Graukunst in Schunck: aanvallen van uitersten

Xenia Graukunst

“Mensen willen altijd het mysterie, ik geef ze de werkelijkheid”. Aldus de beroemde Britse kunstenaar Tracey Emin over haar werk. Een zelfportret waarop ze staat afgebeeld als zestienjarige met new wave look, is te zien tijdens Graukunst: tentoonstelling over tegendraadse kunst uit het begin van de jaren tachtig en nu. Ondertitel: A Shit In The Face Of History. Over de anti-alles houding bij gevestigde en jonge kunstenaars. En waar vindt deze opgeheven middelvinger tegen de gevestigde orde plaats? Nou gewoon, in de entreehal van het voormalige modehuis Schunck in Heerlen. Stad met een traditie van urban art en straatkunst.

Eerder dit jaar was de expositie in Amsterdam onderdeel van het Grauzonefestival. Een muzikale herbeleving van de experimentele kant van de jaren tachtig. Voortvloeiend uit graffiti, maar ook punk en new wave, kende deze periode een sterke hang naar het tegendraadse en subversieve. New York was het epicentrum voor rauwe, alternatieve kunstpunk die in Graukunst wordt vertegenwoordigd door Richard Kern, Alan Vega en John Fekner.

Opvallend. De twee samenstellers van Graukunst werden pas halverwege het decennium waar de expo over handelt geboren. Desondanks koesteren Natasja Alers en Leonor Jonker een grote voorliefde voor muziek en kunst uit dit tijdperk. Jonker: “Graukunst gaat over mensen die het toen en nu verbinden, die een antiautoritaire attitude delen, om hun houding en nonconformisme, dat ze zich niks aantrekken van trends en hypes. Het bijzondere is dat de drie sleutelfiguren in dezelfde jaren actief waren in New York, maar in totaal andere scenes. Toch heeft hun werk eenzelfde ondertoon gemeen.” Jonker is auteur van No Future Nu. In het boek beschrijft ze hoe het gedachtegoed van de punkcultuur onderdeel werd van de Nederlandse samenleving.

Ambiguous-Existence-22
Natasja Alers

Op het leren jack van Natasja Alers prijken buttons van punkbands. De grootste is van de Ramones. Alers over Graukunst: “Het is een bepaald soort sfeer, denken en levensstijl die mij erg aanspreekt. Wat ik herken is hoe zij in de jaren tachtig die onafhankelijke manier van denken hadden. Mijn eigen leven sluit daar heel erg op aan”. Alers is ook beeldend kunstenaar. Fascinerend zijn haar keramieksculpturen in de tentoonstelling. Sterk misvormde lichamen of iets wat er op lijkt. Afstotend en aantrekkelijk tegelijk bevinden ze zich in een staat van stilstaande beweging, in een bevroren houdgreep. Je blijft er geboeid naar kijken als een ramptoerist bij een ongeluk.

In Fingered dendert de werkelijkheid de kunst binnen en omgekeerd. In de grofkorrelige lowbudgetfilm van Richard Kern en zangeres Lydia Lunch wordt het onderscheid tussen seks en geweld opgeheven en evenredig bij de kijker erin geramd. Alers: “Dat gewelddadige is bijna cartoonesk, stripachtig. Kijk ook maar eens naar de eerste punkzines”.Fingered wordt getoond door een ‘peephole’. Dat kijkt tamelijk ongemakkelijk; het geeft vertoning en film onterecht een zweem van voyeurisme.

Waarom geen opvoering in het enkele etages hoger gesitueerde filmhuis? Dat Schunck dagelijks ‘alle leeftijden’ over de vloer krijgt, noodzaakte het cultureel centrum wellicht tot deze noodgreep in de entreeruimte. Anderzijds kan de gekozen plek de niet in afwijkende kunst geïnteresseerde bezoeker prikkelen. Wie bij binnenkomst een blik opzij werpt ziet een foto waarop een bijna naakt meisje een handstand maakt bovenop een wc. Haar hoofd verdwijnt in de toiletpot.

Alan Vega Vision
Alan Vega

Alan Vega werd bekend als zanger van Suicide; pioniers van synthesizerklanken op standje unheimisch. Vega, terugblikkend in een recent interview: “Suicide ging altijd over het leven. Maar we konden de band moeilijk Life noemen. Daarom werd het Suicide, omdat we het leven wilden herkennen.” Weer dat teruggrijpen naar de realiteit, naar het even banale als onontkoombare van alledag. Zoals ook te horen valt in Suicide’s beklemmende nummer Frankie Teardrop, dat handelt over een straatarme fabrieksarbeider die zijn gezin vermoordt. Vega laat hierin de meest angstaanjagende schreeuw uit de popmuziek horen. Immers: “we’re all Frankies”.

Voordat Vega deel uitmaakte van de New Yorkse undergroundmuziek, studeerde hij keurig af als kunststudent Alan Suicide. Zijn bijdrage aan Graukunst bestaat uit bekraste canvasjes met foto’s van boksers, en lichtsculpturen in de vorm van een kruis. Die worden bijeen gehouden door hout, slingers en uiteraard, peertjes in allerlei kleuren. Er zitten zelfs speelgoedpoppetjes in verstopt. De werken zijn typerend voor de anti-alles benadering: van afgedankte ‘troep’ kunst maken. Niet het erkende mooie telt, maar een recht voor de raap authenticiteit. Natasja Alers: “Als je iets bedenkt maak je dat zelf, dat ga je niet in een winkel kopen.”

fekner4
John Fekner

“Art is simply a word or story made visual”, meldt John Fekner in een recent twitterbericht. Fekner had eind jaren zeventig al Lak Aan Braak (titel van een grote Heerlense straatkunstexpositie in 2011). Straten en gebouwen in achterafbuurten waren voor hem decor voor het aanbrengen van sociaal-maatschappelijke, politieke leuzen. Met de spuitbus maakte hij ‘waarschuwingsborden’ waarin hij voorbijgangers attendeerde op milieukwesties en andere volgens hem onfrisse zaken. Later begon hij als de John Fekner City Squad een geëngageerde hiphopgroep. Leuzen en locaties zijn vastgelegd in kleinformaat zwart-witfoto’s. Bevestigd aan een wand die, heel toepasselijk, wél van buitenaf zichtbaar is.

Xenia Graukunst
Xenia Gottenkieny

Leidt het (eigen) leven bij de gevestigde namen tot ambivalente biechtkunst, de jonge Graukunstenaars gaan op een andere manier de verbeelding te lijf. Hun bijdragen zijn er niet minder om. In een schilderij van Xenia Gottenkieny zijn twee mensachtige beesten in gevecht. Wie dichterbij komt ontdekt een collage krantenknipsels en advertenties. Gottenkieny desgevraagd: “In mijn serie Wrestlemania staan relaties, strijd, lust, sex, verlangen, agressie en frustratie centraal in een wereld van schreeuwerige advertenties. We krijgen dagelijks een overdosis aan informatie waarin we dreigen weg te zinken. Door at random collages en krantenknipsels te combineren, kom ik zelf ook tot ontdekkingen. Ik had in Wild Things een Aquafresh-advertentie (te koop voor 1 euro) gekanteld en toen zag ik er opeens een apostelfiguur in. Ik vind het leuk dat mensen mijn schilderijen ook kunnen ‘lezen’. Erin duiken en zo hun eigen verhaal kunnen vormen, zelf verbanden leggen, ermee spelen.”

Glenn Kessler maakt eveneens gebruik van de collagetechniek. Op drie posterprints grijpen vorm, stijl en inhoud knap in elkaar. Veel heeft de jonge Rotterdammer niet nodig. Hij maakt gebruik van de tinten zwart, wit en grijs en het principe: minder is meer. Doordat de beelden er zo stijlvol en beheerst uitzien springen ze meteen in het oog. Eigenlijk geldt dit voor alle werken in deze bescheiden tentoonstelling. Ook zonder context en voorkennis van de jaren tachtigkunst, zijn het beelden die de grenzen van al dan niet persoonlijke realiteit opzoeken of aftasten.

Graukunst – A Shit In The Face Of History: Natasja Alers, Tracey Emin, John Fekner, Richard Kern, Glenn Kessler, Alan Vega, Xenia Gottenkieny (Schunck, Heerlen, t/m 11 mei 2014) (dit is het tweede artikel over de Graukunstexpo in Schunck, Heerlen)

Onderstaand een lijst met publicaties die relateren aan de “anti-alles” houding en de “do it yourself”-esthetiek van de Graukunst-expo. Afkomstig uit de boekenkast van de schrijver van dit artikel.

International Discography Of The New Wave 1982-1983 – B. George & Martha DeFoe (Omnibus Press 1982)
ruim 700 bladzijden met vrijwel alle punk-, hardcore- en new waveplaten en labels

Re/Search #4/5 William S Burroughs, Brion Gysin, Throbbing Gristle (A Re/Search Publication 1982)
essays, interviews

Re/Search # 6/7 – An Industrial Handbook, Throbbing Gristle, Non, Monte Cazazza, SPK, Cabaret Voltaire (A Re/Search Publication 1983)
essays, interviews

Film Noir American Style (Ding Dong Tapes 1984)
boekje en twee cassettes in doosje, met o.a. Clock DVA, Twice A Man, The Doodooettes, Der Plan.

Magnetic North (Touch 1986)
audiovisueel magazine met cassette, met o.a. The Residents, Gilbert & George, Cabaret Voltaire, Jon Savage, Neville Brody, Strafe Für Rebellion

Tape Delay – Charles Neal (SAF Publishing 1987)
interviews, o.a. Lydia Lunch, Michael Gira, Mark E. Smith, Foetus, Coil, Genesis P-Orridge, Einstürzende Neubauten, Diamanda Galas

King Ink – Nick Cave (Black Spring Press 1988)
songteksten uit de tijd met The Birthday Party

Lipstick Traces (a secret history of the twentieth century) – Greil Marcus (Penguin Books 1989)

The Consumer – Michael Gira (2.13.61 1994)
autobiografie zanger roemruchte band Swans

Destroy All Monsters – Geisha This (incl. flexidisc) (Forced Exposure/Book Beat Gallery 1995)
verzameling eerste zes uitgaven Destroy All Monsters magazines 1975-1979, artwork van Mike Kelley, Cary Loren, Niagara en Jim Shaw

New York Girls – Richard Kern (Purr Books 1995)

Death Tripping – Jack Sargeant (Creation Books 1995)
interviews met o.a. Richard Kern, Nick Zedd, Lydia Lynch

Los Angeles Free Music Society The Lowest Form Of Music 1972-1980(10cd boxset, Cortical Foundation 1996)
houten boxset met 10 cd’s, boekjes met foto’s, interviews en essays, met o.a. DooDooettes, Smegma, John Duncan, Tom Recchion e.v.a.

Paradoxia – Lydia Lunch (Creation Books 1997)
autobiografie

The Hardcore Collection The Films Of Richard Kern (dvd 1999)

Wreckers Of Civilisation The Story Of Coum Transmissions & Throbbing Gristle – Simon Ford (Black Dog 1999)

England’s Hidden Reverse (a secret history of the esoteric underground: Current 93, Coil, Nurse With Wound) – David Keenan (SAF Publishing 2003)

Club Risiko, de jaren ’80 en nu – Fred de Vries (Nijgh & Van Ditmar 2006)
terugblikkende interviews met internationale muzikale kopstukken uit de jaren tachtig

Factory Records The Complete Graphic Album – Matthew Robertson (Thames & Hudson 2006)

Kill Your Idols (Palm Pictures dvd 2006)
documentaire, met o.a. Lydia Lunch, Suicide, DNA, Theoretical Girls, Swans, Foetus, Glenn Branca, Liars

Panic Attack! Art In Punk Years – Mark Salden & Ariella Yedgar (Merrell 2007)
Britse en Amerikaanse kunst tijdens punk en post-punktijdperk 1974-1983

No Wave (Post-Punk Underground New York 1976-1980) – Byron Coley & Thurston Moore (Abrams Image 2008)
artikelen en interviews met o.a. Lydia Lunch, Glenn Branca, James Chance, Arto Lindsay

It’s Not Only Rock n Roll Baby (Bozar Books 2008)
tentoonstellingsboek met kunstwerken door popmuzikanten, o.a. Laurie Anderson, Antony, David Byrne, Chicks On Speed, Brian Eno, Yoko Ono, The Residents, Patti Smith, Alan Vega

No Future Nu – Leonor Jonker (Lebowski 2012)
over ontstaan van Nederlands kunstpunk en new wave, over hoe het gedachtegoed van de punkcultuur onderhuids deel werd van de Nederlandse samenleving

Punk 45 The Singles Cover Art Of Punk 1976-1980 – Jon Savage & Stuart Baker (Soul Jazz Books 2013)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s