Debuutalbum Crazy Cult Roadshow maakt bij vlagen veel indruk

Bij een snelle eerste kennismaking maakt de Nederlandse gitaarband Crazy Cult Roadshow misschien niet meteen veel indruk, maar nadere beluistering leert dat op het debuutalbum heel geraffineerd het ene na het andere goede nummer wordt opgevoerd.

Het is de onderlinge dynamiek en inventiviteit van de gitarist, bassist en drummer die spelen alsof ze al tientallen jaren bij elkaar zijn. En frontman Roel Peijs blijkt zowel pakkende melodieën te zingen om even later in your face te kunnen uitbarsten. CCR heeft meer te bieden. Hoor de synthesizergeluiden die een enkele keer sfeerverhogend opduiken maar nergens overheersen, of het toepassen van stukjes dialogen uit films. “My God what the hell happened here?” Inderdaad.

Over film gesproken. De song Haddonfield, Oct. 31st gebruikt de band om van Halloween, toch eigenlijk een Amerikaanse feestdag, een grimmig verhaal te maken, indachtig de horrorklassieker van John Carpenter. Zo loopt er in de teksten wel meer fictie en werkelijkheid door elkaar in deze roadshow die geen moment een platte kermisattractie wordt.

Toch is er een minpuntje. Menig werkje op dit debuut bezit zoveel punch en daadkracht dat de gitaarsolo’s van Krit Verbeek geforceerd aandoen en het zaakje onnodig oprekken. Neem Rewind & Push Playmet zijn pakkende refrein, of het opvoeren van spanning door middel van riffs in That Thing From Another Planet. Binnen deze en veel andere in aanleg imponerende songs hebben de solouitstapjes geen enkele meerwaarde, temeer omdat ze bepaald niet uitblinken in creativiteit. Op zulke moment klinkt CCR ineens als een alledaags rockbandje.

De uitstekende opname komt goed tot zijn recht op deze plaat en persing die door de band in eigen beheer is uitgebracht. Geheel in lijn met sfeer en thema’s van het album heeft kunstenaar Lars Ickenroth op de hoes een tekening gemaakt van een menselijke schedel. Niet in staat van ontbinding maar in staat van ontploffing. Een doomy doodshoofd. Weer eens wat anders dan de kleurrijke sierschedels van Damien Hirst.

Overigens spelen bassist Steven van der Vegt en drummer Kiki Beemer ook in Nighthawker. Van deze band verscheen onlangs een uitstekende ep waarop melodieuze, maar pittig gekruide rocksongs zijn te horen.

Crazy Cult Roadshow – Crazy Cult Roadshow (Gnome Robot Records 2018)

Eindelijk weer op vinyl: Achtung Baby en Zooropa het onverwachte experiment van U2

Het scheelde niet veel of de wereld had het zonder U2 moeten stellen. Na het pompeuze optimisme in de jaren tachtig was er plots het experiment met beats en geluidseffecten. Een stijlbreuk die volstrekt onverwacht kwam en de Ieren drie albums volhielden. Na Pop in 1997 schakelde men simpelweg weer terug naar standje veilig. Sindsdien is de band bezig met wrijven in een vlek.

Aan het begin van de jaren negentig wisten de heren even niet goed hoe nu verder. “It’s no secret, ambition bites the nail of succes”, had Bono vast in zijn aantekenboekje genoteerd. Tijdens de opnamen vanAchtung Baby kwamen meningsverschillen over de te volgen richting opeens tot een uitbarsting. De spanningen liepen zo hoog op dat de meest succesvolle popgroep van dat moment zelfs dreigde uiteen te vallen. Bijna werd U2 een “accident waiting to happen.”

Achtung Baby ontstond in 1991, stoeiend met talloze sessies die voor een deel werden opgenomen in de Hansa Ton Studio van Berlijn. Het waren met name Bono en The Edge die aandrongen op een artistieke wending. De gitarist luisterde in die tijd vaak naar elektronische dance, Nine Inch Nails en Einstürzende Neubauten. Om te voorkomen dat de creatieve motor dreigde vast te lopen diende de ideeënmagie van Brian Eno als smeerolie. De Britse producer had zich voorgenomen alles te wissen dat teveel op U2 leek.

Dat heeft geholpen. Achtung Baby en Zooropa zijn de platen die zelfs bewondering afdwingen bij mensen die geen fan zijn. David Bowie schijnt ze ooit te hebben uitgeroepen tot zijn favoriete albums van de band. Zoals bekend experimenteerde de zanger eind jaren zeventig tamelijk onverwacht met elektronische muziekinvloeden, eveneens met dank aan Brian Eno. Achtung Baby en Zooropa zijn eigenlijk de Lowen Heroes van U2.

De hernieuwde kennismaking stemt bijna weemoedig. Zeker wanneer je beseft dat Achtung Baby misschien wel het enige echte meesterwerk van de band is. Ondanks het moderne klankdecor, de beats en fraaie melodieën, zijn de teksten, ingegeven door een ondertoon vol reflectie en religie, autobiografisch en ambivalent. In de song over Bono’s alter ego The Fly lezen we: “every artist is a cannibal, every poet is a thief. All kill their inspiration and sing about their grief”.

Wie Achtung Baby eveneens naar zich toe trekt is The Edge, de voor eeuwig ondergewaardeerde gitarist. Zijn manier van spelen uit zich in beetpakkende intro’s, bij de les blijvende overgangen en verrassende schijnbewegingen. Zich verschuilend vanachter een megazonnebril laat Bono de zwaarte van de melancholie neerdalen in misschien wel het allermooiste liedje dat U2 ooit opnam, het bitterzoete Love Is Blindness.

“Vorsprung durch Technik” zingt hij aan het begin van Zooropa. Een slagzin voor een Duits automerk en een referentie aan de koers van de band. De hoes toont een cartoonvariant op de vlag van Europa. Destijds werd het album beschouwd als commentaar op het continent dat de adem inhield na de val van de Berlijnse Muur. Maar Zooropa is net alsAchtung Baby persoonlijk en beschouwend. Zo gaat de titelsong onder meer over de twijfel die hoort bij het beginnen met een schone lei. Vervolgens ontstaat een muzikaal pretpark waarin we ballads tegenkomen, hypernerveuze ritmes, gekke geluidjes, een eerbetoon aan Charles Bukowski en een sample uit de pamfletfilm Triumph Des Willens van Leni Riefenstahl.

Tegenstellingen alom dus. Oprechte ontroering in The First Timetegenover een monotoon mompelend Numb. Het slotakkoord is een western in cinemascope: Johnny Cash in The Wanderer. Het zou de opmaat worden voor herwaardering van ‘the man in black’. Zooropalijkt op het eerste gehoor een zootje ongeregeld maar toch gaat het album ook nu nog onnadrukkelijk onder de huid kruipen.

Bizar dat twee albums van een van de meest succesvolle rockgroepen aller tijden tientallen jaren niet verkrijgbaar waren op vinyl. Dikke bult: er circuleren intussen ontelbare illegale kopieën in kleurtjes en picture discs. De officiële Achtung Baby en Zooropa zijn dubbel-lp’s in enkelvoudige hoezen. Het geluid is speciaal voor deze vinyluitgaven opgepoetst door Scott Sedillo (medewerker van Bernie Grundman Mastering).

De totaalklank is zo uitgebalanceerd en evenwichtig dat het aangenamer luisteren is dan naar de originele platen. Meer transparantie in zang en instrumenten blijken de luisterbeleving alleen maar te versterken. Natuurlijk helpt het dat de speelduur is verdeeld over twee platen, overigens in geruisloze persingen.

Achtung Baby werd eveneens geprezen om de foto’s van Anton Corbijn. Wie de voorzijde van de hoes in het licht reflecteert ontdekt net als bij de oorspronkelijke lp de glans op de ringen met het U2-embleem. Het grofkorrelige van de bruingetinte portretten verliest in de reproductie helaas wat scherpte en signatuur. Bassist Adam Clayton stond op de achterkant van de originele hoes nog in adamskostuum. In sommige landen werd in 1991 een variant uitgebracht waarop Claytons geslacht werd gek(r)uist met viltstift. De gecensureerde versie van toen is overgenomen voor deze reissue. Ook nu zit er weer een los tekstvel bij. Omdat Achtung Baby en Zooropa dubbel-lp’s zijn krijg je er een extra binnenhoes bij. Evenals twee tamelijk overbodige danceremixes op kant vier van laatstgenoemde plaat.

U2 – Achtung Baby (Island/Universal 1991/2018)

U2 – Zooropa (Island/Universal 1993/2018)

Beste albums van 2018…tot nu toe

1 Young Echo – Young Echo
(collectief dj’s, dichters en muzikanten uit Bristol, donker fonkelende beats zoals beginperiode van Tricky maar dan spannender en intenser)

2 Arctic Monkeys – Tranquility Base Hotel + Casino
met zijn allen in de val: van Arctic Monkeys naar Blade Runner 2049

3 Lewsberg – Lewsberg
(op ideeën komt het aan, gitbaarbandje dat inventief en intens antwoordt op The Feelies en Velvet Underground, en eigenlijk meteen op dat niveau ook)

4 Claw Boys Claw – It’s Not Me, The Horse Is Not Me Part 1
(alsof het vanzelf gaat, ongedwongen klasse in sterke, tijdloze gitaarsongs)

5 Ghost Bag & Tine Fetz – Ghost Bag & Tine Fetz
de muzikale moodboards van Nick Jongen alias Ghost Bag

6 Sextile – Albeit Living
(jaren tachtig geluid van New Order, DAF en The Cramps ontmoet moderne Sturm und Drang)

7 RVG – A Quality Of Mercy
(rinkelend gitaargeluid in ongrijpbare songs, beetje à la The Go-Betweens)

8 Laurie Anderson & Kronos Quartet – Landfall
(aangrijpende melancholie door strijkersensemble in kordate composities van Anderson)

9 Psychological Strategy Band – Penny Slinger: Out Of The Shadows
(korte soundscapes die de tijd nemen om te beklijven, referentie: Nurse With Wound)

10 Melle de Boer – Temporary Bandage
ongrijpbare countrynoir

Met zijn allen in de val: van Arctic Monkeys naar Blade Runner 2049

In een gefilmde toekomstfantasie worden gevoelens het hoofdpersonage noodlottig. Een album van een Britse band gaat over de afname van emoties en de toename van social mediagebruik. De zanger heeft woordenrijke volzinnen nodig om te verwijzen naar het verleden en de wereld van sciencefiction. Welkom bij Blade Runner 2049 en Tranquility Base Hotel + Casino. Ernaar kijken of luisteren is gaandeweg het gevoel krijgen dat er iets niet helemaal in de haak is.

Wie Blade Runner 2049 bekijkt raakt bijna in een trance. Het tempo is traag, de toon somber en gelaten. Over Los Angeles hangt anno 2049 een grauwsluier waarin het onafgebroken regent. Aan het begin van de film is agent K, de hoofdpersoon, in slaap gedommeld. Dan weet hij nog niet dat hij tijdens een opdracht verstrikt zal raken in een zoektocht naar een gebeurtenis uit het verleden. Lange tijd koestert hij hoop, maar uiteindelijk leidt de expeditie tot verbittering en desillusie. K blijkt niet de uitverkorene. “The future is female”, schreef een recensent.

In het Los Angeles van nu woont Alex Turner van Arctic Monkeys. Gedurende 2016 werkt hij aan de songs voor Tranquility Base Hotel + Casino. Op de hoes een bouwwerk dat er futuristisch en ouderwets uit ziet. Het herinnert aan het space-age design uit de jaren zestig van architect John Lautner. Meer in het bijzonder op diens Chemosphere, een huis tegen de heuvels van Hollywood dat vanuit de verte lijkt op een ufo. Turners bouwwerk steunt op een antieke Revox bandrecorder. De maquette is zijn variant op de plannen van hotelketen Hilton na de succesvolle ruimtevluchten: een fictieve rustbasis op de maan, een ‘tranquility base’. Voor het eerst als zodanig benoemd door de astronauten die een geschikte plek zochten om te landen met hun Apollo 11.

Toch was het een Duitse sciencefictionfilm die Alex Turner volgens eigen zeggen het laatste zetje gaf voor het albumthema. In Welt Am Draht van Rainer Werner Fassbinder laat een supercomputer met een simulatieprogramma mensen in een virtuele werkelijkheid leven zonder dat zij zich daarvan zelf bewust zijn. Meteen in de openingssong Star Treatment stelt de zanger schijnbaar tussen neus en lippen door een vraag die tegelijk een voorbode is: “hoe bedoel je, je hebt Blade Runner nooit gezien?”.

Hij zinspeelt op het eerste deel uit 1982, maar de strekking is duidelijk. Vervreemding veroorzaakt door een naar binnen gekeerd toekomstperspectief gekoppeld aan innerlijke twijfel. Het verborgen thema van beide Blade Runnerfilms sijpelt ook door op de plaat van Arctic Monkeys. Zoals de beste sciencefiction andere werelden creëert waarin we onze eigen wereld kunnen herkennen, zo levert Turner commentaar op de huidige. En op zichzelf. En op zijn tekortkomingen. In de sóng Science Fiction bekent hij tegen zijn vriendin “I want to stay with you, my love.” Maar dan wel “the way some science fiction does”. Een van de personages in Blade Runner 2049 beweert: “soms moet je om van iemand te houden een vreemde zijn”. Die vreemde is agent K. Zijn geliefde is geen vriendin van vlees en bloed maar een vrouwelijk hologram dat al zijn wensen vervult. Die andere vreemde is wellicht Alex Turner. Het lijkt wel of hij een beetje in de war is. Hij observeert “reflections in the silver screen of strange societies”. En “massale paniek op een niet al te verre toekomstkolonie”. In de Blade Runnerfilms wordt terloops gesproken over buitenaardse koloniën.

Anders gezegd: de muziek maakt zich op voor een avondje uit, maar de zanger heeft er zo te horen niet zoveel zin in. Zijn stem klinkt bedrukt, zijn formuleringen breedvoerig. Woordkeuze en arrangementen lijken niet eens bij elkaar te passen. Het wringt een beetje. De songs krijgen hierdoor iets ondefinieerbaars. Turner laat van alles toe in zijn mengeling van metafoor en metafictie: humor, lichte ironie, flarden autobiografie. In sommige songs doet zijn timbre denken aan David Bowie. De gelijkenis is soms zo frappant dat de overleden Brit bijna weer tot leven komt. Overigens had de regisseur van Blade Runner 2049 voor de rol van een replicafabrikant oorspronkelijk David Bowie in gedachten.

Op het album van Arctic Monkeys gaat She Looks Like Fun over het beoordelen van mensen via datingapps. Man en vrouw geketend aan het dictaat van de smartphone. In het nummer Batphone, jargon voor het gebruik van een privételefoonlijn, zoekt Alex Turner naar een synoniem om apparaten te beschrijven die volgens hem de samenleving uit de realiteit doet verwijderen. Ironisch genoeg probeert hij het antwoord te vinden op de zoekfunctie van diezelfde telefoon. Een apparaat als redmiddel, als strohalm, de verbindende schakel voor huidige omgangsvormen.

Agent K bezit een ‘emanator’ waarmee hij zijn ‘vriendin’ kan aan- en uitschakelen. Tijdens zijn speurtocht naar de restanten van de menselijke ziel overkomt hem iets wat hij niet voelt aankomen. Nadat hij van zijn opdrachtgever krijgt te horen dat hij het zelf al die tijd prima redde zonder ziel, neemt de twijfel bezit van hem. Na terugkeer van een missie wordt hij aan een test onderworpen om iedere emotionele afwijking te meten. Pas wanneer hij slaagt kan hij aanspraak maken op een bonus. De laatste test wordt hem echter fataal. Zijn lichte aarzeling op sommige vragen is voldoende om hem vanaf dat moment te wantrouwen. Argwaan en angst, voor onthulling en opkomst van gevoel en emotie.

Heerlijke viering van vinyl in Passion For Vinyl deel 2

Voor wie er nog aan twijfelde, vinyl is een blijvertje. Vrijwel alle artiesten brengen tegenwoordig muziek uit op lp, de verkoop zit in de lift en een initiatief als Record Store Day is wereldwijd succesvol. In samenwerking met perserij Record Industry (goed voor bijna 11 miljoen platen per jaar), maakte muziekjournalist Robert Haagsma een vervolg op zijn interviewbundel Passion For Vinyl uit 2013. Omdat de eerste druk in een mum van tijd was uitverkocht, is wellicht gekozen voor eenzelfde opzet. Dus zit bij deel twee eveneens een vinylsingle bijgesloten. Op het plaatje staan bijdragen van Hasil Adkins (huisvlijtrock), Bloodshot Bill (Johnny Cash aan de valium) en technobeats van dj Ellen Allien. De muziek blijkt al net zo divers als de inhoud van het boek.

Haagsma sprak bekende en minder bekende vinylverslaafden. Aan het woord komen onder meer Steven van Zandt, Ryley Walker en onze eigen upcoming singersongwriter Yorick van Norden. Van Zandt, de rechterhand van Bruce Springsteen, noemt de comeback van het vinyl “het meest gezonde dat de muziekindustrie de laatste tien jaar is overkomen”. In bijna vijftig gesprekken komen de soms ongekende mogelijkheden van het vinyl aan bod. Een afwisselende selectie van muzikanten, verzamelaars, eigenaren van platenzaken en labels, hoesontwerpers, opnametechnici en dj’s. Haagsma tekende zelfs het verhaal op van iemand die uit plakken vinyl hippe brilmonturen fabriceert. Ene Jens Prueter heeft zich voorgenomen de rest van zijn leven uitsluitend platen te kopen uit 1967. Dit boek lezen is alsof je als klein kind weer door een snoepwinkel loopt.

Een enkel hoofdstuk is misschien wat summier. Over De Weergever, een Amsterdamse vereniging collectioneurs van 78-toerenplaten, zou je best meer willen weten. Grappig is de bijdrage van illustrator Robert Crumb. In een ingestuurde getypte brief geeft hij af op de volgens hem inferieure grammofoonplaat. Een lp bevat simpelweg veel teveel nummers. Overigens vertelt hij in Discaholics, een soortgelijke uitgave over verzamelaars, nochtans uitvoerig over zijn voorliefde voor schellakplaten.

Dankzij de veelzijdige benadering wordt Passion For Vinyl Part II meer dan een voorspelbare hang naar nostalgie met een “vroeger was alles beter” toontje. Ontroerend is de ontmoeting met Miriam Linna. Zij beheerde met haar echtgenoot het cultlabel Norton Records. Totdat orkaan Sandy de inboedel grotendeels verwoestte en tot overmaat van ramp haar man in 2016 overleed. Ze had hem ooit leren kennen op een platenbeurs. Informatief en persoonlijk is ook het onderhoud met Ian MacKaye van de band Fugazi. Ondanks alles punker in hart en nieren. Dat laatste geldt zeker voor Jimi Lalumia, voormalig rockjournalist met een grote bek. Zo kom ze je niet vaak meer tegen. Tegenwoordig werkt hij in de verpleging.

Mark Kneppers werd bekend van het dj-duo Wipneus en Pim. In het boek feliciteert hij vooral zichzelf als handelaar in tweedehands platen. Over het huidige vinylaanbod, waaronder de gestage stroom heruitgaven, meldt hij: “Het is verontreiniging. Hetzelfde met nieuwe titels. Er is teveel voorraad”. Van The Beatles en Lou Reed moet hij ook al niks hebben. Zo maak je al lezend meer ontdekkingen. Over Mandy Parnell, een van de weinige vrouwelijke ‘mastering engineers’. Of over de recente herwaardering voor gestileerde Amerikaanse rock uit de jaren zeventig. Weliswaar wordt de muziek soms denigrerend aangeduid met ‘yacht rock’, de interesse voor Eagles, Fleetwood Mac en Hall & Oates lijkt alleen maar toe te nemen. Net als voor de bijzondere herontdekking in het genre Ned Doheny.

Het leesplezier wordt vooral vergroot doordat Robert Haagsma zich telkens onbevangen opstelt als interviewer, zonder enig dedain voor muzieksoorten en onderwerpen. Hierdoor krijgt hij zijn gesprekspartners aanstekelijk en enthousiast aan de praat over hun eerste kennismaking en latere ervaringen met vinyl. Nog voordat je het boek uit hebt voel je zelf ook de aandrang om naar de platenzaak te gaan en een lp aan te schaffen. Op zoek naar Ned Doheny’s cultplaat met de toepasselijke titel Hard Candy.

Passion For Vinyl Part II An Ode To Analog – Robert Haagsma (Record Industry 2018)

Record Store Day 2018: parels en irritaties

Vaste prik rond Record Store Day: zéér uiteenlopende meningen na bekendmaking van dé lijst. Op zaterdag 21 april is het immers zover. Het moment waarop wereldwijd de platenzaak in ere wordt gehouden. Ter gelegenheid verschijnen honderden lp’s en singles in een keer tegelijk. Bij aankoop krijg je een schijfje cadeau. Een soort Boekenweek dus maar dan in één dag. Vroeg uit de veren want door de beperkte oplage zijn veel platen nadien amper meer te krijgen. Maar wat heeft Record Store Day voor de Nederlandse winkels en liefhebbers eigenlijk te bieden?

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen de exclusieve releases en de uitgaven die hierop als het ware meeliften. RSD is namelijk ook een vehikel om gewone vinylwaar te lanceren. Daarnaast presenteert elk land een eigen lijst. Kwestie van rechten. Zo kan het gebeuren dat er in Amerika andere albums en singles worden aangeboden dan in Europa en omgekeerd. In Engeland lijkt men vast vooruit te lopen op Brexit. Uitsluitend in het Verenigd Koninkrijk te koop is muziek van The Waterfront, de oerversie van de nog altijd populaire Britpopband Stone Roses.

Platenmaatschappijen wordt nogal eens verweten dat ze een te grote invloed uitoefenen op RSD. Universal presenteert ruim vijftig titels tijdens de komende editie. Carrie Colliton, medeoprichter van RSD, schuift de kritiek terzijde. “Sommigen beweren dat grote labels RSD hebben overgenomen, en dat stoort me nogal omdat er vanaf het begin grote labels bij betrokken waren”. Met name voor de kleinere winkel is de vinyldag bittere noodzaak gebleken. In 2017 werden er records aan omzetten behaald.

Exclusief of niet, in veel gevallen gaat het om platen waarvan de noodzaak om ze aan te schaffen op zijn minst twijfelachtig is; lokkertjes waarmee je hooguit de verstokte verzamelaar een plezier kunt doen. Het is ook maar net hoe je het bekijkt. Iets met een glas dat halfvol is of half leeg. Soms zit er slechts een nieuw jasje omheen, is er een kunstwerkje (picture disc) in de groeven gedrukt of een kleurtje aan toegevoegd. Want als er een ding duidelijk wordt tijdens de komende RSD, is het de niet te stuiten opmars van gekleurd vinyl. Je kunt het zo gek niet bedenken. In alle kleuren van de regenboog of in ‘splatter’, alsof iemand over de plaat heeft gekotst. Zo wordt doelbewust een hebbeding gecreëerd; in feite gaat het om een lucratieve marketingtruc in plaats van een artistieke keuze. Drie platen van Tom Waits verschijnen in blauw, rood en grijs. De kleuren vloeken bij zowel het hoesontwerp als de muziek op Bawlers, Brawlers en Bastards (overigens hoogtepunten in zijn oeuvre).

Het is dus even zoeken naar waar het om draait, naar platen waarop muziek te horen valt die daadwerkelijk nooit eerder is verschenen. Neil Youngs Tonight’s The Night werd in 1973 integraal nagespeeld op het podium van de toen pas geopende Roxy in Los Angeles. De uitgave op RSD blijkt een unieke liveplaat. Eveneens vers van de pers: een mini-lp van zangeres Sevdaliza. Het Nederlandse antwoord op Massive Attack komt met liefst zeven nieuwe nummers. Leuke opsteker voor de fans van The National is een liveregistratie van Boxer. Tamelijk onverwacht werd in Brussel dit oude album uitgevoerd ter afsluiting van de recentste tournee.

Dringen geblazen voor de lp Klets van de Vlaamse rapper Meneer Michiels. Slechts honderd exemplaren worden in omloop gebracht. Overigens is het aandeel hiphop net als in voorgaande jaren nogal povertjes. Ook bijdragen van jonge, opkomende artiesten zijn flink in de minderheid. Platenmaatschappijen kiezen liever voor zekerheid door de usual suspects naar voren te schuiven. Denk aan Beach Boys, Madonna, Elvis Presley en Johnny Cash.

Van de Pink Floyd-klassieker Piper At The Gates Of Dawn zijn vijftienduizend exemplaren geperst. In monoweergave. De hoes wijkt af van het origineel, er zit een poster bij plus vier extra songs. Prijs? Ongeveer 32 euro. Want ja, die prijzen. Met afstand het meest gehoorde ongerief over RSD. Naar verluidt moet de organisatie zich tandenknarsend neerleggen bij de bedragen die gevraagd worden. De vinyldag staat of valt tenslotte met de deelname van platenmaatschappijen. Die lijken zich, groot én klein, vooralsnog weinig aan te trekken van de klacht. Een doosje met negen singles van de band Wire kost bijna honderd euro.

Doris Norton was in de jaren tachtig computerprogrammeur bij Apple en IBM. Haar robotachtige disco, inclusief vervormde stem, doet sterk denken aan Kraftwerk en Giorgio Moroder. Te beluisteren op twee reissues. Eveneens aan de vergetelheid onttrokken worden Patti Palladin en Judy Nylon van Snatch. De enige lp die deze kunstpunkband maakte bevat een nummer over de Duitse terreurbeweging Rote Armee Fraktion, met gastbijdrage van Brian Eno.

Interessant is de categorie ‘voor het eerst op vinyl’! De Sundragon Sessions van Ramones bestaat uit een ruwe mix van Leave Home uit 1977. Ooit waren de opnamen onderdeel van een boxset op cd. David Sylvians Dead Bees On A Cake krijgt een heuse vuurdoop op vinyl. Verschil met de cd-versie uit 1999? De fotohoes is gemaakt door Anton Corbijn en de in wit geperste schijf bevat vier nummers die er destijds niet op stonden. Evenals bij voorgaande RSD edities is David Bowies muzikale erfenis vertegenwoordigd. De meest aantrekkelijke en duurste (40 euro) is een 3-lp set met een concert uit 1978.

Over concerten gesproken. Dat legendarische optreden in koffiehuis Sin-é van Jeff Buckley? Verdeeld over vier plakken zwart goud, voor ongeveer vijftig euro. Lil Uzi Vert is een rapper met vrolijk wapperende dreadlocks wiens YouTubevideos door tientallen miljoenen mensen worden bekeken. Een mixtape op mp3-file gaat voortaan verder als grammofoonplaat. Van de Nederlandstalige punkband Frites Modern wordt een cassettebandje uit 1983 omgetoverd tot blauw vinyl. Curieus is de bijdrage van Antony Gormley. Beroep: beeldhouwer. De Britse kunstenaar won in het verleden de prestigieuze Turner Prize. Zijn album is een “portret in geluid” opgenomen in zijn “kathedraalachtige” atelier. Die Sounds Of The Studio zijn afkomstig van hamers, slijpmachines en lasapparaten.

Ongetemde Jimi Hendrix op Both Sides Of The Sky

1969 was voor Jimi Hendrix achteraf gezien een overgangsjaar. Hij probeerde een muzikale weg in te slaan die afweek van het werk dat hij maakte met zijn eigen Experience. Misschien wilde hij zich op deze manier ook losmaken van de druk die op hem lag. Het dubbelalbum Electric Ladyland was een onverwacht commercieel succes, en Hendrix behoorde in die tijd tot een van de best betaalde rockmuzikanten. Op het Woodstockfestival speelde hij al met deels andere muzikanten dan met zijn vaste metgezellen. Maar pas tijdens de talloze studiosessies merkte hij dat Billy Cox en Buddy Miles de ideale sparringpartners waren om, al dan niet via improvisaties, rock te mengen met funk en rhythm & blues. Aldoende ontstond de basis voor het trio Band Of Gypsys.

Hendrix’ artistieke zoektocht is ook zijn erfgenamen niet ontgaan. Eind jaren negentig namen zij het besluit om materiaal uit te brengen dat zijn experimenteerdrang moest staven. Dat gebeurde telkens in samenwerking met Eddie Kramer, Hendrix’ vaste opnametechnicus. Of je een reeks albums moet uitgeven met nummers die meestal onvoltooid zijn, want daar hebben we het in feite over, is natuurlijk voer voor discussie. Dat de muzikale expeditie van de gitarist op deze manier wordt gerestaureerd en in historisch perspectief geplaatst, zal ongetwijfeld zwaarder wegen dan een puur artistieke reden.

Both Sides Of The Sky bevat veredelde demo’s uit ’69 waarop Hendrix voornamelijk is te horen met Band Of Gypsys. Dat zijn meteen de beste nummers. Spelurgentie gekoppeld aan vurige schwung. Met dank aan de doortastende ritmische punch van drummer Buddy Miles. Vertrekpunt voor Hendrix om vrijuit te soleren en te stoeien met de klank die daarbij hoort. Dat alleen al maakt dit album de moeite waard. De linkshandige gitarist in topvorm. Ongetemd en ogenschijnlijk terloops, alsof het hem geen enkele moeite kost.

Maar laten we niet vergeten dat de plaat bovendien oefeningen en probeersels bevat. Zo is Cherokee Mist een improvisatie die veel belooft maar uiteindelijk nergens naartoe gaat. Eerder voorspelbaar dan verfrissend zijn twee nummers met typische kroegblues waar maar geen einde aan lijkt te komen. Een hoogtepunt is dan weer een gedreven en pittige uitvoering van het nummer Woodstock, mét zanger Stephen Stills die zichzelf begeleidt op orgel terwijl Hendrix enkele loopjes speelt op basgitaar. Ander bijzonder moment? Het vuurtje dat nog eenmaal oplaait in Hear My Train A Comin’, een van de laatste studio-opnamen van de Jimi Hendrix Experience.

Verwacht op dit album niet per se de weelderige, dwarse psychedelica waarmee we Hendrix hebben leren kennen. Vanwege zijn mateloze en veelzijdige talent is dit natuurlijk niet echt een gemis. Want het blijft verbazingwekkend hoe Hendrix ook nu weer te keer gaat. Hij bespeelt de Fender Stratocaster met hetzelfde gemak als waarmee de gewone sterveling bij de bakker om de hoek een broodje gaat halen. Het historische belang wordt extra wrang wanneer je bedenkt dat hij een jaar na deze welluidende vergezichten kwam te overlijden.

Both Sides Of The Sky verschijnt als dubbel-lp in een klaphoes. Het bijgevoegde boekje bevat veel foto’s en een uitgebreide, informatieve tekst. Omdat elke plaatkant hooguit drie à vier nummers bevat, is er voor de persing alle ‘ruimte’ om de ruwe dynamiek van de opnamen uit de groeven te laten knallen.

Jimi Hendrix – Both Sides Of The Sky (2lp, Sony Legacy 2018)