Lijstjes. Beste albums. Deel 5: 2000

1 Goldfrapp – Felt Mountain
2 Broadcast – The Noise Made By People
3 Einstürzende Neubauten – Silence Is Sexy
4 Coil – Musick To Play In The Dark Vol. 2
5 The Fall – The Unutterable
6 16 Horsepower – Secret South
7 Calexico – Hot Rail
8 Yo La Tengo – And The Nothing Turned Itself Inside Out
9 Friends Of Dean Martinez – A Place In The Sun
10 Gry – Public Recodings

Lijstjes. Beste albums. Deel 2: 1967

1 Love – Forever Changes
2 Captain Beefheart & the Magic Band – Safe As Milk
3 Velvet Underground & Nico – Velvet Underground & Nico
4 The Doors – Strange Days
5 Jimi Hendrix Experience – Axis Bold As Love
6 Clear Light – Clear Light
7 AMM – Ammusic 1966
8 Rolling Stones – Between The Buttons
9 Beatles – Sgt Peppers Lonely Hearts Club Band
10 Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request

Met overlijden Mark E. Smith sterft laatste punkgedachte

Mark E. Smith is niet meer. In de loop van woensdagochtend 24 januari overleed de zanger thuis op 60-jarige leeftijd. De doodsoorzaak is op moment van schrijven onbekend. Net als de reden van zijn plots opkomende ziekte in het najaar van 2017. Tijdens de laatste optredens met zijn band The Fall zat Smith in een rolstoel, de rechterarm in een mitella. Een enkele keer zong hij noodgedwongen vanuit de kleedkamer. Het typeert de instelling van de vroegere havenarbeider, die in 1976 The Fall oprichtte, vernoemd naar het gelijknamige boek van Albert Camus.

Plots is er een wrang einde gekomen aan het voortbestaan van de meest eigenzinnige zanger en band die de Britse popmuziek heeft gekend. The Fall speelde niet zozeer archetypische gitaarpunk, maar droeg ruim veertig jaar de punkgedachte uit. Alles in eigen hand, dwars tegen stromingen en adviezen in. Achteraf niet zo moeilijk, want Smith bepaalde als enige vaste kracht het geluid en de richting van de band die talloze bezettingen kende. Wanneer een de gitaristen vroeg om een contract schreef Smith dit uit op een pakje sigaretten.

Zelf was de zanger een groot bewonderaar van Can. Hij schreef waarachtig een song over de experimentele Duitse band (I Am Damo Suzuki). Een andere muze van Smith was literatuur. Tot een van zijn favoriete boeken behoorde de naoorlogse roman Nord van Céline. De albumhoezen van The Fall waren net zo expressief en kleurrijk als de muziek. Die varieerde van slepende postpunk tot garagerock naar pure pop. The Stooges waren een andere grote bron van inspiratie.

Maar wat The Fall onderscheidde was dat die muziek monotoon voortjakkerde onder de snerende en associatieve slogans van Smith. Voor het volharden van die uiteindelijk verslavende combinatie, dwong The Fall in de loop der jaren steeds meer bewondering af. Zeker in Engeland waar de band door vriend en vijand op handen werd gedragen. Op haar website kondigde de BBC het overlijden van Mark E. Smith aan als breaking news.

Medebandlid en ex-echtgenote Brix Smith, noemde hem in haar autobiografie “tegendraads als persoon en als schrijver, maar dat is wat in zijn voordeel spreekt”. En inderdaad was Smith als bandleider iemand met een reputatie. In een dronken bui kon hij verbaal zo tekeer gaan dat hij meer dan eens betrokken raakte bij vechtpartijen. Ondanks dat hij tijdens een tournee in Denemarken een gebroken neus opliep en enkele losse tanden, ging hij gewoon door met optreden.

In talloze bezettingen maakte The Fall meer dan dertig albums voor bijna net zoveel labels. Begin jaren negentig ging de band zelfs een kortstondige verbintenis aan met de grote platenmaatschappij Phonogram. Het tijdperk van de cd was net begonnen maar op de binnenhoes van Extricate noteert Smith fijntjes: “dit is een top album, op zijn minst op vinyl of cassette.” En even verderop over de songs van de plaat. “The Fall zoals het hoort te zijn, en niet zoals het wordt waargenomen”.

In 2001 was de schrijver van dit stukje getuige van een curieus optreden van The Fall, in popzaal Spuugh in het Limburgse Vaals. Wanneer Smith het podium opstapt, gekleed in beige bomberjack, is de band al enkele minuten bezig. Terwijl de muziek klinkt als een oplossing op zoek naar een probleem, doet Smith alsof hij er niet bij hoort. Achteloos neemt hij plaats op het drumstelpodiumpje vanwaar hij het publiek minutenlang aanstaart. Smith steekt vervolgens een sigaret op, maar gooit de peuk na drie trekjes op de grond. Van een luidspreker pakt hij een biertje, neemt een slok en smijt met een ferme zwaai het nog bijna volle blikje naar een roadie. Die bukt net op tijd waarna het blikje met een doffe klap tegen de muur uiteen spat. Kortom, The Wonderful And Frightening World Of The Fall, zoals een van de betere albums luidt, was begonnen. Mark E. Smith leek even in gevecht met zichzelf. Maar eenmaal op dreef speelden hij en de band los zand aan elkaar tot een auditief beeldhouwwerk.

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Rod Summers archeoloog in geluid en vervreemding

Geluidsarcheoloog? Performancekunstenaar? Het zal Rod Summers een zorg zijn. Daarom bevalt het hem in Maastricht zo goed. In de Limburgse hoofdstad kan hij in alle rust werken aan zijn kunstvorm met stem en geluid die hij als het even kan in een context plaatst die verwart en vervreemdt. Wie nog wel eens naar de radio luistert, bijvoorbeeld naar een hoorspel, probeert zich de beelden bij de stemmen en geluiden voor de geest te halen. Summers is er veel aan gelegen zo’n beeld achter de stem en het visuele achter het geluid te creëren. Een omschakeling van het auditieve naar het imaginaire.

Aan een knusse houten tafel aan de achterzijde van zijn woonkamer praat de bijna zeventigjarige Summers enthousiast over zijn werk. Zijn tongval verraadt zijn Engelse afkomst; Summers werd geboren in het graafschap Dorset. Summers: “Ik ben opgegroeid met radio, met hoorspelen over sciencefiction. Wanneer je toen naar de radio luisterde, zeker in de jaren vijftig, probeerde je je voor te stellen hoe de personages eruit zagen. Van de personen die spraken probeerde je in gedachten een beeld te vormen, je maakte in je hoofd een tekening. Wat ik in mijn werk doe is eigenlijk hetzelfde. Ik zorg voor het het geluid, jij maakt het beeld. Dat is het visuele van mijn geluidskunst, het creëren van beelden via geluid.”

Met behulp van collages en al dan niet vervormde stemkunst, is zijn werkwijze vrij experimenteel te noemen, maar het eindresultaat opvallend toegankelijk en lichtvoetig. Daarvan getuigt ook de cd More Recently, dat acht werkjes omgevingsgeluid en kosmische synthesizermuziek laat horen, deels gebaseerd op gedichten van Lewis Carroll en John M. Bennett.

Een van Summers’ opvallendste composities is Scratch Symphony uit 1976. Hierin manipuleert hij klanken in de beste traditie van de tapes- en collageknutsels zoals ze destijds gemaakt werden door een groep als Cabaret Voltaire. Van een link met de hedendaagse rock-avantgarde wil hij echter niets weten. Summers zucht eens diep: “Ik ben niet zo happy met de noisemuziek zoals die tegenwoordig wordt gemaakt. Sommige dingen zijn te gek, maar veel van wat ik hoor is alleen maar lawaai: onprettig en vervelend om naar te luisteren, muziek die helemaal niets te vertellen heeft. Ik wil iets horen met een begin en een einde, iets dat inhoud heeft. Maar misschien ben ik gewoon ouderwets. Het ergste wat je ervan kunt zeggen is dat ze niks te vertellen hebben. Ik denk niet dat ze de tijd nemen om naar hun eigen muziek te luisteren en teveel bezig zijn met de techniek. Ze besteden te weinig aandacht aan wat ze willen doen met die techniek. They’re milking the cow to death.“

Zoals gezegd is het oproepen van vervreemding door iets alledaags in een andere context te herplaatsen een van de pijlers waarop Summers’ werk drijft. In Just Listen To It krijgt een verslag van een Engelse voetbalwedstrijd op tv een andere wending doordat de namen van de spelers uit het commentaar zijn weggeknipt. Wat overblijft is een opsomming van de handelingen die hierdoor iets absurdistisch krijgt. Vreemd genoeg mis je het noemen van de voetballers niet eens. Niet iedereen is gediend van Summers’ kunst. Wanneer hij Severely Spliced in de huiskamer afspeelt, waarin een echoënde stem spookachtig weerkaatst, glunderen zijn pretoogjes vanonder zijn grijze lokken. “Toen ik dit aan een leraar van de Jan van Eyck Academie liet horen, schrok ie zich wild. Hij zette ogenblikkelijk  zijn koptelefoon af, ha ha”.

(eerder gepubliceerd in 2010 via ZwartGoud)