Stadsdichter Heerlen Michelle Bracke: “Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven

ZS8O3473-v2
foto: Roel Janssen

Een doordeweekse avond in de binnenstad van Heerlen. Op de hoek van de Saroleastraat staat een historisch pand uit de jaren twintig; de ‘binnenkomer’ van het winkelcentrum. Ooit was er café In de Poort van Herle gevestigd, nu brasserie De Passie. Michelle Bracke is er enkele minuten eerder dan afgesproken. Aan een tafeltje met uitzicht op het Royaltheater en een deel van het toekomstige station, vertelt ze over haar gedichten. Maar ook over Heerlen dat haar tot stadsdichter koos, over David Bowie en, kort voor sluitingstijd over zichzelf, openhartig.

Bracke (31) studeerde filosofie in Sofia, kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Overdag werkt ze bij een bewindvoerderskantoor. Haar vader was eigenaar van een bekende kroeg in het Heerlense uitgaanscentrum. Talent voor schrijven ontwikkelde ze al vanaf jonge leeftijd. Dat het goed voelde merkte ze toen ze bij zichzelf een waarneembare ontwikkeling ontdekte. Bracke: “Ik had al vanaf mijn tiende de behoefte om te schrijven. Ik wilde een dagboek bijhouden, maar ik merkte dat dat niet lukte omdat ik dingen ging verzinnen en zinnen herlezen. Ik vroeg me toen af hoe ik dat mooier kon opschrijven, en beter verwoorden. Op een gegeven moment werd mijn dagboek poëtisch proza.”

Terwijl ze enkele slokjes drinkt van haar glas thee zegt Bracke kritisch te zijn op haar teksten en niks voor lief te nemen. “Om van mezelf te zeggen dat ik in de buurt kom van iets dat je poëzie mag noemen, is eigenlijk pas sinds een paar jaar, dat ik mezelf voorzichtig durf te meten aan mensen die ik zelf ook goed vind. Dichters die ik graag lees variëren van de nieuwe dichters tot de klassieken. Ilja Leonard Pfeiffer is voor mij echt een taalgod, maar ook Ellen Deckwitz en Lieke Marsman zijn voorbeelden van dichters die begrijpelijk en goed schrijven.”

Ze maakt een onderscheid tussen het stadsdichterschap en haar ‘complexere’ poëzie. “Poëzie produceer je niet op commando”, beweert ze. “Ik vind dat gedichten weloverwogen geschreven moeten zijn. Goed en tegelijkertijd toegankelijk schrijven is best een uitdaging. Het is leuk als mensen het meteen snappen en leuk vinden om te lezen. Daar doe je het natuurlijk ook voor, althans, als stadsdichter. Ik ben nu bezig met een afscheidsgedicht voor Paul Depla (de burgemeester vertrekt in maart-red.). De ‘echte’ poëzie kan ik daarnaast doen; daar heb je andere gelegenheden voor, andere mensen. Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven. Ik zou dat ook niet kunnen, maar je schippert toch een beetje om het wat toegankelijker te maken. Goede teksten vinden hun eigen weg wel.”

ZS8O3797-v2-580x870
foto: Roel Janssen

Haar gedichten gaat Bracke voordragen tijdens poëziebijeenkomsten en bij culturele activiteiten in Heerlen. De jury die haar tot stadsdichter koos schreef: ‘Michelle weet de kwaliteit en diepgang van haar gedichten te verbinden met een pakkende, toegankelijke schrijfstijl’. Zelf werd ze bevangen door twijfel. “Bij de jurering vond ik het gesprek vreselijk slecht gaan. Ik dacht: die willen me absoluut niet hebben. Ik had het idee dat ze al iemand hadden gekozen, mensen die meer contacten hadden, dat dat een veilige keuze voor ze zou zijn.” De uiteindelijke winnares werd op het hart gedrukt dat ze best kritisch mag zijn, een ander geluid mag laten horen. Bracke: “Je wordt geenszins beperkt in je kritiek. Dat is prettig, maar ik vind dat je wel een dichter moet blijven. Dat je juist dingen moet kunnen vangen die niet zo voor de hand liggen, dat je daarop krachtig inzoomt en niet de makkelijk dingen kiest.”

Over het grote bouwproject dat de nieuwe stationsomgeving van Heerlen moet worden is ze resoluut: “Ik vind het zo’n slordig plan dat Maankwartier. Daarmee ga je het centrum leeg trekken. Ik vind dat ze moeten centraliseren zoals Maastricht dat doet. Nu wordt er teveel verdeeld in plaats van naar een centrum toe te werken, wat ook economisch beter is.” Haar issues met Heerlen bekruipen haar het meest als ze weer eens een andere stad opzoekt, zoals onlangs Berlijn. “De mensen zijn wat minder bekrompen en ze vinden niet zo gauw iets gek. Een verademing.” Maar vooroordelen over poëzie zijn overal. “Iets wat mensen maar moeilijk kunnen volgen, bijvoorbeeld, is dat ik naar metal luister. Dat matcht niet met de connotatie die mensen bij poëzie hebben, hetgeen lief en braaf is.”

De naam van David Bowie valt. De tijd dat hij in Berlijn woonde, eind jaren zeventig, bezorgde zijn muziek een artistieke opleving. De zanger is een groot voorbeeld voor Bracke: “David Bowie was mijn eerste liefde. Wat ik aan hem zo fascinerend vind is dat hij van gedaante verandert alsof het een natuurlijk ding is. Dat herken ik, die behoefte om al je gezichten te laten zien. Bowie was lekker androgyn en had daar gewoon schijt aan. Ik mag daar graag een voorbeeld aan nemen. Niet dat ik zelf ook zo ben, maatschappelijke conventies houden me in toom. Gewoon voor de lol zet ik wel eens een pruik op. In vind het fijn om fysiek te veranderen, om een andere kant van me naar buiten te laten. Ik ben gewoon mezelf maar heb soms de behoefte er anders uit te willen zien.”

Ze laat enkele foto’s zien vanaf haar smartphone. Daarop draagt ze een pruik met telkens een ander kleurtje en passende oogopslag. Over haar voorkeur om zichzelf soms een ander uiterlijk te geven: “Iedereen moet altijd een keuze maken. Op de een of andere manier kan ik daar niet tussen kiezen. Mensen vinden dat raar, en dat vind ik dan weer raar en dan ga ik het juíst doen. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Je moet niet alternatief zijn om het alternatief zijn. Het is meer gevoelsmatig, iets waar ik plezier in heb. Ik moest wel eerst dertig worden om dit te kunnen doen.”

Op de achtergrond klinkt het geluid van glazen die worden omgespoeld en klaargezet voor de volgende dag. De laatste gasten hebben De Passie intussen verlaten. Kort voor sluitingstijd. De jonge stadsdichter neemt nog een laatste teugje van haar groene thee. Aan haar handen draagt ze opvallende ringen. Ze praat bedachtzaam maar zelfverzekerd, aangenaam en bescheiden. “Het is pas na mijn dertigste dat ik in alle oprechtheid kan zeggen: ik heb er schijt aan wat iedereen van me denkt. Daarvoor durfde ik dat niet. Ik ben niet heel erg ad rem en nogal introvert van karakter. Ik liet niemand binnen, bouwde een muur om me heen. Dat begon tegen me te werken. Ik zat helemaal in mezelf opgesloten. Het is een van de redenen waarom ik poëzie ben gaan schrijven, een manier om je te uiten, een uitlaatklep. Inmiddels is de muur gesloopt en dat voelt heerlijk.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s