Marc Janssen graaft met Everland label achter de hits van disco, soul en funk

Of hij het tasje van Diana Ross even wilde vasthouden. Hij zat toevallig toch naast de zangeres. Op de tweede rij tijdens de uitreiking van de Grammy Awards in Los Angeles. Marc Janssen geldt als autoriteit en archivaris op het gebied van soul, disco en funk. En hij is mede-eigenaar van Everland, een platenlabel dat obscure albums in deze genres aan de vergetelheid onttrekt. Dat is niet voorbij gegaan ‘in het wereldje’.

In diverse steden vestigden zich gedurende de jaren zeventig in samenwerking met de NAVO Amerikaanse legerbasissen. The Bar-Kays werden overgevlogen voor vertier en vermaak van de militairen. Thuis hoorde hij de discodreunen op platen die zijn broers draaiden. De eerste die hij zelf aanschafte was een lp van Midnight Star. “Vrienden van mij zaten vaak in bandjes. Dat vond ik stoer. Dat waren voorbeelden voor mij.” Leuk toeval. Jaren later liep de Limburger tijdens een feestje in Amerika ineens Reggie Calloway van de discoband tegen het lijf.

Het bezoek krijgt koffie en “speciaal gekocht” gebak. Daar kijken de drie katten van op. Een beetje bozig zelfs, maar dat schijnt aan het ras te liggen, Brits korthaar. Funky, Rhythm en Tommy heten ze. Everland Music houdt geen kantoor in de Randstad maar in het Limburgse Stein, op een steenworp van Sittard. Vlakbij ligt een recreatiepark, zo’n beetje de bekendste attractie van het stadje dat amper 25.000 inwoners telt. Het firmaatje bezit ook een dependance in Oostenrijk.

Marc Janssen bevindt zich echter regelmatig in Amerika waar hij in de loop der jaren een netwerk heeft opgebouwd van muzikanten, producers en medewerkers van platenmaatschappijen. Dan komt hij soms bekende namen tegen tijdens afterparty’s. Staat hij op zijn Facebookpagina toch maar mooi te shinen met Sly Stone, George Clinton, Bill Withers en wijlen Bobby Womack.

Tsja, hoe gaat zoiets? Loopt de Limburger met drankje in de hand met iedereen te babbelen, wordt hij opeens voorgesteld aan Berry Gordy, de gepensioneerde bovenbaas van hitfabriek Motown (Marvin Gaye, Stevie Wonder). Bijna negentig en nog immer in standje verkoop. “Hi, jij schijnt mijn dochter Sherry te kennen. Maar vertel eens, je komt uit Nederland, hoeveel albums heb je uitgebracht. Misschien heb ik iets voor je. Zal ik je voorstellen aan mijn zus? Die heeft net te maken gehad met een stelletje morons uit New York over onze backcatalogue.”

De muziek die verschijnt op Everland gaat ruimschoots voorbij aan de bekende hits van de getapte genres disco, soul en funk. Soms zo obscuur dat informatie erover zelfs op internet ontbreekt. Tijdens een van zijn bezoeken aan de VS werd hij getipt over een enorme collectie die in Atlanta in een loods stond te verpieteren. Dozen vol tax scam records. Volgens Janssen platen die werden uitgebracht “om de belasting te tillen”. In 1976 ontdekten gewiekste managers een maas in de Amerikaanse belastingwet. Je kon een dochteronderneming van een bestaande platenmaatschappij oprichten die echter geen winst mocht maken. Als je kon aantonen dat er niks verkocht werd kreeg je belasting uitgekeerd over je ondernemersverlies. In een mum van tijd ‘verschenen’ op deze manier honderden albums. Op de platen stonden stiekeme opnamesessies, vaak zonder medeweten van de muzikanten. Janssen ontdekte er de nodige curiosa tussen. Volgens hem spelen op een aantal van deze albums bekende muzikanten mee.

Uit de metersbrede wandkast haalt hij nog meer lp’s tevoorschijn met een verhaal. Platen die nooit het licht hebben gezien maar slechts als promotie-exemplaar door het leven gaan. Privé-uitgaven die helemaal niemand heeft gehoord behalve dan de familie van de zanger. Janssen legt er eentje op de draaitafel en schuift met gevoel aan het volumeknopje van het mengpaneeltje. Aan zijn bewegingen te zien heeft hij dit vaker gedaan. Hij verzorgt al enkele jaren de afterparty’s op het North Sea jazzfestival. Het bezoek wordt intussen getrakteerd op vurige funk en dijenkletsende disco. Luidkeels: “Er gaat nu een wereld voor je open hè? Alles wat ik uitbreng, daar heb je nog nooit van gehoord, maar dat vind ikzelf steengoed.” Zelf noemt hij dit dè reden om iets te doen met al die onvindbare albums. “We kopen de rechten in, de publishing rightsremasteren de muziek en registreren het copyright.”

Dus kan de rest van de wereld eindelijk kennis maken met soulzanger Van Jones, met de bendeleden The Ghetto Brothers en hun door Santana geïnspireerde latinrock. Of met souldiva en voormalig nachtclubdanseres Ruby Andrews. Midden in ons gesprek ontvangt Janssen opeens een appje van de zangeres. Ze is net wakker aan de andere kant van de oceaan, Chicago om precies te zijn. Hij belt haar op om te vragen hoe het gaat. Na een amicaal onderonsje overhandigt hij de telefoon aan de verslaggever die een slaperig klinkende Andrews aan de lijn krijgt.

Everland Music is niet alleen ‘the funkiest label in the world’, maar schatbewaarder van archeologische muziekvondsten. Neem de disco van Obatala, strak en inventief gestileerd. Vingers in de lucht wie de afrobeat kent van de Nigeriaan Geraldo Pino. En dan zomaar ineens dat onbekend gebleven album van Don Covay: legendarisch rhythm and blueszanger én idool van The Rolling Stones. Berucht is de jazz die in de jaren zeventig verscheen bij Strata East, muzikaal antwoord op de burgerrechtenbeweging voor Afro Amerikanen. Janssen mag de complete catalogus opnieuw uitgeven. Het gaat om albums van onder meer de muzikale vrijbuiters Pharoah Sanders en Charles Rouse.

Janssen: “We hebben sinds kort een website. Ik merkte dat je zonder niet serieus genomen wordt. Ik praat veel met artiesten en die antwoorden dan weleens van ‘ja ja dat zal wel’. Je moet een vertrouwensband met ze krijgen. Meestal liggen de rechten bij de mensen die daarvoor betaald hebben. En dat zijn vaak niet de muzikanten. Mijn zakenpartner is daarin simpel. Hij kijkt op Discogs wat commercieel interessant is. Mij interesseert dat niet. Ik wil gewoon platen uitgeven die ik góed vind. Als ik dat niet doe gaat voor mij de sjpass eraf.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

De werkelijkheid op zijn kop in de collagekunst van Sandra Clerk

Sandra Clerk maakt bijzondere collages die ze publiceert op haar Instagrampagina. Kleurrijk, licht absurdistisch en speels. Beelden waarin ze de werkelijkheid letterlijk op zijn kop zet. Niet overdadig maar met de meerwaarde van minder is meer. “Met mijn werk wil ik niet zo zeer een verhaal vertellen of een statement maken. Het is eerder gebaseerd op een bepaald gevoel dat ik wil overbrengen.” Ze runde ooit een webshop met vintagekleding. Momenteel werkt ze als freelance tandtechnicus.

“Het begint met afbeeldingen die voor mij interessant zijn. Vaak zijn dat oude foto’s uit vintage magazines, waarvan ik een enorme hoeveelheid bezit, zoals National Geographic, Time/Life Magazine, Panorama, Russische en Duitse film- en fotografie tijdschriften etc. Het grootste gedeelte is afkomstig uit de jaren zestig en zeventig. Die periode fascineert mij.”

Ter verduidelijking noemt ze een bekende song uit die tijd en een aantal films die zich onderscheiden door sterk gestileerd en stijlvol uiterlijk.
“Space Oddity van David Bowie, Nouvelle Vague films van o.a. Jean-Luc Godard. Monica Vitti in films van Michelangelo Antonioni en de prachtige klassieker Hiroshima Mon Amour van Alain Resnais, weliswaar uit 1959, maar toch. Een mooie tijd.”

In je werk is mode iets wat vaak terugkeert valt me op. Is daar een speciale reden voor?
“Van 2009 tot 2016 heb ik een online webwinkel gehad, Katz Vintage. Ik verkocht kleding en accessoires uit de jaren dertig tot tachtig van de vorige eeuw. Het moment dat ik het woord ‘vintage’ niet meer kon horen – steeds vaker werd kleding van enkele seizoenen terug als vintage verkocht – ben ik ermee gestopt. Nog steeds houd ik van echte vintage kleding, meubels en oude spullen. Dat zal de reden zijn waarom ik vaak kleding en mode verwerk in de collages. Dat hoeft niet per se kleding te zijn die ik mooi vind, juist iets tuttigs kan mij bekoren in een afbeelding.”

Waarom werk je graag met collagekunst?
“Binnen de collagekunst is zo ontzettend veel mogelijk. Nooit raak ik verzadigd qua ideeën, alles is mogelijk. Vaak hebben bepaalde collagekunstenaars één stijl waaraan je hen herkent. Voor mijzelf geldt dat niet per se. Het spreekt mij aan meerdere stijlen uit te proberen, voor de afwisseling maar ook om nieuwe mogelijkheden te ontdekken.”

Clerks beelden zijn een ontmoeting van het analoge met het huidige digitale tijdperk beaamt ze.
“Aanvankelijk ben ik begonnen met analoge collages, tegenwoordig werk ik vaker achter de computer. De ene keer maak ik een gekleurde achtergrond in een tekenprogramma en plaats daar afbeeldingen op, de andere keer gebruik ik een echte foto als achtergrond. Ook een combinatie is mogelijk. Alles kan, dat is zo fijn aan collagekunst.”

Het lijken met name fotoachtige collages die je toepast, klopt dit?
“Vanwege mijn bewondering voor het boek De Avonden van Gerard Reve, maakte ik ooit een wandeling langs de Jozef Israëlskade in Amsterdam. Daar, in de Diamantbuurt, schreef hij De Avonden. Vlakbij nummer 66, waar hij heeft gewoond, stond een raam open, in het kozijn lag een dekentje te luchten. Een tafereel dat ik enkel nog ken uit mijn jeugd. In Amsterdam, waar ik woon, zie ik het zelden of nooit. Het oude oudroze dekentje, dat zo uit het boek van Reve had kunnen komen, was omlijst door een groen-blauw raamkozijn, daaromheen een geel kozijn. Het zag er nostalgisch uit en voor mij aanleiding er een foto van te maken. Deze foto heb ik later verwerkt in twee collages.”

Wil je met je beelden iets uitdrukken of er anderszins betekenis aan geven? Misschien werk je intuïtief in plaats van aan de slag te gaan met vooropgestelde ideeën?
“Het maken van een collage kan beginnen met een idee, al ben ik er gaandeweg achtergekomen dat de meest verrassende resultaten ontstaan door toeval. Door het lukraak plaatsen van cut-outs of uitgeknipte afbeeldingen, kunnen soms absurdistische beelden ontstaan. De achtergrond is erg belangrijk. Het gebeurt regelmatig dat ik tevreden ben met het eindresultaat, uit nieuwsgierigheid tóch nog ‘even’ kijk wat een andere achtergrond voor resultaat laat zien en dan weer helemaal opnieuw begin met het herschikken van de gekozen afbeeldingen, die ik aanvankelijk in de collage had geplaatst. Vaak ben ik dan weer een uur of langer bezig.”

Zijn de werken op papier of alleen digitaal?
“Al het werk dat ik maak is als print verkrijgbaar tot A3+, al dan niet ingelijst. Analoge collages zijn er in de originele uitvoering. Zelf heb ik nog niet de moeite genomen ze ergens aan te bieden, maar ik ben al door diverse mensen benaderd om samen te werken, middels verkoop of een expositie.”

De kwaliteit van haar werk is opvallend, temeer omdat de Amsterdamse geen opleiding of achtergrond heeft in de kunst. Integendeel.
“Van 1984 tot 2009 heb ik gewerkt als tandtechnicus voor de kroon- en brugafdeling. Ik heb niet bewust voor dat vak gekozen, ben daar bij toeval ingerold. Het is nooit mijn passie geweest. In 2009 heb ik besloten ermee te stoppen om vervolgens een webwinkel te beginnen in vintage kleding. Ik verzamelde al geruime tijd kleding en het werd tijd er iets mee te doen. In die periode ben ik door een ex-collega, die voor zichzelf was begonnen, gevraagd om voor hem kroon- en brugwerk te maken. Vanaf dat moment ben ik als freelance tandtechnicus gaan werken. Het is een mooi vak, precisiewerk, maar mijn ambities liggen elders. Werken als freelance tandtechnicus met daarnaast het maken van collages is voor mij een perfecte combinatie. De nauwgezetheid in de tandtechniek, komt ook van pas bij het maken van collages, hoewel ik het rauwere werk ook erg kan waarderen.”

Een kunstenaar die vaak wordt genoemd in de geschiedenis van de collagekunst is de Duitse Hannah Höch. In de jaren twintig van de vorige eeuw maakte ze uit gescheurde of uitgeknipte stukken papier vervormde gezichten. Höch had omgang met de dadakunstenaars Raoul Hausmann en Kurt Schwitters.
Clerk: “Het werk van Hannah Höch is zo’n voorbeeld, ik vind het geweldig, maar het was van háár tijd. Dadaïstische collages worden nog steeds gemaakt, echter voor mij is dat niet weggelegd. Vind het vaak te gemaakt of vergezocht, een soort kopie uit een ver verleden.”

Zijn er dan andere (collage) kunstenaars die jou inspireren?
“Ergens begin 2017 kon ik niet slapen. Ik pakte mijn iPhone en kwam per toeval een collage tegen van Eugenia Loli en was meteen gefascineerd. Urenlang heb ik naar meer gezocht, kon er geen genoeg van krijgen. De volgende dag ben ik meteen begonnen met het maken van mijn eerste analoge collage. Vaker kan ik enthousiast raken van iets en daar volledig in opgaan. Later blijkt het toch weer een bevlieging te zijn. Ik kan mij echter niet voorstellen dat collagekunst mij ooit gaat vervelen, want voor mij is het een soort verslaving geworden.”

bekijk meer werken van Sandra Clerk op haar instagrampagina juxtakatz

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Rustin Man gaat met Drift Code op zoek naar het gemoed van de luisteraar

Al een tijdje niet meer gehoord. Je schrikt er bijna van. Dat je in een tijd van toenemende onzekerheid opeens iemand hoort zingen “It feels so good to be alive”. De woorden zijn van Paul Webb. In een vorig leven was hij bassist bij Talk Talk, dat in de jaren tachtig grote hits kende en nadien het experiment opzocht. De Britse band werd destijds aangevoerd door songschrijver Mark Hollis.

Webb: “Talk Talk was een soort scholing voor me. Het was Mark Hollis die me voor het eerst liet kennismaken met Sketches Of Spain van Miles Davis en Astral Weeks van Van Morrison. Het soort platen die ik altijd heb geprobeerd te maken, platen die mensen een tijdje ergens naar toe nemen, bij voorkeur via een route waar ze nog nooit zijn geweest.” Aldus een verklaring die door zijn platenmaatschappij wordt verstrekt. Niet elk interviewverzoek wordt blijkbaar gehonoreerd.

Paul Webb brengt met Drift Code zijn eerste soloalbum uit als Rustin Man. Jaren geleden maakte hij een duoplaat met Beth Gibbons van Portishead. Solo moeten we letterlijk nemen. Webb heeft vrijwel alle muziek zelf ingespeeld. En het resultaat is prachtig. Bijna intieme songs die de tijd van nu met gemak van zich af laten glijden. Webb krijgt hierbij hulp van Lee Harris, de meest jazzy drummer van de popmuziek, eveneens ex-Talk Talk.

Drift Code klinkt alsof het is opgenomen aan het begin van de jaren zeventig. De gelijkenis met Robert Wyatt dringt zich op. Diens ijle stem heeft net als die van Webb iets breekbaars. Waar je misschien even aan moet wennen. De muziek roept het beeld op van een woonkamer oude stijl, van antieke meubelen waar slijtage op zit. Die ambiance staat niet eens zo veraf van de werkelijkheid. De plaat werd opgenomen in een tot woning en studio verbouwde schuur in het landschap van Essex. Frappant genoeg in de nabijheid van luchthaven Stansted. Om het vlieglawaai te mijden nam Webb noodgedwongen de meeste muziek op tussen vier en vijf uur ’s ochtends. “Je kon de vliegtuigen gewoon op de achtergrond horen. Toen we een akoestische gitaar opnamen, moest ik ervoor zorgen dat Lee tussen vier en vijf uur ’s morgens kwam, de tijd waarin er geen vliegverkeer was. Toen ik de volgende dag de opname terughoorde zat er een uil op!” Webb alias Rustin Man werkte meer dan tien jaar aan het album.

“Een vriend vertelde me over een interview met Kraftwerk”, zegt hij. “Op de vraag waarom het zo lang duurde om muziek te schrijven, antwoordden ze: ‘Het schrijven van de muziek ging heel snel, het was het bouwen van de instrumenten dat tijd kostte’. Ik hoop echt dat dit citaat waar is, omdat het zo hilarisch en herkenbaar is. We zagen de schuur als een grote speeltuin. Onze eigen wereld, een unieke atmosfeer waar invloeden van buitenaf niet konden binnensluipen.”

Ieder instrument nam Webb apart op in een andere ruimte. Drums in de slaapkamer, blaasinstrumenten in de lounge. Een tijdrovend proces. Toch bezit de muziek een gevoel van spontaniteit, net zo vanzelfsprekend als adem halen. “Door de noodzaak om gedurende een lange periode op te nemen, klinken de liedjes alsof ze nergens thuishoren maar toch hopelijk overal bij horen. Ik hou van het idee van muziek als escapisme. Ik heb mezelf willen afzonderen van de wereld om dit album te kunnen maken. Ik zou graag willen denken dat mensen zich ook kunnen afzonderen van hun omgeving terwijl ze ernaar luisteren.”

Om dit te bereiken laat hij in de teksten verschillende vertellers aan het woord. Elk nummer krijgt zo een eigen gevoel, karakter en temperament. Allemaal bedoeld om de luisteraar te laten reizen in een voor hem wellicht nieuwe omgeving met andere gedachten.

Reden voor Webb om zijn recente werk Drift Code te noemen. Een oxymoron volgens hem. Woorden die een combinatie vormen maar elkaar tegelijk tegenspreken. “Een code is iets dat vast ligt, maar het is ons instinct om te dwalen, to drift. Ik hou van het idee dat het leven een puzzel is die niet kan worden opgelost, omdat het antwoord altijd verandert.”

Drift Code bevat overigens een Nederlands tintje. Op de hoes staat een oude foto van een draaiorgel. Webb koos het beeld vanwege de magische sfeer die er volgens hem van uitgaat. De foto werd gemaakt aan de Hofweg in Den Haag (zie de Google streetview beneden). Op de achtergrond een gebouw van zandsteen in een historiserende vormgeving. Honderd jaar geleden deed het dienst deed als modemagazijn. Tegenwoordig zijn in dit rijksmonument luxe appartementen te huur.

Emile Roemer burgemeester van Heerlen: “Voor mij is een stad niet een verzameling panden, maar een verzameling mensen”

links stadhuis Heerlen, rechts nog af te breken kantoor (foto: Harry Prenger)

Met enige trots toont de burgemeester zijn ruime kantoor in het stadhuis. “We houden hier zelfs vergaderingen”, zegt hij wijzend op de enorme ovale tafel met leren stoelen. Buiten ronkt het geluid van stroomgeneratoren. Binnenkort beginnen sloopwerkzaamheden van een ernaast gelegen kantoorkolos. Het typeert het huidige Heerlen dat letterlijk aan de weg van de toekomst timmert. “Ik val hier met mijn neus in de boter” vertelt Emile Roemer. Sinds maart 2018 is de voormalige fractievoorzitter en lijsttrekker van de SP waarnemend burgemeester. Voorafgaand aan het interview hebben we een aantal gespreksonderwerpen doorgegeven: SP, Heerlen, herindeling en heavy metal. We mogen de burgemeester tutoyeren.

Hoe bevalt het in Heerlen? Ik neem aan dat je de stad intussen al aardig hebt leren kennen. Zou je er al een karakterschets van kunnen geven?
Lachend: “Hoe lang heb je? Ik ben bezig Heerlen te ontdekken. Voor mij is een stad niet een verzameling panden maar een verzameling mensen. Als je de stad wilt snappen moet je twee dingen doen: je moet de geschiedenis kennen en je moet de mensen kennen. Dat eerste kun je door veel te lezen, je te laten bijpraten, musea te bekijken. Maar mensen in de stad leren kennen doe je door erop af te gaan en met ze te praten. Dan hoor je wat leeft, wat er speelt en wat de uitdagingen zijn.”

Toch heerst er bij sommige mensen nog een negatief beeld over Heerlen.
“Het beeld wat men van buiten Zuid-Limburg heeft over Heerlen is echt achterhaald. Nog te vaak hoor ik: ‘Heerlen, dat is toch die stad met die drugsoverlast?’ Ik vraag dan ‘wanneer ben je er voor het laatst geweest? Onder welke steen heb jij gelegen de afgelopen twintig jaar?’

Er is de laatste jaren wel een flinke toename te zien in de stad van kunst en cultuur.
“Er is inmiddels zoveel waar Heerlen trots op kan zijn. Je noemt zelf en terecht alles wat er georganiseerd wordt aan festivals, aan kunst en cultuur. Aan de andere kant zie je nieuwe bedrijven en startups. Die positieve impuls voel je overal. En ja, er is ook nog veel leegstand. We zijn hard bezig met een subsidieaanvraag bij het ministerie om leegstaande panden te slopen. Dat begint hier al met het nieuwe stadskantoor. De komende jaren wordt er 80.000 vierkante meter leegstand weggehaald. Er is heel lang over gesproken maar nu gaan we laten zien wat er gebeurt.”

Emile Roemer werd in maart 2018 gevraagd de werkzaamheden van het burgemeesterschap over te nemen van Ralf Krewinkel. Deze moest wegens privéomstandigheden zijn ambt tijdelijk neerleggen. Krewinkel zette samen met Provinciale Staten stevig in op een herindeling met Landgraaf. Het initiatief implodeerde echter voortijdig. De Provincie werd op de vingers getikt door de Raad van State en de minister van Binnenlandse Zaken. Er zou niet zorgvuldig zijn omgegaan met een open overleg erover.Roemer: “Bij de laatste verkiezingen is natuurlijk het nodige gebeurd. De uitslagen in andere gemeenten laten zien dat de herindeling verder weg is dan ooit. Het standpunt van het college van Heerlen is niet veranderd. Men is hier voor een herindeling, maar wel met draagvlak. Dus zul je op andere manier moeten kijken hoe je de slagkracht in de regio kunt verbeteren. In die worsteling zit de regio. Het is ook de vraag waar de minister mee komt. Niks doen is geen optie. Je bent wel een centrumgemeente waar de regio en de mensen meer van verwachten. Linksom of rechtsom zal er iets moeten gebeuren.”

Bij de laatste landelijke verkiezingen boekte de partij waarvan je lijsttrekker was niet de gehoopte zetelwinst. Momenteel bezit de SP 14 zetels in de Kamer. De partij is net als het Nederlandse voetbal. Wel voetballen maar niet op het hoogste niveau.
Roemer, enigszins verbouwereerd: “Nu raak je me in de ziel. Het allerhoogste niveau is de Tweede Kamer! In de regering deelnemen was me net niet gegund. We besturen nu wel mee in veel provincies. We zitten in veel steden in het college waaronder Heerlen en Amsterdam. We laten ons op alle terreinen overal zien. Dat wijst erop dat we ook in de landelijke regering gaan komen. Dat is een kwestie van tijd. Dat gaat niet lang meer duren.”

Wanneer Roemer enige scepsis bespeurt bij zijn bezoek voegt hij er aan toe: “Soms kunnen dingen heel snel gaan. Dat heb ik zelf ook gemerkt. Toen ik begon in de Kamer stond het CDA op 44 zetels. Twee verkiezingen later hadden ze er 13. Ik heb in de peiling op 38 gestaan.”

Hoe denk je dat de SP zich gaat handhaven in het huidige rechtse klimaat dat door Nederland waait?
“Nou ik denk dat Lilian Marijnissen met de term rechtvaardigheid de spijker op zijn kop slaat.”

Emile Roemer refereert aan de manifestatie Rede voor Rechtvaardigheid die de huidige SP-partijleider op 15 september in Rotterdam zal houden. Marijnissen heeft aangekondigd dat ze daarin zal pleiten voor meer rechtvaardigheid in de samenleving.
Roemer: “Nederland in beweging brengen. Dat gaat een van de grote speerpunten worden. Op alle mogelijke terreinen de rechtvaardigheid in de samenleving weer terug proberen te krijgen. Wanneer het gaat om rechtvaardigheid zijn we in Europa en Amerika aardig afgegleden. Als ik in Nederland zie hoeveel gezinnen nog steeds moeite hebben om vast werk te vinden om de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen worden tegen elkaar opgezet. Wat er in de samenleving gebeurt heeft niets met rechtvaardigheid te maken.”

Weliswaar heb ik er geen onderzoek op losgelaten maar ik heb toch ergens het idee dat steeds minder jongeren zich geroepen voelen om op de SP te stemmen.
“Dat zou ik toch maar eens gaan onderzoeken dan! We hebben een hele grote jongerenafdeling!”

Maar krijg je jongeren ook zover dat ze gaan stemmen op de SP?
“We zitten nog steeds bij een van grootste vijf zes partijen van Nederland. Dat krijg je echt niet voor elkaar als er niet zoveel jongeren op de SP stemmen.”

Desondanks erkent Roemer dat de samenleving de laatste decennia zodanig is veranderd dat dit ook zijn weerslag heeft op het stemgedrag.
“Jaren geleden, toen Nederland nog te maken had met een verzuiling, stemden mensen traditioneel. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Men kan vandaag op de VVD stemmen en de volgende keer op de SP. Het politieke landschap is behoorlijk veranderd. Mensen stemmen nu vaak vanwege een thema en niet op een partijprogramma. Meer dan ooit wordt ook gekeken naar de frontman of frontvrouw. Dan is er nog de vraag óf mensen gaan stemmen.”

Zoals al vaker besproken in interviews is Emile Roemer een groot muziekfan. Opvallend is de voorliefde die hij koestert voor heavy metal. Niet een muziekgenre dat je meteen in verband brengt met een politicus, laat staan met het deftige ambt van het burgemeesterschap. Op de website Noisey staat hij gefotografeerd met de wijsvinger en pink omhoog, de ‘duivelshoorntjes’ die horen bij de metalsymboliek.

Waar komt je voorliefde voor heavy metal vandaan?
Glimlachend: “Ik ben opgegroeid met drie oudere broers in de jaren zestig en zeventig. Dan word je wel enigszins gevormd over wat je thuis te horen krijgt. Frank Zappa, Cuby & the Blizzards. Blijkbaar beviel me dat. Bij mij is de liefde voor muziek heel breed. Ik kan van veel muziek echt genieten. Ik denk dat het ook komt door jonge vriendschappen, tieners die ook van heavy metal hielden. Dan ga je samen op zoek naar nieuwe bands, naar concerten. Voor je het weet loop je van het ene festival naar het andere metalconcert.”

Noem eens wat favoriete bands van je.
“Ik ben fervent fan van Metallica. Vorig jaar heb ik ze mogen ontmoeten in Amsterdam. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe bands. Cd’s draai ik trouwens meestal in de auto want thuis moeten ze er niks van hebben, haha. Muziek doet iets met mensen. Iedereen heeft behoefte aan muziek. Het is ook de taal die iedereen spreekt. Als je een feestje hebt draai je muziek. Als je iets vervelends meemaakt luister je naar muziek. Je kunt er je gevoel in kwijt. Daarom ben ik een groot voorstander dat je op jonge leeftijd muziekles krijgt. Dat op scholen door vakdocenten muziek en kunstonderwijs gegeven wordt.”

Over heavy metal gesproken. We laten de burgemeester aan het einde van gesprek kennismaken met Archspire. De Canadese band moet het hebben van ritmische patronen die complex en extreem snel worden gespeeld. Opvallend is de zangstijl, ook wel ‘death growl’ genoemd, karakteristiek voor het subgenre deathmetal waartoe Archspire behoort. Via de smartphone van het bezoek luistert Roemer aandachtig naar muziek die intens en zeer welluidend uit het luidsprekertje schalt. Te beoordelen aan zijn glimlach bevalt hem deze stortvloed aan decibellen wel. De burgemeester begint nog net niet met zijn hoofd te headbangen. Enthousiast: “Kun je me de link doorsturen? Dit is iets om door te geven aan mijn muziekvrienden.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Rod Summers archeoloog in geluid en vervreemding

 

Geluidsarcheoloog? Performancekunstenaar? Het zal Rod Summers een zorg zijn. Daarom bevalt het hem in Maastricht zo goed. In de Limburgse hoofdstad kan hij in alle rust werken aan zijn kunstvorm met stem en geluid die hij als het even kan in een context plaatst die verwart en vervreemdt. Wie nog wel eens naar de radio luistert, bijvoorbeeld naar een hoorspel, probeert zich de beelden bij de stemmen en geluiden voor de geest te halen. Summers is er veel aan gelegen zo’n beeld achter de stem en het visuele achter het geluid te creëren. Een omschakeling van het auditieve naar het imaginaire.

Aan een knusse houten tafel aan de achterzijde van zijn woonkamer praat de bijna zeventigjarige Summers enthousiast over zijn werk. Zijn tongval verraadt zijn Engelse afkomst; Summers werd geboren in het graafschap Dorset. Summers: “Ik ben opgegroeid met radio, met hoorspelen over sciencefiction. Wanneer je toen naar de radio luisterde, zeker in de jaren vijftig, probeerde je je voor te stellen hoe de personages eruit zagen. Van de personen die spraken probeerde je in gedachten een beeld te vormen, je maakte in je hoofd een tekening. Wat ik in mijn werk doe is eigenlijk hetzelfde. Ik zorg voor het het geluid, jij maakt het beeld. Dat is het visuele van mijn geluidskunst, het creëren van beelden via geluid.”

Met behulp van collages en al dan niet vervormde stemkunst, is zijn werkwijze vrij experimenteel te noemen, maar het eindresultaat opvallend toegankelijk en lichtvoetig. Daarvan getuigt ook de cd More Recently, dat acht werkjes omgevingsgeluid en kosmische synthesizermuziek laat horen, deels gebaseerd op gedichten van Lewis Carroll en John M. Bennett.

Een van Summers’ opvallendste composities is Scratch Symphony uit 1976. Hierin manipuleert hij klanken in de beste traditie van de tapes- en collageknutsels zoals ze destijds gemaakt werden door een groep als Cabaret Voltaire. Van een link met de hedendaagse rock-avantgarde wil hij echter niets weten. Summers zucht eens diep: “Ik ben niet zo happy met de noisemuziek zoals die tegenwoordig wordt gemaakt. Sommige dingen zijn te gek, maar veel van wat ik hoor is alleen maar lawaai: onprettig en vervelend om naar te luisteren, muziek die helemaal niets te vertellen heeft. Ik wil iets horen met een begin en een einde, iets dat inhoud heeft. Maar misschien ben ik gewoon ouderwets. Het ergste wat je ervan kunt zeggen is dat ze niks te vertellen hebben. Ik denk niet dat ze de tijd nemen om naar hun eigen muziek te luisteren en teveel bezig zijn met de techniek. Ze besteden te weinig aandacht aan wat ze willen doen met die techniek. They’re milking the cow to death.“

Zoals gezegd is het oproepen van vervreemding door iets alledaags in een andere context te herplaatsen een van de pijlers waarop Summers’ werk drijft. In Just Listen To It krijgt een verslag van een Engelse voetbalwedstrijd op tv een andere wending doordat de namen van de spelers uit het commentaar zijn weggeknipt. Wat overblijft is een opsomming van de handelingen die hierdoor iets absurdistisch krijgt. Vreemd genoeg mis je het noemen van de voetballers niet eens. Niet iedereen is gediend van Summers’ kunst. Wanneer hij Severely Spliced in de huiskamer afspeelt, waarin een echoënde stem spookachtig weerkaatst, glunderen zijn pretoogjes vanonder zijn grijze lokken. “Toen ik dit aan een leraar van de Jan van Eyck Academie liet horen, schrok ie zich wild. Hij zette ogenblikkelijk  zijn koptelefoon af, ha ha”.

(eerder gepubliceerd in 2010 via ZwartGoud)

 

Inktzwarte groeven bij Teenage Slaves Of Satan

Hoes TSOS

Teenage Slaves Of Satan laat vaker en meer van zich horen. Een hernieuwde of voor sommigen eerste kennismaking is er op 2 september. Dan presenteert de deels Limburgse band een nieuw album dat onlangs van de persen rolde. Letterlijk. Een heuse vinyl-lp!

Ouder werk liet een band horen die associatief klonk, alsof rocksongs via een collage binnenstebuiten werden gekeerd. Muzikale raakvlakken met onder meer Kyuss en Black Sabbath kwamen steeds verder buiten gehoorsafstand te liggen. Zeker op de nieuwe plaat, die in twee dagen tijd werd opgenomen. Zoiets klinkt algauw als een statement. “Repeteren en opnemen is voor ons hetzelfde”, aldus Joan van Barneveld, zanger-gitarist én beeldend kunstenaar. Er is volgens hem nog een niet onbelangrijk verschil: “De muziek heeft iets duisters, maar ik leg er positieve teksten overheen. Dat gaat wringen.”

Wie de plaat beluistert hoort nog altijd geen hapklare brokken, maar wel muziek waar het schetsmatige uit is gehaald ten faveure van nummers met een begin en einde. Toch is het net alsof het album bij de luisteraar ter plekke in de huiskamer tot stand komt. Je hoort Van Barneveld af en toe commentaar leveren tussen de songs. Een eerbetoon bovendien aan de ouderwetse romantiek van het analoge tijdperk: wie het volume opkrikt hoort de versterkers brommen. Hier klinkt allesbehalve een aangeharkte, digitale uiting van populaire cultuur. In Absolutely Nothing klinkt de gitaar als klankbord voor onheilspellende ruis en vervormingen.

ITHLOYS (In The Heavy Light Of Your Sun) werd in een oplage van 300 exemplaren geperst. In tegenstelling tot de cd-hoesjes bevat de voorzijde van de lp geen artwork van Van Barneveld, maar een zwartwit fotoprint. Drummer Ed Romijn: “De foto doet me heel erg denken aan een ervaring die ik ooit had op het voodooeiland Siqior in de Filipijnen waar ik in het huis van zo’n witchdoctor woonde.”

 

Romijn, woonachtig in Rotterdam, kocht in 1977 op jonge leeftijd de lp Low van David Bowie. Puur en alleen om de hoes bekent hij. “Ik ging als kind iedere zaterdag met mijn vader en broer naar platenzaken, urenlang kijkend naar alle hoezen. En zoals je weet springt er om de zoveel platen waar je door heen ‘flipt’, een hoes uit die om wat voor reden dan ook je aandacht trekt. Zo kocht ik bijvoorbeeld Low van David Bowie toen hij uit kwam puur om de hoes. De androgyniteit sprak mij heel erg aan, ik zal elf geweest zijn.”

Joan van Barneveld atelier (2)

Ook bij Teenage Slaves Of Satan vormen ‘beleving’ lees: idee, teksten, muziek en hoes een onlosmakelijk geheel. Romijn: “De hoes is uiteraard een proces van een idee wat we hadden. Een bepaalde sfeer en richting. Deze veranderde een aantal keer en na een kleine fotoshoot met iemand die we kennen was daar ook de foto die nu gebruikt is. Een zekere heftigheid, intensiteit en duisterheid die het nieuwe album ook heeft. Het is een hoes geworden waar ik zelf op zou blijven hangen in een platenbak”.

ITHLOYS wordt 2 september gepresenteerd in de Nieuwe Nor in Heerlen. Met het entreekaartje kun je een exemplaar ophalen. Op de bühne wordt de band overigens muzikaal bijgestaan door bassist Sander Haagmans. De releaseavond is onderdeel van het kunstproject Parallel, waarin kunstenaars gedurende het komende seizoen, in samenwerking met kunststudenten en Kunstbende Limburg in de popzaal exposeren.

Een week later treedt Teenage Slaves Of Satan op in het Bonnefantenmuseum. Daar is het drietal te aanschouwen in een spiegelinstallatie ter aanvulling op Van Barnevelds lopende tentoonstelling Mirror/Stage. “Dat is meer een psychologisch experiment voor mij”, aldus de kunstenaar. In zijn atelier in Stadslab, een voormalig klooster in Sittard, staan tegen de muren ingepakte canvassen. In het midden een drumstel, gitaren en opnameapparatuur. Jarenlang maakte Van Barneveld doeken met een donkere laag acrylverf. Daaronder kwamen langzaam maar zeker afbeeldingen tevoorschijn van o.a. poppodia en landschappen. Uitingen van populaire cultuur gebed in de ouderwetse romantiek van de schilderkunst.

Teenage Slaves Of Satan – releaseparty lp (Nieuwe Nor, Heerlen, 2 september 2016)

Teenage Slaves Of Satan – Mirror/Stage (Bonnefantenmuseum, Maastricht, 9 september 2016)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Wethouder Barry Braeken over ‘Urban Heerlen’: “mensen gaan overtuigd worden door daden”

H
Pancratiusplein Heerlen

In zijn ruime kantoor hangt een variatie beeldende kunst aan de muur. Toch heeft Barry Braeken als wethouder niet alleen cultuur in zijn pakket, maar ook centrumontwikkeling en ruimtelijke ordening. Tijdens onze ontmoeting maakt hij een indruk die je het beste kunt omschrijven als goedgehumeurd en ongedwongen. Type ik-laat-me-niet-gek-maken. De wethouder betreedt het stadhuis alsof hij bij de bakker om de hoek binnenloopt. Nadat hij het bezoek iets te drinken heeft aangeboden, schenkt hij voor zichzelf gretig een glas cola in. Cola light voor de zekerheid. “Hier zit geen suiker in”.

Mede onder zijn verantwoording is een twintig pagina’s tellend bidboek verschenen dat leest als een pamflet om het lang geteisterde Heerlen weer op de been te helpen. Urban wordt het begrip waarmee de stad zich de komende jaren wil gaan profileren. De eerste contouren zijn reeds zichtbaar. Loop door de binnenstad en ontdek de murals en het megastation Maankwartier. Van de muurschilderingen is met ingang 1 juli een plattegrond verkrijgbaar. Maar Heerlen heeft meer urbane plannen, samengevat als ambities.

Kun je uitleggen waaróm dit bidboek is geschreven? Waarom is het nodig voor de huidige situatie in Heerlen?
Braeken: “Het was nodig om na de centrumvisie van 2005 de vraag te stellen wat willen we nou met het centrum, zeker met alle leegstand, en wat hebben we bereikt met cultuur. Een andere reden is dat je als Heerlen nu eens een keuze wilt maken waar we echt voor gaan. De makke van de afgelopen decennia is dat er geen echte keuze is gemaakt. Ondanks dat de centrumvisie een goed verhaal was, zag je van daaruit geen duidelijk profiel oprijzen. Een derde reden is pragmatisch. De provincie heeft voor stedelijke ontwikkeling een kader vastgesteld waarin veertig miljoen beschikbaar is gemaakt voor Limburg en 32 voor de vier grootste steden. Dat was een aanleiding om te zeggen: nu schrijven we het ook goed op.”

barry_braeken

In het bidboek is duidelijk sprake van ambities. Een woord waarmee je je als gemeente indekt omdat je niet weet of een en ander kan worden gerealiseerd.
“Je kunt het op twee manier benaderen: of we formuleren vijf speerpunten en dan weten we honderd procent zeker dat we die gaan halen. Maar het gevaar is dat je dan alleen aandacht hebt voor die vijf. Dan denkt de buitenwereld: ik hoef blijkbaar niks te doen, niet alles is van belang. We hebben daarom bewust gekozen voor 25 ambities. Dat is veel. Er staat letterlijk in dat we denken dat niet alle ambities bereikt zullen worden. Ze zijn alle 25 belangrijk, maar bij vrijwel allemaal hebben we ook andere partijen nodig. Als andere partijen zich geen moeite doen dan is het helaas, dan gaan we die ambitie niet halen.
Dan grijp je ook naast de kans dat je overheidsgeld zou kunnen krijgen om ook je eigen ambities te realiseren.”

Zijn er ook ambities die je persoonlijk het liefst gerealiseerd ziet worden? Waarbij je als wethouder het gevoel hebt, nou deze moeten echt gaan lukken?
“Alle 25! Ik ga niet in die valkuil trappen. Ik ga niet binnen die 25 een prioritering aanbrengen. Dat ga ik gewoon niet doen. We gaan voor alle 25.”
De wethouder slaat de handen ineen om zijn betoog kracht bij te zetten: “en misschien worden het uiteindelijk maar twintig. Als we in 2020 er 20 hebben gerealiseerd ben ik een gelukkig man.”

In het bidboek is sprake van het aangaan van allianties met andere partijen en betrokkenen. Vastgoedmensen en pandeigenaren bezitten vaak meerdere panden in de stad en hebben zo veel macht. Zij kunnen zeggen bekijk het met je bidboek, wij trekken ons eigen plan. Hoe wil je deze partij over de streep trekken om samen te werken?
“Er is een paar maanden geleden vastgoedoverleg gestart. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met zeven partijen, grote vastgoedeigenaren. Met hen zijn de grote lijnen van het bidboek al eerder gedeeld met vragen als: herkennen jullie dit, zien jullie dit ook als een richting? Natuurlijk roepen ze: we behouden onze individuele rechten voor. Maar ze tonen zich wel bereid om hier verder over door te praten. We gaan ongetwijfeld veel hobbels tegen komen, en er zal hier en daar nog best ruzie ontstaan, maar ik ben er niet pessimistisch over. Het feit dat ze aan tafel zitten en meepraten in een goede sfeer geeft mij goede hoop.”

Veel van de plannen lijken vooral gericht op jongeren, de creatieve industrie en studenten. De oudere bewoner komt nauwelijks aan bod. Die moeten het maar uitzoeken zo lijkt het.
“Dit vind ik een interessante discussie. In een bidboek geef je vooral aan wat je nog niet hebt en wat je wil ontwikkelen. In het centrum wonen al veel ouderen. Dus je hoeft niet de ambitie uit te spreken dat er meer ouderen moeten gaan wonen. Die zijn goed vertegenwoordigd. Ik geloof niet meer in een generatiekloof. In het Amerika van de jaren vijftig kwam de popmuziek voor de blanken helemaal vanuit het niets. Die ouders schrokken zich wild. Dat was duivels, Elvis Presley, je kent het wel. Dat is niet meer. Degenen die toen naar Elvis luisterden zijn nu opa’s en oma’s, en die zijn nog steeds geïnteresseerd in popmuziek. Heel veel ouderen vinden urban elementen als murals en breakdance ook heel leuk. Ouderen zijn niet geïnteresseerd in een binnenstad waar ze alleen maar leeftijdgenoten tegen komen. Die willen ook een mix van verschillende generaties.”

Maar ze worden niet betrokken bij de initiatieven en plannen die nu op tafel liggen.
“We zijn nu aan het denken om in de tweede helft van 2016 een urban week te organiseren waarin je ook de bevolking betrekt en mee laat praten. Meer kan ik er nu nog niet over zeggen.” Na een slokje van zijn favoriete frisdrank benadrukt de wethouder: “de reacties die ik krijg zijn heel erg positief: ‘we kunnen niet precies de vinger leggen op wat urban is, maar het gevoel is goed’”.

20160609_100557

In meerdere opzichten ligt in Heerlen het best bewaarde geheim van Nederland. Het Romeinse badhuis uit vermoedelijk 40 na Christus, is min of meer verborgen onder het immense dak van het Thermenmuseum. Er tegenover, in een kantoortje van makelaar Aquina, bevinden zich onder een glasplaat de resten van een Romeinse kelder. Het muurtje is ook te zien door een luchtrooster aan de zijkant van het kantoorgebouw. Het besef van de archeologische waarde voor Heerlen begint echter nu pas langzaam door te dringen; mede dankzij de inspanningen van archeoloog en museumconservator Karen Jeneson.

Ondanks dat alle plannen rondom het badhuis en de omliggende omgeving (Romeins kwartier) nog moeten worden opgestart, wordt in het bidboek gesproken van het verdubbelen van het aantal bezoekers aan het archeologisch erfgoed. Hoe denkt de gemeente dit voor elkaar te krijgen?
Glimlachend: “Ah, da’s een makkie. Een van de gemakkelijkste ambities die erin staat.”

Echt?
“Ja echt. Het aantal bezoekers aan het Thermenmuseum is nu schokkend laag. Dat is heel erg zonde want daar ligt natuurlijk een van de meest bijzondere monumenten van Nederland. Dat gebouw dat er om heen staat is natuurlijk een gribus. Met de ontwikkeling van het Romeinse kwartier willen we ook toewerken naar een nieuw gebouw, liefst transparanter, dat veel meer bezoekers zal trekken, ook omdat het hele gebied veel meer over archeologie en erfenis zal gaan. Dat is een ambitie waarvoor ik mijn hand in het vuur durf te steken, die gaan we zeker halen.”

Kun je iets meer vertellen over deze ‘urban heritage’.
“Het liefst willen we ook het Raadhuisplein (pal achter het stadhuis-red.) open leggen. Er zijn vermoedens op basis van kaarten uit de jaren dertig dat er een publiek gebouw heeft gelegen, langs een Romeinse weg. Op dit plein is nooit bebouwing geweest, misschien alleen in de Romeinse tijd.”

Ondanks alle ontwikkelingen en initiatieven blijft er een hardnekkige groep inwoners voor wie ‘het nooit goed is’. Zij zullen, al dan niet via sociale media, met argusogen naar de ideeën kijken. Hoe wil je die mensen overtuigen van het belang van het bidboek?
“De categorie mensen ‘het is nooit goed’ gaan we niet overtuigen. Voor hen maakt het niet uit wat we opschrijven. Ik ga geen namen noemen, maar die categorie bestaat. Als ik op social media kijk vind ik de berichten over het algemeen heel positief, maar het gevaar is natuurlijk dat je vooral in je eigen kring reacties hoort. Ik denk dat veel mensen overtuigd gaan worden door daden, zeker als die eenmaal worden uitgevoerd vanuit het bidboek.”

Noem eens een voorbeeld.
“Ik had onlangs een gesprek met een aantal ondernemers. Daar was de kritiek: ‘heeft de gemeente wel een visie? Wat wil de gemeente met het centrum?’ Maar nadat ze het bidboek hadden gelezen werd er gezegd: ‘oké, dit is een goed verhaal, er is wél een keuze gemaakt. We zijn blij dat er iets gaat gebeuren.’”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)