Het doolhof David Lynch – aanvallen op het onderbewustzijn in het Bonnefantenmuseum

Aan het begin van de tentoonstelling loeit een sirene. Een waarschuwing voor wat de bezoeker te wachten staat. Wat volgt is een metershoge foto van de schilder aan het werk. De meeste mensen zullen hem kennen van zijn films Blue Velvet en Mulholland Drive of de veelgeprezen tv-serie Twin Peaks. Maar voor het eerst in Nederland gaan we uitvoerig kennis maken met de beeldend kunstenaar David Lynch. Het Bonnefantenmuseum pakt flinkt uit: vijfhonderd kunstwerken verdeeld over vijftien zalen. Van de eerste schetsen die hij in de jaren vijftig maakte tot enorme doeken uit 2018. Dan gaat het om schilderijen, tekeningen en foto’s, staande lampen en ja, nogal wat werken met heel veel spulletjes erin.

Dat luchtalarm hoort overigens bij de “moving painting” Six Men Getting Sick, te zien aan de achterkant van de Lynchfoto. Onvermijdelijk zijn er meer raakvlakken met zijn films, want hé, doet dat misvormde hoofdje niet denken aan die monsterachtige baby uit Eraserhead? En ligt daar niet de eerste versie van het scenario voor Blue Velvet? David Lynch dus. Berucht om zijn weigering zijn kunst uit te leggen. Bekend om een voorliefde voor “a damn fine cup of coffee”. In de museumshop is zijn eigen merk koffiebonen te koop.

Snel wordt duidelijk dat hier iemand aan het werk is met een vrije geest. Iemand die alle ruimte en vrijheid neemt om te komen tot een eigen universum, een eigen realiteit als het ware. Om hieraan gestalte te geven gebruikt Lynch gek genoeg alledaagse materialen en voorwerpen. Zo heeft hij op een van de schilderijen enkele sigarettenpeuken uitgeduwd. Objecten die herkenbaar en alledaags zijn worden door Lynch gebruikt in beelden waarvan je niet precies weet wat ze voorstellen. Ze doen denken aan nachtmerries. Eerst raak je nieuwsgierig en word je naderbij gelokt, vervolgens gaan ze aanvallen uitvoeren op het onderbewustzijn. Net als zijn beste films inderdaad. Gelukkig is er ook humor. Een van de bijdragen aan de tentoonstelling heet I Was A Teenage Insect. Fragiel en grappig ogen de sculpturen van staande lampen. Gezellig bijeen in een kring alsof ze familie van elkaar zijn.

Laten we, naar adem happend, verdergaan met herkenning en houvast. In de multimediadoeken ontdekken we een mobiele telefoon half verstopt in een colbertje, een afgescheurde spijkerbroek, boomtakken, een dameshorloge, plastic rozen. Alles vet opgeplakt en vastgekoekt met klodders verf, lijm en klei en wat al niet. Met de kunstenaar zelf gaat het intussen prima. Tijdens de opening vertelt hij via een Skypeverbinding vanuit Los Angeles: “Ik zeg altijd maar: de kunstenaar zelf hoeft niet te lijden om ellende te kunnen tonen. Ik wil het laten zien in verhalen en schilderijen.“

Is het dan allemaal macaber en rauw? Wie de tijd neemt en zich niet laat overrompelen door de hoeveelheid indrukken, merkt dat David Lynch nog meer te bieden heeft. Bijna ontroerend zijn de Distorted Nudes: digitaal bewerkte collages van erotische foto’s uit begin vorige eeuw. Of neem de pentekeningetjes op luciferdoosjes, de zwartwit foto’s van verlaten fabrieken. Niet keurig in passe-partouts, nee lekker op groot formaat, waardoor ze iets spookachtigs en mysterieus krijgen.

In een grote zaal bevinden zich een soort hangende vitrines van twee bij drie meter. Nog meer voorwerpen en materialen, maar dan op lappen karton. Eromheen of onderdoor stuiteren schots en scheve lettertjes die niet alleen de titel van het werk aangeven maar tegelijk de aanzet vormen tot een verhaal. Ook in deze beelden maakt het daglicht plaats voor schemer. “Dat fascineert me, zaken als insecten, vlees, verrotting. Ik houd ook van natuur die bloeit, maar wat ik wil schilderen is verval”, aldus Lynch in NRC Handelsblad. Soms is het net of je zit te kijken naar een staat van ontbinding. Niettemin branden in de canvassen vrolijk gekleurde lampjes.

In meerdere opzichten is dit museumbezoek een verademing. Lynch is geen kunstenaar die de tijdgeest wil vatten of er alles aan doet om een plek op te eisen in de kunstcanon. Lynch dringt niks op, maar tart meedogenloos de verbeelding en het voorstellingsvermogen. De titel van dit retrospectief had daarom net zo goed anders kunnen heten. Niet Someone Is In My House maar ‘someone is in my head’. Deze tentoonstelling is een belevenis die prikkelt en de geest verruimt. Goede zet van het Bonnefanten om in de zalen alvast het licht te dempen. A damn fine exhibition.

David Lynch – Someone Is In My House (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 28 april 2019)

Someone Is In My House is tevens de titel van de fraaie Nederlandstalige tentoonstellingscatalogus. Ook aan te bevelen is het in 2007 verschenen The Air Is On Fire. Dit lijvige boekwerk bevat eveneens afbeeldingen van schilderijnen, foto’s en filmscènes, inclusief twee cd’s waarop Lynch uitgebreid vertelt over zijn werk.

Solotentoonstelling David Lynch in Bonnefantenmuseum

Het Bonnefantenmuseum zal vanaf november 2018 een grote solotentoonstelling presenteren met David Lynch. Bij het grote publiek staat hij bekend om zijn filmklassiekers Eraserhead, Blue Velvet, Mulholland Drive, en natuurlijk de tv-serie Twin Peaks. Minder bekend is dat hij ook jarenlang actief is als beeldend kunstenaar, fotograaf en componist. Op zijn Instagrampagina laat Bonnefantendirecteur Stijn Huijts zich eerder vandaag fotograferen met Lynch.

Stijn Huijts: “David Lynch is onmiskenbaar een spilfiguur in de internationale film- en tv-wereld, maar zijn werk als beeldend kunstenaar is veel minder bekend. Terwijl Lynch zelf altijd heeft benadrukt dat hij zichzelf vóór alles ziet als een beeldend kunstenaar. Zijn beheersing en gebruik van een rijkgeschakeerd scala aan media en technieken, van schilderijen tot installaties, maken hem ook in die hoedanigheid invloedrijk. Het is een uitzonderlijke artistieke kant van Lynch, die nog maar zelden is belicht en in musea getoond. Daarmee past hij perfect in het beleid van het Bonnefantenmuseum dat zich richt op de ‘verborgen canon’.”

Gebruikelijk zal een kunstenaar met een grote tentoonstelling in het Bonnefanten zelf ook aanwezig zijn tijdens de opening. Ongetwijfeld zal Lynch worden uitgenodigd om langs te komen in Maastricht. Met het tonen van de kunst van Lynch gaat een lang gekoesterde wens van Bonnefantendirecteur Stijn Huijts in vervulling. Toen hij nog werkzaam was bij Schunck liep hij reeds met plannen rond om de kunstenaar/regisseur te kunnen strikken. In 2010 was er nog een tentoonstelling van Lynch in het Max Ernstmuseum in Brühl, nabij Keulen.

De werken van Lynch (1946) zijn net zo bizar, vervreemdend en ongrijpbaar als veel van zijn films. Lynch maakt multimediadoeken, installatie’s, foto’s van vergane industrie, vrouwelijk naakt of sneeuwpoppen. Het is de eerste keer dat er in een Nederland een grote tentoonstelling te zien is van de regisseur.

David Lynch is eveneens enthousiast over de samenwerking met het museum. Vanuit Los Angeles meldt hij kort: “I am happy and excited to work with the Bonnefanten on this exhibition of my work!”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

De realistische droombeelden van filmmaker Kahlil Joseph

De opening is nog typisch hiphopvideo. Een flitsende montage met bijna voorspelbare beelden. Maar na een minuut dendert opeens de zwaarte naarbinnen, uitmondend in een portret over het leven in Compton, Los Angeles. Kahlil Joseph wordt doorgaans in een adem genoemd met Kendrick Lamar. Geïnspireerd op het doorbraakalbum van de rapper, Good Kid m.A.A.d. City, maakte hij een film van een kwartier over de beruchte wijk waarin Lamar opgroeide. De rolprent toont hét handelsmerk van de filmmaker. Kahlil Joseph neemt de tijd. Voor droombeelden vermengd met realisme, hypnotiserend, reflectief. De film was te zien in een museum voor hedendaagse kunst, het MOCA in Los Angeles.

In het werk van Kahlil Joseph (1981) worden gebeurtenissen vertraagd weergegeven en details uitvergroot. Camerastandpunten en geluid lijken buiten de muziek te vallen. Een schets van het alledaagse leven wisselt hij net zo makkelijk af met beelden uit de natuur, duisternis met oogverblindende lichtval. Een video die hij maakte bij de jazzelektronica van Flying Lotus heeft meer weg van een visueel ballet: de camera volgt een neergeschoten buurtbewoner die uit de dood herrijst, waarna hij zich ontpopt tot een danser van elastiek. Ondanks de haast uitbundige stijl, is Josephs beeldkeuze tegelijk verontrustend. Dat wordt nog eens versterkt doordat hij het flikkerende licht dat slowmotionopnamen soms veroorzaken gewoon laat voor wat het is. Of kijk eens naar Video Girl, waarin zangeres FKA Twigs amper de neiging kan onderdrukken de liefde te willen bedrijven met een ter dood veroordeelde. Confronterende beelden in zwart-wit.

Hoe dan ook is de camera voortdurend in beweging. Gracieus glooiend van onder naar boven en omgekeerd, personages meestal van achteren gevolgd. De aanpak doet denken aan de associatieve cinema van Terrence Malick. Joseph werkte kort samen met de cultregisseur. Ervaring deed hij ook op bij multimediakunstenaar Doug Aitken. Er zijn meer invloeden. Voor de korte film The Mirror Between Us baseerde Joseph zijn script op een gedicht van een soefimysticus. Zelf treedt de jonge filmmaker liever niet op de voorgrond, interviews geeft hij zelden en een eigen website is er evenmin.

Toch krijgt vorm af en toe de overhand in zijn video’s. De openingsshots van de eerder genoemde Flying Lotusclip lijken expliciet bedoeld om een statement te maken. Variety draait er niet lang om heen. Volgens het filmmagazine is zijn eerste full-length documentaire, over de totstandkoming van een album van The Arcade Fire, “een ongeorganiseerd ratjetoe van visuele gimmicks en leeg exotisme”. Een clip die Joseph maakte van Beyoncé’s Sorry oogt zelfs gewoontjes voor zijn doen. Hij houdt zich keurig aan het ritme van de muziek, terwijl de beelden vooral zijn bedoeld ter meerdere eer en glorie van de zangeres.

In een van zijn video’s heeft Joseph een hommage verstopt aan Charles Burnett, voormalig lid van de Black Independent Movement. Dit collectief regisseurs was verantwoordelijk voor enkele geruchtmakende documentaires en speelfilms, waarin politiek en cultuur van de jaren zestig werden gezien vanuit Afro-Amerikaans perspectief. In het werk van Joseph is het engagement eveneens volop aanwezig. Sluimerend, telkens binnen een door hemzelf gevormd cinematografisch raamwerk gesteund volgens een eigen interpretatie: donker tegenover licht, dreiging van stadsgeweld tegenover aardse beeldpoëzie. Ondanks de verschillende invalshoeken en opdrachten, zowel visueel als muzikaal, keert bij Joseph één onderwerp terug: het leven van Afro-Amerikanen in achterstandswijken waar armoede heerst, geweld op de loer ligt en hiphopcultuur de laatste strohalm is.

(Stills uit Josephs video’s waren al eerder te zien in een tentoonstelling. In het Underground Museum in Los Angeles, samen met schilderijen gemaakt door kunstenaar Noah Davis, Josephs jongere broer die op 32-jarige leeftijd overleed aan een zeldzame vorm van kanker.)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Grayson Perry in Bonnefantenmuseum: engagement als lust voor het oog

persprevie w GP
Bonnefantendirecteur Stijn Huijts en Claire/Grayson Perry (foto: Harry Prenger)

Natúúrlijk bezit Sir Elton John werk van Grayson Perry. Na het winnen van de prestigieuze Turner Prize sta je in kunstminnend Engeland algauw in hoog aanzien bij celebrities. En je kunt je best iets voorstellen bij de flamboyante popster en de bonte kermis die Grayson Perry heet. De kunstenaar is er eentje van het ambacht, van ouderwets vakwerk met blote handen. De vaas van keramiek die bij Elton John thuis staat, is in het Bonnefantenmuseum onderdeel van een grote overzichtstentoonstelling.

Grayson Perry (1960) verdeelt zijn uiterst kleurrijke beelden over materiaal dat door de moderne kunst lange tijd met de nek werd aangekeken. Vazen! Wandtapijten! Keramiek! Kleding! Tot voor kort waren het bijna scheldwoorden. Perry werkt dus met benodigdheden die normaal gesproken worden geassocieerd met populaire cultuur. En populaire cultuur wil natuurlijk graag behagen, maar dan zijn we bij Perry mooi aan het verkeerde adres. De thema’s in zijn werk liegen er namelijk niet om: identiteit, religie, mondiale conflicten, klassensysteem, mannelijkheid. Om er maar eens paar te noemen. Omdat zijn afbeeldingen een scherp contrast vormen met het genoemde materiaal, krijgt zijn kunst net die extra esthetische meerwaarde. Andere bijkomstige troef is dat hierdoor zijn immer actuele engagement plaatsvindt zonder opgeheven vingertje.

GP-750x263

Perry mag bovendien graag de spot drijven met de boven ons gestelden. Op een geldbiljet van tien pond in de vorm van een wandtapijt staat Queen Elizabeth afgebeeld zoals de Britten haar volgens Perry het liefst zien; als “je tante”. Of neem het symbool van de stoere biker. Perry heeft een motorvoertuig voorzien van kleuren en details met een hoog kitschgehalte. De benzinetank siert aan weerskanten geen afbeeldingen van weelderige dames, maar de woorden ‘humility’ en ‘patience’. Op de passagierszit een minivitrine met het knuffelbeertje uit zijn kindertijd.

Het Bonnefantenmuseum toont misschien wel het meest opzienbarende deel uit het oeuvre van Perry. Of van diens alter ego, verkleed als vrouw. Tijdens de perspreview komt de kunstenaar doodgemoedereerd aangelopen als de wandelende knalfuif Claire. Opvallend is het schoeisel; een soort orthopedische kistjes met plateauzolen van twintig centimeter. Perry zelf leidt overigens een betrekkelijk normaal gezinsbestaan; hij is getrouwd, met een psychotherapeute.

Grayson-Perry-tapestry-009-1-940x550

Wie door het fraaie Sketchbooks bladert, ziet hoe de schetsen van de excentrieke kunstenaar leiden tot de uiteindelijke wandkleden en andere kunstwerken, die al dan niet verwijzen naar beelden uit de mythologie. In de enorme tapijten dartelen teksten en figuurtjes over elkaar als een hedendaagse equivalent op de satirische doeken van Jheronimus Bosch. Door de kakelbonte details heb je alleen al om één tapijt in je op te nemen een half uur nodig. Het ontwerp voor de ‘doeken’, die je niet even thuis aan de muur hangt zo groot zijn ze, bedenkt Perry via zijn computer, waarna ze bij een gespecialiseerde weverij uit België er als wandtapijten ‘uitrollen’. Je komt ogen tekort en voelt je al snel nietig wanneer je er tegenover of onder staat.

Bij alles wat Perry doet blijft zijn beeldenallegorie lichtvoetig, sarcastisch en vol (zwarte) humor. Dat de kunstenaar niet door bijt maakt zijn werk juist krachtig en geloofwaardig. Zo blijven er genoeg prikkels over om de toeschouwer te overtuigen van het engagement in het duizelingwekkende universum van de Engelsman. Hold Your Beliefs Lightly luidt de titel van de tentoonstelling. Voor meerdere uitleg vatbaar, maar daarom niet minder spectaculair.

Grayson Perry – Hold Your Beliefs Lightly (Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 5 juni 2016)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Grayson-Perry-Motorbike-750x422

Grote tentoonstelling kunstenaar Raymond Pettibon in Bonnefantenmuseum

 

Het Bonnefantenmuseum organiseert in de zomer van 2017 een grote tentoonstelling met werk van Raymond Pettibon. Volgens museumdirecteur Stijn Huijts zal het museum vanaf 2 juni ruim baan bieden aan tekeningen en schilderijen van de Amerikaanse kunstenaar. Titel van de tentoonstelling? A Pen Of All Work. Deze overzichtstentoonstelling geschiedt in samenwerking met het New Museum in New York. Er zal bovendien een gezamenlijke catalogus worden gepubliceerd

Raymond Pettibon (1957) is een rasechte kunstpunker. In zijn beelden refereert hij allesbehalve subtiel aan de facetten van de Amerikaanse samenleving en cultuur. Meer in het bijzonder is zijn werk beïnvloed door punkmuziek, sport, literatuur, religie en seksualiteit. Pettibon, die eigenlijk Ray Ginn heet, begon omstreeks 1980 tekeningen te maken voor de platen van het underground muzieklabel SST Records. Vanaf het moment dat Pettibon albumhoezen is gaan ontwerpen voor bands als Sonic Youth en Foo Fighters is zijn naam bekend geworden bij een groter publiek

Veel van zijn tekeningen lijken op fragmenten uit tv-series en filmnoir cinema. Dankzij de zwarte humor en de losse, primitief ogende benadering bieden ze echter voldoende ruimte voor een eigen interpretatie. Ondanks zijn toenemende populariteit blijft Pettibon medewerking verlenen aan releases van jonge, onbekende punkbands. Een van de recentste voorbeelden is een hoesontwerp voor The Mons uit Chicago.

De kunstenaar zelf maakt muziek met The Niche Makers. Deze gelegenheidsband laat jazz- en bluegrassmuziek vergezeld gaan van expliciete teksten, al dan niet gezongen door Pettibon.

De laatste twintig jaar wordt zijn werk regelmatig en wereldwijd getoond in grote en kleine musea.

(eerder gepubliceerd via ZwartGoud)

Gèr Boosten en het geschilderde onbehagen

step0002

De mens in last is een lust voor het oog. Gèr Boosten schildert de mens, soms mét hond, in zwierige tegenstellingen. Dat contrast schuilt ook in techniek en eindresultaat: flamboyante penseelstreken, waar nodig collageachtig, of spartaans in strenge, zwarte strepen, in etsen als fragmenten uit een graphic novel. Zie de mensen vallen, hoor de honden grommen. De canvassen van Gèr Boosten knallen en sprankelen. Ervoor staan is denkbeeldig de klodders van je gezicht vegen. Hoezo schilderkunst achterhaald? Gèr Boosten grijpt je bij de kladden. Kortom, het is weer feest in het Bonnefanten met deze toptentoonstelling.

Nou ja, feest. Tegelijkertijd slaat de verwarring toe. Midden in het plonzende plezier van meiden in bikini staat een man in brand. Het tafereel klotst en bruist. Maar wat doet die man daar en waarom staat hij in lichterlaaie? Dat Boosten er voor kiest geen eenduidig antwoord te geven maakt dit en andere geschilderde statements, want dat zijn het, net even anders. Boosten begrijpt kunst op zijn best: wanneer er ruimte is voor meerdere uitleg en opvattingen.

Want na de lusten voor het netvlies zet hij op zijn manier ook de hersens aan het werk. Weliswaar telkens ondoorgrondelijk en verontrustend. Bij Ecouter La Terre zijn we getuige hoe een man een rottend lijk passeert. Maar het is het klapperende boodschappentasje in zijn hand dat de vermeende onverschilligheid aanwakkert. Een halfnaakte vrouw geniet van de zon terwijl ze wordt bespied door dreigende blikken van hyena’s. In de schemer piepen nog een paar ogen. Zijn wij dat? Observeren wij niet ook stiekem deze bevallige dame? We zeiden het al, Boosten maakt de toeschouwer heimelijk deelgenoot.

step0001

Omdat zijn stilering zoveel schwung bezit, worden thematiek, boodschap en urgentie er, oh grote opluchting, geen moment in geramd. Mogelijkheden tot verbeelding en verbazing te over dus. Tussen de flarden sociaalmaatschappelijke ontwrichting die we wel degelijk voelen, vlamt de subtiliteit en het onbehagen. Waar kijken de twee jongens vermoedelijk na een avondje stappen, naar om in Phénomène? De blik is zijwaarts gericht naar ja naar wat eigenlijk? Weer dat schijnbaar achteloze, terwijl op de achtergrond de apocalyptische chaos heerst, volgepropt, via felgemengde kleuren en contouren. De meeste werken die hier te zien zijn, verdeeld over drie zalen, en zeker de recente, gaan vergezeld van Franstalige titels. Dat kan kloppen. Boosten (Maastricht, 1947) woont en werkt al geruime tijd in Zuid-Frankrijk.

“De wereld is alles wat er gebeurt”, beweerde Ludwig Wittgenstein. Het is een van de twee citaten die op de muren staan ter introductie van de tentoonstelling in Maastricht. De andere quote komt van vrijheidsdenker Sartre, eindigend met de zin “het beeld is een daad en niet een ding”. En dan moeten de wereld, het beeld en de daad van Boosten nog beginnen.

Gèr Boosten – Entre Chien Et Loup (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 7 juni 2015)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

JCE Biennale met jonge kunstenaars in Bonnefantenmuseum: kunst volgens het boekje

Kunst moet natuurlijk niks. Het mooie is dat je er alle kanten mee op kunt. Zeker van jonge kunstenaars mag je talent verwachten dat afwijkt, anders is, tegendraads of althans een poging daartoe. Bij de talenten die exposeren tijdens de JCE Biennale in Maastricht is hiervan jammer genoeg weinig sprake.

Luciferstokjes van een halve meter liggen kriskras op de grond. Een plastic banner waarop ‘We have built the future’ staat. Maar dan in het Spaans. Nauwelijks leesbaar omdat het doek in een vouw aan de muur hangt. Aardige vondst van Miquel Ollé. Hij is “geïnteresseerd in het menselijk gedrag verbonden aan de drijfveer om alles te willen bewaren”. Carsten Benger heeft honderden plakplaatjes met citaten en leuzen aan de muur geplakt.

Vooruit, het gaat bij deze rondreizende biennale om kunstenaars die zichzelf nog moeten kneden in verhouding tot hun werk, het eigen ‘kunstempfinden’ moeten zien te ontdekken. Om erachter te komen of het metafysische en of metaforische gekoppeld kan worden aan het inzichtelijk maken van een al dan niet kantelende leefomgeving en of wereldbeeld. Zoiets. Zelfs dat hoeft niet eens. Want zoals gezegd: kunst moet niks. Waarom niet eigengereid werk maken vanuit je gevoel? Wat deze editie van de stimulansbiennale laat zien is dat er bij het maken van kunst veel tekst en uitleg, idee en concept aan te pas komt.

Sommige deelnemers lijken helemaal vergeten dat ze bééldend kunstenaar zijn. Omstandig dreunen ze hun ideeën en uitgangspunten op. Je leest de tekstbordjes naast de werken en prakkiseert je suf. Alsof je de opleiding creatieve wetenschap doorloopt. “My research develops through the use of different language and materials”, waarna een verhandeling volgt over het werken met ruimte en tijd. De jonge kunstenaars vertellen erg veel, maar hebben weinig te melden. Katja Aufleger bootst in een video 360 verschillende afbeeldingen na uit een Duitse kunstencyclopedie. Wat een leuk idee zou kunnen zijn is in werkelijkheid saai en gemakzuchtig. Aufleger, gekleed in vrijetijdskleding, beweegt zich simpelweg vier en een halve minuut lang in standbeeldposes.

s
Stormtrooper – Tadas Sarunas

Zijn alle werken gespeend van kwaliteit? Niet helemaal. Neem het figuurtje van de Stormtrooper uit Star Wars. Onwennig tuurt hij om zich heen, de schouders afhangend, niet in een ruimteschip maar in een stedelijke en natuurrijke omgeving. De Litouwse kunstenaar Tadas Sarunas geeft met een reeks foto’s uitdrukking aan het zoeken naar identiteit van zijn landgenoten, na decennialang Russisch bewind. Een kunstwerk waar interpretatie en beeld grappig maar wrang aansluiten.

In de glossy catalogus geeft Bonnefantendirecteur Stijn Huijts, curator van de Nederlandse bijdragen, het onomwonden toe: “Kunstacademies zijn er meer en meer op gericht om hun studenten te leren hoe ze op een professionele manier zichzelf en hun werk kunnen presenteren.” Veel van de deelnemende kunstenaars houden vast aan de opgelegde academische onderwijsstructuur met haast wetenschappelijke aanpak. Dan ga je vanzelf genoegen nemen met uitgangspunten die particulier zijn, in de premisse dat de zo ontstane monoloog ruim afdoende is. De JCE Biennale is een prestigeproject voor kunstenaars met private ideetjes. Het initiatief is belangrijker dan de inhoud.

bonnefanten tentoonstelling: jce

Jeune Création Européenne Biennale (Bonnefantenmuseum/Wiebengahal, Maastricht t/m 5 januari 2013)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)