NICO DIJKSHOORN – DIJKSHOORN BOEK RECENSIE

Martin Bril zit aan een tafeltje in de hoek van een café, observeert wat er om hem heen gebeurt, wikt en weegt en besluit tot het bieden van troost. Bril aanschouwt de hel van buitenaf. Zoniet Nico Dijkshoorn. Hij creëert de hel om er vervolgens van binnenuit over te schrijven, zij het met een knipoog. Op het moment dat Bril zijn pen neerlegt gaat Nico Dijkshoorn door. In de verhalen die hij de afgelopen tien jaar schreef, lijken de onderwerpen op een grappige manier met elkaar in tegenspraak. Ze gaan over de idiotie van het gewone en de logica van het ongewone. Maar ook over alledaagse dingen als eten en ongekende diersoorten, over de ontroering en de waanzin zeg maar.

Nico Dijkshoorn, Amsterdam 2009 (foto: Titia Hahne)

Of hij nou gaat eten bij de chinees, op vakantie is in Oostenrijk, meedoet tijdens een middagje Tractor Pulling, of beesten staat uit te lachen in Artis, Dijkshoorn blijft in de buurt van zichzelf. Misschien gaat hij stiekem helemaal niet op zoek naar de couleur locale van de onderbuik van de samenleving, en verzint hij zijn verhalen van a tot z thuis vanachter zijn computer. Hoe dan ook. De situaties en gebeurtenissen waarin hij verzeild raakt lopen door toedoen van zijn bemoeizuchtige zelf steevast op hilarische wijze uit de hand.

Dat uit de hand lopen is bijna levensecht. Dijkshoorn is een meester in het gebruik van de overdrijving als absurdistische stijlvorm, waarmee hij het tragikomische van de omstandigheden benadrukt. Dijkshoorn heeft het schrijven in de vingers. In zijn woordkeuze is hij vastberaden in het weglaten van versieringen en al teveel uitleg. Juist hierdoor krijgt zijn tekst een bijzonder aangename cadans. Het woordje ‘die’ wordt zo veel mogelijk keihard genegeerd, behalve dan in een stukje over culinair recenseren.

Op zijn best is Dijkshoorn wanneer hij wordt overmand door momenten van ontroering en zelfrelativering. Ronduit meeslepend is dan het verhaal over de in de knop gebroken voetbalcarrière van zoon Bob bij AZ. Ten voeten uit typeert hij ongegeneerd zichzelf temidden van het jonge grut op Lowlands: “Daar sta ik, een te dikke man van negenenveertig jaar, in een broek die niemand meer wil dragen.”

Nico Dijkshoorn – Dijkshoorn (boek, Nieuw Amsterdam 2010)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s