EEN BIJNA VERGETEN ZONDAG

Hartje zomer. Terwijl de zondag bezig was om van de ochtend over te gaan in de middag, maakten wij ons op voor een autorit naar Rotterdam. Daar zou namelijk de allereerste editie plaats vinden van het Worldportjazzfestival. Typisch zo’n dag waar je je van te voren op verheugt. Om dit gevoel te benadrukken leek het ons gepast de dag te beginnen met een ontbijt bij café Oppidom. De prijs van het volledi­ge ontbijt – slechts twee euro - moest het goede begin onderstrepen.

Onderweg was het rustig. Lange tijd hadden we de autobaan voor onszelf en in het lekkere vaartje waarop de auto over het asfalt rolde kon je merken dat ook hij het naar zijn zin had. Sjekkies hingen re­laxt tussen onze lippen, Miles Davis schal­de uit het dashboard.

Maar ter hoogte van Tilburg was het toch even schrikken gebla­zen. De zwarte rookpluimen die we in de verte al hadden zien opdoemen, bleken afkomstig uit een op de vluchtstrook ge­parkeerde auto. De aanblik van de meters­hoog uitslaande vlammen had iets onwe­zenlijks. Landerige zondagmiddag, auto in de fik. Toen we er langs reden voelden we hoe de intense hitte tegen onze wangen gloeide.

Eenmaal in Rotterdam reden wij pro­bleemloos de voor de gelegenheid opge­kalefaterde Wilhelminakade op, ooit op­stapplaats van de Holland-Amerika-lijn. Pakhuizen en vertrekhallen uit lang vervlo­gen tijden stonden nog fier overeind. Bij een hokje naast de ingang van het festival­terrein konden we onze perskaarten opha­len. Navraag over het al dan niet door­gaan van een interview met Archie Shepp, bleek een hele opgave voor de mevrouw in het pershokje. Archie Shepp, thans een krasse knar, maar ooit als jong, polemisch jazzsaxofonist verantwoordelijk voor de meesterwerken The Magic Of Juju en Bla­sé. Door haar grootformaat walkietalkie kondigde de medewerkster aan dat twee medewerkers van muziekblad Hea­ven waren gearriveerd voor een interview met Archie Shepp. Walkietalkies ruisten en kraakten. Even viel het ouderwets aandoende com­municatieverkeer stil. Na wat piepjes en gekraak gevolgd door een blik in het lucht­ledige werd ons meegedeeld dat meneer Shepp pas laat zou arriveren.

Hierdoor lieten wij ons niet ontmoedi­gen. Gemoedelijk kuierden we over het festivalterrein, een lange rechte straat met aan weerskanten de eerder genoemde ge­bouwen en voor de gelegenheid opgezette circustenten. Wie wel eens een festival be­zoekt wordt geconfronteerd met die ty­pisch Nederlandse kruideniersmentaliteit. Zo rekende de firma Pepsi liefst 3 euro voor een beker cola! Gelukkig konden wij met onze perskaarten om de nek lekker stoer de VIP-ruimte in- en uitlopen, waar zich immers de belangrijkste faciliteit van die dag bevond: gratis bier. Al snel bleken wij frequente bezoekers, wat overigens tot een toenemend feest der herkenning leid­de en de daaraan verbonden vanzelfspre­kendheid de tap maar meteen zelf ter hand te nemen. Aangezien het muziekaan­bod van dien aard was dat we niet alle bands hoefden te zien, werd van deze voor­ziening veelvuldig gebruik gemaakt.


Totdat Archie Shepp aantrad, een half uur later dan gepland, maar wel met kod­dig hoedje. Shepp vertroetelde het koper, scheerde de blues en liet bij wijze van lite­rair intermezzo een stokoude opa vage gedichten voorlezen. Solerend was Shepp voor iemand van 64 goed op dreef. Het hoedje bleef lekker op zijn plaats, het kaki­colbert ging ondanks de warmte steeds makkelijker om het ronde lijf zitten. Shepp ging zo op in zijn spel dat speeksel bij het mondstuk zich ophoopte tot een klodder zever van indrukwekkende omvang. Hier hadden wij goed zicht op, want als recht­geaarde muziekliefhebbers stonden wij er pal onder. De almaar groeiende klodder ging in sliertvorm onder Shepps kin hang­en en begon daar een eigen leven te lei­den. Dit was dus jazz, live op het podium. Het duurde een tijdje eer Shepp de sliert opmerkte. Als op dat moment het kampi­oenschap onverschilligheid had plaatsge­vonden, had Shepp op de wijze waarop hij zijn zakdoek pakte en de zever afveegde met gemak de overwinning behaald.

Intussen marcheerde zijn rituele blues­jazz voorwaarts. Een dame in het publiek werd het allemaal te veel. Wat haar part­ner ook probeerde om haar met omhel­zingen en knuffels tegen te houden, zoals het een vrouw betaamt bleek zij ontem­baar. Al een tijdje hadden haar dansbewe­gingen iets sensueels in petto, maar de kreten en gebaren die zij slaakte waren allesbehalve erotisch; eerder gaven ze haar een air van lichtzinnigheid, vermoedelijk veroorzaakt door overmatig drankgebruik. Op het moment dat Shepp een liedje be­gon te zingen kon zij zich zoals gezegd niet langer beheersen. Ze sprong op het podi­um en stootte bijna Shepp’s krukje met saxofoon omver. Wat volgde was een om­helzing met Shepp, die bepaald niet we­derzijds was. Erg verbaasd leek de vete­raanmuzikant overigens niet over de vrou­welijke aandacht. Na enkele minuten han­gen, bevrijdde Shepp zich uit de houtgreep en knikte haar goedaardig toe in de hoop dat het hierbij zou blijven. Hierna zette de dame haar enthousiasme elders voort, maar een merkwaardig soort precedent was inmiddels geschapen.

Tijdens het concert was er iets moois gegroeid tussen de jazzmuzikant en een deel van de dames onder de toeschouwers. Dit alles onder het motto: als een vrouw eenmaal haar zinnen ergens op heeft gezet is er geen speld meer tussen te krijgen.

Ondanks de pogingen van de organi­satie het interview na het concert te laten plaatsvinden, bleek dit bij het betreden van de kleedkamer een illusie. En wat men in een oogwenk al niet kan overzien. Door de aanwezigheid van enkele zakjes wiet, minstens vier vrouwen, waarvan er een nadrukkelijk haar telefoonnummer aan Archie overhandigde, wist ik meteen dat ik het interview kon vergeten. Hier was mijn overtuigingskracht niet tegen opgewassen. Meneer Shepp had duidelijk andere ding­en aan zijn hoofd en ik kon hem geen ong­elijk geven. Na gedane arbeid is het vlees zo mogelijk nog zwakker voor de geneugten des le­vens.

Veel zei hij niet toen ik hem op de schouder tikte. ‘Be with you in a minute.’ Die minuut werd een kwartier, een half uur, enzovoorts. De vermoeienissen van een festivaldag eisten hun tol, de VIP-ruim­te was gesloten en een lange terugreis lag in het verschiet.

Reageer