Interview met The White Stripes in 2000

Jarenlang was ik in het bezit van het privénummer van Jack White. Je kunt het je nauwelijks voorstellen maar er was een tijd dat je de voormalige zanger van The White Stripes gewoon thuis kon opbellen voor een interview. Hij woonde toentertijd in Detroit. Zijn nummer kreeg ik van de zich Long Gone John noemende eigenaar van de platenmaatschappij van The White Stripes. Ik was gewend om met grote regelmaat platen te kopen van het label Sympathy For The Record Industry, waaronder garagebandjes uit Detroit. Bandjes met Mick Collins waren altijd goed: The Gories, The Dirtbombs, Blacktop. En vervolgens kwam dus dat debuut van Jack en Meg White. Aardig, best ok, niet wereldschokkend waren mijn eerste bevindingen.  Vervolgens refereerden ze met de tweede plaat aan de Nederlandse kunststroming De Stijl. Hmmm, bandje uit Detroit en De Stijl. Daar moest meer achter zitten. Kopen die plaat, zwaar onder de indruk, en gezien de link met Nederland waarom niet eens bellen voor een interview.

White verzorgde in die tijd zelf de publiciteitsfoto’s. Enkele weken na het interview stuurde hij me een stapeltje op met begeleidend briefje. Kleurenfoto’s had hij op dat moment nog niet. Wel verkondigde hij in het interview reeds de mare over dat Meg zijn zus was. Ook ik trapte daar toen in. Hieronder het volledige interview zoals gepubliceerd in muziekblad Heaven. Ik ben de eerste om toe te geven dat het artikel misschien niet zo sterk is achteraf, maar toch curieus genoeg om het hier nog eens te plaatsen. Bedenk dat The White Stripes op het moment van het interview (30 juli 2000) nog volstrekt onbekend waren.

‘Toen we opgroeiden hebben mijn zusje en ik nooit samen muziek gemaakt. Dat kwam pas later toen we The Gories voor het eerst hoorden.’ Jack en Meg White uit Detroit hebben als zovelen vòòr hen de countryblues ontdekt. The White Stripes zijn minder luidruchtig dan hun grote voorbeeld The Gories; de melodieus ingepakte songs zijn eerder aan de sombere kant. En er is meer dat opvalt aan The White Stripes: de van felle hoeskleuren voorziene platen gaan vergezeld van filosofische statements over leven en kunst. The White Stripes, een Amerikaans duo en zijn voorliefde voor blues en een Nederlandse kunststroming.

Echter, The White Stripes zijn beslist geen kunstacademie-band. Jack White meldt, niet zonder trots, dat hij ternauwernood de middelbare school heeft afgemaakt. The White Stripes spelen niet alleen eigen werk, maar ook minder bekende songs van Robert Johnson, Son House en Blind Willie McTell. De twee platen die de groep tot nu toe maakte, zijn oprechte eerbewijzen aan diezelfde blueslegendes. Het nieuwe album De Stijl is bovendien opgedragen aan de Nederlandse ontwerper Gerrit Rietveld. Jack White kent zijn klassiekers, waartoe volgens eigen zeggen ook Captain Beefheart en Bob Dylan behoren.

Maar The White Stripes moeten het vooral hebben van een even eigenzinnige als simpele benadering van countryblues, gekreukelde garage-stompers en liedjes die lekker onbevangen en aanstekelijk zijn. Terwijl Meg White er driftig op los roffelt, trekt broerlief de aandacht met zijn huilerige stem en dwingende manier van gitaar spelen. Het herinterpreteren van vooroorlogse (country)-blues is echter ook een weg vol hindernissen voor het jonge tweetal. Toch voelt Jack zich aangesproken door de authentieke rauwheid van de blues.
‘Wat mij in blues aantrekt is dat het echt is, realistisch en ongepolijst. Dat ongepolijste is pure schoonheid. Ik hou van de blues uit de jaren twintig en dertig, de Mississippi Delta-blues en countryblues. Maar ja, wie kent dat nog? Tegenwoordig luistert er in Amerika niemand meer naar. Zelfs in het zuiden luisteren ze liever naar rap. Gelukkig is er nog het Fat Possum-label. De platen die op dat label uitkomen zijn echt te gek. Ken je The Soledad Brothers? Dat is een band uit Toledo, Ohio. Met hun zanger Johnny Walker ga ik een plaat voor het Fat Possum-label opnemen.’ (Jack White produceerde onlangs het op het Estrus-label verschenen debuutalbum van de Soledad Brothers).

‘Ik ben niet zo dol op de elektrische blues van Buddy Guy of Eric Clapton. Wij spelen natuurlijk wel elektrisch versterkte blues, maar alleen om een praktische reden. Op het podium vind ik het lastig om met een akoestische gitaar die rauwe sound te krijgen. Het is voor mij makkelijker elektrische gitaar te spelen om er zo een ruwe klank aan te geven.’

Naast het in leven houden van Amerikaans cultuurgoed, tonen The White Stripes zich ook van een andere kant. Op de De Stijl staan zomaar opeens het in mineur gedrenkte Sister Do You Know My Name en My Boy’s Best Friend; een van de ontroerendste liedjes over eenzaamheid, die ik de laatste jaren heb gehoord.
White: ‘Toen ik nog klein was fantaseerde ik over een hecht clubje vrienden. Hoe ik met ze rond hing en de bergen in trok om er ellenlange gesprekken te voeren. In het echte leven gebeurt dit natuurlijk niet meer zo snel. Iedereen heeft wel wat anders te doen. Daar gaat dit nummer over. Over het terugverlangen naar bepaalde gevoelens van vroeger.’

Jack White weet wat hij met zijn band en muziek wil. Ondanks het ontbreken van specifieke studieboeken, is hij een groot liefhebber van het experiment in de kunst. Met name de beeldende kunst uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, de tijd dat zijn blueshelden nog springlevend waren, spreekt hem aan. Tussen de abstracte experimentele kunst en de eenvoud van de blues, ziet White zelfs overeenkomsten.

De titel van de tweede lp De Stijl is dus niet uit de lucht komen vallen.
‘De Stijl is mijn favoriete kunstbeweging omdat ik me voel aangesproken door hun ideeën en werken. Ook wij hebben iets met de kleuren rood en wit en onze muziek houden we ook zo simpel mogelijk. Ik wil niet dat de mensen denken dat wij De Stijl gebruiken als gimmick, omdat het zo cool uit ziet om op de hoes te zetten. Voor mij zit er meer achter. De kunstenaars van De Stijl maakten zulke eenvoudige kunst, dat ze zich op zeker moment moeten hebben afgevraagd hoe ze nu verder moesten. Ga je op een andere weg door of stop je ermee. Ik vraag me af hoe ver wij kunnen gaan met onze muziek, juist omdat ook onze songs zo eenvoudig zijn. Ik zal mij ooit moeten afvragen of ik er iets aan wil veranderen, ermee wil doorgaan of dat het beter is om te stoppen.’

DE STIJL
Aan het begin van de vorige eeuw besloot een groep Nederlandse architecten, ontwerpers en kunstenaars samen te werken onder de verzamelnaam De Stijl. De werken van De Stijl waren sterk geometrisch van vorm, veelal gegoten in zwart, wit en grijze tinten met als hoofdkleuren rood, geel en blauw. In eerste instantie vertoonde De Stijl gelijkenis met de Duitse Bauhaus-groep. De Duitsers vonden dat kunstwerken in de eerste plaats functioneel, goedkoop en mooi moest zijn, maar bij De Stijl werd kunst gemaakt volgens een strakke en esthetische vormgeving. Uitgangspunt was om bekende voorwerpen te reduceren tot abstracte vormen en kleuren. Het beroemdste werk van De Stijl is de stoel “Rood en Blauw” uit 1918 van ontwerper Gerrit Rietveld.

(Eerder gepubliceerd in Heaven 6, nov./dec. 2000)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s