Vinylbox Studio 12 zet Haarlemse Ultrabeweging voorgoed op de kaart

Nexda. Zeg de bandnaam hardop en je krijgt een idee van de muziek die erbij hoort. Typerend voor de experimentele beginfase van de jaren tachtig. Dat de intonatie van de bandnaam bijna iets weggaf over de aard van de muziek. Terwijl grote namen artistiek gezien het spoor bijster raakten (David Bowie, Bob Dylan, Rolling Stones), kon je voor muzikaal avontuur terecht bij een onderstroom aan kleine platen- en cassettelabels. Alles in eigen beheer om met minimale middelen een maximaal effect te bereiken. Mooi meegenomen dat veel betrokkenen net van de kunstacademie kwamen. Het was de tijd van undergroundblad Vinyl (inclusief flexiplaatje) als tegenhanger van Muziekkrant OOR. En achteraf het verbijsterende besef dat de VPRO met radioprogramma Spleen twee uur lang experimentele muziek uitzond, op zondagmiddag.

Underground was ook Ultra, een kunst- en muziekbeweging ontstaan uit een serie concerten in het Amsterdamse Oktopus. Muziek? Hoekig, licht abstract, een tikje absurdistisch. Er werd geëxperimenteerd vanuit de ideologie dat het verklanken van ideeën belangrijker was dan popliedjes met kop- en staart. Bekendste namen: Minny Pops, Mekanik Kommando en Nasmak. De beweging waaide algauw over naar andere steden waaronder Haarlem.

Tussen 1980 en ’84 verscheen veel Ultramuziek uit de Noord-Hollandse stad via Studio 12. Studio, cassettelabel en ontmoetingsplek voor een stel vrienden en gelijkgestemden. Stuwende kracht is Wim Dekker, destijds tevens eigenaar van kleding- en platenzaak Amigos. Het is in deze winkel dat The Ex in 1980 haar debuut-lp presenteert. De drummer speelt met de rug naar het publiek wegens ruimtegebrek. De oorspronkelijke cassettebandjes van Studio 12 zijn nu verdeeld over vijf plakken vinyl in een fraai vormgegeven boxset. Oplage 444 stuks. Je krijgt er ook nog een boekje en een single bij. Eerste hoogtepunt is de introductie Muzak For Critics, waarop Pieter Mulder de toon zet met een bizar, duister werkje vol vervorming en vertraging. De rest van de plaat bevat instrumentale nummers met ritmeboxjes en ijle sfeermuziek door middel van synthesizers, o.a. bespeeld door Dekker. Bijna een alternatieve soundtrack voor The Shining en Blade Runner.

De boxset bevat louter herontdekkingen. Neem Die Krü Blødt. Metalen techno en dubmuziek bijeengehouden door weirde interventies die leiden tot een sculptuur aan verwrongen geluid en zang. In weerwil van de rare naam is de muziek prachtig en tegelijk dansbaar. De invloed van dubguru Lee Perry valt ook te horen bij Karin Hueting & Ivo Schalckx, kortweg K&I. Het tweetal gebruikt het genre als basis voor verkenning en samensmelting van klanken die een op de een of andere manier een ongrijpbare emotie oproepen. Nexda, de band die Studio 12 het meest frequenteerde, klinkt anno nu tamelijk magertjes. De rituele ritmes en de lange speelduur van de nummers werken averechts, temeer omdat de muziek uiteindelijk nergens naartoe gaat. Beter op dreef is Nexda opeens op de plaat Dirt & Junkride. Absurdisme vermengd met klapwiekende dub.

Het meest fascinerende van deze uitgave is dat de muziek eens kan worden beluisterd los van de context van toen. Horen hoe vernieuwingsdrang leidt tot ongekende klankmogelijkheden. Heel bijzonder om te ontdekken hoe goed het achteraf allemaal was en belangrijker, nog altijd is. Verfrissend: muziek die op zoek gaat naar een probleem in plaats van naar een oplossing. Muzikanten die zichzelf wegcijferen. Niet voor niks heten opvallend veel nummers Untitled. Er is al een tijdje internationale herwaardering voor de Ultrabeweging, dankzij tentoonstellingen en publicaties. Originele platen en cassettes zijn collector’s items. Eigenlijk is de stroming net zo waardevol en legendarisch als de Nederbeat van de jaren zestig.

Laten we de vaderlandse bescheidenheid voor een keer varen met dit artefact uit de jaren tachtig. Deze boxset is een cultuurhistorisch document van de Nederlandse popmuziek. Een klassieker in wording.

Studio 12 Recordings 1980-1984 (Blowpipe Records/Vinyl On Demand Records 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

De kunst van de weerstand Deel 1: Distel

CS484791-01A-BIG

Wie had ooit gedacht dat de meest eigenzinnige popmuziek uit de beginjaren tachtig nog eens van invloed zou zijn bij een deel van de huidige generatie muzikanten? Google Mekanik Kommando en prompt kom je op internationale blogs waar met ontzag wordt gesproken over de door synthesizers gedomineerde muziek uit die tijd. Andere belangrijke namen van toen: The Young Lions, Plus Instruments, Clan Of Xymox. Het voormalige undergroundblad Vinyl stopte bij elk nummer een flexiplaatje met de toen volstrekt onbekende voorhoede van de elektronische popmuziek. In alles bleken die acts tegenhanger van wat indertijd populair was.

Terwijl Doe Maar en Het Goede Doel topveertig successen vierden, ontstond er een levendige tegencultuur in met name Nijmegen, Eindhoven en Amsterdam. De muziek klonk spartaans en tegendraads met de voor Nederland kenmerkende kunstzinnige abstractie. Pas nu blijken de aanstormende experimentelen, die ook wel Ultramodernen werden genoemd, niet die roependen in de betonnen stadswoestijn waar ze lange tijd voor werden aangezien. Tegenwoordig is hun invloed gangbaar met begrippen als minimal, synth en cold wave.

Bij een eerste kennismaking is de kans groot dat het debuutalbum van het Nijmeegse Distel ernstig tekort wordt gedaan. Vooruit, de overeenkomsten liggen voor het oprapen. Toch is er meer aan de hand dan nichemuziek voor fijnproevers en het ogenschijnlijk nabootsen van dat befaamde jarentachtiggeluid. Distel is het geesteskind van Peter Johan Nijland; onder diverse pseudoniemen geruime tijd actief als (opdracht)componist en muzikant. In Distel noemt hij zich trouwens Aeter, zijn compaan Ludo de Moraatz hanteert als schuilnaam Scramasax. Puur groeide de afgelopen maanden in kleine kring uit tot een bescheiden sensatie. Lovende recensies alom. Er is dan ook iets bijzonders aan de hand met deze plaat.

Distel weekt zich juist subtiel los van de klank van dertig jaar geleden. Eigenlijk maakt het duo meer dan muziek alleen: een collage van donkere romantiek, melancholie en trekjes licht onbehagen neigend naar gevoelens van paranoia. Dat laatste wordt versterkt door de spaarzame zang die diep in de muziek zit gemixt. Omdat de geluiden en melodieën afstoten en aantrekken, van achtergrond naar voorgrond, lijkt het soms alsof je twee, drie nummers tegelijk hoort. Dat is trouwens bedoeld als compliment. Puur bevat een toegankelijk soort experimentele popmuziek, gemaakt met synthesizers in plaats van via laptop voorgeprogrammeerde software. Wat Puur werkelijk ongrijpbaar maakt is de omwenteling van experimenteel naar impressionistisch en omgekeerd. Muziek als een dichtgeplamuurd schilderij van Anselm Kiefer. Alsof je in volledige duisternis hooguit het waakvlammetje van een olielantaarn ziet flikkeren. En het album wordt bijeengehouden door andere onverwachte tegenstellingen: hermetisch en organisch, poëtisch en complex. Opgenomen werd de plaat in Nijmegen en Parijs. Puur is een zintuiglijk meesterwerkje. Net zo onuitwisbaar als de steenkoolgruis op de gezichten van de bandleden op de hoesfoto.

Distel – Puur (Enfant Terrible 2013)

(eerder verschenen op The Post Online)