Marvin Gaye was in 1972 een beetje de weg kwijt

De blik is dof en gelaten. Niet bepaald de oogopslag van een superster. Afgaand op de hoesfoto kun je je zelfs afvragen What’s Going On? Hoe moest Marvin Gaye antwoord geven op het artistieke en commerciële succes van die geëngageerde conceptplaat uit 1971? Gaye heeft moeten knokken om het album precies zoals hij het wilde uitgebracht te krijgen. Het succes toonde achteraf zijn gelijk. Wat gebeurde er het jaar erna? Weinig op muzikaal, des te meer op privégebied.

Pas aan het einde van 1972 kwam de zanger met het antwoord: een album met filmmuziek, slechts vooraf gegaan door de single You’re The Man. Op een van de hoesjes van het originele plaatje zien we hem met flinke wallen onder de ogen. Die single was een aanklacht tegen de Amerikaanse politiek. Het land voerde al jaren vergeefs oorlog in Vietnam, presidentsverkiezingen waren op komst, er was het begin van het Watergateschandaal.

En was hoe was met Marvin Gaye zelf? De ‘prins van Motown’ had andere zaken aan zijn hoofd. Even ademhalen: de naweeën van een eerste zelfmoordpoging, huwelijksperikelen, een getroebleerde relatie met zijn tirannieke vader, ruzies met de platenbaas, een hardnekkige cocaïneverslaving. Voldoende redenen om er artistiek gezien van alles uit te halen. Zou je zeggen. Niet dus. Veel opnamen uit die tijd bleven jaren op de plank liggen.

Volgens de sticker op de hoes is de lp You’re The Man een ‘lost album’. Nummers die voor het eerst zijn bijeen gebracht op vinyl, al kwamen de  meeste al eerder terecht op diverse compilaties. Bijna de helft ervan werd niet eens geschreven door Marvin Gaye, maar onder meer door Willy Hutch, wiens composities veel te makkelijk en gemiddeld zijn voor Gaye’s niveau. Bovendien maken veel van de bijdragen de indruk bijeengeraapt te zijn in plaats van dat ze een albumgeheel vormen. Gaye zingt over politiek, over liefde en gebrek aan liefde, afgewisseld met een instrumental en nota bene een kerstliedje. Merkwaardig dat onder een van de songs een modern drumritme is gemixt.

Maar toch. Het is wel Marvin Gaye hè? Op de weinige hoogtepunten is zijn stem ouderwets bezwerend en smekend. Herkenbaar blijft ook de soulmuziek met strijkers in dat typische tempo; schuifelend tussen verleiding en daadkracht. Sterk zijn I’m Going Home, het titelnummer en The World Is Rated X. Ondanks dat de tekst niet van hemzelf is ziet Gaye het allemaal met lede ogen aan: “Fighting, killing and dope dealing, it’s everywhere“. Lekker losjes klinkt opeens Checking Out, een eerbetoon aan ‘groove machine‘ Hamilton Bohannon.

Deze dubbel-lp verschijnt niettemin in een stijlvol ontworpen klaphoes. Binnenin een essay van Gayebiograaf David Ritz en informatie over de opnamen per song. De persing door het Franse MPO is kraak- en geruisloos. Mooi dat het label van het Tamla logo, Gaye’s oorspronkelijke platenmaatschappij, is gehandhaafd. Tamla, ook bekend als Tamla Motown, bestaat tegenwoordig alleen nog als onderdeel van de immense Universalcatalogus.

In 1984 werd Marvin Gaye door zijn vader doodgeschoten tijdens een hoogoplopende ruzie.

Marvin Gaye – You’re The Man (2lp Tamla/Universal 2019)

JJ Cale, de metselaar onder de muzikanten

Escondido. Spaans voor verborgen. De laatste jaren van zijn leven woonde JJ Cale in het gelijknamige stadje in Californië. Hij wilde zich niet opdringen aan de buitenwereld maar gewoon lekker muziek maken. Toch werd Cale tegen wil en dank beroemd nadat ene Eric Clapton een hit kreeg met zijn compositie Cocaine. Vanaf dat moment, in 1977, maakte de wereld definitief kennis met de man die zijn songs liefkozend demo’s noemt; suggererend dat ze nooit af zijn en vatbaar voor meerdere interpretatie.

In Europa geniet hij dan al faam bij een vaste schare liefhebbers, mede dankzij Claptons versie van de culthit After Midnight. Cale zelf maakt zich nergens druk om. In het lokale restaurant van Escondido kent de serveerster hem als stamgast, niet als de muzikant van een oeuvre dat orde schept in de chaos die het leven heet. Onlangs heeft het Franse label Because Music zes albums van hem uitgebracht, de meeste voor het eerst op vinyl. Een daverende verrassing is Stay Around dat louter onbekende maar geweldige songs bevat.

Heeft hij weer. Een hardnekkige misvatting over zijn platen is dat ze op elkaar lijken. JJ Cale was juist iemand die experimenteerde met gitaren en andere instrumenten. Kennis van de opnametechniek leerde hij tijdens zijn diensttijd bij de luchtmacht. Stiekem schroefde hij die songs van hem zo vernuftig in elkaar dat ze niet zomaar een ritme kregen maar een groove die onverstoorbaar swingde. “Gonzende modder”, volgens Cale. Alsof ze door de cementmolen werden gehaald. Cale speelde geen noot teveel. Minimaal en elementair. Zijn analoge geluid had een warmte die leek te zijn overgewaaid uit de woestijn. Met een beetje goede wil zou je JJ Cale zelfs een pionier kunnen noemen van de stonerrock, in bescheiden zin natuurlijk, de miniatuurvariant. En wie goed luistert hoort raakvlakken met de complete Amerikaanse muziekgeschiedenis.

In 2013 stierf John Weldon Cale op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval. Zijn weduwe Christine Lakeland, de zangeres met wie hij sinds de jaren zeventig samenwerkte, vond in een aantal dozen in Cale’s thuisstudio, oude songs en opnamen waar hij nog mee bezig was. Ze heeft ze bijeen gebracht voor de dubbel lp Stay Around. Precies zoals ze werden aangetroffen en zoals Cale het graag wilde. Ontspannen en trefzeker. Stoffig en knisperend. In If We Try hoor je de stoel kraken waarop Cale gitaar speelt. Chasing You is een zomeravondblues waarin hij zijn gedachten de vrije loopt laat over een verloren liefde. Zijn teksten over het uiterlijk van vrouwen komen tegenwoordig een beetje gedateerd over, maar wat deze oude nieuwe songs wél bijzonder maken is het gitaarspel. Zo flexibel en fijnzinnig hoor je het niet vaak meer. De meeste muzikanten kunnen overweg met of een akoestische of elektrische gitaar. Cale bespeelt beide instrumenten zo vanzelfsprekend dat hij je het gevoel geeft dat je dit ook zou kunnen. Neem Oh My My. Ondanks de clichétekst speelt hier een muzikant die begrijpt dat je de techniek in dienst moet stellen van de muziek. Neil Young noemde JJ Cale en Jimi Hendrix de beste gitaristen die hij ooit hoorde.

Closer To You (1994)

De plaat begint veelbelovend. Met name de songs op kant één zijn zonder uitzondering raak omdat ze gespeeld worden met een prettige urgentie. In Sho-Biz Blues uit Cale twijfels over zijn ambacht als songschrijver: “this entertaining lifestyle just seems to go nowhere.” Op de keerzijde komt echter de klad erin. Nummers duren te lang, zijn omgang met een drummachine klinkt onbeholpen. Alles wat de zanger-gitarist doorgaans zo goed maakt schittert opeens door afwezigheid. Dit is niet de Cale die we kennen. Dit is de man die op zondag het vlees komt snijden. Het beste van deze uitgave is eigenlijk de foto van Anton Corbijn op de binnenhoes. Cale met de gitaarhals naar beneden gericht in plaats van omhoog, zoals gebruikelijk in een stoere rockpose.

Guitar Man (1996)

Wederom maakt de muzikant het zijn bewonderaars niet makkelijk. Schouderophalend en met verbazing die per groef stijgt zit je ernaar te luisteren. Over de songs, de melodieën en de teksten die wel erg rechtlijnig en simpel zijn. Over de productie die pijn doet aan je oren. Wat wil Cale met dit album dat hij bijna helemaal zelf heeft ingespeeld? Omdat de klank nog meer wordt gedomineerd door synthesizers en drummachines is het gevoel van de woestijn verder weg dan ooit. Een fata morgana. Toch zijn Cale’s stem en gitaar prima op dreef. Om zijn sjofele jarenzeventig geluid is gewoon een maatpak gehesen.

Live (2001)

Op de planken blijkt JJ Cale in topvorm. After Midnight krijgt bijvoorbeeld een fraaie soloversie. Cale en zijn band klinken zelfverzekerd, ook in sjieke zalen als de Carnegie Hall. Bijdragend aan de sfeer van de registratie is het publiek dat enthousiast reageert op uitvoeringen die zo goed zijn dat je spijt krijgt nooit naar een concert van hem te zijn geweest. Cale weet donders goed hoe je muziek op het podium moet overbrengen. In de jaren zestig maakte hij deel uit van het clubcircuit in Los Angeles en woonde hij concerten bij van onder meer The Doors.

To Tulsa And Back (2004)

De artistieke ommezwaai. Cale is zich opeens bewust van de veranderingen in zijn omgeving en maatschappij. In teksten toont hij zich sociaal, politiek- en milieubewust maar ook kwetsbaar en reflectief. Desondanks waaiert de muziek  goed gemutst uit in een veelheid van stijlen: roots, jazzy, countryblues, een halve merengue. Niet alle nummers zijn even sterk, maar hij heeft tenminste de groove weer stevig bij de lurven.

Roll On (2009)

Als je niet beter weet zou je zweren dat Roll On is opgenomen in de jaren zeventig. Het is de plaat waarmee JJ Cale je weer de woestijn in rommelt. Er zit zand in het geluid en zijn stem klinkt omfloerster en zachter dan ooit. Met zijn manier van zingen wekte hij toch al de indruk dat hij van dichtbij tegen je aan zat te praten. In 2009 wordt Cale 71 en afgaand op de teksten beseft hij dat zijn verleden groter is geworden dan zijn toekomst. Hij vermaakt zich nog een keer onderweg Down To Memphis, laat zijn maatje Eric Clapton opdraven, waarna het doek valt in Burning Down The Curtain. “Enough is enough can’t do it no more”. Het nummer is afgelopen voordat je er erg in hebt. “I’m leavin’ in the morning and I won’t be back again.” Roll On is de laatste plaat die JJ Cale tijdens zijn leven maakt. Een onverwacht slotakkoord van een uniek en onverwoestbaar oeuvre.

Over het vinyl
De buiten- en binnenhoezen zien er piekfijn verzorgd uit. Stay Around heeft zelfs een doorkijk- c.q. vensterhoes. Zoals het hoort zijn de platen geperst op zwart vinyl. Bij elke uitgave krijg je er een cd-versie bijgeleverd. De lp’s zijn gefabriceerd door het Franse MPO op vinyl van 180-gram, al zegt zo’n gewicht niks over de kwaliteit van het geluid en de overigens geruisloze persingen. Met uitzondering van Stay Around is dat geluid niet speciaal geremasterd, lees schoon gemaakt. Vermoedelijk heeft men de bron van de cd ook voor de platen gebruikt. Veel maakt het niet uit. Het is aan de gedempte studioproductie van JJ Cale te danken dat ook op vinyl de luisterbeleving volop aanwezig is.

Stay Around (2lp Because Music 2019)
Roll On (lp Because Music 2009/2019)
To Tulsa And Back (2lp Because Music 2004/2019)
Live (2lp Because Music 2001/2019)
Guitar Man (lp Because Music 1996/2019)
Closer To You (lp Because Music 1994/2019)

Album Rain Tree Crow: de terugkeer van een meesterwerk

Naar verluidt verloor fotomodel Cindy Crawford ooit een rechtszaak van de band Rain Tree Crow. Het ging om onrechtmatig gebruik van een song in een van haar aerobicvideo’s. Rain Tree Crow was een eenmalige voortzetting van de succesvolle jarentachtig band Japan. In samenwerking met David Sylvian, zanger van beide groepen, is platenmaatschappij Universal begonnen met een reeks heruitgaven op vinyl.

De man met de omfloerste stem leidt zelf een relatief teruggetrokken bestaan in Amerika. Lange tijd leek het er bijna op dat hij in de vergetelheid was geraakt. Maar de interesse voor een van zijn soloalbums, uitgebracht tijdens Record Store Day 2018, bleek onverwacht groot. Startsein om ook die andere platen van hem opnieuw uit te brengen, evenals werk van Japan. Die band schudde het stigma new wave op zeker moment van zich af en begon de tijdgeest slim om de tuin te leiden. Met name de latere albums gelden nog altijd als tijdloze meesterwerkjes.

Sylvian is iemand die het liefst het landschap van zijn ziel verkent. Voor hem werd Rain Tree Crow een artistieke uitbreiding van zijn solopad; een poging om zich als songschrijver opnieuw uit te vinden. Onder meer door pop nog meer te verbinden aan niet-westerse klanken, ritmes en ambient.

Net als het beste van Japan bevat het album van Rain Tree Crow een sterke ondertoon van melancholie. Melodielijntjes worden uitgeworpen om je langzaam maar zeker te verleiden. En hoe bijzonder verliepen de opnamen. Het grootste deel ontstond uit intuïtieve improvisaties die ter plekke in de studio werden vastgelegd. Het is muziek die voortdurend van binnen naar buiten keert en van buiten naar binnen. Broeierig, organisch, volstrekt ongrijpbaar. En zomaar ineens een song met een meezingbaar refrein (Blackwater).

Dit enige werk van Rain Tree Crow verscheen in 1991. Het jaar van nogal wat albums die nadien belangrijk en baanbrekend werden; van Talk Talk, Nirvana, U2, My Bloody Valentine, Slint en Massive Attack. Rain Tree Crow kan gewoon aan dit rijtje worden toegevoegd. De muziek lijkt niet op alles wat hiervoor en niet op alles wat erna is gemaakt.

De afbeelding van een woestijngebied is op de heruitgavehoes nadrukkelijker in zwart-wit dan op de originele lp. De binnenhoes is aangepast met een extra foto. Het oogt allemaal wat stemmiger vergeleken bij het modieuzere artwork uit de jaren negentig. De beelden zijn afkomstig uit het roadtripboek American Roulette van fotograaf Shinya Fujiwara. Maar belangrijker, de geluidskwaliteit van deze reissue is simpelweg fantastisch en klinkt op vinyl zoveel beter en vitaler dan ooit te voren.

Rain Tree Crow – Rain Tree Crow (lp Virgin/UMC 2019)

Platenlabel Substantia Innominata: de kleur van klank met Steven Wilson, Pepijn Caudron en Matt Waldron

Een bepaald deel van de hersenen, de substantia innominata, is belangrijk voor de aanmaak van een stofje dat de communicatie stimuleert. Het is ook de naam van een platenmaatschappijtje uit Duitsland. Labeleigenaar Stefan Knappe ziet de uitgaven als een zoektocht naar het onbekende. In een interview beweerde hij: “Als je er voor open staat heeft de experimentele muziek ook een sterk psychologische kant, die je leert om te gaan met het vreemde, het onconventionele.” Alle releases worden uitgebracht op vinyl, af te spelen op 33-toeren. Behalve die ene van Kreng.

De schijfjes van Substantia Innominata worden geperst in een oplage van een paar honderd, telkens voorzien van een kleurtje. Ze verschijnen op het formaat van een zogenaamde ten inch, het midden tussen een vinylsingle en een lp. Desondanks is de afspeelduur soms een half uur of langer.

Een van de bekendste artiesten die een bijdrage levert aan het bijzondere karakter van het platenlabel is Steven Wilson. Zijn vroegere rockband Porcupine Tree gaf hem volgens eigen zeggen te weinig ruimte voor zijn veelzijdige opvattingen over muziek. Om meer te kunnen experimenteren met de structuur van klanken, schiep hij het eigenzinnige soloproject Bass Communion.

Dus galmt op Sisters Oregon tussen een bijna kosmisch klinkend jongenskoor de resonantie van een versterkte klankschaal. De sfeer is ingetogen, mysterieus en desolaat, ja bijna mystiek. De keerzijde is echter van een andere orde. Op kant twee beland je middenin een horrorfilm. Wilson neemt de tijd om laag voor laag een dramatische draai te geven aan een muzikaal landschap waarvoor het woord creepy een understatement is. Ook de hoes toont een landschap. Er lijkt daarin iets te zijn neergeploft dat lijkt op een kunstinstallatie of een onderdeel van een ruimtevaartuig.

Met zijn eenmansproject Kreng verzorgde Pepijn Caudron jarenlang het muzikale decor bij theatergroep Abbatoir Fermé. Selfed bevat opnamen voor een dansgezelschap uit Slovenië. Verwacht allesbehalve opzwepende beats. Geven soundscape-achtige klanken je soms het gevoel alsof ze onder water zijn opgenomen, Kreng komt meteen aan de oppervlakte. Dit werk heeft meer weg van een heuse compositie, waarmee Caudron doorwrocht en gedoseerd toch een zekere atmosfeer creeert. Constant zwanger van onheil, temeer omdat je het idee krijgt dat je niet goed weet waar je naar luistert. Een stuk muziek dat op prachtig raadselachtige wijze desoriënteert. Af te spelen op 45 toeren!

Matt Waldron werkte ooit samen met Nurse With Wound’s Steven Stapleton, de grootmeester van de auditieve ondermijning. Zijn eigen platen brengt hij uit onder de codenaam irr. app. (ext.). De afkorting voor Irrational Appendage (Extending) had net zo goed de titel van een kunstwerk uit het surrealisme kunnen zijn. Waldron zegt geïnspireerd te zijn door deze kunststroming, al moeten we er volgens hem niet al te hoogdravend over doen. “Sexy sonische opwinding” noemt de Amerikaanse geluidskunstenaar zijn All Things Are Equivalent? Hierin zijn instrumenten (o.a. gitaar) bijna onhoorbaar weggestopt in een collage van ratelende geluiden die een industrieel effect veroorzaken. Meer vorm dan inhoud. Het ontbreken van spanning en structuur wordt het werkje net iets teveel.

De platen van Substantia Innominata eisen inlevingsvermogen van de luisteraar. Het is muziek die intimiteit oproept en in zekere zin bevraagt. Luisteren en ondergaan dus, de gordijnen dicht en de lichten voor de zekerheid gedoofd.

irr. app. (ext.) – All Things Are Equivalent? (Substantia Innominata 2019)
Bass Communion – Sisters Oregon (Substantia Innominata 2017)
Kreng – Selfed (Substantia Innominata 2016)

Stefan Knappe van platenlabel Drone Records: “ik denk dat iedereen een muzikant kan en zou moeten zijn”

“Non-entertaining music for the right side of your brain”. Onder dat motto presenteert Stefan Knappe zich met zijn Drone Records aan de wereld van de experimentele muziek. Dit label, met als standplaats Bremen, heeft sinds 1993 ruim dertig singles uitgebracht van de meest uiteenlopende groepen. Singles dus, op 33 toeren, geperst in gekleurd vinyl en gestoken in door de artiest zelfgemaakte hoesjes. De schijfjes verschijnen telkens in een beperkte oplage. Volgens Knappe is de keuze voor experimentele muziek op singleformaat simpel: “Het is de perfecte wijze om nieuwe bands te introduceren bij de luisteraar zonder dat deze zich gaat vervelen. De meeste mensen kopen geen zeventig minuten durende cd van een onbekend artiest of project. Een 7″ single geeft vaak een goede impressie van het werk van een artiest en duurt net lang genoeg om de aandacht van de luisteraar vast te houden.”

De singletjes bij Drone Records komen niet uit volgens de gebruikelijke methode. In plaats van een financiële vergoeding krijgen de bands een aantal singles cadeau. Knappe: “Ze weten dat het label op een non-profit basis werkt”. Met name onder muzikanten heeft het label een goede naam opgebouwd. “Ondanks dat de aandacht voor experimentele muziek de afgelopen jaren sterk is gegroeid, lijkt het alsof de experimentele scene meer uit muzikanten bestaat dan publiek. Het is dus een scene van muzikanten die weer luisteren naar andere muzikanten. Vreemd. Maar ik vind het prima zo, want ik denk dat iedereen een muzikant kan en zou moeten zijn.”

Van bands die Knappe voor zijn Drone Records contracteert, verwacht hij dat ze een bijzondere draai aan experimentele muziek geven. Stefan Knappe, die zelf sinistere avant-drones maakte met het ter ziele gegane Maeror Tri, verduidelijkt: “Natuurlijk moet de muziek me ook persoonlijk raken. Ik ben emotioneel snel onder de indruk van, zoals ik het noem, atmosferische muziek. Volgens mij is experimentele muziek de enige muziek van waaruit nieuwe muzikale en filosofische ideeën kunnen worden ontwikkeld. Bovendien ontmoet je de meest onconventionele, zelfbewuste en ruimdenkende mensen. Mensen die zich niet in een hokje laten plaatsen.”

“Experimentele muziek is non-entertaining, het bezit geen commerciële waarde en kan niet functioneren als een drug voor de massa. Integendeel, het maakt je juist eerder bewust van bepaalde zaken. Hiermee raak je een belangrijke politieke en sociale kant van de experimentele muziek. Als je er voor open staat heeft de experimentele muziek ook een sterk psychologische kant, die je leert om te gaan met het vreemde, het onconventionele.
Veel mensen worden knettergek van het luisteren naar avant-garde, ze kunnen het niet opbrengen om er langere tijd naar te luisteren. Omdat de meeste mensen gewend zijn om op een oppervlakkige manier naar radiomuzak te luisteren, zeggen ze over experimentele muziek dat ‘er niets gebeurt’. Maar als je ernaar leert luisteren, ontdek je op den duur verschillende dimensies in geluid. Er zijn platen waar je iedere keer opnieuw naar kunt luisteren en die bij iedere draaibeurt anders klinken. Ik zou bijna willen zeggen dat experimentele muziek een stimulans kan zijn voor je hersenen, een soort hulpmiddel om dingen beter te leren begrijpen.”

Op Drone Records verschenen singles van ondermeer Beequeen, Noise-Maker’s Fifes, Crawl Unit, Small Cruel Party, Ultra Milkmaids en Life Garden.

Drone Records

(eerder gepubliceerd in Opscene in 2006)

 

Is Grey Area van Little Simz het beste hiphopalbum van 2019?

Oh grote opluchting. Een hiphopalbum dat nu eens niet gebukt gaat onder het robotgeluid van de auto-tune. De software waarmee toonhoogte in zang en muziek kan worden veranderd, is tegenwoordig zulk gemeengoed dat vrijwel alle hiphop hetzelfde en erger nog inwisselbaar klinkt.

Little Simz kiest voor een andere aanpak. De keuze om live ingespeelde instrumenten te mengen met samples en beats is op zijn minst verfrissend. Net als bij die andere vernieuwers waar haar werk soms aan doet denken: Beastie Boys, Massive Attack en Marvin Gaye. Is dit nog hiphop? Het is vooral heel veel soul waarin een samenspel van strijkers en gortdroge beats verbazing en luisterplezier afdwingen. En hoe aanstekelijk opeens zo’n melodie in de bekentenissong Selfish, waarvan het refrein wordt gezongen door Cleo Sol. Allemaal te danken aan Inflo. Hij is een aanstormend producerstalent die eerder werkte met Danger Mouse en Michael Kiwanuka. De laatste doet overigens een mooi duet met Little Simz in het nummer Flowers.

Op de voorkant van de albumhoes zien we een zwart-witfoto van de uit Londen afkomstige rapper. De blik serieus maar vooral kwetsbaar. Little Simz heet eigenlijk Simbi Ajikawo. Haar roots liggen in Nigeria. Een spraakwaterval van 25. Goedgebekt en recht voor de raap rijmrapt ze met haar Cockneyaccent over de stand van zaken in haar leven, met alle onzekerheden en eenzaamheid die daarbij horen. In een interview noemt ze deze periode haar Grey Area, tevens de titel van haar album. In Wounds neemt ze afstand van de wereld van geweld die soms aan hiphop kleeft. Persoonlijker wordt het in Venom. Op Twitter uitte ze haar ongenoegen over het feit dat ze slechts wordt beschouwd als ‘vrouwelijke rapper’. Behalve boosheid en frustratie is er hoop op betere tijden: “I’m still gonna succeed in life”.

In haar teksten verwijst ze verder naar haar Kanye West, Dizzee Rascal en Busta Rhymes. En naar Jimi Hendrix. In het genoemde slotduet met soulzanger Michael Kiwanuka brengt ze namelijk een saluut aan de Club van 27, aan Kurt Cobain, Robert Johnson, Basquiat en Janis Joplin. En natuurlijk Amy Winehouse: “one more hit before my eyes close”. Gezongen als een mantra om het extra te laten beklijven. De grote klasse en meerwaarde van dit prachtige album is dat Little Simz en Inflo er veel meer van hebben gemaakt dan alleen artistieke zelftherapie.

(de lp versie is verschenen in klaphoes en geperst op wit vinyl)

Little Simz – Grey Area (lp, Age 101 Music 2019)