Boek The Rolling Stones On Air In The Sixties: hoe de Stones zich een weg baanden door de heersende middenklasse

Het lijkt alweer heel lang geleden maar zelfs The Rolling Stones waren ooit onbekend en zeer onbemind. The Rolling Stones On Air In The Sixties geeft een aardig beeld van de wijze waarop de band begin jaren zestig in een mum van tijd groot en populair werd. Antwoord? Gewoon door hard te werken. De talloze optredens in de media, met name voor de Britse tv en radio, deden de rest. De Stones hadden in elk geval een enorme ambitie om het te gaan maken. Medeoprichter Brian Jones benaderde zelf maar vast de BBC voor een auditie, die overigens werd afgewezen. De rauwe bluescovers van de Stones vielen natuurlijk meteen op tussen de argeloze amusementsmuziek van toen.

Voorafgaand aan het debuutalbum uit 1964 had de band er al honderden optredens op zitten: in achterafzaaltjes, als onderdeel van packagedeals waarbij je op een avond het podium deelde met andere acts, of in lokale en landelijke tv-programma’s. We hebben het over de tijd van de zwart-wit beeldbuis, van zangers die niet live ‘zongen’ maar met een geluidsband (playback). De opmars van de rock-‘n-roll werd destijds vooral opgepikt door piratenzenders op zee of het lastig te ontvangen Radio Luxemburg.

Het keurige Engeland wist zich lange tijd geen raad met een tienerpubliek dat hysterisch reageerde tijdens Stonesoptredens die vaak ontaardden in vechtpartijen met de politie. Onderling werden door de bandleden zelfs weddenschappen afgesloten over hoe lang een concert zou duren.

The Rolling Stones botsten met de goede zeden, met de burgerlijke ethiek en de autoriteiten in het korset dat Groot-Brittannië heette. Je kunt het je tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen. Op zeker moment werden ze vanwege hun kleding zelfs geweigerd in een restaurant. “Ze waren van kwajongens uitgegroeid tot voer voor de tabloids”. Journalisten stelden vaker vragen over de langharige kapsels die ze droegen dan over de muziek.

Dit lijvige hardcoverboek handelt met name over hoe de Britse media omsprongen met de onwennig aanvoelende popmuziek in het algemeen en de Stones in het bijzonder. Men veronderstelde dat het na twee jaar wel zou overwaaien. Prachtig onderwerp dus. Helaas wil de tekst van auteur Richard Havers maar geen verhaal worden dat je bij de lurven grijpt. Hij beperkt zich tot een droog relaas van feiten en datums. Tot vervelens toe noemt hij telkens alle tv-presentatoren en andere acts van een bewuste uitzending. Om maar te zwijgen van de slordige gewoonte om het programma Ready Steady Go! soms voluit te schrijven, dan weer als afkorting. Verder stipt hij zaken aan zonder ze nader te duiden. Dat de Stones 1 miljoen dollar ontvingen voor de bijdrage aan de speelfilm Only Lovers Left Alive is leuk om te weten, maar Havers laat na te melden dat de film nooit werd voltooid.

De vele prachtige zwart-wit foto’s maken veel zo niet alles goed, evenals de replica’s van originele documenten, waaronder entreekaartjes en de correspondentie die op gegeven moment ontstond over de irritatie tussen het Stonesmanagement en de BBC. Ook Brian Jones’ handgeschreven brief met het auditieverzoek staat erin. Verder wordt duidelijk in het overzichtelijk vormgegeven boek dat The Rolling Stones meedogenloos en zonder ver om te kijken zich een weg baanden door de oudere, heersende middenklasse. Brave pa en ma moesten tot hun verbijstering toegeven dat de opmars van de rock-‘n-roll en die van de Stones niet meer was te stuiten.

The Rolling Stones On Air In The Sixties (achter de schermen bij een band in opkomst) (Kosmos Uitgevers 2017)

Léon Hanssen bekijkt Piet Mondriaan doortastend en eigenzinnig

Mooi meegenomen wanneer een voorpublicatie leidt tot ophef. Léon Hanssen, hoogleraar en biograaf van Piet Mondriaan fronste zijn wenkbrauwen toen hij tijdens een expositie in Brussel een verloren gewaand doek van de kunstenaar zag. Na uitgebreid onderzoek kwam hij samen met een restauratrice tot de ontdekking dat het echter om een vervalsing ging. Extra pijnlijk omdat het schilderij was uitgeleend door het Stedelijk Museum. De eigenaar bleek bovendien bevriend met museumdirecteur Beatrice Ruf. Dan zal het wel goed zijn dacht men bij museum zonder nader onderzoek te verrichten. De ontdekking is een van de spannendste hoofdstukken in Alleen Een Wonder Kan Je Dragen.

Léon Hanssen (Kerkrade 1955) is al langere tijd bezig schilder en de mens Mondriaan te ontrafelen en opnieuw te duiden. In 2015 verscheen het eerste deel van zijn biografie. Een tweede deel is momenteel in voorbereiding. Deze uitgave van de in Rimburg gevestigde cultuitgeverij Huis Clos kunnen we zien als een ‘tussendoortje’. Maar wel eentje waar Mondriaanadepten niet omheen kunnen.

De tien verschillende essay-achtige stukken vertellen onderling misschien geen samenhangend verhaal over een van de pioniers van de moderne kunst. Hanssen bekijkt zijn onderwerp vanuit perspectieven waarin wel degelijk biografische aspecten doorsijpelen, waaronder het veelbesproken kluizenaarsleven van de schilder dat geheel in dienst stond van zijn kunst. In het Nederland van begin vorige eeuw had men moeite met deze zonderling en “controlefreak”. Mondriaan was zo volstrekt autonoom dat men zelfs in kunstenaarskring de kriebels van hem kreeg.

Hanssen maakt duidelijk dat de maker van de abstracte stilteschilderijen net als Van Gogh werd weggepest uit ons land. Hanssen staat er uitvoerig bij stil, evenals bij Mondriaans verblijf in New York. Hier zou hij vanaf eind jaren dertig zijn bekendste doeken maken, waaronder het nooit voltooide Victory Boogie Woogie. “De visie op Mondriaan zoals we hem vandaag de dag kennen als de meester van het modernisme, is eerst en vooral een prestatie van Amerika.” Daar zit je dan in 2017 met je honderdjarige jubileum van De Stijl, de kunststroming waartoe ook Mondriaan behoorde.

Hanssen maakt verder fijntjes van de gelegenheid gebruik om met een andere biografie over Mondriaan korte metten te maken. Dit boek van Hans Janssen, conservator van het Haags Gemeentemuseum, “ademt iets van de hedendaagse zucht naar idolen”. Ook andere publicaties over de schilder moeten het ontgelden. Hanssen heeft duidelijk weinig op met biografieën die volgens hem zijn opgeleukt om een groot lezerspubliek te trekken. Hanssen heeft een beetje een drang naar gelijkhebberigheid waarin hij zich het Mondriaanschap min of meer lijkt toe te eigenen. Dat gaat soms ver. Zelfs het graf van de kunstenaar, een houten bord op een plank die door de wind scheef is komen te staan, moet het ontgelden. “Had Mondriaan zich tijdens zijn leven consequent verzet tegen het gebruik van de diagonaal, nu werd zijn graf gemarkeerd door zo’n lamme, schuine lijn.” Waarna de hoogleraar tot actie over gaat: “Ik besloot tot een daad van rechtvaardiging en trok het bord uit de grond.”

Maar verder is Hanssen de observerende en onderzoekende “vagebond”: minder oog voor de “hoofdwegen en een voorkeur voor de rafelranden van het geciviliseerde leven.” In feite houdt hij zijn onderwerp telkens via een andere invalshoek tegen het rigide licht van de kunsthistorie. Zo vergelijkt hij in een hoofdstuk het leven van Mondriaan met de componist Prokofjev, of voert hij diverse redenen aan waarom Mondriaan op zeker moment de letter a weglaat in zijn achternaam. Nederland is het enige land waar de kunstenaar Mondriaan wordt genoemd, in het buitenland staat hij bekend als Mondrian.

Ook gaat de schrijver in op de verschillende dimensies van de molens die de kunstenaar in het begin van zijn carrière schilderde. Hanssen schermt niet per se met nieuwe kunsthistorische feiten, behalve dan de eerder genoemde ontmaskering, maar omzeilt de encyclopedische kunstgeschiedenis in stukken die doortastend zijn geschreven. Hier heerst de prikkeling, de verbeelding én omzeiling van clichés en aannames, waardoor je toch anders gaat kijken naar leven en werk van een al even eigenzinnig kunstenaar.

Léon Hanssen – Alleen Een Wonder Kan Je Dragen over het sublieme bij Mondriaan (Huis Clos 2017)

Plaatsvervangers van Thomas Heerma van Voss: popmuziek als autobiografie

Wanneer Thomas Heerma van Voss over popmuziek schrijft bedoelt hij eigenlijk zíjn vorm van popmuziek. In Plaatsvervangers is de Amsterdamse romanschrijver geobsedeerd door zijn favoriete artiesten en tegelijk uiterst openhartig over zijn eigen leven in samenhang met de muziek.

Zijn streven is duidelijk: “Ik heb geen maatschappelijke boodschap of missie, wellicht niet eens een educatief oogpunt, ik wil alleen de onrust in mijn hoofd verdrijven, alles op een rijtje krijgen om het de zweem van een functie te geven.”

Volgens de achterflap schrijft Heerma van Voss over muzikanten die iets kunnen wat hij niet kan. Over rappers die overal lak aan hebben. Hij schaamt zich er bijna voor. Dan is hij nog de puber die veilig achter zijn pc zit in zijn jongenskamer in Amsterdam Oud-Zuid. Op de omslag een grammofoonplaat met ezelsoortje.

Heerma van Voss is niet alleen idolaat maar ook in staat om op journalistieke wijze muziek te duiden en in een context te plaatsen. Bijna je reinste gonzoverslaggeving. Je komt het nauwelijks meer tegen in de Nederlandse media. Een van de beste stukken in deze bundel met zes omvangrijke verhalen, is zijn eerbetoon van vijftig pagina’s over de omstreden hiphopartiest Tim Dog. Een fascinerende figuur waarover Heerma van Voss bevlogen en net zo fascinerend schrijft. Een ander hoogtepunt is zijn avontuur in New Orleans op bezoek bij de vergeten rapper Master P.

De schrijver gaat persoonlijke teleurstellingen niet uit de weg wanneer hij merkt dat artistieke verrassingen bij de door hem bewonderde muzikant op gegeven moment uitblijven. Bijvoorbeeld wanneer hij gaandeweg zijn interesse verliest in de Britse zanger Damon Albarn en diens talrijke muziekprojecten. “Wanneer kwam er eindelijk weer een twist die ik niet had zien aankomen of meteen kon begrijpen?”

Plaatsvervangers handelt zoals gezegd over popmuziek en Heerma van Voss zelf. “Ik bevind me in een ruimte waarvan ik geen idee heb hoe ik er ben beland en ik tast anderen af om te achterhalen wat ze denken, om tevergeefs te voorkomen dat ze me vergeten.” Dat de schrijver zich oprecht en kwetsbaar opstelt, versterkt de kracht en klasse van deze autobiografische verhalen. Of ze nu over hiphop gaan, filmcomponist Hans Zimmer, of over zijn voormalige website Hiphopleeft. “Er zijn mensen die muziek vooral beschouwen als vorm van vermaak. Voor mij draaide mijn bestaan erom. Ik vormde mijn identiteit aan de hand van klanken die uit mijn cd-speler kwamen.”

Thomas Heerma van Voss – Plaatsvervangers (Thomas Rap/De Bezige Bij 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Boek Art Record Covers toont liefdevolle relatie popmuziek, beeldende kunst en vinyl

art-record-covers-omslag

De band tussen popmuziek en beeldende kunst is meer dan innig sinds Andy Warhols iconische bananenhoes voor de Velvet Underground. Of anders wel sinds de Beatlesplaat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Kunstenaars Peter Blake en Jann Haworth bedachten in 1967 de beroemde collage-enscenering op de voorkant. Popmuziek en beeldende kunst zijn intussen uitgegroeid tot een complementaire verstrengeling van massacultuur en museumkunst. Ondanks dat er niet altijd een verband bestaat tussen het artwork op de hoes en inhoud van de plaat, zijn beide kunstdisciplines in een echelon beland waarin ze elkaar versterken. Dan gaat het om opdrachthoezen, samenwerking tussen artiest en kunstenaar, of licentiegebruik van een bestaand schilderij (Gerhard Richters Kerze voor Daydream Nation van Sonic Youth).

De omvangrijke Taschenuitgave Art Record Covers bevat niet alleen de klassiekers, maar, heel prettig, een lichte voorkeur voor de “post-internet generatie”. Relatief nog onbekende kunstenaars die internet en digitale technologie als onderwerp en medium gebruiken. Die keuze leidt tot verrassingen en ontdekkingen. Albumhoezen vanaf pakweg 2000 waarvan je niet eens wist dat ze gemaakt zijn door kunstenaars. In de ruim vijfhonderd afbeeldingen wordt daarnaast geen onderscheid gemaakt tussen arrivés en autodidacten, tussen museumkunst en graffiti.

Af en toe glippen er in tegenspraak met de titel van het boek cd-hoesjes tussendoor. Ongeacht de bescheiden afmeting komen we werk tegen van grote namen uit de kunstgeschiedenis (Gilbert & George, Anish Kapoor).

julian-schnabel-madre
Julian Schnabel – Red Hot Chili Peppers

Uitgebreid vertellen kunstpunkers Shepard Fairey en Raymond Pettibon over hun werkwijze in verhouding tot hun voorliefde voor popmuziek. Pettibon bekent dat hij vrijwel nooit geld vraagt voor zijn bijdragen aan een albumhoes. Ook Kim Gordon, Tauba Auerbach en Albert Oehlen (van de anarchistische kunstbeweging Neue Wilden) komen aan het woord. Overigens bevat het boek niet alleen rockalbums. Bij een handjevol rapplaten tonen de samenstellers oprechte belangstelling voor graffitikunstenaar Futura 2000. Ruim aandacht is er ook voor een van de zeldzaamste uitgaven op vinylgebied. In 1976 vervaardigde multimediakunstenaar Jack Goldstein een audiosuite van negen gekleurde vinylsingles met o.a. geluiden van The Tornado en Two Wrestling Cats.

Hoezen fotograferen én realistisch weergeven over een hele pagina blijkt niet eenvoudig. Sommige afbeeldingen missen de ‘sfeer’ van de originele hoes. Zo blijft er van het metallic artwork op Lady Gaga’s Art Pop door Jeff Koons, weinig over dan een fletse weergave. Maar dit zijn slechts minpuntjes. Er valt zoals gezegd heel veel te ontdekken: bij elke hoes wordt uitleg verschaft over muzikant en kunstenaar, beknopt en inzichtelijk. Bovendien zijn de samenstellers niet over een nacht ijs gegaan. Tien jaar onderzoek ging aan de inhoud van het bijna vier kilo wegende boek vooraf. Verzamelingen en muziekarchieven werden doorgespit, waaronder het 47.000 platen tellende ARChive Of Contemporary Music in New York en de ongetwijfeld eveneens omvangrijke discotheek van Radio France.

Art Record Covers is een prachtig boek voor liefhebbers van popmuziek, beeldende kunst en vinyl. De keuze van de albums nodigt uit je eigen platencollectie nog eens na te kijken op hoezen met kunst én kan mogelijk aanzetten tot een nieuwe verzamelwoede.

taschen art_record_covers

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Anton Dautzenberg levert subtiel sluimerende kroniek van onze tijd

dedagdatdegierenbuigen

Anton Dautzenberg is een van de weinige schrijvers die buiten het veilige bastion van het literaire wereldje engagement toont. Onlangs verscheen op zijn initiatief een magazine over “stille armoede”. Inhoudelijk bleek deze Quiet500 veel meer dan een persiflage op miljonairsblad Quote500. De cover was gemaakt van schuurpapier.

Meer ongemak sluimert in Dautzenbergs recente boek De Dag Dat De Gieren Buigen. Aanvankelijk heb je als lezer niks in de gaten, maar beetje bij beetje worden zowel het verhaal over hoofdpersoon Tamalone en tientallen losstaande dialogen betekenisvol.

Tamalone is een plotsklaps blind geworden schrijver die stoutmoedig de stad verkent en de gesprekken tussen mensen beluistert. Een man zonder vrienden en liefde. Ter compensatie streeft hij naar onzichtbaarheid. “In het begin was het even zoeken naar de juiste houding, maar inmiddels weet Tamalone hoe onzichtbaarheid er voor de buitenwereld uitziet: hoofd buigen, schouders versmallen, handen op de knieën. En vooral: niet bewegen”. Tamalone is niet heel toevallig ook de hoofdfiguur uit een aloude bildungsroman van Arthur van Schendel (Een Zwerver Verliefd) dat bol schijnt te staan van de melancholie en verlangen naar geluk en eenzaamheid.

Typerend voor de afwijkende literaire vorm die Dautzenberg vaker kiest, is de constructie van het boek. Het verhaal over Tamalone wordt afgewisseld met dialogen die ogenschijnlijk niks met hem van doen hebben, maar wel de actualiteit raken of erlangs scheren; iemand bereidt een ontgroening voor, de Pokémonrage komt aan bod. Over sommige van de andere gespreksonderwerpen tast je als lezer in het duister, maar duidelijk wordt dat mensen het meer oneens dan eens zijn met elkaar, of op verwijtende toon langs elkaar heen praten. Misschien zijn het wel de gesprekken die Tamalone hoort wanneer hij in de stad op een bankje plaatsneemt in de buurt van het plezierplein. Zonder een duidelijk standpunt in te nemen, biedt Dautzenberg een kijkje in een tijd die bol staat van de meningen, korte lontjes, ophef en onrust.

Ook Tamalone ontsnapt ondanks zijn handicap niet aan de bittere realiteit. Ongewild raakt hij tijdens een wandeling betrokken bij een protestmars tegen moslims. Allengs wordt de tegenstelling tussen Tamalones persoonlijke vrijheidsdrang en de rest van de maatschappij voelbaar: zijn eenzaamheid, innerlijke verlangens en gedachten, tegenover de gesprekken en dialogen van mensen die luidkeels een eigen waarheid creëren. Het maakt Tamalones lot des hardvochtiger en aangrijpender. Evenals de volgende constatering:

“Seksuele verlangens heeft hij ook niet meer. Zonder beelden ook geen begeerte. Hij kan woorden niet langer omzetten in verraderlijke rondingen, brutale billen en glinsterende geheimen. Tamalone gaat met zwart naar bed en staat met zwart op. Zijn binnenwereld is dood, een diepe krater gevuld met niets.”

Anton Dautzenberg staat bekend om acties waarin hij als een hedendaagse situationist waarheid en werkelijkheid te lijf gaat en tegelijk het aan mens en media klevende decorum doorprikt. Als schrijver blijkt hij een begenadigd stilist en fijnzinnig chroniqueur in een boek dat veel meer omhelst dan die ene Dag Dat De Gieren Buigen.

A.H.J. Dautzenberg – De Dag Dat De Gieren Buigen (Atlas Contact 2016)

Dust & Grooves is meer dan koffietafelboek over vinyl

Dust-and-Grooves-Book-1

Lezen over het verzamelen van platen kan natuurlijk ook erg leuk zijn. Neem Dust & Grooves, koffietafelboek met inhoud. Eilon Paz fotografeerde en interviewde liefhebbers over hun vinylverzamelwoede. Opvallend is de voorliefde die ze koesteren voor niet-westerse muziek. Verwacht dus geen verhalen over moeilijk te vinden persingen van de Beatles of Rolling Stones. In Dust & Grooves puilen de kasten uit van zeldzame platen uit Zuid-Amerika, Afrika of van Mediterraanse herkomst. Toch komen er nog heel wat parels en privépersingen aan bod uit de psychedelische muziek van de jaren zestig en zeventig.

Aan de basis van deze via crowdfunding tot stand gekomen uitgave lag een “road trip” die Paz ondernam om wereldwijd verzamelaars op te sporen; van Istanbul tot Holly Springs, Mississippi. Het boek is meteen een soort etnografische staalkaart van vinyl, bevat ruim vierhonderd pagina’s en weegt twee en een halve kilo. Inderdaad “adventures in record collecting”, aldus de subtitel.

Ondanks de keuzes voor obscuur vinyl zijn de verhalen over de totstandkoming van de collectie veel meer dan een feest der herkenning. Dankzij de prettige no-nonsense vragen die Paz stelt, bieden de antwoorden een verhelderend inzicht over ieders persoonlijke verzameldrang. Deze benadering tilt Dust & Grooves met gemak uit boven een hebbeding voor nerds of fijnproevers. Neem alleen al de honderden beelden die door Paz zijn voorzien van een warmbruine tint; foto’s die meer zeggen dan woorden. Alsof je bij de verzamelaars zelf op bezoek bent.

Bijzonder is de ontmoeting met Joe Bussard, geboortejaar 1936. De verstokte verzamelaar van jazz en blues op 78-toerenschijven van bakeliet, heeft een hartgrondige hekel aan popmuziek: “idiotic noise in my opinion”. Maar net als zijn collegaverzamelaars wisselt Bussard aanstekelijk enthousiasme af met parate kennis over de zeldzaamheid en de waarde van platen. Sheila Burgel vertelt uitgebreid over haar zwak voor sixties meidenpop. De 39-jarige ziet het zoeken en vinden van vinyl eveneens als een reis: “from not knowing to knowing”.

Het zijn met name de interviews waarin niet de meest voor de hand liggende platen langskomen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Song Of A Gypsy van ene Damon? Volgens sommigen de ontbrekende schakel tussen The Doors en Love. Stark Reality? Een swingende soulfunkvariant op The Mothers Of Invention. Een aantal verzamelaars noemt de Megaplatenbeurs van Utrecht als vanzelfsprekende trekpleister, of ze zijn beroepshalve met muziek en platen bezig. Zoals Ahmir Thompson alias Questlove, drummer van The Roots. Zijn collectie omvat meer dan 75.000 lp’s. De meest dierbare platen bewaart hij in zijn huis in New York op een vaste plek. Simpel, omdat hij dan tenminste zeker weet dat hij ze daar ook kan terugvinden. Op de badkamer.

Dust & Grooves Adventures In Record Collecting (Ten Speed Press)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50)

Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)