Architect Frits Peutz: beroepsidealist

foto_173_groot

Tijdens een bezoek aan Heerlen raakte Rosa Visser-Zaccagnini onder de indruk van een bijzonder gebouw: het fier omhoog daverende Glaspaleis, middenin het winkelcentrum. Ze ontdekte dat de architect van het voormalige Schunck-modehuis ene Frits Peutz was. De “noorderling” bleek bovendien verantwoordelijk voor veel andere markante gebouwen in Limburg. Haar ontdekking leidde tot een onderzoek in boekvorm en omvangrijke oeuvrecatalogus: F.P.J. Peutz Romanticus Rationalist.

Het was simpelweg de liefde die Peutz naar het zuiden voerde. Tijdens zijn studiejaren in de jaren twintig in Delft, leerde hij de Maastrichtse Leonie Tissen kennen. Dochter Netty, een van de veertien kinderen uit het gezin Peutz, zou hem later typeren als een “vriendelijke, rustige, bescheiden man”. Het is een van de weinige persoonlijke details die de lezer te weten komt over het leven van de Groninger, want bovenal is het boek een biografie van zijn bouwwerken.

Oude Lindestraat, Heerlen (woonhuis Peutz)

woonhuis familie Peutz (Oude Lindestraat, Heerlen)

Omdat Peutz algauw goed kon aarden in het Limburgse en het vermogen had “de wensen van de opdrachtgevers te begrijpen en uit te voeren”, stroomden vrijwel meteen na vestiging van het echtpaar in Heerlen, de bouwopdrachten binnen. Peutz’ eigen huis ontwierp hij volgens zijn opvatting van wat volgens hem architectuur inhield: “moderniteit met eigen persoonlijke toevoegingen.” Behalve de familie Schunck, die opdracht gaf voor het bouwen van het gelijknamige modehuis (Glaspaleis), behoorden tot zijn clientèle particuliere opdrachtgevers, ondernemers, kerken en lokale overheden.

Het was de tijd dat Heerlen dankzij de mijnwinning kon uitgroeien tot een van de welvarendste steden van Nederland. Marcel van Grunsven toonde als jonge burgemeester een meer dan gemiddelde interesse voor moderne architectuur en vond in zijn leeftijdgenoot Peutz een medestander om van Heerlen een moderne stad te maken. Vaak bemiddelde Van Grunsven tussen de architect en ondernemers.

Peutz ontwierp huizen en appartementen voor de gewone burger, waarbij gebruiksgemak in relatie tot de omgeving en terrein centraal stond. Met name in de Heerlense wijken Aarveld en Heeserveld bevinden zich een aantal etagewoningen van zijn hand. Peutz was dermate vooruitstrevend dat zijn gebouwen ook nu nog opvallen; ze getuigen van de bloei die Heerlen gedurende een groot deel van de vorige eeuw doormaakte.

Peutz Mtricht

Sonnehuys (Scharnerweg, Maastricht)

Verspreid over de provincie Limburg is meer werk van hem te zien: landhuizen, winkelwoningen, ziekenhuizen, bioscopen en fabrieksgebouwen. Langs de drukke Scharnerweg in Maastricht pronkt op nummer 104 het Sonnehuys (bouwjaar 1933). Van het wat streng ogende woonhuis met plat dak, ontwierp Peutz het meubilair, waaronder de klapbedden voor de kinderen van het gezin. Opvallend is het voormalige stadhuis van Tegelen met zijn klassieke gevelvorm en Egyptische zuilen.

In het 250 pagina’s tellende boek wordt nauwkeurig het interieur van de gebouwen uit de doeken gedaan. Daarom is het een beetje jammer dat de beschrijvingen nauwelijks worden geïllustreerd met authentieke foto’s van het binnenwerk. Hiervoor zou je de uitgebreide Peutzmonografie uit 1981 moeten aanschaffen, geschreven door architect Wiel Arets, warm pleitbezorger van Peutz’ werk.

RK Kerk Minderbroederstraat, Roermond

RK Kerk (Minderbroederstraat, Roermond)

Niet alleen gaat Visser-Zaccagni, zelf architecte, grondig in op alle al dan niet voltooide werken en de variëteit van zijn bouwstijl, en passant verdedigt ze hem tegen de kritiek die er natuurlijk ook was in die tijd. De eigengereide Groninger botste nogal eens met collega’s en organisaties. Van zijn meeste vakgenoten moest hij niks hebben. Dat bleek uit publicaties waarin Peutz zich afzette tegen een architectuur van “verstarring, het academische en dogmatisme.”

Volgens de schrijfster was voor hem architectuur een kwestie van ordening van verschillende elementen: “het oog moet ontvankelijk zijn voor ritme, voor het tot stand komen van een gebouw moet een melodie worden gekozen met een krachtig slotakkoord.” Zo vond Peutz dat gewapend beton – het verharden van beton door ijzeren staven en ijzergaas – bij de constructie van kerken moest worden toegepast.

Frits Peutz

Frits Peutz

De traditionalist Grandpré Molière dacht daar anders over. In 1934 vergeleek deze prediker van een nederige en dwangmatige bouwmethode, werken met gewapend beton met de opkomst van het communisme. Sterker, als een opstand tegen God. Peutz wuifde de kritiek lacherig weg: ‘bij het bouwen heb ik wat wijwater bij het beton gedaan’.

Visser-Zaccagnini portretteert in haar boek vakkundig de legendarische bouwmeester, maar tegelijk schetst ze een historisch beeld van Heerlen als ultieme Peutzstad. Dat laatste blijkt onder meer uit het nog te bouwen nieuwe stadskantoor, waarvan het ontwerp is geïnspireerd op de stijl van de inmiddels erkende architect.

Tegenwoordig zijn er in de stad naast de bekende gebouwen, waarvan een aantal tot rijksmonumenten zijn verklaard, gevels, etage- en winkelwoningen te bewonderen. Andere panden werden in de loop der jaren “zonder pardon” afgebroken. Zelfs modehuis Schunck “het sprookjespaleis met de duizend oogen”, werd eind vorige eeuw tot tweemaal toe op het nippertje behoed voor de sloop. Tegenwoordig is het door de Union of International Architects op de lijst gezet van duizend belangrijkste gebouwen van de twintigste eeuw.

cover_Peutz2

Rosa Visser-Zaccagnini (m.m.v. Harry Broekman) – F.P.J. Peutz 1896-1975 Romantisch Rationalist (Stichting Bonas, Rotterdam, www.bonas.nl)

(eerder verschenen op ZwartGoud)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s