Emile Roemer burgemeester van Heerlen: “Voor mij is een stad niet een verzameling panden, maar een verzameling mensen”

links stadhuis Heerlen, rechts nog af te breken kantoor (foto: Harry Prenger)

Met enige trots toont de burgemeester zijn ruime kantoor in het stadhuis. “We houden hier zelfs vergaderingen”, zegt hij wijzend op de enorme ovale tafel met leren stoelen. Buiten ronkt het geluid van stroomgeneratoren. Binnenkort beginnen sloopwerkzaamheden van een ernaast gelegen kantoorkolos. Het typeert het huidige Heerlen dat letterlijk aan de weg van de toekomst timmert. “Ik val hier met mijn neus in de boter” vertelt Emile Roemer. Sinds maart 2018 is de voormalige fractievoorzitter en lijsttrekker van de SP waarnemend burgemeester. Voorafgaand aan het interview hebben we een aantal gespreksonderwerpen doorgegeven: SP, Heerlen, herindeling en heavy metal. We mogen de burgemeester tutoyeren.

Hoe bevalt het in Heerlen? Ik neem aan dat je de stad intussen al aardig hebt leren kennen. Zou je er al een karakterschets van kunnen geven?
Lachend: “Hoe lang heb je? Ik ben bezig Heerlen te ontdekken. Voor mij is een stad niet een verzameling panden maar een verzameling mensen. Als je de stad wilt snappen moet je twee dingen doen: je moet de geschiedenis kennen en je moet de mensen kennen. Dat eerste kun je door veel te lezen, je te laten bijpraten, musea te bekijken. Maar mensen in de stad leren kennen doe je door erop af te gaan en met ze te praten. Dan hoor je wat leeft, wat er speelt en wat de uitdagingen zijn.”

Toch heerst er bij sommige mensen nog een negatief beeld over Heerlen.
“Het beeld wat men van buiten Zuid-Limburg heeft over Heerlen is echt achterhaald. Nog te vaak hoor ik: ‘Heerlen, dat is toch die stad met die drugsoverlast?’ Ik vraag dan ‘wanneer ben je er voor het laatst geweest? Onder welke steen heb jij gelegen de afgelopen twintig jaar?’

Er is de laatste jaren wel een flinke toename te zien in de stad van kunst en cultuur.
“Er is inmiddels zoveel waar Heerlen trots op kan zijn. Je noemt zelf en terecht alles wat er georganiseerd wordt aan festivals, aan kunst en cultuur. Aan de andere kant zie je nieuwe bedrijven en startups. Die positieve impuls voel je overal. En ja, er is ook nog veel leegstand. We zijn hard bezig met een subsidieaanvraag bij het ministerie om leegstaande panden te slopen. Dat begint hier al met het nieuwe stadskantoor. De komende jaren wordt er 80.000 vierkante meter leegstand weggehaald. Er is heel lang over gesproken maar nu gaan we laten zien wat er gebeurt.”

Emile Roemer werd in maart 2018 gevraagd de werkzaamheden van het burgemeesterschap over te nemen van Ralf Krewinkel. Deze moest wegens privéomstandigheden zijn ambt tijdelijk neerleggen. Krewinkel zette samen met Provinciale Staten stevig in op een herindeling met Landgraaf. Het initiatief implodeerde echter voortijdig. De Provincie werd op de vingers getikt door de Raad van State en de minister van Binnenlandse Zaken. Er zou niet zorgvuldig zijn omgegaan met een open overleg erover.Roemer: “Bij de laatste verkiezingen is natuurlijk het nodige gebeurd. De uitslagen in andere gemeenten laten zien dat de herindeling verder weg is dan ooit. Het standpunt van het college van Heerlen is niet veranderd. Men is hier voor een herindeling, maar wel met draagvlak. Dus zul je op andere manier moeten kijken hoe je de slagkracht in de regio kunt verbeteren. In die worsteling zit de regio. Het is ook de vraag waar de minister mee komt. Niks doen is geen optie. Je bent wel een centrumgemeente waar de regio en de mensen meer van verwachten. Linksom of rechtsom zal er iets moeten gebeuren.”

Bij de laatste landelijke verkiezingen boekte de partij waarvan je lijsttrekker was niet de gehoopte zetelwinst. Momenteel bezit de SP 14 zetels in de Kamer. De partij is net als het Nederlandse voetbal. Wel voetballen maar niet op het hoogste niveau.
Roemer, enigszins verbouwereerd: “Nu raak je me in de ziel. Het allerhoogste niveau is de Tweede Kamer! In de regering deelnemen was me net niet gegund. We besturen nu wel mee in veel provincies. We zitten in veel steden in het college waaronder Heerlen en Amsterdam. We laten ons op alle terreinen overal zien. Dat wijst erop dat we ook in de landelijke regering gaan komen. Dat is een kwestie van tijd. Dat gaat niet lang meer duren.”

Wanneer Roemer enige scepsis bespeurt bij zijn bezoek voegt hij er aan toe: “Soms kunnen dingen heel snel gaan. Dat heb ik zelf ook gemerkt. Toen ik begon in de Kamer stond het CDA op 44 zetels. Twee verkiezingen later hadden ze er 13. Ik heb in de peiling op 38 gestaan.”

Hoe denk je dat de SP zich gaat handhaven in het huidige rechtse klimaat dat door Nederland waait?
“Nou ik denk dat Lilian Marijnissen met de term rechtvaardigheid de spijker op zijn kop slaat.”

Emile Roemer refereert aan de manifestatie Rede voor Rechtvaardigheid die de huidige SP-partijleider op 15 september in Rotterdam zal houden. Marijnissen heeft aangekondigd dat ze daarin zal pleiten voor meer rechtvaardigheid in de samenleving.
Roemer: “Nederland in beweging brengen. Dat gaat een van de grote speerpunten worden. Op alle mogelijke terreinen de rechtvaardigheid in de samenleving weer terug proberen te krijgen. Wanneer het gaat om rechtvaardigheid zijn we in Europa en Amerika aardig afgegleden. Als ik in Nederland zie hoeveel gezinnen nog steeds moeite hebben om vast werk te vinden om de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen worden tegen elkaar opgezet. Wat er in de samenleving gebeurt heeft niets met rechtvaardigheid te maken.”

Weliswaar heb ik er geen onderzoek op losgelaten maar ik heb toch ergens het idee dat steeds minder jongeren zich geroepen voelen om op de SP te stemmen.
“Dat zou ik toch maar eens gaan onderzoeken dan! We hebben een hele grote jongerenafdeling!”

Maar krijg je jongeren ook zover dat ze gaan stemmen op de SP?
“We zitten nog steeds bij een van grootste vijf zes partijen van Nederland. Dat krijg je echt niet voor elkaar als er niet zoveel jongeren op de SP stemmen.”

Desondanks erkent Roemer dat de samenleving de laatste decennia zodanig is veranderd dat dit ook zijn weerslag heeft op het stemgedrag.
“Jaren geleden, toen Nederland nog te maken had met een verzuiling, stemden mensen traditioneel. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Men kan vandaag op de VVD stemmen en de volgende keer op de SP. Het politieke landschap is behoorlijk veranderd. Mensen stemmen nu vaak vanwege een thema en niet op een partijprogramma. Meer dan ooit wordt ook gekeken naar de frontman of frontvrouw. Dan is er nog de vraag óf mensen gaan stemmen.”

Zoals al vaker besproken in interviews is Emile Roemer een groot muziekfan. Opvallend is de voorliefde die hij koestert voor heavy metal. Niet een muziekgenre dat je meteen in verband brengt met een politicus, laat staan met het deftige ambt van het burgemeesterschap. Op de website Noisey staat hij gefotografeerd met de wijsvinger en pink omhoog, de ‘duivelshoorntjes’ die horen bij de metalsymboliek.

Waar komt je voorliefde voor heavy metal vandaan?
Glimlachend: “Ik ben opgegroeid met drie oudere broers in de jaren zestig en zeventig. Dan word je wel enigszins gevormd over wat je thuis te horen krijgt. Frank Zappa, Cuby & the Blizzards. Blijkbaar beviel me dat. Bij mij is de liefde voor muziek heel breed. Ik kan van veel muziek echt genieten. Ik denk dat het ook komt door jonge vriendschappen, tieners die ook van heavy metal hielden. Dan ga je samen op zoek naar nieuwe bands, naar concerten. Voor je het weet loop je van het ene festival naar het andere metalconcert.”

Noem eens wat favoriete bands van je.
“Ik ben fervent fan van Metallica. Vorig jaar heb ik ze mogen ontmoeten in Amsterdam. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe bands. Cd’s draai ik trouwens meestal in de auto want thuis moeten ze er niks van hebben, haha. Muziek doet iets met mensen. Iedereen heeft behoefte aan muziek. Het is ook de taal die iedereen spreekt. Als je een feestje hebt draai je muziek. Als je iets vervelends meemaakt luister je naar muziek. Je kunt er je gevoel in kwijt. Daarom ben ik een groot voorstander dat je op jonge leeftijd muziekles krijgt. Dat op scholen door vakdocenten muziek en kunstonderwijs gegeven wordt.”

Over heavy metal gesproken. We laten de burgemeester aan het einde van gesprek kennismaken met Archspire. De Canadese band moet het hebben van ritmische patronen die complex en extreem snel worden gespeeld. Opvallend is de zangstijl, ook wel ‘death growl’ genoemd, karakteristiek voor het subgenre deathmetal waartoe Archspire behoort. Via de smartphone van het bezoek luistert Roemer aandachtig naar muziek die intens en zeer welluidend uit het luidsprekertje schalt. Te beoordelen aan zijn glimlach bevalt hem deze stortvloed aan decibellen wel. De burgemeester begint nog net niet met zijn hoofd te headbangen. Enthousiast: “Kun je me de link doorsturen? Dit is iets om door te geven aan mijn muziekvrienden.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Ook als reissue blijft Music From Big Pink van The Band een van de grote mysteries van de popmuziek

Niet alle muzikanten gaan eind jaren zestig gekleed in jasjes met kleurrijke bloemmotieven. Zo zijn er mannen met sjofele colbertjes om de schouders. Verder dragen ze baarden en hoedjes. Na tien jaar lang te zijn aangesterkt door liveoptredens mogen ze eindelijk de teugels laten vieren. Lekker liedjes spelen in een vrijstaand huis dat ondanks de knalroze pui amper te vinden is in het noordoosten van Amerika. Er zijn daar meer bomen dan bewoners. Het interieur lijkt op een gewone gezinswoning. Leren banken, een eettafel, bedden in slaapkamers. Wanneer de mannen met baarden en hoedjes in de kelder afdalen gaan ze de Amerikaanse muziek binnenstebuiten keren. En dat voor een stelletje Canadezen. Het mooiste bewaren ze stiekem voor eigen gebruik. Elf muzikale vondsten die voor de eeuwigheid worden vastgelegd in studio’s in New York en Los Angeles.

Ondanks de vernieuwingsdrang in de popmuziek van 1968 voelen de ‘songs’ ouderwets aan. Toch zijn ze er in deze vorm nooit eerder geweest. Ook heel ongewoon voor die tijd: het album begint met een ballad. De voorkant van de hoes bevat tekeningen van Bob Dylan maar niet de namen van de muzikanten.

Veel teksten gaan over de vragende en twijfelende mens. Dus over naderend onheil zeg maar. De Bijbelse symboliek tussen de regels door helpt ook al niet. “Now you look out the window tell me. What do you see? I see a golden calf pointing back at me”. De stemmen van de verschillende zangers kronkelen als een stug grindpad langs bermen waar piano, orgel, drums en bas opbloeien. Het geluid van de gitaar woekert als hardnekkig onkruid.

Dit is geen pop of rock, blues of country. Maar wat is het dan wel? Vijftig jaar later heeft de muziek nog altijd iets raadselachtigs. Wanneer je denkt dat een nummer gaat eindigen volgt er opeens nog een couplet of gitaarsolo. Muzieknoten en akkoorden  weten zelf ook niet goed wat hen overkomt. Langzaam word je naar binnen gesleurd, omarmd en weer losgelaten. Music From Big Pinkkortom is typisch zo’n plaat die je eerst goed moet leren kennen om ‘m op waarde te kunnen waarderen.

Sommige mensen hebben daar problemen mee. Om er toch duiding aan te geven worden er decennia later begrippen als roots en Americana voor bedacht. Maar Music From Big Pink gaat niet gebukt onder de clichés die dit genre intussen haast ondraaglijk maken. Een album als dit was er niet eerder en is sindsdien ook nooit meer gemaakt. Uniek, mysterieus, een tikje vreemd, maar prachtig. En het orgelriedeltje in Chest Fever moet onderhand eens net zo klassiek worden als de gitaarintro van Deep Purple’s Smoke On The Water.

Volgens audio- en vinylexpert Michael Fremer is op de originele Amerikaanse lp de lage klank van bas en basdrum eraf ‘gesneden’. Bij de platenmaatschappij was men bang dat de pickupnaald de lage frequenties haperend zou afspelen. Op deze reissue is de oorspronkelijke opname in ere hersteld. Met dank aan technicus Bob Clearmountain klinken de instrumenten nu diep en dynamisch. Het totaalgeluid is bovendien veel meer uitgebalanceerd. Verdikkeme, wat klinkt de muziek opeens authentiek en intens. Om de geluidskwaliteit optimaal tot zijn recht te laten komen is deze heruitgave verschenen als dubbel-lp, af te spelen op 45-toeren. Beide platen zijn overigens in de tweede hoes van de klaphoes gestopt. 

The Band – Music From Big Pink (2lp Capitol/Universal 1968/2018)

Einstürzende Neubauten geeft met beladen Lament gedenkwaardig concert

Minuscule glittertjes plakken op het driedelige pak van Blixa Bargeld die blootsvoets op het podium staat. Ook bassist Alexander Hacke, met woest lang haar, heeft zijn schoenen in de kleedkamer achtergelaten. Met N.U. Unruh de drie overgebleven leden van Einstürzende Neubauten dat werd opgericht in 1980. Andere laatste getuigen uit de beginperiode zijn de ‘instrumenten’: omgebouwde en elektrisch versterkte voorwerpen afkomstig van de sloop.

De band uit Berlijn maakt allang geen industriële punk meer. Uitgebreid met andere muzikanten en invalshoeken, zette Einstürzende Neubauten in artistiek opzicht een bijzondere ontwikkeling in gang. Ondanks het experimentele karakter en het instrumentarium dat nog altijd hardnekkig afwijkt, werden de teksten doorwrochter en het gevoel voor melodie sterker. Silence Is Sexy is de veelzeggende titel van een van de betere albums van Neubauten. En speciaal voor het huidige project Lament worden de kale en weerbarstige klanken ondersteund door een persluchtinstallatie en een strijkkwartet.

Dit performanceproject is een eigenzinnige constructie in geluid over de Eerste Wereldoorlog. Volgens Bargeld is deze oorlog nooit helemaal voorbij gegaan. Hij ziet de periode als opmaat voor het Europa waarin we nu leven. Nadat de verwoesting en nasleep een einde maakten aan de cultureel-filosofische stromingen, de Verlichting van Europa, ontstond een voedingsbodem voor het groeiend communisme en fascisme. Toch gaat het voor een Nederlands publiek om een bijna vergeten geschiedenis. Ons land was onpartijdig in het conflict dat plaatsvond tussen 1914 en 1918.

Dat de band haar experimentele karakter niet heeft verloren wordt al snel duidelijk. Aan het begin van het concert barst de Kriegsmachinerie in alle hevigheid los. Schrapende, ijzingwekkende geluiden vullen de Limburgzaal. Blixa Bargeld houdt borden met cryptische statements omhoog. Min of meer aankondigingen van wat ons te wachten staat. Zoals begin vorige eeuw titelkaarten de beelden in de stomme film onderbraken en becommentarieerden.

Veel meer dan in de begintijd gaat bij Einstürzende Neubauten werkwijze en uitvoering gelijk op. Het is een van de weinige bands die intellect en ratio laten samen smelten met emotie en melancholie. Muzikale kleuren en stemmingen worden tijdens het optreden tot in het extreme afgewisseld. Dit is een Einstürzende Neubauten die je van tevoren niet ziet of hoort aankomen. Soms een tikje afstandelijk, maar naarmate de avond vordert steeds aangrijpender. Grappig is de interpretatie van een oude jazzband. Blixa Bargeld zingt niet alleen in het Engels en Duits maar ook in het Nederlands, al noemt hij het zelf Vlaams. Achterland is gebaseerd op een tekst van de door hem bedachte schrijver Paul van den Broeck zegt hij.

Breekpunt tijdens het twee uur durende concert is Vox Populi (van het album Grundstück). Alle bandleden heffen minutenlang tegelijk hun stem, zingend onder protest lijkt het, zonder woorden. De podiumbelichting dimt naar een gloed van oranje, zodat het decor de muzikanten toont in spookachtige silhouetten.

Einstürzende Neubauten blijft onlosmakelijk verbonden met de kunstgeschiedenis. Behalve aan de Eerste Wereldoorlog refereert de band aan de Europese kunstbewegingen die destijds ontstonden en de boel openzwaaiden: dada en futurisme. Bargeld houdt een drinkbeker tegen een oude grammofoonplaat die hij laat ronddraaien op een boormachine. Medebandlid N.U. Unruh verkleedt zich met een plastic witte cape en hoge muts als dada-uitvinder Hugo Ball. Ook de Berlijners smijten de deuren van de muziek en kunst wagenwijd open. Beats dreunen meedogenloos over de hoofden van publiek, de woordkeuze is absurdistisch, kleine voorwerpen ratelen over het podium. Let’s Do It A Dada is een nummer van het album Alles Wieder Offen. Een van de hoogtepunten van het optreden. Zelfs de violiste van het strijkkwartet applaudisseert na afloop.

In een van de toegiften klinkt een anti-oorlogslied uit 1955 van folkzanger Pete Seeger. Maar dan in het Duits. Sag Mir Wo Die Blumen Sind. Bargeld, in witgeverderd gewaad, blijft in de buurt van de vertolking van Marlene Dietrich. Aardig toeval. De geëngageerde zangeres met de slaperige oogopslag trad in Heerlen op aan het einde van Tweede Wereldoorlog, voor Amerikaanse soldaten in het nabij gelegen Royaltheater. Het is de enige echte song op deze gedenkwaardige avond die toch weer een beetje punk eindigt. Een experiment voor luchtpijpen. “We weten nooit van te voren hoe dit gaat uitpakken”, roept Bargeld er voor de zekerheid bij.

Cultura Nova: Einstürzende Neubauten – Limburgzaal, Parkstad Theater, Heerlen (26 augustus 2018)

Wouter Bulckaert schrijft liefdevol en aanstekelijk eerbetoon over JJ Cale

“Het lijkt hem allemaal te overkomen. Alsof er plots noten uit de lucht vallen en op zijn gitaar belanden.” Bedoeld wordt JJ Cale, maker van muziek die simpel en ongrijpbaar is, toegankelijk en doorwrocht. Een van de eerste popmuzikanten die werkt met een drumcomputer en de techniek van de studio gebruikt als instrument. Maar JJ Cale is behalve een begenadigd gitarist lange tijd een ondergewaardeerd liedjesschrijver. Bovendien heeft hij een bloedhekel aan de muziekindustrie, geeft zelden interviews en over zijn privéleven kom je nog minder te weten.

Troubadour In De Woestijn zou zomaar het allereerste Nederlandstalige boek kunnen zijn dat over Cale verschijnt. De Vlaamse auteur Wouter Bulckaert blijkt kenner en liefhebber van met name de muziek van de zanger-gitarist. Eerder publiceerde hij een boek over het gitaarfenomeen Ry Cooder. Wanneer een schrijver zo dicht op zijn onderwerp gaat zitten kan dat soms nadelig uitpakken. Bulckaert benadrukt nogal vaak Cale’s klasse als componist en diens eigen gemaakte studiotechnieken. Eigenlijk gaan de beste hoofdstukken over de tijd dat Cale zich terug trekt uit de muziek, amper optreedt en geen platen meer maakt. Toch weet de schrijver zijn bewondering en kennis zo aanstekelijk te verwoorden dat je als lezer steeds meer waardering begint te krijgen voor JJ Cale, die wars is en blijft van sterallures. In onze huidige tijd van social media en hyperactieve artiesten, is het net of je een boek leest over iemand van een andere planeet.

Bulckaert sprak niet met betrokkenen of met Cale zelf. De gitarist overleed in 2013 aan een hartaanval. Wel koppelt hij een bezielde manier van schrijven aan informatie die hij vergaarde uit talloze publicaties en uit eigen waarneming. Eindelijk neemt een Nederlandstalige schrijver eens de moeite om uitvoerig albums, muziek, teksten en studiotechniek van JJ Cale te beschrijven en te analyseren. Tijdens het lezen krijg je het gevoel dat je toch wat gemist hebt al die jaren dat je weleens een plaatje draaide van Cale. Ineens krijgen diens vermeende beperkingen veel meer betekenis.

Vlot en aanstekelijk schrijft Bulckaert ook over Cale’s beginperiode, de jaren zestig. Toen de man uit Tulsa, Oklahoma nog een hardwerkende sessiegitarist was en niet de latere meester van de ironie en het understatement. Bulckaert noteert een hoop leuke weetjes en anekdotes. In 1966 maakt hij met onder meer Leon Russell, Greg en Duane Allman een noveltyplaat waarop bewerkingen staan van tunes uit Amerikaanse tv-series. Als geluidstechnicus is hij betrokken bij het eerste album van heavy metalband Blue Cheer. Maar nog voordat de opnamen goed en wel beginnen maakt Cale dat hij weg komt. De confrontatie met rock ’n roll gedoe en de overdaad aan decibellen in de studio wordt hem teveel. Hij heeft gewoon geen zin in dit soort flauwekul.

Zelfs wanneer zijn bekendheid toeneemt weigert Cale aan het marketingspel van de industrie mee te spelen. Als hij bij een optreden in een veel bekeken tv- show moet playbacken, maakt hij rechtsomkeert. Een contract dat platenmaatschappij Columbia hem biedt voor een miljoen dollar wimpelt hij laconiek af. Lange tijd bezit hij geen telefoon. “Waarom ik zelden op andermans platen speel? Ze kunnen me niet bellen, hè!” Het boek wemelt van de citaten waarin Cale droogkomisch zichzelf en zijn werk relativeert.

Dus wordt de gitarist vooral door muzikanten gewaardeerd. Eric Clapton is zijn grootste bewonderaar. Dankzij de hits die de Brit heeft met Cale’s composities After Midnight en Cocaine wordt deze tegen wil en dank internationaal beroemd. Achteraf gezien laten veel platen van Clapton zich beluisteren als één groot eerbetoon aan Cale. Luister nog maar eens naar speelwijze en klank van 461 Ocean Boulevard.

Ondanks Bulckaerts kritiek op sommige latere albums, valt hem de kentering in de teksten op. Beschrijft de zanger met de omfloerste stem in de jaren zeventig volop de geneugten van het minnespel, de laatste jaren bezingt hij een reflectieve en maatschappijkritische kant. Een opvallend slotakkoord in en van de Troubadour In De Woestijn. Bulckaerts boek is een mooi en respectvol eerbetoon aan JJ Cale. Bescheiden van opmaak. In plaats van foto’s houtskoolachtige schetsen bij elk hoofdstuk. Een monument in het klein, geheel in lijn met het fijnzinnige karakter en de muziek van de grootmeester.

Wouter Bulckaert – Troubadour In De Woestijn (illustraties Edward Hall) Uitgeverij EPO, 2018)

Young Echo uit Bristol maakt de meest duistere muziek van nu

Young Echo. Uit Bristol. Niet de minste muziekstad van Engeland. Draai in de Britse havenstad de kraan open en er komt talent uit. Massive Attack, Portishead, Tricky, Roni Size en, uit een verder verleden Rip, Rig & Panic en The Pop Group. Young Echo dus, niet te verwarren met Young Fathers, koorknaapjes uit Schotland.

De bezetting is ongewoon. Tien man, een vrouw. Zelf spreken ze van een collectief. Intimi hebben het over de Bristol boys. Dichters, dj’s, muzikanten en producers die muziek maken als een ‘sound system’, een mobiel geluidssysteem dat vanaf de jaren vijftig door de straten van Jamaica dreunde als alternatief voor peperdure kroegen. Voor het gemak hebben de heren en één dame van Young Echo het recente album ook maar Young Echo genoemd, net als het label waarop ze de plaat zelf hebben uitgebracht. In eigen beheer zoals dat heet. Reden waarom de uitgave vooralsnog niet te koop is in (Nederlandse) platenzaken. Een dubbelalbum dat vierentwintig ongrijpbare nummers telt maar als geheel nog meer indruk maakt.

Nog een rijtje: Jasmine, Jabu, Vessel, Kahn, Neek, Ishan Sound, Ossia, Manonmars, Bogues, Rider Shafique en Chester Giles. Onder deze schuilnamen brachten de individuele Young Echo’s muziek uit op net zoveel verschillende labels. Naar het schijnt heeft Chester Giles liever dat zijn naam niet met hoofdletters wordt geschreven.

Hoe is het allemaal zover kunnen komen? Gedurende 2010 maakte een deel van het collectief ‘sound systems’ voor een lokaal radiostation. Uit de gezamenlijke interesse voor undergroundmuziek ontstond de behoefte om de ‘radiouitzendingen’ voor een levend publiek te laten horen, maar dan met meer gelijkgestemden. Gaandeweg werd Young Echo geboren uit dj- en clubavonden in Bristol. Er is zelfs sprake van wat sommigen graag een scene noemen. Laten wij er ook een draai aan geven: Bristol beats.

Toch is de muziek van Young Echo nooit ver verwijderd van de eerder genoemde stadgenoten. Meer schets dan song, meer sfeer dan houvast. Een ingehouden vorm van triphop en dub. Een enkele keer klinkt er tussen het gruis van geluid en de claustrofobische ‘deep grooves’ een liedje van zangeres Jasmine. Here heet het, maar de muziek blijft een moeras waarin je steeds verder wegzakt. Een spel met samples en beats die vervormen, raps die lijken op spokenword gedichten. “In dying dancehalls, in drunken, last-dance light, hold close, we can hold one another tight”. Dit is de meest duistere en spannende muziek van 2018.