Dankzij de murals krijgt Heerlen een kleurtje

Uitkijken geblazen dat je niet over een stoeprand struikelt. Op bijna elke hoek word je aangestaard door kunst in het groot. Gewoon buiten, recht voor de raap. Ofwel de muurschilderingen van Heerlen.

De murals dus. Bij voorkeur niet uit te spreken met Engelse tongval, maar op zijn Spaans por favor. De oorsprong stamt uit het Mexico van ruim honderd jaar geleden, ter verbeelding van de destijds ontstane la Revolución Mexicana. Rebellen tegen de regering. Toen waren de muurwerken bedoeld om de laaggeletterde bevolking in afgelegen gebieden te informeren over overheidsbesluiten. De kunstenaars die hiertoe de opdracht kregen, gaven echter steeds meer gehoor aan de onvrede van het volk. Die waren de wurggreep van de heersende klasse en de economische crisis spuugzat. Stakingen en onlusten leidden tot een heuse burgeroorlog onder leiding van onder meer Emiliano Zapata. Het zou de opmaat worden voor een modern Mexico.

Aldoende zijn de murals als serieuze kunststroming ontstaan. De erkenning en waardering volgde pas na een flinke boost, dankzij de talrijke werken in die ene stad die net als Heerlen een gedaantewisseling onderging: Berlijn. De eerste schilderingen stonden afgebeeld op een muur die symbool werd voor de Koude Oorlog, de grens tussen Oost en West. De betonnen wand werd nadien de East Side Gallery genoemd, met een lengte van 1,3 km het grootste openbare kunstwerk ter wereld.

Diezelfde kunstmuur, thans onder Denkmalschutz, mondde uit in de Berliner Mauerkunst. Wie wel eens in de Duitse hoofdstad is geweest, met name in de wijk Kreuzberg, weet wat wordt bedoeld. In Heerlen ontstond op gegeven moment eveneens de noodzaak om afbraak en bijna neergang in te kleuren. Dat leidde in 2011 tot het kunstproject Lak Aan Braak. Daarvoor was er de artistieke aanloop d’RAW, een ‘drawing showcase’ in museum Schunck. Tijdens deze expo was werk te zien van onder meer de beruchte straatkunstenaars Rammellzee en Dr. Rat.

Want ja, ook Heerlen was een stad in verval, zeker na de sluiting van de mijnen. Lange tijd maakte de Limburgse gemeente en het eromheen gelegen gebied Oostelijke Mijnstreek, tegenwoordig Parkstad, een weerloze indruk. De laatste tien jaar echter kregen met hulp van gemeenteinvestering gevels en gebouwen een opknapbeurt, waarna steeds meer initiatieven op gebied van kunst en cultuur ontstonden. Het toegenomen cultuuraanbod heeft het aantal evenementen in of nabij de binnenstad danig aangewakkerd. Spraakmakend zijn het theaterfestival Cultura Nova en het internationale breakdance-event The Notorious IBE.

Wie de Heerlense ontwikkelingen kritisch volgt ontdekt dat die metamorfose niet per se vlekkeloos verloopt. Heerlen kampt net als veel andere middelgrote gemeenten met leegstand, van het oude koopstadimago is het lastig afscheid nemen, en er is vanaf de eerste bouwsteen reuring over een prestigieus megabouwproject dat moet leiden tot een multifunctioneel treinstation. Wie Heerlen per spoor nadert ziet de hijskranen af en aan zwenken. Toch is er een verfrissend tegengeluid. Met het project Streetwise wordt lokaal ondernemerschap gestimuleerd, terwijl in het winkelcentrum steeds vaker jonge ondernemers een nering drijven op ambacht en specialisme.

In Mexico, Berlijn en Heerlen is er niet zomaar wat kunst op de muren gekliederd. Aan sommige van de weelderige schilderingen kleeft een symboliek van al dan niet verborgen boodschappen. Kunstenares Faith47 maakte in de Heerlense Coriovallumstraat een Maria-afbeelding. In een interview noemt ze haar voornaamste inspiratiebronnen, onder wie politiek activist Noam Chomsky en de Zapatistas, het vrijheidsleger uit de Mexicaanse revolutie. Haar Maria houdt zowel een handbel in de aanslag als een sleutel waarmee je een stadspoort opent. Is hier sprake van het luiden van de noodklok, terwijl een oplossing nabij is? Onder haar armen vindt een gevecht plaats tussen een hond en een zwaan, waarin de kwetsbare watervogel zo te zien het onderspit delft.

Het doet denken aan een schilderij uit 1650 van Jan Asselijn: een witte zwaan die haar nest eieren beschermt tegen een uit het water opduikende hond. Op een van die eieren staat ‘Holland’ geschreven. Het doek groeide uit tot symbool voor de bedreigde en later vermoorde staatsman Johan de Witt. Hij vond dat een land moest worden bestuurd door burgers. De Witt moest zijn manifest ‘De Ware Vrijheid’ uiteindelijk met de dood bekopen.

Diverse websites met aandacht voor urban art, beschouwen Heerlen als Nederlandse hoofdstad van de streetart. Dankzij de murals werden al meerdere prijzen in de wacht gesleept, waaronder de Dutch Street Award 2017. Tegenover de bushaltes langs de Spoorsingel staat een aantal gebouwen die er wat haveloos uitzien. Op de gevels omvangrijke muurschilderingen, zoals Ode Aan De Arbeider. Een werk dat het verleden van de voormalige mijnstad naar het heden haalt. De beste kunst is kunst die letterlijk terugkijkt, die de toeschouwer dwingt even pas op de plaats te maken. In Heerlen gebeurt dat laatste bijna op iedere straathoek.

Donya Saed: “ik moet iets doen wat afwijkt”

Donya Saed tijdens fotoshoot voor ZwartGoud, (terras filmhuis, Schunck* Heerlen)

Maar goed dat de kunstenares het bezoek opwacht in het trappenhuis van haar appartement in Berlijn. Elke deur in het gebouw is namelijk identiek versierd met pompeus houtsnijwerk, zonder vermelding van huisnummer. Donya Saed woont in Prenzlauer Berg, dat in de tijd van de DDR een vervallen arbeiderswijk was. Tegenwoordig struikel je er over de kunstenaars, winkeltjes en gemoedelijke eettentjes. Om de hoek bevindt zich een hippe galerie voor aanstormende jonge kunstenaars. Saed: “Toen ik voor het eerst in Berlijn kwam dacht ik: hier moet ik zijn”.

Achter haar bureau heeft ze, verdeeld over een wandrek, haar favoriete kunstboeken uitgestald. Een naslagwerk van Richard Prince trekt de aandacht, naast zeldzame ‘small press’ uitgaven. Speciaal voor het bezoek heeft ze naar eigen zeggen haar tweekamerappartement flink opgeruimd. Gelukkig werden enkele stapeltjes over het hoofd gezien. Verspreid over de houten vloer zien we wat haar zoal bezighoudt: tijdschriften, cd’s; de verstilde polaroids in Land 250, een fotoboek van Patti Smith; de kloeke biografie Sensational Fix over de kampioenen van de muzikale ontregeling Sonic Youth; Purple Fashion Magazine met acteur Vincent Gallo op de cover. Wanneer ze uit de keuken terugkeert met flesjes Bionade roept ze: “Ik heb iets met plaatjes!”

Niet helemaal toevallig dat Purple tot haar favoriete bladen behoort. Het kunst- en modetijdschrift staat bekend om zijn zinnenprikkelende mix van cult, museale kunst en intellectuele tegencultuur. Saed noemt een andere invloed: Guy Debord en zijn standaardwerk De Spektakelmaatschappij. Hierin constateert de Franse denker het ontstaan van een maatschappelijke vervreemding: alles wat waarneembaar is heeft plaatsgemaakt voor een reeks beelden die daar boven staan. De nadruk op eigendom is vervangen door imago. De nieuwe beelden gelden bij uitstek als het waarneembare. Saed spreekt van beeldfetisjisme. “Door die veelheid aan beeldcultuur wordt zelfs Justin Bieber een fetisj. Reclamebeelden en mode reageren op kunst en andersom, het is een wisselwerking.”

Geboren werd ze in 1976 in Teheran, als kind van een Nederlandse moeder en Iraanse vader. Ze komt nog regelmatig in Heerlen, de stad waar ze opgroeide en haar ouders wonen. “In Heerlen kom ik tot rust. Er zijn in Berlijn zoveel prikkels. Het is voor mijn werk, ik kan moeilijk ontspannen. Ik hoef maar even naar buiten te lopen en ik zie al van alles. Dat doet veel met mij, alsof ik een hazewindhond ben die achter een konijntje aanrent: als zo’n hond niet stopt kan hij zich doodrennen. Ik heb hier het gevoel dat ik constant aan het rennen ben. Dan mis ik wel eens het weidse uitzicht en landschap van Limburg.”

Ze wijst op een foto aan de muur, gemaakt door haar moeder, bij haar ouders in de tuin. Net toen ze van het trapje wilde stappen drukte haar moeder op het knopje. Het ‘foutje’ maakt de foto net even anders, intrigerend. Het zijn enkele van de zwart-witfoto’s waarmee ze op dit moment experimenteert. Op haar slaapkamer hangen inkttekeningen gemaakt op halftransparante foliefilm. “Het werk wat ik nu maak is serener en misschien zelfs surrealistischer. Ik moet iets doen wat afwijkt. Je moet zorgen dat mensen langer dan drie seconden kijken.”

Een schril contrast met de collages die ze enkele jaren geleden maakte, waartoe onder meer Berlijn als inspiratiebron diende. “Wat je in kunstmagazines ziet, zie je hier op straat. Of je nu graffiti op een muur spuit of je ziet in Purple Magazine een snapshot van iemand met graffiti op de achtergrond. In Nederland voelde ik een soort braafheid in de kunst. Ik had zoiets van: ik wil daar tegen in. Toen ben ik met die collages begonnen.” Tijdens haar opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht ontdekte ze dat ze meer vanuit zichzelf moest werken. “Daar heb ik geleerd dat ik het zonder begeleiders moet doen. Het moet uit jezelf komen. De begeleiders gingen van hun eigen voorliefde uit en niet vanuit het creatieve denkproces van de kunstenaar.”

Die onafhankelijke manier van werken bezorgde Saed in toenemende mate een kritische houding. Zelfs over haar eigen kunst. “Na een tijdje zag ik het steeds vaker, de glamourtrash zoals ik het noem. Op een gegeven moment kon ik het niet meer maken. Ik voelde de noodzaak niet meer, want ik zag dat andere kunstenaars er steeds vaker mee bezig waren. Ik had niet meer iets om me tegen af te zetten. Wat ik moeilijk vind is dat mijn werk niet tot zijn recht komt op een beeldscherm. We zijn gewend om schilderijen in een blad of op een beeldscherm te zien, maar zo’n print die ik maak wordt dan plat. Dan denk je al gauw ‘wat een domme tekening’. Om het werk tot zijn recht te laten komen moet ik een vorm vinden binnen een geschikt medium, maar ik weet nog niet hoe.”

Als ingezetene van Berlijn herkende en omarmde ze het autonome gevoel dat de Duitse hoofdstad typeert. Voorlopig wil ze er niet meer weg. Wel ontdekte ze de verschillen over hoe er in Duitsland en Nederland over kunst wordt gedacht. “Kunst is in Duitsland veel meer verweven met samenleving en politiek. Het is een onderdeel van het leven. In Nederland is kunst een apart hoekje, een vreemd iets. Er stond hier een kop in de krant over de economische crisis: ‘kunst is goed voor de ziel’. Dat ze op de voorpagina van een Duitse krant aan de hand van een schilderij de crisis gaan beschrijven. Of neem deze foto waarin twee voetballende broers worden vergeleken met de gebroeders Karamasov. Dat is Dostojevski! Geweldig toch. Zie je dat een Nederlandse krant zoiets schrijft over Frank en Ronald de Boer?”

Donya Saed. Gevoelsmens. Beelden zijn voor haar emotie. Die wil ze ook laten zien. Omdat ze beelden niet alleen waarneemt, maar ook voelt. Hypersensitief noemt ze zichzelf. Een wandeling kan genoeg zijn. “Op gegeven moment liep ik over straat, ik was afgeleid. Iets ving mijn blik, maar toen ik die blik even later probeerde te vangen was het weg. Zo’n moment vlak voordat je je ervan bewust wordt. Ken je dat? Dat gaf me zo’n licht gevoel. Ik moest denken aan een werk van Marijke van Warmerdam. Een vlinder in een sculptuur die, als je een duwtje tegen de vleugel geeft, in het rond spint. De lichtheid van dat werk sprak me aan. Al zou ik liever de ondraaglijke lichtheid willen vatten. Het moet wel irriteren. Het moment voor het bewustzijn had voor mij eindelijk een vorm gekregen. Bijtende beelden weliswaar. Heftigheid tegenover extreme lichtheid. Het moet wel irriteren. Daar hou ik van.” Lachend zegt ze: “Ik zit nu in een brave, poëtische periode.” Of het bezoek trek heeft in nog een flesje Bionade. “Ik heb ook bier, hoor.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Dagboek Berlijn: de stad als totaalervaring

“The greatest cultural extravaganza that one could imagine” – David Bowie

Berlijn, stad van tegenstellingen. Ongetwijfeld een open deur over de Duitse hoofdstad. Er zijn natuurlijk meer wereldsteden waar de contrasten voor het oprapen liggen. In Berlijn zie je ze niet alleen, je voelt ze ook. Zeker wanneer je reist tussen de verschillende stadsdelen: van autonome undergroundcultuur naar de state-of-the-art kantoorkolossen aan de Potsdamer Platz. Kenmerkend is de aangename berusting die de Berlijners uitstralen, waardoor drukte nooit ontaardt in hectiek. Dreig je op het Damrak onder de voet te worden gelopen, over een verkeersknooppunt als Alexanderplatz kun je gewoon in je eigen tempo blijven rondslenteren. Overigens dient berusting niet te worden verward met desinteresse. De levendigheid op straat gaat in Berlijn 24 uur per dag door.

Supalife galerie in stadsdeel Pankow

(1)

Een bijzondere wandeling in het vooruitzicht belooft de Oranienstrasse in stadsdeel Kreuzberg. De lange straat, waarvan de naam verwijst naar het Nederlandse huis van Oranje, rijgt undergroundgalerieën, eetcafés, clubs en alternatieve kunstwinkeltjes aaneen. Geen deur of muur is blanco; de talloze graffitileuzen en schilderingen maken het straatbeeld sjofel en gemoedelijk. Alles dat een beetje in de buurt komt van geschiedenis, is zo veel mogelijk in tact gelaten. Art deco is de trapleuning naar de etage waarbinnen zich het Museum der Dinge bevindt. Aan de muren plakken oude tegeltjes van marmer. De kraakwitte museumentree mag dan het uiterlijk hebben van een moderne galerie, binnenin staan vitrinekastjes met spulletjes en gebruiksvoorwerpen uit de vorige eeuw: oude zeepverpakkingen, glas, porselein, aanstekers met hakenkruizen, speelgoed. Voor een deel afkomstig uit de archieven van de Deutscher Werkbund. Deze in 1907 opgerichte organisatie van ontwerpers zette zich in voor kwaliteitsverbetering van gebruiksartikelen.

Een van de pronkstukken in het museum is Lulu. De modepoptorso diende als hoesontwerp voor het gelijknamige album van Lou Reed en Metallica. Omdat ze op ooghoogte staat valt haar menselijke, beetje trieste blik goed op, haar spitse neusje is een beetje beschadigd.  Ongetwijfeld bedoeld als toonbeeld van moderniteit, ziet een radio en tv-meubel uit 1958 er in 2012 tamelijk komisch en bizar uit.  Onderbroken wordt de Oranienstrasse door de Skalitzerstrasse, waar je over een lengte van twee kilometer nog meer de onbekommerde Zeitgeist proeft. Vlak voor de Oberbaumbrücke over de rivier de Spree ontdekken we bonte gevels en muurversieringen op binnenplaatsen. Op de terugweg van het Museum der Dinge wordt er geluncht bij Milch & Zucker. Jongeren achter laptop, de meerstemmige zang van Fleet Foxes op de achtergrond.

’s Avonds bezoeken we Donya Saed. De Nederlandse kunstenares maakt collage-achtige beelden, inkttekeningen en experimentele foto’s. Wanneer ze in Berlijn is, is ze aan het werk, verklaart ze haar aanwezigheid in haar tweekamerappartement in Pankow. Regelmatig keert ze terug naar Heerlen: “daar kan ik ontspannen”. In de Limburgse stad groeide ze op als kind van een Nederlandse moeder en Iraanse vader. Binnenkort komt ze uitvoerig aan het woord op webzine ZwartGoud.

Bij Checkpoint Charlie. Op de stoep onder het bord ‘You’re leaving the American Sector’.

(2)

Op de hoek van de Wichertstrasse, enkele tientallen meters van onze dagelijkse vertrekhalte Schönhauser Allee, ligt eetcafé Saluti di Berlino. Elke ochtend ligt er wel iemand gemoedelijk met laptop onderuit gezakt in de etalage. Het is de plek waar we ons ontbijt nemen. Lichtvoetig swingen Louis Armstrong en Ella Fitzgerald door het kleine luidsprekertje, de veelzijdige ‘vegetarischer frühstück’ laat zich goed smaken. Berlijn bezoeken is kijken, lopen, reizen en inderdaad: eten. Onze ervaring met drank en spijzen, prijzen en bediening is uitstekend. Op het avondmenu van restaurant Endlos staat de Berliner Schnitzel! Dankzij de uitbundige ‘pommes frites’ ernaast, merk ik per hap dat de naam van de eetgelegenheid voor mij een andere lading krijgt.

deel van de Kulturbrauerei

Eindeloos is beslist de verderop gelegen Kulturbrauerei; een tot cultureel centrum omgebouwde bierbrouwerij uit 1878. Ontmoetings- en uitgaansplek over een oppervlakte van 25.000 vierkante meter: clubs, bioscoop, terrasjes en vlot uitziende winkeltjes. Een dorpje in de wijk Prenzlauer Berg.

Langer dan drie, vier minuten hoef je niet te wachten op de metro of de bovengrondse Stadstschnellbahn. Openbaar vervoer in Berlijn blijkt een systeem waar vernuft en snelheid samenkomen. Knap als je bedenkt dat dagelijks anderhalf miljoen mensen er gebruik van maken. Een dagkaart kost nog geen 7 euro. Wij reizen vaak met de U2, van Schönhauser Allee in Pankow via onder meer de Rosa Luxemburg Platz naar andere stadsdelen. Vlakbij de straat, die genoemd is naar de marxistische revolutionaire en latere vertegenwoordiger van het feminisme, aanschouwen we de geschiedenis via de okerkleurige Babylonbioscoop. Afgaand op oude foto’s is er niet veel vertimmerd aan het pand uit 1929. Door de kleur valt het gebouw prettig uit de toon, zeker tegenover de grijzige Volksbühne.

(3)

“Zurück bleiben bitte”. Vlak voordat de deuren sluiten galmt de oproep in de geelgekleurde U-bahntreintjes. Wanneer je vanaf een van de stadswijken naar de Potsdamer Platz reist, zie je aan de duurdere kleding van de passagiers dat je op weg bent naar het zakencentrum van Berlijn. Daar besluiten we onder het hightech dak van het Sony Center met zijn winkelketens een drankje te nemen. Een bezoek aan een platenzaak in stadsdeel Schöneberg valt tegen. Het aanbod van Mr Dead and Mrs Free zoals de winkel heet, verschilt amper met platenzaken in Nederland. Mijn reisgenote schaft een verzamel-cd aan van Etta James.

Tijdens ons bezoek aan Berlijn ontkomen we niet aan typische trekpleisters: de Brandenburger Tor, het Holocaustmonument met zijn labyrint aan betonnen pilaren van verschillende hoogten. De wandeling over Unter den Linden voert ons langs de opzichtige Russische ambassade en kraampjes met tweedehandsboeken voor de ingang van de universiteit. Imposant is de glasconstructie schuin tegenover de Brandenburger Tor. Mijn reisgenote bezoekt de tentoonstelling van kunstenaar-fotograaf Heinz Hajek-Halke in deze Akademie der Künste. Belangstelling voor ‘die kunst’ wordt er in Duitsland vroeg ingepeperd. Bij de kassa’s van de historische kunsttempels aan de Museum Insel valt de aanwezigheid op van jongeren en schoolklassen.

Checkpoint Charlie gold ooit als laatste controlepost voor mensen die van West Berlijn naar de DDR wilden reizen. De plek is tegenwoordig een toeristenattractie waar je in souvenirwinkeltjes ansichtkaarten met brokstukjes van De Muur kunt kopen. Vanuit de nabij gelegen Rudi Dutschkestrasse rijden toeristenbussen af en aan. McDonalds en Starbucks, gevestigd op de begane grond van aangrenzende klassieke panden doen hier goede zaken.

deel Postdamer Platz

Berlijn bezoeken is openstaan voor ontdekkingen en verrassingen. Toch gebeurt er op derde dag van ons bezoek iets totaal onverwachts. Wanneer ik onder de halte van station Hackescher Markt de deur van een kiosk open, glipt opeens Blixa Bargeld langs me heen. Zwart pak, bronwaterflesje in de hand, gejaagde tred, de altijd wat norse blik. Hoe groot is de kans dat je de zanger van Einstürzende Neubauten tegen het lijf loopt? Ik schrik er zo van dat ik vergeet hem aan te klampen. Tien jaar geleden interviewde ik een van de kopstukken van de tegencultuur in Amsterdam, over onder meer zijn haatliefdeverhouding met de Duitse metropool. In het nummer Die Befindlichkeit des Landes, dat ook te horen is in de documentaire Berlin Babylon, observeert Bargeld de Berlijnse nieuwbouw van na de Wende, na de val van De Muur.

die neuen Tempel haben schon Risse
künftige Ruinen
einst wächst Gras auch über diese Stadt
über ihrer letzten Schicht

Niet ver van de Hackescher Markt liggen de Hackesche Höfe. Een ‘doolhofje’ van boetiekjes, ateliers en appartementen met sierlijke gevels en balkonnetjes. Typerend voor een stad die de zintuigen wijd doet openen en onophoudelijk aan het werk zet. Berlijn is geen stad, maar een ervaring.

“Ich hab noch einen Koffer in Berlin” – Marlene Dietrich

(oktober 2012)