BEZOEK AAN PLATENBEURS UTRECHT. WIE ZOEKT VINDT IETS ANDERS
Wie hier rondloopt, loopt rond met bedoelingen. Best raar want zoals het hoort bij een platenbeurs vind je nooit wat je zoekt. Zo ontleent de platenbeurs zijn bestaansrecht aan de zoektocht van de bezoeker, de zoektocht die avontuurlijk en aantrekkelijk wordt opgeleukt met de wetenschap dat honderden stands met nòg meer platen je als een grote familie staan op te wachten. Verspreid over een oppervlakte van een stuk of wat voetbalden. Vrijdag is opbouwdag van de Mega Platen en CD Beurs in Utrecht. Officieel. Bij volgers van de wereldwijd hoog aangeschreven en drukbezochte platenbeurs staat de vrijdag ook bekend als dealersdag. De dag van de ongeduldigen. Handelaren uit alle windstreken als een zwerm bijen op de vinylwaar. Maar ook standhouders laten zich niet onbetuigd. Amper is de eigen waar geïnstalleerd of ze visiteren elkaar zo onnadrukkelijk mogelijk in de hoop op een koopje om deze zaterdag of zondag met meer klinkende munt door te verkopen.

Stapvoets rijden verkopers met bestelbusjes door de gangpaden waarna ze met platen volgepropte plastic bakken uitladen. Vinylfanaten uit zo te zien Japan trekken een karretje achter zich aan. Nerveus stropen ze de kramen langs op zoek naar platen die in eigen land extra yens opleveren. Stapeltjes belanden op de tweewieler. Daarna worden ze via het postkantoor naar het vaderland verscheept. Menig vinylverkoper hoopt ook dit jaar op de komst van de Russen, die zonder blikken of blozen tweehonderd tot driehonderd euro voor een enkele lp neertellen; ook wel witwassen genoemd. Opeens duikt een plaatsgenoot tevoorschijn. Hij groet met een afgemeten “Hoi Harry” en loopt snel weer door. Koopjesjagers doen hun uiterste best de volgende indruk te wekken: let vooral niet op mij, ik ben hier per ongeluk verzeild geraakt, eigenlijk ben ik er niet, ik heb hier niks te zoeken. Dealersdag is de dag van de dubbele agenda, met als prangendste vraag: koop je een plaat voor jezelf of voor eBay?
Desondanks is het best gemoedelijk op vrijdagochtend dealersdag, dit in tegenstelling tot de zaterdagdrukte van de Mega Platenbeurs. Op je dooie gemak kun je door de gangpaden wandelen zonder iemand een zetje te hoeven geven. Kegels knoflookwalm al dan niet vermengd met alcoholgeur zijn in geen velden of wegen te ruiken. Eveneens afwezig is de zwetende bierbuik en het hypernerveuze technopetje. Wel lopen er lijstjesfetisjisten rond. Een van hen ben ik. Toen ik weken tevoren mijn lijstje samenstelde wist ik al dat het niks zou worden. Debuut van avantgardeband AMM uit 1966? Ja de cd versie heb ik maar ik had graag de lp op het Elektra label, dank u. Enzovoort, etcetera, ad infinitum.

Wanneer de plaatverkoper klaar is met omkramen staart hij vanachter zijn stellage hoopvol voor zich uit op wat komen gaat. Ik schuif aan bij een verkoper uit België. Morgen hoopt hij op topdrukte. Een van zijn knallers is een lp van de Nederlandse band Danger die voor niet minder dan driehonderd euro van eigenaar mag verwisselen. “Eens kijken of de kredietcrisis ook hier toeslaat”, grapt hij. Dan is er de liefhebber annex handelaar, tegenwoordig zie je het verschil niet, architect van beroep uit Duitsland die in een uurtje duizend euro aan pak ‘m beet twintig platen spendeert. Een van de aanwinsten is een lp met vroege opnamen van componist Terry Riley: tweehonderdtwintig euro. Ach mensen waar hebben we het over. Ik loop verder door hal twaalf van het Jaarbeursgebouw. Mijn gedachten nemen de vrije loop over dat ene kleinood op vinyl. Het houdt me al jaren op de been, het achtervolgt me als een schaduw sedert mijn jeugd toen ik erachter kwam dat muziek in de vorm van een lp emoties onder mijn hersenpan kegelden die van een geheel andere orde, grootte en samenstelling waren dan de emotie die ik voelde bij het zoenen van mijn eerste vriendinnetje. Haar naam ben ik vergeten, hoe mijn eerste plaatje heette weet ik nog dondersgoed: Poppa Joe van The Sweet.
Overigens komt ook aan de langste schaduw een eind. Hier en nu in Utrecht gangpad na gangpad, bak na bak, plaat na plaat, loop-, zoek en graaiwerk te over, omsluit ik mijn jeugdjaren met een andere gedachte. Veel gevoelens en ontdekkingen die ik met mijn jeugd associeer zijn verdwenen, met de noorderzon vertrokken. Sindsdien is er weinig voor in de plaats gekomen. Het liefst zou ik in mezelf willen verdwijnen, wegzinken in stilte en duisternis. Afgezien van de opeenstapeling teleurstellingen biedt het leven toch ook die telkens weer aanwakkerende, dynamisch en ongrijpbaar om zich heen wurgende intensiteit, ook wel genoemd het grote verlangen.

Soms, heel soms, zie je het doel van je vinylexpeditie recht voor je neus. Altijd volkomen onverwacht. Voor de zekerheid kijk je even op naar de verkoper of hij zich niet vergist heeft, je blik schiet van links naar rechts om te zien of er geen andere kaper op de kust is. Alsof je onbewust het ongeloof van je vondst wilt benadrukken waarna je als een hongerig roofdier kunt toeslaan. Beet. Hebbes. Eindelijk. In jezelf verdwijnen moet maar even wachten. Net als de stilte en de duisternis. Godverdomme. Lang gezocht en toch gevonden. Kijk dan, kijk dan. Heb je het niet van jezelf dan vind je het gewoon tussen de platen. Charisma. Engelse persing. A Trick Of The Tail. De enige plaat van Genesis waar ik sinds mijn zeventiende een zwak voor heb. Niks geen symforock maar melancholiemelodie, unheimisch, sprookjesachtig prachtig. Voor de derde keer in mijn leven ga ik je terugkopen en ik beloof je nooit meer weg te doen. Stond je op mijn lijstje? Welnee, in mijn kop zat je, in mijn kop vol heimelijke verlangens. Voor twee euro.
(eerder gepubliceerd in het Platenblad)