Kunstenaar Michel Huisman: “Met het Maankwartier kunnen we onszelf opnieuw uitvinden”

20150802_163446
(foto Harry Prenger)

Op een waterkoude oktoberdag wordt het bezoek niet zomaar welkom geheten, maar gewoon aan de jas naar binnen getrokken. In het riante jaren twintig huis houdt de Staffordshire bullterriër Abel de visite nauwlettend in de gaten. Achter de woning bevinden zich enkele kunstwerken in de tuin, die je gezien de omvang gerust een park mag noemen. Onder het keukenraam houdt een tijgerkatje een middagdutje.

Michel Huisman (Heerlen, 1957) is geestelijk vader van het Maankwartier. Het prestigieuze bouwwerk vervangt het oude stationsgebied met de beruchte voetgangerstunnel dat in Heerlen lange tijd gold als toevluchtsoord voor verslaafden en dealers. Du moment dat Huismans ontwerp het groene licht kreeg kwam ook de kritiek. Het project zou te megalomaan zijn, niet passen bij een stad als Heerlen dat gebukt gaat onder leegstand en dalende inwonersaantallen. Veel wil Huisman er niet over kwijt, maar de kritiek raakt hem wel geeft hij toe. In de keuken laat hij ogenschijnlijk gemoedereerd de koffie door de filterzakjes pruttelen. “Met het Maankwartier is de stad niet af. Met het Maankwartier kunnen we onszelf opnieuw uitvinden.”

007
(foto Harry Prenger)

Huisman neemt geen genoegen met voldongen feiten en veronderstellingen. Zijn antwoorden en beschouwingen leiden tot verbaal mooi weergegeven vergezichten, waar nodig voorzien van een welluidende schaterlach. Aan de hand van filmbeelden en foto’s illustreert hij in de boven de woning gelegen werkruimte via een beeldscherm zijn uiteenzettingen. Dan wordt gaandeweg duidelijk waarom volgens Huisman het nieuwe station voor Heerlen zo belangrijk is. “Je moet niet wachten totdat de stad iets doet, maar je moet kijken wat je zelf kunt doen.” Droogkomisch voegt hij eraan toe: “God is naar huis, die doet niks meer.”

Huismans uitspraken vormen de specie in de muur van weerstand op het Maankwartier. Zíjn Maankwartier. Bedacht met criteria die nadrukkelijk afwijken van de geijkte ontwerp- en architectuurprincipes. “Als je als architect iets ontwerpt dan wordt het ontwerp intellectueel eigendom van de opdrachtgever. Als kunstenaar valt jouw werk onder de auteurswet van 1912, en als zodanig heb ik, voordat ik er aan begon, het Maankwartier gedeponeerd. De mensen die met mij dit zijn gaan bouwen hebben met elkaar afgesproken zich te houden aan die auteurswet. Dat is een fundamenteel ander uitgangspunt. Dit kan een architect zich meestal niet permitteren. Het eerste dat volgens mij moest gebeuren was dat de ziel van de stad moest veranderen, die moest ombuigen. Dat is wat het Maankwartier in eerste lijn doet. De cynici onder ons zeggen: je gaat toch niet een ding bouwen en je dan afvragen wat je ermee moet? Maar dat komt omdat cynici cynisch zijn. Een liefdeloze ontmanteling is iets anders dan fantasie of empathie.”

017
(foto Harry Prenger)

Opvallend zijn de vele details die hij in het gebouw heeft verwerkt. Een ervan is de Heliostaat. Een hoge toren met een halfronde spiegelbol. Die vangt en weerkaatst het zonlicht naar een beneden gelegen vijver. Daaronder bevindt zich de parkeergarage. Het is de bedoeling dat daar een kloostertuin wordt aangelegd met oude Franse zitbankjes. Huisman: “Als je vandaar naar boven kijkt zie je de zon door het water heen schuiven.”

Je zou na alle recente publiciteit over het nieuwe station bijna vergeten dat de bedenker ervan al geruime tijd beeldend kunstenaar is. In zijn installatie-achtige werken laat hij onder meer dier en (vergane) technologie samen komen in beelden die tegelijk vervreemding en herkenning oproepen. Uit het voorwoord van zijn overzichtsboek Garden Night And Farewell: “Michel Huisman gaat op zoek naar de teloorgegane eenheid van mens en wereld in een maatschappij waar zoveel ingrijpend verandert en fundamentele waarden op de helling staan”.

In 1999 had de Heerlenaar een tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Nu terugkijkend beweert hij resoluut: “Dat wordt gezien als het walhalla voor kunstenaars, maar daar ben ik somber van geworden. Ik dacht: dit zijn afwerkplekken.” Huisman ziet de blik met onbegrip bij zijn toehoorder. Hij benadrukt zijn engagement als kunstenaar. “Het heeft niets meer met sociaaleconomische realiteit te maken. We zijn een derivaat geworden. De realiteit trekt zich niets aan van wat de kunsten vinden. Je moet iets doen waarbij je emotionele intelligentie implementeert in de realiteit. Hoe komt het zo smerig en wie ruimt het op? Dat betekent: de vaat gaan doen. Dan blijkt dat iedereen het wel goed vindt.”

022
(foto Harry Prenger)

“Iedereen is eenzaam. Kunstenaars zijn erg gevoelig. Je kunt dan troost vinden in het feit dat veel mensen je kennen. Dat geldt ook voor wethouders en politici. Iedereen heeft wel zo’n verlangen. Wat wezenlijk is, is dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden: van kunst die gaat over mededeling en boodschap; en over kunst die mooi is, als omhooggevallen design. Daar maak ik graag een onderscheid tussen. Als jij een telefoonboek uit je hoofd kent ben je nog niet erudiet. Dan heb je aangetoond dat je iets kan onthouden. Als jij een Sinterklaasgedicht kan maken dat perfect rijmt ben je nog geen dichter. Iedereen heeft een geweten. Dat geweten werd vroeger gevoed door een soort collectieve godsvrees en een sociale omgeving. Dat is geleidelijk aan vrij geworden. Daarin zijn we te ver doorgeschoten: het enige wat van belang is, is datgene wat het meeste oplevert. Dat is misschien inherent aan de manier waarop we in elkaar zitten.”

rondleiding (30)
Michel Huisman (midden) tijdens rondleiding Maankwartier (foto Harry Prenger)

In Huismans woorden weerklinkt een onverstoorbare romanticus; maar wel met visie op verleden, heden en toekomst. Wanneer hij het Heerlen vanaf de jaren dertig tot vijftig, met het Heerlen van pakweg de laatste drie decennia vergelijkt, gaat het over de veranderingen en toenemende gevoelsarmoede die de binnenstad heeft ondergaan.

“Kijk eens hoe mooi de markt was, die kiosk.” Huisman wijst op oude foto’s van marktplein de Bongerd, nog niet ontsierd door een mengeling van reclamegevels. En op de afwezigheid van non-descripte, lukraak neergezette gebouwen, die volgens de kunstenaar de verbinding tussen de verschillende stadscentra onderbreken. “Wat onze grootouders wilden vinden wij niet meer belangrijk. We breken het af. Dat is een waanzinnige fout geweest. Wij hebben een moord gepleegd. Dat zou je moeten kunnen herstellen, ware het niet dat in de openbare ruimte privaatrechtelijk gebieden ontstaan die zich als een eiland verhouden tot de gemeenschap. Vastgoedmensen die panden in de stad bezitten kunnen gewoon zeggen: ik doe er niet aan mee….dat is de vrije markt. De vraag is hoe gaan we hiermee om? We hebben onszelf in een crisis geholpen door de rug niet recht te houden en te kiezen voor hetgeen niks kostte en zoveel mogelijk rendement had. Dat is geen waarde, dat is alleen maar functie. Allemaal bedacht vanuit de gedachte: ik heb geen boodschap aan jouw emoties, ik heb iets dat ik verkopen wil.”

rondleiding (27)
(foto Harry Prenger)

Leidraad in Huismans verhaal is het mogelijk verlies van een eigen identiteit tijdens de veranderingen die mens en stad ondergaan. “Als je je identiteit kwijtraakt heb je maar drie manieren om het terug te krijgen. Door reconstructie, het nú definiëren van wat je mooi vindt, of emotionele intelligentie. Dat laatste is een ondergesneeuwd kindje. Die is terecht gekomen bij c-films, daar doen we niet meer aan. Ga er van uit dat onze twee hersenhelften worden gerepresenteerd in het beleven en het bedenken. Wat er tegenwoordig gebeurt is dat die twee hersenhelften niet bij elkaar worden gehouden, nee, die moeten met alle geweld uit elkaar!”

“Marketingmensen zeggen: ik heb geen behoefte aan creativiteit. Kénnis daar gaat het om. Dat is zo onvoorstelbaar dom. Dat is zo’n belediging voor het menselijk brein. Zoals de mystici in de middeleeuwen al zeiden: je leeft voor je ziel en het verstand is daar het gereedschap van. Wij keren het om. We zeggen alle emotie is sentimenteel. Wat rationeel is, is functioneel. En wat is het gevolg? Kijk naar Mark Rutte, die regeert maar met een hersenhelft. Dat is niet omdat hij zelf zo is, maar omdat we dat met zijn allen zo besloten hebben.”

Wanneer we aanstalten maken het gesprek te beëindigen, toont Huisman niet zonder trots zijn maquette van het Maankwartier. In 2003 gepresenteerd tijdens een informatieavond. De laatste steen van het imposante bouwwerk moet worden gelegd in 2018. Het begin van het nieuwe Heerlen, met of zonder leegstand. Huisman: “Ik zie de leegstand als een kans, maar alleen als het die kans ook gegund wordt. Als er leegstand is zakken de huurprijzen. Tenminste, als het goed is. Behalve bij sommige arrogante pandeigenaren die zeggen: ik laat het leeg liggen. Dan zie je dat er boeven bezig zijn om roofbouw te plegen op de gemeenschap.”

“Je moet je voorstellen dat zo’n stad niet zomaar is ontstaan. Daar gaan honderden jaren over heen. Daar is allemaal belastinggeld en gemeenschapsgeld in verdwenen. Dat heeft gezorgd voor een weefwerk, dat ons als een spinnenweb langs de draden leidt van ons bestaan. Overal zie je aspecten van het menselijk bestaan geëtaleerd in etalages waar mensen je vriendelijk te woord staan en proberen je iets te slijten. De stad is een weerspiegeling van wat er allemaal te doen is, van wat er te koop is, wat er verandert, hoe dat aanvoelt en eruit ziet.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s