Boek Art Record Covers toont liefdevolle relatie popmuziek, beeldende kunst en vinyl

art-record-covers-omslag

De band tussen popmuziek en beeldende kunst is meer dan innig sinds Andy Warhols iconische bananenhoes voor de Velvet Underground. Of anders wel sinds de Beatlesplaat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Kunstenaars Peter Blake en Jann Haworth bedachten in 1967 de beroemde collage-enscenering op de voorkant. Popmuziek en beeldende kunst zijn intussen uitgegroeid tot een complementaire verstrengeling van massacultuur en museumkunst. Ondanks dat er niet altijd een verband bestaat tussen het artwork op de hoes en inhoud van de plaat, zijn beide kunstdisciplines in een echelon beland waarin ze elkaar versterken. Dan gaat het om opdrachthoezen, samenwerking tussen artiest en kunstenaar, of licentiegebruik van een bestaand schilderij (Gerhard Richters Kerze voor Daydream Nation van Sonic Youth).

De omvangrijke Taschenuitgave Art Record Covers bevat niet alleen de klassiekers, maar, heel prettig, een lichte voorkeur voor de “post-internet generatie”. Relatief nog onbekende kunstenaars die internet en digitale technologie als onderwerp en medium gebruiken. Die keuze leidt tot verrassingen en ontdekkingen. Albumhoezen vanaf pakweg 2000 waarvan je niet eens wist dat ze gemaakt zijn door kunstenaars. In de ruim vijfhonderd afbeeldingen wordt daarnaast geen onderscheid gemaakt tussen arrivés en autodidacten, tussen museumkunst en graffiti.

Af en toe glippen er in tegenspraak met de titel van het boek cd-hoesjes tussendoor. Ongeacht de bescheiden afmeting komen we werk tegen van grote namen uit de kunstgeschiedenis (Gilbert & George, Anish Kapoor).

julian-schnabel-madre
Julian Schnabel – Red Hot Chili Peppers

Uitgebreid vertellen kunstpunkers Shepard Fairey en Raymond Pettibon over hun werkwijze in verhouding tot hun voorliefde voor popmuziek. Pettibon bekent dat hij vrijwel nooit geld vraagt voor zijn bijdragen aan een albumhoes. Ook Kim Gordon, Tauba Auerbach en Albert Oehlen (van de anarchistische kunstbeweging Neue Wilden) komen aan het woord. Overigens bevat het boek niet alleen rockalbums. Bij een handjevol rapplaten tonen de samenstellers oprechte belangstelling voor graffitikunstenaar Futura 2000. Ruim aandacht is er ook voor een van de zeldzaamste uitgaven op vinylgebied. In 1976 vervaardigde multimediakunstenaar Jack Goldstein een audiosuite van negen gekleurde vinylsingles met o.a. geluiden van The Tornado en Two Wrestling Cats.

Hoezen fotograferen én realistisch weergeven over een hele pagina blijkt niet eenvoudig. Sommige afbeeldingen missen de ‘sfeer’ van de originele hoes. Zo blijft er van het metallic artwork op Lady Gaga’s Art Pop door Jeff Koons, weinig over dan een fletse weergave. Maar dit zijn slechts minpuntjes. Er valt zoals gezegd heel veel te ontdekken: bij elke hoes wordt uitleg verschaft over muzikant en kunstenaar, beknopt en inzichtelijk. Bovendien zijn de samenstellers niet over een nacht ijs gegaan. Tien jaar onderzoek ging aan de inhoud van het bijna vier kilo wegende boek vooraf. Verzamelingen en muziekarchieven werden doorgespit, waaronder het 47.000 platen tellende ARChive Of Contemporary Music in New York en de ongetwijfeld eveneens omvangrijke discotheek van Radio France.

Art Record Covers is een prachtig boek voor liefhebbers van popmuziek, beeldende kunst en vinyl. De keuze van de albums nodigt uit je eigen platencollectie nog eens na te kijken op hoezen met kunst én kan mogelijk aanzetten tot een nieuwe verzamelwoede.

taschen art_record_covers

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Anton Dautzenberg levert subtiel sluimerende kroniek van onze tijd

dedagdatdegierenbuigen

Anton Dautzenberg is een van de weinige schrijvers die buiten het veilige bastion van het literaire wereldje engagement toont. Onlangs verscheen op zijn initiatief een magazine over “stille armoede”. Inhoudelijk bleek deze Quiet500 veel meer dan een persiflage op miljonairsblad Quote500. De cover was gemaakt van schuurpapier.

Meer ongemak sluimert in Dautzenbergs recente boek De Dag Dat De Gieren Buigen. Aanvankelijk heb je als lezer niks in de gaten, maar beetje bij beetje worden zowel het verhaal over hoofdpersoon Tamalone en tientallen losstaande dialogen betekenisvol.

Tamalone is een plotsklaps blind geworden schrijver die stoutmoedig de stad verkent en de gesprekken tussen mensen beluistert. Een man zonder vrienden en liefde. Ter compensatie streeft hij naar onzichtbaarheid. “In het begin was het even zoeken naar de juiste houding, maar inmiddels weet Tamalone hoe onzichtbaarheid er voor de buitenwereld uitziet: hoofd buigen, schouders versmallen, handen op de knieën. En vooral: niet bewegen”. Tamalone is niet heel toevallig ook de hoofdfiguur uit een aloude bildungsroman van Arthur van Schendel (Een Zwerver Verliefd) dat bol schijnt te staan van de melancholie en verlangen naar geluk en eenzaamheid.

Typerend voor de afwijkende literaire vorm die Dautzenberg vaker kiest, is de constructie van het boek. Het verhaal over Tamalone wordt afgewisseld met dialogen die ogenschijnlijk niks met hem van doen hebben, maar wel de actualiteit raken of erlangs scheren; iemand bereidt een ontgroening voor, de Pokémonrage komt aan bod. Over sommige van de andere gespreksonderwerpen tast je als lezer in het duister, maar duidelijk wordt dat mensen het meer oneens dan eens zijn met elkaar, of op verwijtende toon langs elkaar heen praten. Misschien zijn het wel de gesprekken die Tamalone hoort wanneer hij in de stad op een bankje plaatsneemt in de buurt van het plezierplein. Zonder een duidelijk standpunt in te nemen, biedt Dautzenberg een kijkje in een tijd die bol staat van de meningen, korte lontjes, ophef en onrust.

Ook Tamalone ontsnapt ondanks zijn handicap niet aan de bittere realiteit. Ongewild raakt hij tijdens een wandeling betrokken bij een protestmars tegen moslims. Allengs wordt de tegenstelling tussen Tamalones persoonlijke vrijheidsdrang en de rest van de maatschappij voelbaar: zijn eenzaamheid, innerlijke verlangens en gedachten, tegenover de gesprekken en dialogen van mensen die luidkeels een eigen waarheid creëren. Het maakt Tamalones lot des hardvochtiger en aangrijpender. Evenals de volgende constatering:

“Seksuele verlangens heeft hij ook niet meer. Zonder beelden ook geen begeerte. Hij kan woorden niet langer omzetten in verraderlijke rondingen, brutale billen en glinsterende geheimen. Tamalone gaat met zwart naar bed en staat met zwart op. Zijn binnenwereld is dood, een diepe krater gevuld met niets.”

Anton Dautzenberg staat bekend om acties waarin hij als een hedendaagse situationist waarheid en werkelijkheid te lijf gaat en tegelijk het aan mens en media klevende decorum doorprikt. Als schrijver blijkt hij een begenadigd stilist en fijnzinnig chroniqueur in een boek dat veel meer omhelst dan die ene Dag Dat De Gieren Buigen.

A.H.J. Dautzenberg – De Dag Dat De Gieren Buigen (Atlas Contact 2016)

Dust & Grooves is meer dan koffietafelboek over vinyl

Dust-and-Grooves-Book-1

Lezen over het verzamelen van platen kan natuurlijk ook erg leuk zijn. Neem Dust & Grooves, koffietafelboek met inhoud. Eilon Paz fotografeerde en interviewde liefhebbers over hun vinylverzamelwoede. Opvallend is de voorliefde die ze koesteren voor niet-westerse muziek. Verwacht dus geen verhalen over moeilijk te vinden persingen van de Beatles of Rolling Stones. In Dust & Grooves puilen de kasten uit van zeldzame platen uit Zuid-Amerika, Afrika of van Mediterraanse herkomst. Toch komen er nog heel wat parels en privépersingen aan bod uit de psychedelische muziek van de jaren zestig en zeventig.

Aan de basis van deze via crowdfunding tot stand gekomen uitgave lag een “road trip” die Paz ondernam om wereldwijd verzamelaars op te sporen; van Istanbul tot Holly Springs, Mississippi. Het boek is meteen een soort etnografische staalkaart van vinyl, bevat ruim vierhonderd pagina’s en weegt twee en een halve kilo. Inderdaad “adventures in record collecting”, aldus de subtitel.

Ondanks de keuzes voor obscuur vinyl zijn de verhalen over de totstandkoming van de collectie veel meer dan een feest der herkenning. Dankzij de prettige no-nonsense vragen die Paz stelt, bieden de antwoorden een verhelderend inzicht over ieders persoonlijke verzameldrang. Deze benadering tilt Dust & Grooves met gemak uit boven een hebbeding voor nerds of fijnproevers. Neem alleen al de honderden beelden die door Paz zijn voorzien van een warmbruine tint; foto’s die meer zeggen dan woorden. Alsof je bij de verzamelaars zelf op bezoek bent.

Bijzonder is de ontmoeting met Joe Bussard, geboortejaar 1936. De verstokte verzamelaar van jazz en blues op 78-toerenschijven van bakeliet, heeft een hartgrondige hekel aan popmuziek: “idiotic noise in my opinion”. Maar net als zijn collegaverzamelaars wisselt Bussard aanstekelijk enthousiasme af met parate kennis over de zeldzaamheid en de waarde van platen. Sheila Burgel vertelt uitgebreid over haar zwak voor sixties meidenpop. De 39-jarige ziet het zoeken en vinden van vinyl eveneens als een reis: “from not knowing to knowing”.

Het zijn met name de interviews waarin niet de meest voor de hand liggende platen langskomen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Song Of A Gypsy van ene Damon? Volgens sommigen de ontbrekende schakel tussen The Doors en Love. Stark Reality? Een swingende soulfunkvariant op The Mothers Of Invention. Een aantal verzamelaars noemt de Megaplatenbeurs van Utrecht als vanzelfsprekende trekpleister, of ze zijn beroepshalve met muziek en platen bezig. Zoals Ahmir Thompson alias Questlove, drummer van The Roots. Zijn collectie omvat meer dan 75.000 lp’s. De meest dierbare platen bewaart hij in zijn huis in New York op een vaste plek. Simpel, omdat hij dan tenminste zeker weet dat hij ze daar ook kan terugvinden. Op de badkamer.

Dust & Grooves Adventures In Record Collecting (Ten Speed Press)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50)

Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Graukunst in Schunck: aanvallen van uitersten

Xenia Graukunst

“Mensen willen altijd het mysterie, ik geef ze de werkelijkheid”. Aldus de beroemde Britse kunstenaar Tracey Emin over haar werk. Een zelfportret waarop ze staat afgebeeld als zestienjarige met new wave look, is te zien tijdens Graukunst: tentoonstelling over tegendraadse kunst uit het begin van de jaren tachtig en nu. Ondertitel: A Shit In The Face Of History. Over de anti-alles houding bij gevestigde en jonge kunstenaars. En waar vindt deze opgeheven middelvinger tegen de gevestigde orde plaats? Nou gewoon, in de entreehal van het voormalige modehuis Schunck in Heerlen. Stad met een traditie van urban art en straatkunst.

Eerder dit jaar was de expositie in Amsterdam onderdeel van het Grauzonefestival. Een muzikale herbeleving van de experimentele kant van de jaren tachtig. Voortvloeiend uit graffiti, maar ook punk en new wave, kende deze periode een sterke hang naar het tegendraadse en subversieve. New York was het epicentrum voor rauwe, alternatieve kunstpunk die in Graukunst wordt vertegenwoordigd door Richard Kern, Alan Vega en John Fekner.

Opvallend. De twee samenstellers van Graukunst werden pas halverwege het decennium waar de expo over handelt geboren. Desondanks koesteren Natasja Alers en Leonor Jonker een grote voorliefde voor muziek en kunst uit dit tijdperk. Jonker: “Graukunst gaat over mensen die het toen en nu verbinden, die een antiautoritaire attitude delen, om hun houding en nonconformisme, dat ze zich niks aantrekken van trends en hypes. Het bijzondere is dat de drie sleutelfiguren in dezelfde jaren actief waren in New York, maar in totaal andere scenes. Toch heeft hun werk eenzelfde ondertoon gemeen.” Jonker is auteur van No Future Nu. In het boek beschrijft ze hoe het gedachtegoed van de punkcultuur onderdeel werd van de Nederlandse samenleving.

Ambiguous-Existence-22
Natasja Alers

Op het leren jack van Natasja Alers prijken buttons van punkbands. De grootste is van de Ramones. Alers over Graukunst: “Het is een bepaald soort sfeer, denken en levensstijl die mij erg aanspreekt. Wat ik herken is hoe zij in de jaren tachtig die onafhankelijke manier van denken hadden. Mijn eigen leven sluit daar heel erg op aan”. Alers is ook beeldend kunstenaar. Fascinerend zijn haar keramieksculpturen in de tentoonstelling. Sterk misvormde lichamen of iets wat er op lijkt. Afstotend en aantrekkelijk tegelijk bevinden ze zich in een staat van stilstaande beweging, in een bevroren houdgreep. Je blijft er geboeid naar kijken als een ramptoerist bij een ongeluk.

In Fingered dendert de werkelijkheid de kunst binnen en omgekeerd. In de grofkorrelige lowbudgetfilm van Richard Kern en zangeres Lydia Lunch wordt het onderscheid tussen seks en geweld opgeheven en evenredig bij de kijker erin geramd. Alers: “Dat gewelddadige is bijna cartoonesk, stripachtig. Kijk ook maar eens naar de eerste punkzines”.Fingered wordt getoond door een ‘peephole’. Dat kijkt tamelijk ongemakkelijk; het geeft vertoning en film onterecht een zweem van voyeurisme.

Waarom geen opvoering in het enkele etages hoger gesitueerde filmhuis? Dat Schunck dagelijks ‘alle leeftijden’ over de vloer krijgt, noodzaakte het cultureel centrum wellicht tot deze noodgreep in de entreeruimte. Anderzijds kan de gekozen plek de niet in afwijkende kunst geïnteresseerde bezoeker prikkelen. Wie bij binnenkomst een blik opzij werpt ziet een foto waarop een bijna naakt meisje een handstand maakt bovenop een wc. Haar hoofd verdwijnt in de toiletpot.

Alan Vega Vision
Alan Vega

Alan Vega werd bekend als zanger van Suicide; pioniers van synthesizerklanken op standje unheimisch. Vega, terugblikkend in een recent interview: “Suicide ging altijd over het leven. Maar we konden de band moeilijk Life noemen. Daarom werd het Suicide, omdat we het leven wilden herkennen.” Weer dat teruggrijpen naar de realiteit, naar het even banale als onontkoombare van alledag. Zoals ook te horen valt in Suicide’s beklemmende nummer Frankie Teardrop, dat handelt over een straatarme fabrieksarbeider die zijn gezin vermoordt. Vega laat hierin de meest angstaanjagende schreeuw uit de popmuziek horen. Immers: “we’re all Frankies”.

Voordat Vega deel uitmaakte van de New Yorkse undergroundmuziek, studeerde hij keurig af als kunststudent Alan Suicide. Zijn bijdrage aan Graukunst bestaat uit bekraste canvasjes met foto’s van boksers, en lichtsculpturen in de vorm van een kruis. Die worden bijeen gehouden door hout, slingers en uiteraard, peertjes in allerlei kleuren. Er zitten zelfs speelgoedpoppetjes in verstopt. De werken zijn typerend voor de anti-alles benadering: van afgedankte ‘troep’ kunst maken. Niet het erkende mooie telt, maar een recht voor de raap authenticiteit. Natasja Alers: “Als je iets bedenkt maak je dat zelf, dat ga je niet in een winkel kopen.”

fekner4
John Fekner

“Art is simply a word or story made visual”, meldt John Fekner in een recent twitterbericht. Fekner had eind jaren zeventig al Lak Aan Braak (titel van een grote Heerlense straatkunstexpositie in 2011). Straten en gebouwen in achterafbuurten waren voor hem decor voor het aanbrengen van sociaal-maatschappelijke, politieke leuzen. Met de spuitbus maakte hij ‘waarschuwingsborden’ waarin hij voorbijgangers attendeerde op milieukwesties en andere volgens hem onfrisse zaken. Later begon hij als de John Fekner City Squad een geëngageerde hiphopgroep. Leuzen en locaties zijn vastgelegd in kleinformaat zwart-witfoto’s. Bevestigd aan een wand die, heel toepasselijk, wél van buitenaf zichtbaar is.

Xenia Graukunst
Xenia Gottenkieny

Leidt het (eigen) leven bij de gevestigde namen tot ambivalente biechtkunst, de jonge Graukunstenaars gaan op een andere manier de verbeelding te lijf. Hun bijdragen zijn er niet minder om. In een schilderij van Xenia Gottenkieny zijn twee mensachtige beesten in gevecht. Wie dichterbij komt ontdekt een collage krantenknipsels en advertenties. Gottenkieny desgevraagd: “In mijn serie Wrestlemania staan relaties, strijd, lust, sex, verlangen, agressie en frustratie centraal in een wereld van schreeuwerige advertenties. We krijgen dagelijks een overdosis aan informatie waarin we dreigen weg te zinken. Door at random collages en krantenknipsels te combineren, kom ik zelf ook tot ontdekkingen. Ik had in Wild Things een Aquafresh-advertentie (te koop voor 1 euro) gekanteld en toen zag ik er opeens een apostelfiguur in. Ik vind het leuk dat mensen mijn schilderijen ook kunnen ‘lezen’. Erin duiken en zo hun eigen verhaal kunnen vormen, zelf verbanden leggen, ermee spelen.”

Glenn Kessler maakt eveneens gebruik van de collagetechniek. Op drie posterprints grijpen vorm, stijl en inhoud knap in elkaar. Veel heeft de jonge Rotterdammer niet nodig. Hij maakt gebruik van de tinten zwart, wit en grijs en het principe: minder is meer. Doordat de beelden er zo stijlvol en beheerst uitzien springen ze meteen in het oog. Eigenlijk geldt dit voor alle werken in deze bescheiden tentoonstelling. Ook zonder context en voorkennis van de jaren tachtigkunst, zijn het beelden die de grenzen van al dan niet persoonlijke realiteit opzoeken of aftasten.

Graukunst – A Shit In The Face Of History: Natasja Alers, Tracey Emin, John Fekner, Richard Kern, Glenn Kessler, Alan Vega, Xenia Gottenkieny (Schunck, Heerlen, t/m 11 mei 2014) (dit is het tweede artikel over de Graukunstexpo in Schunck, Heerlen)

Onderstaand een lijst met publicaties die relateren aan de “anti-alles” houding en de “do it yourself”-esthetiek van de Graukunst-expo. Afkomstig uit de boekenkast van de schrijver van dit artikel.

International Discography Of The New Wave 1982-1983 – B. George & Martha DeFoe (Omnibus Press 1982)
ruim 700 bladzijden met vrijwel alle punk-, hardcore- en new waveplaten en labels

Re/Search #4/5 William S Burroughs, Brion Gysin, Throbbing Gristle (A Re/Search Publication 1982)
essays, interviews

Re/Search # 6/7 – An Industrial Handbook, Throbbing Gristle, Non, Monte Cazazza, SPK, Cabaret Voltaire (A Re/Search Publication 1983)
essays, interviews

Film Noir American Style (Ding Dong Tapes 1984)
boekje en twee cassettes in doosje, met o.a. Clock DVA, Twice A Man, The Doodooettes, Der Plan.

Magnetic North (Touch 1986)
audiovisueel magazine met cassette, met o.a. The Residents, Gilbert & George, Cabaret Voltaire, Jon Savage, Neville Brody, Strafe Für Rebellion

Tape Delay – Charles Neal (SAF Publishing 1987)
interviews, o.a. Lydia Lunch, Michael Gira, Mark E. Smith, Foetus, Coil, Genesis P-Orridge, Einstürzende Neubauten, Diamanda Galas

King Ink – Nick Cave (Black Spring Press 1988)
songteksten uit de tijd met The Birthday Party

Lipstick Traces (a secret history of the twentieth century) – Greil Marcus (Penguin Books 1989)

The Consumer – Michael Gira (2.13.61 1994)
autobiografie zanger roemruchte band Swans

Destroy All Monsters – Geisha This (incl. flexidisc) (Forced Exposure/Book Beat Gallery 1995)
verzameling eerste zes uitgaven Destroy All Monsters magazines 1975-1979, artwork van Mike Kelley, Cary Loren, Niagara en Jim Shaw

New York Girls – Richard Kern (Purr Books 1995)

Death Tripping – Jack Sargeant (Creation Books 1995)
interviews met o.a. Richard Kern, Nick Zedd, Lydia Lynch

Los Angeles Free Music Society The Lowest Form Of Music 1972-1980(10cd boxset, Cortical Foundation 1996)
houten boxset met 10 cd’s, boekjes met foto’s, interviews en essays, met o.a. DooDooettes, Smegma, John Duncan, Tom Recchion e.v.a.

Paradoxia – Lydia Lunch (Creation Books 1997)
autobiografie

The Hardcore Collection The Films Of Richard Kern (dvd 1999)

Wreckers Of Civilisation The Story Of Coum Transmissions & Throbbing Gristle – Simon Ford (Black Dog 1999)

England’s Hidden Reverse (a secret history of the esoteric underground: Current 93, Coil, Nurse With Wound) – David Keenan (SAF Publishing 2003)

Club Risiko, de jaren ’80 en nu – Fred de Vries (Nijgh & Van Ditmar 2006)
terugblikkende interviews met internationale muzikale kopstukken uit de jaren tachtig

Factory Records The Complete Graphic Album – Matthew Robertson (Thames & Hudson 2006)

Kill Your Idols (Palm Pictures dvd 2006)
documentaire, met o.a. Lydia Lunch, Suicide, DNA, Theoretical Girls, Swans, Foetus, Glenn Branca, Liars

Panic Attack! Art In Punk Years – Mark Salden & Ariella Yedgar (Merrell 2007)
Britse en Amerikaanse kunst tijdens punk en post-punktijdperk 1974-1983

No Wave (Post-Punk Underground New York 1976-1980) – Byron Coley & Thurston Moore (Abrams Image 2008)
artikelen en interviews met o.a. Lydia Lunch, Glenn Branca, James Chance, Arto Lindsay

It’s Not Only Rock n Roll Baby (Bozar Books 2008)
tentoonstellingsboek met kunstwerken door popmuzikanten, o.a. Laurie Anderson, Antony, David Byrne, Chicks On Speed, Brian Eno, Yoko Ono, The Residents, Patti Smith, Alan Vega

No Future Nu – Leonor Jonker (Lebowski 2012)
over ontstaan van Nederlands kunstpunk en new wave, over hoe het gedachtegoed van de punkcultuur onderhuids deel werd van de Nederlandse samenleving

Punk 45 The Singles Cover Art Of Punk 1976-1980 – Jon Savage & Stuart Baker (Soul Jazz Books 2013)

Fotoboek Lilith: een huis is nog geen thuis

Tubbing (2006)

Dat is wat Lilith óók laat zien in haar eerste grote overzichtscatalogus. Dat een huis nog geen thuis hoeft te zijn. Op de foto’s die ze maakte tussen 2006 en 2013 plaatst ze zichzelf in alledaagse en onalledaagse situaties. Voor wie er oog voor heeft zit de stilering vol kleine details. Vaker overheerst het gevoel, de emotie. Daarnaast zijn de beelden speels, ondeugend en prikkelend, maar ook controversieel en taboedoorbrekend. Haar werk vind je óf helemaal niks óf prachtig. Tot haar bewonderaars behoren advocaten, kunstpausen en bouwvakkers. Lilith (Henriette van Gasteren uit Reuver) wil meer tonen dan een tafereel dat huiselijk is: de schone schijn van de huiselijke geborgenheid.

Aldoende ontstaat een dialoog tussen het gevoel dat in haar werk zit en de emoties bij de toeschouwer. Met name vrouwen zullen zich herkennen in het maatschappelijke ‘rollenspel’ van moeder, echtgenote, huisvrouw en minnares. “Naar mijn mening is een foto goed als mensen erop reageren. Soms reageren ze heel sterk op mijn werk, hetzij in een positieve of een negatieve manier. Ik denk dat dat goed is. Mensen hebben het recht om dat te doen”.

Love Cage (2009)

Zoals gezegd is er de keerzijde. Een voorbeeld is een foto van een vrouw op de drempel van een donkere kamer, slechts gehuld in nachthemd. Ze staat voor een gordijn van plastic hartjes, de deur wagenwijd open. Gaat ze haar eerste liefdesnacht tegemoet? Wanneer je de teddybeer ziet die ze in haar handen heeft, wordt de dame een minderjarig meisje. Opeens wil je liever niet weten wat er staat te gebeuren in de slaapkamer.

Soms komen in de foto’s de beslommeringen van het dagelijkse leven voorbij. Telkens ironisch, komisch en verrassend beetgepakt. Knap dat je dat er allemaal in kunt stoppen. Neem die ene foto in de badkamer. De kunstenares op heterdaad betrapt. Onbevangen tussen voorbereiding en eindresultaat in een loepzuivere selfie; lang voordat de term gangbaar werd. De foto dateert van 2006.

A House Is Not A Home is rechtstreeks te bestellen bij de kunstenares: info@lilithlove.eu (prijs 39.50)

Boek Lucebert & Jazz alleen voor fijnproevers

Lucebert - De Raddraaiers (1993) olieverf op doek
Lucebert – De Raddraaiers (115 x 145 cm, olieverf op doek, 1993)

Kunstenaar Lucebert dichtte door woorden niet met rust te laten. Zelf vond hij dat zijn jazzpoëzie hardop moest worden voorgelezen. Hoe talentvol hij als dichter en schilder ook was, gedurende zijn aardse bestaan voelde Lucebert zich naar eigen zeggen een “gemankeerde saxofonist”. Het liefst wilde hij in gereïncarneerde vorm terugkeren als “fantastische saxofonist”.

Lucebert & Jazz is een onderonsje tussen uitgeverij Huis Clos uit Rimburg (Landgraaf) en het Limburgse ontwerpersduo Maud van Rossum en Piet Gerards. De vormgeving van het boek ziet er bedrieglijk eenvoudig uit maar springt vanaf enkele meters afstand in het oog dankzij de vette roodzwarte letters op de kaft. Dat belooft wat. Helaas gaat het ontwerp niet veel verder dan de cover. Binnenin zijn vormgeving en typografie zo karig dat de publicatie soms wat weg heeft van een streng schoolboek.

L

 

Lubertus Jacobus Swaanswijk (1924-1994) liet zich bij een groot deel van zijn experimentele poëzie en doeken inspireren door de swing en weemoed van de jazz. Muziek waarmee hij een levenslang pact sloot. Indachtig de vernieuwende stromingen van destijds, bebop en freejazz, wilde ook hij iets creëren wat er nog niet was, iets van toenemende waarde minder weerloos maken. Belangrijkste getuige vormt zijn uit bijna tweeduizend titels omvattende platenverzameling. De privédiscografie staat keurig achterin het boek gerangschikt. De als hommage bedoelde uitgave, subtitel “Ik Ben Een Gemankeerde Saxofonist”, bevat verder deels eerder verschenen artikelen, essays en interviews. Wie de slipcase eraf haalt ontdekt in de achterflap twee cd’s: opnamen van het Flex Bent Braam ensemble dat jolige herbewerkingen van jazzstandards speelt, en een liveregistratie uit 1965 met jazz & poetry door o.a. Lucebert en het Misha Mengelberg/Piet Noordijkkwartet tijdens de uitreiking van de Constatijn Huygensprijs.

Een van de hoogtepunten van het boek is het interview dat Bert Vuijsje met Lucebert had. Inzichtelijk, invoelbaar en raak geschreven. Dat geldt ook de scriptie van Jan van Gilst. Een enkele bijdrage is echter onnodig academisch van toon. Het essay van Johanneke van Slooten, een abstracte analyse van de fonetiek en woordtechniek in Luceberts jazzgedichten, ligt zeventien pagina’s lang zwaar op de maag. Zekerheidshalve wordt erbij vermeld dat de kunstenaar zich goed kon vinden in haar benadering, althans volgens de schrijfster zelf. De bijdrage van Ben IJpma komt door de opsomming van talloze namen de leesbaarheid evenmin ten goede. Je mist in dit boek een beetje de prikkeling en schwung om ook andere dan ingevoerde lezers te interesseren voor het werk van Lucebert en jazz.

Misschien was het beter geweest wanneer de samenstellers enkele jonge schrijvers of essayisten hadden gevraagd om meer duiding te geven aan de huidige waarde en betekenis van Lucebert, in relatie tot zijn favoriete muziek. Temeer omdat de hoogtijdagen van de jazz, met swing, bebop en freejazz, al lang voorbij zijn (zie de programmering van het North Sea Jazz Festival). Lucebert en jazz verdienen eigenlijk meer dan een niche-uitgave voor fijnproevers.

Ik Ben Een Gemankeerde Saxofonist. Lucebert & Jazz (Huis Clos 2013)

Figuur