Interview met schrijver A.H.J. Dautzenberg: “ik hou niet van refreintjes”

Midden: A.H.J. in boekhandel ’t Raethuys, Heerlen (foto: Anita Hondong)

Tweemaal in korte tijd ontmoeten we de schrijver A.H.J. Dautzenberg. Tijdens de zogenaamde signeersessie in Kerkrade komen vooral bekenden van zijn familie op hem af. Aanleiding is de autobiografische roman Extra Tijd, waarin Dautzenberg over zijn overleden vader, Kerkrade en Roda JC schrijft. Het ziekteproces van vader verloopt parallel aan de mogelijk degradatie van de Kerkraadse voetbalclub.

Tussen de dramatische gebeurtenissen door doemt op de achtergrond met enige regelmaat een raadselachtige gedaante op in de vorm van een in het zwart geklede cowboy. Een ietwat unheimische verschijning die te pas en te onpas de hoofdpersoon opzoekt. Extra Tijd is ontroerend en zonder opsmuk geschreven, geen moment sentimenteel. Enkele weken later treffen we de auteur in boekhandel ‘t Raethuys in Heerlen. We mogen intussen Anton zeggen.

Erg veel belangstelling is er niet voor Dautzenbergs tweede signeermiddag. Behoudens een poster aan het raam, heeft de winkel geen enkele moeite genomen iets aan publiciteit te doen. Stapeltjes Extra Tijdliggen nauwelijks zichtbaar niet op maar achter de toonbank. Doodleuk bekent een van de medewerkers het boek niet eens te hebben gelezen. Bepaald blij toont de schrijver zich niet met de onprofessionele gang van zaken. Van de reiskostenvergoeding neemt hij na afloop slechts een deel in ontvangst. Die fles Chardonnay is natuurlijk wel mooi meegenomen. Dautzenberg wil nog maar een ding. “Ik heb zin in een biertje”.

ad

Wanneer we muziekwinkel Satisfaction Records binnenlopen geeft de schrijver blijk van zijn voorliefde voor alles wat anders is; liefst heavy metal. Meer dan twintig jaar geleden verruilde hij zijn geboortestad Heerlen voor Tilburg. Daar is hij kind aan huis bij Roadburn, festival voor aanbidders van loodzware muziekkost. Anton Dautzenberg schrijft, vermoedelijk als enige in Nederland, met de logge maar bezwerende klanken van de groep Sunn 0))) op de achtergrond. De spelling van de curieuze bandnaam moeten we zien als een grafische transliteratie van de geluidsgolven die de band voortbrengt. In het nawoord van Extra Tijd: ‘het album Black One lijkt me een geschikte soundtrack voor deZandruiter part 1. De gitaardrones zorgen voor weidse en verbindende sfeer’.

Dautzenberg: “De hoofdstukken De Zandruiter schreef ik met albums van Sunn 0))) om de sfeer te pakken van het desolate, het melancholische. In wat ze doen zit natuurlijk die riff van Black Sabbath. Black Sabbath maakt eigenlijk ingenieuze muziek op bluesschema’s waar ze een andere toonsoort op hebben gelegd. Een nieuw idioom met laag gestemde gitaren. Sunn 0))) spelen gewoon een nummer van een uur en driekwartier. Ik heb ze een paar keer live meegemaakt. Hàrd. Verplicht oordopjes in. Ik ben een keer met mijn rug naar de luidsprekers gaan staan bij een optreden van Sunn 0))). Heel fysiek voelde dat. Je kon bijna leunen tegen het geluid.”

Grand café Oppidom bevindt zich midden in het centrum van Heerlen. Binnen deint de zalvende nostalgie der schlagermuziek. Meisjes in witte bloesjes zijn druk in de weer achter het buffet. De een verdwijnt naar de keuken, de ander komt zo te zien onze bestelling opnemen. Wanneer ze even later bij ons aan tafel staat, is zelfs Dautzenberg, de man die erom bekendstaat aan een half woord genoeg te hebben, met stomheid geslagen. Boven haar linkerborst zien we een klein deel van een tatoeage. Ze heeft net een knoopje teveel dicht om de hele huidversierende schepping te kunnen bewonderen. Daarom blijven we haar net zo lang aanstaren totdat de grens van het betamelijke ruimschoots wordt overschreden. Tot onze verbazing knipt ze met een laconiek gebaar het bovenste knoopje los. De contouren van een in zwarte kleding gestoken gestalte worden duidelijk zichtbaar. Marianne Rosenberg zet in: Ich Bin Wie Du. Grijnzend bestelt Dautzenberg een Palmbier.

foto Anita Hondong
foto: Anita Hondong

“Op de lagere school week ik al af van de top veertig. In je tienerjaren ga je daar je imago aan ontlenen, ga je dat sturen. Ik voelde al meteen: dit is lekker, dit is goed. Dat was nog een primair gevoel, daar zat nog geen aanstellerij bij. Op de middelbare school ben je daar nog bewuster mee bezig en ga je er ook een deel van je identiteit aan ontlenen. Dan ga je dat cultiveren, er verdieping in zoeken. Ik had niks met Van Halen, Kiss en die mainstream metal. Ik zocht meteen dat obscure op: Mercyful Fate, Metal Church. Metal was toen nog pure underground. Het begon op een hele conservatieve manier, maar ik zocht algauw de eilandjes binnen de metal op.”

Dautzenberg somt er een paar op: “thrashmetal, deathmetal, blackmetal, speedmetal, en zo voorts. Toen ik kranten ben gaan bezorgen had ik geld om die platen te kopen. Bij Satisfaction heb ik heel veel geld achtergelaten. Internet was er nog niet, de radio draaide het niet. Ik weet nog dat de eerste van Slayer uitkwam en Kill ‘Em All van Metallica. Dat was me toen toch een rauw geproduceerd album! Ze werkten allemaal met die Brian Slagel. Ik hield dat ook bij: platen die door Brian Slagel werden uitgebracht.”

“Wat ik waardeerde in metal was de puurheid en oprechtheid, het buiten de lijntjes kleuren. Ik hou niet van refreintjes. Dat donkere, occulte sprak me aan. Ik heb me daar in gewenteld. Dat werd een soort overlevingsmechanisme. Met lang haar! Die identiteit was natuurlijk een schild om mijn verlegenheid te verbergen.” In een interview met de Volkskrant zegt Dautzenberg daarover: “Ik durfde niets te zeggen. Ik wilde onzichtbaar zijn. Of blind, zodat ik de blikken van anderen niet kon zien.”

s

Alsof ze tegenwicht willen bieden voor Dautzenbergs betoog over heavy metal, galmen de schlagers vastberaden door het grand café. Dankzij de koperen gloed van kroonluchters boven bruinhouten wanden en glas-in-loodramen glimt er binnenshuis een behaaglijke, poëtische grandeur. Omdat schrijver en verslaggever in het gebied Oostelijke Mijnstreek opgroeiden, komen gevoelens van herkenning en jeugdsentiment spontaan bovendrijven. Omstandig wordt het fenomeen schlagermuziek uit de doeken gedaan. Met het legendarische tv-programma Die ZDF Hitparade nog vers in het geheugen, geschiedt de oratie via enkele hardop gezongen tekstfragmenten. Het plots opwellend zangtalent wordt echter ruw onderbroken wanneer de naam Nena valt. De destijds drieëntwintigjarige zangeres, die in 1983 de hitparades besteeg met 99 Luftballons, bezorgde menig puber ook een andere vorm van inspiratie. Dautzenberg: “Ik kan me nog herinneren dat ze met een strakke spijkerbroek in de Bravo stond. Ik heb me toen vaak op haar afgetrokken.”

Nena
Nena

Ingenomen is de schrijver over de louter jubelende recensies waarmee zijn boek Extra Tijd werd onthaald. Hij mocht aanschuiven bij VPRO’s Boeken en kreeg een vijfsterrenrecensie in de NRC. Kiezen voor de makkelijkste weg is hem echter vreemd. “Ik ben nu bezig met een bundel donkere verhalen. Ik wil elk verhaal een eigen soundtrack meegeven. Ik laat het gewoon op me af komen om in een bepaalde sfeer te geraken. Dat werkt bij mij het beste. Commercieel gezien is het misschien niet zo goed om nu met een verhalenbundel te komen, nu ik enigszins ben doorgebroken met deze toegankelijke roman. Ik zou net zo goed een tweede roman kunnen schrijven, maar dat interesseert me niet, ik volg gewoon mijn hart. De lijntjes loslaten. Nieuwe betekenis geven aan het literaire idioom. Het hoeft niet allemaal binnen de kaften van het boek plaats te vinden. Bij Extra Tijd heb ik wat dat betreft even gas teruggenomen.”

Ondanks de wat lacherige naam bezit het grand café Oppidom alles waarbij kunstenaars en schrijvers zich op hun gemak zouden moeten voelen. De schlager als aanjager voor hunkerend heimwee naar de jonge jaren. Jongedames die troost biedend tapgenot serveren. Een tableau vivant dat zich, althans tijdens onze aanwezigheid, ter plekke heeft gevormd. Alsof men hier rekening houdt met leeftijd en de dienovereenkomstige gedachtekronkels bij de clientèle. Anton Dautzenberg neemt een laatste slok uit zijn taps toelopende Palmglas. De fles Chardonnay mag de verslaggever mee naar huis nemen. Nog een laatste groet naar de toog, naar het meisje met de zwarte figuur boven haar linkerborst. Haar knoopje staat inmiddels op standje discreet.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)