ROLLENDE ASBAKKEN EN RUITENWISSERS DE MUZIEK VAN CAPTAIN BEEFHEART & HIS MAGIC BAND

Dat er van Captain Beefheart & his Magic Band liefst twaalf albums zijn verschenen mag gerust een klein wonder heten. Captain Beefheart was geen man van muziek, maar van ideeën en toeval. Gelukkig beperkte de Magic Band zich niet tot het slaafs begeleiden van hun excentrieke en wispelturige frontman; zelfs Beefhearts vaagste aanwijzingen transformeerden zij tot onnavolgbare muzieknoten en akkoordenschema’s.
Die aanwijzingen waren vaak niet meer dan cryptische woordspelingen, flarden pianoklanken, of het geluid van een rollende asbak. Toch zijn veel muziekliefhebbers het erover eens dat Captain Beefheart tot de genieën van de popmuziek gerekend mag worden. Hijzelf zal de laatste zijn om deze stelling in twijfel te trekken, al is hij veel verschuldigd aan zijn begeleiders, die hij zo vaak het bloed onder de nagels vandaan haalde.

HYPERVENTILATIE
Halverwege de jaren zestig maken Captain Beefheart & the Magic Band, Lancaster en omgeving onveilig met ruige versies van Rolling Stonesnummers. Pas met de opmerkelijke Bo Diddleycover Diddy Wah Diddy trekken ze de aandacht van platenmaatschappij A&M. De songs die de groep vervolgens aanlevert voor een eerste lp vallen bij platenbaas Jerry Moss echter niet in goede aarde. Hij vindt de muziek “te negatief”. Producers Bob Krasnow en Richard Perry weten er wel raad mee en bieden aan de plaat voor het kleine Buddah Records te produceren. Krasnow is er van overtuigd dat Captain Beefheart & the Magic Band net zo beroemd worden als de Rolling Stones.

Vlak voordat de opnamen voor het eerste album beginnen, deelt Krasnow op verzoek van Beefheart aan gitarist Doug Moon mee dat zijn gitaarspel niet meer past binnen de groep. Exit Moon, enter Ry Cooder. Cooder is op dat moment de jonge, talentvolle gitarist van The Rising Sons; hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de songs aan te scherpen.

Ondanks het typische jaren zestig geluid is Safe As Milk zo’n plaat waar de tijd nooit vat op heeft gekregen. Cooders gespierde gitaarriffs zijn een speerpunt voor elementaire rock & roll en rhythm & blues; recht vooruit, opzwepend en doortastend. Beefhearts Howlin’ Wolfherinterpretatie is dan al in schroeiende omvang aanwezig, evenals zijn typerende werkwijze waarin toeval, intuïtie en improvisatie om voorrang strijden. Het eerste “slachtoffer” is de achttienjarige drummer John French. Aan hem de twijfelachtige eer van de op losse papiertjes genoteerde woordassociaties een samenhangend verhaal te maken.

Electricity is een van de opmerkelijkste tracks van de plaat. Beefhearts klagende verlenging van het titelwoord en het onheilspellende geluid van de theremin (een klankkast waaruit muziek wordt voortgebracht door met handbewegingen langs een soort antenne te bewegen) zorgen dat je het nummer na een keer horen niet snel meer vergeet. Om Safe As Milk verder onder de aandacht te brengen wordt een lokale promotietour op touw gezet.

Gestoken in de gangsterkostuums van de hoesfoto maakt de groep zich op voor een try-out concert voor het Monterey Popfestival. Tijdens de rit krijgt Beefheart het te kwaad: van pure zenuwen breekt hem het angstzweet uit. Cooder probeert hem nog op zijn gemak te stellen met de opmerking dat het een aanval van hyperventilatie is. De geruststelling is echter van korte duur. Eenmaal op het podium blijft Beefheart midden in de krijsende uithalen van Electricity stokstijf staan. Hulpeloos kijkt hij om zich heen, draait zich om, loopt van het podium en laat zich boven op producer Krasnow vallen. John French: “vanaf dat moment zouden we altijd een avant-gardeband zijn zonder ooit een cent te verdienen”. Cooder is de eerste die na dit incident zijn biezen pakt. Na enkele audities blijkt ene Jeff Cotton een meer dan waardige opvolger. Beefheart bedenkt intussen nieuwe ideeën voor songs die hij wil uitbrengen op een dubbel-lp genaamd It Comes To You In A Plain Brown Wrapper. Zover komt het echter niet.

KALE BLUES
Terwijl in 1968 Beefheart en zijn mannen door Europa toeren, ziet Krasnow zijn kans schoon om het bedoelde dubbelalbum tot een enkele lp te reduceren. Aan de nummers voegt hij bovendien een modieus klinkende, effectrijke mix. Tegen de zin van Beefheart wordt deze licht verteerbare versie als Strictly Personal uitgebracht op Krasnows Blue Thumb-label. “De muziek op die plaat glanst als een diamant in de modder”, zou Beefheart er later over zeggen.
Het duurt tot 1994 eer de originele uitvoeringen rafelige blues blootleggen, maar ook deze cd-heruitgave verhult niet dat Strictly Personal een nogal onaffe indruk maakt. Desondanks zijn de invloeden evident: Gimme Dat Harp Boy steunt zwaar op Willie Dixons Spoonful en Death Letter van Son House vormt losjes de basis voor Ah Feel Like Ahcid.

Veel andere nummers en outtakes van de Strictly Personalsessie blijven jaren op de plank liggen. Pas nadat een medewerker van Buddah Records ze onder het stof vandaan haalt worden de opnamen in 1971 uitgebracht op de lp Mirror Man. Op die plaat dus niet het achterop de hoes beloofde lokkertje van liveopnamen uit 1965. Mirror Man heeft veel weg van een zwaar uit de hand gelopen, hallucinerende jamsessie waarin de blues binnenstebuiten wordt gekeerd. Andere opnamen en versies zijn te vinden op de albums I May Be Hungry But I Sure Ain’t Weird (Sequel 1992) en The Mirror Man Sessions (BMG/Buddha 1999); een heruitgave die grote indruk maakt omdat hij sterk doet denken aan de destijds afgeketste dubbel-lp. Onlangs verscheen een dubbel-lp met de oospronkelijk door Beefheart bedoelde titel It Comes To You In A Plain Brown Wrapper. Ook deze plaat bevat restjes van eerder genoemde studiosessies.

MIJLPAAL
Door het gedoe met Strictly Personal zijn Beefheart en zijn trouwe kompaan John French een ervaring rijker geworden. Producers worden aan de kant gezegd, bandleden vervangen. Een kennismaking met enkele lokale muzikanten zorgt niet alleen voor wederzijdse inspiratie, maar vormt de aanloop voor wat zal uitgroeien tot een mijlpaal in de muziekgeschiedenis. Van de partij zijn Bill Harkleroad (gitaar) en Mark Boston (bas). Zij vervangen oudgedienden Jeff Handley en Alex St. Claire. Wie ook mee mag doen is Beefhearts neefje Victor Hayden; hij speelt toevallig basklarinet. Langzamerhand ontstaat een Magic Band met een wonderlijk experimenteel geluid. Ter voorbereiding van een later te verschijnen dubbelalbum neemt het bonte gezelschap zijn intrek in een oud pand in Woodland Hills in Californië. Tijdens de repetities, die acht maanden in beslag nemen lopen de spanningen hoog op. Wanneer er niet wordt gespeeld, wordt er veel geruzied. Er is een praatdag. Er is een dag om de meningsverschillen bij te leggen. Er is een dag waarop blikken kunnen doden, weer een praatdag, enz. “These were not happy campers, folks”, vat French zijn verblijf samen. Beefheart voelt zich niet altijd op zijn gemak tussen de jonge muzikanten. Van de weeromstuit kiest hij de aanval als verdediging. Stelselmatig trakteert hij ze op autoritaire opmerkingen en beledigingen. Sommigen knijpen er even tussenuit om pas na een paar dagen weer terug te keren.

Na verloop van tijd voelen de jonge honden van de Magic Band dat ze iets bijzonders in handen hebben. Repetities worden steeds meer gezien als een uitdaging, iedereen doet extra zijn best. Na acht maanden repeteren en ploeteren duikt men de studio in. Daar vindt een klein mirakel plaats. Beefhearts mannen hebben de nummers zo goed in hun vingers dat ze binnen vier en een half uur een dubbel-lp op band slingeren. Producer Frank Zappa kan het niet geloven: “What do you mean it’s done?” “The album’s done, Frank,” antwoordt Beefheart kortaf.

Trout Mask Replica is een auditief monument: ongrijpbaar, tijdloos en visionair. Jaren duurt het voordat de plaat, in Amerika verschenen in januari 1969, erkend wordt als een van de grote meesterwerken uit de muziekgeschiedenis. In het dan nog alternatieve krantje Aloha van 20 februari 1970 struikelt een recensent bijkans over zijn eigen enthousiasme, maar vergeet niet de plaat tot mijlpaal uit te roepen.

Wie Trout Mask Replica de eerste keer opzet, hoort een portie kluwen waar de honden geen droog van brood van lusten. Pas na meerdere draaibeurten ontvouwt zich een meesterwerk van caleidoscopische proporties, waarin elke noot keurig op zijn plaats valt. Trout Mask Replica bevat blues die uit het lood is geslagen; ritmes die in en uit het metrum lopen; fonetisch sprechgesang en, zo lijkt het althans, ondersteboven gespeelde schema’s die in de verte doen denken aan freejazz. Eens in de zoveel tijd moet je deze plaat gewoon draaien om orde te scheppen in de chaos, om je omgeving te ‘reinigen’.
De repetitiestress, Frank Zappa’s antiproductie (het niet corrigeren van de bandslip in China Pig), de bijnamen van de muzikanten, de hoes met de afgehakte vissenkop – tot op de dag van vandaag dragen ze bij aan de mythevorming rond dit unieke album.

Alsof er niks aan de hand is staat nog geen jaar later de opvolger op de rails. Is Trout Mask Replica mede het werk van John French, tijdens de opnamen van Lick My Decals Off, Baby mag gitarist Bill Harkleroad de associaties van Beefheart in begrijpelijke muziektaal veranderen. Ondanks de licht gewijzigde bezetting (met percussionist Art Tripp en zonder Jeff Cotton die kiest voor de band MU), ligt het album in het verlengde van zijn voorganger. Decals is als geheel zelfs compacter en eenduidiger, waarbij timbres van de elkaar aanvullende gitaar en marimba nog het meest opvallen. Bill Harkleroad excelleert in het instrumentale One Red Rose That I Mean, terwijl Beefheart oprecht boos klinkt in zijn terechtwijzing “What this world needs is a two dollar room and a two dollar broom”. De muziek is enerverend en complex in zijn over elkaar buitelende en ineenschuivende ritmes, eindigend in een kakofonie voor sopraansax: opgeruimd staat netjes.

Beefheart: “De richting die deze muziek inslaat is er een van totale afwezigheid. Het is geen muziek waar je over na kunt denken. De muziek beweegt te snel. Op het moment dat je eraan denkt is het net zoiets als naar een passerende trein kijken of auto’s tellen.”
Beefheart is in zijn nopjes met Decals. Het is de eerste plaat waarop een van zijn schilderijen de hoes siert. De steevast met Van Vliet ondertekende schilderwerken lijken beïnvloed door Willem de Kooning en het Amerikaanse expressionisme van de jaren vijftig en zestig, al beschouwt Beefheart Broadway Boogie Woogie van Mondriaan als een van zijn favoriete schilderwerken.

1972. Gesoigneerd pronkt Beefheart op de hoes van The Spotlight Kid, alsof hij wil zeggen: “Welkom, dit is een plaat voor jullie allemaal”. Een aantal nummers groeit uit tot klassiekers. I’m Gonna Booglarize You Baby bijvoorbeeld, waarin Beefhearts bromstem een warm plekje in je onderbuik zoekt. Toch is The Spotlight Kid niet veel meer dan een overgangsplaat. De combinatie van relatief complexe arrangementen over een bluesfundament loopt niet altijd even gesmeerd. Om nog maar te zwijgen van het krakkemikkige geluid. “Prima songs, maar als je er goed naar luistert hoor je voor vijftig procent Dons stem en ergens op de achtergrond een beetje lawaai”, aldus Bill Harkleroad.

Datzelfde jaar verschijnt de ideale plaat voor Beefheart-beginners. “Hit that long lunar note”, kondigt Beefheart een gloeiende solo aan van gitarist Harkleroad alias Zoot Horn Rollo, waarna duidelijk wordt waarom Big Eyed Beans From Venus zo’n legendarisch nummer is. Mede door de transparante productie van Ted Templeman bevat het album Clear Spot makkelijk te volgen structuren en pakkende liedjes waar het spelplezier van afstraalt.

COMMERCIE
Na de vernieuwingsdrang van de eerste platen volgt met Unconditionally Guaranteed en Bluejeans & Moonbeams de ommekeer. Het managersduo Andy en Augie Matino belooft gouden bergen door Beefheart een platencontract aan te bieden bij het pas opgerichte Virgin Records. In 1973 verschijnt Unconditionally Guaranteed. Andy Martino bemoeit zich nadrukkelijk met de songarrangementen. Wie de voorafgaande albums niet kent, hoort op zijn minst een degelijke popplaat, met als hoogtepunt het bijna ontroerende This Is The Day. Avant-gardisten Harkleroad, Mark Boston en Art Tripp draaien hun hand niet om voor het spelen van een eenvoudige song, maar veel helpt het niet; commercieel succes blijft uit en korte tijd later zetten de managers de leden van de Magic Band buitenspel. Hun inbreng wordt niet langer op prijs gesteld, omdat Beefheart een mogelijk nog publieksvriendelijkere koers dient te varen.

Daarnaast komen de de Magic Bandleden erachter dat een deel van het toergeld aan de strijkstok is blijven hangen. Aangezien Beefheart hier geen pasklare verklaring voor heeft, keren ze hem in navolging van drummer John French definitief de rug toe.

Zo komt aan een jarenlange samenwerking met veel ups en downs en legendarische platen abrupt een einde. Harkleroad (Zoot Horn Rollo), Tripp (Ed Marimba), en Boston (Rockette Morton) richten de groep Mallard op, waarvan twee aardige rockplaten verschijnen. Het debuut van Mallard bevat verrassenderwijs een cover van het instrumentale Peon; bij wijze van eresaluut aan Beefheart. Deze rekruteert op zijn beurt een Magic Band bestaande uit behoudende muzikanten, waarmee hij het belegen poprockalbum Bluejeans & Moonbeams maakt. Wie Beefheart de surrealist verwacht, komt wederom bedrogen uit.

DIVERSE MAGIC BANDS
Begin 1975 trekt Captain Beefheart zich gedesillusioneerd terug in zijn trailer in de Mojavewoestijn. De strubbelingen met platenmaatschappijen, louche managers en het vele toeren zijn hem niet in de koude kleren gaan zitten. De platen voor het Virginlabel brachten bepaald niet het beloofde geld in het laatje. Als steuntje in de rug mag hij meedoen aan de Bongo Fury-toernee van zijn oude maatje Frank Zappa. Maar Zappa krijgt daar al gauw spijt van. Beefheart ondermijnt Zappa’s gedisciplineerde werkwijze en optredens waarin alles van tevoren is vastgelegd.
De toer mondt uit in een klucht van twee botsende ego’s die elkaar niet meer kunnen luchten of zien. Wellicht de reden dat de lp die naar aanleiding van de samenwerking tussen Zappa en Beefheart uitkomt – Bongo Fury – bepaald geen hoogtepunt in beider oeuvre is.

Nota bene John French spoort Beefheart hierna aan een hernieuwde Magic Band op te richten. Gedurende het jaar 1976 nemen Jeff Moris Tepper, slidegitarist Denny Walley en keyboardspeler John Thomas songs op voor het album Bat Chain Puller. Zappa, met wie de vriendschap weer is aangehaald, betaalt voor de opnamekosten en bezit als uitvoerend producent de opnamebanden. Omdat hij echter op hetzelfde moment is verwikkeld in een rechtszaak tegen zijn manager Herb Cohen, is Zappa niet in de gelegenheid materiaal dat onder zijn auspiciën tot stand komt, uit te brengen. De lp Bat Chain Puller wacht tot op de dag van vandaag op een officiële release. Slechts een enkel nummer (Odd Jobs) is te vinden op de compilatie Grow Fins: Rarities 1965-1982.

COMEBACK
Vanaf 1978 wordt alles anders. De do-it-yourself esthetiek van punk en new wave blijkt de inspiratie voor een artistieke comeback van Captain Beefheart en de zoveelste bezetting van de Magic Band. Die bestaat ditmaal uit fans: een piepjonge Robert Williams (drums), gitarist Jeff Moris Tepper, trombonist Bruce Fowler, Eric Drew Feldman (keyboards) en gitarist Richard Redus. Met gastbijdragen van Art Tripp is Shiny Beast hun eerste proeve van bekwaamheid. En wat voor een. Ondanks de veelheid aan stijlen en stemmingen zijn de songs zonder uitzondering van een hoog niveau. Shiny Beast bevat ouderwetse muziekacrobatiek, waarvan het merendeel afkomstig is van de Bat Chain Pullersessie – zoals het instrumentale Suction Prints. Het aanvankelijk alleen in Amerika uitgebrachte Shiny Beast is zonder meer een hoogtepunt in Beefhearts oeuvre.

Evenals op voorgaande albums dankt de autodidact Beefheart veel aan zijn muzikanten. Met veel geduld en eindeloos lijkende repetities worden ’s mans gedachtenkronkels in muziek omgezet: het geluid van een rollende asbak, een gefloten basthema en, als basis voor het heen en weer schuivende drumritme in het nummer Bat Chain Puller, de ruitenwissers van Beefhearts Volvo. Beefheart zelf gelooft het allemaal wel. Vaak verlaat hij de repetities om pas dagen later het eindresultaat te beluisteren.

Voor Gary Lucas verandert het leven van de ene op de andere dag na het bijwonen van een Captain Beefheartconcert in 1971. Jaren later beschikt hij als platenmaatschappijmedewerker over connecties om Beefhearts platen ook in Europa te laten uitbrengen. Na ondertekening van het contract met Virgin duiken Beefheart en de Magic Band de studio in om te werken aan Doc At The Radar Station. Beefheart neemt de productie in eigen hand en dat is te horen. Muziek moet volgens hem net als een schilderij tweedimensionaal zijn met ruimte voor suggesties en toeval. Tijdens de opnamen blijft hij voortdurend wijzigingen aanbrengen in de nummers. Het drumritme in Best Batch Yet moet en zal achterstevoren worden gespeeld! Na een half uur ploeteren vertelt Beefheart de intussen tot wanhoop gedreven drummer Robert Williams doodleuk dat het op de gewone manier toch beter klinkt. “Hij manipuleerde ons volkomen. We speelden te braaf en dit was zijn manier ons op stang te jagen. Daarna speelden we zoals we in lange tijd niet hadden gespeeld”, aldus Eric Drew Feldman.

Doc At The Radar Station is een geval apart. Een meesterwerk waarin de muzikale associaties van Beefheart, de Magic Band en John French, exploderen in stukjes ondoorgrondelijke schoonheid. Om de plaat ook in ons land onder de aandacht te krijgen brengt de groep op 1 november 1980 een bezoek aan Paradiso in Amsterdam. Beefheart heeft er duidelijk zin in. Om de haverklap merkt hij sarcastisch op dat ook het zojuist gespeelde nummer verkrijgbaar is “on Virgin Records and tapes”. Bijna het gehele optreden wordt overschaduwd doordat Beefheart zich stoort aan de provocaties van een bezoeker. Ingezette intro’s worden afgebroken, maar de band laat zich niet van de wijs brengen en zet na een matte aanloop het optreden alsnog in vuur en vlam.

ZWANENZANG
Dan is er opeens het contrast, nog geen twee jaar later. Je zou niet zeggen dat de man op de foto pas 41 is. Stetson in zijn linkerhand, wasknijper olijk in het zwarte shirt, de oogopslag weemoedig. Anton Corbijns beroemde portret van Captain Beefheart in de Mojavewoestijn staat afgedrukt op de hoes van Ice Cream For Crow. Een plaat waarover het achteraf makkelijk praten is: hoes, muziek en teksten kondigen min of meer een zwanenzang aan. Vanzelfsprekend is er voorafgaand aan de opnamen een hoogoplopende ruzie tussen Beefheart en Frank Zappa.
Beefheart wil een deel van de Bat Chain Puller-tapes gebruiken, maar Zappa, rechtmatig eigenaar èn blijkbaar in een rancuneuze bui biedt de banden te koop aan. Beefheart weigert hierop in te gaan en is genoodzaakt om binnen een week extra nummers te schrijven.

De Magic Band (met Cliff Martinez, de latere drummer van Red Hot Chili Peppers) is echter geweldig op dreef. Men draait als vanouds om de beat ter ondersteuning van Beefhearts woordspelingen (The Past Sure Is Tense) en surrealistische cut-ups (het muziekloze gedicht ’81 Poop Hatch). Sommige nummers, zoals Cardboard Cutout Sundown, behoren zelfs tot het beste dat een Magic Band ooit heeft opgenomen. Maar hoe verfijnd ook, de muziek is inktzwart van toon en mist het joie de vivre van weleer. Het slotnummer Skeleton Makes Good is een van Beefhearts bizarste creaties: alvorens de laatste noten wegsterven lijkt het alsof het hele nummer in stukjes uiteen valt.

Na 1982 vernemen we van de ‘muzikant’ Beefheart weinig. De ‘muzikant’ is definitief ingeruild voor de schilder Don van Vliet: “I got too good at the horn and it got to the point where I thought I’d blow my head right off. So I started a second life.”
In Duitsland verschijnt de chique overzichtscatalogus Skeletonbreath Scorpion Blush. Behalve een gesproken woord-cd als bijlage van boek en tentoonstelling Stand Up To Be Discontinued, verschijnt er geen nieuw werk.

Don van Vliet alias Captain Beefheart heeft de muziekindustrie de rug toegekeerd. Hij leeft teruggetrokken in het Californische plaatsje Trinidad. Daar schildert hij en ontvangt zo nu en dan vrienden en bekenden onder wie Anton Corbijn. “Er is een verschil tussen kunst en muziek: in het ene kun je fysiek in de verf verdrinken. In het andere kun je geestelijk verdrinken. Ik zwem liever in de verf”, vertelt Van Vliet in Corbijns filmische eerbetoon Some Yo Yo Stuff. Ondanks zijn zwaar aangetaste stem spreek hij, stevig aan zijn sigaar lurkend, zijn fans nog eenmaal toe: “Boe!”.

Discografie

SAFE AS MILK (BUDDAH 1967) ****
STRICTLY PERSONAL (BLUE THUMB 1968′) **1/2
TROUT MASK REPLICA (REPRISE/STRAIGHT 1969) *****
LICK MY DECALS OFF, BABY (REPRISE/STRAIGHT 1970) *****
MIRROR MAN (BUDDAH 1971) ***
THE SPOTLIGHT KID (REPRISE 1972) **1/2
CLEAR SPOT (REPRISE 1972) ****
UNCONDITIONALLY GUARANTEED (VIRGIN 1974) *1/2
BLUEJEANS & MOONBEAMS (VIRGIN 1974) *
SHINY BEAST (WARNER 1978′) ****
DOC AT THE RADAR STATION (VIRGIN 1980) ****1/2
ICE CREAM FOR CROW (VIRGIN 1982) ****

Onmisbare aanvullingen:
METAL MAN HAS HORNET WINGS (FAN) ***
Beruchte bootleg lp met opnamen en outtakes uit begin jaren zestig.
O.a. The Soots met Zappa en Beefheart.

THE LEGENDARY A&M SESSIONS (A&M 1984) ***
Mini-album o.a. de single Diddy Wah Diddy.

I MAY BE HUNGRY BUT I SURE AIN’T WEIRD (SEQUEL 1992) ***

Zie bovenstaande tekst.

STRICTLY PERSONAL (EMI 1993) ***
De
oorspronkelijke versie.

FRANK ZAPPA – THE LOST EPISODES (ZAPPA RECORDS 1996) *****
In een leeg klaslokaal van de Antelope Valley Junior College in Lancaster, spelen Frank Zappa, zijn broer Bobby en klasgenoot Donny van Vliet al lolbroekend Lost In A Whirlpool. 1959. Frank speelt pas zes maanden gitaar, Van Vliet parodieert een blueszanger. Later maken ze een idioot 8mm-filmpje waarin een van de personages Captain Beefheart heet. Vanaf dat moment de bijnaam waaronder Don van Vliet zijn muzikale avonturen op de mensheid zal loslaten.

THE MIRROR MAN SESSIONS (BMG/BUDDHA 1999) ****1/2

GROW FINS: RARITIES 1965-1982 (REVENANT 1999) ****
Magic Band-rehabilitatie verspreid over vijf cd’s waarop uitsluitend onuitgebracht materiaal. Als klap op de vuurpijl bevat het delen uit de Trout Mask Replica-repetities. Saillant detal: Beefheart is niet gekend in de samenstelling van de uitgave, noch om toestemming gevraagd.

BACK TO THE FRONT (ATP 2003) ***
The Magic Band zonder Beefheart blaast zichzelf nieuw leven in met live in de studio nagespeelde, natuurgetrouwe versies van oud materiaal. John French als niet overdienstelijke zanger.

IT COMES TO YOU IN A PLAIN BROWN WRAPPER (Sundazed 2008′) **1/2

Volgens het Sundazedlabel het verloren gewaande album zoals bedoeld in plaats van Strictly Personal. In werkelijkheid is deze dubbel-lp een samenraapsel van sessies en outtakes uit 1968.

Platenbeoordeling
* slecht
** matig
*** goed
**** uitstekend
***** meesterwerk

Officiële website

Zeer informatieve fansite

6 thoughts on “ROLLENDE ASBAKKEN EN RUITENWISSERS DE MUZIEK VAN CAPTAIN BEEFHEART & HIS MAGIC BAND

  1. Vanwege de bevlogenheid en uitmuntende kwaliteit eerder te kort, dan te lang! Het is goed als de echte helden uit het verleden af en toe herinnerd worden.

  2. 1 november 1980. Niet de Melkweg maar Paradiso werd aangedaan. Onvergetelijke concert met Lucas als roadie die nog een wortel wordt voorgehouden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s