PFFF….
De rokjes reikten tot ver boven kniehoogte, maar op een goedkeurende blik hoefden de meisjes niet te rekenen. Nu effe niet. Ik was een vakantiebestemming op het spoor. Een vakantiebestemming die zelfs door de meest fervente toerist nog niet was ontdekt. Sterker nog, het stond niet eens te boek als vakantieoord. Dus gauw er op uit om het onbekende en het ongewisse te proeven. Bepakt met een rugzak vol ongeduld. Op het moment dat ik uit de trein stapte, voelde ik mijn t-shirt aan mijn rug plakken. Even later sijpelde een druppeltje zweet langs mijn slaap. Dagenlang niks aan de hand en uitgerekend vandaag werd een pact gesmeed tussen gemoedstoestand en het weer.
Ondanks de hitte krioelde het in het centrum van de stad. Terrasjes zinderden. Ik merkte hoe het verstrijken van de tijd in mijn voordeel kantelde. Dat ging zo. Mijn zintuigen zaten op het puntje van de stoel, niets ontging ze, informatie werd subtiel maar daadkrachtig doorgeseind. Ha, lekker genieten van het gedoe om je heen en de dingen die zouden komen. Een fotorolletje dat ter plekke wordt ontwikkeld. Zozeer ging ik op in het observeren van de dingen, bijkans botste ik tegen een hommel, dat ik de plek van bestemming twee keer voorbij liep.
Plots slaakte ik een kreetje.
Mijn verbazing betrof een ontluikend soort bouwval. Voorzichtig naderde ik het gebouw en wat ik toen zag was allesbehalve een vakantieoord. Eerder een opslagplaats voor een kluwen van ijzerwaren en allerhande rommel. Het leek wel een botsing van kunststromingen. Ook zag ik dat de eigenlijke bestemming zich op de eerste verdieping bevond. Om die te bereiken moest je je leven op het spel zetten door een aantal op elkaar gestapelde planken omhoog te klauteren. Blijkbaar was de uitvinding van de trap aan dit gebouw voorbij gegaan.
Boven aangekomen werd het ontbreken van strand en vakantiegevoel ruimschoots gecompenseerd door witgekleurde, houten schappen die de indruk wekten menig heiligdom te verbergen. Maar zoals zo vaak in het leven: er was meer. Vrouwelijk schoon hing aan de muur. Ik keek omhoog en zag vrouwen die nooit toerist zijn geweest, maar trekpleister. Françoise Hardy, Jane Birkin, Nancy Sinatra.
En de temperatuur? Als een raket de hoogte in. Waarna de zintuigen en masse blokkeerden en de tijd ophield met kantelen. Er waren meer kapers op de kust. En verdomd, daar kwamen ze al aangesjokt. Hun nonchalante lopen, de blik in hun ogen; deze plek kortom bleek hun ontmoetingscentrum. Na de punker volgde de verzamelaar met opengeklapte laptop, de wielrenner op leeftijd, de labiele gothic en natuurlijk, de zenuwlijer. Allen zeer nadrukkelijk van het mannelijke geslacht. Ook bij hen bruisten ongewtijfeld de vakantieperikelen, aangewakkerd door damesblikken vanaf de muur.
Er bij staan. Er naar kijken. Een vakantiegevoel kweken. Zonder strand, zonder palmbomen, maar stiekem met losbandige gedachten. De weg naar de uitgang, waar het gewone leven ons opwachtte als de behandelkamer van een tandarts, stelden we zo lang mogelijk uit. Toen ik eindelijk naar buiten liep had ik het gevoel dat Nancy Sinatra vanaf de lp-hoes naar me knipoogde.


