TEFAF 2018: ondanks huidige tijdgeest veel vrouwelijk naakt

“Een reliëf konden we helaas niet meenemen, we staan hier op de afdeling papier en foto’s.” Wat de Franse galeriehouder Zlotowski wél van Kurt Schwitters toont zijn ‘schilderijtjes’ die de kunstenaar in de jaren twintig en dertig maakte. Collages van papier en karton in miniatuurkader. Gekocht van een privéverzamelaar volgens de galeriemedewerker. Best bijzonder. Werk van dadaïst Schwitters kom je nog maar zelden tegen.

Wandelend door het MECC in Maastricht zie je de complete kunstgeschiedenis aan je voorbij trekken. Honderden internationale galeries zijn verdeeld in periodes en stromingen. Er is dus nogal wat te zien en te belopen. Een enkele galerie heeft zulk zacht tapijt dat je er bijna in wegzakt. Soms moet je er even bij gaan zitten. Er zijn waterautomaten met bekertjes geplaatst naast de grijsgetinte zitbankjes. Het lichtroze papier van de stapeltjes Financial Times steekt er opvallend bij af. In de kunstbijlage een grote advertentie van de TEFAF.

Toch is de Maastrichtse beurs niet per se de plek waar uitsluitend prominenten en het sjiek en sjoen zich vergapen aan kunst. Met zijn getatoeëerd gezicht en ringen door mond en oren is Etienne Dumont (journalist uit Zwitserland) zelf een wandelend kunstwerk. Tijdens het betreden van gangpaden en galeries hoor je voortdurend flarden Engels, Frans en jawel, Russisch. Drie jonge vrouwen uit Rusland becommentariëren driftig de schilderijen om hen heen. D66 leider Alexander Pechtold zit aan een van de lange tafels van de Seafood Bar.

Perlen (56x32x48 cm) 2009 – Carolein Smit

In weerwil van de huidige tijdgeest laat de TEFAF veel naakt zien. Tranen van parels draperen het blote lichaan van een vrouw in keramiek. Volgens Carolein Smit “is het niet zo moeilijk om mijn werk leuk te vinden. Alles glanst en schittert, is schattig en de details van ogen, tongen, neuzen en oren zijn vertederend,” legt ze uit op haar website.

Volledig in zichzelf gekeerd oogt een werk uit 1906 van Odilon Redon. Het Fillette Nue houdt de armen zedig voor haar lichaam. Redon werd bekend om zijn droombeelden van vreemde objecten en fantasiefiguren, maar dit pastel op papier is nadrukkelijk vredig en verstild. Ingetogen is ook de jonge dame in een hyperrealistische foto van Andres Serrano, die discreet om een hoekje hangt, op enkele meters van klassiekers in stemmig zwartwit van Dennis Hopper en Edward Weston. Onverbloemd staat een vrouw in zeegolven die zo bruisen dat ze onmiddellijk naar vakantieoorden doen snakken. Franz Gertsch maakte het verlangen tastbaar door een houtsnede te verwerken in lichtblauwe fotografie. Dankzij de afmetingen van twee bij bijna drie meter amper over het hoofd te zien.

Fillette Nue (50,8-35,8 cm) 1906 – Odilon Redon

Deze editie mist wellicht de kunstknallers waar iedereen nieuwsgierig omheen dromt. In het recente verleden was dat nog het geval bij Damien Hirsts doorgesneden varken op sterk water; of bij een turquoise standbeeld van Jeff Koons. Behalve een belangrijke hotspot voor handelaren en verzamelaars, biedt de TEFAF voor oplettende liefhebbers hét onderscheid tussen galerie- en museumcollecties. Veel van de internationale kunsthuizen bezitten geheel andere werken van een kunstenaar dan een museum. Daarnaast zie je in waarde stijgende kunstwerken steeds minder vaak in een museale setting omdat ze simpelweg onbetaalbaar zijn geworden. En waar en wanneer kun je tegenwoordig meerdere werken tegelijk bewonderen van Kurt Schwitters?

TEFAF (MECC, Maastricht 9 t/m 18 maart 2018)

Harrie Sevriens, stadsdichter van Heerlen, overleden

De markantste inwoner van Heerlen heeft zich niet aan de afspraak gehouden. Hadden we niet geroepen ‘wie schrijft die blijft’? Stadsdichter Harrie Sevriens kwam je zo vaak tegen in de stad dat hij bij het meubilair van Heerlen begon te horen. Zoals het terras van café Bracke. Achter een pot bier, sjekkie binnen handbereik. Gewoon om 11 uur ’s ochtends. En nu is hij dood. Longkanker. 61 is hij geworden.

Harrie ging er steeds slechter uitzien, zijn eeuwige spijkerjasje losjes om de smaller wordende schouders. De laatste keer dat ik hem zag was van de zomer tijdens Cultura Nova. Wanneer we elkaar tegen kwamen vond ik onze begroeting best grappig. “Hoi Harry”. “Hoi Harrie”. Soms droeg hij ter plekke een gedicht voor dat hij enkele uren eerder had geschreven. Andere keren belde hij op om door de telefoon een vers aforisme voor te lezen. Gedichten in miniatuur. Die waren grappig, kritisch en ontroerend. Een enkele keer mopperde hij over een andere stadsdichter, of vroeg hij of ZwartGoud aandacht wilde besteden aan een nieuwe bundel van hem, de zoveelste.

De laatste jaren woonde Harrie in een appartement midden in het centrum. Daar bevond zich een opmerkelijke verzameling Afrikaanse beelden. De andere kant van de stadsdichter. Net zo apart als zijn sprechgesang op enkele muziekalbums die hij in eigen beheer uitbracht. In 2011 maakten Sandra Israel en Anita Hondong voor ZwartGoud een mooi interview met Harrie Sevriens, in feite de allereerste stadsdichter van Heerlen. Openhartig was hij tegenover de dames: “Ik ben het slachtoffer van kindermishandeling. Dat verleden brak me op tijdens mijn studie natuurkunde en biologie aan de lerarenopleiding. Ik kreeg last van angsten en moest met mijn studie stoppen.”

Het schrijven en dichten leverde hem in 2012 een koninklijke onderscheiding op. Typisch Harrie: knaloranje lintje op de revers van zijn vaalblauwe spijkerjack. Daar wandelde hij wel eens meer door de stad. Met zijn typische loopje leek hij op een cowboy die elk moment een saloon kon betreden. Denkbeeldig begonnen klapdeurtjes open te zwaaien en de houten vloer te kraken. Geluid voor de kronkels en gedachten die onophoudelijk door zijn hoofd moeten hebben gespookt.

Bezinning
Weet de stilte
stil te begroeten
Weet jezelf
stil te ontmoeten

Erfenis
Wie in het zicht
van de dood
of erdoor
nog erkenning zoekt
heeft in onvermogen
wat nagelaten

Ongetemde Jimi Hendrix op Both Sides Of The Sky

1969 was voor Jimi Hendrix achteraf gezien een overgangsjaar. Hij probeerde een muzikale weg in te slaan die afweek van het werk dat hij maakte met zijn eigen Experience. Misschien wilde hij zich op deze manier ook losmaken van de druk die op hem lag. Het dubbelalbum Electric Ladyland was een onverwacht commercieel succes, en Hendrix behoorde in die tijd tot een van de best betaalde rockmuzikanten. Op het Woodstockfestival speelde hij al met deels andere muzikanten dan met zijn vaste metgezellen. Maar pas tijdens de talloze studiosessies merkte hij dat Billy Cox en Buddy Miles de ideale sparringpartners waren om, al dan niet via improvisaties, rock te mengen met funk en rhythm & blues. Aldoende ontstond de basis voor het trio Band Of Gypsys.

Hendrix’ artistieke zoektocht is ook zijn erfgenamen niet ontgaan. Eind jaren negentig namen zij het besluit om materiaal uit te brengen dat zijn experimenteerdrang moest staven. Dat gebeurde telkens in samenwerking met Eddie Kramer, Hendrix’ vaste opnametechnicus. Of je een reeks albums moet uitgeven met nummers die meestal onvoltooid zijn, want daar hebben we het in feite over, is natuurlijk voer voor discussie. Dat de muzikale expeditie van de gitarist op deze manier wordt gerestaureerd en in historisch perspectief geplaatst, zal ongetwijfeld zwaarder wegen dan een puur artistieke reden.

Both Sides Of The Sky bevat veredelde demo’s uit ’69 waarop Hendrix voornamelijk is te horen met Band Of Gypsys. Dat zijn meteen de beste nummers. Spelurgentie gekoppeld aan vurige schwung. Met dank aan de doortastende ritmische punch van drummer Buddy Miles. Vertrekpunt voor Hendrix om vrijuit te soleren en te stoeien met de klank die daarbij hoort. Dat alleen al maakt dit album de moeite waard. De linkshandige gitarist in topvorm. Ongetemd en ogenschijnlijk terloops, alsof het hem geen enkele moeite kost.

Maar laten we niet vergeten dat de plaat bovendien oefeningen en probeersels bevat. Zo is Cherokee Mist een improvisatie die veel belooft maar uiteindelijk nergens naartoe gaat. Eerder voorspelbaar dan verfrissend zijn twee nummers met typische kroegblues waar maar geen einde aan lijkt te komen. Een hoogtepunt is dan weer een gedreven en pittige uitvoering van het nummer Woodstock, mét zanger Stephen Stills die zichzelf begeleidt op orgel terwijl Hendrix enkele loopjes speelt op basgitaar. Ander bijzonder moment? Het vuurtje dat nog eenmaal oplaait in Hear My Train A Comin’, een van de laatste studio-opnamen van de Jimi Hendrix Experience.

Verwacht op dit album niet per se de weelderige, dwarse psychedelica waarmee we Hendrix hebben leren kennen. Vanwege zijn mateloze en veelzijdige talent is dit natuurlijk niet echt een gemis. Want het blijft verbazingwekkend hoe Hendrix ook nu weer te keer gaat. Hij bespeelt de Fender Stratocaster met hetzelfde gemak als waarmee de gewone sterveling bij de bakker om de hoek een broodje gaat halen. Het historische belang wordt extra wrang wanneer je bedenkt dat hij een jaar na deze welluidende vergezichten kwam te overlijden.

Both Sides Of The Sky verschijnt als dubbel-lp in een klaphoes. Het bijgevoegde boekje bevat veel foto’s en een uitgebreide, informatieve tekst. Omdat elke plaatkant hooguit drie à vier nummers bevat, is er voor de persing alle ‘ruimte’ om de ruwe dynamiek van de opnamen uit de groeven te laten knallen.

Jimi Hendrix – Both Sides Of The Sky (2lp, Sony Legacy 2018)

Ongrijpbare countrynoir van Melle de Boer op lp Temporary Bandage

Melle de Boer graaft zomaar een gat in de Garden Of Eden. Misschien om te ontsnappen aan het avontuur dat helemaal niet zo prettig begint. In de openingssong is namelijk sprake van een verband dat om een hardnekkige wond is gewikkeld. Desondanks komen De Boer en zijn muzikale metgezel Suzanne Ypma terecht in droombeelden en verhaaltjes vol verwondering en vermeend onheil. Over een man die liever geen bier meer drinkt met God maar met de duivel: “the only friend he got”. Over “a ghost too scared to scare you”.

Instrumenten worden door het tweetal niet gespeeld maar gebruikt om de liedjes in te kleuren. Personages in de teksten krijgen zo een duwtje in de rug, een hart onder de riem. Drums roffelen op en neer, een gitaar strijkt waar nodig de plooien glad en af en toen ontsnappen er excentrieke geluidjes uit een soort van synthesizer. Telkens gaat er een zekere onbevangenheid uit van muziek, zang en teksten. Net niet te zwaar op de hand, net niet te lichtvoetig. Juist daarom bevat deze plaat zoveel persoonlijkheid en karakter.

Opgediend met countrymuziek volgens beproefd Amerikaans recept. Maar dan wel de variant die onheilspellend klinkt, ingetogen en kwetsbaar. Songs die niet volgens een schematische structuur zijn opgebouwd, maar ter plekke wenden en keren, net als het leven zelf eigenlijk. Volgens de hoes werd de lp opgenomen in Billytown; een atelier- en studioruimte in Den Haag. Rafelend van klank en uitvoering. Zo hoor je het niet vaak meer. Dit is niet de klank van een kunstencentrum, maar van een boerenschuur op Neil Youngs Broken Arrow Ranch. Zoeken geblazen, bijna de hoop opgeven en ze tóch weten te vinden. Daar liggen de liedjes van Melle de Boer, als spelden in hooibergen.

Op zijn website mowingclub.com schrijft hij droogkomisch over de hindernissen die hij ondervond bij het uitbrengen van dit album. Over de muur aan bureaucratie bij rechtenorganisatie Sena, over de zakelijke deal wanneer de plaat zou verschijnen op het Excelsiorlabel. Na enig zelfberaad koos De Boer er voor om alles in eigen hand te houden. De financiering kwam tot stand via crowdfunding. Resultaat? Een lp geperst op zwart vinyl (zoals het hoort), een zeefdruktekening op de hoes, een poster met teksten en een bijgeleverde cd op een stukje karton. Dat krijg je dus allemaal in huis, en dan moet het echte avontuur nog beginnen. Prachtplaat!

Melle de Boer – Temporary Bandage (eigen beheer lp, 2018)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Audiovisuele installatie van Brian Eno beleeft wereldpremière in Amsterdam

Brian Eno en Peter Chilvers presenteren in Amsterdam de interactieve muziekinstallatie Bloom: Open Space. De wereldpremière vindt plaats vanaf 21 februari in het Transformatorhuis, een van de locaties van de Westergasfabriek. Het audiovisuele werk is gebaseerd op de prijswinnende app Bloom uit 2008. Nu is er dus als variant een ‘mixed reality-installatie’, die volgens een persbericht de grenzen laat vervagen tussen het fysieke en het virtuele. Eno en Chilvers zullen overigens aanwezig tijdens een persbijeenkomst.

Bezoekers aan Bloom: Open Space stappen in een centrale ruimte omringd door schermen, waar ze de installatie fysiek kunnen ervaren. Hierbij worden ze omringd door schermen en geluid. Net als bij de app kunnen deelnemers met simpele handgebaren de meest ingewikkelde patronen en melodieën creëren.

Brian Eno staat bekend om zijn inventieve popmuziek en het maken van geluidskunst. Hij wordt gezien als pionier op het gebied van ‘oneindige’ ambientklanken en werkte als producer samen met o.a. U2 en David Bowie. Peter Chilvers is multi-instrumentalist en software-engineer. Een eerdere samenwerking leidde onder meer tot het in 2017 verschenen album Reflection.

Bloom: Open Space van 21 t/m 25 februari.