INTERVIEW MET KUNSTENAAR JOHN TWEDDLE

Kentucky John Tweddle kon zijn tranen nauwelijks bedwingen toen hij zijn eigen zaal van het Bonnefantenmuseum betrad. Na ruim veertig jaar stond hij opeens weer oog in oog met zijn eigen schilderijen. Werken die sinds de jaren zestig in het bezit zijn van verzamelaars en galerieën en waar Tweddle nooit meer naar had omgekeken. De exuberant ingekleurde doeken, groots in afmeting en draagwijdte, behoren ongetwijfeld tot de hoogtepunten van de Exile On Main St. tentoonstelling, momenteel te zien in Maastricht.

tweddle-exile3
John Tweddle (Maastricht 2009, foto: Phil van der Linden)

John Tweddle. Bohémiencowboy uit Santa Fe. Cultfiguur der Amerikaanse schilderkunst. Zoals het een kunstenaar betaamt kan hem ook deze status gestolen worden. Aan de zogenaamde kunstscene heeft Tweddle (1938) hoegenaamd geen enkele boodschap; begin jaren zeventig keerde hij het wereldje voorgoed de rug toe, maar mede dankzij de inspanningen van Robert Scull is Tweddle’s ster de laatste jaren rijzende. De verzamelaar uit New York ging ogenblikkelijk over tot de aankoop van honderden doeken na het zien van Tweddle’s schildertalent. Zelf herkende de kunstenaar zijn aanleg toen hij op jonge leeftijd begon met tekenen. Tweddle: “Ik herinner me toen ik acht, negen jaar was ik me per se beeldend wilde uitdrukken. Dus probeerde ik strips te tekenen. Maar ik vond dat ik geen talent had en dat mijn broer beter kon tekenen. Jaren later zei mijn broer tegen me dat hij altijd als mij wilde tekenen omdat ik zo losjes was en levendig, terwijl hij meer gedetailleerd tekende.”

Vrijdag 13 februari 2009, Bonnefantenmuseum, Maastricht. Grappend en grollend, verbaal ad rem en met zichtbaar plezier amuseert de zeventigplusser zich met zijn deelname aan de tentoonstelling. Hij voelt zich duidelijk in zijn nopjes in het bijzijn van medetegendraadse kunstmakkers als Peter Saul en Steve Gianakos. Een verblijf in de plaatselijke kroeg beëindigt Tweddle doodleuk rond half vijf ’s ochtends. Tijdens de officiële opening een dag later laat hij zich fris en monter uitgebreid fotograferen. Er wordt flink geflirt met de fotografe – uiteraard! En meneer is niet verlegen om een statement: “Art is a fart in the dark”!

art-opening-1993

Kentucky John, de bijnaam waar hij werken mee ondertekent, refererend aan zijn geboortestaat, maakt tekeningen, schilderijen en installaties. Gevoelskunst. Maf, grotesk en excentriek zijn ze. Markant en eigenzinnig ook. Voor Tweddle is het een kwestie van emotie, van inleving: zíjn innerlijke emotie welteverstaan, zíjn intuïtie. Stellig: “Wanneer ik werk doe ik dit op gevoel, vaak weet ik niet waar ik aan begin of hoe het eindigt. Ik begin gewoon en denk er niet teveel bij na. Wel laat ik me inspireren door mensen en dingen om me heen, door muziek, door mensen zoals jou.” Op Tweddle’s canvassen razen verschillende figuurtjes en patronen in een bijna psychedelische totaalervaring van lijnen en kleuren. Tweddle nuanceert dit: “Dat psychedelische en mijn fascinatie voor licht, kleur en beelden is voor mij heel normaal hoor. Niet dat ik er teveel over nadenk. Kleurgebruik geeft me de mogelijkheid er flink mee te klooien. In de jaren zestig en zeventig vroegen mensen me of ik LSD gebruikte maar ik wist niet eens waar ze het over hadden. In 1973 heb ik toen eens LSD uitgeprobeerd. Volstrekt belachelijk. Chaos. Het had op mij een slechte uitwerking. Ik kon er niet eens meer goed door functioneren.”

seated-woman-artist-detail-2006

Met contexten en zendingsdrang heeft Tweddle ondanks het veelvuldig gebruik van dollartekens en andere symboliek weinig op. Dat we hier vooral niet te veel achter zoeken. “Ik weet zelf niet eens wat het allemaal betekent. Ik probeer hier ook niet achter te komen. Hoe prijs je het onschatbare? Hoe begrijp je het onbegrijpelijke? Ik probeer slechts het onuitdrukkelijke uit te drukken”. Wanneer we voor een van zijn schilderijen staan vraag ik hoe hij te werk gaat. “Ach, dat ligt eraan. Tijdens de opening van een galerie heb ik een keer een groot stuk uit mijn doek gesneden en ben achter het uitgesneden gedeelte gaan staan, ha ha. Weet je, ik heb zo’n grote variatie aan beelden in mijn hoofd en gedachten, beelden die nog geboren moeten worden. Het leven biedt zoveel mogelijkheden en inspiratie, ik haal daar zoveel uit. Het is geweldig om mens te zijn, om te leven. Ik laat me door alles inspireren. Wat een wonderbaarlijk wonder een levende creatuur te mogen zijn en muziek, foto’s, machines te creëren en oneindige gedachten er op na te houden. Zo lang ik leef zal ik geïnspireerde visuele gedichten maken”.

Exile On Main St. [tentoonstelling, Bonnefantenmuseum, Maastricht. Met Richard Artschwager, William Copley, Steve Gianakos, Al Jensen, Peter Saul, John Tweddle, John Wesley, H.C. Westermann en Joe Zucker, 2009)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s