Emile Roemer burgemeester van Heerlen: “Voor mij is een stad niet een verzameling panden, maar een verzameling mensen”

links stadhuis Heerlen, rechts nog af te breken kantoor (foto: Harry Prenger)

Met enige trots toont de burgemeester zijn ruime kantoor in het stadhuis. “We houden hier zelfs vergaderingen”, zegt hij wijzend op de enorme ovale tafel met leren stoelen. Buiten ronkt het geluid van stroomgeneratoren. Binnenkort beginnen sloopwerkzaamheden van een ernaast gelegen kantoorkolos. Het typeert het huidige Heerlen dat letterlijk aan de weg van de toekomst timmert. “Ik val hier met mijn neus in de boter” vertelt Emile Roemer. Sinds maart 2018 is de voormalige fractievoorzitter en lijsttrekker van de SP waarnemend burgemeester. Voorafgaand aan het interview hebben we een aantal gespreksonderwerpen doorgegeven: SP, Heerlen, herindeling en heavy metal. We mogen de burgemeester tutoyeren.

Hoe bevalt het in Heerlen? Ik neem aan dat je de stad intussen al aardig hebt leren kennen. Zou je er al een karakterschets van kunnen geven?
Lachend: “Hoe lang heb je? Ik ben bezig Heerlen te ontdekken. Voor mij is een stad niet een verzameling panden maar een verzameling mensen. Als je de stad wilt snappen moet je twee dingen doen: je moet de geschiedenis kennen en je moet de mensen kennen. Dat eerste kun je door veel te lezen, je te laten bijpraten, musea te bekijken. Maar mensen in de stad leren kennen doe je door erop af te gaan en met ze te praten. Dan hoor je wat leeft, wat er speelt en wat de uitdagingen zijn.”

Toch heerst er bij sommige mensen nog een negatief beeld over Heerlen.
“Het beeld wat men van buiten Zuid-Limburg heeft over Heerlen is echt achterhaald. Nog te vaak hoor ik: ‘Heerlen, dat is toch die stad met die drugsoverlast?’ Ik vraag dan ‘wanneer ben je er voor het laatst geweest? Onder welke steen heb jij gelegen de afgelopen twintig jaar?’

Er is de laatste jaren wel een flinke toename te zien in de stad van kunst en cultuur.
“Er is inmiddels zoveel waar Heerlen trots op kan zijn. Je noemt zelf en terecht alles wat er georganiseerd wordt aan festivals, aan kunst en cultuur. Aan de andere kant zie je nieuwe bedrijven en startups. Die positieve impuls voel je overal. En ja, er is ook nog veel leegstand. We zijn hard bezig met een subsidieaanvraag bij het ministerie om leegstaande panden te slopen. Dat begint hier al met het nieuwe stadskantoor. De komende jaren wordt er 80.000 vierkante meter leegstand weggehaald. Er is heel lang over gesproken maar nu gaan we laten zien wat er gebeurt.”

Emile Roemer werd in maart 2018 gevraagd de werkzaamheden van het burgemeesterschap over te nemen van Ralf Krewinkel. Deze moest wegens privéomstandigheden zijn ambt tijdelijk neerleggen. Krewinkel zette samen met Provinciale Staten stevig in op een herindeling met Landgraaf. Het initiatief implodeerde echter voortijdig. De Provincie werd op de vingers getikt door de Raad van State en de minister van Binnenlandse Zaken. Er zou niet zorgvuldig zijn omgegaan met een open overleg erover.Roemer: “Bij de laatste verkiezingen is natuurlijk het nodige gebeurd. De uitslagen in andere gemeenten laten zien dat de herindeling verder weg is dan ooit. Het standpunt van het college van Heerlen is niet veranderd. Men is hier voor een herindeling, maar wel met draagvlak. Dus zul je op andere manier moeten kijken hoe je de slagkracht in de regio kunt verbeteren. In die worsteling zit de regio. Het is ook de vraag waar de minister mee komt. Niks doen is geen optie. Je bent wel een centrumgemeente waar de regio en de mensen meer van verwachten. Linksom of rechtsom zal er iets moeten gebeuren.”

Bij de laatste landelijke verkiezingen boekte de partij waarvan je lijsttrekker was niet de gehoopte zetelwinst. Momenteel bezit de SP 14 zetels in de Kamer. De partij is net als het Nederlandse voetbal. Wel voetballen maar niet op het hoogste niveau.
Roemer, enigszins verbouwereerd: “Nu raak je me in de ziel. Het allerhoogste niveau is de Tweede Kamer! In de regering deelnemen was me net niet gegund. We besturen nu wel mee in veel provincies. We zitten in veel steden in het college waaronder Heerlen en Amsterdam. We laten ons op alle terreinen overal zien. Dat wijst erop dat we ook in de landelijke regering gaan komen. Dat is een kwestie van tijd. Dat gaat niet lang meer duren.”

Wanneer Roemer enige scepsis bespeurt bij zijn bezoek voegt hij er aan toe: “Soms kunnen dingen heel snel gaan. Dat heb ik zelf ook gemerkt. Toen ik begon in de Kamer stond het CDA op 44 zetels. Twee verkiezingen later hadden ze er 13. Ik heb in de peiling op 38 gestaan.”

Hoe denk je dat de SP zich gaat handhaven in het huidige rechtse klimaat dat door Nederland waait?
“Nou ik denk dat Lilian Marijnissen met de term rechtvaardigheid de spijker op zijn kop slaat.”

Emile Roemer refereert aan de manifestatie Rede voor Rechtvaardigheid die de huidige SP-partijleider op 15 september in Rotterdam zal houden. Marijnissen heeft aangekondigd dat ze daarin zal pleiten voor meer rechtvaardigheid in de samenleving.
Roemer: “Nederland in beweging brengen. Dat gaat een van de grote speerpunten worden. Op alle mogelijke terreinen de rechtvaardigheid in de samenleving weer terug proberen te krijgen. Wanneer het gaat om rechtvaardigheid zijn we in Europa en Amerika aardig afgegleden. Als ik in Nederland zie hoeveel gezinnen nog steeds moeite hebben om vast werk te vinden om de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen worden tegen elkaar opgezet. Wat er in de samenleving gebeurt heeft niets met rechtvaardigheid te maken.”

Weliswaar heb ik er geen onderzoek op losgelaten maar ik heb toch ergens het idee dat steeds minder jongeren zich geroepen voelen om op de SP te stemmen.
“Dat zou ik toch maar eens gaan onderzoeken dan! We hebben een hele grote jongerenafdeling!”

Maar krijg je jongeren ook zover dat ze gaan stemmen op de SP?
“We zitten nog steeds bij een van grootste vijf zes partijen van Nederland. Dat krijg je echt niet voor elkaar als er niet zoveel jongeren op de SP stemmen.”

Desondanks erkent Roemer dat de samenleving de laatste decennia zodanig is veranderd dat dit ook zijn weerslag heeft op het stemgedrag.
“Jaren geleden, toen Nederland nog te maken had met een verzuiling, stemden mensen traditioneel. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Men kan vandaag op de VVD stemmen en de volgende keer op de SP. Het politieke landschap is behoorlijk veranderd. Mensen stemmen nu vaak vanwege een thema en niet op een partijprogramma. Meer dan ooit wordt ook gekeken naar de frontman of frontvrouw. Dan is er nog de vraag óf mensen gaan stemmen.”

Zoals al vaker besproken in interviews is Emile Roemer een groot muziekfan. Opvallend is de voorliefde die hij koestert voor heavy metal. Niet een muziekgenre dat je meteen in verband brengt met een politicus, laat staan met het deftige ambt van het burgemeesterschap. Op de website Noisey staat hij gefotografeerd met de wijsvinger en pink omhoog, de ‘duivelshoorntjes’ die horen bij de metalsymboliek.

Waar komt je voorliefde voor heavy metal vandaan?
Glimlachend: “Ik ben opgegroeid met drie oudere broers in de jaren zestig en zeventig. Dan word je wel enigszins gevormd over wat je thuis te horen krijgt. Frank Zappa, Cuby & the Blizzards. Blijkbaar beviel me dat. Bij mij is de liefde voor muziek heel breed. Ik kan van veel muziek echt genieten. Ik denk dat het ook komt door jonge vriendschappen, tieners die ook van heavy metal hielden. Dan ga je samen op zoek naar nieuwe bands, naar concerten. Voor je het weet loop je van het ene festival naar het andere metalconcert.”

Noem eens wat favoriete bands van je.
“Ik ben fervent fan van Metallica. Vorig jaar heb ik ze mogen ontmoeten in Amsterdam. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe bands. Cd’s draai ik trouwens meestal in de auto want thuis moeten ze er niks van hebben, haha. Muziek doet iets met mensen. Iedereen heeft behoefte aan muziek. Het is ook de taal die iedereen spreekt. Als je een feestje hebt draai je muziek. Als je iets vervelends meemaakt luister je naar muziek. Je kunt er je gevoel in kwijt. Daarom ben ik een groot voorstander dat je op jonge leeftijd muziekles krijgt. Dat op scholen door vakdocenten muziek en kunstonderwijs gegeven wordt.”

Over heavy metal gesproken. We laten de burgemeester aan het einde van gesprek kennismaken met Archspire. De Canadese band moet het hebben van ritmische patronen die complex en extreem snel worden gespeeld. Opvallend is de zangstijl, ook wel ‘death growl’ genoemd, karakteristiek voor het subgenre deathmetal waartoe Archspire behoort. Via de smartphone van het bezoek luistert Roemer aandachtig naar muziek die intens en zeer welluidend uit het luidsprekertje schalt. Te beoordelen aan zijn glimlach bevalt hem deze stortvloed aan decibellen wel. De burgemeester begint nog net niet met zijn hoofd te headbangen. Enthousiast: “Kun je me de link doorsturen? Dit is iets om door te geven aan mijn muziekvrienden.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Einstürzende Neubauten geeft met beladen Lament gedenkwaardig concert

Minuscule glittertjes plakken op het driedelige pak van Blixa Bargeld die blootsvoets op het podium staat. Ook bassist Alexander Hacke, met woest lang haar, heeft zijn schoenen in de kleedkamer achtergelaten. Met N.U. Unruh de drie overgebleven leden van Einstürzende Neubauten dat werd opgericht in 1980. Andere laatste getuigen uit de beginperiode zijn de ‘instrumenten’: omgebouwde en elektrisch versterkte voorwerpen afkomstig van de sloop.

De band uit Berlijn maakt allang geen industriële punk meer. Uitgebreid met andere muzikanten en invalshoeken, zette Einstürzende Neubauten in artistiek opzicht een bijzondere ontwikkeling in gang. Ondanks het experimentele karakter en het instrumentarium dat nog altijd hardnekkig afwijkt, werden de teksten doorwrochter en het gevoel voor melodie sterker. Silence Is Sexy is de veelzeggende titel van een van de betere albums van Neubauten. En speciaal voor het huidige project Lament worden de kale en weerbarstige klanken ondersteund door een persluchtinstallatie en een strijkkwartet.

Dit performanceproject is een eigenzinnige constructie in geluid over de Eerste Wereldoorlog. Volgens Bargeld is deze oorlog nooit helemaal voorbij gegaan. Hij ziet de periode als opmaat voor het Europa waarin we nu leven. Nadat de verwoesting en nasleep een einde maakten aan de cultureel-filosofische stromingen, de Verlichting van Europa, ontstond een voedingsbodem voor het groeiend communisme en fascisme. Toch gaat het voor een Nederlands publiek om een bijna vergeten geschiedenis. Ons land was onpartijdig in het conflict dat plaatsvond tussen 1914 en 1918.

Dat de band haar experimentele karakter niet heeft verloren wordt al snel duidelijk. Aan het begin van het concert barst de Kriegsmachinerie in alle hevigheid los. Schrapende, ijzingwekkende geluiden vullen de Limburgzaal. Blixa Bargeld houdt borden met cryptische statements omhoog. Min of meer aankondigingen van wat ons te wachten staat. Zoals begin vorige eeuw titelkaarten de beelden in de stomme film onderbraken en becommentarieerden.

Veel meer dan in de begintijd gaat bij Einstürzende Neubauten werkwijze en uitvoering gelijk op. Het is een van de weinige bands die intellect en ratio laten samen smelten met emotie en melancholie. Muzikale kleuren en stemmingen worden tijdens het optreden tot in het extreme afgewisseld. Dit is een Einstürzende Neubauten die je van tevoren niet ziet of hoort aankomen. Soms een tikje afstandelijk, maar naarmate de avond vordert steeds aangrijpender. Grappig is de interpretatie van een oude jazzband. Blixa Bargeld zingt niet alleen in het Engels en Duits maar ook in het Nederlands, al noemt hij het zelf Vlaams. Achterland is gebaseerd op een tekst van de door hem bedachte schrijver Paul van den Broeck zegt hij.

Breekpunt tijdens het twee uur durende concert is Vox Populi (van het album Grundstück). Alle bandleden heffen minutenlang tegelijk hun stem, zingend onder protest lijkt het, zonder woorden. De podiumbelichting dimt naar een gloed van oranje, zodat het decor de muzikanten toont in spookachtige silhouetten.

Einstürzende Neubauten blijft onlosmakelijk verbonden met de kunstgeschiedenis. Behalve aan de Eerste Wereldoorlog refereert de band aan de Europese kunstbewegingen die destijds ontstonden en de boel openzwaaiden: dada en futurisme. Bargeld houdt een drinkbeker tegen een oude grammofoonplaat die hij laat ronddraaien op een boormachine. Medebandlid N.U. Unruh verkleedt zich met een plastic witte cape en hoge muts als dada-uitvinder Hugo Ball. Ook de Berlijners smijten de deuren van de muziek en kunst wagenwijd open. Beats dreunen meedogenloos over de hoofden van publiek, de woordkeuze is absurdistisch, kleine voorwerpen ratelen over het podium. Let’s Do It A Dada is een nummer van het album Alles Wieder Offen. Een van de hoogtepunten van het optreden. Zelfs de violiste van het strijkkwartet applaudisseert na afloop.

In een van de toegiften klinkt een anti-oorlogslied uit 1955 van folkzanger Pete Seeger. Maar dan in het Duits. Sag Mir Wo Die Blumen Sind. Bargeld, in witgeverderd gewaad, blijft in de buurt van de vertolking van Marlene Dietrich. Aardig toeval. De geëngageerde zangeres met de slaperige oogopslag trad in Heerlen op aan het einde van Tweede Wereldoorlog, voor Amerikaanse soldaten in het nabij gelegen Royaltheater. Het is de enige echte song op deze gedenkwaardige avond die toch weer een beetje punk eindigt. Een experiment voor luchtpijpen. “We weten nooit van te voren hoe dit gaat uitpakken”, roept Bargeld er voor de zekerheid bij.

Cultura Nova: Einstürzende Neubauten – Limburgzaal, Parkstad Theater, Heerlen (26 augustus 2018)

Harrie Sevriens, stadsdichter van Heerlen, overleden

De markantste inwoner van Heerlen heeft zich niet aan de afspraak gehouden. Hadden we niet geroepen ‘wie schrijft die blijft’? Stadsdichter Harrie Sevriens kwam je zo vaak tegen in de stad dat hij bij het meubilair van Heerlen begon te horen. Zoals het terras van café Bracke. Achter een pot bier, sjekkie binnen handbereik. Gewoon om 11 uur ’s ochtends. En nu is hij dood. Longkanker. 61 is hij geworden.

Harrie ging er steeds slechter uitzien, zijn eeuwige spijkerjasje losjes om de smaller wordende schouders. De laatste keer dat ik hem zag was van de zomer tijdens Cultura Nova. Wanneer we elkaar tegen kwamen vond ik onze begroeting best grappig. “Hoi Harry”. “Hoi Harrie”. Soms droeg hij ter plekke een gedicht voor dat hij enkele uren eerder had geschreven. Andere keren belde hij op om door de telefoon een vers aforisme voor te lezen. Gedichten in miniatuur. Die waren grappig, kritisch en ontroerend. Een enkele keer mopperde hij over een andere stadsdichter, of vroeg hij of ZwartGoud aandacht wilde besteden aan een nieuwe bundel van hem, de zoveelste.

De laatste jaren woonde Harrie in een appartement midden in het centrum. Daar bevond zich een opmerkelijke verzameling Afrikaanse beelden. De andere kant van de stadsdichter. Net zo apart als zijn sprechgesang op enkele muziekalbums die hij in eigen beheer uitbracht. In 2011 maakten Sandra Israel en Anita Hondong voor ZwartGoud een mooi interview met Harrie Sevriens, in feite de allereerste stadsdichter van Heerlen. Openhartig was hij tegenover de dames: “Ik ben het slachtoffer van kindermishandeling. Dat verleden brak me op tijdens mijn studie natuurkunde en biologie aan de lerarenopleiding. Ik kreeg last van angsten en moest met mijn studie stoppen.”

Het schrijven en dichten leverde hem in 2012 een koninklijke onderscheiding op. Typisch Harrie: knaloranje lintje op de revers van zijn vaalblauwe spijkerjack. Daar wandelde hij wel eens meer door de stad. Met zijn typische loopje leek hij op een cowboy die elk moment een saloon kon betreden. Denkbeeldig begonnen klapdeurtjes open te zwaaien en de houten vloer te kraken. Geluid voor de kronkels en gedachten die onophoudelijk door zijn hoofd moeten hebben gespookt.

Bezinning
Weet de stilte
stil te begroeten
Weet jezelf
stil te ontmoeten

Erfenis
Wie in het zicht
van de dood
of erdoor
nog erkenning zoekt
heeft in onvermogen
wat nagelaten

Dankzij de murals krijgt Heerlen een kleurtje

Uitkijken geblazen dat je niet over een stoeprand struikelt. Op bijna elke hoek word je aangestaard door kunst in het groot. Gewoon buiten, recht voor de raap. Ofwel de muurschilderingen van Heerlen.

De murals dus. Bij voorkeur niet uit te spreken met Engelse tongval, maar op zijn Spaans por favor. De oorsprong stamt uit het Mexico van ruim honderd jaar geleden, ter verbeelding van de destijds ontstane la Revolución Mexicana. Rebellen tegen de regering. Toen waren de muurwerken bedoeld om de laaggeletterde bevolking in afgelegen gebieden te informeren over overheidsbesluiten. De kunstenaars die hiertoe de opdracht kregen, gaven echter steeds meer gehoor aan de onvrede van het volk. Die waren de wurggreep van de heersende klasse en de economische crisis spuugzat. Stakingen en onlusten leidden tot een heuse burgeroorlog onder leiding van onder meer Emiliano Zapata. Het zou de opmaat worden voor een modern Mexico.

Aldoende zijn de murals als serieuze kunststroming ontstaan. De erkenning en waardering volgde pas na een flinke boost, dankzij de talrijke werken in die ene stad die net als Heerlen een gedaantewisseling onderging: Berlijn. De eerste schilderingen stonden afgebeeld op een muur die symbool werd voor de Koude Oorlog, de grens tussen Oost en West. De betonnen wand werd nadien de East Side Gallery genoemd, met een lengte van 1,3 km het grootste openbare kunstwerk ter wereld.

Diezelfde kunstmuur, thans onder Denkmalschutz, mondde uit in de Berliner Mauerkunst. Wie wel eens in de Duitse hoofdstad is geweest, met name in de wijk Kreuzberg, weet wat wordt bedoeld. In Heerlen ontstond op gegeven moment eveneens de noodzaak om afbraak en bijna neergang in te kleuren. Dat leidde in 2011 tot het kunstproject Lak Aan Braak. Daarvoor was er de artistieke aanloop d’RAW, een ‘drawing showcase’ in museum Schunck. Tijdens deze expo was werk te zien van onder meer de beruchte straatkunstenaars Rammellzee en Dr. Rat.

Want ja, ook Heerlen was een stad in verval, zeker na de sluiting van de mijnen. Lange tijd maakte de Limburgse gemeente en het eromheen gelegen gebied Oostelijke Mijnstreek, tegenwoordig Parkstad, een weerloze indruk. De laatste tien jaar echter kregen met hulp van gemeenteinvestering gevels en gebouwen een opknapbeurt, waarna steeds meer initiatieven op gebied van kunst en cultuur ontstonden. Het toegenomen cultuuraanbod heeft het aantal evenementen in of nabij de binnenstad danig aangewakkerd. Spraakmakend zijn het theaterfestival Cultura Nova en het internationale breakdance-event The Notorious IBE.

Wie de Heerlense ontwikkelingen kritisch volgt ontdekt dat die metamorfose niet per se vlekkeloos verloopt. Heerlen kampt net als veel andere middelgrote gemeenten met leegstand, van het oude koopstadimago is het lastig afscheid nemen, en er is vanaf de eerste bouwsteen reuring over een prestigieus megabouwproject dat moet leiden tot een multifunctioneel treinstation. Wie Heerlen per spoor nadert ziet de hijskranen af en aan zwenken. Toch is er een verfrissend tegengeluid. Met het project Streetwise wordt lokaal ondernemerschap gestimuleerd, terwijl in het winkelcentrum steeds vaker jonge ondernemers een nering drijven op ambacht en specialisme.

In Mexico, Berlijn en Heerlen is er niet zomaar wat kunst op de muren gekliederd. Aan sommige van de weelderige schilderingen kleeft een symboliek van al dan niet verborgen boodschappen. Kunstenares Faith47 maakte in de Heerlense Coriovallumstraat een Maria-afbeelding. In een interview noemt ze haar voornaamste inspiratiebronnen, onder wie politiek activist Noam Chomsky en de Zapatistas, het vrijheidsleger uit de Mexicaanse revolutie. Haar Maria houdt zowel een handbel in de aanslag als een sleutel waarmee je een stadspoort opent. Is hier sprake van het luiden van de noodklok, terwijl een oplossing nabij is? Onder haar armen vindt een gevecht plaats tussen een hond en een zwaan, waarin de kwetsbare watervogel zo te zien het onderspit delft.

Het doet denken aan een schilderij uit 1650 van Jan Asselijn: een witte zwaan die haar nest eieren beschermt tegen een uit het water opduikende hond. Op een van die eieren staat ‘Holland’ geschreven. Het doek groeide uit tot symbool voor de bedreigde en later vermoorde staatsman Johan de Witt. Hij vond dat een land moest worden bestuurd door burgers. De Witt moest zijn manifest ‘De Ware Vrijheid’ uiteindelijk met de dood bekopen.

Diverse websites met aandacht voor urban art, beschouwen Heerlen als Nederlandse hoofdstad van de streetart. Dankzij de murals werden al meerdere prijzen in de wacht gesleept, waaronder de Dutch Street Award 2017. Tegenover de bushaltes langs de Spoorsingel staat een aantal gebouwen die er wat haveloos uitzien. Op de gevels omvangrijke muurschilderingen, zoals Ode Aan De Arbeider. Een werk dat het verleden van de voormalige mijnstad naar het heden haalt. De beste kunst is kunst die letterlijk terugkijkt, die de toeschouwer dwingt even pas op de plaats te maken. In Heerlen gebeurt dat laatste bijna op iedere straathoek.

Zwart goud delven op Record Store Day in vinylstad Heerlen

(foto: Harry Prenger)
(foto: Harry Prenger)

Geloof het of niet maar Heerlen was ooit energiehoofdstad van ons land. Dankzij steenkoolwinning voorzag de Limburgse gemeente gedurende een groot deel van de vorige eeuw Nederland van energie. Het is ook de enige stad in deze provincie waar de laatste veertig jaar doorlopend platenzaken zijn gevestigd. Tijdens de hoogtijdagen, eind jaren zeventig, halverwege de jaren tachtig, kon je beurtelings in liefst zeven winkels het zwarte goud aantreffen.

Ondanks de aandacht voor Record Store Day vooraf in de media, is het betrekkelijk rustig bij Satisfaction in de Oranje Nassaustraat. De winkel bestaat sinds 1971. De locatie is vernoemd naar een van de vroegere mijnbouwbedrijven. Eigenaar Rob is er vandaag wegens ziekte niet bij. Daarom helpt zijn dochter Nora vaste medewerker Ruud een handje. Beiden zien dat bezoekers zich niet laat afschrikken door de 50 euro die de dubbel-lp van The White Stripes moet kosten. De plaat gaat grif over de toonbank. Hij ziet er dan ook opvallend uit. Hologram op de voorzijde van de luxe klaphoes, vinyl in rood en wit. Bas (35) kan zich er niet druk om maken. Van een afstandje bekijkt hij de kopers. Intussen houdt hij Mastodon stevig onder de getatoeëerde arm. De kleurrijke picturedisc van de metalband schaft hij niet aan “vanwege de muziek, maar als hebbeding”, geeft hij toe.

Door de ligging in een steegje onttrekt het kleine zaakje Gong zich enigszins aan het zicht van het winkelend publiek. De vinyldrang is er niet minder om. Tientallen belangstellenden merken bij binnenkomst dat Gong er geen gras over heeft laten groeien. Een indrukwekkend aantal Record Store Dayplaten ligt voor het oprapen. Dringen geblazen, nog net geen duwen en trekken.

“Ik ben eigenlijk te laat geboren”, zegt Mark (28) uit Kerkrade. Hij vist een stapeltje oude muziek uit het gevarieerde aanbod. Mee naar huis gaan een speciale editie met opnamen van jazzpianist Thelonious Monk, waarvan er wereldwijd 2000 stuks zijn verschenen. Andere aanwinsten: een minischijfje van Frank Sinatra en een dubbelaar mét bonussingle van soulzanger Otis Redding. Glimlachend: “Liefst was ik er al geweest in de jaren twintig”. Terwijl hij zijn pinpasje tevoorschijn haalt, verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht.

In de loop van de dag groeit bij Gong Typhoons Lobi Da Basi zomaar uit tot een van de verkooptoppers. Speciaal voor Record Store Day is de veelbejubelde en bekroonde plaat in prijs verlaagd. 15 euro kost ie en je krijgt er een arty print op A2-formaat bij. Ook de heruitgave van The Doorsklassieker Strange Days is binnen no-time weg. In het smalle straatje ontstaat rond het middaguur een ‘samenscholing’. Het linnen tasje om de schouders met het Record Store Day logo schept een band. Aandachtig wordt er geluisterd naar de akoestische blues van het duo Five House Of The Left.

Een van de bands die voor de etalage van Satisfaction optreden is Wallace Vanborn uit Gent. Het drietal speelt voor de gelegenheid een zonnige variant op hun doorgaans donker gehumeurde stonerrock. Er is aardig wat bekijks. Jong en minder jong dromt in een halve cirkel om de band heen. Na afloop doet Heerlen zijn reputatie als vinylstad eer aan. Nog voordat de drummer vanachter zijn drumkit op kan staan, snelt een deel van het publiek naar het door de band meegebrachte grammofoonkoffertje. Volgens de Belgen bevinden zich daarin “herinterpretaties van eerder werk”. Geen probleem. Er kan weer zwart goud worden aangeboord. Al is het betreffende vinyl voorzien van een spierwit kleurtje.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Joep Dohmen: “Er zijn weinig steden in Nederland die zoveel problemen hebben als Heerlen”

JD

“Ik denk dat je na het lezen van dit boek meer begrip hebt voor Heerlen. Je oordeelt er minder snel hard over. Deze stad is zoveel overkomen door de komst en het vertrek van de mijnen.”

Aan het woord is Joep Dohmen. Hij schreef een kritische maar meeslepende biografie over Heerlen; over de opkomst en de ondergang van een bruisende industriestad. Maar De Geur Van Kolen is ook een persoonlijke familiekroniek, over onder meer zijn vader die hij nauwelijks gekend heeft. Tijdens zijn onderzoek naar de geschiedenis van de voormalige mijnstad, ontdekte Dohmen in het Nationaal Archief dat oud-burgemeester Marcel van Grunsven zich tijdens de oorlog net iets teveel met de Duitsers bemoeide.

In het Heerlense uitgaanscentrum baden drukbevolkte terrassen volop in het zonlicht. Op de warmste dag van oktober ontmoeten we de in Heerlen geboren onderzoeksjournalist. Hij werd bekend om zijn geruchtmakende artikelen in NRC Handelsblad over onder meer corruptie en bouwschandalen. Dohmen is een half uur te vroeg op onze interviewafspraak. Zijn sigaartje heeft hij al half opgerookt.

“Acht jaar geleden overleed mijn moeder, mijn vader Hub was al heel vroeg overleden. Ik was toen in 1979 nog een puber. Ik heb mijn vader eigenlijk nooit goed gekend. Ik had vaak ruzie met hem. Door de koffer die ze mij achterlieten kwam ik mijn vader weer tegen. Ik had toen veel verdriet over mijn moeder en begon daarom al die dingen op te schrijven. Twee jaar geleden dacht ik: wat doe ik daarmee? Als ik het in mijn laatje laat liggen is dat hetzelfde als dat ik de koffer op zolder laat staan.”

“Er zijn zoveel boeken over de mijnen, mijnwerkers en Limburg geschreven. Ik heb geprobeerd het in een wat breder kader te plaatsen om te begrijpen hoe de samenleving vóór ons in elkaar zat, waarin je dus die hele ontwikkeling meemaakt, niet alleen gefocust op de mijnen. Je ziet dat mijn ouders zich ontworstelen aan al die tradities, hoe de kerk verdwijnt uit het leven van de mensen, hoe de mijn verdwijnt, hoe de KVP verdwijnt.“

Winkel 191  Heerlen, Emmaplein

“Ik ben bij diverse mensen die mijn vader hebben gekend op bezoek geweest met de vraag: wie was dat nou die man? Dat werden hele ontroerende ontmoetingen met mensen die heel oud zijn, met de paar mensen die nog leefden en nog iets konden vertellen over mijn vader. Ik heb nog iemand gevonden die in mijn vaders eindexamenklas van de HBS zat. Sommigen hadden ook moeite om mij dingen te vertellen. Het is een openhartig iets waar ik ook met mijn broers en zus over gesproken heb. Ik denk dat het beeld dat je van mijn vader krijgt als je het boek helemaal gelezen hebt, je ook iets van diezelfde compassie ziet die je ook met Heerlen kunt hebben. Die parallel zit er in. Het is heel sneu hoe het gegaan is met hem. Hij had een gezond stel hersens, ging naar de HBS. Dat deden niet zoveel jongens voor de oorlog. Hij had makkelijk kunnen gaan studeren. Door omstandigheden blijft hij hier hangen in een baantje. Zijn karakter werd deels gevormd door thuis, met een hele strenge vader die bezig was met carrière maken. Die was de baas van de administratie van de Staatsmijnen. Reed al in een leaseauto, een Ford Consul, toen er nog nauwelijks auto’s rondreden.”

“Er zijn passages in het boek over de naderende dood van mijn vader, als hij depressief wordt. Max de Bruin, die nu heel oud is en met wie ik sprak over mijn vader, voorvoelde iets. (De Bruin was met Hub Dohmen mede-uitgever van Mosalect, Bloemlezing Uit De Limburgse Dialectliteratuur-HP). Over dat je een naderende dood en afscheid kunt voorvoelen. Hij vraagt zich af of dat bij mijn vader misschien het geval was. Dat zie je ook aan de gedichten die hij mijn vader schrijft, die zijn somber, richting het levenseinde.”

300px-Nationaal-Mijncentrum-Heerlen

“Het was eigenlijk niet de bedoeling om onderzoek te doen naar Marcel van Grunsven. Tijdens familiebijeenkomsten werd nooit over oom Albert gesproken. Die was in oorlogstijd burgemeester geweest in Echt. In het Nationaal Archief heb ik gekeken wat er over hem nog te vinden was. Daar lag zijn zuiveringsdossier waaruit blijkt dat hij in de oorlog verhinderde dat er een NSB’er als burgemeester kwam. Hij was dus niet echt fout in de oorlog. Ik dacht toen: hoe is het eigenlijk met Van Grunsven afgelopen? Ik kon er hier niks over vinden behalve de positieve verhalen. Er zijn veel boekjes verschenen die gingen over zijn heldendaden. Een stad wil het verleden altijd wat rooskleuriger opstellen dan het is. Vervolgens ben ik gedoken in de zuiveringsdossiers van politieagenten. De voorzitter van de zuiveringscommissie was Van Grunsven. In de eerste vergadering van de commissie zegt hij: ‘Ik moet afscheid nemen als voorzitter want ik ben zelf nog niet gezuiverd. Dit moet maar iemand anders doen.’ Na de ontdekking in de archieven beschrijf ik wat ik ontdekte, afstandelijk, niet veroordelend. Mensen moeten zelf maar beoordelen wat ze er van vinden. Maar het bleek dus dat er toch wel wat aan de hand was.”

“Op de internetsite van de gemeente is hij nog een held. Er is een plein naar hem vernoemd. Kijk, die man heeft een visie gehad en ook goede dingen gedaan. Toch denk ik dat Heerlen de oorlogsgeschiedenis nog eens onder de loep moet nemen. Lag de werkelijkheid niet toch iets genuanceerder dan dat heldenverhaal? Een stad moet zijn geschiedenis op orde hebben. Mijn boek is een aanwijzing dat er dossiers zijn die men niet goed kent. Dat moet je gewoon willen weten. Voor het collectieve geheugen moet dat gewoon kloppen. En nu klopt het niet.“

still07_content-expanded

“Veel mensen verbinden het lot van Heerlen aan het Maankwartier, terwijl dat Maankwartier niet het panacee is voor deze stad, daarvoor zijn de problemen veel te groot. Dat er meer kunst en cultuur is lijkt me prima, het biedt de stad in deze sombere tijden verstrooiing, maar het is geen oplossing voor de problemen. Die zijn door een gemeentebestuur ook heel moeilijk op te lossen. Ik zou niet graag gemeentebestuurder willen zijn. Wat deze stad is overkomen is heel erg. Er zijn weinig steden in Nederland die zoveel sociaaleconomische problemen hebben als Heerlen. Er zijn hier wijken die quasi afgeschakeld zijn van de gewone samenleving waar bijna niemand meer werkt. Wel klagen aan de bar maar niet gewend zelf initiatief te nemen en in een soort verkramping achterblijven. Van generatie op generatie groeien er kinderen op in wijken die niet met de paplepel krijgen ingegoten dat je voor je inkomen moet werken. Het is niet eens meer een kwestie dat ze geen werk meer kunnen vinden; het is uit het systeem.”

S
(foto: Harry Prenger)

“Er is volgens mij wel een vingerwijzing in de richting waarin Heerlen moet evolueren: richting Aken. Ik denk dat dat de oplossing kan zijn. Het is natuurlijk te gek dat daar studenten in containers wonen en er miljarden worden geïnvesteerd. Wat men hier nodig heeft is werk. En dat ligt aan de andere kant van de grens. De toekomst ligt niet alleen in Maastricht maar voor Heerlen richting zuidoost, aan de andere kant. Daar ligt een gigantisch potentieel. Aken heeft hoogwaardige, lage en middelbare banen. Als je kijkt hoe daar de IT sector bloeit. Daar is science, automotive, technische banen waar veel vraag naar is, maar dan moeten de kinderen hier wel Duits leren. Toen wij opgroeiden met Duitse tv-programma’s zoals Bonanza zat het Duits in de oren, dat was een vanzelfsprekendheid. Nu is dat niet meer zo. Bij het Bernadinuscollege is dat sinds kort veranderd. Er wordt nu minimaal drie jaar Duits gegeven, wat een heel goed initiatief is.”

“De voorwaarde voor een bloeiende samenleving is in de eerste plaats economie en daarop volgt dan een culturele opleving. Toen de mijnen er waren was er veel geld, dan groeit ook het culturele leven. Er komen kunstenaars op af, mensen met geld, een katalysator voor veel ontwikkelingen. Heerlen mist die katalysator. Het is zeer te prijzen dat er allerlei culturele activiteiten zijn, ondanks het gebrek aan die andere zaken. Op zich is dat goed, je moet er niet aan denken dat zelfs dat er niet zou zijn.“

De daag sjpówwe zich vuurbij
wie auto’s op ‘n autobaan.
Van vreugjoar noa zoeëmer,
van herfs noa wingkter.
‘t Leëve geet wier,
mit of zónger ós.
Ouwer en messjie wieëzer gewoeëde
dinkt me, ooch dek mit ironie
an wat woar en neet mieë is.
Leëve en doeëd,
ze ligke zoeë kót neëve ee
es twieë geleefde i ge bed.

Hubert van Caumer (pseudoniem van Hub Dohmen)

Joep Dohmen – De Geur Van Kolen (LVD-U 2013)

(eerder verschenen op ZwartGoud)

Joep Dohmen De Geur Van Kolen kritische biografie over Heerlen

9200000020674072

Heerlen krijgt het boek dat het verdient. Een kritische, meeslepende biografie van de stad die ooit gold als een van de meest welvarende en snelstgroeiende steden van ons land. Menigeen zal er van opkijken. Heerlen? Energiehoofdstad van Nederland? De gemeente die de rest van het land van energie voorzag? Tijdens het lezen ontstaat een geheel ander beeld dan het nog altijd hardnekkige imago van toevluchtsoord voor dealers en verslaafden.

De Geur Van Kolen is het derde in korte tijd verschenen boek dat zich afspeelt in de mijnstreek, het huidige Parkstad. Na het autobiografische Extra Tijd van Anton Dautzenberg en Wiel Kusters’ familieschets In En Onder Het Dorp, beschrijft onderzoeksjournalist en Heerlenaar Joep Dohmen de historie aan de hand van het ontstaan van de mijnindustrie. Parallel hieraan verloopt zijn eigen familieverhaal.

Meer in het bijzonder over Hub en Annemieke Dohmen, Joeps ouders. Aanleiding is een koffer vol persoonlijke bezittingen die zijn vader achterliet. Voor Dohmen aanleiding voor een speurtocht in het verleden. Hij dook in archieven, sprak met betrokkenen. Zijn schrijfstijl helpt een handje: vlot, no-nonsense, haarscherp, niet om de hete brij draaiend. Over zijn ouders schrijft hij mooi observerend, alsof ze figuren uit een roman zijn. Dat Dohmen in de eerste plaats onderzoeksjournalist is blijkt uit zijn scherpe analyse van de invloed die de mijndirecteuren en de katholieke kerk hadden op Heerlen, zeker in hun gezamenlijke strijd tegen alles wat socialistisch was.

Opvallend is Dohmens ontdekking over burgemeester Marcel van Grunsven. In Heerlen wordt hij gezien als held, als een van de vernieuwers van het voormalige plattelandsdorp dat Heerlen ooit was. Met behulp van de winsten uit de mijnwinning kon Heerlen de moderne stad worden die de jonge burgemeester voor ogen stond. Dat is voor een deel gelukt. Wat volgden waren architectonische hoogstandjes (Glaspaleis) en een strategische herindeling van de binnenstad. Dohmen beschrijft het ontstaan en de ontwikkelingen ervan tot in detail. Zo ook over de bemoeienissen van de “autoritaire” Van Grunsven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Die gingen veel verder dan het te vriend houden van de bezetter. Op eigen houtje ondernam hij initiatieven waar hem door de Duitsers niet om was gevraagd.

In Heerlen is men een beetje geschrokken van Dohmens ontdekking. Grote kans dat de geschiedschrijving dient te worden bijgesteld na een mogelijk onderzoek naar de handel en wandel van de oud-burgemeester. Dat een en ander gevoelig ligt blijkt uit de toespraak van stadshistoricus Roelof Braad tijdens de presentatie van Dohmens boek. Hardop vraagt hij zich af of de passage over het oorlogsverleden van Van Grunsven op deze wijze in het boek had moeten staan.

Heerlen mag als mijnstad geruïneerd zijn, Dohmen eindigt zijn boek gematigd positief. De stad bouwt, letterlijk, stap voor stap, met hindernissen (bevolkingskrimp, economische crisis, leegstand) aan een nieuwe toekomst. De voltooiing van het nieuwe station Maankwartier, restauraties van historische gebouwen en investering in kunst en cultuur, hebben Heerlen de afgelopen jaren een nieuw elan gegeven. De damp uit de mijnschachten is opgetrokken, de steenkoolgruis bijeengeveegd. Het is Dohmen niet ontgaan. Nu de rest van Nederland nog.

Joep Dohmen – De Geur Van Kolen (Uitgeverij LVD-U, 2013)