Marvin Gaye was in 1972 een beetje de weg kwijt

De blik is dof en gelaten. Niet bepaald de oogopslag van een superster. Afgaand op de hoesfoto kun je je zelfs afvragen What’s Going On? Hoe moest Marvin Gaye antwoord geven op het artistieke en commerciële succes van die geëngageerde conceptplaat uit 1971? Gaye heeft moeten knokken om het album precies zoals hij het wilde uitgebracht te krijgen. Het succes toonde achteraf zijn gelijk. Wat gebeurde er het jaar erna? Weinig op muzikaal, des te meer op privégebied.

Pas aan het einde van 1972 kwam de zanger met het antwoord: een album met filmmuziek, slechts vooraf gegaan door de single You’re The Man. Op een van de hoesjes van het originele plaatje zien we hem met flinke wallen onder de ogen. Die single was een aanklacht tegen de Amerikaanse politiek. Het land voerde al jaren vergeefs oorlog in Vietnam, presidentsverkiezingen waren op komst, er was het begin van het Watergateschandaal.

En was hoe was met Marvin Gaye zelf? De ‘prins van Motown’ had andere zaken aan zijn hoofd. Even ademhalen: de naweeën van een eerste zelfmoordpoging, huwelijksperikelen, een getroebleerde relatie met zijn tirannieke vader, ruzies met de platenbaas, een hardnekkige cocaïneverslaving. Voldoende redenen om er artistiek gezien van alles uit te halen. Zou je zeggen. Niet dus. Veel opnamen uit die tijd bleven jaren op de plank liggen.

Volgens de sticker op de hoes is de lp You’re The Man een ‘lost album’. Nummers die voor het eerst zijn bijeen gebracht op vinyl, al kwamen de  meeste al eerder terecht op diverse compilaties. Bijna de helft ervan werd niet eens geschreven door Marvin Gaye, maar onder meer door Willy Hutch, wiens composities veel te makkelijk en gemiddeld zijn voor Gaye’s niveau. Bovendien maken veel van de bijdragen de indruk bijeengeraapt te zijn in plaats van dat ze een albumgeheel vormen. Gaye zingt over politiek, over liefde en gebrek aan liefde, afgewisseld met een instrumental en nota bene een kerstliedje. Merkwaardig dat onder een van de songs een modern drumritme is gemixt.

Maar toch. Het is wel Marvin Gaye hè? Op de weinige hoogtepunten is zijn stem ouderwets bezwerend en smekend. Herkenbaar blijft ook de soulmuziek met strijkers in dat typische tempo; schuifelend tussen verleiding en daadkracht. Sterk zijn I’m Going Home, het titelnummer en The World Is Rated X. Ondanks dat de tekst niet van hemzelf is ziet Gaye het allemaal met lede ogen aan: “Fighting, killing and dope dealing, it’s everywhere“. Lekker losjes klinkt opeens Checking Out, een eerbetoon aan ‘groove machine‘ Hamilton Bohannon.

Deze dubbel-lp verschijnt niettemin in een stijlvol ontworpen klaphoes. Binnenin een essay van Gayebiograaf David Ritz en informatie over de opnamen per song. De persing door het Franse MPO is kraak- en geruisloos. Mooi dat het label van het Tamla logo, Gaye’s oorspronkelijke platenmaatschappij, is gehandhaafd. Tamla, ook bekend als Tamla Motown, bestaat tegenwoordig alleen nog als onderdeel van de immense Universalcatalogus.

In 1984 werd Marvin Gaye door zijn vader doodgeschoten tijdens een hoogoplopende ruzie.

Marvin Gaye – You’re The Man (2lp Tamla/Universal 2019)

JJ Cale, de metselaar onder de muzikanten

Escondido. Spaans voor verborgen. De laatste jaren van zijn leven woonde JJ Cale in het gelijknamige stadje in Californië. Hij wilde zich niet opdringen aan de buitenwereld maar gewoon lekker muziek maken. Toch werd Cale tegen wil en dank beroemd nadat ene Eric Clapton een hit kreeg met zijn compositie Cocaine. Vanaf dat moment, in 1977, maakte de wereld definitief kennis met de man die zijn songs liefkozend demo’s noemt; suggererend dat ze nooit af zijn en vatbaar voor meerdere interpretatie.

In Europa geniet hij dan al faam bij een vaste schare liefhebbers, mede dankzij Claptons versie van de culthit After Midnight. Cale zelf maakt zich nergens druk om. In het lokale restaurant van Escondido kent de serveerster hem als stamgast, niet als de muzikant van een oeuvre dat orde schept in de chaos die het leven heet. Onlangs heeft het Franse label Because Music zes albums van hem uitgebracht, de meeste voor het eerst op vinyl. Een daverende verrassing is Stay Around dat louter onbekende maar geweldige songs bevat.

Heeft hij weer. Een hardnekkige misvatting over zijn platen is dat ze op elkaar lijken. JJ Cale was juist iemand die experimenteerde met gitaren en andere instrumenten. Kennis van de opnametechniek leerde hij tijdens zijn diensttijd bij de luchtmacht. Stiekem schroefde hij die songs van hem zo vernuftig in elkaar dat ze niet zomaar een ritme kregen maar een groove die onverstoorbaar swingde. “Gonzende modder”, volgens Cale. Alsof ze door de cementmolen werden gehaald. Cale speelde geen noot teveel. Minimaal en elementair. Zijn analoge geluid had een warmte die leek te zijn overgewaaid uit de woestijn. Met een beetje goede wil zou je JJ Cale zelfs een pionier kunnen noemen van de stonerrock, in bescheiden zin natuurlijk, de miniatuurvariant. En wie goed luistert hoort raakvlakken met de complete Amerikaanse muziekgeschiedenis.

In 2013 stierf John Weldon Cale op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval. Zijn weduwe Christine Lakeland, de zangeres met wie hij sinds de jaren zeventig samenwerkte, vond in een aantal dozen in Cale’s thuisstudio, oude songs en opnamen waar hij nog mee bezig was. Ze heeft ze bijeen gebracht voor de dubbel lp Stay Around. Precies zoals ze werden aangetroffen en zoals Cale het graag wilde. Ontspannen en trefzeker. Stoffig en knisperend. In If We Try hoor je de stoel kraken waarop Cale gitaar speelt. Chasing You is een zomeravondblues waarin hij zijn gedachten de vrije loopt laat over een verloren liefde. Zijn teksten over het uiterlijk van vrouwen komen tegenwoordig een beetje gedateerd over, maar wat deze oude nieuwe songs wél bijzonder maken is het gitaarspel. Zo flexibel en fijnzinnig hoor je het niet vaak meer. De meeste muzikanten kunnen overweg met of een akoestische of elektrische gitaar. Cale bespeelt beide instrumenten zo vanzelfsprekend dat hij je het gevoel geeft dat je dit ook zou kunnen. Neem Oh My My. Ondanks de clichétekst speelt hier een muzikant die begrijpt dat je de techniek in dienst moet stellen van de muziek. Neil Young noemde JJ Cale en Jimi Hendrix de beste gitaristen die hij ooit hoorde.

Closer To You (1994)

De plaat begint veelbelovend. Met name de songs op kant één zijn zonder uitzondering raak omdat ze gespeeld worden met een prettige urgentie. In Sho-Biz Blues uit Cale twijfels over zijn ambacht als songschrijver: “this entertaining lifestyle just seems to go nowhere.” Op de keerzijde komt echter de klad erin. Nummers duren te lang, zijn omgang met een drummachine klinkt onbeholpen. Alles wat de zanger-gitarist doorgaans zo goed maakt schittert opeens door afwezigheid. Dit is niet de Cale die we kennen. Dit is de man die op zondag het vlees komt snijden. Het beste van deze uitgave is eigenlijk de foto van Anton Corbijn op de binnenhoes. Cale met de gitaarhals naar beneden gericht in plaats van omhoog, zoals gebruikelijk in een stoere rockpose.

Guitar Man (1996)

Wederom maakt de muzikant het zijn bewonderaars niet makkelijk. Schouderophalend en met verbazing die per groef stijgt zit je ernaar te luisteren. Over de songs, de melodieën en de teksten die wel erg rechtlijnig en simpel zijn. Over de productie die pijn doet aan je oren. Wat wil Cale met dit album dat hij bijna helemaal zelf heeft ingespeeld? Omdat de klank nog meer wordt gedomineerd door synthesizers en drummachines is het gevoel van de woestijn verder weg dan ooit. Een fata morgana. Toch zijn Cale’s stem en gitaar prima op dreef. Om zijn sjofele jarenzeventig geluid is gewoon een maatpak gehesen.

Live (2001)

Op de planken blijkt JJ Cale in topvorm. After Midnight krijgt bijvoorbeeld een fraaie soloversie. Cale en zijn band klinken zelfverzekerd, ook in sjieke zalen als de Carnegie Hall. Bijdragend aan de sfeer van de registratie is het publiek dat enthousiast reageert op uitvoeringen die zo goed zijn dat je spijt krijgt nooit naar een concert van hem te zijn geweest. Cale weet donders goed hoe je muziek op het podium moet overbrengen. In de jaren zestig maakte hij deel uit van het clubcircuit in Los Angeles en woonde hij concerten bij van onder meer The Doors.

To Tulsa And Back (2004)

De artistieke ommezwaai. Cale is zich opeens bewust van de veranderingen in zijn omgeving en maatschappij. In teksten toont hij zich sociaal, politiek- en milieubewust maar ook kwetsbaar en reflectief. Desondanks waaiert de muziek  goed gemutst uit in een veelheid van stijlen: roots, jazzy, countryblues, een halve merengue. Niet alle nummers zijn even sterk, maar hij heeft tenminste de groove weer stevig bij de lurven.

Roll On (2009)

Als je niet beter weet zou je zweren dat Roll On is opgenomen in de jaren zeventig. Het is de plaat waarmee JJ Cale je weer de woestijn in rommelt. Er zit zand in het geluid en zijn stem klinkt omfloerster en zachter dan ooit. Met zijn manier van zingen wekte hij toch al de indruk dat hij van dichtbij tegen je aan zat te praten. In 2009 wordt Cale 71 en afgaand op de teksten beseft hij dat zijn verleden groter is geworden dan zijn toekomst. Hij vermaakt zich nog een keer onderweg Down To Memphis, laat zijn maatje Eric Clapton opdraven, waarna het doek valt in Burning Down The Curtain. “Enough is enough can’t do it no more”. Het nummer is afgelopen voordat je er erg in hebt. “I’m leavin’ in the morning and I won’t be back again.” Roll On is de laatste plaat die JJ Cale tijdens zijn leven maakt. Een onverwacht slotakkoord van een uniek en onverwoestbaar oeuvre.

Over het vinyl
De buiten- en binnenhoezen zien er piekfijn verzorgd uit. Stay Around heeft zelfs een doorkijk- c.q. vensterhoes. Zoals het hoort zijn de platen geperst op zwart vinyl. Bij elke uitgave krijg je er een cd-versie bijgeleverd. De lp’s zijn gefabriceerd door het Franse MPO op vinyl van 180-gram, al zegt zo’n gewicht niks over de kwaliteit van het geluid en de overigens geruisloze persingen. Met uitzondering van Stay Around is dat geluid niet speciaal geremasterd, lees schoon gemaakt. Vermoedelijk heeft men de bron van de cd ook voor de platen gebruikt. Veel maakt het niet uit. Het is aan de gedempte studioproductie van JJ Cale te danken dat ook op vinyl de luisterbeleving volop aanwezig is.

Stay Around (2lp Because Music 2019)
Roll On (lp Because Music 2009/2019)
To Tulsa And Back (2lp Because Music 2004/2019)
Live (2lp Because Music 2001/2019)
Guitar Man (lp Because Music 1996/2019)
Closer To You (lp Because Music 1994/2019)

Album Rain Tree Crow: de terugkeer van een meesterwerk

Naar verluidt verloor fotomodel Cindy Crawford ooit een rechtszaak van de band Rain Tree Crow. Het ging om onrechtmatig gebruik van een song in een van haar aerobicvideo’s. Rain Tree Crow was een eenmalige voortzetting van de succesvolle jarentachtig band Japan. In samenwerking met David Sylvian, zanger van beide groepen, is platenmaatschappij Universal begonnen met een reeks heruitgaven op vinyl.

De man met de omfloerste stem leidt zelf een relatief teruggetrokken bestaan in Amerika. Lange tijd leek het er bijna op dat hij in de vergetelheid was geraakt. Maar de interesse voor een van zijn soloalbums, uitgebracht tijdens Record Store Day 2018, bleek onverwacht groot. Startsein om ook die andere platen van hem opnieuw uit te brengen, evenals werk van Japan. Die band schudde het stigma new wave op zeker moment van zich af en begon de tijdgeest slim om de tuin te leiden. Met name de latere albums gelden nog altijd als tijdloze meesterwerkjes.

Sylvian is iemand die het liefst het landschap van zijn ziel verkent. Voor hem werd Rain Tree Crow een artistieke uitbreiding van zijn solopad; een poging om zich als songschrijver opnieuw uit te vinden. Onder meer door pop nog meer te verbinden aan niet-westerse klanken, ritmes en ambient.

Net als het beste van Japan bevat het album van Rain Tree Crow een sterke ondertoon van melancholie. Melodielijntjes worden uitgeworpen om je langzaam maar zeker te verleiden. En hoe bijzonder verliepen de opnamen. Het grootste deel ontstond uit intuïtieve improvisaties die ter plekke in de studio werden vastgelegd. Het is muziek die voortdurend van binnen naar buiten keert en van buiten naar binnen. Broeierig, organisch, volstrekt ongrijpbaar. En zomaar ineens een song met een meezingbaar refrein (Blackwater).

Dit enige werk van Rain Tree Crow verscheen in 1991. Het jaar van nogal wat albums die nadien belangrijk en baanbrekend werden; van Talk Talk, Nirvana, U2, My Bloody Valentine, Slint en Massive Attack. Rain Tree Crow kan gewoon aan dit rijtje worden toegevoegd. De muziek lijkt niet op alles wat hiervoor en niet op alles wat erna is gemaakt.

De afbeelding van een woestijngebied is op de heruitgavehoes nadrukkelijker in zwart-wit dan op de originele lp. De binnenhoes is aangepast met een extra foto. Het oogt allemaal wat stemmiger vergeleken bij het modieuzere artwork uit de jaren negentig. De beelden zijn afkomstig uit het roadtripboek American Roulette van fotograaf Shinya Fujiwara. Maar belangrijker, de geluidskwaliteit van deze reissue is simpelweg fantastisch en klinkt op vinyl zoveel beter en vitaler dan ooit te voren.

Rain Tree Crow – Rain Tree Crow (lp Virgin/UMC 2019)

Is Grey Area van Little Simz het beste hiphopalbum van 2019?

Oh grote opluchting. Een hiphopalbum dat nu eens niet gebukt gaat onder het robotgeluid van de auto-tune. De software waarmee toonhoogte in zang en muziek kan worden veranderd, is tegenwoordig zulk gemeengoed dat vrijwel alle hiphop hetzelfde en erger nog inwisselbaar klinkt.

Little Simz kiest voor een andere aanpak. De keuze om live ingespeelde instrumenten te mengen met samples en beats is op zijn minst verfrissend. Net als bij die andere vernieuwers waar haar werk soms aan doet denken: Beastie Boys, Massive Attack en Marvin Gaye. Is dit nog hiphop? Het is vooral heel veel soul waarin een samenspel van strijkers en gortdroge beats verbazing en luisterplezier afdwingen. En hoe aanstekelijk opeens zo’n melodie in de bekentenissong Selfish, waarvan het refrein wordt gezongen door Cleo Sol. Allemaal te danken aan Inflo. Hij is een aanstormend producerstalent die eerder werkte met Danger Mouse en Michael Kiwanuka. De laatste doet overigens een mooi duet met Little Simz in het nummer Flowers.

Op de voorkant van de albumhoes zien we een zwart-witfoto van de uit Londen afkomstige rapper. De blik serieus maar vooral kwetsbaar. Little Simz heet eigenlijk Simbi Ajikawo. Haar roots liggen in Nigeria. Een spraakwaterval van 25. Goedgebekt en recht voor de raap rijmrapt ze met haar Cockneyaccent over de stand van zaken in haar leven, met alle onzekerheden en eenzaamheid die daarbij horen. In een interview noemt ze deze periode haar Grey Area, tevens de titel van haar album. In Wounds neemt ze afstand van de wereld van geweld die soms aan hiphop kleeft. Persoonlijker wordt het in Venom. Op Twitter uitte ze haar ongenoegen over het feit dat ze slechts wordt beschouwd als ‘vrouwelijke rapper’. Behalve boosheid en frustratie is er hoop op betere tijden: “I’m still gonna succeed in life”.

In haar teksten verwijst ze verder naar haar Kanye West, Dizzee Rascal en Busta Rhymes. En naar Jimi Hendrix. In het genoemde slotduet met soulzanger Michael Kiwanuka brengt ze namelijk een saluut aan de Club van 27, aan Kurt Cobain, Robert Johnson, Basquiat en Janis Joplin. En natuurlijk Amy Winehouse: “one more hit before my eyes close”. Gezongen als een mantra om het extra te laten beklijven. De grote klasse en meerwaarde van dit prachtige album is dat Little Simz en Inflo er veel meer van hebben gemaakt dan alleen artistieke zelftherapie.

(de lp versie is verschenen in klaphoes en geperst op wit vinyl)

Little Simz – Grey Area (lp, Age 101 Music 2019)

De vergeten albums van Ruby Andrews, Charlie Rouse en Charleston Grotto

Kenners en fijnproevers beschouwen Everland Music als ‘the funkiest label in the world’. Wie zich verdiept in de catalogus ontdekt dat het bescheiden firmaatje schatbewaarder is van zeldzame platen uit de popmuziek. De nadruk ligt op soul, funk, disco en jazz. Vaak gaat het om notabene een allereerste heruitgave, soms tientallen jaren na de oorspronkelijke versie. 

Onder haar geboortenaam Ruby Stackhouse maakte Andrews halverwege de jaren zestig enkele singles in de genres soul en rhythm and blues. Tussen het zingen door verdiende ze de kost als nachtclubdanseres. Met medewerking van een kleine muzieklabel, Zodiac Records, nam Andrews echter het heft in eigen hand met het statement Black Ruby. Een plaat uit 1972 waar de grotestadssoul energiek om de zangeres heen wervelt. De songs zijn druk gearrangeerd, Andrews zingt geëxalteerd,  ja zelfs de strijkers klinken getergd en emotioneel.

Er is kortom werk van gemaakt. Het trio liedjesschrijvers Brothers Of Soul werd ingehuurd voor de composities. Ondanks de overheersende mannelijke inbreng reageert een fan op Discogs met de woorden: “female psychedelic soul from it’s finest”. En zo is het maar net. Dit is zo’n typische cultplaat die snakt naar herontdekking en artistieke erkenning.

Ruby Andrews – Black Ruby (Zodiac Records/Everland Music lp 1972/2018)

 

 

Charlie Rouse had er al een indrukwekkende carrière opzitten toen hij voor het geëngageerde muzieklabel Strata East een plaat mocht opnemen. Daarvoor speelde Rouse in de orkesten van Dizzy Gillespie en Duke Ellington, maar kwam pas echt tot volle bloei bij Thelonious Monk. De tenorsaxofonist mocht elf jaar lang diens tuimelende pianoklanken bijeen zien te houden.

Rouse was vijftig toen hij in 1974 Two Is One opnam. Een album waarop de door de wol geverfde muzikant andere wegen in slaat, een beetje weg van de jazz. Charlie wordt opeens Charles. Toch klinkt de muziek allesbehalve deftig. Integendeel. Soul en funk gaan elkaar harmonieus opzoeken en aanvullen om vervolgens rakelings langs de toen opkomende jazzrock te scheren. Maar veel vaker roept de muziek een sfeer op die doet denken aan openingstunes uit Amerikaanse tv-series. Behalve de tenor van Rouse horen we bovendien een bezetting die best opmerkelijk is: viool, cello, elektrische gitaar én Stanley Clarke.

De laatste houdt met een prominent en aanstekelijk basloopje het titelnummer flink op gang, dat niettemin eindigt in een prachtige, duistere ballade. En jawel, de Beastie Boys, wie anders, sampleden het drumritme uit de intro van het groovy Hopscotch. Veel nummers op Two Is One zijn virtuoos gespeeld zonder dat je het in de gaten hebt; open en toegankelijk alsof Rouse wil zeggen wees welkom, jij kunt dit ook. In meerdere opzichten is dit een geweldig album dat meer erkenning en waardering zou moeten krijgen.

Charles Rouse – Two Is One (Strata East/Everland Music 1974/2018)

 

 

Veel bekend is er niet over deze band uit Los Angeles. Het gezelschap werd in 1958 opgericht door de broers Greg en Danny Cohen. De laatste gaat door het leven als kunstenaar van outsider art. Hij schijnt ooit te zijn geweerd uit het clubcircuit van de stad wegens het uitsmeren van poep in toiletruimtes. Bassist Greg daarentegen werkte met onder meer Bob Dylan, Marianne Faithfull en is te horen op diverse albums van Tom Waits. In diens theaterstuk The Black Rider is zelfs nog sprake van een kroeg genaamd Charleston Grotto. Het was overigens dezelfde Greg Cohen die Lou Reed voorstelde aan zijn latere geliefde Laurie Anderson.

De muziek laat zich het beste omschrijven als een licht theatrale variant op Frank Zappa. De Zappa uit het begin van de jaren zeventig. De band speelt met dezelfde bravoure hoogstandjes die je technisch complex kunt noemen, met uitstapjes die neigen naar jazzfunk, naar Steely Dan en Funkadelic. Maar Charleston Grotto laat heel wat pop en rock toe waardoor de muziek open en toegankelijk blijft.

Doorwrocht, ontvankelijk en een beetje weird. Die combinatie heeft iets ondefinieerbaars maar juist dát maakt de kennismaking met deze band zo bijzonder.  Net als de aanstekelijke protestsong Old Gene, waarin zanger Danny zich cynisch uit laat over hoe Amerika omging met terugkerende oorlogsveteranen. De uitstekend klinkende opnamen stammen overigens uit de periode 1976-1978. Uit de nummers van dat laatste jaar laat Charleston Grotto zich sterk beïnvloeden door Amerikaanse new wave.

Charleston Grotto – Raw Sewage (Everland Originals lp 2018)

De muziekweergave op de heruitgaven van het label Everland is keurig opgepoetst. Oude opnamen klinken gloedvol, transparant en authentiek. De platen zijn voorzien van het oorspronkelijke artwork, van ruisloze persingen terwijl de binnenhoes telkens een overzicht van de catalogus bevat.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

King Midas Sound geeft met Solitude betekenis aan emotie en ongemak

De liefde. Zoals bekend ontelbare malen ‘bezongen’ in de kunsten. Net als de liefde die niet wordt beantwoord, of tegen alle verwachting in, zomaar wegloopt, voorgoed. Dit album gaat over wat er daarna gebeurt. Over de pijnlijke observatie van gevoelens en gedachten. Een meditatie over verlies volgens Roger Robinson en Kevin Martin van King Midas Sound. De een is dichter, de ander geluidsmagiër.

Solitude is de keerzijde van de liefde op muziek gezet. Teksten worden niet gezongen maar gesproken door een verteller die niet zwelgt in zelfmedelijden. Hij is pijnlijk goed op de hoogte van zijn gevoelens die hij haarscherp weet te verwoorden. Depressie en paranoia lijken op de loer te liggen, toch is het uiteindelijk de ratio die wint. Elk woord is raak. En intussen schept de muziek toenemend onbehagen met behulp van schakeringen die donker worden ingekleurd. Denk aan de ijle sfeer in het openingsthema van de film The Shining. Denk aan flardenMusick To Play In The Dark van Coil. Solitude werd twee jaar geleden opgenomen en pas onlangs, een tikje cynisch, uitgebracht op Valentijnsdag.

Afgaand op de tekst in Zero was er vermoedelijk sprake van een obsessieve relatie. “We consumed each other, we lost weight”. Volgens de hoofdpersoon ging het om een dame met “mood swings” die, nu ze bij hem weg is, opeens kleding draagt van het luxe modemerk Moschino. Het is het laatste dat hij te weten is gekomen over haar. Maar in feite gaat het om het persoonlijke relaas van het hoofdpersonage.

En dat is iemand die nergens meer bij hoort. Die door iedereen met de nek wordt aangekeken omdat hem volgens eigen zeggen de eenzaamheid is aan te zien. “Looks a bit like anger. But i’m not angry, just empty”. Het is de hardvochtige somberte die je ook tegenkomt in de boeken van Michel Houellebecq, Arnon Grunberg en met name Charles Bukowski. Het nummer Bluebird is geïnspireerd op een gedicht van de Amerikaanse schrijver.

Veel muzikanten zetten hartzeer om in liedjes met een al dan niet klagerige toon. King Midas Sound echter klinkt beklemmend, zeer beklemmend. Kevin Martin heeft er al een uitgebreide muzikale carrière op zitten, maar levert op dit album zijn meesterschap. Subtiel voegt hij als ervaren producer/componist verschuivingen en veranderingen aan in muziek die desolaat klinkt en tegelijk op een vreemd spannende en aangrijpende manier troost biedt aan het onderwerp. Toch is de kans groot dat tijdens het luisteren de gordijnen spontaan dicht gaan, de rolluiken omlaag en de lichten doven.

Liefdesverdriet gaat altijd over wordt vaak beweerd. Maar hier krijg je het gevoel dat het nooit meer over gaat. King Midas Sound geeft op eigenzinnige wijze betekenis aan iets dat amper in woorden valt uit te drukken, aan het gecompliceerde begrip emotie en het ongemak dat daarbij hoort. Robinson en Martin raken hiermee de kern van kunst. Deze plaat gaat over eenzaamheid en ontreddering en over de moeizame acceptatie ervan; en ja misschien ook wel over de constatering dat eigenlijk iedereen altijd alleen is, met of zonder relatie. De hoes van Solitude is gemaakt door de Japanse fotograaf Daisuke Yokota. Een uitgebleekt negatief van een man omgeven door een regen van ‘schandvlekken’ die uiteen spatten. Charles Bukowski publiceerde ooit de dichtbundel You Get So Alone At Times That It Just Makes Sense.

King Midas Sound – Solitude (Cosmo Rhythmatic 2lp 2019)

Hoe Herbie Hancock met soul en experiment zijn weg vond buiten de jazz

Dat was best een ommekeer in de jazz en in het oeuvre van Miles Davis. Kwam de trompettist aan het einde van de jaren zestig doodleuk met stukken muziek van een half uur of langer. Een deel ontstond nota bene door knip- en plakwerk in de studio. Die techniek deed echter geen enkele afbreuk aan de intensiteit van wat ook wel werd genoemd zijn ‘elektrische periode’.

Dan hebben we het over allang tot klassiekers verheven platen als In A Silent WayBitches BrewOn The Corner en Get Up With It. Muziek die vragen opwierp. Is dit nog wel jazz? Waarop Davis glorieus antwoordde: een mix van funk, rock en Afrikaanse ritmes, van klankverkenningen die al waren begonnen voordat je er erg in had. ‘Directions in music’ luidde de bijsluiter van Bitches Brew.

Een muzikale metgezel die Davis’ gedurfde vernieuwing van nabij meemaakte was Herbie Hancock. Op een aantal van deze klassiekers speelde hij mee, vanachter de elektrische piano. Ook Hancock ging aan de slag met werken waarin intuïtie en sfeer belangrijker werden gemaakt dan het stramien van compositie. Met name Miles Davis legde aldoende de basis voor jazzrock of fusion. Destijds weinig begrepen en op waarde geschat, momenteel geaccepteerd en alomtegenwoordig. Flying Lotus’ You’re Dead is dé fusionknaller van onze tijd, mét bijdragen van Hancock.

De pianist voegde nog andere varianten toe aan het avontuur dat modale jazz heette. Soulritmes die groovy heen en weer rolden bijvoorbeeld. Te horen op Fat Albert Rotunda, de meest toegankelijke van de drie albums die hij rond 1970 maakte en die opnieuw zijn uitgebracht op vinyl.

Mwandishi, Swahili voor schrijver, was de moeilijkste. The New York Times omschreef de muziek als ‘higher order of energy’. Nou dat valt reuze mee. Er wordt flink getwijfeld tussen improvisatie en een aandrang tot freejazz. In Wandering Spirit Song neemt Julian Priester het voortouw, maar het timbre van zijn trombone is lang niet spannend genoeg om zich staande te houden tussen de andere instrumenten. Uiteindelijk willen zo veel blazers hun zegje doen dat de muziek verdrinkt in overdaad en de speelduur van twintig minuten nog een hele zit wordt.

Net als Davis gaf Hancock veel vrijheid aan andere muzikanten. Zo mag Buster Williams gracieus zijn bas laten glijden in Sleeping Giant vanCrossings. Dit album, het beste en meest fascinerende van het drieluik, komt nog het dichtst in de buurt van Davis’ devies “speel niet wat er is, speel wat er niet is”. Bij Hancock wordt dit een verbond tussen klanken en stijlen die doorelkaar lopen en tegen elkaar opbotsen. Opvallend is het gebruik van synthesizer, in de jazz destijds een exotisch instrument. In Water Torture laat pionier Patrick Gleeson warme en weirde geluiden horen in muziek die betovert, swingt en weerbarstig is. Prachtig slot van een unieke triptiek in het werk van Herbie Hancock.

De vinyluitgaven van het Nederlandse label Music On Vinyl staan intussen garant voor hoge kwaliteit. De 180-grams persingen zien er niet alleen kraakhelder uit, zo klinken ze ook. Dit zijn drie geremasterde heruitgaven die een vitale en transparante weergave bevatten van de muziek. Crossings verschijnt overigens net als de originele lp in klaphoes.

Herbie Hancock – Fat Albert Rotunda (Warner/Music On Vinyl 1969/2019)
Herbie Hancock – Mwandishi (Warner/Music On Vinyl 1971/2019)
Herbie Hancock – Crossings (Warner/Music On Vinyl 1972/2019)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)