HET SPOOK VAN DE AMERIKAANSE SONG

timesbband“….but i’ve got ancient stories from yesterday morning that put the fear in me”…

Soms lig ik wakker van de gedachte aan het talent dat je moet hebben om een fraai en overrompelend liedje te kunnen schrijven. Neem nou de liedjeskunst van Amerikaanse bodem. Deze is van oudsher authentiek in samenhang met gevoel voor harmonie, melodieus en kleurrijk van arrangement. Daarnaast klinkt de Amerikaanse song op zijn best introspectief, onheilspellend en melancholisch. Zo klinken de drie beste albums van 2008. Met uiteenlopende invloeden: de crisisfolk uit de jaren twintig en dertig, maar ook de muziek van Tom Waits, 16 Horsepower, Beach Boys, Wilco en Van Dyke Parks spookt er rond. Songkunst die neerdaalt als een mistige wolk waarin je wordt meegenomen met achterlating van huis en haard. Geen wonder dat ik midden in de nacht wakker werd.

Het zou me niets verbazen of wijlen Elliott Smith blijkt met zijn prachtalbum XO het sein te hebben gegeven voor een estafette van jonge liedjeskunstenaars. Sindsdien prediken zij het Amerikaanse songelan. Ok, Smith werd nog nadrukkelijk op de hielen gezeten door de Beatles; hogepriesters van de Britse muziekcanon. Bij de opvolgers van Smith vertoont de herwaardering van Amerikaanse culturele waarden, ofwel het aanscherpen en oppoetsen van de Amerikaanse popsong, gelijke tred met de schaamte over de buitenlandpolitiek van de regering Bush en de achteruit hollende economie. Inspiratie alom voor prachtige popmuziek. Sufjan Stevens archiveert sinds enkele jaren de Amerikaanse geografie en geschiedenis met repeterende pianoklanken en epische lyriek; de wereldwijd gelauwerde Fleet Foxes laten horen hoe een stamppot van folk en Beach Boys klinkt. En ook de in Californië geboren Patrick Watson ontdekt de finesse van de Amerikaanse popsong, al werd zijn album Close To Paradise geboren in buurland Canada.

Ik bedoel maar.

camphorJe kunt met gemak een brug slaan tussen heden en verleden, tussen de folkopnamen uit de vorige eeuw naar Stevens, Fleet Foxes en Watson. Pas dan kom je uit op de drie meesterwerken van 2008:
Timesbold – Ill Seen Ill Sung
Camphor – Drawn To Dust
Department Of Eagles – In Ear Park
Waar ik dus wakker van heb gelegen. Wakker na een droomtocht in door mist omhulde wolken. Daarin hoorde ik van alles: van een potten- en panneneuforie tot en met een zaag die zingt. “It’s just a hollow… halo” bezingt Timesbold haar bewolkte pioniersdrang. Juist op dat moment vangen ze de luisteraar in een aanzwellend sierlijke buiging van melodie en mysterie. Het mooiste en meest spookachtige muziekmoment van 2008. Department Of Eagles, Camphor en Timesbold (in de twee laatste bands spelen trouwens dezelfde muzikanten); ze voegen authentieke, tijdloze schetsen toe aan het grote Amerikaanse songboek. We gaan nog van ze horen.

“There something missing when I don’t hear music, and when I do, then there’s really something missing” – Robert Walser (evenals bovenvermelde citaat afkomstig van de Timesbold cd).

One thought on “HET SPOOK VAN DE AMERIKAANSE SONG

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s