De terugkeer van Big Star op vinyl, meesterwerken tussen gloeilamp en neonletters

De meeste mensen zullen de liedjes van Big Star voor het eerst hebben gehoord in uitvoeringen van anderen. Van This Mortal Coil, The Bangles, Jeff Buckley of R.E.M. Toch behoren de drie albums die de Amerikaanse band in de jaren zeventig maakte tot hoogtepunten uit de popgeschiedenis. Gitaarrock en ballads waarin alles even scherpzinnig als vanzelfsprekend met elkaar verband houdt en in elkaar grijpt.

Big Star had zomaar het Amerikaanse antwoord kunnen zijn op The Rolling Stones. Of The Beatles. Of glamrock. Invloeden die omgekeerd evenredig opduiken in het talent van zanger-componisten Alex Chilton en Chris Bell. Toen ze nog pubers waren hadden ze zich voorgenomen net zo’n songschrijversduo te worden als Lennon en McCartney. Toch doen de zangmelodieën van de heren vooral denken aan The Byrds; in songs waarnaar het telkens weer prettig én uitdagend luisteren is. Eveneens van belang is de herkomst van de band: Memphis, de swingende onderbuik van de popmuziek. Het Memphis van soul en rock waar je zweetplekken van onder je armen krijgt. Bij Big Star schemeren ze voortdurend tussen de composities en melodieën die, om het zomaar eens te zeggen, van zichtzelf al zo sterk zijn dat ze een eigen leven gaan leiden.

Wie voor het eerst kennismaakt met Big Star, hoort wellicht een feest der herkenning. In de jaren tachtig en later klonken veel Amerikaanse gitaarbands precies zo. Bedenk echter dat de eerste twee platen dus al begin jaren zeventig verschenen. Het complete oeuvre van R.E.M. kun je sowieso inruilen voor alleen al deze Big Star albums. Tijdlozer dan dit kom je het zelden tegen in de popmuziek.

Aan de muziek heeft het nooit heeft gelegen. Het uitblijven van succes werd toentertijd vooral veroorzaakt door alles wat er om die muziek heen gebeurde. Ondanks goede recensies waren de lp’s wegens slechte distributie onvindbaar. Andere randzaken groeiden eveneens uit tot hindernissen die een doorbraak in de weg stond. Vechtpartijen tussen bandleden, opnamebanden die zoek raakten, toenemende frustraties en een platenmaatschappij die zich geen raad wist met dit alles.

Typisch dat het debuut opent met een liedje genaamd Feel, waarin de zin “I feel like I’m dying” terugkeert. De wapperende gitaarrimpels aan het einde van het nummer waren ook heel mooi geweest als intro, maar nee, die worden dus als slotakkoord bewaard, klaterend als een bevrijdende douche. Thirteen gaat over het verlies van jeugdige onschuld via een meisjeskamer; luisterend naar de Stonesklassieker Paint It Black, dat ook al handelt over de zielenroerselen van de innerlijke adolescent. Bij het ondergaan van deze akoestische ballad kan het gebeuren dat er zomaar ineens een traantje wordt weggepinkt. Strohalm: “rock ’n roll is here to stay”, zingt Chilton.

Radio City wordt opgenomen zonder Chris Bell, maar met uitbreiding van kroegpiano, mellotron, en voorzien van licht experiment met opnametechnieken. Chilton neemt de band op sleeptouw. Gitaren gaan als hartjes kringelen om liedjes die zonder uitzondering fraai, kwetsbaar en weerbarstig zijn. Op de hoes een gloeilamp aan een plafond dat bloedrood kleurt. Zo rood dat het pijn doet aan je ogen, licht geeft in de duisternis, als een kaars die dooft maar telkens weer oplaait. Herbeluistering aan de hand van deze platen leert dat de muziek van Big Star op de een of andere ondoorgrondelijke manier er alleen maar indrukwekkender op is geworden.

De drie cultklassiekers van Big Star zijn meerdere malen opnieuw uitgebracht. Nu zijn de eerste twee weer verkrijgbaar in de overigens uitstekende reissueserie Back To Black van Universal Nederland. Het 180-grams vinyl zit in antistatische kunststofvoering en buitenhoezen van solide karton. Dat je wat in handen hebt. De persingen zijn schoon en vrij van oneffenheden. De klank van deze opgepoetste opname is direct, fris en urgent. Het komt de muziek alleen maar ten goede. Jammer genoeg is met het hoesontwerp van Radio City slordig omgesprongen. De foto’s van William Eggleston zijn op zowel de voor- als achterkant in afmeting iets kleiner dan op het originele album. In feite is deze nieuwe versie een herpersing van een reissue uit 2010. Een fout van toen is helaas niet hersteld: het nummer Back Of A Car wordt wederom tweemaal op de hoes vermeld.

Chris Bell komt in 1978 op zijn 27ste om bij een auto-ongeluk. Bassist en somtijds co-componist Andy Hummel sterft in 2010 aan kanker. Alex Chilton overlijdt datzelfde jaar aan een hartaanval. Als zanger van The Box Tops heeft hij op jonge leeftijd zijn claim to fame met de wereldhit The Letter. Als eerbetoon aan zijn song September Gurls, wijzigt Katy Perry, op verzoek van haar manager én Big Starfan, de spelling van haar hitsingle in California Gurls.

Big Star – #1 Record (Universal/Back To Black 1972/2017)
Big Star – Radio City (Universal/Back To Black 1974/2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Eerste vier albums The Black Crowes heruitgebracht op vinyl

BCA

Daar stonden we toch even van te kijken daar in de jaren negentig. Opeens kregen we tijdens de dance, grunge, Britpop en gangstarap, bezoek van een stel jongens in rafelige spijkerbroeken en jasjes van de vlooienmarkt. Helemaal uit de zuidelijke staat Georgia. Deze lefgozertjes kwamen ons in het kersverse decennium wijzen op een vorm van rockmuziek die op dat moment hopeloos ouderwets leek. De vier platen die nu opnieuw zijn uitgebracht op vinyl, bewijzen echter het tegendeel. The Black Crowes blijken achteraf tijdlozer dan gedacht. Dat zit ‘m vooral in het gebruik van Amerikaanse southern rock, die bij de Crowes niet lui achterover leunt, maar ruig en opzwepend een flirt aan gaat met de Rolling Stones. Ten tijde van het nog immer onverwoestbare Exile On Main Street welteverstaan. Mooi meegenomen dat achtergrondzangeressen met gospelkoortjes Chris Robinsons stem van schuurpapier masseren.

De voor de jaren negentig typische rockproductie met harde drumsound zit de in aanleg goede nummers op Shake Your Money Maker af en toe in de weg. Maar als visitekaartje is dit debuut onontkoombaar. Best gedurfd om hierna Marc Ford erbij te halen. Zo’n gitarist die voortdurend cadeautjes uitdeelt. Door middel van zijn solo’s, gedecideerd en venijnig, ontwikkelt hij zich van aanwinst tot aanvulling op Rich Robinson die “very loud in the leftspeaker” speelt. Met dank aan Ford groeit The Southern Harmony And Musical Companion uit tot de ultieme Black Crowesplaat. Dat na dit ook commercieel succesvolle album de zaken min of meer worden omgegooid siert de band alleen maar.

Amorica is een liefdesverklaring aan het rocklandschap van het Amerika op dat ogenblik. De plaat haakt in op de melodieuze kant van de overstuurde grungerock uit Seattle. Temperamentvol en broeierig klinkt hier rock ’n roll die het heft in eigen hand neemt, al suggereren de teksten meer persoonlijke issues over vrouwen en liefde, of beter gezegd het gebrek eraan bij Chris Robinson. De hoes is bekend. De Amerikaanse vlag in de vorm van een bikinislipje. Getuige de tekening van de opiumplant papaver op het vinyllabel, zou je eveneens een verband met drugsgebruik mogen veronderstellen. Een intrigerend album. De titel zou zomaar een woordspeling kunnen zijn op het gebied Armorica uit de tijd van de Galliërs, het huidige Normandië, dat na de ineenstorting van het Romeinse rijk kolonisten en slaven aantrok.

Three Snakes And One Charm grijpt enigszins terug naar bovengenoemde combinatie, al ontbreekt het soms aan echt overtuigende nummers. Ter compensatie spat de spelvreugde die zo te horen in de studio moet hebben plaatsgevonden met gemak over naar de vinylgroeven. Beetje teleurstellend dat de plaat eindigt met een nummer op het ritme van de reggae. Een zwaktebod voor een band die jarenlang de geneugten van de rock ’n roll vierde. Want dat wordt met deze vier platen eveneens duidelijk: The Black Crowes maken muziek die klinkt naar heel veel lusten en weinig lasten.

Het had vermoedelijk met het regelen van de rechten te maken dat deze heruitgaven diverse keren werden aangekondigd en weer uitgesteld. Nog een geluk dat ze van de persen zijn gerold na het uiteenvallen van de band wegens financiële onmin tussen de broers Chris en Rich Robinson. Nadat er de afgelopen jaren persingen verschenen van twijfelachtige herkomst, gaat het hier om de eerste officiële reissues, verschenen in de serie Back To Black van platenmaatschappij Universal. Back To Black betekent intussen hoge kwaliteit: stevige hoezen voorzien van het originele artwork en solide, zwaargewicht persingen. Afhankelijk van de capaciteit worden de platen geperst op verschillende plekken: door ons eigen Record Industry, het Duitse Optimal of GZ in Tsjechië.
De Back To Black releases kennen over het algemeen een uitstekende geluidskwaliteit. Meestal gaat het om een verbetering ten opzichte van de originele lp of een eerdere heruitgave. Dat is zeker het geval bij Southern Harmony, Amorica en Three Snakes. Goede keuze om van deze titels dubbel lp’s te maken, met twee à drie nummers per kant. Het zorgt voor een aanmerkelijke klankverbetering vergeleken met de oorspronkelijke lp’s. Alle vier de albums zijn uitgebracht in enkelvoudige hoezen inclusief losbladige vellen met teksten en foto’s. Uitgezonderd Three Snakes, ondanks dat op de hoes diverse fotocredits worden vermeld. Dat had beter gekund, temeer omdat uitgerekend dit album voor het eerst op lp verschijnt.

The Black Crowes – Shake Your Money Maker / The Southern Harmony And Musical Companion / Amorica / Three Snakes And One Charm (American Recordings/Universal)

(eerder gepubliceerd via Vinyl50)