Marc Janssen graaft met Everland label achter de hits van disco, soul en funk

Of hij het tasje van Diana Ross even wilde vasthouden. Hij zat toevallig toch naast de zangeres. Op de tweede rij tijdens de uitreiking van de Grammy Awards in Los Angeles. Marc Janssen geldt als autoriteit en archivaris op het gebied van soul, disco en funk. En hij is mede-eigenaar van Everland, een platenlabel dat obscure albums in deze genres aan de vergetelheid onttrekt. Dat is niet voorbij gegaan ‘in het wereldje’.

In diverse steden vestigden zich gedurende de jaren zeventig in samenwerking met de NAVO Amerikaanse legerbasissen. The Bar-Kays werden overgevlogen voor vertier en vermaak van de militairen. Thuis hoorde hij de discodreunen op platen die zijn broers draaiden. De eerste die hij zelf aanschafte was een lp van Midnight Star. “Vrienden van mij zaten vaak in bandjes. Dat vond ik stoer. Dat waren voorbeelden voor mij.” Leuk toeval. Jaren later liep de Limburger tijdens een feestje in Amerika ineens Reggie Calloway van de discoband tegen het lijf.

Het bezoek krijgt koffie en “speciaal gekocht” gebak. Daar kijken de drie katten van op. Een beetje bozig zelfs, maar dat schijnt aan het ras te liggen, Brits korthaar. Funky, Rhythm en Tommy heten ze. Everland Music houdt geen kantoor in de Randstad maar in het Limburgse Stein, op een steenworp van Sittard. Vlakbij ligt een recreatiepark, zo’n beetje de bekendste attractie van het stadje dat amper 25.000 inwoners telt. Het firmaatje bezit ook een dependance in Oostenrijk.

Marc Janssen bevindt zich echter regelmatig in Amerika waar hij in de loop der jaren een netwerk heeft opgebouwd van muzikanten, producers en medewerkers van platenmaatschappijen. Dan komt hij soms bekende namen tegen tijdens afterparty’s. Staat hij op zijn Facebookpagina toch maar mooi te shinen met Sly Stone, George Clinton, Bill Withers en wijlen Bobby Womack.

Tsja, hoe gaat zoiets? Loopt de Limburger met drankje in de hand met iedereen te babbelen, wordt hij opeens voorgesteld aan Berry Gordy, de gepensioneerde bovenbaas van hitfabriek Motown (Marvin Gaye, Stevie Wonder). Bijna negentig en nog immer in standje verkoop. “Hi, jij schijnt mijn dochter Sherry te kennen. Maar vertel eens, je komt uit Nederland, hoeveel albums heb je uitgebracht. Misschien heb ik iets voor je. Zal ik je voorstellen aan mijn zus? Die heeft net te maken gehad met een stelletje morons uit New York over onze backcatalogue.”

De muziek die verschijnt op Everland gaat ruimschoots voorbij aan de bekende hits van de getapte genres disco, soul en funk. Soms zo obscuur dat informatie erover zelfs op internet ontbreekt. Tijdens een van zijn bezoeken aan de VS werd hij getipt over een enorme collectie die in Atlanta in een loods stond te verpieteren. Dozen vol tax scam records. Volgens Janssen platen die werden uitgebracht “om de belasting te tillen”. In 1976 ontdekten gewiekste managers een maas in de Amerikaanse belastingwet. Je kon een dochteronderneming van een bestaande platenmaatschappij oprichten die echter geen winst mocht maken. Als je kon aantonen dat er niks verkocht werd kreeg je belasting uitgekeerd over je ondernemersverlies. In een mum van tijd ‘verschenen’ op deze manier honderden albums. Op de platen stonden stiekeme opnamesessies, vaak zonder medeweten van de muzikanten. Janssen ontdekte er de nodige curiosa tussen. Volgens hem spelen op een aantal van deze albums bekende muzikanten mee.

Uit de metersbrede wandkast haalt hij nog meer lp’s tevoorschijn met een verhaal. Platen die nooit het licht hebben gezien maar slechts als promotie-exemplaar door het leven gaan. Privé-uitgaven die helemaal niemand heeft gehoord behalve dan de familie van de zanger. Janssen legt er eentje op de draaitafel en schuift met gevoel aan het volumeknopje van het mengpaneeltje. Aan zijn bewegingen te zien heeft hij dit vaker gedaan. Hij verzorgt al enkele jaren de afterparty’s op het North Sea jazzfestival. Het bezoek wordt intussen getrakteerd op vurige funk en dijenkletsende disco. Luidkeels: “Er gaat nu een wereld voor je open hè? Alles wat ik uitbreng, daar heb je nog nooit van gehoord, maar dat vind ikzelf steengoed.” Zelf noemt hij dit dè reden om iets te doen met al die onvindbare albums. “We kopen de rechten in, de publishing rightsremasteren de muziek en registreren het copyright.”

Dus kan de rest van de wereld eindelijk kennis maken met soulzanger Van Jones, met de bendeleden The Ghetto Brothers en hun door Santana geïnspireerde latinrock. Of met souldiva en voormalig nachtclubdanseres Ruby Andrews. Midden in ons gesprek ontvangt Janssen opeens een appje van de zangeres. Ze is net wakker aan de andere kant van de oceaan, Chicago om precies te zijn. Hij belt haar op om te vragen hoe het gaat. Na een amicaal onderonsje overhandigt hij de telefoon aan de verslaggever die een slaperig klinkende Andrews aan de lijn krijgt.

Everland Music is niet alleen ‘the funkiest label in the world’, maar schatbewaarder van archeologische muziekvondsten. Neem de disco van Obatala, strak en inventief gestileerd. Vingers in de lucht wie de afrobeat kent van de Nigeriaan Geraldo Pino. En dan zomaar ineens dat onbekend gebleven album van Don Covay: legendarisch rhythm and blueszanger én idool van The Rolling Stones. Berucht is de jazz die in de jaren zeventig verscheen bij Strata East, muzikaal antwoord op de burgerrechtenbeweging voor Afro Amerikanen. Janssen mag de complete catalogus opnieuw uitgeven. Het gaat om albums van onder meer de muzikale vrijbuiters Pharoah Sanders en Charles Rouse.

Janssen: “We hebben sinds kort een website. Ik merkte dat je zonder niet serieus genomen wordt. Ik praat veel met artiesten en die antwoorden dan weleens van ‘ja ja dat zal wel’. Je moet een vertrouwensband met ze krijgen. Meestal liggen de rechten bij de mensen die daarvoor betaald hebben. En dat zijn vaak niet de muzikanten. Mijn zakenpartner is daarin simpel. Hij kijkt op Discogs wat commercieel interessant is. Mij interesseert dat niet. Ik wil gewoon platen uitgeven die ik góed vind. Als ik dat niet doe gaat voor mij de sjpass eraf.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

Hoe Herbie Hancock met soul en experiment zijn weg vond buiten de jazz

Dat was best een ommekeer in de jazz en in het oeuvre van Miles Davis. Kwam de trompettist aan het einde van de jaren zestig doodleuk met stukken muziek van een half uur of langer. Een deel ontstond nota bene door knip- en plakwerk in de studio. Die techniek deed echter geen enkele afbreuk aan de intensiteit van wat ook wel werd genoemd zijn ‘elektrische periode’.

Dan hebben we het over allang tot klassiekers verheven platen als In A Silent WayBitches BrewOn The Corner en Get Up With It. Muziek die vragen opwierp. Is dit nog wel jazz? Waarop Davis glorieus antwoordde: een mix van funk, rock en Afrikaanse ritmes, van klankverkenningen die al waren begonnen voordat je er erg in had. ‘Directions in music’ luidde de bijsluiter van Bitches Brew.

Een muzikale metgezel die Davis’ gedurfde vernieuwing van nabij meemaakte was Herbie Hancock. Op een aantal van deze klassiekers speelde hij mee, vanachter de elektrische piano. Ook Hancock ging aan de slag met werken waarin intuïtie en sfeer belangrijker werden gemaakt dan het stramien van compositie. Met name Miles Davis legde aldoende de basis voor jazzrock of fusion. Destijds weinig begrepen en op waarde geschat, momenteel geaccepteerd en alomtegenwoordig. Flying Lotus’ You’re Dead is dé fusionknaller van onze tijd, mét bijdragen van Hancock.

De pianist voegde nog andere varianten toe aan het avontuur dat modale jazz heette. Soulritmes die groovy heen en weer rolden bijvoorbeeld. Te horen op Fat Albert Rotunda, de meest toegankelijke van de drie albums die hij rond 1970 maakte en die opnieuw zijn uitgebracht op vinyl.

Mwandishi, Swahili voor schrijver, was de moeilijkste. The New York Times omschreef de muziek als ‘higher order of energy’. Nou dat valt reuze mee. Er wordt flink getwijfeld tussen improvisatie en een aandrang tot freejazz. In Wandering Spirit Song neemt Julian Priester het voortouw, maar het timbre van zijn trombone is lang niet spannend genoeg om zich staande te houden tussen de andere instrumenten. Uiteindelijk willen zo veel blazers hun zegje doen dat de muziek verdrinkt in overdaad en de speelduur van twintig minuten nog een hele zit wordt.

Net als Davis gaf Hancock veel vrijheid aan andere muzikanten. Zo mag Buster Williams gracieus zijn bas laten glijden in Sleeping Giant vanCrossings. Dit album, het beste en meest fascinerende van het drieluik, komt nog het dichtst in de buurt van Davis’ devies “speel niet wat er is, speel wat er niet is”. Bij Hancock wordt dit een verbond tussen klanken en stijlen die doorelkaar lopen en tegen elkaar opbotsen. Opvallend is het gebruik van synthesizer, in de jazz destijds een exotisch instrument. In Water Torture laat pionier Patrick Gleeson warme en weirde geluiden horen in muziek die betovert, swingt en weerbarstig is. Prachtig slot van een unieke triptiek in het werk van Herbie Hancock.

De vinyluitgaven van het Nederlandse label Music On Vinyl staan intussen garant voor hoge kwaliteit. De 180-grams persingen zien er niet alleen kraakhelder uit, zo klinken ze ook. Dit zijn drie geremasterde heruitgaven die een vitale en transparante weergave bevatten van de muziek. Crossings verschijnt overigens net als de originele lp in klaphoes.

Herbie Hancock – Fat Albert Rotunda (Warner/Music On Vinyl 1969/2019)
Herbie Hancock – Mwandishi (Warner/Music On Vinyl 1971/2019)
Herbie Hancock – Crossings (Warner/Music On Vinyl 1972/2019)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

The Cool Voice Of Rita Reys moeten we vooral letterlijk opvatten

“Wie aankondigde Ornithology van Charlie Parker te spelen werd uitgelachen”. Gedurende de jaren vijftig is de harmonische drukte van de bebop aanleiding voor een richtingenstrijd in de jazz. Het Parool spreekt verder over een “verbitterde strijd van de oude-stijl aanhangers tegen de nieuwe, revolutionaire jazzvorm die volgens hen helemaal geen jazz was”. Het is de tijd waarin improvisatie en avontuur gemeengoed worden. Miles Davis maakt definitief furore, John Coltrane gaat de jazz langzaam maar zeker binnenste buiten keren.

Van die vernieuwingsdrang is niets te horen bij zangeres Rita Reys. Zij staat met beide benen in een traditie waarin kleine combo’s intieme swing spelen. Haar debuutalbum The Cool Voice Of Rita Reys (1957) zorgt meteen voor een doorbraak en erkenning. De Rotterdamse wordt zelfs beschouwd als de meest talentvolle zangeres van Europa. Ook in Amerika kan ze op waardering rekenen. Het grote label Columbia brengt de plaat (in afwijkende hoes) zelfs eerder uit dan in ons land. Reys wordt onder meer begeleid door haar toenmalige echtgenoot, drummer Wessel Ilcken. Wie de plaat omdraait komt zomaar de Jazz Messengers tegen: klasbakken als Art Blakey, Donald Byrd, Hank Mobley en Horace Silver. Saxofonist Mobley geeft warmte en kleur aan de zang van Reys waaromheen pianist Silver fraaie en sierlijke pirouetten speelt.

Het cool in de albumtitel moeten we overigens letterlijk opvatten. Reys zingt weliswaar kordaat en loepzuiver, in accentloos Engels. Maar haar manier van zingen is meer een gekunsteld soort interpreteren dan dat ze ziel en zaligheid in haar stem legt. Dat ze vrijwel ieder woord eindigt met een wiebelend vibrato gaat op den duur zelfs irriteren.

Zestig jaar na de oorspronkelijke uitgave laat de plaat zich beluisteren als een artefact uit lang vervlogen tijden. Ondanks Reys’ emotieloze aanstellerij is er veel moois te horen wanneer haar begeleiders de ruimte krijgen. Een andere reden om de plaat aan te schaffen is de stemmige zwart-witfoto van de zangeres gemaakt door jazzfotograaf Hans Buter.

Rita Reys – The Cool Voice Of Rita Reys (1957/2018 Philips/Music On Vinyl)

Recensie John Coltrane A Love Supreme: The Complete Masters

John Coltrane was een man met een missie. Jazz beschouwde hij als spirituele ontdekkingsreis én muzikaal kruidvat. Halverwege de jaren zestig transformeerde zijn toch al ruime opvatting van (free) jazz in verhalende “sheets of sound”. Deze vrijgevochten klankepistels verschenen via platen van het Impulse-label, waarop het beruchte John Coltrane Quartet grenzen mocht verkennen en verleggen. A Love Supreme componeerde de tenorsaxofonist in 1965 in de slaapkamer van zijn pas verworven buitenhuis in New York. Vanuit deze relatieve rust wilde Coltrane met dit album een metaforische harmonie scheppen voor de politieke en sociaalmaatschappelijke onrust die in zijn land woedde over o.a. burgerrechten voor Afro-Amerikanen.

Wie destijds de plaat kocht en de moeite nam de hoestekst te lezen, ontdekte behalve een lofzang op God, dat Coltrane naast de vier stukken op de reguliere lp, ook sessies had opgenomen met zijn maatje Archie Shepp. De in 1967 aan leverkanker overleden Coltrane kan het niet meer meemaken, maar alle volledige opnamen zijn nu te vinden op deze voorbeeldige 3lp set.

Vaak gaat het bij archiefopnamen om kliekjes die je voor kennisgeving aanneemt. Zoniet bij The Complete Masters. Tenorsaxofonist Archie Shepp mag op zijn eigen albums een recalcitrant en ingetogen spel afwisselen, in deze ‘takes’ neemt hij met gemak de rol van Coltrane over die zelf de ruimte neemt vrijelijk te excelleren. Er is tussendoor een kort gesprek in de studio, al moet je de volumeknop flink open draaien om te horen wat er gezegd wordt. Deze en andere archiefopnamen, waaronder een aantal studies in mono, stammen uit Coltrane’s persoonlijke archief en werden deels niet eerder uitgebracht. Ze laten verbijsterende muziek horen en nog eens de blakende vorm waarin hij en zijn mannen verkeerden.

Over het vinyl:
Fraaie klaphoes met drie lp’s en een boekje van 32 pagina’s. Natuurlijk gaat het niet om zo’n hardkartonnen hoes zoals Impulse die maakte in de jaren zestig. Toch bevat deze reissue de oorspronkelijke hoesfoto en ontwerp aan de binnenzijde. Het oranje logo met uitroeptekens is precies zo overgenomen voor het vinyllabel. Het bijgaande boekwerk bevat tekst en uitleg plus handgeschreven notities door Coltrane. De geluidskwaliteit van de drie platen is overigens uitstekend. Dankzij de heldere, pittige ‘remastering’ komen naast de saxofoon nu ook drums, piano en bas veel beter tot hun recht. Een mooi verzorgd historisch document.

John Coltrane – A Love Supreme: The Complete Masters (Impulse!/Verve Records/Universal)

(eerder gepubliceerd in Vinyl50)

Kamasi Washington – The Epic: nieuwe vergezichten in de jazz

The-Epic-320x320

Jazz. Niet veel meer dan een schuchter waakvlammetje dat gevaar liep ieder moment te doven. Na lang zoeken hooguit nog te vinden met een vergrootglas. En als je het eindelijk vond sloeg het van schrik spontaan aan het kruisbestuiven. Voorteken: er zat steeds minder jazz in het North Sea Jazz Festival. Net op het moment dat de muziek een niche dreigde te worden voor een select groepje fijnproevers en diehards, staat Kamasi Washington op. Sinds het verschijnen van het album The Epic wordt zijn naam met ontzag uitgesproken.

Niet alleen door jazzliefhebbers. De reputatie van de saxofonist schemerde al een poosje aan de pophorizon. Washington speelde mee op de aanstormende klassiekers To Pimp A Butterfly van Kendrick Lamar en You’re Dead! van Flying Lotus (Steven Ellison, achterneef van Alice Coltrane). The Epic is precies wat de titel belooft. Op een album dat onderverdeeld is in drie thematische hoofdstukken barst het van de jazz zoals we die lang niet meer gehoord hebben. Weliswaar reikt Washington geen vernieuwing aan, maar zijn blik op de aloude muzieksoort is veel meer dan een teruggrijpen naar het bloeitijdperk, naar de jaren zestig en pakweg het eerste deel van de jaren zeventig.

Als we soortgelijke albums erbij nemen, bevindt The Epic zich ergens tussen Pharoah Sanders’ Thembi (1971), Freddie Hubbard’s Sing Me A Song Of Songmy (1971) en Attica Blues (1972) van Archie Shepp. Ook de spirituele kant van saxofonist Albert Ayler hoor je terug. Washington is dus evenmin vies van het grote gebaar, waarin (koor)zang, strijkers en andere, zeker voor jazz, tamelijk onverwachte invalshoeken worden gebruikt. Zo horen we in Malcolm’s Theme de stem van Malcolm X, strijder voor gelijke burgerrechten voor Afro-Amerikanen, gevolgd door een uitvoering van Claude Debussy’s Clair De Lune.

De manier waarop The Epic tot stand kwam is eveneens apart. Met bevriende muzikanten wilde Washington, zoon van muzikale ouders, in een maand tijd zoveel mogelijk muziek opnemen. Liefst 190 composities werden vervolgens bewerkt en teruggebracht tot de 17 werken op The Epic. Lange stukken in de jazz zijn meestal gebaseerd op improvisaties; Washington zoekt muzikale vergezichten door middel van composities. Je ben er als luisteraar getuige van hoe hij de tijd neemt ze uit te werken, met veel gevoel voor melodie en harmonieuze instrumentaties. Dat tussen de weelderig swingende jazz bij vlagen soul, funk en fusion doorklinkt, maakt van The Epic des te meer een bijzondere luisterbelevenis. Voor de generatie die de jazz (her)ontdekt, gaat dit album ongetwijfeld uitgroeien tot heuse mijlpaal.

Over het vinyl:
De vinylversie bestaat uit drie lp’s in afzonderlijke hoezen, gestoken in een kartonnen slipcasebox. Daarin bevinden zich verder nog twee bijlagen. Qua vormgeving is de complete verpakking vrij sober; verwacht geen uitbundig luxedesign. Maar de meest prangende vraag die vinylliefhebbers zich stelden naar aanleiding van de drie uur durende, bijna een half jaar eerder verscheen cd, was of The Epic ook over de volledige lengte van de platen is geperst. Een lp kent normaal gesproken immers een tijdsduur van veertig à vijftig minuten. Welnu, alle stukken van de cd staan ook op de vinylset. De platenmaatschappij heeft het lengteprobleem opgelost door de composities in een andere volgorde te plaatsen. Ondanks dat elke lp hierdoor beduidend langer duurt dan gebruikelijk, kant vier en zes zelfs een half uur (!), is dit niet ten koste gegaan van de fraaie opname- en geluidskwaliteit.

KWbox

(eerder gepubliceerd op Vinyl50)

Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Benjamin Herman biedt troost met Trouble

Benjamin_Herman_-_Trouble

Bij de jazz van Benjamin Herman krijg je het gevoel dat je weer een peuk mag opsteken. Zittend aan een tafeltje, zoals in de achterafzaaltjes in het New York van de jaren vijftig, toen jazz voor menigeen de geneugten en ongemakken van het leven mocht verklanken.  Altsaxofonist Benjamin Herman gaat verder op de weg die door de oude meesters werd geplaveid. Op het album Trouble maakt hij met zanger Daniel von Piekartz ingetogen, breekbare jazz voor de troostzoekende medemens. Het duo speelde al vaker samen tijdens sessies in Sociëteit De Kring, de muzikale huiskamer van Amsterdam.

Von Piekartz vult met zijn ietwat androgyne stem de door de muzikanten gecreëerde intimiteit fraai in. Een stem waar je van moet houden, die je niet meteen associeert met swingende jazz, maar juist daarom mooi contrasteert met Herman en zijn trio piano, bas, drums. Instrumenten die op gepaste afstand de hoofdrolspelers begeleiden en bij tijd en wijle van voorzetjes voorzien.

Met zijn altsax fluistert Herman in Blue Velvet zachtmoedige klanken in het oor van de zanger, die op zijn beurt ingetogen en beheerst, nummers vertolkt van Sly Stone, Fats Waller en JJ Cale, de meester van de muzikaal geboetseerde stilstand. Von Piekartz’ versie van Lilac Wine roept herinneringen op aan de uitvoering van Jeff Buckley. Toch is Trouble heel erg jazz en heel erg cool. Het hoesontwerp verwijst naar de buitelende balken van meestergraficus Saul Bass en, met een beetje fantasie, zelfs naar de vlakverdelende geometrie van Mondriaan.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)