DON VAN VLIET ALIAS CAPTAIN BEEFHEART OVERLEDEN 1941-2010 ‘THE PAST SURE IS TENSE’

Don van Vliet (Captain Beefheart) 1982 (foto: Neil Preston)

Onlangs besloot ik de beroemde zwartwitfoto die Anton Corbijn van Captain Beefheart maakte, weer eens tevoorschijn te halen. Had ‘m al een tijd niet meer gezien. De grootformaat beeld zat verstopt in een lijst met posters. Een van mijn muzikale helden pronkt sindsdien weer ingelijst in mijn woonkamer. Eigenlijk toonde Corbijn met die foto uit 1980 voor het eerst wie er daadwerkelijk schuilging achter de excentriekeling Captain Beefheart: de mens Don van Vliet.

Een van de genieën van de popmuziek is niet meer. Overleden aan zoiets menselijks als de spierziekte multiple sclerose, op de leeftijd van 69. Held. Fenomeen. Schilder. Stem van schuurpapier. Don Glen Vliet was de naam die zijn ouders hem gaven, muziekliefhebbers kenden hem vooral als naamgever en leider van Captain Beefheart & his Magic Band. Dat er van deze band twaalf albums verschenen mag gerust een klein wonder heten gezien het excentrieke gedrag van Beefheart en de daaruit voortkomende personele strubbelingen. Zelfs ’s mans vaagste aanwijzingen wist de Magic Band te transformeren tot onnavolgbare muzieknoten en akkoordenschema’s. Aanwijzingen die vaak niet meer inhielden dan cryptische woordspelingen, flarden pianoklanken, of het geluid van een rollende asbak.

Halverwege de jaren zestig maken Captain Beefheart & the Magic Band, het plaatsje Lancaster in Californië onveilig met ruige versies van Rolling Stonesnummers. Pas met de opmerkelijke Bo Diddleycover Diddy Wah Diddy trekken ze de aandacht van platenmaatschappij A&M. De songs die de groep vervolgens aanlevert voor een eerste lp vallen bij de platenbazen niet in goede aarde. Ze vinden de muziek “te negatief”.

Ondanks het typische jaren zestig geluid is Safe As Milk zo’n plaat waar de tijd nooit vat op heeft gekregen. Ry Cooders gespierde gitaarriffs zijn een speerpunt voor elementaire rock & roll en rhythm & blues; recht vooruit, opzwepend en doortastend. Beefhearts Howlin’ Wolfherinterpretatie is dan al in schroeiende omvang aanwezig, evenals zijn typerende werkwijze waarin toeval, intuïtie en improvisatie om voorrang strijden.

Electricity is een van de opmerkelijkste tracks van de plaat. Beefhearts klagende verlenging van het titelwoord en het onheilspellende geluid van de theremin (een klankkast waaruit muziek wordt voortgebracht door met handbewegingen langs een soort antenne te bewegen), zorgen dat je het nummer na een keer horen niet snel meer vergeet.

Don van Vliet – Feather Times A Feather 1987 (162×131 cm)

Gestoken in de gangsterkostuums van de hoesfoto maakt de groep zich op voor een concert op het Monterey Popfestival. Tijdens de rit krijgt Beefheart het te kwaad: van pure zenuwen breekt hem het angstzweet uit. Cooder probeert hem nog op zijn gemak te stellen met de opmerking dat het een aanval van hyperventilatie is. De geruststelling is echter van korte duur. Eenmaal op het podium blijft Beefheart midden in de krijsende uithalen van Electricity stokstijf staan. Hulpeloos kijkt hij om zich heen, draait zich om en loopt van het podium. “Vanaf dat moment zouden we altijd een avant-gardeband zijn zonder ooit een cent te verdienen”, beweert drummer John French.

Ter voorbereiding van een later te verschijnen dubbelalbum neemt het bonte gezelschap zijn intrek in een oud pand in Woodland Hills in Californië. Tijdens de repetities, die acht maanden in beslag nemen lopen de spanningen hoog op. Wanneer er niet wordt gespeeld, wordt er geruzied. Er is een praatdag. Er is een dag om de meningsverschillen bij te leggen. Er is een dag waarop blikken kunnen doden, weer een praatdag, enz. “These were not happy campers, folks”, vat Beefheartsecondant French zijn verblijf samen. Beefheart voelt zich niet altijd op zijn gemak tussen de jonge muzikanten. Van de weeromstuit kiest hij de aanval als verdediging. Stelselmatig trakteert hij ze op autoritaire opmerkingen en beledigingen. Sommigen knijpen er even tussenuit om pas na een paar dagen weer terug te keren.

Na acht maanden repeteren en ploeteren duikt men de studio in waar een klein mirakel plaatsvindt. Beefheart en zijn mannen hebben de nummers zo goed in hun vingers dat ze binnen vier en een half uur een dubbel-lp op band slingeren. Producer Frank Zappa kan het niet geloven: “What do you mean it’s done?” “The album’s done, Frank,” antwoordt Beefheart.

Wie Trout Mask Replica de eerste keer op zet, hoort een portie kluwen waar de honden geen droog van brood van lusten. Pas na meerdere draaibeurten ontvouwt zich een meesterwerk van caleidoscopische proporties, waarin elke noot keurig op zijn plaats valt. Trout Mask Replica bevat blues die uit het lood is geslagen; ritmes die in en uit het metrum lopen; fonetisch sprechgesang en, zo lijkt het althans, ondersteboven gespeelde schema’s die in de verte doen denken aan freejazz. Eens in de zoveel tijd moet je deze plaat gewoon draaien om orde te scheppen in de chaos, om je omgeving te ‘reinigen’.
De repetitiestress, Frank Zappa’s antiproductie (het niet corrigeren van de bandslip in China Pig), de bijnamen van de muzikanten, de hoes met de afgehakte vissenkop – tot op de dag van vandaag dragen ze bij aan de mythevorming rond dit unieke album.

Alsof er niks aan de hand is staat nog geen jaar later de opvolger op de rails. Lick My Decals Off, Baby is als geheel zelfs compacter en eenduidiger, waarbij timbres van de elkaar aanvullende gitaar en marimba nog het meest opvallen. Gitarist Bill Harkleroad excelleert in het instrumentale One Red Rose That I Mean, terwijl Beefheart oprecht boos klinkt in zijn terechtwijzing “what this world needs is a two dollar room and a two dollar broom”. De muziek is enerverend en complex in zijn over elkaar buitelende en ineenschuivende ritmes, eindigend in een kakofonie voor sopraansax: opgeruimd staat netjes.

Beefheart: “De richting die deze muziek inslaat is er een van totale afwezigheid. Het is geen muziek waar je over na kunt denken. De muziek beweegt te snel. Op het moment dat je eraan denkt is het net zoiets als naar een passerende trein kijken of auto’s tellen.”
Beefheart is in zijn nopjes met Decals. Het is de eerste plaat waarop een van zijn schilderijen de hoes siert. De steevast met Van Vliet ondertekende werken lijken beïnvloed door Willem de Kooning en het Amerikaanse expressionisme van de jaren vijftig en zestig, al beschouwt Beefheart Broadway Boogie Woogie van Mondriaan als een van zijn favoriete schilderwerken.

1972. Gesoigneerd pronkt Beefheart op de hoes van The Spotlight Kid, alsof hij wil zeggen: “Welkom, dit is een plaat voor jullie allemaal”. Een aantal nummers groeit uit tot klassiekers. I’m Gonna Booglarize You Baby bijvoorbeeld, waarin Beefhearts bromstem een warm plekje in je onderbuik zoekt. Toch is The Spotlight Kid niet veel meer dan een overgangsplaat. De combinatie van relatief complexe arrangementen over een bluesfundament loopt niet altijd even gesmeerd. Om nog maar te zwijgen van het krakkemikkige geluid.

Datzelfde jaar verschijnt de ideale plaat voor Beefheartbeginners. “Hit that long lunar note”, kondigt Beefheart een gloeiende solo aan van Harkleroad alias Zoot Horn Rollo, waarna duidelijk wordt waarom Big Eyed Beans From Venus zo’n legendarisch nummer is. Mede door de transparante productie van Ted Templeman bevat het album Clear Spot makkelijk te volgen structuren en pakkende liedjes waar het spelplezier van afstraalt.

Begin 1975 trekt Captain Beefheart zich gedesillusioneerd terug in zijn trailer in de Mojavewoestijn. De strubbelingen met platenmaatschappijen, louche managers en het vele toeren zijn hem niet in de koude kleren gaan zitten. De voor zijn doen veel te degelijke popplaten die hij voor het Virginlabel maakte brachten bepaald niet het beloofde geld in het laatje.

Vanaf 1978 wordt alles anders. De do-it-yourself esthetiek van punk en new wave blijkt de inspiratie voor een artistieke comeback van Captain Beefheart en de zoveelste bezetting van de Magic Band. Shiny Beast hun eerste proeve van bekwaamheid. En wat voor een. Ondanks de veelheid aan stijlen en stemmingen zijn de songs zonder uitzondering van een hoog niveau. Evenals op voorgaande albums dankt de autodidact Beefheart veel aan zijn muzikanten. Met veel geduld en eindeloos lijkende repetities worden zijn gedachtekronkels in muziek omgezet: het geluid van een rollende asbak, een gefloten basthema en, als basis voor het heen en weer schuivende drumritme in het nummer Bat Chain Puller, de ruitenwissers van Beefhearts Volvo.

Beefheart neemt de productie van opvolger Doc At The Radar Station in eigen hand en dat is te horen. Muziek moet volgens hem net als een schilderij tweedimensionaal zijn, met ruimte voor suggesties en toeval. Doc At The Radar Station is een geval apart. Een meesterwerk waarin de muzikale associaties van Beefheart, de Magic Band en John French, exploderen in stukjes ondoorgrondelijke schoonheid. Om de plaat ook in ons land onder de aandacht te krijgen brengt de groep in 1980 een bezoek aan Paradiso, Amsterdam. Beefheart heeft er duidelijk zin in. Om de haverklap merkt hij sarcastisch op dat ook het zojuist gespeelde nummer verkrijgbaar is “on Virgin Records and tapes”. Bijna het gehele optreden wordt overschaduwd doordat Beefheart zich stoort aan de provocaties van een bezoeker. Ingezette intro’s worden afgebroken, maar de band laat zich niet van de wijs brengen en zet na een matte aanloop het optreden alsnog in vuur en vlam.

Don van Vliet (foto: Anton Corbijn)

Dan is er opeens het contrast, nog geen twee jaar later. Je zou niet zeggen dat de man op de foto pas 41 is. Stetson in zijn linkerhand, wasknijper olijk in het zwarte shirt, de oogopslag weemoedig. Anton Corbijns beroemde portret van Captain Beefheart in de Mojavewoestijn staat afgedrukt op de hoes van Ice Cream For Crow. Een plaat waarover het achteraf makkelijk praten is: hoes, muziek en teksten kondigen min of meer een zwanenzang aan.

De Magic Band is echter geweldig op dreef. Men draait als vanouds om de beat ter ondersteuning van Beefhearts woordspelingen (The Past Sure Is Tense) en surrealistische cut-ups (het muziekloze gedicht ’81 Poop Hatch). Sommige nummers, zoals Cardboard Cutout Sundown, behoren zelfs tot het beste dat een Magic Band ooit heeft opgenomen. Maar hoe verfijnd ook, de muziek is inktzwart van toon en mist het joie de vivre van weleer. Het slotnummer Skeleton Makes Good is een van Beefhearts bizarste creaties: alvorens de laatste noten wegsterven lijkt het alsof het hele nummer in stukjes uiteen valt.

Na 1982 vernemen we van de ‘muzikant’ Beefheart weinig. De ‘muzikant’ blijkt definitief ingeruild voor de schilder Don van Vliet: “I got too good at the horn and it got to the point where I thought I’d blow my head right off. So I started a second life.”
In Duitsland verschijnt de overzichtscatalogus Skeletonbreath Scorpion Blush. Behalve een gesproken woord-cd als bijlage van boek en tentoonstelling Stand Up To Be Discontinued, verschijnt er geen nieuw werk meer.

Don van Vliet leefde sindsdien teruggetrokken in het Californische plaatsje Trinidad. Daar schilderde hij en ontving nu en dan vrienden en bekenden onder wie Anton Corbijn. “Er is een verschil tussen kunst en muziek: in het ene kun je fysiek in de verf verdrinken. In het andere kun je geestelijk verdrinken. Ik zwem liever in de verf”, vertelt Van Vliet in Corbijns experimentele filmeerbetoon Some Yo Yo Stuff. In 1991 vertelt hij in een zeldzaam interview: “I don’t like getting out when I could be painting, and when I’m painting, I don’t want anybody else around.” Ondanks zijn zwaar aangetaste stem spreekt hij in Corbijns film stevig aan zijn sigaar lurkend, zijn fans nog eenmaal toe: “Boe!”

Wanneer ik in 2009 de kunstbeurs Tefaf in Maastricht bezoek, ontdek ik bij toeval een van zijn schilderijen. In een achterafhokje hoog uit het zicht. Ik zeg er niets van tegen de Duitse galeriehouder, maar vraag hem wel naar de prijs: 15.000 euro meldt hij droogjes.

Don van Vliet (foto: Anton Corbijn)

Bizar promofilmpje van de platenmaatschappij van Captain Beefheart, waarin ‘reclame’ wordt gemaakt voor het album Lick My Decals Off, Baby

13 gedachtes over “DON VAN VLIET ALIAS CAPTAIN BEEFHEART OVERLEDEN 1941-2010 ‘THE PAST SURE IS TENSE’

  1. Beefheart speelde in 1980 niet alleen in Amsterdam, maar ook in het noorden van het land !!
    Dat concert zou oorspronkelijk in de stad Groningen plaatsvinden, maar door problemen met de zaal werd het verplaatst naar de Brinkhoeve in Roden (4-11-1980).

    Het was een van de meest legendarische concerten die ik gezien/gehoord heb. En gelukkig hier alleen maar echte liefhebbers en geen mensen zoals die ene in Paradiso.

    Wil je foto’s zien van het concert (door mij gemaakt; in zwart wit en 6400 ASA -vandaar de zware korrel-) dan kun je terecht op de volgende site:

    http://www.beefheart.com/datharp/pictures/brouwerpics.htm

    Muzikale groet,
    Klaas

    • Heb samen met mijn broer dit concert ook bijgewoond. Een belevenis natuurlijk (opnieuw, want mijn 3e Beefheart concert in 8 jaar tijd) dit optreden van de meester in de avant garde muziekkunst, maar het staat me nog goed bij dat het geluid te hard was afgesteld en de akoustiek van het zaaltje ook niet opperbest was. Maar afgezien van de slechte geluidskwaliteit, toch zeer genoten van de prima in vorm zijnde Captain en zijn Magic Band. RIP my dear Captain.
      Groeten van een mede-fan.

  2. Ik zag Captain Beefheart begin jaren 80 samen met een vriend in Sittard (of was het in ’t Staargebouw in Maastricht?).
    Na een enerverend concert (waarbij de Captain consequent na ieder nummer een kwart fles spa niet in een glas maar ernaast ‘deponeerde’) hebben wij en enkele andere achterblijvers ruim een uur met Don in de zaal kunnen converseren. Onvergetelijk. Hij vroeg constant naar sigaretten en sprak over mede-amerikanen als zijnde ‘Reagan-faces’. We hadden hem bijna zover dat hij met ons mee zou gaan naar de kroeg toen hij werd ‘afgehaald’ door zijn vrouw Jo. Hij moest immers de volgende dag in de randstad optreden. Helaas…
    Wat veel mensen niet weten is dat Captain Beefheart en the Magic Band ook op Pinkpop hebben gestaan. Ik dacht ergens in het begin v.d. jaren 70. Ik zal dit ook nooit vergeten; Beefheart met geverfd gezicht helemaal alleen aan de uiterste rechterkant van het podium met zijn clarinet, de band in ’t midden.

    • Dat moet Sittard zijn geweest, in de Schouwburg, op 1 november 1980. Helaas is mijn concertaffiche van de aankondiging tijdens een verhuizing zoekgeraakt. In het voorprogramma speelde….Doe Maar. Hierbij nog een getuigeverslag: http://www.beefheart.com/yoyo/horse.htm. De vrouw in kwestie, nu dus weduwe van Van Vliet heette Janet, roepnaam Jan.

  3. 02-11-1980 Schouwburg, Sittard met Captain Beefheart, voorprogramma Doemaar(niet)
    Toen Doemaar speelde, liep de zaal leeg. hahaha.

    • Ik denk dat je je vergist Nico.
      Ik was toen ook op dat concert wat echt een op zich zelf staand concert was van de Captain. Als Doe Maar daarna nog had moeten optreden was dat wel erg laat geworden want we hebben nog zeker een uur met Don van Vliet staan napraten in de zaal. Wat nogal enerverend was kan ik je zeggen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s