Raymond Pettibon: kunstpunk in het Bonnefantenmuseum

Raymond Pettibon (foto: Harry Prenger)

Kijken naar het werk van Raymond Pettibon is kijken naar Amerika. Naar de weerbarstige samenleving en cultuur zoals die zich de laatste veertig jaar heeft voltrokken voor het netvlies van de kunstenaar. Dat is nogal wat. Want het Bonnefantenmuseum laat vooral heel veel zien, overdonderend bijna.

Vervelend? Welnee, in A Pen Of All Work zoals de tentoonstelling heet, heerst de verkwikking van het politiek en cultureel incorrecte. Waar kom je dat nog tegen in een museum? Ondanks de hoeveelheid worden Pettibons werken ook nog eens bij elkaar gehouden door een prettig soort satire, sarcasme en zwarte humor. Een beetje kunstenaar refereert uiteraard aan de actualiteit. Reken maar dat er een aantal spotprenten hangen over Donald Trump.

Ondanks dat hij nimmer een kunstopleiding heeft gevolgd, mag Pettibon graag binnen de afgebakende vorm van de cartoon stilistisch uitpakken. Om vervolgens na een blik van herkenning een grimmige draai te geven aan bekende beelden met oneliners of uitgebreid commentaar, die de illustratie eerder tegenspreken dan ondersteunen. Juist zo’n tegenstelling levert momenten op die uitroepteken en kronkel in het denken plaatsen, best raar en altijd spannend. Crimineel Charles Manson afgebeeld als Jezus aan het kruis. Of een prent waarop een dame naakt door de lucht zweeft met opschrift “the revolution sounds like fun”.

Pettibon, geboren in 1957 als Raymond Ginn, zegt dat er wat hem betreft eigenlijk niet zoveel is veranderd sinds zijn begintijd. Hij ziet weinig verschil tussen wat hij nu maakt en eind jaren zeventig. Toen startte zijn broer het punklabel SST en mocht Raymond hoezen en flyers ontwerpen voor bands als Minutemen en Black Flag. Voor die laatste groep (met zanger Henry Rollins) bedacht hij de bandnaam en het embleem met de zwarte ‘bewegende’ balkjes; sindsdien een van de meest getatoeëerde logo’s. Op sommige hoesjes wordt zijn naam nog gespeld als Pettibone. In het museum zijn ook enkele kladjes te bewonderen uit zijn kindertijd. De tentoonstelling maakt duidelijk dat het tekentalent van Pettibon tot op de dag vandaag alsmaar doordendert. Voorafgaand aan de opening heeft hij vlakbij de ingang een muurschildering aangebracht.

De Amerikaan maakt een zachtmoedige indruk. Man van weinig drukte en nog minder woorden. Tussen enkele zinnen laat hij een opvallend lange stilte vallen. Zichtbaar vermoeid. Volgens een medewerkster heeft hij daarom weinig trek in interviews. Met meer plezier deelt hij handtekeningen uit aan fans die stapels albumhoezen hebben meegenomen, boekjes en catalogussen. Pettibons signatuur bestaat trouwens uit het simpel opschrijven van zijn naam, maar dan wel met een sierlijk hupje aan beginletter R. Enkele dagen na de opening vertrekt hij naar Moskou voor wat hij kortweg omschrijft als “een nieuw project”.

No Title (I mean alarmed), 2013,Collection Joseph and Kimberley Mimran. Courtesy David Zwirner, New York

Zoals gezegd kom je ogen tekort. Meer dan zevenhonderd werken verdeeld over elf zalen. Doordat het licht in elke ruimte gedimd is lijken met name de pikzwarte inkttekeningen de bezoeker dichterbij te willen lokken. Veel werken zijn zonder lijst aan de muur bevestigd met pushpins; krul of kreuk zitten nog in het papier. Lekker punk. Om toch een beetje orde te scheppen is hier en daar een verdeling bedacht op stijl en onderwerp. Duidelijk wordt dat Pettibon zijn inspiratiebronnen haalt uit films, literatuur, strips, politiek en sport. Ze keren als een boemerang terug in zijn beelden. Of daar is ineens zo’n tafereel dat je niet verwacht van Pettibon: surfers die worden opgeslokt door een immense, helblauwe zee van golven.

Ondanks de veelheid aan indrukken is deze expositie een bescheiden sensatie. Het is bijna ontroerend om te ontdekken wat Raymond Pettibon nu al veertig jaar bezighoudt. Elk werk gemaakt met een urgentie alsof het zojuist uit zijn atelier komt. Wie de tijd neemt alles te bekijken, neem af en toe pauze, merkt dat hij zijn talent al decennialang op hetzelfde hoge niveau heeft weten vast te houden. En hoeveel kunstenaars die al zolang bezig zijn zeggen hem dat na?

No Title (O.D. a Hippie), 1982. Pen and ink on paper, Collection Bruno Brunnet. Courtesy Contemporary Fine Arts, Berlin
No Title (O.D. a Hippie), 1982. Pen and ink on paper, Collection Bruno Brunnet. Courtesy Contemporary Fine Arts, Berlin

En dan die variatie. Want niet alles is van een rauw geknalde expressie. Soms worden de contouren ingehouden, ja zelfs elegant weergegeven. Of het nu gaat om miniportretjes of schilderijen die alleen al qua afmeting de aandacht trekken. Bovenop de uitvoering is er nog een andere meerwaarde. Pettibon is iemand die onophoudelijk binnen én buiten de lijntjes, bekeken vanuit zijn eigen persoonlijke vizier, telkens de schone schijn doorprikt. Rot op met je iconen, clichés en mythes lijkt hij te willen zeggen. In 1990 tekende hij zijn eigen oogopslag (overigens niet te zien in het museum). Erboven de slogan “sometimes it’s better to see through the eyes of Pettibon”.

Raymond Pettibon – A Pen Of All Work (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 29 oktober 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online en ZwartGoud)