Tv-serie Banshee viering van ruwe bolster

BANSHEE

We waren hem even kwijt. De ruwe bolster blanke pit. Ruw kunnen we hier gerust met hoofdletters schrijven. Sheriff Lucas Hood neemt het namelijk niet zo nauw met de regels. Liever laat hij zijn vuisten of pistool spreken in plaats van het te laten aankomen op een rechtszaak, waarin de verdachte kans krijgt zich te verdedigen. In het stadje Banshee is niet eens sprake van verdachten. Wel van bad guys die koste wat kost bestreden moeten worden. Alsof dat niet genoeg is worden de bewoners geteisterd door een machtswellusteling met kleurrijke psychotische trekjes.

Hood wordt per toeval gezagsdrager, kort na vrijlating uit de gevangenis, waar hij het geweld aan den lijve heeft mogen ondervinden. Dat komt hem goed van pas bij zijn nieuwe ‘beroep’. Daarnaast onderhoudt hij contacten met zijn vroegere kameraden in het kwaad, met wie hij in zijn vrije tijd bijklust, overeenkomstig zijn oude stiel als meesterdief. Toch bezit Hood een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. Een emotionele jongen. Wanneer zijn ex-geliefde laat weten dat het echt niet meer goed komt, lopen de tranen over zijn wangen.

De Amerikaanse serie Banshee draait er niet lang omheen. Meteen vanaf het eerste deel zindert het van seks en geweld. Dat blijft zo. In elke aflevering gaat er wel een dame uit de kleren of wordt er stevig op los geknokt; soms net zo lang tot het bloed uit het slachtoffer spat. De makers van de serie leggen een opvallende voorkeur aan de dag voor mooie, slanke vrouwen. De kijker zal niet om Ivana Milicevic heen kunnen. Over het expliciete naakt en geweld zegt de actrice: “Ik ben een meisje, en ik zou liever naar seksscènes kijken dan naar geweld, maar ik heb geen probleem met het geweld in Banshee. Het is niet de echte wereld toch? Ik denk niet dat je het probleem van geweld in de maatschappij de entertainment-industrie kunt verwijten”.

Als ex van de sheriff speelt Milicevic een belangrijke rol in de serie. Onder een fictieve naam heeft ze een gezin gesticht met de bedoeling haar criminele verleden uit te wissen. Een ander personage dat opvalt is het bandeloze Amishmeisje Rebecca. Voor haar is het dragen van ultrakorte jurkjes de ultieme levenshouding. Ook van sheriff Hood krijgen we meer te zien dan alleen zijn stoppelbaard.

De laatste jaren is de kwaliteitslat voor tv-series door grootproducent HBO hoog gelegd. Banshee lijkt klein bier vergeleken met de artistieke hoogstandjes Breaking Bad, House Of Cards en Game Of Thrones. Dat er met de ruige serie net iets meer aan de hand is, wordt duidelijk tijdens het tweede seizoen. De sfeer is nóg claustrofobischer, het geweld ronduit sadistisch en de dosis seks wordt een tandje opgeschroefd. Een van de afleveringen opent met de halfnaakte Rebecca die zichzelf bevredigt; kom daar maar eens om bij al die brave Nederlandse series.

Dan gebeurt het. Seizoen twee, deel vijf. Hierin draait alles om de personages Hood en zijn ex. Stilistisch gezien wijkt deze episode nadrukkelijk af. Zelden zal er in een tv-drama zo’n beklemmende sfeer in beeld zijn gebracht door camerawerk en strategische montage. Achtervolgingswaanzin, twijfel en paranoia worden ook bij de kijker voelbaar gemaakt. Een tergend spannende scène in een korenveld met shots afwisselend van bovenaf en vanuit de zacht wiegende graanhalmen, is onvergetelijk.

Je wilt het eigenlijk niet toegeven maar het aantrekkelijke van Banshee zit ‘m in de zoete, nietsontziende wraakuitoefening. Net zoals Hood op gegeven moment vaststelt “I don’t know what’s coming next, but it’s coming”, laat ook de wraak nooit lang op zich wachten. Wanneer je dit, en het onmiskenbare feit dat sommige situaties voorspelbaar zijn, op de koopt kunt toenemen, raak je zonder meer verslaafd. Je blíjft kijken.

Seks met een meisje dat er best minderjarig uitziet? Sherrif Hood hoeft er niet lang over na te denken. Een motorbende die het stadje komt terroriseren? Worden zonder pardon omgelegd. Niks onderhandelen of zaken oogluikend toestaan. Om eindelijk weer eens iemand te zien die het recht in eigen hand neemt, wetten en fatsoensnormen aan zijn laars lapt, is een regelrechte verademing. In nogal wat hedendaagse series zijn we bijna gewend geraakt aan het kwaad dat alle ruimte krijgt zich te doen gelden. Good guys zijn stommeriken die over zich heen laten lopen, een conflict willen uitpraten met een goed gesprek, of simpelweg worden vermoord, zoals leden van de goeiige familie Stark in Games Of Thrones.

Banshee heeft veel te danken aan acteur Antony Starr. Als sheriff combineert hij een weemoedige oogopslag aan onverzettelijkheid en gedoseerde daadkracht. Toch is zijn karakter geen macho. Hood is een archetype uit lang vervlogen tijden. Welke man van nu zal zich nog in hem herkennen? Seks en geweld, Hood overkomt het allemaal, en als het hem niet overkomt roept hij de problemen die erbij horen over zich af. Zoals gezegd: “I don’t know what’s coming next, but it’s coming.” De grens is bij hem snel bereikt. Sheriff Hood: eenzame held.

Banshee wordt in Nederland uitgezonden door HBO

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

De ontregeling van filmer fotograaf Richard Kern

kern

Geen overdreven stilering, gewoon recht voor de raap. Richard Kern wil in zijn foto’s en films niet per se het vrouwelijke schoonheidsideaal laten zien. Sterker, op het moment dat collegakunstenaars zichzelf een halt toeroepen, mogelijk uit gêne of zelfcensuur, filmt en fotografeert Kern gewoon door. Ver voorbij het fatsoen en ruimschoots over de grenzen van ‘de goede smaak’. Daarom worden zijn beelden vaak als confronterend en ongemakkelijk ervaren. Het begrip porno valt meer dan eens. Onterecht. Het Heerlense Schunck toont tijdens de Graukunstexpositie werk van de Amerikaanse fotograaf en filmer. O.a. de beruchte film Fingered.

Het zijn de groezelige lowbudgetfilms waarmee Richard Kern (1954) begin jaren tachtig in kleine kring naam maakt. Films waarin geen vragen worden gesteld over het hoe en waarom van plot en personage. De toeschouwer zit er mooi mee opgescheept. Of hij wendt zijn hoofd vol walging af, óf blijft toch stiekem kijken naar Kerns duivelse pact tussen seks en geweld. Een platte vorm van provocatie? Inderdaad zijn sommige scènes ongetwijfeld als zodanig bedoeld, maar Kerns oeuvre is te bijzonder en uniek om het af te doen als provocatie om het provoceren.

Al dan niet parodiërend verwijst Kern naar de horrorfilm, naar SM, strips, snuffmovies, en grandguignol, het extravagante horrortheater in het Parijs uit begin vorige eeuw. Anderen leggen een link met de boeken van de Franse schrijver en ‘filosoof van het kwaad’ Georges Bataille. Zowel bij Kern als Bataille overlappen de thema’s angst, geweld, seks en de dood elkaar in een ongrijpbare verstrengeling.

17-5-lydia-lunch-blog480
scène uit Fingered

Bataille beschouwt seks en de dood als drijfveren voor het maken van kunst. Volgens hem bezit de mens een verlangen niet gehinderd te willen worden door regels, om zonder doodsangst het leven te kunnen ondergaan. Elke verbodsregel vraagt om overtreding en overschrijdend onwettelijk gedrag. Het doelbewust overschrijden van taboes noemt Bataille transgressie. De filosoof maakt zijn lezer voyeur én, daar komt het addertje, participant.

Het seksueel afwijkende gedrag van Batailles romanfiguren en de daaruit voortkomende gewelddadige beschrijvingen, is een latente voedingsbodem voor aversie en aantrekking. In de films van Richard Kern zijn de overeenkomsten met de boeken en personages van Bataille duidelijk aanwezig, al beweert de filmer in een interview simpelweg: “Wat ik interessant vind in films haal ik naar boven en laat het samengevat zien. Wat Amerikanen interesseert is seks en geweld en de smerige kant van het leven”.

c
(foto: Richard Kern)

In 1983 koopt de dan nog jonge cineast voor vijf dollar een Super-8 camera. Hiermee filmt hij de ‘belevenissen’ van vrienden en bekenden uit de muziekundergroundscene. De ruige New Yorkse Lower East Side dient als grauw decor. Kerns manier van filmen vindt meteen aansluiting bij de no wave: bands die onder invloed van punk en avant-garde het rockstramien inruilen voor nóg vrijere muzikale opvattingen.

Een van de pioniers is de groep Teenage Jesus & the Jerks van zangeres Lydia Lunch. Aanvankelijk werkt Kern samen met een vriendje van haar, Nick Zedd, die als medegrondlegger van de Cinema Of Transgression wordt gezien. Andere figuren uit de periferie van de New Yorkse underground voelen zich eveneens aangesproken door Kerns werkwijze. Via Lunch komt Kern in contact met o.a. Jim ‘Foetus’ Thirlwell en Henry Rollins.

10150008_471139673013278_1012540623_n

Met name zijn filmbeelden ontregelen dankzij een hardvochtige benadering van het grotestadsleven. De Amerikaan moffelt niets onder het tapijt, elke vorm van suggestie ontbreekt. Omdat de kadrering er nogal primitief uitziet, de beelden grofkorrelig zijn, doen de films denken aan goedkope horrorfilms waarin de hoofdpersonen zonder aankondiging vooraf, elkaar naar het leven staan. Alleen gaat het bij Kern niet om kettingzagende psychopaten, maar om non-conformisten, randfiguren en onruststokers.

Ondanks het frontale naakt in expliciete poses zijn Kerns beelden beslist geen porno. Waar porno telkens opnieuw een seksuele stimulans wil oproepen en benadrukken, valt het werk van de Amerikaan nauwelijks erotisch te noemen. Benadrukken de makers van porno hoe en welke handelingen er verricht dienen te worden, Kern laat de poses en de interpretatie ervan over aan de fantasieën van zijn actrice of model.

Niet iedereen zal zich identificeren met Kerns vrouwen, die in zijn werk openlijk fantaseren over ongehinderde seks, bondage en agressie. Het scenario van Fingered werd mede geschreven door Lydia Lunch. In de onrustbarende koortsdroom over seks en geweld, gooit de koningin van de New Yorkse subcultuur, net als in het al even beruchte The Right Side Of My Brain, het begrip lustobject radicaal om. Zo is het maar net. In het oeuvre van Richard Kern heeft de man weinig tot niets in te brengen. Hij staat letterlijk in zijn hemd én voor lul.

Film Only Lovers Left Alive lamlendig en voorspelbaar

only-lovers-left-alive

In zijn films zet Jim Jarmusch het liefst buitenstaanders in de schijnwerpers. Outsiders die een bestaan leiden langs de rafelranden van stad en maatschappij. Bij Adam en Eve is de regisseur aan het goede adres. Het echtpaar gaat namelijk door het leven als vampier. Ondanks dat ze geen deel uitmaken van het aardse en alledaagse is aan het stel niks menselijks vreemds; twee uur lang babbelen ze er flink op los. Gespreksstof genoeg. Adam en Eve hebben in de honderden jaren dat ze hier ronddwalen veel beroemdheden persoonlijk ontmoet. Goed voor leuke anekdotes wanneer ze commentaar geven op het leven van onze kunsthelden en op ons de “zombies”. Dat het duo moeite heeft met de tijd van nu, is misschien het belangrijkste thema van Only Lovers Left Alive.

Lees verder

Nederlandse acteur Frank van Putten in The Wolf Of Wall Street: ‘Mijn karakter is een mens van vlees en bloed’

1534297_629126223819980_799798068_n

In Martin Scorsese’s daverende snuif-, sjoemel- en seksepos The Wolf Of Wall Street is ook een rolletje weggelegd voor de Nederlander Frank van Putten. Halverwege de drie uur durende Hollywoodproductie duikt hij op als assistent van een Zwitserse bankier. Het personage van Van Putten is de enige man in de film die niet met zijn neus in de cocaïne of een jongedame zit. Wel draagt hij het mooiste maatpak van allemaal. En maakt hij, in tegenstelling tot alle doorgesnoven types om hem heen, een beschaafde en gedistingeerde indruk. Schijn natuurlijk. In een ander shot zien we hem geobsedeerd achter een geldteller. De aandelenzwendel van de louche Wall Street firma Stratton Oakmont is zo uit de klauwen gelopen dat in allerijl koffers met cash naar een Zwitserse bank zijn vervoerd. Tijdens de onderhandeling over de transactie bevindt Van Putten zich in een kantoor met de voornaamste hoofdrolspelers, waaronder steracteur Leonardo DiCaprio.

Frank van Putten (1952) woont en werkt in Amerika, maar heeft een achtergrond in de theaterwereld. “Ik heb de regieopleiding gedaan aan de theaterschool in Amsterdam. Mijn beste herinnering daar was werken met Ton Lutz. Na afloop wilde ik meer leren over het acteren. Eind jaren zeventig ben ik toen naar New York gegaan om bij Stella Adler te studeren. Dat was een fantastische tijd. Stella Adler was een fenomenale invloed; zij heeft mij met open armen ontvangen, en me aangemoedigd als acteur.”

In contact met de makers van The Wolf Of Wall Street kwam hij via zijn agent. “Eerder had ik casting-director Meghan Rafferty ontmoet van Ellen Lewis Casting. Dat hielp.” Dat hijzelf geen tekst heeft in de film deert hem allerminst. Voor Van Putten speelde het feest zich voornamelijk af op de set tijdens de opnamen. “Dat was een geweldige belevenis. Scorsese is de onbetwiste meester, zonder zichtbare inspanning had hij alles volledig onder controle. Ik was in een scène met Leonardo DiCaprio, Jonah Hill, Jean Dujardin en PJ Byrne. Iedereen was geconcentreerd met zijn werk, respectvol, geen ego’s. Scorsese gaf mij een aanwijzing: hij wilde van mij een contrast, dat ik een tegenwicht was tegen de ongebreidelde energie van de anderen. De scène werd gefilmd met vier verschillende camera-instellingen. De laatste camera-instelling die dag was op mij, maar alle acteurs speelden toen die scène weer opnieuw en ten volle uit.”

De filmmomenten met Van Putten suggereren opnamen in een zonovergoten Genève. Niets is minder waar. “Onze bankkantoren werden gebouwd in een studio in Brooklyn. De begroetingsscène in de lobby werd gefilmd op een locatie in Manhattan.” Wat vindt hij inhoudelijk van The Wolf Of Wall Street en zijn eigen bijdrage; een rustpunt te midden van de overdetop bacchanalen? “Van de film heb ik enorm genoten en veel gelachen. Ik zie ‘m als een catalogus van de dwaasheid van onze hoogste ambities. Leonardo is fantastisch. Mijn karakter is een mens van vlees en bloed: hij gelooft in de respectabiliteit van geld. Helaas blijkt dat illusoir. Geld hebben is niet een van de zeven deugden. Als acteur moet je dat met of zonder tekst kunnen zeggen.”

Had je ondanks je kleine rol voldoende contact met regisseur Martin Scorsese en je medespelers? “Vanaf het begin voelde ik mij deel uitmaken van de film. Dat is Scorsese. En ook Dicaprio. Hij zei tegen mij dat iedereen naar de rushes had gekeken waar ik het geld aan het tellen was in de bank. Dat moment kwam later in de trailer van de film. Aan ’t eind van mijn drie dagen zei Scorsese dat dit mijn laatste dag was en vroeg iedereen om mij applaus te geven. Onmogelijk om je iets beters te wensen!”

Tijdens de Oscaruitreikingen op 2 maart zal The Wolf Of Wall Street ongetwijfeld prijzen gaan binnenslepen. Voor Van Putten is er gewoon meer werk in het vooruitzicht. Nou ja, gewoon. Acteren in films en series die in ons land nog niet te zien zijn of nog in productie moeten. Van Putten: “Ik speel een nazicommandant in een internetserie, Small Miracles. In februari ben ik te zien een rol in I Dream Too Much, en als ‘the cleaner’ in Pick-Up, iemand die sporen wist voor een gangsterbende; dat zijn beide independentfilms. En ik speel een juwelier in The Knick, een tv-serie voor HBO, geregisseerd door Steven Soderbergh.”

(met dank aan Rebecca van Putten)

(eerder gepubliceerd door The Post Online, 17-1-2014)

Film Zero Dark Thirty zit de waarheid op de hielen

zdt

Zelfs in de strijd tegen het terrorisme nemen de vrouwen het over. Als er een ding duidelijk wordt uit de film Zero Dark Thirty, is dat Osama Bin Laden kon worden opgespoord dankzij de doortastende inzet van een CIA-agente. Lijkt dit op een goedkope publiciteitsstunt? Geen sprake van. Na het uitkomen van de film moest de CIA toegeven dat deze Maya, zoals haar dekmantel luidt, direct verantwoordelijk is voor de vindplaats van de Al Qaidavoorman in de Pakistaanse stad Abbottabad. De afloop is genoegzaam bekend.

Op haar aanwijzingen hoefden de commando’s van de Navy SEALs slechts het vuile werk op te knappen. Voor de CIA is Zero Dark Thirty zo pijnlijk waarheidsgetrouw dat de inlichtingendienst onlangs een intern onderzoek inlaste om te achterhalen wie de informatie aan de filmmakers, waaronder regisseur Kathryn Bigelow, doorspeelde. Die ontkennen dat er sprake is van geheime bronnen. In Amerika kortom is men zich rot geschrokken van de film.

Een ander voor veel Amerikanen ongemakkelijk thema is de in de film expliciet getoonde link tussen de door CIA-agenten uitgevoerde martelingen en de hieruit verkregen informatie die naar het spoor van Osama Bin Laden leidt. Volgens een aantal senatoren, onder aanvoering van de voormalige presidentskandidaat John McCain, zouden deze ‘enhanced interrogation techniques’ “misleidend” zijn en zeker niet overeen komen met de werkelijkheid. Echter, de film laat aan duidelijk niks te wensen over; de openingsbeelden tonen diverse folteringen waaronder het beruchte waterboarding. Locatie: een zogenaamde ‘black site’, een geheime buitenlandse gevangenis beheerd door de Amerikaanse geheime dienst.

Ondanks alle commotie en voorpubliciteit blijft de belangrijkste vraag natuurlijk of Zero Dark Thirty een bezoek aan de bioscoop waard is. Het antwoord kan met een volmondig ja worden beantwoord. De film dingt zelfs mee naar de belangrijkste categoriëen Oscars. Kathryn Bigelow was trouwens de eerste vrouwelijke regisseur die zo’n gouden beeldje won. Haar bekroonde oorlogsfilm The Hurt Locker speelde zich eveneens af in het Midden-Oosten. Doorgewinterde filmliefhebbers kennen wellicht haar neo-sciencefictionfilm Strange Days (1995), waarin ze de mannelijke hoofdfiguur neerzette als een onbetrouwbare ‘held’.

zdt

Ervan uitgaand dat Zero Dark Thirty daadwerkelijk de waarheid op de hielen zit, is het knap dat Bigelow je ondanks de overbekende afloop, toch twee en een half uur naar indrukwekkende cinema laat kijken. Spectaculair in zijn bescheidenheid doet de film verslag van een antiterreur-divisie die ondanks tegenslagen stapje voor stapje het netwerk rondom Osama Bin Laden weet te ontrafelen. Stoïcijns omzeilt Bigelow het triomfantelijk patriottisme dat verwante Hollywoodfilms aankleeft. Het sterke camerawerk wisselt subtiele op details gerichte close-ups af met een meer rationeel in beeld gebrachte verhaallijn over de hoofdrolspeelster. De film toont alleen wat echt belangrijk en noodzakelijk is.

Stoere mannenpraat en een vette beeldenretoriek blijven achterwege. Geholpen door een evenwichtig gemonteerd ritme raak je tijdens het kijken ondergedompeld in een film waarin het gevoel van beklemming alleen maar toeneemt. Muziek wordt gebruikt om enkele scènes van mineurtinten te voorzien, behalve tijdens de apotheose waarin de soundtrack schittert door afwezigheid. De belegering van Bin Ladens vesting behoort tot de meest zenuwslopende actiescènes ooit verfilmd. Kenmerkend voor het karakter van de film is het gevoel dat overheerst nadat Bin Laden is geliquideerd: gelatenheid, op het ontnuchterende af. En niet alleen bij de kijker.

Ook bij de CIA-agente bespeuren we amper een greintje overwinningsgevoel. Over deze Maya, kordaat vertolkt door Jessica Chastain, komen we niet veel meer te weten dan dat ze uiterst vastberaden te werk gaat. In haar leven lijkt geen plaats voor gezin of ‘love interest’. Een ‘nee’ van haar meerderen accepteert ze steeds minder vaak. Zo’n vrouw dus die door mannelijke collega’s uit pure wanhoop dan maar ‘een pittige tante’ wordt genoemd. Er is een moment in de film waarop ze een verzoek om materiële ondersteuning als vanzelfsprekend ziet ingewilligd. Niemand legt haar meer een strobreed in de weg; haar reputatie is haar inmiddels vooruitgesneld.

Volgens CNN-analist Peter Bergen werkt de CIA al langer met vrouwelijke agenten. Bergen sprak een oprichter van een antiterreur-eenheid: “Vrouwen lijken een uitzonderlijk gevoel te bezitten voor details, om patronen te ontdekken en relaties te doorgronden. En heel eerlijk gezegd verspillen ze veel minder tijd aan het vertellen van oorlogsverhalen en kletspraatjes en wandelingetjes naar buiten om een sigaret op te steken dan de mannen.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Quentin Tarantino’s Django Unchained: meedogenloze duistere wraakfilm

du

In recensies wordt het met opvallende gretigheid ingekopt. Django Unchained van Quentin Tarantino zou een eerbetoon zijn aan de Italiaanse spaghettiwestern van de jaren zestig; films waarin de actie belangrijker is dan het plot. Tarantino staat er natuurlijk om bekend dat hij in zijn eigen werk graag verwijst naar andere films; bij voorkeur naar het cultgenre van de b-film die hij als jonge videotheekbezoeker ontdekte. En inderdaad barst het in Django Unchained van de ondubbelzinnige filmcitaten.

In de opvolger van de provocerende oorlogsfilm Inglourious Basterds past Tarantino zijn handelsmerk, de logica van de cinematografie een loer draaien, weer veelvuldig toe. Zo klinkt er op zeker moment een eigentijdse rap in de film die zich afspeelt in 1858, in het Amerika kort voor het uitbreken van de burgeroorlog. Tarantino komt er mee weg. Zijn muziekkeuze hangt immers samen met het ambivalente karakter van de film. Slim verpakt als een rechtlijnige queeste over vergelding, snijdt de regisseur een thema aan dat in Hollywood lange tijd uitgedoofd leek: de slavernij van de Afro-Amerikanen. Het toeval wil dat het onderwerp ook ter sprake komt in Steven Spielbergs filmbiografie over president Lincoln.

In de Amerikaanse media is het nog steeds beladen onderwerp intussen flink opgelaaid. Tarantino noemt in een interview de slavernij de tweede Amerikaanse holocaust. De eerste was volgens hem de uitroeiing van de indianen, de inheemse bevolking van Noord-Amerika. Niet helemaal toevallig trouwens dat 1858. Omstreeks die tijd werd een begin gemaakt met de aanleg van de indianenreservaten. Jammer dat in veel Nederlandse recensies (o.a. de Filmkrant, Volkskrant) de manier waarop Tarantino het onderwerp slavernij oppakt, onderbelicht blijft. Django Unchained is veel meer dan een ode aan de spaghettiwestern.

In zijn film gaat hij het engagement volgens Hollywoodmaatstaven volledig uit de weg. Geen tijd voor moralisme of sentimenten. De ‘boodschap’ wordt bedekt door een intrige die net zo belachelijk en ongeloofwaardig is als de verhalen in de Italiaanse spaghettiwesterns. De film begint met de bevrijding van de zwarte slaaf Django (Jamie Foxx) door de Duitse premiejager Dr. King Schultz (Christoph Waltz). Dit onwaarschijnlijke duo maakt gebruik van elkaars diensten om gezochte boeven op te sporen.

Als tegenprestatie voor Django’s schietvaardigheden, helpt Schultz hem diens vrouw te zoeken en te bevrijden van Candyland, een ranch voor ‘comfort girls’ van slavenhandelaar Calvin Candie (Leonardo DiCaprio). Simpel verhaal, meeslepend verfilmd. Dat is vooral de verdienste van de acteurs. Waltz leerden we kenden als de sinistere SS-kolonel in Inglourious Basterds. In Django Unchained gaat hij gewoon door met het stoutmoedig tegemoet treden van zijn opponenten door ze verbaal de les te lezen. Wanneer dat niet helpt…

Typisch Tarantino: de bad guys, gespeeld door Leonardo DiCaprio en Samuel L. Jackson, leveren de beste acteerprestaties. DiCaprio zet een slavenhandelaar neer die zichzelf amper in toom houdt; heel fijntjes neemt hij slechts de dreíging aan van ontvlambaar sadisme. Jackson secondeert hem als diabolische opperslaaf Stephen. Wanneer dit duo zijn intrede doet neemt de film een dramatische wending. De momenten tijdens een diner waarin onze twee helden Candie proberen te misleiden vergeet je niet snel meer.

Tijdens en eigenlijk voorafgaand aan deze sleutelscène verandert de film van toon. Het lachen om de absurde situaties in de eerste helft is je dan allang vergaan. Tarantino’s kenmerkende cartooneske geweld in eerdere films, is omgeslagen in brute agressie. Het achteloze gebruik van het woord ‘nigger’, naar het schijnt in totaal zo’n 109 keer, maakt het alleen maar erger.

Opeens zit je zomaar tot over je oren in een van de de zwartste bladzijden uit de Amerikaanse geschiedenis. Maar Tarantino verliest als begenadigd filmer en cinefiel geen moment zijn talent als regisseur uit het oog. Ondanks het toenemende geweld blijft het volop genieten van het rake camerawerk, de muziek, de spitsvondige teksten en dialogen (scenario: Tarantino), de sublieme acteurs en ja, ook van een duistere wraakfilm met grandguignol-achtige geweldsuitbarstingen.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Take Shelter bescheiden film met grote impact

ts

Wanneer je de film Take Shelter ziet weet je niet meteen waar je naar kijkt; en dat is bedoeld als compliment. Een naderende psychose bij de hoofdpersoon is de conclusie die het meest voor de hand ligt. Deze Curtis heeft in toenemende mate last van nachtmerries en visioenen. De maatregelen die hij treft om de gebeurtenissen waarvan hij de enige getuige is, een halt toe te roepen, blijken zo rigoureus dat ze zijn leven en dat van zijn gezin beïnvloeden.

Goede keuze van de regisseur om de kijker in het duister te laten tasten naar het waarom van dit alles, terwijl het gevoel van paranoia steeds nadrukkelijker gaat overheersen. Dat er iets staat te gebeuren is duidelijk, maar wat en wanneer? De horrorachtige trekjes versterken dit gevoel. Toch is Take Shelter geen horror-, rampenfilm of rauw realistische familiedrama. Er vloeit geen bloed, laat staan dat er doden vallen.

Met een beheerste stijl slaat regisseur Jeff Nichols de karakterwisseling van Curtis en de gezinssituatie gade. Landschap en de wisselende weersomstandigheden spelen een niet onbelangrijke rol in de film. Parallel hieraan speelt acteur Michael Shannon zeer overtuigend manie, zelfreflectie en kwetsbaarheid. Dat deed hij al eens eerder in Werner Herzogs My Son, My Son, What Have Ye Done, ook al zo’n bescheiden rolprent die zijn kracht ontleent aan een filmische variant op minder is meer.

De voorvallen in Take Shelter en de vermeende apocalyptische voorbode, ingegeven door Curtis’ mogelijke ziektebeeld, werden door sommige critici gezien als metafoor over een eenvoudig Amerikaans arbeidersgezin dat met moeite de eindjes aan elkaar kan knopen. Gefilmd werd in Ohio, niet toevallig de staat met het hoogste werkloosheidscijfer. Bescheiden film met grote impact.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)