ROLLING STONES, AMSTERDAM ARENA ZOMER 2006

Met een doffe plons lever ik een tamelijk unie­ke bijdrage aan de riolering van onze hoofd­stad. Je komt ze vooral tegen in Randstede­lijke hotelka­mers: toiletpotten waarin de grote bood­schap rechtstreeks, zonder haperen (lees: remsporen) in het watergat klettert. Gevolg: natte billen. Er zijn natuurlijk ergere dingen in het leven, maar billen die nat worden zonder dat ik dit wil is en blijft een vervelende inbreuk op mijn privacy. Je weet wat er staat te gebeuren wanneer je de onmetelijke diepte verkent van de wc-spelonk, het opspatgehalte inschat, waarna je al hurkend er maar het beste van hoopt.

Enkele uren later verlaat ik het American Ho­tel. Op naar de Arena voor een concert van The Rolling Stones. Sinds mijn vijftiende draai ik platen van de Stones, platen waarmee ik sindsdien ben opge­groeid. Vanavond zie ik ze eindelijk voor het eerst in levenden lijve. Ik verheug me als een klein kind. Wanneer Keith Richards het podium opdraaft en de openingsakkoorden van Jumping Jack Flash inzet, glijdt de spanning van het lange wachten van me af. Gelukkig ziet niemand hoe ik van ont­roering een traantje weg pink. Gedurende het twee uur durende optreden worden gevoelens van ontroering afgewisseld met toenemende bewon­dering. De Stones zijn gekomen om het dak er af te spelen, zoveel is duidelijk.


We horen een prach­tige uitvoering van As Tears Go By, een da­verend Brown Sugar. “The human riff” Richards laat hier en daar een steekje vallen, met name in Sway hapert het even, maar wat zou het, dit is rock-‘n-roll. En ze hebben er zin in. Mick Jagger staat geen minuut stil, druk gebarend galoppeert hij over het podium. Niet alleen is hij fysiek in top­conditie, als zanger overtreft hij zichzelf. Boven­dien blijkt Jagger de Nederlandse taal mach­tig. “Wat is het geweldig om hier te zijn, beter laat dan nooit”, roept hij na enkele nummers. Op het mo­ment dat de opzwepende beat van Miss You klinkt, schuift een deel van het podium het Arena­veld in. Vervolgens dendert Get Off Of My Cloud over het publiek. De Arena kolkt.

Eenmaal terug op mijn hotelkamer hoor ik in de verte, vlak voordat ik in een diepe, voldane slaap val, de trams rinkelen, kriskas rijdend langs het Leidseplein. Het is voor het eerst in vijf jaar dat ik weer eens in Amsterdam ben. De volgende ochtend bevalt de hernieuwde kennismaking bepaald niet mee. Wat een drukte, wat een chaos. Taxichauf­feurs zijn stugge Marokkanen die met zeventig km door de binnenstad scheuren. Toeristen komen uit alle hoeken en gaten tegelijk tevoorschijn. Eigenlijk vind ik er niet veel meer aan, aan Amsterdam. Het is één groot pretpark. Met riolering, dat wel.

Mick Jagger verlaat het Amstel Hotel


Reageer