Recensie album Cielo: Glice ontregelt met klankkastjes en strijkers

Doorgaans wordt Glice in verband gebracht met een genre dat binnen de officiële muziekhistorie stiekem haar eigen niche heeft gecreëerd: noise. Uit het nieuwe album Cielo blijkt echter dat je met ‘lawaai’ het Amsterdamse duo ernstig te kort doet. Hier gaat het niet om het opschroeven van decibellen maar om minder is meer. Ruben Braeken en Melle Kromhout verkennen de mogelijkheden van klank en geluid die voor de luisteraar en wellicht ook voor henzelf verrassend uitpakken. Opvallend aangenaam dat je niet altijd weet waar de muziek naartoe gaat. Een ander soort ontregelen kortom dan bij de gekende noise-niks Merzbow en Wolf Eyes.

De plaat begint met een schrapend gitaargeluid dat subtiel wordt ondermijnd door een meeglijdende doffe dreun. Dat leest natuurlijk raar en onwerkelijk maar al luisterend is het wonderlijk om te horen hoe het tweetal zulke contrasten gewoon gaat benadrukken, simpelweg door er heel geraffineerd de tijd voor te nemen. Er volgen meer tegenstellingen. Glice voegt ze samen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Volgens de oude Grieken laten zwanen zich pas horen wanneer de kauwen stil zijn. Een metafoor voor de stelling dat wijze en goed geïnformeerde mensen pas spreken wanneer anderen er het zwijgen toe doen. In Jackdaw (Engels voor kauw) komen na dissonante geluiden een melodie spelende cello en viool aan het woord. En slotstuk Animalicule eindigt zelfs in neuriënd, unheimisch gezang.

Glice kiest niet voor muziek die makkelijk in het gehoor ligt maar voor desoriëntatie en vervreemding. Hetzelfde gevoel dat je krijgt bij de soundtrack die Mica Levi maakte voor de film Under The Skin. Glice lijkt bovendien het gedachtegoed van Edgard Varèse te omarmen. De Franse componist beschouwde zichzelf als “een arbeider in ritmen, frequenties en intensiteiten”. Bij Glice ontstaan ritmen, frequenties en intensiteiten uit klankkastjes, effect- en vervormingsapparatuur, aan elkaar verbonden door kabeltjes en snoertjes. Het levert hoe dan ook een album op waarmee Glice zich buiten de niche van de noise plaatst. Prachtig ongrijpbare muziek.

Glice – Cielo (Narrominded lp 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Boek The Rolling Stones On Air In The Sixties: hoe de Stones zich een weg baanden door de heersende middenklasse

Het lijkt alweer heel lang geleden maar zelfs The Rolling Stones waren ooit onbekend en zeer onbemind. The Rolling Stones On Air In The Sixties geeft een aardig beeld van de wijze waarop de band begin jaren zestig in een mum van tijd groot en populair werd. Antwoord? Gewoon door hard te werken. De talloze optredens in de media, met name voor de Britse tv en radio, deden de rest. De Stones hadden in elk geval een enorme ambitie om het te gaan maken. Medeoprichter Brian Jones benaderde zelf maar vast de BBC voor een auditie, die overigens werd afgewezen. De rauwe bluescovers van de Stones vielen natuurlijk meteen op tussen de argeloze amusementsmuziek van toen.

Voorafgaand aan het debuutalbum uit 1964 had de band er al honderden optredens op zitten: in achterafzaaltjes, als onderdeel van packagedeals waarbij je op een avond het podium deelde met andere acts, of in lokale en landelijke tv-programma’s. We hebben het over de tijd van de zwart-wit beeldbuis, van zangers die niet live ‘zongen’ maar met een geluidsband (playback). De opmars van de rock-‘n-roll werd destijds vooral opgepikt door piratenzenders op zee of het lastig te ontvangen Radio Luxemburg.

Het keurige Engeland wist zich lange tijd geen raad met een tienerpubliek dat hysterisch reageerde tijdens Stonesoptredens die vaak ontaardden in vechtpartijen met de politie. Onderling werden door de bandleden zelfs weddenschappen afgesloten over hoe lang een concert zou duren.

The Rolling Stones botsten met de goede zeden, met de burgerlijke ethiek en de autoriteiten in het korset dat Groot-Brittannië heette. Je kunt het je tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen. Op zeker moment werden ze vanwege hun kleding zelfs geweigerd in een restaurant. “Ze waren van kwajongens uitgegroeid tot voer voor de tabloids”. Journalisten stelden vaker vragen over de langharige kapsels die ze droegen dan over de muziek.

Dit lijvige hardcoverboek handelt met name over hoe de Britse media omsprongen met de onwennig aanvoelende popmuziek in het algemeen en de Stones in het bijzonder. Men veronderstelde dat het na twee jaar wel zou overwaaien. Prachtig onderwerp dus. Helaas wil de tekst van auteur Richard Havers maar geen verhaal worden dat je bij de lurven grijpt. Hij beperkt zich tot een droog relaas van feiten en datums. Tot vervelens toe noemt hij telkens alle tv-presentatoren en andere acts van een bewuste uitzending. Om maar te zwijgen van de slordige gewoonte om het programma Ready Steady Go! soms voluit te schrijven, dan weer als afkorting. Verder stipt hij zaken aan zonder ze nader te duiden. Dat de Stones 1 miljoen dollar ontvingen voor de bijdrage aan de speelfilm Only Lovers Left Alive is leuk om te weten, maar Havers laat na te melden dat de film nooit werd voltooid.

De vele prachtige zwart-wit foto’s maken veel zo niet alles goed, evenals de replica’s van originele documenten, waaronder entreekaartjes en de correspondentie die op gegeven moment ontstond over de irritatie tussen het Stonesmanagement en de BBC. Ook Brian Jones’ handgeschreven brief met het auditieverzoek staat erin. Verder wordt duidelijk in het overzichtelijk vormgegeven boek dat The Rolling Stones meedogenloos en zonder ver om te kijken zich een weg baanden door de oudere, heersende middenklasse. Brave pa en ma moesten tot hun verbijstering toegeven dat de opmars van de rock-‘n-roll en die van de Stones niet meer was te stuiten.

The Rolling Stones On Air In The Sixties (achter de schermen bij een band in opkomst) (Kosmos Uitgevers 2017)

Jubileumuitgave smeekt om eerherstel: Their Satanic Majesties Request – The Rolling Stones

Het zwarte schaap in de Rolling Stonesfamilie. Toen Their Satanic Majesties Request in december 1967 het licht zag, moest de wereld nog bijkomen van dat ene Beatlesalbum. Sindsdien is de plaat van de Stones een minderwaardigheidscomplex en imagoprobleem aangepraat. 1967 was toch al een rampjaar voor Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones. Om zich te verantwoorden voor drugsbezit kwamen de heren elkaar vaker tegen in de rechtszaal dan in een muziekstudio. Verspreid over enkele maanden werd met frisse tegenzin alsnog het album voltooid.

Schrikken geblazen. Het rauwe geluid van de Stones opzij gezet voor een op muziek gezet experiment; om de geest te verruimen en in het geval van de band, het geluk weer op gang te brengen. En geluk is zoals we weten los zand, ongrijpbaar, iets dat soms vlak voor je neus ligt zonder dat je het in de gaten hebt. Zo is het ook met Their Satanic Majesties Request. Een aantal songs balanceert aanvankelijk halfslachtig tussen vorm en improvisatie, maar kiep als luisteraar de ballast van het verleden achterover, ga er eens goed voor zitten en ontdek patsboem dat de meeste nummers zich inventief en flamboyant uitkristalliseren. Met dank aan de superieure geluidskwaliteit van deze heruitgave.

En The Rolling Stones zoals we ze kennen duiken bij nader inzien regelmatig op tussen de hoeveelheid uitheemse instrumenten en de fijnzinnig gearrangeerde strijkers (door John Paul Jones de latere bassist van Led Zeppelin). Over vrijwel de hele plaat prikkelen gitaarriffs als rotsjes in de psychedelische branding. Best uitdagend om al herontdekkend terug te horen: dat gitaarwerk en Jaggers stem van elastiek in een sfeer die exotisch, oriëntaals en uitgelaten is. Tijdens de intro van Sing This All Together (And See What Happens) vraagt Jagger: “where’s the joint?”. En net als bij The Beatles en andere bands die toendertijd de psychedelica omarmden, begint de hallucinerende trip van de Stones bij het hoesontwerp: op de cover een duizelig makende driedimensionale foto (uniek in 1967!), in de klaphoes een doolhof tegenover een Jeroen Bosch-achtig schilderij.

De beste nummers zijn ook vijftig jaar later nog de beste nummers: Citadel, She’s A Rainbow en natuurlijk 2000 Light Years From Home, waarin een glansrol voor Brian Jones. Met de sinistere klank van een mellotron stuurt hij de song richting onheil. Mick Jaggers tekstuele metafoor over eenzaamheid wordt zo wel heel erg wrang. Naar verluidt schreef hij de tekst in een politiecel. Een liedje geschreven door bassist Bill Wyman, In Another Land, is een ‘druggy’ sprookje dat herinnert aan de vroege Pink Floyd. Zo zie je maar weer. Een jubileumuitgave kan zoveel meer zijn dan een marketingconcept. Zeker in dit geval maakt de speciale editie een weerloos album weer waardevol.

Bovendien ziet deze handgenummerde “50th anniversary edition” er prachtig uit. Meervoudig valt de hoes uit te vouwen en op de voorzijde pronkt de bandfoto in het bekende 3D effect. In bijgaand boekje heeft muziekhistoricus Rob Bowman zo zijn eigen opvattingen. Het instrumentale deel van Sing This All Together (And See What Happens) verwijst volgens hem naar de muzikale gekte in The Return Of The Son Of Monster Magnet van The Mothers Of Invention. Inderdaad, dat zou zomaar eens kunnen, maar om vervolgens te beweren dat de Stones met hun aanpak vooruitblikken op de “sonic textures” van Miles Davis’ Bitches Brew is op zijn zachtst gezegd nogal vergezocht. Wel houdt Bowman terecht een pleidooi om Their Satanic Majesties Request te beschouwen als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Stones, van rhythm-and-blues band naar uitvinders van moderne rock voor de jaren zeventig.

De luxe set bevat lp’s en sacd’s in zowel mono als stereo. Met name de stereoversie op vinyl laat een ongekunstelde plaatsing horen van zang, muziek en geluidseffecten. De weergave is zo helder en energiek dat het experiment met effecten en afwijkende instrumenten er volop van profiteert. Hierbij vergeleken klinkt de monovariant stug en eendimensionaal. Opvallend is de gelijkenis tussen de heruitgave en een originele Engelse lp in stereo. Op de laatste is de muziek misschien iets pittiger, maar ook rommeliger in details (o.a. bekkens).

Het geluid van de reissue bezit een prettige schwung waarnaar het heerlijk luisteren is. Voor beide sacd’s gaat min of meer hetzelfde op, maar zoals wel vaker klinken opnamen uit de jaren zestig gewoon veel beter op vinyl. Vanzelfsprekend zijn audiovergelijkingen vaak afhankelijk van smaak, persoonlijke voorkeuren en kwaliteit van de afspeelapparatuur. Over details gesproken. Op het vinyllabel van de lp’s is de vermelding van de oorspronkelijke platenmaatschappij Decca gehandhaafd in het originele lettertype. Voor de kenners: unboxed!

The Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request (ABKCO/Universal 2017)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

De eeuwige cultplaat van sixtiesband July

Doorgaans zijn de platen die worden omschreven als miskend meesterwerk amper het aanhoren waard. Superlatieven alom, herontdekking van de eeuw, u kent het wel. Ook over July zijn de anekdotes in de loop der jaren bekender geworden dan de muziek. Zo gaf men in 1968 een concert in de toenmalige undergroundclub Roundhouse, samen met een andere “up and coming band”. Nadat July haar optreden had beëindigd vroeg de dj van dienst of ze niet nog een set wilden spelen. Reden om een andere groep die op dat moment op het podium stond, te vragen of ze eerder wilden stoppen. Volgens hem omdat het publiek er niks aan vond. De band die voortijdig werd heengezonden was Pink Floyd.

Het debuut van July behoort tot de meest gezochte lp’s in de popmuziek. Voor een originele persing betaal je algauw rond de 2000 euro. July had het in zich om heel groot te worden, maar kreeg plots bezoek van ene Murphy en zijn geen-speld-tussen-te-krijgen Wet. Er was veel te weinig studiotijd geboekt en kort na de release van het album ging tot overmaat ramp de platenmaatschappij failliet. Aan de muziek heeft het niet gelegen. Het album staat vol met fraaie, psychedelische pareltjes. Ze doen denken aan de eerste Pink Floyd lp, vermengd met het studio-experiment van The Beatles op Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Zomaar was daar ineens in ’68 dit nederige meesterwerkje. Zo bescheiden van karakter dat niemand het kocht. Elke song scherpzinnig, een tikje sophisticated, uiterst muzikaal en inventief. Wellicht beschikte July over te weinig charisma om zich staande te houden tussen de grote namen van dat moment. Een van de zangers, Tom Newman, schopte het nog tot producer van een klassieker die wel iedereen kende en kocht: Tubular Bells van Mike Oldfield. Maar hij mag natuurlijk trotser zijn op de plaat die hij maakte met July.

July – July (Major Minor/Parlophone/Music On Vinyl 1968/2017)

Zangeres Sevdaliza maakt eigenzinnig egodocument

Was ISON niet de bijnaam van een komeet die onverschrokken de kring rondom de zon indook? Om daar vanuit de kilte van de duisternis de warmte op te zoeken, waarna deze reis uiteindelijk fataal afliep?

Ook Sevdaliza kiest de weg van ogenschijnlijk veel weerstand. In de songs van de Iraans-Rotterdamse is het spannend aftasten tussen zang en beats. Alhoewel songs? DJ en producer Mucky (van dubstep-trio NoizBoiz), smeedt over de voordracht van de zangeres een laag beats en elektronische klankvervormingen, die experimenteler en gedurfder zijn dan wat je doorgaans hoort op de gemiddelde dance- en popplaat. Minimaal, subtiel en geraffineerd. In enkele nummers geeft een piano tussen de beats melodieus tegengas. Dikwijls klinkt de muziek als een onderkoelde versie van Massive Attack. Sevdaliza doet intussen veel met haar stem. Ze zingt, zucht of fluistert, het timbre vaak licht hees. Al doet ze soms teveel en werkt haar stem in sommige nummers op de zenuwen.

ISON lijkt een muzikale en thematische variant op Under The Skin, de film waarin een buitenaardse entiteit de gedaante van een vrouw aanneemt en, als overlevingsmechanisme in een voor haar onbekende wereld, haar eigen identiteit en realiteit opzoekt. Waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaat. Sevdaliza overleeft en komt gelouterd tevoorschijn.

Gelouterd omdat ze begrijpt dat het leven een zoektocht is naar mogelijkheden om op een andere manier om te gaan met datzelfde leven. De zangeres gebruikt verkenning en zelfbespiegeling als muzikale meditatie. Natuurlijk is er altijd de twijfel als metgezel. Neem het beklemmende Human: “my precious disguise, business so cold, can’t cope with my own, how to not fail”. Teksten krijgen alleen al door haar intonatie een dubbele betekenis. Op zeker moment herhaalt ze telkens “what I meant, what I meant”.

Die zwaarmoedigheid, die ook op de luisteraar vat krijgt, wordt door Sevdaliza en haar muzikale partner omgetoverd in beklemmende songscapes. Mooi dat het duo zich hierin vastbijt en volhardt in een en dezelfde sfeer en de slowmotion als uitvoering. Prachtige, weerbarstige plaat.

Het label Music On Vinyl heeft ISON verpakt in een luxueuze klaphoes en het vinyl geperst in gebroken wit. Op de hoes het artwork van de Amerikaanse Sarah Sitkin, kunstenaar van bizarre collages in ambigue sculpturen. Van deze vinylversie zijn duizend genummerde exemplaren verschenen.
Sevdaliza – ISON (Twisted Elegance/Music On Vinyl 2017)
(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Vinylbox Studio 12 zet Haarlemse Ultrabeweging voorgoed op de kaart

Nexda. Zeg de bandnaam hardop en je krijgt een idee van de muziek die erbij hoort. Typerend voor de experimentele beginfase van de jaren tachtig. Dat de intonatie van de bandnaam bijna iets weggaf over de aard van de muziek. Terwijl grote namen artistiek gezien het spoor bijster raakten (David Bowie, Bob Dylan, Rolling Stones), kon je voor muzikaal avontuur terecht bij een onderstroom aan kleine platen- en cassettelabels. Alles in eigen beheer om met minimale middelen een maximaal effect te bereiken. Mooi meegenomen dat veel betrokkenen net van de kunstacademie kwamen. Het was de tijd van undergroundblad Vinyl (inclusief flexiplaatje) als tegenhanger van Muziekkrant OOR. En achteraf het verbijsterende besef dat de VPRO met radioprogramma Spleen twee uur lang experimentele muziek uitzond, op zondagmiddag.

Underground was ook Ultra, een kunst- en muziekbeweging ontstaan uit een serie concerten in het Amsterdamse Oktopus. Muziek? Hoekig, licht abstract, een tikje absurdistisch. Er werd geëxperimenteerd vanuit de ideologie dat het verklanken van ideeën belangrijker was dan popliedjes met kop- en staart. Bekendste namen: Minny Pops, Mekanik Kommando en Nasmak. De beweging waaide algauw over naar andere steden waaronder Haarlem.

Tussen 1980 en ’84 verscheen veel Ultramuziek uit de Noord-Hollandse stad via Studio 12. Studio, cassettelabel en ontmoetingsplek voor een stel vrienden en gelijkgestemden. Stuwende kracht is Wim Dekker, destijds tevens eigenaar van kleding- en platenzaak Amigos. Het is in deze winkel dat The Ex in 1980 haar debuut-lp presenteert. De drummer speelt met de rug naar het publiek wegens ruimtegebrek. De oorspronkelijke cassettebandjes van Studio 12 zijn nu verdeeld over vijf plakken vinyl in een fraai vormgegeven boxset. Oplage 444 stuks. Je krijgt er ook nog een boekje en een single bij. Eerste hoogtepunt is de introductie Muzak For Critics, waarop Pieter Mulder de toon zet met een bizar, duister werkje vol vervorming en vertraging. De rest van de plaat bevat instrumentale nummers met ritmeboxjes en ijle sfeermuziek door middel van synthesizers, o.a. bespeeld door Dekker. Bijna een alternatieve soundtrack voor The Shining en Blade Runner.

De boxset bevat louter herontdekkingen. Neem Die Krü Blødt. Metalen techno en dubmuziek bijeengehouden door weirde interventies die leiden tot een sculptuur aan verwrongen geluid en zang. In weerwil van de rare naam is de muziek prachtig en tegelijk dansbaar. De invloed van dubguru Lee Perry valt ook te horen bij Karin Hueting & Ivo Schalckx, kortweg K&I. Het tweetal gebruikt het genre als basis voor verkenning en samensmelting van klanken die een op de een of andere manier een ongrijpbare emotie oproepen. Nexda, de band die Studio 12 het meest frequenteerde, klinkt anno nu tamelijk magertjes. De rituele ritmes en de lange speelduur van de nummers werken averechts, temeer omdat de muziek uiteindelijk nergens naartoe gaat. Beter op dreef is Nexda opeens op de plaat Dirt & Junkride. Absurdisme vermengd met klapwiekende dub.

Het meest fascinerende van deze uitgave is dat de muziek eens kan worden beluisterd los van de context van toen. Horen hoe vernieuwingsdrang leidt tot ongekende klankmogelijkheden. Heel bijzonder om te ontdekken hoe goed het achteraf allemaal was en belangrijker, nog altijd is. Verfrissend: muziek die op zoek gaat naar een probleem in plaats van naar een oplossing. Muzikanten die zichzelf wegcijferen. Niet voor niks heten opvallend veel nummers Untitled. Er is al een tijdje internationale herwaardering voor de Ultrabeweging, dankzij tentoonstellingen en publicaties. Originele platen en cassettes zijn collector’s items. Eigenlijk is de stroming net zo waardevol en legendarisch als de Nederbeat van de jaren zestig.

Laten we de vaderlandse bescheidenheid voor een keer varen met dit artefact uit de jaren tachtig. Deze boxset is een cultuurhistorisch document van de Nederlandse popmuziek. Een klassieker in wording.

Studio 12 Recordings 1980-1984 (Blowpipe Records/Vinyl On Demand Records 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Rob Eijsvogels overleden, eigenaar Satisfaction, oudste platenzaak van Limburg

Na een langdurige ziekte is Rob Eijsvogels, tot voor kort eigenaar van de oudste platenzaak van Limburg, op woensdagavond 19 juli overleden. Welke Heerlenaar kocht niet zijn of haar eerste plaat bij Satisfaction? In de jaren tachtig groeide de winkel uit tot ontmoetingsplek voor fans van toen opkomende metalbands als Iron Maiden.

De allereerste keer dat ik Satisfaction bezocht was in 1977. De laatste keer vorige week. In mijn herinnering heette de winkel destijds nog toepasselijk Elpee, gevestigd aan de Geleenstraat. In de tussenliggende decennia, tussen mijn eerste en meest recente aanschaf, tussen Rumours van Fleetwood Mac en Damn van Kendrick Lamar, werd Satisfaction een begrip onder muziekliefhebbers. Eigenaar Rob Eijsvogels bleek net zo markant als zijn winkel die hij in 1973 startte.

Rob was iemand die er er alles aan deed om de winkel draaiende te houden. Terwijl hij voor de zoveelste keer de cd Close To The Edge van zijn favoriete band Yes opzette, merkte hij dat klanten steeds vaker vroegen om liveopnamen van hun favoriete bands. Geen probleem. Korte tijd later verkochten zogenaamde bootlegs als de bekende warme broodjes. Ook niet bepaald voor de hand liggende undergroundgenres als gothic, electro en hardcore lagen in de winkel voor het oprapen.

Omstreeks 1985 heb ik een poosje als hulpje achter de toonbank gestaan in het huidige pand aan de Oranje Nassaustraat. Met lede ogen zag ik de overgang aan van de lp naar de kort ervoor geïntroduceerde cd. Rob verdroeg mijn laten we zeggen andere muzieksmaak en bestelde zonder morren voor de winkel mijn soms zéér obscure albumtips. Toch stuurde hij me een keer naar huis omdat ik tijdens de jaarlijkse balansopmaak telkens de slappe lach kreeg bij het monotoon opdreunen van pakweg elf keer achterelkaar 17 gulden 90. De onbedoelde lachpauzes waren voor Rob aanleiding om teneinde raad uit te roepen: “zo komen we niet verder Harry”.

Toch waren het gouden tijden voor Satisfaction, dé plek om je Pinkpopkaartje te kopen. Op zaterdagen en koopavonden stond de winkel bomvol. Om een plaat te beluisteren moest je soms wachten op een vrije plek bij de koptelefoons. Rob bekeek de latere opkomst van internet en downloaden met gemengde gevoelens. Soms benadrukte hij de gestaag teruglopende omzet met uitspraken als “internet heeft alles kapotgemaakt”.

In de loop der jaren sprak ik wel eens oud-medewerkers die zich beklaagden over de volgens hen op zijn zachtst gezegd niet al te soepele samenwerking met Rob. Ook klanten die de laatste jaren de winkel bezochten, zagen iemand die zich te pas en te onpas negatief uitliet over van alles en nog wat. Desondanks leidde dat weleens tot de nodige hilariteit. Zeker wanneer hij zich tegenover mij beklaagde over het schoonhouden van zijn privézwembad! Ik herinnerde hem er fijntjes aan dat hij bij mijn weten toch maar mooi de enige plaatverkoper was in Nederland met een eigen zwembad in de tuin!

Samen met Rob heb ik wel eens een uitwedstrijd bezocht van Roda. Tegen PSV. Wij naar Eindhoven. Zagen we op een zaterdagavond in het Philips Stadion hoe de thuisclub Roda van de mat veegde met 4-0. Gelukkig zaten we op een door Rob gekozen tribune met stoelverwarming.

De laatste keer dat ik hem sprak was toen we elkaar per toeval tegen het lijf liepen op een zonnige middag in de stad. Ondanks zijn ziekte maakte hij een montere indruk. Hij had zelfs vakantieplannen. De bittere realiteit heeft hem intussen ingehaald. Rob Eijsvogels werd 64 jaar. Satisfaction gaat gewoon door, per 1 januari is de winkel in handen van nieuwe eigenaar Ruud. Rob zou niet anders willen. Met het toch onverwachte verlies wens ik zijn vriendin en vier dochters veel sterkte.

(eerder gepubliceerd via ZwartGoud)