Met zijn allen in de val: van Arctic Monkeys naar Blade Runner 2049

In een gefilmde toekomstfantasie worden gevoelens het hoofdpersonage noodlottig. Een album van een Britse band gaat over de afname van emoties en de toename van social mediagebruik. De zanger heeft woordenrijke volzinnen nodig om te verwijzen naar het verleden en de wereld van sciencefiction. Welkom bij Blade Runner 2049 en Tranquility Base Hotel + Casino. Ernaar kijken of luisteren is gaandeweg het gevoel krijgen dat er iets niet helemaal in de haak is.

Wie Blade Runner 2049 bekijkt raakt bijna in een trance. Het tempo is traag, de toon somber en gelaten. Over Los Angeles hangt anno 2049 een grauwsluier waarin het onafgebroken regent. Aan het begin van de film is agent K, de hoofdpersoon, in slaap gedommeld. Dan weet hij nog niet dat hij tijdens een opdracht verstrikt zal raken in een zoektocht naar een gebeurtenis uit het verleden. Lange tijd koestert hij hoop, maar uiteindelijk leidt de expeditie tot verbittering en desillusie. K blijkt niet de uitverkorene. “The future is female”, schreef een recensent.

In het Los Angeles van nu woont Alex Turner van Arctic Monkeys. Gedurende 2016 werkt hij aan de songs voor Tranquility Base Hotel + Casino. Op de hoes een bouwwerk dat er futuristisch en ouderwets uit ziet. Het herinnert aan het space-age design uit de jaren zestig van architect John Lautner. Meer in het bijzonder op diens Chemosphere, een huis tegen de heuvels van Hollywood dat vanuit de verte lijkt op een ufo. Turners bouwwerk steunt op een antieke Revox bandrecorder. De maquette is zijn variant op de plannen van hotelketen Hilton na de succesvolle ruimtevluchten: een fictieve rustbasis op de maan, een ‘tranquility base’. Voor het eerst als zodanig benoemd door de astronauten die een geschikte plek zochten om te landen met hun Apollo 11.

Toch was het een Duitse sciencefictionfilm die Alex Turner volgens eigen zeggen het laatste zetje gaf voor het albumthema. In Welt Am Draht van Rainer Werner Fassbinder laat een supercomputer met een simulatieprogramma mensen in een virtuele werkelijkheid leven zonder dat zij zich daarvan zelf bewust zijn. Meteen in de openingssong Star Treatment stelt de zanger schijnbaar tussen neus en lippen door een vraag die tegelijk een voorbode is: “hoe bedoel je, je hebt Blade Runner nooit gezien?”.

Hij zinspeelt op het eerste deel uit 1982, maar de strekking is duidelijk. Vervreemding veroorzaakt door een naar binnen gekeerd toekomstperspectief gekoppeld aan innerlijke twijfel. Het verborgen thema van beide Blade Runnerfilms sijpelt ook door op de plaat van Arctic Monkeys. Zoals de beste sciencefiction andere werelden creëert waarin we onze eigen wereld kunnen herkennen, zo levert Turner commentaar op de huidige. En op zichzelf. En op zijn tekortkomingen. In de sóng Science Fiction bekent hij tegen zijn vriendin “I want to stay with you, my love.” Maar dan wel “the way some science fiction does”. Een van de personages in Blade Runner 2049 beweert: “soms moet je om van iemand te houden een vreemde zijn”. Die vreemde is agent K. Zijn geliefde is geen vriendin van vlees en bloed maar een vrouwelijk hologram dat al zijn wensen vervult. Die andere vreemde is wellicht Alex Turner. Het lijkt wel of hij een beetje in de war is. Hij observeert “reflections in the silver screen of strange societies”. En “massale paniek op een niet al te verre toekomstkolonie”. In de Blade Runnerfilms wordt terloops gesproken over buitenaardse koloniën.

Anders gezegd: de muziek maakt zich op voor een avondje uit, maar de zanger heeft er zo te horen niet zoveel zin in. Zijn stem klinkt bedrukt, zijn formuleringen breedvoerig. Woordkeuze en arrangementen lijken niet eens bij elkaar te passen. Het wringt een beetje. De songs krijgen hierdoor iets ondefinieerbaars. Turner laat van alles toe in zijn mengeling van metafoor en metafictie: humor, lichte ironie, flarden autobiografie. In sommige songs doet zijn timbre denken aan David Bowie. De gelijkenis is soms zo frappant dat de overleden Brit bijna weer tot leven komt. Overigens had de regisseur van Blade Runner 2049 voor de rol van een replicafabrikant oorspronkelijk David Bowie in gedachten.

Op het album van Arctic Monkeys gaat She Looks Like Fun over het beoordelen van mensen via datingapps. Man en vrouw geketend aan het dictaat van de smartphone. In het nummer Batphone, jargon voor het gebruik van een privételefoonlijn, zoekt Alex Turner naar een synoniem om apparaten te beschrijven die volgens hem de samenleving uit de realiteit doet verwijderen. Ironisch genoeg probeert hij het antwoord te vinden op de zoekfunctie van diezelfde telefoon. Een apparaat als redmiddel, als strohalm, de verbindende schakel voor huidige omgangsvormen.

Agent K bezit een ‘emanator’ waarmee hij zijn ‘vriendin’ kan aan- en uitschakelen. Tijdens zijn speurtocht naar de restanten van de menselijke ziel overkomt hem iets wat hij niet voelt aankomen. Nadat hij van zijn opdrachtgever krijgt te horen dat hij het zelf al die tijd prima redde zonder ziel, neemt de twijfel bezit van hem. Na terugkeer van een missie wordt hij aan een test onderworpen om iedere emotionele afwijking te meten. Pas wanneer hij slaagt kan hij aanspraak maken op een bonus. De laatste test wordt hem echter fataal. Zijn lichte aarzeling op sommige vragen is voldoende om hem vanaf dat moment te wantrouwen. Argwaan en angst, voor onthulling en opkomst van gevoel en emotie.

The Who Live At The Fillmore East 1968: samengebald venijn

Gek genoeg zijn er tijdens de hoogtijdagen van The Who weinig officiële livealbums van de band verschenen. Deze uitgave met drie lp’s maakt niet alleen een hoop goed, je kunt meteen horen waarom de Britten zo’n geduchte podiumreputatie hadden. Live At The Fillmore East 1968 bevat de weergave van een vrijwel compleet concert in de befaamde muziektempel in New York. Omdat door technische problemen de oorspronkelijke registratie nooit eerder werd uitgebracht, circuleren er sindsdien tientallen varianten op bootleg. De opnamen van toen zijn nu zodanig gerestaureerd dat ze vijftig jaar later ronduit imponerend klinken. Je zult er maar bij zijn geweest op 6 april 1968. Zelden knalde The Who zo energiek en explosief, rauw en fris van de lever uit de luidsprekers.

Fillmore zal de komende jaren weleens kunnen gaan wedijveren met het altijd zo geroemde Live At Leeds. Dat de status van dat album uit 1970 vanaf nu opeens in twijfel wordt getrokken. Is Live At Leeds relatief gecontroleerde, vet aangezette rock, Fillmore daarentegen is kaal en weerbarstig. “Haaaaard rock” schreeuwt Pete Townshend op zeker moment. Het is net of er in de uitvoeringen van The Who opgekropte woede doorklinkt. Twee dagen voor het optreden was Martin Luther King vermoord. Aan het begin van de tournee werd de band in Australië getrakteerd op een vijandige houding van autoriteiten en pers. De krakkemikkige podiuminstallatie en de lange vliegreizen leidden tot vermoeidheid en frustratie bij met name Townshend, die bezwoer nooit meer in Australië te zullen optreden.

Spectaculair is My Generation, dat verdeeld over twee plaatkanten tot een half uur wordt opgerekt en desondanks geen moment verveelt. Opvallend is de lange versie van Relax (“lay down on the ground and listen to the sound of the band”) waar, in weerwil van de titel, Townshend verhaal gaat halen over wat er allemaal mogelijk is per elektrische gitaar. Tussen de solo’s en riffs, die hij afwisselt alsof het geen enkele moeite kost, citeert hij plots de intro van Sunshine Of Your Love van Cream. In vrijwel alle nummers zit Townshends spel vol venijn en hoogspanning, alsof hij de snaren van het hout loswrikt, één wordt met zijn instrument. Drummer Keith Moon roffelt en rommelt er als een bezetene achteraan om de gitarist, die inmiddels is opgegaan in zijn omgeving, weer in het gareel te te krijgen. Zelfs in aloude klassiekers als Shakin’ All Over en C’mon Everybody ontbrandt het vuur van tegendraadsheid en onrust. Medebandleden Roger Daltrey en John Entwistle moeten er een beetje van zijn geschrokken. Een aantal songs werd na dit concert nooit meer live gespeeld.

De befaamde meestertechnicus Miles Showell nam Live At The Fillmore East 1968 onder handen in de Abbey Road Studios. In de uitloopgroef van het vinyl staat zijn signature gegraveerd: Miles Abbey Road Room 30. Geluidskwaliteit? Recht in je smoel. De drie lp’s zitten in een stevige klaphoes met aan de binnenkant een amusante zwart-wit foto van The Who, gemaakt door Linda McCartney. Omdat er op elke kant hooguit drie, vier nummers zijn geperst (door het Tsjechische GZ Vinyl), krijgt de muziek voldoende dynamiek om uit de groeven te knallen. Hard afspelen dus!

The Who – Live At The Fillmore East 1968 (3lp Polydor/Universal 2018)

Heerlijke viering van vinyl in Passion For Vinyl deel 2

Voor wie er nog aan twijfelde, vinyl is een blijvertje. Vrijwel alle artiesten brengen tegenwoordig muziek uit op lp, de verkoop zit in de lift en een initiatief als Record Store Day is wereldwijd succesvol. In samenwerking met perserij Record Industry (goed voor bijna 11 miljoen platen per jaar), maakte muziekjournalist Robert Haagsma een vervolg op zijn interviewbundel Passion For Vinyl uit 2013. Omdat de eerste druk in een mum van tijd was uitverkocht, is wellicht gekozen voor eenzelfde opzet. Dus zit bij deel twee eveneens een vinylsingle bijgesloten. Op het plaatje staan bijdragen van Hasil Adkins (huisvlijtrock), Bloodshot Bill (Johnny Cash aan de valium) en technobeats van dj Ellen Allien. De muziek blijkt al net zo divers als de inhoud van het boek.

Haagsma sprak bekende en minder bekende vinylverslaafden. Aan het woord komen onder meer Steven van Zandt, Ryley Walker en onze eigen upcoming singersongwriter Yorick van Norden. Van Zandt, de rechterhand van Bruce Springsteen, noemt de comeback van het vinyl “het meest gezonde dat de muziekindustrie de laatste tien jaar is overkomen”. In bijna vijftig gesprekken komen de soms ongekende mogelijkheden van het vinyl aan bod. Een afwisselende selectie van muzikanten, verzamelaars, eigenaren van platenzaken en labels, hoesontwerpers, opnametechnici en dj’s. Haagsma tekende zelfs het verhaal op van iemand die uit plakken vinyl hippe brilmonturen fabriceert. Ene Jens Prueter heeft zich voorgenomen de rest van zijn leven uitsluitend platen te kopen uit 1967. Dit boek lezen is alsof je als klein kind weer door een snoepwinkel loopt.

Een enkel hoofdstuk is misschien wat summier. Over De Weergever, een Amsterdamse vereniging collectioneurs van 78-toerenplaten, zou je best meer willen weten. Grappig is de bijdrage van illustrator Robert Crumb. In een ingestuurde getypte brief geeft hij af op de volgens hem inferieure grammofoonplaat. Een lp bevat simpelweg veel teveel nummers. Overigens vertelt hij in Discaholics, een soortgelijke uitgave over verzamelaars, nochtans uitvoerig over zijn voorliefde voor schellakplaten.

Dankzij de veelzijdige benadering wordt Passion For Vinyl Part II meer dan een voorspelbare hang naar nostalgie met een “vroeger was alles beter” toontje. Ontroerend is de ontmoeting met Miriam Linna. Zij beheerde met haar echtgenoot het cultlabel Norton Records. Totdat orkaan Sandy de inboedel grotendeels verwoestte en tot overmaat van ramp haar man in 2016 overleed. Ze had hem ooit leren kennen op een platenbeurs. Informatief en persoonlijk is ook het onderhoud met Ian MacKaye van de band Fugazi. Ondanks alles punker in hart en nieren. Dat laatste geldt zeker voor Jimi Lalumia, voormalig rockjournalist met een grote bek. Zo kom ze je niet vaak meer tegen. Tegenwoordig werkt hij in de verpleging.

Mark Kneppers werd bekend van het dj-duo Wipneus en Pim. In het boek feliciteert hij vooral zichzelf als handelaar in tweedehands platen. Over het huidige vinylaanbod, waaronder de gestage stroom heruitgaven, meldt hij: “Het is verontreiniging. Hetzelfde met nieuwe titels. Er is teveel voorraad”. Van The Beatles en Lou Reed moet hij ook al niks hebben. Zo maak je al lezend meer ontdekkingen. Over Mandy Parnell, een van de weinige vrouwelijke ‘mastering engineers’. Of over de recente herwaardering voor gestileerde Amerikaanse rock uit de jaren zeventig. Weliswaar wordt de muziek soms denigrerend aangeduid met ‘yacht rock’, de interesse voor Eagles, Fleetwood Mac en Hall & Oates lijkt alleen maar toe te nemen. Net als voor de bijzondere herontdekking in het genre Ned Doheny.

Het leesplezier wordt vooral vergroot doordat Robert Haagsma zich telkens onbevangen opstelt als interviewer, zonder enig dedain voor muzieksoorten en onderwerpen. Hierdoor krijgt hij zijn gesprekspartners aanstekelijk en enthousiast aan de praat over hun eerste kennismaking en latere ervaringen met vinyl. Nog voordat je het boek uit hebt voel je zelf ook de aandrang om naar de platenzaak te gaan en een lp aan te schaffen. Op zoek naar Ned Doheny’s cultplaat met de toepasselijke titel Hard Candy.

Passion For Vinyl Part II An Ode To Analog – Robert Haagsma (Record Industry 2018)

Recensie John Coltrane A Love Supreme: The Complete Masters

John Coltrane was een man met een missie. Jazz beschouwde hij als spirituele ontdekkingsreis én muzikaal kruidvat. Halverwege de jaren zestig transformeerde zijn toch al ruime opvatting van (free) jazz in verhalende “sheets of sound”. Deze vrijgevochten klankepistels verschenen via platen van het Impulse-label, waarop het beruchte John Coltrane Quartet grenzen mocht verkennen en verleggen. A Love Supreme componeerde de tenorsaxofonist in 1965 in de slaapkamer van zijn pas verworven buitenhuis in New York. Vanuit deze relatieve rust wilde Coltrane met dit album een metaforische harmonie scheppen voor de politieke en sociaalmaatschappelijke onrust die in zijn land woedde over o.a. burgerrechten voor Afro-Amerikanen.

Wie destijds de plaat kocht en de moeite nam de hoestekst te lezen, ontdekte behalve een lofzang op God, dat Coltrane naast de vier stukken op de reguliere lp, ook sessies had opgenomen met zijn maatje Archie Shepp. De in 1967 aan leverkanker overleden Coltrane kan het niet meer meemaken, maar alle volledige opnamen zijn nu te vinden op deze voorbeeldige 3lp set.

Vaak gaat het bij archiefopnamen om kliekjes die je voor kennisgeving aanneemt. Zoniet bij The Complete Masters. Tenorsaxofonist Archie Shepp mag op zijn eigen albums een recalcitrant en ingetogen spel afwisselen, in deze ‘takes’ neemt hij met gemak de rol van Coltrane over die zelf de ruimte neemt vrijelijk te excelleren. Er is tussendoor een kort gesprek in de studio, al moet je de volumeknop flink open draaien om te horen wat er gezegd wordt. Deze en andere archiefopnamen, waaronder een aantal studies in mono, stammen uit Coltrane’s persoonlijke archief en werden deels niet eerder uitgebracht. Ze laten verbijsterende muziek horen en nog eens de blakende vorm waarin hij en zijn mannen verkeerden.

Over het vinyl:
Fraaie klaphoes met drie lp’s en een boekje van 32 pagina’s. Natuurlijk gaat het niet om zo’n hardkartonnen hoes zoals Impulse die maakte in de jaren zestig. Toch bevat deze reissue de oorspronkelijke hoesfoto en ontwerp aan de binnenzijde. Het oranje logo met uitroeptekens is precies zo overgenomen voor het vinyllabel. Het bijgaande boekwerk bevat tekst en uitleg plus handgeschreven notities door Coltrane. De geluidskwaliteit van de drie platen is overigens uitstekend. Dankzij de heldere, pittige ‘remastering’ komen naast de saxofoon nu ook drums, piano en bas veel beter tot hun recht. Een mooi verzorgd historisch document.

John Coltrane – A Love Supreme: The Complete Masters (Impulse!/Verve Records/Universal)

(eerder gepubliceerd in Vinyl50)

Record Store Day 2018: parels en irritaties

Vaste prik rond Record Store Day: zéér uiteenlopende meningen na bekendmaking van dé lijst. Op zaterdag 21 april is het immers zover. Het moment waarop wereldwijd de platenzaak in ere wordt gehouden. Ter gelegenheid verschijnen honderden lp’s en singles in een keer tegelijk. Bij aankoop krijg je een schijfje cadeau. Een soort Boekenweek dus maar dan in één dag. Vroeg uit de veren want door de beperkte oplage zijn veel platen nadien amper meer te krijgen. Maar wat heeft Record Store Day voor de Nederlandse winkels en liefhebbers eigenlijk te bieden?

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen de exclusieve releases en de uitgaven die hierop als het ware meeliften. RSD is namelijk ook een vehikel om gewone vinylwaar te lanceren. Daarnaast presenteert elk land een eigen lijst. Kwestie van rechten. Zo kan het gebeuren dat er in Amerika andere albums en singles worden aangeboden dan in Europa en omgekeerd. In Engeland lijkt men vast vooruit te lopen op Brexit. Uitsluitend in het Verenigd Koninkrijk te koop is muziek van The Waterfront, de oerversie van de nog altijd populaire Britpopband Stone Roses.

Platenmaatschappijen wordt nogal eens verweten dat ze een te grote invloed uitoefenen op RSD. Universal presenteert ruim vijftig titels tijdens de komende editie. Carrie Colliton, medeoprichter van RSD, schuift de kritiek terzijde. “Sommigen beweren dat grote labels RSD hebben overgenomen, en dat stoort me nogal omdat er vanaf het begin grote labels bij betrokken waren”. Met name voor de kleinere winkel is de vinyldag bittere noodzaak gebleken. In 2017 werden er records aan omzetten behaald.

Exclusief of niet, in veel gevallen gaat het om platen waarvan de noodzaak om ze aan te schaffen op zijn minst twijfelachtig is; lokkertjes waarmee je hooguit de verstokte verzamelaar een plezier kunt doen. Het is ook maar net hoe je het bekijkt. Iets met een glas dat halfvol is of half leeg. Soms zit er slechts een nieuw jasje omheen, is er een kunstwerkje (picture disc) in de groeven gedrukt of een kleurtje aan toegevoegd. Want als er een ding duidelijk wordt tijdens de komende RSD, is het de niet te stuiten opmars van gekleurd vinyl. Je kunt het zo gek niet bedenken. In alle kleuren van de regenboog of in ‘splatter’, alsof iemand over de plaat heeft gekotst. Zo wordt doelbewust een hebbeding gecreëerd; in feite gaat het om een lucratieve marketingtruc in plaats van een artistieke keuze. Drie platen van Tom Waits verschijnen in blauw, rood en grijs. De kleuren vloeken bij zowel het hoesontwerp als de muziek op Bawlers, Brawlers en Bastards (overigens hoogtepunten in zijn oeuvre).

Het is dus even zoeken naar waar het om draait, naar platen waarop muziek te horen valt die daadwerkelijk nooit eerder is verschenen. Neil Youngs Tonight’s The Night werd in 1973 integraal nagespeeld op het podium van de toen pas geopende Roxy in Los Angeles. De uitgave op RSD blijkt een unieke liveplaat. Eveneens vers van de pers: een mini-lp van zangeres Sevdaliza. Het Nederlandse antwoord op Massive Attack komt met liefst zeven nieuwe nummers. Leuke opsteker voor de fans van The National is een liveregistratie van Boxer. Tamelijk onverwacht werd in Brussel dit oude album uitgevoerd ter afsluiting van de recentste tournee.

Dringen geblazen voor de lp Klets van de Vlaamse rapper Meneer Michiels. Slechts honderd exemplaren worden in omloop gebracht. Overigens is het aandeel hiphop net als in voorgaande jaren nogal povertjes. Ook bijdragen van jonge, opkomende artiesten zijn flink in de minderheid. Platenmaatschappijen kiezen liever voor zekerheid door de usual suspects naar voren te schuiven. Denk aan Beach Boys, Madonna, Elvis Presley en Johnny Cash.

Van de Pink Floyd-klassieker Piper At The Gates Of Dawn zijn vijftienduizend exemplaren geperst. In monoweergave. De hoes wijkt af van het origineel, er zit een poster bij plus vier extra songs. Prijs? Ongeveer 32 euro. Want ja, die prijzen. Met afstand het meest gehoorde ongerief over RSD. Naar verluidt moet de organisatie zich tandenknarsend neerleggen bij de bedragen die gevraagd worden. De vinyldag staat of valt tenslotte met de deelname van platenmaatschappijen. Die lijken zich, groot én klein, vooralsnog weinig aan te trekken van de klacht. Een doosje met negen singles van de band Wire kost bijna honderd euro.

Doris Norton was in de jaren tachtig computerprogrammeur bij Apple en IBM. Haar robotachtige disco, inclusief vervormde stem, doet sterk denken aan Kraftwerk en Giorgio Moroder. Te beluisteren op twee reissues. Eveneens aan de vergetelheid onttrokken worden Patti Palladin en Judy Nylon van Snatch. De enige lp die deze kunstpunkband maakte bevat een nummer over de Duitse terreurbeweging Rote Armee Fraktion, met gastbijdrage van Brian Eno.

Interessant is de categorie ‘voor het eerst op vinyl’! De Sundragon Sessions van Ramones bestaat uit een ruwe mix van Leave Home uit 1977. Ooit waren de opnamen onderdeel van een boxset op cd. David Sylvians Dead Bees On A Cake krijgt een heuse vuurdoop op vinyl. Verschil met de cd-versie uit 1999? De fotohoes is gemaakt door Anton Corbijn en de in wit geperste schijf bevat vier nummers die er destijds niet op stonden. Evenals bij voorgaande RSD edities is David Bowies muzikale erfenis vertegenwoordigd. De meest aantrekkelijke en duurste (40 euro) is een 3-lp set met een concert uit 1978.

Over concerten gesproken. Dat legendarische optreden in koffiehuis Sin-é van Jeff Buckley? Verdeeld over vier plakken zwart goud, voor ongeveer vijftig euro. Lil Uzi Vert is een rapper met vrolijk wapperende dreadlocks wiens YouTubevideos door tientallen miljoenen mensen worden bekeken. Een mixtape op mp3-file gaat voortaan verder als grammofoonplaat. Van de Nederlandstalige punkband Frites Modern wordt een cassettebandje uit 1983 omgetoverd tot blauw vinyl. Curieus is de bijdrage van Antony Gormley. Beroep: beeldhouwer. De Britse kunstenaar won in het verleden de prestigieuze Turner Prize. Zijn album is een “portret in geluid” opgenomen in zijn “kathedraalachtige” atelier. Die Sounds Of The Studio zijn afkomstig van hamers, slijpmachines en lasapparaten.

TEFAF 2018: ondanks huidige tijdgeest veel vrouwelijk naakt

“Een reliëf konden we helaas niet meenemen, we staan hier op de afdeling papier en foto’s.” Wat de Franse galeriehouder Zlotowski wél van Kurt Schwitters toont zijn ‘schilderijtjes’ die de kunstenaar in de jaren twintig en dertig maakte. Collages van papier en karton in miniatuurkader. Gekocht van een privéverzamelaar volgens de galeriemedewerker. Best bijzonder. Werk van dadaïst Schwitters kom je nog maar zelden tegen.

Wandelend door het MECC in Maastricht zie je de complete kunstgeschiedenis aan je voorbij trekken. Honderden internationale galeries zijn verdeeld in periodes en stromingen. Er is dus nogal wat te zien en te belopen. Een enkele galerie heeft zulk zacht tapijt dat je er bijna in wegzakt. Soms moet je er even bij gaan zitten. Er zijn waterautomaten met bekertjes geplaatst naast de grijsgetinte zitbankjes. Het lichtroze papier van de stapeltjes Financial Times steekt er opvallend bij af. In de kunstbijlage een grote advertentie van de TEFAF.

Toch is de Maastrichtse beurs niet per se de plek waar uitsluitend prominenten en het sjiek en sjoen zich vergapen aan kunst. Met zijn getatoeëerd gezicht en ringen door mond en oren is Etienne Dumont (journalist uit Zwitserland) zelf een wandelend kunstwerk. Tijdens het betreden van gangpaden en galeries hoor je voortdurend flarden Engels, Frans en jawel, Russisch. Drie jonge vrouwen uit Rusland becommentariëren driftig de schilderijen om hen heen. D66 leider Alexander Pechtold zit aan een van de lange tafels van de Seafood Bar.

Perlen (56x32x48 cm) 2009 – Carolein Smit

In weerwil van de huidige tijdgeest laat de TEFAF veel naakt zien. Tranen van parels draperen het blote lichaan van een vrouw in keramiek. Volgens Carolein Smit “is het niet zo moeilijk om mijn werk leuk te vinden. Alles glanst en schittert, is schattig en de details van ogen, tongen, neuzen en oren zijn vertederend,” legt ze uit op haar website.

Volledig in zichzelf gekeerd oogt een werk uit 1906 van Odilon Redon. Het Fillette Nue houdt de armen zedig voor haar lichaam. Redon werd bekend om zijn droombeelden van vreemde objecten en fantasiefiguren, maar dit pastel op papier is nadrukkelijk vredig en verstild. Ingetogen is ook de jonge dame in een hyperrealistische foto van Andres Serrano, die discreet om een hoekje hangt, op enkele meters van klassiekers in stemmig zwartwit van Dennis Hopper en Edward Weston. Onverbloemd staat een vrouw in zeegolven die zo bruisen dat ze onmiddellijk naar vakantieoorden doen snakken. Franz Gertsch maakte het verlangen tastbaar door een houtsnede te verwerken in lichtblauwe fotografie. Dankzij de afmetingen van twee bij bijna drie meter amper over het hoofd te zien.

Fillette Nue (50,8-35,8 cm) 1906 – Odilon Redon

Deze editie mist wellicht de kunstknallers waar iedereen nieuwsgierig omheen dromt. In het recente verleden was dat nog het geval bij Damien Hirsts doorgesneden varken op sterk water; of bij een turquoise standbeeld van Jeff Koons. Behalve een belangrijke hotspot voor handelaren en verzamelaars, biedt de TEFAF voor oplettende liefhebbers hét onderscheid tussen galerie- en museumcollecties. Veel van de internationale kunsthuizen bezitten geheel andere werken van een kunstenaar dan een museum. Daarnaast zie je in waarde stijgende kunstwerken steeds minder vaak in een museale setting omdat ze simpelweg onbetaalbaar zijn geworden. En waar en wanneer kun je tegenwoordig meerdere werken tegelijk bewonderen van Kurt Schwitters?

TEFAF (MECC, Maastricht 9 t/m 18 maart 2018)

Harrie Sevriens, stadsdichter van Heerlen, overleden

De markantste inwoner van Heerlen heeft zich niet aan de afspraak gehouden. Hadden we niet geroepen ‘wie schrijft die blijft’? Stadsdichter Harrie Sevriens kwam je zo vaak tegen in de stad dat hij bij het meubilair van Heerlen begon te horen. Zoals het terras van café Bracke. Achter een pot bier, sjekkie binnen handbereik. Gewoon om 11 uur ’s ochtends. En nu is hij dood. Longkanker. 61 is hij geworden.

Harrie ging er steeds slechter uitzien, zijn eeuwige spijkerjasje losjes om de smaller wordende schouders. De laatste keer dat ik hem zag was van de zomer tijdens Cultura Nova. Wanneer we elkaar tegen kwamen vond ik onze begroeting best grappig. “Hoi Harry”. “Hoi Harrie”. Soms droeg hij ter plekke een gedicht voor dat hij enkele uren eerder had geschreven. Andere keren belde hij op om door de telefoon een vers aforisme voor te lezen. Gedichten in miniatuur. Die waren grappig, kritisch en ontroerend. Een enkele keer mopperde hij over een andere stadsdichter, of vroeg hij of ZwartGoud aandacht wilde besteden aan een nieuwe bundel van hem, de zoveelste.

De laatste jaren woonde Harrie in een appartement midden in het centrum. Daar bevond zich een opmerkelijke verzameling Afrikaanse beelden. De andere kant van de stadsdichter. Net zo apart als zijn sprechgesang op enkele muziekalbums die hij in eigen beheer uitbracht. In 2011 maakten Sandra Israel en Anita Hondong voor ZwartGoud een mooi interview met Harrie Sevriens, in feite de allereerste stadsdichter van Heerlen. Openhartig was hij tegenover de dames: “Ik ben het slachtoffer van kindermishandeling. Dat verleden brak me op tijdens mijn studie natuurkunde en biologie aan de lerarenopleiding. Ik kreeg last van angsten en moest met mijn studie stoppen.”

Het schrijven en dichten leverde hem in 2012 een koninklijke onderscheiding op. Typisch Harrie: knaloranje lintje op de revers van zijn vaalblauwe spijkerjack. Daar wandelde hij wel eens meer door de stad. Met zijn typische loopje leek hij op een cowboy die elk moment een saloon kon betreden. Denkbeeldig begonnen klapdeurtjes open te zwaaien en de houten vloer te kraken. Geluid voor de kronkels en gedachten die onophoudelijk door zijn hoofd moeten hebben gespookt.

Bezinning
Weet de stilte
stil te begroeten
Weet jezelf
stil te ontmoeten

Erfenis
Wie in het zicht
van de dood
of erdoor
nog erkenning zoekt
heeft in onvermogen
wat nagelaten