De vergeten albums van Ruby Andrews, Charlie Rouse en Charleston Grotto

Kenners en fijnproevers beschouwen Everland Music als ‘the funkiest label in the world’. Wie zich verdiept in de catalogus ontdekt dat het bescheiden firmaatje schatbewaarder is van zeldzame platen uit de popmuziek. De nadruk ligt op soul, funk, disco en jazz. Vaak gaat het om notabene een allereerste heruitgave, soms tientallen jaren na de oorspronkelijke versie. 

Onder haar geboortenaam Ruby Stackhouse maakte Andrews halverwege de jaren zestig enkele singles in de genres soul en rhythm and blues. Tussen het zingen door verdiende ze de kost als nachtclubdanseres. Met medewerking van een kleine muzieklabel, Zodiac Records, nam Andrews echter het heft in eigen hand met het statement Black Ruby. Een plaat uit 1972 waar de grotestadssoul energiek om de zangeres heen wervelt. De songs zijn druk gearrangeerd, Andrews zingt geëxalteerd,  ja zelfs de strijkers klinken getergd en emotioneel.

Er is kortom werk van gemaakt. Het trio liedjesschrijvers Brothers Of Soul werd ingehuurd voor de composities. Ondanks de overheersende mannelijke inbreng reageert een fan op Discogs met de woorden: “female psychedelic soul from it’s finest”. En zo is het maar net. Dit is zo’n typische cultplaat die snakt naar herontdekking en artistieke erkenning.

Ruby Andrews – Black Ruby (Zodiac Records/Everland Music lp 1972/2018)

 

 

Charlie Rouse had er al een indrukwekkende carrière opzitten toen hij voor het geëngageerde muzieklabel Strata East een plaat mocht opnemen. Daarvoor speelde Rouse in de orkesten van Dizzy Gillespie en Duke Ellington, maar kwam pas echt tot volle bloei bij Thelonious Monk. De tenorsaxofonist mocht elf jaar lang diens tuimelende pianoklanken bijeen zien te houden.

Rouse was vijftig toen hij in 1974 Two Is One opnam. Een album waarop de door de wol geverfde muzikant andere wegen in slaat, een beetje weg van de jazz. Charlie wordt opeens Charles. Toch klinkt de muziek allesbehalve deftig. Integendeel. Soul en funk gaan elkaar harmonieus opzoeken en aanvullen om vervolgens rakelings langs de toen opkomende jazzrock te scheren. Maar veel vaker roept de muziek een sfeer op die doet denken aan openingstunes uit Amerikaanse tv-series. Behalve de tenor van Rouse horen we bovendien een bezetting die best opmerkelijk is: viool, cello, elektrische gitaar én Stanley Clarke.

De laatste houdt met een prominent en aanstekelijk basloopje het titelnummer flink op gang, dat niettemin eindigt in een prachtige, duistere ballade. En jawel, de Beastie Boys, wie anders, sampleden het drumritme uit de intro van het groovy Hopscotch. Veel nummers op Two Is One zijn virtuoos gespeeld zonder dat je het in de gaten hebt; open en toegankelijk alsof Rouse wil zeggen wees welkom, jij kunt dit ook. In meerdere opzichten is dit een geweldig album dat meer erkenning en waardering zou moeten krijgen.

Charles Rouse – Two Is One (Strata East/Everland Music 1974/2018)

 

 

Veel bekend is er niet over deze band uit Los Angeles. Het gezelschap werd in 1958 opgericht door de broers Greg en Danny Cohen. De laatste gaat door het leven als kunstenaar van outsider art. Hij schijnt ooit te zijn geweerd uit het clubcircuit van de stad wegens het uitsmeren van poep in toiletruimtes. Bassist Greg daarentegen werkte met onder meer Bob Dylan, Marianne Faithfull en is te horen op diverse albums van Tom Waits. In diens theaterstuk The Black Rider is zelfs nog sprake van een kroeg genaamd Charleston Grotto. Het was overigens dezelfde Greg Cohen die Lou Reed voorstelde aan zijn latere geliefde Laurie Anderson.

De muziek laat zich het beste omschrijven als een licht theatrale variant op Frank Zappa. De Zappa uit het begin van de jaren zeventig. De band speelt met dezelfde bravoure hoogstandjes die je technisch complex kunt noemen, met uitstapjes die neigen naar jazzfunk, naar Steely Dan en Funkadelic. Maar Charleston Grotto laat heel wat pop en rock toe waardoor de muziek open en toegankelijk blijft.

Doorwrocht, ontvankelijk en een beetje weird. Die combinatie heeft iets ondefinieerbaars maar juist dát maakt de kennismaking met deze band zo bijzonder.  Net als de aanstekelijke protestsong Old Gene, waarin zanger Danny zich cynisch uit laat over hoe Amerika omging met terugkerende oorlogsveteranen. De uitstekend klinkende opnamen stammen overigens uit de periode 1976-1978. Uit de nummers van dat laatste jaar laat Charleston Grotto zich sterk beïnvloeden door Amerikaanse new wave.

Charleston Grotto – Raw Sewage (Everland Originals lp 2018)

De muziekweergave op de heruitgaven van het label Everland is keurig opgepoetst. Oude opnamen klinken gloedvol, transparant en authentiek. De platen zijn voorzien van het oorspronkelijke artwork, van ruisloze persingen terwijl de binnenhoes telkens een overzicht van de catalogus bevat.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Marc Janssen graaft met Everland label achter de hits van disco, soul en funk

Of hij het tasje van Diana Ross even wilde vasthouden. Hij zat toevallig toch naast de zangeres. Op de tweede rij tijdens de uitreiking van de Grammy Awards in Los Angeles. Marc Janssen geldt als autoriteit en archivaris op het gebied van soul, disco en funk. En hij is mede-eigenaar van Everland, een platenlabel dat obscure albums in deze genres aan de vergetelheid onttrekt. Dat is niet voorbij gegaan ‘in het wereldje’.

In diverse steden vestigden zich gedurende de jaren zeventig in samenwerking met de NAVO Amerikaanse legerbasissen. The Bar-Kays werden overgevlogen voor vertier en vermaak van de militairen. Thuis hoorde hij de discodreunen op platen die zijn broers draaiden. De eerste die hij zelf aanschafte was een lp van Midnight Star. “Vrienden van mij zaten vaak in bandjes. Dat vond ik stoer. Dat waren voorbeelden voor mij.” Leuk toeval. Jaren later liep de Limburger tijdens een feestje in Amerika ineens Reggie Calloway van de discoband tegen het lijf.

Het bezoek krijgt koffie en “speciaal gekocht” gebak. Daar kijken de drie katten van op. Een beetje bozig zelfs, maar dat schijnt aan het ras te liggen, Brits korthaar. Funky, Rhythm en Tommy heten ze. Everland Music houdt geen kantoor in de Randstad maar in het Limburgse Stein, op een steenworp van Sittard. Vlakbij ligt een recreatiepark, zo’n beetje de bekendste attractie van het stadje dat amper 25.000 inwoners telt. Het firmaatje bezit ook een dependance in Oostenrijk.

Marc Janssen bevindt zich echter regelmatig in Amerika waar hij in de loop der jaren een netwerk heeft opgebouwd van muzikanten, producers en medewerkers van platenmaatschappijen. Dan komt hij soms bekende namen tegen tijdens afterparty’s. Staat hij op zijn Facebookpagina toch maar mooi te shinen met Sly Stone, George Clinton, Bill Withers en wijlen Bobby Womack.

Tsja, hoe gaat zoiets? Loopt de Limburger met drankje in de hand met iedereen te babbelen, wordt hij opeens voorgesteld aan Berry Gordy, de gepensioneerde bovenbaas van hitfabriek Motown (Marvin Gaye, Stevie Wonder). Bijna negentig en nog immer in standje verkoop. “Hi, jij schijnt mijn dochter Sherry te kennen. Maar vertel eens, je komt uit Nederland, hoeveel albums heb je uitgebracht. Misschien heb ik iets voor je. Zal ik je voorstellen aan mijn zus? Die heeft net te maken gehad met een stelletje morons uit New York over onze backcatalogue.”

De muziek die verschijnt op Everland gaat ruimschoots voorbij aan de bekende hits van de getapte genres disco, soul en funk. Soms zo obscuur dat informatie erover zelfs op internet ontbreekt. Tijdens een van zijn bezoeken aan de VS werd hij getipt over een enorme collectie die in Atlanta in een loods stond te verpieteren. Dozen vol tax scam records. Volgens Janssen platen die werden uitgebracht “om de belasting te tillen”. In 1976 ontdekten gewiekste managers een maas in de Amerikaanse belastingwet. Je kon een dochteronderneming van een bestaande platenmaatschappij oprichten die echter geen winst mocht maken. Als je kon aantonen dat er niks verkocht werd kreeg je belasting uitgekeerd over je ondernemersverlies. In een mum van tijd ‘verschenen’ op deze manier honderden albums. Op de platen stonden stiekeme opnamesessies, vaak zonder medeweten van de muzikanten. Janssen ontdekte er de nodige curiosa tussen. Volgens hem spelen op een aantal van deze albums bekende muzikanten mee.

Uit de metersbrede wandkast haalt hij nog meer lp’s tevoorschijn met een verhaal. Platen die nooit het licht hebben gezien maar slechts als promotie-exemplaar door het leven gaan. Privé-uitgaven die helemaal niemand heeft gehoord behalve dan de familie van de zanger. Janssen legt er eentje op de draaitafel en schuift met gevoel aan het volumeknopje van het mengpaneeltje. Aan zijn bewegingen te zien heeft hij dit vaker gedaan. Hij verzorgt al enkele jaren de afterparty’s op het North Sea jazzfestival. Het bezoek wordt intussen getrakteerd op vurige funk en dijenkletsende disco. Luidkeels: “Er gaat nu een wereld voor je open hè? Alles wat ik uitbreng, daar heb je nog nooit van gehoord, maar dat vind ikzelf steengoed.” Zelf noemt hij dit dè reden om iets te doen met al die onvindbare albums. “We kopen de rechten in, de publishing rightsremasteren de muziek en registreren het copyright.”

Dus kan de rest van de wereld eindelijk kennis maken met soulzanger Van Jones, met de bendeleden The Ghetto Brothers en hun door Santana geïnspireerde latinrock. Of met souldiva en voormalig nachtclubdanseres Ruby Andrews. Midden in ons gesprek ontvangt Janssen opeens een appje van de zangeres. Ze is net wakker aan de andere kant van de oceaan, Chicago om precies te zijn. Hij belt haar op om te vragen hoe het gaat. Na een amicaal onderonsje overhandigt hij de telefoon aan de verslaggever die een slaperig klinkende Andrews aan de lijn krijgt.

Everland Music is niet alleen ‘the funkiest label in the world’, maar schatbewaarder van archeologische muziekvondsten. Neem de disco van Obatala, strak en inventief gestileerd. Vingers in de lucht wie de afrobeat kent van de Nigeriaan Geraldo Pino. En dan zomaar ineens dat onbekend gebleven album van Don Covay: legendarisch rhythm and blueszanger én idool van The Rolling Stones. Berucht is de jazz die in de jaren zeventig verscheen bij Strata East, muzikaal antwoord op de burgerrechtenbeweging voor Afro Amerikanen. Janssen mag de complete catalogus opnieuw uitgeven. Het gaat om albums van onder meer de muzikale vrijbuiters Pharoah Sanders en Charles Rouse.

Janssen: “We hebben sinds kort een website. Ik merkte dat je zonder niet serieus genomen wordt. Ik praat veel met artiesten en die antwoorden dan weleens van ‘ja ja dat zal wel’. Je moet een vertrouwensband met ze krijgen. Meestal liggen de rechten bij de mensen die daarvoor betaald hebben. En dat zijn vaak niet de muzikanten. Mijn zakenpartner is daarin simpel. Hij kijkt op Discogs wat commercieel interessant is. Mij interesseert dat niet. Ik wil gewoon platen uitgeven die ik góed vind. Als ik dat niet doe gaat voor mij de sjpass eraf.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

De werkelijkheid op zijn kop in de collagekunst van Sandra Clerk

Sandra Clerk maakt bijzondere collages die ze publiceert op haar Instagrampagina. Kleurrijk, licht absurdistisch en speels. Beelden waarin ze de werkelijkheid letterlijk op zijn kop zet. Niet overdadig maar met de meerwaarde van minder is meer. “Met mijn werk wil ik niet zo zeer een verhaal vertellen of een statement maken. Het is eerder gebaseerd op een bepaald gevoel dat ik wil overbrengen.” Ze runde ooit een webshop met vintagekleding. Momenteel werkt ze als freelance tandtechnicus.

“Het begint met afbeeldingen die voor mij interessant zijn. Vaak zijn dat oude foto’s uit vintage magazines, waarvan ik een enorme hoeveelheid bezit, zoals National Geographic, Time/Life Magazine, Panorama, Russische en Duitse film- en fotografie tijdschriften etc. Het grootste gedeelte is afkomstig uit de jaren zestig en zeventig. Die periode fascineert mij.”

Ter verduidelijking noemt ze een bekende song uit die tijd en een aantal films die zich onderscheiden door sterk gestileerd en stijlvol uiterlijk.
“Space Oddity van David Bowie, Nouvelle Vague films van o.a. Jean-Luc Godard. Monica Vitti in films van Michelangelo Antonioni en de prachtige klassieker Hiroshima Mon Amour van Alain Resnais, weliswaar uit 1959, maar toch. Een mooie tijd.”

In je werk is mode iets wat vaak terugkeert valt me op. Is daar een speciale reden voor?
“Van 2009 tot 2016 heb ik een online webwinkel gehad, Katz Vintage. Ik verkocht kleding en accessoires uit de jaren dertig tot tachtig van de vorige eeuw. Het moment dat ik het woord ‘vintage’ niet meer kon horen – steeds vaker werd kleding van enkele seizoenen terug als vintage verkocht – ben ik ermee gestopt. Nog steeds houd ik van echte vintage kleding, meubels en oude spullen. Dat zal de reden zijn waarom ik vaak kleding en mode verwerk in de collages. Dat hoeft niet per se kleding te zijn die ik mooi vind, juist iets tuttigs kan mij bekoren in een afbeelding.”

Waarom werk je graag met collagekunst?
“Binnen de collagekunst is zo ontzettend veel mogelijk. Nooit raak ik verzadigd qua ideeën, alles is mogelijk. Vaak hebben bepaalde collagekunstenaars één stijl waaraan je hen herkent. Voor mijzelf geldt dat niet per se. Het spreekt mij aan meerdere stijlen uit te proberen, voor de afwisseling maar ook om nieuwe mogelijkheden te ontdekken.”

Clerks beelden zijn een ontmoeting van het analoge met het huidige digitale tijdperk beaamt ze.
“Aanvankelijk ben ik begonnen met analoge collages, tegenwoordig werk ik vaker achter de computer. De ene keer maak ik een gekleurde achtergrond in een tekenprogramma en plaats daar afbeeldingen op, de andere keer gebruik ik een echte foto als achtergrond. Ook een combinatie is mogelijk. Alles kan, dat is zo fijn aan collagekunst.”

Het lijken met name fotoachtige collages die je toepast, klopt dit?
“Vanwege mijn bewondering voor het boek De Avonden van Gerard Reve, maakte ik ooit een wandeling langs de Jozef Israëlskade in Amsterdam. Daar, in de Diamantbuurt, schreef hij De Avonden. Vlakbij nummer 66, waar hij heeft gewoond, stond een raam open, in het kozijn lag een dekentje te luchten. Een tafereel dat ik enkel nog ken uit mijn jeugd. In Amsterdam, waar ik woon, zie ik het zelden of nooit. Het oude oudroze dekentje, dat zo uit het boek van Reve had kunnen komen, was omlijst door een groen-blauw raamkozijn, daaromheen een geel kozijn. Het zag er nostalgisch uit en voor mij aanleiding er een foto van te maken. Deze foto heb ik later verwerkt in twee collages.”

Wil je met je beelden iets uitdrukken of er anderszins betekenis aan geven? Misschien werk je intuïtief in plaats van aan de slag te gaan met vooropgestelde ideeën?
“Het maken van een collage kan beginnen met een idee, al ben ik er gaandeweg achtergekomen dat de meest verrassende resultaten ontstaan door toeval. Door het lukraak plaatsen van cut-outs of uitgeknipte afbeeldingen, kunnen soms absurdistische beelden ontstaan. De achtergrond is erg belangrijk. Het gebeurt regelmatig dat ik tevreden ben met het eindresultaat, uit nieuwsgierigheid tóch nog ‘even’ kijk wat een andere achtergrond voor resultaat laat zien en dan weer helemaal opnieuw begin met het herschikken van de gekozen afbeeldingen, die ik aanvankelijk in de collage had geplaatst. Vaak ben ik dan weer een uur of langer bezig.”

Zijn de werken op papier of alleen digitaal?
“Al het werk dat ik maak is als print verkrijgbaar tot A3+, al dan niet ingelijst. Analoge collages zijn er in de originele uitvoering. Zelf heb ik nog niet de moeite genomen ze ergens aan te bieden, maar ik ben al door diverse mensen benaderd om samen te werken, middels verkoop of een expositie.”

De kwaliteit van haar werk is opvallend, temeer omdat de Amsterdamse geen opleiding of achtergrond heeft in de kunst. Integendeel.
“Van 1984 tot 2009 heb ik gewerkt als tandtechnicus voor de kroon- en brugafdeling. Ik heb niet bewust voor dat vak gekozen, ben daar bij toeval ingerold. Het is nooit mijn passie geweest. In 2009 heb ik besloten ermee te stoppen om vervolgens een webwinkel te beginnen in vintage kleding. Ik verzamelde al geruime tijd kleding en het werd tijd er iets mee te doen. In die periode ben ik door een ex-collega, die voor zichzelf was begonnen, gevraagd om voor hem kroon- en brugwerk te maken. Vanaf dat moment ben ik als freelance tandtechnicus gaan werken. Het is een mooi vak, precisiewerk, maar mijn ambities liggen elders. Werken als freelance tandtechnicus met daarnaast het maken van collages is voor mij een perfecte combinatie. De nauwgezetheid in de tandtechniek, komt ook van pas bij het maken van collages, hoewel ik het rauwere werk ook erg kan waarderen.”

Een kunstenaar die vaak wordt genoemd in de geschiedenis van de collagekunst is de Duitse Hannah Höch. In de jaren twintig van de vorige eeuw maakte ze uit gescheurde of uitgeknipte stukken papier vervormde gezichten. Höch had omgang met de dadakunstenaars Raoul Hausmann en Kurt Schwitters.
Clerk: “Het werk van Hannah Höch is zo’n voorbeeld, ik vind het geweldig, maar het was van háár tijd. Dadaïstische collages worden nog steeds gemaakt, echter voor mij is dat niet weggelegd. Vind het vaak te gemaakt of vergezocht, een soort kopie uit een ver verleden.”

Zijn er dan andere (collage) kunstenaars die jou inspireren?
“Ergens begin 2017 kon ik niet slapen. Ik pakte mijn iPhone en kwam per toeval een collage tegen van Eugenia Loli en was meteen gefascineerd. Urenlang heb ik naar meer gezocht, kon er geen genoeg van krijgen. De volgende dag ben ik meteen begonnen met het maken van mijn eerste analoge collage. Vaker kan ik enthousiast raken van iets en daar volledig in opgaan. Later blijkt het toch weer een bevlieging te zijn. Ik kan mij echter niet voorstellen dat collagekunst mij ooit gaat vervelen, want voor mij is het een soort verslaving geworden.”

bekijk meer werken van Sandra Clerk op haar instagrampagina juxtakatz

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

King Midas Sound geeft met Solitude betekenis aan emotie en ongemak

De liefde. Zoals bekend ontelbare malen ‘bezongen’ in de kunsten. Net als de liefde die niet wordt beantwoord, of tegen alle verwachting in, zomaar wegloopt, voorgoed. Dit album gaat over wat er daarna gebeurt. Over de pijnlijke observatie van gevoelens en gedachten. Een meditatie over verlies volgens Roger Robinson en Kevin Martin van King Midas Sound. De een is dichter, de ander geluidsmagiër.

Solitude is de keerzijde van de liefde op muziek gezet. Teksten worden niet gezongen maar gesproken door een verteller die niet zwelgt in zelfmedelijden. Hij is pijnlijk goed op de hoogte van zijn gevoelens die hij haarscherp weet te verwoorden. Depressie en paranoia lijken op de loer te liggen, toch is het uiteindelijk de ratio die wint. Elk woord is raak. En intussen schept de muziek toenemend onbehagen met behulp van schakeringen die donker worden ingekleurd. Denk aan de ijle sfeer in het openingsthema van de film The Shining. Denk aan flardenMusick To Play In The Dark van Coil. Solitude werd twee jaar geleden opgenomen en pas onlangs, een tikje cynisch, uitgebracht op Valentijnsdag.

Afgaand op de tekst in Zero was er vermoedelijk sprake van een obsessieve relatie. “We consumed each other, we lost weight”. Volgens de hoofdpersoon ging het om een dame met “mood swings” die, nu ze bij hem weg is, opeens kleding draagt van het luxe modemerk Moschino. Het is het laatste dat hij te weten is gekomen over haar. Maar in feite gaat het om het persoonlijke relaas van het hoofdpersonage.

En dat is iemand die nergens meer bij hoort. Die door iedereen met de nek wordt aangekeken omdat hem volgens eigen zeggen de eenzaamheid is aan te zien. “Looks a bit like anger. But i’m not angry, just empty”. Het is de hardvochtige somberte die je ook tegenkomt in de boeken van Michel Houellebecq, Arnon Grunberg en met name Charles Bukowski. Het nummer Bluebird is geïnspireerd op een gedicht van de Amerikaanse schrijver.

Veel muzikanten zetten hartzeer om in liedjes met een al dan niet klagerige toon. King Midas Sound echter klinkt beklemmend, zeer beklemmend. Kevin Martin heeft er al een uitgebreide muzikale carrière op zitten, maar levert op dit album zijn meesterschap. Subtiel voegt hij als ervaren producer/componist verschuivingen en veranderingen aan in muziek die desolaat klinkt en tegelijk op een vreemd spannende en aangrijpende manier troost biedt aan het onderwerp. Toch is de kans groot dat tijdens het luisteren de gordijnen spontaan dicht gaan, de rolluiken omlaag en de lichten doven.

Liefdesverdriet gaat altijd over wordt vaak beweerd. Maar hier krijg je het gevoel dat het nooit meer over gaat. King Midas Sound geeft op eigenzinnige wijze betekenis aan iets dat amper in woorden valt uit te drukken, aan het gecompliceerde begrip emotie en het ongemak dat daarbij hoort. Robinson en Martin raken hiermee de kern van kunst. Deze plaat gaat over eenzaamheid en ontreddering en over de moeizame acceptatie ervan; en ja misschien ook wel over de constatering dat eigenlijk iedereen altijd alleen is, met of zonder relatie. De hoes van Solitude is gemaakt door de Japanse fotograaf Daisuke Yokota. Een uitgebleekt negatief van een man omgeven door een regen van ‘schandvlekken’ die uiteen spatten. Charles Bukowski publiceerde ooit de dichtbundel You Get So Alone At Times That It Just Makes Sense.

King Midas Sound – Solitude (Cosmo Rhythmatic 2lp 2019)