Vertrouwd en verontrustend: de foto’s van William Eggleston

William Eggleston Memphis, ca 1965 1968, from the series Los Alamos 1965 1974 – ©Eggleston Artistic Trust 2004 Courtesy David Zwirner New York London

Op de beste foto’s van William Eggleston lijkt het alsof er elk moment iets staat te gebeuren. Of dat we net iets gemist hebben, de gebeurtenis zojuist heeft plaatsgevonden. Kleuren overheersen, net als de warme gloed die eroverheen lijkt te vallen. Eggleston (1939) bekommert zich minder om uitvoering en compositie, maar wil zijn foto’s liever een bepaald gevoel meegeven. Gevoel? Je kunt je gedachten de vrije loop laten bij het kijken naar zijn beelden die vertrouwd en tegelijk verontrustend aandoen.

Samen met kunstcurator Walter Hopps maakte Eggleston in het Amerika van de jaren zestig en zeventig een ‘roadmovie’ die bekend zou worden als de reportage Los Alamos. Hopps achter het stuur, de fotograaf met Leica in de aanslag. Volgens eigen zeggen recht op zijn doel afstappend, zonder teveel na te denken omdat anders de twijfel wel eens zou kunnen toeslaan. Een ervan is zijn allereerste foto in kleur: een jonge winkelbediende die een rij supermarktwagentjes voor zich uitduwt. Verder legde hij vast weidse landschappen, sleeën van auto’s, uitbundige kleding en kapsels. Je krijgt acuut zin om ook zo’n roadtrip door de States te maken.

Het werk van Eggleston doet het ook goed op albumcovers. Neem de lp Like Flies On Sherbert van Alex Chilton (zangergitarist van cultband Big Star). Speelgoedpoppen die lieflijk en onschuldig op de kap van een auto zijn uitgestald. Draai de plaat en je hoort rocksongs die te diep in het glaasje hebben gekeken. Eggleston was ooit bevriend met de ouders van Chilton, die in Memphis een kunstgalerie beheerden. De cover van het Big Staralbum Radio City laat een onheilspellend beeld zien van een gloeilamp aan een knalrood plafond.

Eggleston hééft iets met rood. En met veel andere warmbloedige kleuren die niet vanzelf ontstaan. Hij gebruikte hiervoor de ‘dye-transfer’ techniek die vroeger in reclamefoto’s werd toegepast. Technisch gezien een combinatie van verfijnde belichting en ontwikkeling voor gekleurde filters. Een bijna ambachtelijk proces dat allang in onbruik is geraakt, maar de mogelijkheid biedt om nuance in afbeeldingen aan te brengen of te intensiveren. Komt goed van pas, want Eggleston fotografeert volgens eigen zeggen “the ugly stuff”. Rauwe ‘stillevens’ van verlaten straten, benzinestations, auto’s, supermarkten en leegstaande huizen. Dat het ogenschijnlijk alledaagse toch onuitwisbare indrukken kan opleveren, is een van de grote mysteries in zijn werk.

Zijn fotografie heeft intussen school gemaakt. De rode loper uitgelegd voor de films van bijvoorbeeld David Lynch. En kijk nog eens goed naar No Country For Old Men of meer recent Nocturnal Animals. In een aantal shots herken je onmiddellijk de signatuur van Eggleston. Voor de fotograaf zelf liet erkenning lang op zich wachten. Kleur in kunstfotografie was lange tijd not done.

Pas in 1976 kreeg Eggleston in het Museum Of Modern Art zijn een grote tentoonstelling. De bijgaande catalogus was zelfs de allereerste publicatie van het museum over kleurenfotografie. Best bizar wanneer je bedenkt dat in films begin vorige eeuw al werd geëxperimenteerd met kleur, en de eerste kleurentelevisie zijn intrede deed in de jaren vijftig. Inmiddels wordt Eggleston gezien als de “godfather” van de kleurenfotografie. Voor zijn foto’s worden tegenwoordig tonnen neergeteld.

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

De fotografie van Robin de Puy laat sporen na

RdPboek1

De succesvolle fotografe Robin de Puy zag haar gevoel van creatieve vrijheid in het geding na steeds meer commerciële opdrachten. Ze besloot op reis te gaan, weg van de hectiek, weg van haar vertrouwde omgeving in Amsterdam. De Puy koos Amerika om per gehuurde Harley Davidson hernieuwde inspiratie te vinden.

Van de persoonlijke ontdekkingsreis is een fotoboek gemaakt. Vanzelfsprekend had De Puy haar camera op zak. Het land van de onbegrensde mogelijkheden met zijn inwoners, locaties en landschappen blijven voor elke fotograaf immers een dankbaar en fotogeniek onderwerp. Na enkele donkergetinte sfeerbeelden opent het boek met een vrolijk reclamebord van een motel genaamd Robin Hood. Wat volgt zijn de talloze ontmoetingen die De Puy onderweg had.

Die kwam ze tegen in Pioche, La Junta, Luckenbach of Abilene, stadjes waar blijkbaar niet elke dag een fotograaf langskomt, laat staan eentje uit Amsterdam. Van de geportretteerden zie je de levenservaring van de blikken en lijven afspatten. Karakteristieke koppen met diepe groeven in het gelaat. Mannen en vrouwen bij wie je het gevoel krijgt dat de Amerikaanse Droom allang in rook is opgegaan. Sommigen lijken nadrukkelijk gekozen om hun markante uiterlijk.

Er ontstaat gaandeweg echter een mooie balans in het boek, omdat de portretten worden afgewisseld met weidse panorama’s, met De Puys reisverslag, notities en persoonlijke twijfels over het telkens opnieuw beginnen aan een nieuwe tocht. Tussendoor fotografeert ze zichzelf, meestal naakt. Misschien zegt haar voorkeur en de manier waarop ze de mensen afbeeldt veel over De Puy. “Vaak zijn mensen heel dankbaar voor een ‘foto-moment’, terwijl ze me in feite zo veel teruggeven – het is fascinerend dat ze dit niet beseffen wanneer ze voor mij poseren”, vertelt ze ergens in het boek.

Haar portretten zijn misschien wel een reflectie op de makkelijk scorende fotoboeken waarin de glitter en glamour van de jetset straalt. Bij De Puy gaat het eveneens om kleurrijke figuren, gebeiteld in zwart-wit. Dat zwart in haar beelden is net zo diepdonker als houtskool. En dat is wat dit boek doet: het geeft af, laat een indruk achter. Aan het begin poseert De Puy onbevangen en misschien nog een tikje bevreesd voor haar “metal buddy”. Wanneer het einde van de bijna 8000 mijl erop zit, staat ze te midden van een landschap, zongebruind, de blik al iets meer zelfverzekerd.

Robin de Puy – If This Is True…I’ll Never Have To Leave Home Again (uitgeverij Ludion)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Fotoboek: ode aan Oekraïense stad Lviv

lviv

In hartje Europa ligt Lviv. Deze relatief onbekende stad in de Oekraïne kent een geschiedenis die je gerust dramatisch kunt noemen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een groot deel van de joodse bevolking door de nazi’s vermoord. Lviv stond de afgelopen eeuwen niet alleen onder heerschappij van o.a. Polen en Oostenrijk, maar veranderde meerdere malen van naam: Lvow, Lemberg en Léopol. Volgens de samenstellers van het fotoboek Lviv stad van paradoxen zijn de huidige bewoners, jong en oud, hard bezig aan een nieuwe toekomst. Zo was Lviv in 2012 een van de speelsteden van het Europees Kampioenschap voetbal.

Het robuuste boek bestaat uit foto’s en essays die uitgebreid vertellen over ontwikkeling, neergang en opleving van de stad. Dolph Kessler maakte er als documentair fotograaf de beelden bij. Handig: achter in het boek zit een geschiedenislesje bijgesloten. Ondanks dat de stad steeds meer in de greep komt van het toerisme, lijkt Lviv op het eerste oog allesbehalve een ideale vakantiebestemming. Of je moet dol zijn op straten met keien waarover sleetse trams rijden, winkeltjes bedompt uitzien en de weersomstandigheden vaak druilerig zijn.

Nogal wat inwoners zijn, afgaand op de foto’s, ruimschoots de middelbare leeftijd. Anderzijds toont Kessler de stad haarscherp op het kruispunt tussen verleden en toekomst, in de spagaat waar ook brandhaard Oekraïne zich bevindt; tussen Europa en Rusland. Met bijbehorende contrasten. Jongeren flaneren door de parkjes, de gevelreclame in het historisch centrum neemt toe, terwijl andere foto’s getuigen van het vastklampen aan traditie en religie.

Kessler had best de vrijheid mogen nemen Lviv wat karakteristieker te fotograferen. Wat de stad nou zo anders maakt blijft al bladerend ongewis. Lviv neigt naar zo’n typisch bolwerk uit het Oostblok. De fotoreportage in boekvorm is sterk in het tonen van plekken waar de gemiddelde toerist niet zo snel komt. Kessler gaat niet alleen op bezoek bij enkele bewoners maar observeert de couleur locale waar het verleden meer tastbaar is dan zichtbaar. Een gedenkteken is dringend aan onderhoud toe, de plek waar ooit een synagoge stond biedt al 75 jaar een desolate aanblik. Enkele pagina’s verderop weer die tegenstellingen. Voorbijgangers in eigentijdse kleding, spelende kinderen bij de stadsfontein.

Lviv stad van paradoxen – Dolph Kessler fotografie / Michiel Driebergen, Kees van Ruyven, Ruud Meij essays (Mauritsheech Publishers / Apriori Publishers)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

De opmerkelijkste fotoboeken van 2014

HvR

Heleen van Royen – Selfmade (softcover, 160 pagina’s, uitgever Lebowski)
De meest spraakmakende tentoonstelling van 2014 vond plaats in Den Haag. Aan de muren van het Letterkundig Museum prijkten de zelfportretten van schrijfster Heleen van Royen. Spraakmakend omdat Van Royen niet alleen in haar boeken en mediaoptredens recht voor de raap is, maar ook in haar überselfie’s. In plaats van een fotografische esthetiek toont van Royen vrouwelijkheid zonder gene; naakter dan naakt, stoer en onzeker. Hier ontbreekt de pose maar heerst de zelfobservatie van het eigen zeer blote lichaam. Het ontbreken van een kunstingeving maakt dat je snel op de foto’s raakt uitgekeken. We moeten er niet meer achter zoeken dan “een fotografisch zelfonderzoek”. Van Rooyen laat daarin inderdaad alles zien. Schaamteloos exhibitionistisch. Mooi meegenomen dat de bijna vijftigjarige is gezegend met een lichaam van meisjesachtige allure. Met navelpiercing!

Modern Times – Mattie Boom en Hans Roseboom (hardcover, 340 pagina’s, uitgever Rijksmuseum)
Lijvig boekwerk dat veel meer is dan een catalogus van het Rijksmuseum naar aanleiding van de tentoonstelling uit de eigen collectie. Samenstellers Mattie Boom en Hans Roseboom maakten een keuze gebaseerd op de historische en kunstzinnige ontwikkeling van de fotografie in de 20e eeuw. De foto’s zijn thematisch ingedeeld, met ter zake doende teksten. Duidelijk wordt dat het Rijks de nodige klassiekers bezit (o.a. Man Ray, Ed van der Elsken), maar ook amateur-, geschiedenisfotografie en oude straat- en stadsbeelden van o.a. Amsterdam. Smullen geblazen dus voor de liefhebber van (kwaliteits)fotografie in een boek dat louter hoogtepunten kent. Foto’s die een authentieke grandeur uitstralen omdat ze gemaakt zijn met oude (analoge) toestellen en prints met gelatinezilver als bindmiddel en beeldschakering.

New Photo Dutch Photography Talent 2014 (hardcover, vier verschillende covers, 411 pagina’s, oplage: 3000, uitgever XPublishers)
Het jaaroverzicht van fotografiemagazine GUP bevat werk van jong talent die ontzettend hun best doen om af te wijken en of kunstzinnig willen zijn. Wat ook al niet helpt zijn de variaties op bekende thema’s als straat- en locatiefotografie, gedrapeer met kleding en voorwerpen, designachtige composities en ander gekunsteld geknutsel met kleur en kadrering. Er zit opvallend weinig originaliteit en durf in veel van de werken. Regelmatig bekruipt je het gevoel dat je ze al eens eerder hebt gezien. Sommigen volstaan met fotograferen van voorwerp of natuurmoment, in de veronderstelling dat het dan ook meteen een goede foto is. Het zijn niet de studenten maar de autodidacten die de show stelen. Carla van Iersel’s beelden bezitten een merkwaardig soort ongrijpbaarheid, terwijl Caro Lenssen vrouwen vastlegt met een sterke en tegelijk kwetsbare oogopslag. Verder maakt de onbevangenheid van Marcel Kollen indruk, evenals de vervreemding door middel van kleurgebruik bij Joshua Hoogeboom.

Lynch

The Factory Photographs – David Lynch (hardcover, stofomslag, 220 pagina’s, uitgever Prestel Verlag)
Van regisseur David Lynch nu eens niet zijn bekende droombeelden of aanvallen op het onderbewustzijn. In het voorwoord van dit sjieke fotoboek blijft hij niettemin trouw aan zijn stijl: “I just like going into strange worlds”. Die vreemde wereld is vertrouwd unheimisch. Foto’s van muren die afbladderen, fabrieksgebouwen en industrie die er verlaten en verscholen bij ligt. Al vaker gedaan natuurlijk én sfeervoller. Bij Lynch is de vergankelijkheid van de gebouwen meedogenloos, barok en gitzwart. Wanneer je over de bladzijden wrijft voel je bijna het roet en de smeerolie op de muren en pijpleidingen.

A House Is Not A Home – Lilith (hardcover, 228 pagina’s, oplage: 750 waarvan 175 handgenummerd en gesigneerd met ingeplakte foto, eigen beheer)
Op de foto’s die kunstenaar-fotograaf Lilith (Henriëtte van Gasteren) maakt plaatst ze zichzelf in alledaagse en onalledaagse situaties. Voor wie er oog voor heeft bevat de stilering aanvullende details. Nogal eens overheersen het gevoel en de emotie die ze weet over te brengen in beelden die speels, ondeugend en prikkelend zijn, maar evengoed controversieel en taboedoorbrekend. Haar werk vind je óf helemaal niks óf prachtig. Meer dan menigeen lief is, meer dan een tafereel dat huiselijk is: de schone schijn van de huiselijke geborgenheid. Zo ontstaat een dialoog tussen het gevoel in haar beelden en de gevoelens bij de kijker. Vrouwen zullen zich beslist herkennen in het maatschappelijke ‘rollenspel’ van moeder, echtgenote, huisvrouw en minnares. De hoeveelheid foto’s in het boek leveren erg veel indrukken op. Advies: gedoseerd bladeren.

Wayward Cognitions – Ed Templeton (hardcover, 155 pagina’s, oplage: 3500, uitgever Um Yeah Arts)
Ongewone foto’s van gewone mensen. Ogenblikken waarop je liever niet wordt gefotografeerd, of misschien net wel. Een jonge vrouw heeft zojuist een bloedende hoofdwond opgelopen. Andere mensen zijn aan het werk, staren voor zich uit, lijken het geluk voorgoed kwijtgeraakt, of er weer naar op zoek te gaan. De Amerikaanse kunstenaar en fotograaf (voorheen skateboarder) Ed Templeton toont zijn foto’s niet in hard zwart-wit maar in zacht grijs. Omdat het leven van alledag evenmin zwart wit is, maar zich afspeelt in een grijze zone waarin ongrijpbare en spannende momenten plaatsvinden. Aanleiding voor onuitgesproken gedachten die je krijgt bij het zien van zijn werk. Templeton vult niks in, geeft geen antwoorden. Oogwenken tussen wat geweest is en wat mogelijk staat te gebeuren. Zijn stijl is dat hij geen nadrukkelijke stijl nastreeft, waardoor de kijker ruimte krijgt voor eigen interpretatie.

(eerder gepubliceerd in The Post Online)

Eigenzinnige waarnemingen van fotograaf Ed Templeton

ET
foto Ed Templeton

Ongewone foto’s van gewone mensen. Ogenblikken waarop je liever niet wordt gefotografeerd, of misschien net wel. Mensen zijn aan het werk, staren voor zich uit, lijken het geluk voorgoed kwijtgeraakt of er weer naar op zoek te gaan. Een jonge vrouw heeft zojuist een bloedende hoofdwond opgelopen. Ed Templeton toont zijn foto’s niet in hard zwart-wit maar in zacht grijs. Omdat het leven van alledag evenmin zwart wit is, maar zich afspeelt in een grijze zone waarin de meest ongrijpbare en spannende momenten plaatsvinden.

Die geven op hun beurt aanleiding tot de onuitgesproken gedachten die je krijgt bij het zien van zijn foto’s. Soms terloops gemaakt. Oogwenken tussen wat geweest is en wat mogelijk staat te gebeuren. Met dit verhalende karakter plaatst Templeton zich in een traditie van de rauwpoëtische straatbeelden van William Klein. Meer dan honderd impressies bevat het pas verschenen boek Wayward Cognitions. Een deel ervan is momenteel te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

Halverwege de jaren negentig besluit Ed Templeton als professioneel skateboarder de levensstijl van zijn collega-beoefenaars vast te leggen. Intussen is hij uitgegroeid tot kunstenaar met wereldwijd exposities. Templeton illustreert onder meer skateboards die te koop zijn via zijn site Toy Machine. De vele kunstreizen brengen hem naar uiteenlopende plekken en mensen; van stad tot strand, van jong tot oud.

Templeton staat er bij, loopt erlangs of wacht net zo lang af tot het moment suprême. “Ik hou ervan om wat rond te hangen, mensen te observeren en wanneer iemand mij ook ziet, druk ik precies op het moment dat ze me opmerken af”. Toch weet je nooit goed waar je naar kijkt, of wat er gaande is. Geholpen door een spel met licht en schaduw, en de soms vreemde lichaamshouding en onderzoekende blik die de mensen aannemen, maakt het zijn werk spannend en raadselachtig.

Nog zoiets: Templeton vult niks in en geeft geen antwoorden. Zijn stijl is dat hij geen nadrukkelijke stijl nastreeft, waardoor de kijker ruimte krijgt voor een eigen interpretatie. “Resisting technology”, noemt Templeton zijn werkwijze. Bladerend door het boek met zijn aangenaam bescheiden vormgeving, is het net alsof er verschillende fotografen aan het werk zijn geweest.

Ed Templeton – Wayward Cognitions (Um Yeah Arts 2014)

Beating Around The Bush Episode #4 (met o.a. Ed Templeton, Jutta Koether, Zackary Drucker & Rhys Ernst, Aline Thomassen) Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 8 februari 2015)

De ontregeling van filmer fotograaf Richard Kern

kern

Geen overdreven stilering, gewoon recht voor de raap. Richard Kern wil in zijn foto’s en films niet per se het vrouwelijke schoonheidsideaal laten zien. Sterker, op het moment dat collegakunstenaars zichzelf een halt toeroepen, mogelijk uit gêne of zelfcensuur, filmt en fotografeert Kern gewoon door. Ver voorbij het fatsoen en ruimschoots over de grenzen van ‘de goede smaak’. Daarom worden zijn beelden vaak als confronterend en ongemakkelijk ervaren. Het begrip porno valt meer dan eens. Onterecht. Het Heerlense Schunck toont tijdens de Graukunstexpositie werk van de Amerikaanse fotograaf en filmer. O.a. de beruchte film Fingered.

Het zijn de groezelige lowbudgetfilms waarmee Richard Kern (1954) begin jaren tachtig in kleine kring naam maakt. Films waarin geen vragen worden gesteld over het hoe en waarom van plot en personage. De toeschouwer zit er mooi mee opgescheept. Of hij wendt zijn hoofd vol walging af, óf blijft toch stiekem kijken naar Kerns duivelse pact tussen seks en geweld. Een platte vorm van provocatie? Inderdaad zijn sommige scènes ongetwijfeld als zodanig bedoeld, maar Kerns oeuvre is te bijzonder en uniek om het af te doen als provocatie om het provoceren.

Al dan niet parodiërend verwijst Kern naar de horrorfilm, naar SM, strips, snuffmovies, en grandguignol, het extravagante horrortheater in het Parijs uit begin vorige eeuw. Anderen leggen een link met de boeken van de Franse schrijver en ‘filosoof van het kwaad’ Georges Bataille. Zowel bij Kern als Bataille overlappen de thema’s angst, geweld, seks en de dood elkaar in een ongrijpbare verstrengeling.

17-5-lydia-lunch-blog480
scène uit Fingered

Bataille beschouwt seks en de dood als drijfveren voor het maken van kunst. Volgens hem bezit de mens een verlangen niet gehinderd te willen worden door regels, om zonder doodsangst het leven te kunnen ondergaan. Elke verbodsregel vraagt om overtreding en overschrijdend onwettelijk gedrag. Het doelbewust overschrijden van taboes noemt Bataille transgressie. De filosoof maakt zijn lezer voyeur én, daar komt het addertje, participant.

Het seksueel afwijkende gedrag van Batailles romanfiguren en de daaruit voortkomende gewelddadige beschrijvingen, is een latente voedingsbodem voor aversie en aantrekking. In de films van Richard Kern zijn de overeenkomsten met de boeken en personages van Bataille duidelijk aanwezig, al beweert de filmer in een interview simpelweg: “Wat ik interessant vind in films haal ik naar boven en laat het samengevat zien. Wat Amerikanen interesseert is seks en geweld en de smerige kant van het leven”.

c
(foto: Richard Kern)

In 1983 koopt de dan nog jonge cineast voor vijf dollar een Super-8 camera. Hiermee filmt hij de ‘belevenissen’ van vrienden en bekenden uit de muziekundergroundscene. De ruige New Yorkse Lower East Side dient als grauw decor. Kerns manier van filmen vindt meteen aansluiting bij de no wave: bands die onder invloed van punk en avant-garde het rockstramien inruilen voor nóg vrijere muzikale opvattingen.

Een van de pioniers is de groep Teenage Jesus & the Jerks van zangeres Lydia Lunch. Aanvankelijk werkt Kern samen met een vriendje van haar, Nick Zedd, die als medegrondlegger van de Cinema Of Transgression wordt gezien. Andere figuren uit de periferie van de New Yorkse underground voelen zich eveneens aangesproken door Kerns werkwijze. Via Lunch komt Kern in contact met o.a. Jim ‘Foetus’ Thirlwell en Henry Rollins.

10150008_471139673013278_1012540623_n

Met name zijn filmbeelden ontregelen dankzij een hardvochtige benadering van het grotestadsleven. De Amerikaan moffelt niets onder het tapijt, elke vorm van suggestie ontbreekt. Omdat de kadrering er nogal primitief uitziet, de beelden grofkorrelig zijn, doen de films denken aan goedkope horrorfilms waarin de hoofdpersonen zonder aankondiging vooraf, elkaar naar het leven staan. Alleen gaat het bij Kern niet om kettingzagende psychopaten, maar om non-conformisten, randfiguren en onruststokers.

Ondanks het frontale naakt in expliciete poses zijn Kerns beelden beslist geen porno. Waar porno telkens opnieuw een seksuele stimulans wil oproepen en benadrukken, valt het werk van de Amerikaan nauwelijks erotisch te noemen. Benadrukken de makers van porno hoe en welke handelingen er verricht dienen te worden, Kern laat de poses en de interpretatie ervan over aan de fantasieën van zijn actrice of model.

Niet iedereen zal zich identificeren met Kerns vrouwen, die in zijn werk openlijk fantaseren over ongehinderde seks, bondage en agressie. Het scenario van Fingered werd mede geschreven door Lydia Lunch. In de onrustbarende koortsdroom over seks en geweld, gooit de koningin van de New Yorkse subcultuur, net als in het al even beruchte The Right Side Of My Brain, het begrip lustobject radicaal om. Zo is het maar net. In het oeuvre van Richard Kern heeft de man weinig tot niets in te brengen. Hij staat letterlijk in zijn hemd én voor lul.

Fotoboek Lilith: een huis is nog geen thuis

Tubbing (2006)

Dat is wat Lilith óók laat zien in haar eerste grote overzichtscatalogus. Dat een huis nog geen thuis hoeft te zijn. Op de foto’s die ze maakte tussen 2006 en 2013 plaatst ze zichzelf in alledaagse en onalledaagse situaties. Voor wie er oog voor heeft zit de stilering vol kleine details. Vaker overheerst het gevoel, de emotie. Daarnaast zijn de beelden speels, ondeugend en prikkelend, maar ook controversieel en taboedoorbrekend. Haar werk vind je óf helemaal niks óf prachtig. Tot haar bewonderaars behoren advocaten, kunstpausen en bouwvakkers. Lilith (Henriette van Gasteren uit Reuver) wil meer tonen dan een tafereel dat huiselijk is: de schone schijn van de huiselijke geborgenheid.

Aldoende ontstaat een dialoog tussen het gevoel dat in haar werk zit en de emoties bij de toeschouwer. Met name vrouwen zullen zich herkennen in het maatschappelijke ‘rollenspel’ van moeder, echtgenote, huisvrouw en minnares. “Naar mijn mening is een foto goed als mensen erop reageren. Soms reageren ze heel sterk op mijn werk, hetzij in een positieve of een negatieve manier. Ik denk dat dat goed is. Mensen hebben het recht om dat te doen”.

Love Cage (2009)

Zoals gezegd is er de keerzijde. Een voorbeeld is een foto van een vrouw op de drempel van een donkere kamer, slechts gehuld in nachthemd. Ze staat voor een gordijn van plastic hartjes, de deur wagenwijd open. Gaat ze haar eerste liefdesnacht tegemoet? Wanneer je de teddybeer ziet die ze in haar handen heeft, wordt de dame een minderjarig meisje. Opeens wil je liever niet weten wat er staat te gebeuren in de slaapkamer.

Soms komen in de foto’s de beslommeringen van het dagelijkse leven voorbij. Telkens ironisch, komisch en verrassend beetgepakt. Knap dat je dat er allemaal in kunt stoppen. Neem die ene foto in de badkamer. De kunstenares op heterdaad betrapt. Onbevangen tussen voorbereiding en eindresultaat in een loepzuivere selfie; lang voordat de term gangbaar werd. De foto dateert van 2006.

A House Is Not A Home is rechtstreeks te bestellen bij de kunstenares: info@lilithlove.eu (prijs 39.50)