ZOMER 2003
In een platenzaak zie ik hoe een meisje van een jaar of twintig de hoes van een Sonic Youth-lp te voorschijn haalt. Slank is ze, het haar helblond, met een paar donkerrode sprietjes. In haar navel bungelt een piercingbelletje. Gek, dat je daar naar kijkt en blijft kijken. Zorgvuldig bestudeert het meisje de hoes van de lp Goo, een meesterwerk uit lang vervlogen tijden. Van een afstand herken ik de hoestekening van Raymond Pettibon. Zou het meisje weten hoe de muziek van Sonic Youth klinkt, of bekijkt ze de hoes uit nieuwsgierigheid?
Het zijn vragen die spontaan in me opkomen terwijl buiten de zon meedogenloos schijnt. Pufjesheet is het. We zitten midden in de hete zomer van 2003, de afschùwelijk hete zomer van 2003. Langdurig bekijkt het meisje de achterkant van de hoes. ‘Kopen die plaat’, denk ik bij mezelf. Ik weet het, het is gekkenwerk, met dit weer een platenzaak bezoeken. Het meisje en ik zijn dan ook de enige klanten. Juist op zo’n dag wil je met al die duizenden platen om je heen nog wel eens de vraag aller vragen stellen: ‘wat doe ik hier in godsnaam?’ Omdat je het antwoord schuldig moet blijven kun je maar beter met lege handen naar buiten lopen.
Het meisje met de donkerrode strepen in het haar heeft een besluit genomen. Uit vreugde danst het piercingbelletje vrolijk op en neer. Straks wordt de lp Goo gedraaid, zo veel is duidelijk, vanuit een huiskamer of een studentenhuis waar een meisje van twintig woont. Een mooie gedachte. Voordat het zover is maakt ze wellicht een ommetje voor een bezoek aan haar moeder. Eenmaal bij haar moeder laat ze niets merken, maar ze voelt zich geprikkeld als ze wordt bijgepraat over ditjes en datjes, of over de buurvrouw die afgelopen nacht levenloos op het toilet werd gevonden. ‘Hoe zal ik later gevonden worden’, vraagt het meisje zich af. Meewarig knikt ze. Intussen denkt ze aan de lp in haar tas. Zo gaan die dingen.
Tijdens het verlaten van de platenzaak laat ik mijn gedachten de vrije loop over een meisje dat zojuist een plaat van mijn favoriete band heeft gekocht. Zoiets maak je niet elke dag mee. Op straat druk ik de stetson van stro op mijn gemillimeterde hoofd, steek over en loop in de richting van het treinstation. Ik denk dat ik vanavond ook maar eens de lp Goo op de platenspeler leg. Je moet toch wat. De avond kan nu al niet meer stuk, ondanks de benauwde temperatuur.
‘s Avonds breekt het moment aan waarop ik de lp uit de hoes haal, in het draaitafelgaatje leg en de naald kalmpjes boven de inloopgroep laat wachten op wat komen gaat. Een cd schuif je in de cd-speler. Niks bijzonders. Zoals de lp op de draaitafel ligt zegt eigenlijk genoeg. Opmerkelijk toch hoe de lp telkens weer een enorme voorsprong neemt op de cd. En dan heb ik de lp nog niet eens gedraaid.


mei 1, 2008 bij 9:19 pm
poe hei, wat een nostalgie!