Emile Roemer burgemeester van Heerlen: “Voor mij is een stad niet een verzameling panden, maar een verzameling mensen”

links stadhuis Heerlen, rechts nog af te breken kantoor (foto: Harry Prenger)

Met enige trots toont de burgemeester zijn ruime kantoor in het stadhuis. “We houden hier zelfs vergaderingen”, zegt hij wijzend op de enorme ovale tafel met leren stoelen. Buiten ronkt het geluid van stroomgeneratoren. Binnenkort beginnen sloopwerkzaamheden van een ernaast gelegen kantoorkolos. Het typeert het huidige Heerlen dat letterlijk aan de weg van de toekomst timmert. “Ik val hier met mijn neus in de boter” vertelt Emile Roemer. Sinds maart 2018 is de voormalige fractievoorzitter en lijsttrekker van de SP waarnemend burgemeester. Voorafgaand aan het interview hebben we een aantal gespreksonderwerpen doorgegeven: SP, Heerlen, herindeling en heavy metal. We mogen de burgemeester tutoyeren.

Hoe bevalt het in Heerlen? Ik neem aan dat je de stad intussen al aardig hebt leren kennen. Zou je er al een karakterschets van kunnen geven?
Lachend: “Hoe lang heb je? Ik ben bezig Heerlen te ontdekken. Voor mij is een stad niet een verzameling panden maar een verzameling mensen. Als je de stad wilt snappen moet je twee dingen doen: je moet de geschiedenis kennen en je moet de mensen kennen. Dat eerste kun je door veel te lezen, je te laten bijpraten, musea te bekijken. Maar mensen in de stad leren kennen doe je door erop af te gaan en met ze te praten. Dan hoor je wat leeft, wat er speelt en wat de uitdagingen zijn.”

Toch heerst er bij sommige mensen nog een negatief beeld over Heerlen.
“Het beeld wat men van buiten Zuid-Limburg heeft over Heerlen is echt achterhaald. Nog te vaak hoor ik: ‘Heerlen, dat is toch die stad met die drugsoverlast?’ Ik vraag dan ‘wanneer ben je er voor het laatst geweest? Onder welke steen heb jij gelegen de afgelopen twintig jaar?’

Er is de laatste jaren wel een flinke toename te zien in de stad van kunst en cultuur.
“Er is inmiddels zoveel waar Heerlen trots op kan zijn. Je noemt zelf en terecht alles wat er georganiseerd wordt aan festivals, aan kunst en cultuur. Aan de andere kant zie je nieuwe bedrijven en startups. Die positieve impuls voel je overal. En ja, er is ook nog veel leegstand. We zijn hard bezig met een subsidieaanvraag bij het ministerie om leegstaande panden te slopen. Dat begint hier al met het nieuwe stadskantoor. De komende jaren wordt er 80.000 vierkante meter leegstand weggehaald. Er is heel lang over gesproken maar nu gaan we laten zien wat er gebeurt.”

Emile Roemer werd in maart 2018 gevraagd de werkzaamheden van het burgemeesterschap over te nemen van Ralf Krewinkel. Deze moest wegens privéomstandigheden zijn ambt tijdelijk neerleggen. Krewinkel zette samen met Provinciale Staten stevig in op een herindeling met Landgraaf. Het initiatief implodeerde echter voortijdig. De Provincie werd op de vingers getikt door de Raad van State en de minister van Binnenlandse Zaken. Er zou niet zorgvuldig zijn omgegaan met een open overleg erover.Roemer: “Bij de laatste verkiezingen is natuurlijk het nodige gebeurd. De uitslagen in andere gemeenten laten zien dat de herindeling verder weg is dan ooit. Het standpunt van het college van Heerlen is niet veranderd. Men is hier voor een herindeling, maar wel met draagvlak. Dus zul je op andere manier moeten kijken hoe je de slagkracht in de regio kunt verbeteren. In die worsteling zit de regio. Het is ook de vraag waar de minister mee komt. Niks doen is geen optie. Je bent wel een centrumgemeente waar de regio en de mensen meer van verwachten. Linksom of rechtsom zal er iets moeten gebeuren.”

Bij de laatste landelijke verkiezingen boekte de partij waarvan je lijsttrekker was niet de gehoopte zetelwinst. Momenteel bezit de SP 14 zetels in de Kamer. De partij is net als het Nederlandse voetbal. Wel voetballen maar niet op het hoogste niveau.
Roemer, enigszins verbouwereerd: “Nu raak je me in de ziel. Het allerhoogste niveau is de Tweede Kamer! In de regering deelnemen was me net niet gegund. We besturen nu wel mee in veel provincies. We zitten in veel steden in het college waaronder Heerlen en Amsterdam. We laten ons op alle terreinen overal zien. Dat wijst erop dat we ook in de landelijke regering gaan komen. Dat is een kwestie van tijd. Dat gaat niet lang meer duren.”

Wanneer Roemer enige scepsis bespeurt bij zijn bezoek voegt hij er aan toe: “Soms kunnen dingen heel snel gaan. Dat heb ik zelf ook gemerkt. Toen ik begon in de Kamer stond het CDA op 44 zetels. Twee verkiezingen later hadden ze er 13. Ik heb in de peiling op 38 gestaan.”

Hoe denk je dat de SP zich gaat handhaven in het huidige rechtse klimaat dat door Nederland waait?
“Nou ik denk dat Lilian Marijnissen met de term rechtvaardigheid de spijker op zijn kop slaat.”

Emile Roemer refereert aan de manifestatie Rede voor Rechtvaardigheid die de huidige SP-partijleider op 15 september in Rotterdam zal houden. Marijnissen heeft aangekondigd dat ze daarin zal pleiten voor meer rechtvaardigheid in de samenleving.
Roemer: “Nederland in beweging brengen. Dat gaat een van de grote speerpunten worden. Op alle mogelijke terreinen de rechtvaardigheid in de samenleving weer terug proberen te krijgen. Wanneer het gaat om rechtvaardigheid zijn we in Europa en Amerika aardig afgegleden. Als ik in Nederland zie hoeveel gezinnen nog steeds moeite hebben om vast werk te vinden om de eindjes aan elkaar te knopen. Mensen worden tegen elkaar opgezet. Wat er in de samenleving gebeurt heeft niets met rechtvaardigheid te maken.”

Weliswaar heb ik er geen onderzoek op losgelaten maar ik heb toch ergens het idee dat steeds minder jongeren zich geroepen voelen om op de SP te stemmen.
“Dat zou ik toch maar eens gaan onderzoeken dan! We hebben een hele grote jongerenafdeling!”

Maar krijg je jongeren ook zover dat ze gaan stemmen op de SP?
“We zitten nog steeds bij een van grootste vijf zes partijen van Nederland. Dat krijg je echt niet voor elkaar als er niet zoveel jongeren op de SP stemmen.”

Desondanks erkent Roemer dat de samenleving de laatste decennia zodanig is veranderd dat dit ook zijn weerslag heeft op het stemgedrag.
“Jaren geleden, toen Nederland nog te maken had met een verzuiling, stemden mensen traditioneel. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend. Men kan vandaag op de VVD stemmen en de volgende keer op de SP. Het politieke landschap is behoorlijk veranderd. Mensen stemmen nu vaak vanwege een thema en niet op een partijprogramma. Meer dan ooit wordt ook gekeken naar de frontman of frontvrouw. Dan is er nog de vraag óf mensen gaan stemmen.”

Zoals al vaker besproken in interviews is Emile Roemer een groot muziekfan. Opvallend is de voorliefde die hij koestert voor heavy metal. Niet een muziekgenre dat je meteen in verband brengt met een politicus, laat staan met het deftige ambt van het burgemeesterschap. Op de website Noisey staat hij gefotografeerd met de wijsvinger en pink omhoog, de ‘duivelshoorntjes’ die horen bij de metalsymboliek.

Waar komt je voorliefde voor heavy metal vandaan?
Glimlachend: “Ik ben opgegroeid met drie oudere broers in de jaren zestig en zeventig. Dan word je wel enigszins gevormd over wat je thuis te horen krijgt. Frank Zappa, Cuby & the Blizzards. Blijkbaar beviel me dat. Bij mij is de liefde voor muziek heel breed. Ik kan van veel muziek echt genieten. Ik denk dat het ook komt door jonge vriendschappen, tieners die ook van heavy metal hielden. Dan ga je samen op zoek naar nieuwe bands, naar concerten. Voor je het weet loop je van het ene festival naar het andere metalconcert.”

Noem eens wat favoriete bands van je.
“Ik ben fervent fan van Metallica. Vorig jaar heb ik ze mogen ontmoeten in Amsterdam. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe bands. Cd’s draai ik trouwens meestal in de auto want thuis moeten ze er niks van hebben, haha. Muziek doet iets met mensen. Iedereen heeft behoefte aan muziek. Het is ook de taal die iedereen spreekt. Als je een feestje hebt draai je muziek. Als je iets vervelends meemaakt luister je naar muziek. Je kunt er je gevoel in kwijt. Daarom ben ik een groot voorstander dat je op jonge leeftijd muziekles krijgt. Dat op scholen door vakdocenten muziek en kunstonderwijs gegeven wordt.”

Over heavy metal gesproken. We laten de burgemeester aan het einde van gesprek kennismaken met Archspire. De Canadese band moet het hebben van ritmische patronen die complex en extreem snel worden gespeeld. Opvallend is de zangstijl, ook wel ‘death growl’ genoemd, karakteristiek voor het subgenre deathmetal waartoe Archspire behoort. Via de smartphone van het bezoek luistert Roemer aandachtig naar muziek die intens en zeer welluidend uit het luidsprekertje schalt. Te beoordelen aan zijn glimlach bevalt hem deze stortvloed aan decibellen wel. De burgemeester begint nog net niet met zijn hoofd te headbangen. Enthousiast: “Kun je me de link doorsturen? Dit is iets om door te geven aan mijn muziekvrienden.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Rod Summers archeoloog in geluid en vervreemding

Geluidsarcheoloog? Performancekunstenaar? Het zal Rod Summers een zorg zijn. Daarom bevalt het hem in Maastricht zo goed. In de Limburgse hoofdstad kan hij in alle rust werken aan zijn kunstvorm met stem en geluid die hij als het even kan in een context plaatst die verwart en vervreemdt. Wie nog wel eens naar de radio luistert, bijvoorbeeld naar een hoorspel, probeert zich de beelden bij de stemmen en geluiden voor de geest te halen. Summers is er veel aan gelegen zo’n beeld achter de stem en het visuele achter het geluid te creëren. Een omschakeling van het auditieve naar het imaginaire.

Aan een knusse houten tafel aan de achterzijde van zijn woonkamer praat de bijna zeventigjarige Summers enthousiast over zijn werk. Zijn tongval verraadt zijn Engelse afkomst; Summers werd geboren in het graafschap Dorset. Summers: “Ik ben opgegroeid met radio, met hoorspelen over sciencefiction. Wanneer je toen naar de radio luisterde, zeker in de jaren vijftig, probeerde je je voor te stellen hoe de personages eruit zagen. Van de personen die spraken probeerde je in gedachten een beeld te vormen, je maakte in je hoofd een tekening. Wat ik in mijn werk doe is eigenlijk hetzelfde. Ik zorg voor het het geluid, jij maakt het beeld. Dat is het visuele van mijn geluidskunst, het creëren van beelden via geluid.”

Met behulp van collages en al dan niet vervormde stemkunst, is zijn werkwijze vrij experimenteel te noemen, maar het eindresultaat opvallend toegankelijk en lichtvoetig. Daarvan getuigt ook de cd More Recently, dat acht werkjes omgevingsgeluid en kosmische synthesizermuziek laat horen, deels gebaseerd op gedichten van Lewis Carroll en John M. Bennett.

Een van Summers’ opvallendste composities is Scratch Symphony uit 1976. Hierin manipuleert hij klanken in de beste traditie van de tapes- en collageknutsels zoals ze destijds gemaakt werden door een groep als Cabaret Voltaire. Van een link met de hedendaagse rock-avantgarde wil hij echter niets weten. Summers zucht eens diep: “Ik ben niet zo happy met de noisemuziek zoals die tegenwoordig wordt gemaakt. Sommige dingen zijn te gek, maar veel van wat ik hoor is alleen maar lawaai: onprettig en vervelend om naar te luisteren, muziek die helemaal niets te vertellen heeft. Ik wil iets horen met een begin en een einde, iets dat inhoud heeft. Maar misschien ben ik gewoon ouderwets. Het ergste wat je ervan kunt zeggen is dat ze niks te vertellen hebben. Ik denk niet dat ze de tijd nemen om naar hun eigen muziek te luisteren en teveel bezig zijn met de techniek. Ze besteden te weinig aandacht aan wat ze willen doen met die techniek. They’re milking the cow to death.“

Zoals gezegd is het oproepen van vervreemding door iets alledaags in een andere context te herplaatsen een van de pijlers waarop Summers’ werk drijft. In Just Listen To It krijgt een verslag van een Engelse voetbalwedstrijd op tv een andere wending doordat de namen van de spelers uit het commentaar zijn weggeknipt. Wat overblijft is een opsomming van de handelingen die hierdoor iets absurdistisch krijgt. Vreemd genoeg mis je het noemen van de voetballers niet eens. Niet iedereen is gediend van Summers’ kunst. Wanneer hij Severely Spliced in de huiskamer afspeelt, waarin een echoënde stem spookachtig weerkaatst, glunderen zijn pretoogjes vanonder zijn grijze lokken. “Toen ik dit aan een leraar van de Jan van Eyck Academie liet horen, schrok ie zich wild. Hij zette ogenblikkelijk  zijn koptelefoon af, ha ha”.

(eerder gepubliceerd in 2010 via ZwartGoud)

 

Inktzwarte groeven bij Teenage Slaves Of Satan

Hoes TSOS

Teenage Slaves Of Satan laat vaker en meer van zich horen. Een hernieuwde of voor sommigen eerste kennismaking is er op 2 september. Dan presenteert de deels Limburgse band een nieuw album dat onlangs van de persen rolde. Letterlijk. Een heuse vinyl-lp!

Ouder werk liet een band horen die associatief klonk, alsof rocksongs via een collage binnenstebuiten werden gekeerd. Muzikale raakvlakken met onder meer Kyuss en Black Sabbath kwamen steeds verder buiten gehoorsafstand te liggen. Zeker op de nieuwe plaat, die in twee dagen tijd werd opgenomen. Zoiets klinkt algauw als een statement. “Repeteren en opnemen is voor ons hetzelfde”, aldus Joan van Barneveld, zanger-gitarist én beeldend kunstenaar. Er is volgens hem nog een niet onbelangrijk verschil: “De muziek heeft iets duisters, maar ik leg er positieve teksten overheen. Dat gaat wringen.”

Wie de plaat beluistert hoort nog altijd geen hapklare brokken, maar wel muziek waar het schetsmatige uit is gehaald ten faveure van nummers met een begin en einde. Toch is het net alsof het album bij de luisteraar ter plekke in de huiskamer tot stand komt. Je hoort Van Barneveld af en toe commentaar leveren tussen de songs. Een eerbetoon bovendien aan de ouderwetse romantiek van het analoge tijdperk: wie het volume opkrikt hoort de versterkers brommen. Hier klinkt allesbehalve een aangeharkte, digitale uiting van populaire cultuur. In Absolutely Nothing klinkt de gitaar als klankbord voor onheilspellende ruis en vervormingen.

ITHLOYS (In The Heavy Light Of Your Sun) werd in een oplage van 300 exemplaren geperst. In tegenstelling tot de cd-hoesjes bevat de voorzijde van de lp geen artwork van Van Barneveld, maar een zwartwit fotoprint. Drummer Ed Romijn: “De foto doet me heel erg denken aan een ervaring die ik ooit had op het voodooeiland Siqior in de Filipijnen waar ik in het huis van zo’n witchdoctor woonde.”

 

Romijn, woonachtig in Rotterdam, kocht in 1977 op jonge leeftijd de lp Low van David Bowie. Puur en alleen om de hoes bekent hij. “Ik ging als kind iedere zaterdag met mijn vader en broer naar platenzaken, urenlang kijkend naar alle hoezen. En zoals je weet springt er om de zoveel platen waar je door heen ‘flipt’, een hoes uit die om wat voor reden dan ook je aandacht trekt. Zo kocht ik bijvoorbeeld Low van David Bowie toen hij uit kwam puur om de hoes. De androgyniteit sprak mij heel erg aan, ik zal elf geweest zijn.”

Joan van Barneveld atelier (2)

Ook bij Teenage Slaves Of Satan vormen ‘beleving’ lees: idee, teksten, muziek en hoes een onlosmakelijk geheel. Romijn: “De hoes is uiteraard een proces van een idee wat we hadden. Een bepaalde sfeer en richting. Deze veranderde een aantal keer en na een kleine fotoshoot met iemand die we kennen was daar ook de foto die nu gebruikt is. Een zekere heftigheid, intensiteit en duisterheid die het nieuwe album ook heeft. Het is een hoes geworden waar ik zelf op zou blijven hangen in een platenbak”.

ITHLOYS wordt 2 september gepresenteerd in de Nieuwe Nor in Heerlen. Met het entreekaartje kun je een exemplaar ophalen. Op de bühne wordt de band overigens muzikaal bijgestaan door bassist Sander Haagmans. De releaseavond is onderdeel van het kunstproject Parallel, waarin kunstenaars gedurende het komende seizoen, in samenwerking met kunststudenten en Kunstbende Limburg in de popzaal exposeren.

Een week later treedt Teenage Slaves Of Satan op in het Bonnefantenmuseum. Daar is het drietal te aanschouwen in een spiegelinstallatie ter aanvulling op Van Barnevelds lopende tentoonstelling Mirror/Stage. “Dat is meer een psychologisch experiment voor mij”, aldus de kunstenaar. In zijn atelier in Stadslab, een voormalig klooster in Sittard, staan tegen de muren ingepakte canvassen. In het midden een drumstel, gitaren en opnameapparatuur. Jarenlang maakte Van Barneveld doeken met een donkere laag acrylverf. Daaronder kwamen langzaam maar zeker afbeeldingen tevoorschijn van o.a. poppodia en landschappen. Uitingen van populaire cultuur gebed in de ouderwetse romantiek van de schilderkunst.

Teenage Slaves Of Satan – releaseparty lp (Nieuwe Nor, Heerlen, 2 september 2016)

Teenage Slaves Of Satan – Mirror/Stage (Bonnefantenmuseum, Maastricht, 9 september 2016)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Wethouder Barry Braeken over ‘Urban Heerlen’: “mensen gaan overtuigd worden door daden”

H
Pancratiusplein Heerlen

In zijn ruime kantoor hangt een variatie beeldende kunst aan de muur. Toch heeft Barry Braeken als wethouder niet alleen cultuur in zijn pakket, maar ook centrumontwikkeling en ruimtelijke ordening. Tijdens onze ontmoeting maakt hij een indruk die je het beste kunt omschrijven als goedgehumeurd en ongedwongen. Type ik-laat-me-niet-gek-maken. De wethouder betreedt het stadhuis alsof hij bij de bakker om de hoek binnenloopt. Nadat hij het bezoek iets te drinken heeft aangeboden, schenkt hij voor zichzelf gretig een glas cola in. Cola light voor de zekerheid. “Hier zit geen suiker in”.

Mede onder zijn verantwoording is een twintig pagina’s tellend bidboek verschenen dat leest als een pamflet om het lang geteisterde Heerlen weer op de been te helpen. Urban wordt het begrip waarmee de stad zich de komende jaren wil gaan profileren. De eerste contouren zijn reeds zichtbaar. Loop door de binnenstad en ontdek de murals en het megastation Maankwartier. Van de muurschilderingen is met ingang 1 juli een plattegrond verkrijgbaar. Maar Heerlen heeft meer urbane plannen, samengevat als ambities.

Kun je uitleggen waaróm dit bidboek is geschreven? Waarom is het nodig voor de huidige situatie in Heerlen?
Braeken: “Het was nodig om na de centrumvisie van 2005 de vraag te stellen wat willen we nou met het centrum, zeker met alle leegstand, en wat hebben we bereikt met cultuur. Een andere reden is dat je als Heerlen nu eens een keuze wilt maken waar we echt voor gaan. De makke van de afgelopen decennia is dat er geen echte keuze is gemaakt. Ondanks dat de centrumvisie een goed verhaal was, zag je van daaruit geen duidelijk profiel oprijzen. Een derde reden is pragmatisch. De provincie heeft voor stedelijke ontwikkeling een kader vastgesteld waarin veertig miljoen beschikbaar is gemaakt voor Limburg en 32 voor de vier grootste steden. Dat was een aanleiding om te zeggen: nu schrijven we het ook goed op.”

barry_braeken

In het bidboek is duidelijk sprake van ambities. Een woord waarmee je je als gemeente indekt omdat je niet weet of een en ander kan worden gerealiseerd.
“Je kunt het op twee manier benaderen: of we formuleren vijf speerpunten en dan weten we honderd procent zeker dat we die gaan halen. Maar het gevaar is dat je dan alleen aandacht hebt voor die vijf. Dan denkt de buitenwereld: ik hoef blijkbaar niks te doen, niet alles is van belang. We hebben daarom bewust gekozen voor 25 ambities. Dat is veel. Er staat letterlijk in dat we denken dat niet alle ambities bereikt zullen worden. Ze zijn alle 25 belangrijk, maar bij vrijwel allemaal hebben we ook andere partijen nodig. Als andere partijen zich geen moeite doen dan is het helaas, dan gaan we die ambitie niet halen.
Dan grijp je ook naast de kans dat je overheidsgeld zou kunnen krijgen om ook je eigen ambities te realiseren.”

Zijn er ook ambities die je persoonlijk het liefst gerealiseerd ziet worden? Waarbij je als wethouder het gevoel hebt, nou deze moeten echt gaan lukken?
“Alle 25! Ik ga niet in die valkuil trappen. Ik ga niet binnen die 25 een prioritering aanbrengen. Dat ga ik gewoon niet doen. We gaan voor alle 25.”
De wethouder slaat de handen ineen om zijn betoog kracht bij te zetten: “en misschien worden het uiteindelijk maar twintig. Als we in 2020 er 20 hebben gerealiseerd ben ik een gelukkig man.”

In het bidboek is sprake van het aangaan van allianties met andere partijen en betrokkenen. Vastgoedmensen en pandeigenaren bezitten vaak meerdere panden in de stad en hebben zo veel macht. Zij kunnen zeggen bekijk het met je bidboek, wij trekken ons eigen plan. Hoe wil je deze partij over de streep trekken om samen te werken?
“Er is een paar maanden geleden vastgoedoverleg gestart. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met zeven partijen, grote vastgoedeigenaren. Met hen zijn de grote lijnen van het bidboek al eerder gedeeld met vragen als: herkennen jullie dit, zien jullie dit ook als een richting? Natuurlijk roepen ze: we behouden onze individuele rechten voor. Maar ze tonen zich wel bereid om hier verder over door te praten. We gaan ongetwijfeld veel hobbels tegen komen, en er zal hier en daar nog best ruzie ontstaan, maar ik ben er niet pessimistisch over. Het feit dat ze aan tafel zitten en meepraten in een goede sfeer geeft mij goede hoop.”

Veel van de plannen lijken vooral gericht op jongeren, de creatieve industrie en studenten. De oudere bewoner komt nauwelijks aan bod. Die moeten het maar uitzoeken zo lijkt het.
“Dit vind ik een interessante discussie. In een bidboek geef je vooral aan wat je nog niet hebt en wat je wil ontwikkelen. In het centrum wonen al veel ouderen. Dus je hoeft niet de ambitie uit te spreken dat er meer ouderen moeten gaan wonen. Die zijn goed vertegenwoordigd. Ik geloof niet meer in een generatiekloof. In het Amerika van de jaren vijftig kwam de popmuziek voor de blanken helemaal vanuit het niets. Die ouders schrokken zich wild. Dat was duivels, Elvis Presley, je kent het wel. Dat is niet meer. Degenen die toen naar Elvis luisterden zijn nu opa’s en oma’s, en die zijn nog steeds geïnteresseerd in popmuziek. Heel veel ouderen vinden urban elementen als murals en breakdance ook heel leuk. Ouderen zijn niet geïnteresseerd in een binnenstad waar ze alleen maar leeftijdgenoten tegen komen. Die willen ook een mix van verschillende generaties.”

Maar ze worden niet betrokken bij de initiatieven en plannen die nu op tafel liggen.
“We zijn nu aan het denken om in de tweede helft van 2016 een urban week te organiseren waarin je ook de bevolking betrekt en mee laat praten. Meer kan ik er nu nog niet over zeggen.” Na een slokje van zijn favoriete frisdrank benadrukt de wethouder: “de reacties die ik krijg zijn heel erg positief: ‘we kunnen niet precies de vinger leggen op wat urban is, maar het gevoel is goed’”.

20160609_100557

In meerdere opzichten ligt in Heerlen het best bewaarde geheim van Nederland. Het Romeinse badhuis uit vermoedelijk 40 na Christus, is min of meer verborgen onder het immense dak van het Thermenmuseum. Er tegenover, in een kantoortje van makelaar Aquina, bevinden zich onder een glasplaat de resten van een Romeinse kelder. Het muurtje is ook te zien door een luchtrooster aan de zijkant van het kantoorgebouw. Het besef van de archeologische waarde voor Heerlen begint echter nu pas langzaam door te dringen; mede dankzij de inspanningen van archeoloog en museumconservator Karen Jeneson.

Ondanks dat alle plannen rondom het badhuis en de omliggende omgeving (Romeins kwartier) nog moeten worden opgestart, wordt in het bidboek gesproken van het verdubbelen van het aantal bezoekers aan het archeologisch erfgoed. Hoe denkt de gemeente dit voor elkaar te krijgen?
Glimlachend: “Ah, da’s een makkie. Een van de gemakkelijkste ambities die erin staat.”

Echt?
“Ja echt. Het aantal bezoekers aan het Thermenmuseum is nu schokkend laag. Dat is heel erg zonde want daar ligt natuurlijk een van de meest bijzondere monumenten van Nederland. Dat gebouw dat er om heen staat is natuurlijk een gribus. Met de ontwikkeling van het Romeinse kwartier willen we ook toewerken naar een nieuw gebouw, liefst transparanter, dat veel meer bezoekers zal trekken, ook omdat het hele gebied veel meer over archeologie en erfenis zal gaan. Dat is een ambitie waarvoor ik mijn hand in het vuur durf te steken, die gaan we zeker halen.”

Kun je iets meer vertellen over deze ‘urban heritage’.
“Het liefst willen we ook het Raadhuisplein (pal achter het stadhuis-red.) open leggen. Er zijn vermoedens op basis van kaarten uit de jaren dertig dat er een publiek gebouw heeft gelegen, langs een Romeinse weg. Op dit plein is nooit bebouwing geweest, misschien alleen in de Romeinse tijd.”

Ondanks alle ontwikkelingen en initiatieven blijft er een hardnekkige groep inwoners voor wie ‘het nooit goed is’. Zij zullen, al dan niet via sociale media, met argusogen naar de ideeën kijken. Hoe wil je die mensen overtuigen van het belang van het bidboek?
“De categorie mensen ‘het is nooit goed’ gaan we niet overtuigen. Voor hen maakt het niet uit wat we opschrijven. Ik ga geen namen noemen, maar die categorie bestaat. Als ik op social media kijk vind ik de berichten over het algemeen heel positief, maar het gevaar is natuurlijk dat je vooral in je eigen kring reacties hoort. Ik denk dat veel mensen overtuigd gaan worden door daden, zeker als die eenmaal worden uitgevoerd vanuit het bidboek.”

Noem eens een voorbeeld.
“Ik had onlangs een gesprek met een aantal ondernemers. Daar was de kritiek: ‘heeft de gemeente wel een visie? Wat wil de gemeente met het centrum?’ Maar nadat ze het bidboek hadden gelezen werd er gezegd: ‘oké, dit is een goed verhaal, er is wél een keuze gemaakt. We zijn blij dat er iets gaat gebeuren.’”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

 

Kunstenaar Michel Huisman: “Met het Maankwartier kunnen we onszelf opnieuw uitvinden”

20150802_163446
(foto Harry Prenger)

Op een waterkoude oktoberdag wordt het bezoek niet zomaar welkom geheten, maar gewoon aan de jas naar binnen getrokken. In het riante jaren twintig huis houdt de Staffordshire bullterriër Abel de visite nauwlettend in de gaten. Achter de woning bevinden zich enkele kunstwerken in de tuin, die je gezien de omvang gerust een park mag noemen. Onder het keukenraam houdt een tijgerkatje een middagdutje.

Michel Huisman (Heerlen, 1957) is geestelijk vader van het Maankwartier. Het prestigieuze bouwwerk vervangt het oude stationsgebied met de beruchte voetgangerstunnel dat in Heerlen lange tijd gold als toevluchtsoord voor verslaafden en dealers. Du moment dat Huismans ontwerp het groene licht kreeg kwam ook de kritiek. Het project zou te megalomaan zijn, niet passen bij een stad als Heerlen dat gebukt gaat onder leegstand en dalende inwonersaantallen. Veel wil Huisman er niet over kwijt, maar de kritiek raakt hem wel geeft hij toe. In de keuken laat hij ogenschijnlijk gemoedereerd de koffie door de filterzakjes pruttelen. “Met het Maankwartier is de stad niet af. Met het Maankwartier kunnen we onszelf opnieuw uitvinden.”

007
(foto Harry Prenger)

Huisman neemt geen genoegen met voldongen feiten en veronderstellingen. Zijn antwoorden en beschouwingen leiden tot verbaal mooi weergegeven vergezichten, waar nodig voorzien van een welluidende schaterlach. Aan de hand van filmbeelden en foto’s illustreert hij in de boven de woning gelegen werkruimte via een beeldscherm zijn uiteenzettingen. Dan wordt gaandeweg duidelijk waarom volgens Huisman het nieuwe station voor Heerlen zo belangrijk is. “Je moet niet wachten totdat de stad iets doet, maar je moet kijken wat je zelf kunt doen.” Droogkomisch voegt hij eraan toe: “God is naar huis, die doet niks meer.”

Huismans uitspraken vormen de specie in de muur van weerstand op het Maankwartier. Zíjn Maankwartier. Bedacht met criteria die nadrukkelijk afwijken van de geijkte ontwerp- en architectuurprincipes. “Als je als architect iets ontwerpt dan wordt het ontwerp intellectueel eigendom van de opdrachtgever. Als kunstenaar valt jouw werk onder de auteurswet van 1912, en als zodanig heb ik, voordat ik er aan begon, het Maankwartier gedeponeerd. De mensen die met mij dit zijn gaan bouwen hebben met elkaar afgesproken zich te houden aan die auteurswet. Dat is een fundamenteel ander uitgangspunt. Dit kan een architect zich meestal niet permitteren. Het eerste dat volgens mij moest gebeuren was dat de ziel van de stad moest veranderen, die moest ombuigen. Dat is wat het Maankwartier in eerste lijn doet. De cynici onder ons zeggen: je gaat toch niet een ding bouwen en je dan afvragen wat je ermee moet? Maar dat komt omdat cynici cynisch zijn. Een liefdeloze ontmanteling is iets anders dan fantasie of empathie.”

017
(foto Harry Prenger)

Opvallend zijn de vele details die hij in het gebouw heeft verwerkt. Een ervan is de Heliostaat. Een hoge toren met een halfronde spiegelbol. Die vangt en weerkaatst het zonlicht naar een beneden gelegen vijver. Daaronder bevindt zich de parkeergarage. Het is de bedoeling dat daar een kloostertuin wordt aangelegd met oude Franse zitbankjes. Huisman: “Als je vandaar naar boven kijkt zie je de zon door het water heen schuiven.”

Je zou na alle recente publiciteit over het nieuwe station bijna vergeten dat de bedenker ervan al geruime tijd beeldend kunstenaar is. In zijn installatie-achtige werken laat hij onder meer dier en (vergane) technologie samen komen in beelden die tegelijk vervreemding en herkenning oproepen. Uit het voorwoord van zijn overzichtsboek Garden Night And Farewell: “Michel Huisman gaat op zoek naar de teloorgegane eenheid van mens en wereld in een maatschappij waar zoveel ingrijpend verandert en fundamentele waarden op de helling staan”.

In 1999 had de Heerlenaar een tentoonstelling in het Stedelijk Museum. Nu terugkijkend beweert hij resoluut: “Dat wordt gezien als het walhalla voor kunstenaars, maar daar ben ik somber van geworden. Ik dacht: dit zijn afwerkplekken.” Huisman ziet de blik met onbegrip bij zijn toehoorder. Hij benadrukt zijn engagement als kunstenaar. “Het heeft niets meer met sociaaleconomische realiteit te maken. We zijn een derivaat geworden. De realiteit trekt zich niets aan van wat de kunsten vinden. Je moet iets doen waarbij je emotionele intelligentie implementeert in de realiteit. Hoe komt het zo smerig en wie ruimt het op? Dat betekent: de vaat gaan doen. Dan blijkt dat iedereen het wel goed vindt.”

022
(foto Harry Prenger)

“Iedereen is eenzaam. Kunstenaars zijn erg gevoelig. Je kunt dan troost vinden in het feit dat veel mensen je kennen. Dat geldt ook voor wethouders en politici. Iedereen heeft wel zo’n verlangen. Wat wezenlijk is, is dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden: van kunst die gaat over mededeling en boodschap; en over kunst die mooi is, als omhooggevallen design. Daar maak ik graag een onderscheid tussen. Als jij een telefoonboek uit je hoofd kent ben je nog niet erudiet. Dan heb je aangetoond dat je iets kan onthouden. Als jij een Sinterklaasgedicht kan maken dat perfect rijmt ben je nog geen dichter. Iedereen heeft een geweten. Dat geweten werd vroeger gevoed door een soort collectieve godsvrees en een sociale omgeving. Dat is geleidelijk aan vrij geworden. Daarin zijn we te ver doorgeschoten: het enige wat van belang is, is datgene wat het meeste oplevert. Dat is misschien inherent aan de manier waarop we in elkaar zitten.”

rondleiding (30)
Michel Huisman (midden) tijdens rondleiding Maankwartier (foto Harry Prenger)

In Huismans woorden weerklinkt een onverstoorbare romanticus; maar wel met visie op verleden, heden en toekomst. Wanneer hij het Heerlen vanaf de jaren dertig tot vijftig, met het Heerlen van pakweg de laatste drie decennia vergelijkt, gaat het over de veranderingen en toenemende gevoelsarmoede die de binnenstad heeft ondergaan.

“Kijk eens hoe mooi de markt was, die kiosk.” Huisman wijst op oude foto’s van marktplein de Bongerd, nog niet ontsierd door een mengeling van reclamegevels. En op de afwezigheid van non-descripte, lukraak neergezette gebouwen, die volgens de kunstenaar de verbinding tussen de verschillende stadscentra onderbreken. “Wat onze grootouders wilden vinden wij niet meer belangrijk. We breken het af. Dat is een waanzinnige fout geweest. Wij hebben een moord gepleegd. Dat zou je moeten kunnen herstellen, ware het niet dat in de openbare ruimte privaatrechtelijk gebieden ontstaan die zich als een eiland verhouden tot de gemeenschap. Vastgoedmensen die panden in de stad bezitten kunnen gewoon zeggen: ik doe er niet aan mee….dat is de vrije markt. De vraag is hoe gaan we hiermee om? We hebben onszelf in een crisis geholpen door de rug niet recht te houden en te kiezen voor hetgeen niks kostte en zoveel mogelijk rendement had. Dat is geen waarde, dat is alleen maar functie. Allemaal bedacht vanuit de gedachte: ik heb geen boodschap aan jouw emoties, ik heb iets dat ik verkopen wil.”

rondleiding (27)
(foto Harry Prenger)

Leidraad in Huismans verhaal is het mogelijk verlies van een eigen identiteit tijdens de veranderingen die mens en stad ondergaan. “Als je je identiteit kwijtraakt heb je maar drie manieren om het terug te krijgen. Door reconstructie, het nú definiëren van wat je mooi vindt, of emotionele intelligentie. Dat laatste is een ondergesneeuwd kindje. Die is terecht gekomen bij c-films, daar doen we niet meer aan. Ga er van uit dat onze twee hersenhelften worden gerepresenteerd in het beleven en het bedenken. Wat er tegenwoordig gebeurt is dat die twee hersenhelften niet bij elkaar worden gehouden, nee, die moeten met alle geweld uit elkaar!”

“Marketingmensen zeggen: ik heb geen behoefte aan creativiteit. Kénnis daar gaat het om. Dat is zo onvoorstelbaar dom. Dat is zo’n belediging voor het menselijk brein. Zoals de mystici in de middeleeuwen al zeiden: je leeft voor je ziel en het verstand is daar het gereedschap van. Wij keren het om. We zeggen alle emotie is sentimenteel. Wat rationeel is, is functioneel. En wat is het gevolg? Kijk naar Mark Rutte, die regeert maar met een hersenhelft. Dat is niet omdat hij zelf zo is, maar omdat we dat met zijn allen zo besloten hebben.”

Wanneer we aanstalten maken het gesprek te beëindigen, toont Huisman niet zonder trots zijn maquette van het Maankwartier. In 2003 gepresenteerd tijdens een informatieavond. De laatste steen van het imposante bouwwerk moet worden gelegd in 2018. Het begin van het nieuwe Heerlen, met of zonder leegstand. Huisman: “Ik zie de leegstand als een kans, maar alleen als het die kans ook gegund wordt. Als er leegstand is zakken de huurprijzen. Tenminste, als het goed is. Behalve bij sommige arrogante pandeigenaren die zeggen: ik laat het leeg liggen. Dan zie je dat er boeven bezig zijn om roofbouw te plegen op de gemeenschap.”

“Je moet je voorstellen dat zo’n stad niet zomaar is ontstaan. Daar gaan honderden jaren over heen. Daar is allemaal belastinggeld en gemeenschapsgeld in verdwenen. Dat heeft gezorgd voor een weefwerk, dat ons als een spinnenweb langs de draden leidt van ons bestaan. Overal zie je aspecten van het menselijk bestaan geëtaleerd in etalages waar mensen je vriendelijk te woord staan en proberen je iets te slijten. De stad is een weerspiegeling van wat er allemaal te doen is, van wat er te koop is, wat er verandert, hoe dat aanvoelt en eruit ziet.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Mette Sterre en het ongemak als kunstvorm

8960202_orig
Fishwife 2012 55 x 40 cm digital print on dibond 3

Op het eerste gezicht oogt de kunst die ze maakt bizar, afstandelijk en vervreemdend. Omdat haar werk zich niet meteen in een hokje laat duwen kun je er niet onmiddellijk je vinger op leggen. De kunst van Mette Sterre!? Uitroep en vraagteken tegelijk.

Mette Sterre wil het liefst alle mogelijke kunsthokjes open gooien door grenzen te verkennen én te overschrijden met kostuums, tekeningen en performances. Daarnaast schuren haar werken langs theater en mode. Met kunstenaarsgroep Crystal Mette & the Fictions voerde ze de afgelopen jaren optredens uit in Berlijn, Londen en New York.

We ontmoeten de kunstenaar ‘s ochtends aan het ontbijt in Villa Eikhold, op enkele minuten van het Heerlense winkelcentrum. De parkachtige tuin om het monumentale pand accentueert de afstand tot de hectiek van de binnenstad. De Rotterdamse maakt een montere indruk. Ze heeft zojuist een boterham gesmeerd met plakjes hardgekookt ei. Op haar hoofd draagt ze een petje, lekker scheef.

Haar werk doet denken aan die andere kunstenaar van de multimedia, Mike Kelley. Kunst als middel om het comfortabele uit de weg te weg te gaan en het ongemak op te zoeken. Al draait het in het universum van Sterre (1983) vooral om het groteske en bizarre. “In het groteske zit veel humor. Ik denk dat humor een belangrijke drager is om dingen aan de kaak te stellen. Humor is een sterk middel om taboes te doorbreken, dat je nadenkt over dingen, waarna je ze minder zwart-wit ziet.” Op haar site legt ze uit dat ze bovendien inspiratie haalt uit sociologie en de culturele geschiedenis van horrorfilms. “Horrorfilms en sociologie zijn eigenlijk heel erg aan elkaar gelinkt. Waar we bang voor zijn is ook afhankelijk van hoe onze maatschappij in elkaar zit.”

20150625_171654-940x529

Belichamen de personages en karakters in haar kostuums de schaduwzijde van mens en maatschappij? Sterre, zelfverzekerd: “Vanaf de eerste dag dat we iets konden bedenken hebben we van alles geprobeerd om dingen te verklaren, vaak met een religieuze insteek. Mensen zoeken voor alles een reden en die reden is er soms ook. Dat merk je nu wel met het opgelaaide debat over asielzoekers. Mensen zijn bang voor het onbekende, bang voor verandering, bang om de controle te verliezen, terwijl je eigenlijk nooit ergens controle over hebt.”

Ondanks het vroege tijdstip spreekt Sterre openhartig over zwaar beladen onderwerpen. Ze praat makkelijk, kiest zorgvuldig haar woorden. Tussendoor neemt ze kleine slokjes van haar thee. Ze beweert dat ze met opzet kleding en kostuums ontwerpt die ongemakkelijk zijn om te dragen en in voort te bewegen. “Ik noem het liever geen kleding. Kleding is voor mij iets wat je aantrekt. Een kostuum is iets wat een karakter opbouwt. Als mensen vragen of ik een jurk wil maken denk ik: je kunt toch ook naar de winkel gaan. Ik zie mezelf als beeldhouwer rondom het lichaam, met sculpturale vormen. De uitdaging is om zoveel mogelijk de menselijke vorm te verstoppen.”

Mette Sterre is net terug van een reis naar New York waar ze meewerkte aan een project van experimenteel theatermaker Robert Wilson. Ze relativeert haar drukke agenda en verre uitstapjes: “Als je veel reist ben je ook wel eens eenzaam. Je leeft dan in het moment, al is voor niemand echt duidelijk wie je bent, waar je vandaan komt of wat je achtergrond is. Iedereen doet gezellig in het begin, dat is leuk, maar je moet zelf weer verder.” Sinds drie jaar verblijft ze beurtelings in Londen en Rotterdam, waar ze achter het centraal station haar atelier heeft. Sterre: “Rotterdam is niet zeiken, lekker werken. Ik heb nu wel het idee dat ik ergens ben waar ik wil zijn.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Didi Recordshop gaat door waar anderen stoppen

02

Didi? Massagesalon met happy ending? Relaxhuis waar heren worden ontvangen door dames van lichte zeden? Of toch gewoon de naam van de onontkoombare nagelstudio? Niks van dit alles. Aangenaam: Didi Recordshop, in de volksmond liefkozend Didi geheten, ooit de bijnaam voor oprichter John Diederen. Na diens onverwachte overlijden nam Mat Villain het stokje over. Als vijftienjarige bracht hij de schier eindeloze bakken vinyl al op orde in het pand waar het allemaal begon, aan de Akerstraat in Hoensbroek.

Sinds 2006 is Didi gevestigd in een enorme loods net buiten het centrum van Heerlen. Stiekem misschien wel het best bewaarde geheim van Nederland op vinylgebied. Voor de zekerheid liet de NS in de buurt vast een klein perron aanleggen. “De euregio is een groot gebied met enorm veel inwoners en naar verhouding weinig platenzaken,” verklaart Villain de toenemende drukte in zijn winkel. “Ik heb een actief netwerk, koop wekelijks honderden platen in, heb een brede klantenkring.” De klanten komen niet alleen uit Limburg. “Ik zie steeds vaker mensen uit de Randstad, die een bezoek combineren met een weekendje heuvelland.”

Hij is zo iemand die aan een half woord meer dan genoeg heeft. Laat de term vinyl vallen en je begrijpt waarom de collectie onophoudelijk wordt uitgebreid en ververst. Voorbeeld. Brengt de gewone sterveling Hemelvaartsdag door op de nabij gelegen woonboulevard, Villain start om 4 uur ‘s ochtends zijn Ford Transit bestelbus die hem naar Noord-Frankrijk voert. Doel: opkopen platencollectie. Wanneer de partij eenmaal in huis is, zien we in de gauwigheid een kleinood van bluesgitarist John Lee Hooker voorbij komen.

“Ik heb misschien een miljoen platen in mijn handen gehad, maar er zijn nog miljoenen meer. Er komt geen einde aan. Soms hoor ik wel eens iemand zeggen ‘ik heb alles’. Niemand heeft alles. Ik kom elke dag vijftig platen tegen die ik nooit eerder gezien heb waarvan ik niet weet hoe ze klinken en welke muziekrichting het is. Kijk maar eens naar de eindeloze stroom aan wereldmuziek”. Op zijn kantoor annex keukentje midden in het pand, steekt de huidige eigenaar van Didi de brand in de zoveelste peuk. Naast de koffiemok liggen NRC Handelsblad en de Volkskrant op tafel.

06

Mat Villain (32) groeide op in de buurt van het Belgische Lanaken. Daar was zijn eerste kennismaking met vinyl The Sounds Of Mars. Die werd door de kleine Mat gebruikt om het huispickupje te slopen, tot woede van zijn moeder. Van zijn eerste zakgeld kocht hij geen plaat maar een cd. Wel meteen een dubbele: Use Your Illusion van Guns ‘n Roses. Na de middelbare school begon hij aan een studie bedrijfseconomie. Ok, die achternaam. “Mijn vader heeft Franse voorouders, maar hij stamt zelf uit Kerkrade waar de naam vaak voorkomt. Meestal schrijf je het met één l, maar mijn overgrootvader maakte bij aangifte in het gemeentehuis een fout door de naam met dubbele l op te geven.”

Didi Recordshop moeten we ruim zien. Behalve de, volgens de website 350.000 lp’s en singles, treft de bezoeker boeken, cd’s, dvd’s, strips en games; overzichtelijk verdeeld in rekken, plastic bakken en kartonnen dozen. Maar het zal hem bij binnenkomst niet ontgaan dat het hier vooral draait om vinyl, “van klassiek tot grindcore”, voor beginners en gevorderden. Behalve het meer gangbare spul vind je er privépersingen en andere lp’s waarvoor de term obscuur beslist van toepassing is. Wie amechtig van het aanbod nog in staat is een blik te werpen boven de toonbank, ziet een andere opvallende cultuuruiting: hoesjes met schaars geklede dames. Hier is geen sprake van een platenzaak, maar van een, excusez le mot, beleving. Waarna de naam Didi niet meer liefkozend wordt uitgesproken maar vol ontzag.

In tegenstelling tot veel andere platenzaken schittert Didi Recordshop op facebook door afwezigheid. Mat Villain haalt zijn schouders op. “Ik ben nooit een groot liefhebber geweest van social media. Je kunt wel van alles posten op facebook, maar zonder al teveel reclame heb ik het gewoon bijna iedere dag druk. Ik maak online liever wat minder heisa. De mensen moeten langskomen. In de ruim zes jaar dat ik de winkel nu run vertoont de verkoop een stijgende lijn”. Hij klopt een paar keer op tafel.

“Mensen weten dat als ik een goede collectie binnenkrijg het in de winkel komt te staan en niet online. Anders kun je net zo goed studenten achter computers neerzetten en zeggen voer het maar in. Dat is helemaal niet leuk. Je moet er wel voor zorgen dat je altijd wat nieuws in huis hebt. Vernieuwen en contacten leggen. Je moet er bovenop zitten en niet op je lauweren rusten. Het is gewoon veel werk, daar staan mensen niet bij stil. Tien jaar geleden was het veel makkelijker. Toen waren er minder mensen die platen kochten. De platen die nu hot zijn (Hotel California, Rumours) lagen toen in de één eurobakken. Dat kocht niemand. Liefhebbers hadden het al, maar nu ook jongeren platen kopen is het steeds lastiger om te krijgen. Vorige week kwam hier een meisje van vijftien dat tien platen van Nat King Cole kocht.“

02

Niet alles wat Mat Villain inkoopt is voor de winkel bestemd. Hij houdt er als vinylliefhebber ook een privéverzameling op na. Die moet aardig uit de hand lopen aangezien de collectie al begint op kantoor. “Gewoon wat dingen die ik nog zocht”, beweert hij met gevoel voor understatement. Uit een doos plukt hij oude Blue Note lp’s en een stapeltje singles van hetzelfde jazzlabel. Of de eerste Nederlandse persing van Miles Davis’ Kind Of Blue. Hé, het debuut van punkband The Ex, mét single!

Mooi meegenomen dus als er na speurtochten door uithoeken en windstreken iets bijzonders tussen zit. Glimlachend wordt er een lp in de lucht gehouden van de Noorse folkgroep Folque. Doet met boekje erbij algauw zo’n 200 euro. In dossierkasten staan geen saaie ordners maar voorraadjes van door platenmaatschappijen afgeprijsde lp’s. Voor de winkel uiteraard. “Wat mij betreft ga ik graag nog dertig jaar door”, roept hij terwijl hij een exemplaar tevoorschijn tovert van de bekende Velvet Underground lp met banaanhoes. “Van deze verkoop ik er vijf per week”.

In 2016 doet Didi mee aan Record Store Day.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)