit gebaseerd op persoonlijke ontmoetingen met atiesten, is mijn indruk. Maar ook dat is volgens mij niet laakbaar. Je moet de boeken van Blokhuis gewoon zien als bloemlezingen over popliedjes voor mensen die niet de godganse dag boeken over popmuziek lezen. ‘De mooiste anekdotes over popliedjes, bijeengebracht door leo Blokhuis’. Zoiets. En daar valt volgens mij helemaal niets op af te dingen. Eerder reden en stimulans voor mij - of voor Harry - om eindelijk eens dat definitieve boek over Krautrock, noise, minimal electro en wat al niet meer te schrijven.

  9. Harry Prenger Zegt:

    Mijn kritiek op Blokhuis is voornamelijk gebaseerd op uitspraken die hij gedaan heeft in het Platenblad. In het interview vertelt Blokhuis nadrukkelijk over bekende gebeurtenissen in de popmuziek; een lesje popgeschiedenis waarvan de feiten bij liefhebbers al lang bekend zijn. Blokhuis doet net alsof hij het allemaal zelf heeft ontdekt. Dat Blokhuis door de media is binnengehaald als popkenner heeft hij bij mijn weten nimmer tegengesproken.
    Leo’s opzoekkunde is bovendien van twijfelachtige allure. Is hij niet erg schatplichtig aan de jarenlange en uiterst nauwkeurige verrichtingen van de Belgische coverversieontdekker Arnold Rypens?
    Als je je niet stoort aan Blokhuis’ uitgesproken voorkeur voor popliedjes, ach vooruit. Wat mij betreft is zijn keuze voor het popliedje voorspelbaar en populistisch. De popmuziek heeft sinds midden jaren zestig aangetoond dat er meer is dan het liedje. Als je zo fanatiek en veelzijdig (radio, tv, boekjes) bezig bent met popmuziek zoals Leo, vind ik dat je best de moeite mag nemen je ietsje meer te verdiepen in het experiment, in het afwijkende. OK, hij hoeft van mij niet het hele oeuvre van Frank Zappa te doorgronden. Zijn opmerking, eveneens in het Platenblad, waarin hij de artistieke kwaliteit van de popmuzikant koppelt aan de speelduur van een cd is veelzeggend. Peter en Theo maken het zich erg gemakkelijk. Ze gaan uit van het principe dat je domme mensen niet kunt verwijten dat ze dom zijn. Wat zegt dit over Peter en Theo?

  10. Nowy Zegt:

    ”Blokhuis is de Taliban van Hilversum”

    ja dat klopt.

Reageer