LIVE FOREVER: ELIZABETH PEYTON INTERVIEW BONNEFANTENMUSEUM

Grappig. Ze is van 1965 maar ze heeft de stem van een meisje van vijftien. Voorafgaand aan de opening van de unieke overzichtstentoonstelling in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, wandel ik met Elizabeth Peyton langs haar figuratieve miniatuuriconen. Uniek omdat Peytons snel in waarde stijgende schilderijen worden opgekocht door gerenommeerde kunstverzamelaars en museums. Ga er gerust vanuit dat de meeste werken voortaan nog maar zelden te zien zullen zijn. Verspreid over verschillende ruimtes toont het museum zo’n negentig olieverfportretjes die er uitzien als fotografische stillevens. Omdat de paneeltjes een bescheiden omvang hebben, ze meten hooguit 35 bij 25 cm, moet je er nadrukkelijk naar toe lopen om ze goed te bekijken. De kleuren glimmen, de penseelstreken zijn haast tastbaar.

Over de door haar geschilderde personages wil Peyton het beslist niet hebben. “Het is frustrerend als mensen er op die manier over praten, zeker wanneer er zoveel andere dingen te zien zijn. Ik kan de reactie van de mensen niet sturen, maar ik hoop wel dat er ergens een ontmoeting plaatsvindt tussen hoe ik tegen mijn werk aankijk en de mening van de toeschouwer. Ik kan alleen maar zeggen dat alle werken me erg dierbaar zijn”. De schilderijen van Elizabeth Peyton zijn direct en eenvoudig, simpel zelfs. Veel van de afgebeelde figuren lijken inwisselbaar: dezelfde felrode lippen, de dromerige oogopslag. Of het nou Kurt Cobain is, John Lennon of Liam Gallager van Oasis. De wijze waarop Peyton ze schildert is inwisselbaar en op den duur een beetje voorspelbaar. Hoe langer je ernaar kijkt des te uitdrukkingslozer ze worden; beelden zonder verdieping en betekenis. Anderzijds: de gelaatsuitdrukking van überjunkie Pete Doherty is devoot en engelachtig. Behalve de popiconen zijn er portretten van modeontwerper Marc Jacobs, Frida Kahlo en kunstenaar Jake Chapman. Nogal wat schilderijen ontleende Peyton aan foto’s uit tijdschriften. Hierdoor ogen de poses in eerste instantie wat ongebruikelijk, feitelijk zijn ze niet erg bijzonder. Maar wanneer je door de klapdeuren de eerste zaal betreedt zie je recht voor je wellicht het meest geslaagde werk. Met zijn donkerbruine tint en stilering oogt de liefkozing uit de film The Age Of Innocence mooi archaisch.

Hotel, 1966 (John Lennon)
Hotel, 1966 (John Lennon)

Door te kiezen voor personen uit de wereld van muziek, kunst en literatuur refereert Peyton aan de in onbruik geraakt portretschilderkunst. In de tentoonstellingscatalogus wordt haar werk vergeleken met dat van Andy Warhol, zelf zegt ze te zijn beïnvloed door de fotografische schilderkunst van David Hockney. In plaats van te spreken over Kurt Cobain of een van de andere popmuzikanten zinspeelt ze op de intieme beleving en ontvankelijkheid bij de toeschouwer. Peyton: “Mij gaat het er om hoe mensen vanbinnen zijn. Wat ze voelen. Dat wil ik uitdrukken met mijn werk. Het is belangrijk als ik de mensen die ik schilder ken en met ze optrek. Het helpt me bij het maken van een schilderij. Ik kan ze zo beter begrijpen zonder dat het meteen visueel wordt. Als je voor een schilderij staat kun je misschien niet altijd zeggen wat je voelt en hoe je je gevoel moet omschrijven. Dat gevoel zal voor iedereen anders zijn. Niet alle mensen zijn in staat hun gevoelens en gedachten uit te drukken. Daar gaan mijn schilderijen over, ook al zijn ze figuratief. Ik kan mijn werk niet voor andere mensen uitleggen en wat ze er bij moeten voelen.”

Live Forever: Elizabeth Peyton, Bonnefantenmuseum Maastricht, tot  21  maart 2010.

http://www.bonnefanten.nl/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s