Burgemeester Paul Depla: “op de TomTom kun je Parkstad niet vinden, maar wel Heerlen”

In zijn sfeervol ingerichte werkkamer bevinden zich op een lage wandkast enkele boeken van Anton Corbijn. Erboven hangt een foto van U2. Aan een andere muur herkennen we van dezelfde fotograaf een print waarop Michael Stipe, de zanger van REM, over daken van auto’s wandelt. Paul Depla, burgemeester van Heerlen, heeft blijkbaar iets met popmuziek. Een tijdje geleden zagen we hem op het plaatselijke popfestival ParkCity Live. Terwijl duizenden bezoekers er in zomerse vrijetijdskleding rondliepen viel de burgemeester toch wel een beetje op in zijn donkergrijze pak, knabbelend aan een fruitcocktail.

De begroeting is eerder formeel te noemen, niet overdreven vriendelijk en wekt de indruk van het vooruitzicht op een verplicht nummertje. Tegenover de verslaggever neemt een geroutineerd politicus plaats die gewend is interviews te geven. Hij geeft zelf maar vast het startschot. “Brand los”, klinkt het nadat hij voor zijn bezoek en hemzelf koffie heeft besteld.

De veronderstelling dat Paul Depla na tien jaar wethouderschap in Nijmegen heeft moeten wennen aan zijn werk als burgemeester van Heerlen blijkt reuze mee te vallen. Een vermeend onderscheid tussen zijn vorige en huidige baan is er volgens hem nauwelijks.
Depla: “Er zijn ook veel overeenkomsten tussen burgemeester en wethouder. Het is een beetje paradoxaal: enerzijds kom je niet uit de stad voort. Dit in tegenstelling tot het wethouderschap. Ik heb jarenlang in Nijmegen gewoond. Als wethouder ben je uit de stad opgekomen en onderdeel van de stad. Een burgemeester komt van buiten. Wat ik merk als burgemeester: burgemeester ben je van álle mensen, als wethouder ben je betrokken bij partijpolitiek, van het college en van de politieke partij waar ik ook lijsttrekker voor was. Voor een aantal delen van de stad stond je minder dicht bij de stad. Als burgemeester ben je overal welkom; je bent minder politiek en kunt daardoor makkelijk een verbinding met de stad maken. Je bent van iedereen. Stemgedrag, politieke afkomst, maakt allemaal niet uit”.

Over Heerlen praat de geboren Eindhovenaar alsof hij er is opgegroeid. “Ik denk dat het voor een pioniersstad juist goed is om hier te zitten. Het kost tijd om imago en beeldvorming te veranderen, dan ontstaat er een proces van doorzettingsvermogen. Heerlen is een stad waarvoor je de handen uit de mouwen kunt steken. Ik vind het niks om in een stad te werken waar alles al klaar is.”

Na enig doorvragen geeft hij toe dat je “als burgemeester je wel heel erg beperkt bent in je portefeuille, want die worden in feite door wethouders geclaimd. Maar hier in Heerlen ben ik betrokken bij personeel en organisatie, mijn rol in het bestuur van Parkstad, integrale veiligheid, politie, communicatie. Dan ben je gewoon wethouder. Het onderscheid tussen wethouder en burgemeester moet je niet al te scherp maken. Er zijn verschillen maar die verschillen hebben uiteenlopende effecten”.

“Wat je wel merkt is dat Zuid-Limburg erg gouvernementeel is ingesteld. Een burgemeester wordt hier op een U-plaats gezet. Dat heeft vooral met de cultuur van de regio te maken. In Nijmegen was Guusje Guusje, gewoon voor iedereen. Hier in Heerlen merk je dat zelfs mensen waar je langer mee werkt de neiging hebben om te spreken over ‘geachte burgemeester’”.

Het burgemeesterschap is voor Depla in de praktijk vooral merkbaar wanneer hij zijn keuze voor de lokale en niet de landelijke politiek omschrijft. “Het is concreter. Je zit dichter op de huid van mensen, zowel in positieve als in negatieve zin. Je ziet letterlijk wat je doet. Beslissingen krijgen iets tastbaars. Als je ziet wat een groepsverbod voor jongeren in de Rennemig afkondigt zie je wat dat betekent voor een buurt. Terwijl de Haagse politiek toch veel meer politiek is van het papier. Het zijn toch vaak de beambten van het maatschappelijke middenveld, vertegenwoordigers van vakbonden, waar je mee te maken hebt. Dat leidt tot ander soort gesprekken en een ander soort verwondering, verbazing en verbinding dan wanneer je praat met bewoners uit de buurt, met mensen die geen professional zijn. Dat maakt het voor mij interessant.”

Als PvdA-politicus zegt Depla niet bang te zijn voor samenwerking met de PVV mocht deze partij bij de eerstkomende gemeenteraadsverkiezingen in 2014 een grote vinger in de pap krijgen. Gezien de uitslag van de provinciale verkiezingen waarbij een groot deel van de Limburgse bevolking op de PVV stemde, is de kans meer dan denkbeeldig dat de huidige meerderheid in de Heerlense raad van SP en PvdA gaat verdwijnen. Depla pareert als doorgewinterd politicus met speels gemak. Hij is er opvallend luchtig over. “Iedere uitslag is mij welkom zolang iedereen in de raad goed met elkaar omgaat en op een goede manier onze stad goed vertegenwoordigt. De uitslag is volstrekt irrelevant. Ik zou het heel slecht vinden dat een uitslag bepalend is voor de vraag of je wel of geen burgemeester bent. Als burgemeester sta je boven de partijen. Het moet niks uitmaken vanuit welke stroming en achtergrond mensen in de gemeenteraad zitten. Ze zijn gekozen door de Heerlenaren en me daardoor allemaal even lief. Ook al ben je een PvdA-man, het moet niet uitmaken voor de opvattingen. Als je dat niet kunt ben je niet geschikt voor het burgemeesterschap.”

Depla ziet natuurlijk ook wel dat de verslaggever een wenkbrauw fronst bij de spraakwaterval over zijn burgemeesterschap en een mogelijke samenwerking met de PVV. Hij benadrukt daarom zijn betoog: “Burgemeesterschap is een prachtige functie. Een van de zaken die daarbij hoort is dat je partijpolitiek neutraal bent en je je niet moet uitspreken over het type college dat er mogelijk komt. Dan ben je niet geschikt voor het vak burgemeester. Mijn termijn loopt af in 2016.”

Gemengd zijn de reacties, zeker vanuit het Heerlense, op Maastricht dat in 2018 per se Culturele Hoofdstad wil worden. Kritiek over de kosten die de kandidaatstelling van Maastricht met zich meebrengt, in een tijd waarin iedereen de broekriem moet aantrekken, ziet de burgemeester van Heerlen bepaald anders. “Als het goed gaat met Maastricht gaat het ook goed met Heerlen en als het goed gaat met Heerlen gaat het ook goed met Maastricht. Datzelfde geldt voor Sittard-Geleen. Neem bijvoorbeeld de Nedcar. Als het daar misgaat dan raakt dat hier de mensen. Je moet doorhebben dat, los van de onderlinge animositeit in de bevolking, dat het gaat om de kracht van de stad. Voor de regio zou het goed zijn als Culturele Hoofdstad gerealiseerd zou worden. Vanuit de Culturele Lente zijn de Heerlense cultuurinstellingen daar actief bij betrokken. Het is belangrijk om daar aan mee te doen. Duizendmaal liever Culturele Hoofdstad Maastricht dan Culturele Hoofdstad Utrecht”

En: “Laat helder zijn dat je best tegen mag zijn en het is ieders goed recht om te vinden dat er geen Culturele Hoofdstad moet zijn, maar je moet er wel voor waken om de crisis te gebruiken om iets wat op een latere termijn speelt om daar nu een discussie over te beginnen. Dan wordt de crisis erbij gehaald voor iets waar je toch al tegen bent te zeggen: doe maar niet. Ga je dan de crisis gebruiken om dingen waar je voor bent.”

De opvatting dat er sprake is van een bijna pervers aandoende contradictie deelt Depla zeker niet. Zijn lichte stemverheffing doet vermoeden dat de verslaggever een standje krijgt: “Als je bedenkt dat de Culturele Hoofdstad pas in 2018 is! Je moet altijd anticyclisch nadenken over datgene wat je doet. Het minst verstandige wat je als politicus kunt doen is als je op golven van een bepaalde tijd gaat meedoen. Als je vindt dat de bezuinigingen op de cultuursector slecht zijn voor stad en regio, en je gaat protesteren tegen het kabinet en tegen de bezuinigingen op LSO en Opera Zuid, zou het wel heel pervers zijn als je zegt aan Culturele Hoofdstad gaan we geen geld besteden. Dat is dezelfde perversiteit!”

Nadat de burgemeester tijdens ons gesprek een telefoontje heeft afgehandeld en de fotograaf hem op de gevoelige plaat aan het vastleggen is, geeft hij ook zijn mening over een ander heet hangijzer. Depla: “Er zijn een aantal discussies die beginnen met de letter h die in de politiek taboe zijn. Je mag niet aan de hypotheekaftrek komen, niet praten over het legaliseren van hasj en van de Christen Unie mogen we niet praten over homo’s. En in Zuid-Limburg mogen we niet praten over herindeling. Je moet dan op een andere manier proberen samen te werken. Verbinding maken met Maastricht en Sittard-Geleen om er voor te zorgen dat de regio, die meebepalend is voor de kracht van je stad, groter is dan Parkstad. Die regio is op zijn minst Zuid-Limburg. Dat is een winst vanwaaruit je moet samenwerken. Op de TomTom kun je Parkstad niet vinden, maar wel Heerlen.”

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s