Léon Hanssen bekijkt Piet Mondriaan doortastend en eigenzinnig

Mooi meegenomen wanneer een voorpublicatie leidt tot ophef. Léon Hanssen, hoogleraar en biograaf van Piet Mondriaan fronste zijn wenkbrauwen toen hij tijdens een expositie in Brussel een verloren gewaand doek van de kunstenaar zag. Na uitgebreid onderzoek kwam hij samen met een restauratrice tot de ontdekking dat het echter om een vervalsing ging. Extra pijnlijk omdat het schilderij was uitgeleend door het Stedelijk Museum. De eigenaar bleek bovendien bevriend met museumdirecteur Beatrice Ruf. Dan zal het wel goed zijn dacht men bij museum zonder nader onderzoek te verrichten. De ontdekking is een van de spannendste hoofdstukken in Alleen Een Wonder Kan Je Dragen.

Léon Hanssen (Kerkrade 1955) is al langere tijd bezig schilder en de mens Mondriaan te ontrafelen en opnieuw te duiden. In 2015 verscheen het eerste deel van zijn biografie. Een tweede deel is momenteel in voorbereiding. Deze uitgave van de in Rimburg gevestigde cultuitgeverij Huis Clos kunnen we zien als een ‘tussendoortje’. Maar wel eentje waar Mondriaanadepten niet omheen kunnen.

De tien verschillende essay-achtige stukken vertellen onderling misschien geen samenhangend verhaal over een van de pioniers van de moderne kunst. Hanssen bekijkt zijn onderwerp vanuit perspectieven waarin wel degelijk biografische aspecten doorsijpelen, waaronder het veelbesproken kluizenaarsleven van de schilder dat geheel in dienst stond van zijn kunst. In het Nederland van begin vorige eeuw had men moeite met deze zonderling en “controlefreak”. Mondriaan was zo volstrekt autonoom dat men zelfs in kunstenaarskring de kriebels van hem kreeg.

Hanssen maakt duidelijk dat de maker van de abstracte stilteschilderijen net als Van Gogh werd weggepest uit ons land. Hanssen staat er uitvoerig bij stil, evenals bij Mondriaans verblijf in New York. Hier zou hij vanaf eind jaren dertig zijn bekendste doeken maken, waaronder het nooit voltooide Victory Boogie Woogie. “De visie op Mondriaan zoals we hem vandaag de dag kennen als de meester van het modernisme, is eerst en vooral een prestatie van Amerika.” Daar zit je dan in 2017 met je honderdjarige jubileum van De Stijl, de kunststroming waartoe ook Mondriaan behoorde.

Hanssen maakt verder fijntjes van de gelegenheid gebruik om met een andere biografie over Mondriaan korte metten te maken. Dit boek van Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum, “ademt iets van de hedendaagse zucht naar idolen”. Ook andere publicaties over de schilder moeten het ontgelden. Hanssen heeft duidelijk weinig op met biografieën die volgens hem zijn opgeleukt om een groot lezerspubliek te trekken. Hanssen heeft een beetje een drang naar gelijkhebberigheid waarin hij zich het Mondriaanschap min of meer lijkt toe te eigenen. Dat gaat soms ver. Zelfs het graf van de kunstenaar, een houten bord op een plank die door de wind scheef is komen te staan, moet het ontgelden. “Had Mondriaan zich tijdens zijn leven consequent verzet tegen het gebruik van de diagonaal, nu werd zijn graf gemarkeerd door zo’n lamme, schuine lijn.” Waarna de hoogleraar tot actie over gaat: “Ik besloot tot een daad van rechtvaardiging en trok het bord uit de grond.”

Maar verder is Hanssen de observerende en onderzoekende “vagebond”: minder oog voor de “hoofdwegen en een voorkeur voor de rafelranden van het geciviliseerde leven.” In feite houdt hij zijn onderwerp telkens via een andere invalshoek tegen het rigide licht van de kunsthistorie. Zo vergelijkt hij in een hoofdstuk het leven van Mondriaan met de componist Prokofjev, of voert hij diverse redenen aan waarom Mondriaan op zeker moment de letter a weglaat in zijn achternaam. Nederland is het enige land waar de kunstenaar Mondriaan wordt genoemd, in het buitenland staat hij bekend als Mondrian.

Ook gaat de schrijver in op de verschillende dimensies van de molens die de kunstenaar in het begin van zijn carrière schilderde. Hanssen schermt niet per se met nieuwe kunsthistorische feiten, behalve dan de eerder genoemde ontmaskering, maar omzeilt de encyclopedische kunstgeschiedenis in stukken die doortastend zijn geschreven. Hier heerst de prikkeling, de verbeelding én omzeiling van clichés en aannames, waardoor je toch anders gaat kijken naar leven en werk van een al even eigenzinnig kunstenaar.

Léon Hanssen – Alleen Een Wonder Kan Je Dragen over het sublieme bij Mondriaan (Huis Clos 2017)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s