De sample als spiegel. Het gebruik van samples in (pop)muziek.

cut-up

Blijkt de uitvinding van de dekselse cd toch nog ergens goed voor. Duizenden lp-uitgaven die door platenmaatschappijen niet meer werden bijgeperst en waarvan de opnamebanden vaak decennia lang stof vergaarden, zijn de afgelopen decennia per cd alsnog aan de vergetelheid onttrokken. Het gevolg is een hausse aan unieke herontdekkingen. Raymond Scott, André Popp, Silver Apples, Martin Denny, Les Baxter en Tony Conrad, nog niet zo heel lang geleden namen waar amper een mens van had gehoord, kregen alsnog hun stekje in de muziekgeschiedschrijving.

Tegelijkertijd heeft het schatgraven ook een ruime interesse voor verschillende soorten muziek en onverwache muzikale kruisbestuivingen aangewakkerd: van avantgarde-elektronica tot exotica, van krautrock tot freejazz en van psychedelische kolder tot serieuze musique concrète. Een tweede en vrij logisch gevolg van cd-heruitgaven, is de verbeten speurtocht van liefhebbers op platenbeurzen en tweedehandswinkeltjes, op zoek naar de originele vinylreleases, of naar die ene nog steeds niet op cd verschenen lp. De notoire vinyljunk Jack Dangers is er snel bij. Tijdens zijn verblijf in San Francisco koopt hij enkele duizenden lp’s voor een grijpstuiver om deze later in gesamplede vorm op de cd’s van zijn eigen groep Meat Beat Manifesto te laten terugkeren, zoals op het verpletterende debuut uit 1989, Storm The Studio. Met de titel refereert Dangers aan een tekstfragment uit William Burroughs’ Nova Express. Tegenwoordig is het gebruik van samples in de popmuziek gemeengoed en zelfs uitgegroeid tot een geaccepteerde vorm van componeren. De voorloper van de sample is de zogenaamde cut-up, in de jaren vijftig veelvuldig toegepast in de werken van de uitvinders ervan, William Burroughs en Brion Gysin.

wb
William Burroughs

MINUTES TO GO
In de zomer van 1959 knipt schilder-schrijver Brion Gysin op advies van zijn vriend Ian Sommerville, nieuwsberichten uit de krant en verlegt ze volgens het toevalsprincipe in een andere volgorde. Minutes To Go noemt Gysin deze eerste cut-up. Later experimenteert hij met tapes die hij op dezelfde manier bewerkt. Het is echter schrijver William S. Burroughs, die vervolgens het basisprincipe van de cut-up doorontwikkelt en veelvuldig gebruikt in zijn boeken en zelfgemaakte bandopnamen. Het maken van een cut-up is vrij simpel volgens hem: “Neem een bladzijde uit een krant, snij vanaf de bovenkant de bladzijde doormidden en daarna nog eens vanaf de zijkant, zodat je vier delen krijgt. Leg vervolgens deel 1 tegen deel 4 en deel 2 tegen 3. Zo krijg je een hele nieuwe pagina.”

“Het uitsnijden van politieke uitspraken is een interessante oefening. Je komt tot de ontdekking dat de betekenis van woorden met een beetje geluk verandert. Cut-ups bestaan soms uit gecodeerde boodschappen, die gepaard gaan met een voor de maker bijzondere betekenis en soms zelfs een vooruitziende blik. Snijden en re-arrangeren van een bladzijde voegen een andere betekenis toe aan het geschreven woord. Ze geven de schrijver de mogelijkheid om beelden te creëren. Geluk en toeval spelen bij de totstandkoming van een cut-up gelijkwaardige rollen.”

CUT-UPS IN ANDERE KUNSTVORMEN
Sinds de introductie van de sampler begin jaren tachtig, is het maken van muzikale cut-ups een eenvoudig klusje. Zeker in vergelijking met de jaren twintig van de vorige eeuw toen er simpel knip- en plakwerk aan te pas moest komen. Onder het motto “Gedichten zijn er voor iedereen”, provoceert de dadaïst Tristan Tzara zijn toehoorders door tevoren opgeschreven woorden in een hoed te stoppen, deze er in willekeurige volgorde uit te halen en voor te dragen. De componisten John Cage, Karlheinz Stockhausen, Pierre Schaeffer en Pierre Henry gaan op een soortgelijke wijze te werk.

Zij laten zogenaamde ‘loops’ door middel van tapes in diverse snelheden afspelen en maken opnamen van omgevingsgeluiden die eveneens een knip- en plakbehandeling krijgen. Ook al slaan ze later minder experimentele wegen in, hun invloed op de meer avontuurlijke popmuziek is tot op de dag van vandaag op veel platen aanwezig. Maar het zijn de zelfverklaarde uitbaters van de tegencultuur, William Burroughs en Brion Gysin, die de cut-up of fold-in techniek tot in de finesses uitwerken. Achterliggende bedoeling: het veroorzaken van onverwachte confrontaties binnen een vertrouwde omgeving.

Burroughs: “Een van de uitgangspunten van kunst is om mensen bewust te maken van wat ze weten, maar niet weten dàt ze het weten.” Burroughs erkent dat zijn cut-ups niet per se uniek zijn en verwijst in interviews naar de schilder- en fotokunst van de jaren twintig, toen het gebruik van collages, zeg maar het samplen avant la lettre, in zwang raakte. Burroughs gaat zelfs verder dan het putten uit bestaande teksten. Voor het schrijven van The Naked Lunch, smeedt hij subliteraire tekstsoorten aaneen: sciencefiction, journalistiek, detectives, filmscripts, strips, televisie, radio en porno. Aldoende creëert Burroughs een nieuw literair amalgaam.

Dan zijn er nog tal van andere mogelijkheden, waaronder de fotomontages van André Breton en Raoul Haussmann, de experimentele poëzie van Tristan Tzara, de collages van gevonden voorwerpen van Kurt Schwitters en Marcel Duchamp; voor elke kunstenaar dé manier om verwarring en onrust te zaaien.

BGWB
William Burroughs en Brion Gysin

MUSIC TO GO
In de experimentele en later ook popmuziek dienen technieken als looping, overdubbing en bandmanipulatie hetzelfde doel als Burroughs’ papier- en tape-cutups. Medio jaren zeventig wordt in de popmuziek de weg bereid door groepen als Kraftwerk, Faust, Cabaret Voltaire, Throbbing Gristle, The Residents en bands afkomstig uit het beeldend kunstenaarscollectief rond de Los Angeles Free Music Society, waaronder Airway, Le Forte Four en Doo-Dooettes. Zij krijgen op hun beurt navolging van al dan niet zelfbenoemde erfgenamen Nurse With Wound, Hafler Trio, Zoviet France, This Heat, Coil en Foetus. Ook bij hen is de achterliggende gedachte van de cut-up bekend. Muziek en hoesontwerp gaan hand in hand om een ander bewustwordingsproces bij de luisteraar te bewerkstelligen. Met vervormde stemmen en abstracte klankwaaiers, gekoppeld aan fragmenten uit diverse media, probeert men vaststaande denkbeelden, normen en principes te ondermijnen. Ironie, satire en het veroorzaken van paranoia, zijn andere “werktuigen” waarmee men het bewustzijn van de luisteraar uitdaagt.

DE ERFGENAMEN
De meer eigentijdse variant hierop is de sampler, hèt middel om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. De sampler is een zogenaamde “digitale bandrecorder”, waarmee je analoge geluiden kunt omzetten in digitale. Deze digitale geluiden kun je opslaan en met een toetsenbord weer oproepen of reproduceren. De sampler is intussen zo makkelijk in het gebruik en goedkoop in aanschaf dat van de bespeler nauwelijks enige compositiekennis of technische bagage is vereist. Bepalend zijn vooral de keuzes die gemaakt worden bij het maken van sample-collages en de manier waarop je deze keuzes toepast. Door persoonlijke maatstaven onderscheidt de ware cut-up erfgenaam zich van acts die samples gebruiken puur om de eigen artistieke intensiteit op te schroeven (Beastie Boys), of de sample te laten dienen als liedjesopfleurende gimmick (Beck). Veel hiphop- en rapgroepen gebruiken met behulp van samples het preken voor eigen parochie; men is er niet specifiek op gericht om in experimentele zin of volgens de Burroughs-methode, chaos te scheppen.

nww-bacteria-lp
hoesontwerp album Nurse With Wound

NURSE WITH WOUND
Steven Stapleton omschrijft zijn alter ego Nurse With Wound als zijnde surrealistisch en vervreemdend. Vaak laat hij een geluidscollage de vrije loop, aangewakkerd door effectapparatuur en tape-loops. Daarnaast werkt hij met akoestische of gewone instrumenten die op een ongewone manier worden opgenomen en gerangschikt. Platen van Nurse With Wound zijn altijd verrassend, uitdagend, provocerend en zitten soms vol met samples.

CHRISTIAN MARCLAY
De in 1955 in Zwitserland geboren Marclay maakt muziek met behulp van geprepareerde draaitafels en platen. Zijn klankcollages zijn een even hilarische als verbazingwekkende interpretatie van de muziekgeschiedenis. Record Without A Cover (Recycled Records 1985) is een hoesloze plaat waarop de ontstane beschadigingen een telkens veranderende “compositie” creëert. Op More Encores (Recommended 1997) zijn stukjes uit het oeuvre van John Cage, Johann Strauss, Maria Callas en Jimi Hendrix als het ware doormidden gesneden en tot een absurdistisch geheel aan elkaar geplakt.

DJ SPOOKY
Draaitafelmagiër DJ Spooky, het nom de plus van de postmoderne filosoof en essayist Paul D. Miller, beschouwt zijn werkwijze als statement. Mede geïnspireerd door de Grote Denkers Marshall MacLuhan en Gilles Deleuze, neemt hij stelling tegen een volgens hem totalitaire mediastaat en de multinationals die de consument hun producten opdringen. Voor Miller is sampling geen gewone cultuuruiting, maar een cultuurkarakteristieke houding waarmee je dingen aan de kaak kunt stellen. Aldus ontstaat “ziekelijke ambient” (illbient). Hiermee haakt DJ Spooky in op de thematiek van Burroughs’ futuristische klassieker Nova Express, dat aankondigt hoe economische machten en computers de wereld zullen beheersen. DJ Spooky: “Steden veroorzaken claustrofobie. We zijn nu in het elektronische, postindustriële tijdperk, maar in de industriesteden voel je je niet lekker. In sciencefiction gebruiken ze de toekomst om over het heden te schrijven en projecteren ze de huidige toestand in wat het zou kunnen worden. Met het mixen van geluiden doe je precies hetzelfde. De vervormde muziekfragmenten laten horen hoe het ook anders kan. In mijn mixes probeer ik de spanning tussen echt en onecht te bewaren als kernelement.”

DJ Spooky noemt zich ‘that subliminal kid’, naar een van de personages uit Nova Express. Dit personage maakt opnamen van omgevingsgeluiden en brengt ze in verknipte staat ten gehore in openbare gelegenheden. Voornaamste cd’s: Songs Of A Dead Dreamer (Asphodel 1996) en de compilatie Incursions In Illbient (Asphodel 1996).

NEGATIVLAND/JOHN OSWALD
Negativland en John Oswald zijn enkele van de interessantste muziekplunderaars die met gemanipuleerde tape-collages en samples een symbiose creëren tussen absurdisme en media- en maatschappijkritiek. Dat daar niet iedereen van gediend is, blijkt wanneer Negativland en Oswald vrijelijk sampelen uit het werk van respectievelijk U2 en Michael Jackson. De auteursrechtenorganisaties van de “geplunderde” artiesten dwingen via gerechtelijke procedures, Negativland en Oswald tot vernietiging en verdere verspreiding van de gewraakte albums.

Volgens Burroughs is een juridische strijd om samples onzin: “Zoals Brion Gysin zich destijds al afvroeg: ‘Wie bezit woorden?’ Ik denk dat het onvermijdelijke gevolg van cut-ups is, dat je elk woord kunt gebruiken. Men zegt weleens dat iedereen het kan. Dat is natuurlijk niet zo. Als twee mensen hetzelfde materiaal verknippen, zal het eindresultaat verschillend zijn. Er is ook nog zoiets als het bepalen van keuzes bij het maken van cut-ups.”

Belangrijke conclusie die je uit het gebruik van samples kunt trekken, is dat mensen intensiever met muziek bezig zijn. Het experiment met samples is intussen volledig geaccepteerd, verheven tot stijlmiddel en kunstvorm, of op zijn best een sublimatie van persoonlijke gevoelens, als reactie tegen het wanordelijke van de (westerse) samenleving. William Burroughs laat het ontstaan van de cut-up vergezeld gaan van de volgende handleiding: “Gebruik je zelfdiscipline om het uiterste te bereiken en houdt hierbij bewust rekening met wat je wel en niet weet. Gebruik dit alles in je eigen voordeel.”

Geraadpleegd:
Boeken:
– William S. Burroughs/Brion Gysin/Throbbing Gristle – V. Vale & A. Juno (Re/Search 1982)
– Tape Delay – Charles Neal (SAF Publishing 1987)
– Plunderphonics, Pataphysics & Pop Mechanics – Andrew Jones (SAF Publishing 1995)
Artikelen/interviews:
– Rolling Stone 512, 5 november 1987
– Popwatch Nr. 8, 1997
– Testcard Nr. 3/Sound, november 1996
Video’s:
– Commissioner Of Sewers – Klaus Maeck (Maeck & VAP 1991)
– Thee Films 1950’s-1960’s – Anthony Balch (TOPTV)
Documentaires:
– Techno: Space And Flow In The Radical Frame, VPRO, 26 februari 1996
– Ziggurat, BRT, 10 maart 1997
– Electronic Jam, ZDF, 23 maart 1997
Albums:
William Burroughs
– Break Through In Grey Room (Sub Rosa 1984)
– Call Me Burroughs (ESP 1965/Rhino 1995)
Brion Gysin
– Poems Of Poems lp (Alga Marghen 1997)

Dit artikel verscheen eerder in telkens gewijzigde vorm in:
– THD nr. 3, 1997
http://www.vpro.nl, 1998
– Opscene nr. 65, 1998

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s