Dankzij de murals krijgt Heerlen een kleurtje

Uitkijken geblazen dat je niet over een stoeprand struikelt. Op bijna elke hoek word je aangestaard door kunst in het groot. Gewoon buiten, recht voor de raap. Ofwel de muurschilderingen van Heerlen.

De murals dus. Bij voorkeur niet uit te spreken met Engelse tongval, maar op zijn Spaans por favor. De oorsprong stamt uit het Mexico van ruim honderd jaar geleden, ter verbeelding van de destijds ontstane la Revolución Mexicana. Rebellen tegen de regering. Toen waren de muurwerken bedoeld om de laaggeletterde bevolking in afgelegen gebieden te informeren over overheidsbesluiten. De kunstenaars die hiertoe de opdracht kregen, gaven echter steeds meer gehoor aan de onvrede van het volk. Die waren de wurggreep van de heersende klasse en de economische crisis spuugzat. Stakingen en onlusten leidden tot een heuse burgeroorlog onder leiding van onder meer Emiliano Zapata. Het zou de opmaat worden voor een modern Mexico.

Aldoende zijn de murals als serieuze kunststroming ontstaan. De erkenning en waardering volgde pas na een flinke boost, dankzij de talrijke werken in die ene stad die net als Heerlen een gedaantewisseling onderging: Berlijn. De eerste schilderingen stonden afgebeeld op een muur die symbool werd voor de Koude Oorlog, de grens tussen Oost en West. De betonnen wand werd nadien de East Side Gallery genoemd, met een lengte van 1,3 km het grootste openbare kunstwerk ter wereld.

Diezelfde kunstmuur, thans onder Denkmalschutz, mondde uit in de Berliner Mauerkunst. Wie wel eens in de Duitse hoofdstad is geweest, met name in de wijk Kreuzberg, weet wat wordt bedoeld. In Heerlen ontstond op gegeven moment eveneens de noodzaak om afbraak en bijna neergang in te kleuren. Dat leidde in 2011 tot het kunstproject Lak Aan Braak. Daarvoor was er de artistieke aanloop d’RAW, een ‘drawing showcase’ in museum Schunck. Tijdens deze expo was werk te zien van onder meer de beruchte straatkunstenaars Rammellzee en Dr. Rat.

Want ja, ook Heerlen was een stad in verval, zeker na de sluiting van de mijnen. Lange tijd maakte de Limburgse gemeente en het eromheen gelegen gebied Oostelijke Mijnstreek, tegenwoordig Parkstad, een weerloze indruk. De laatste tien jaar echter kregen met hulp van gemeenteinvestering gevels en gebouwen een opknapbeurt, waarna steeds meer initiatieven op gebied van kunst en cultuur ontstonden. Het toegenomen cultuuraanbod heeft het aantal evenementen in of nabij de binnenstad danig aangewakkerd. Spraakmakend zijn het theaterfestival Cultura Nova en het internationale breakdance-event The Notorious IBE.

Wie de Heerlense ontwikkelingen kritisch volgt ontdekt dat die metamorfose niet per se vlekkeloos verloopt. Heerlen kampt net als veel andere middelgrote gemeenten met leegstand, van het oude koopstadimago is het lastig afscheid nemen, en er is vanaf de eerste bouwsteen reuring over een prestigieus megabouwproject dat moet leiden tot een multifunctioneel treinstation. Wie Heerlen per spoor nadert ziet de hijskranen af en aan zwenken. Toch is er een verfrissend tegengeluid. Met het project Streetwise wordt lokaal ondernemerschap gestimuleerd, terwijl in het winkelcentrum steeds vaker jonge ondernemers een nering drijven op ambacht en specialisme.

In Mexico, Berlijn en Heerlen is er niet zomaar wat kunst op de muren gekliederd. Aan sommige van de weelderige schilderingen kleeft een symboliek van al dan niet verborgen boodschappen. Kunstenares Faith47 maakte in de Heerlense Coriovallumstraat een Maria-afbeelding. In een interview noemt ze haar voornaamste inspiratiebronnen, onder wie politiek activist Noam Chomsky en de Zapatistas, het vrijheidsleger uit de Mexicaanse revolutie. Haar Maria houdt zowel een handbel in de aanslag als een sleutel waarmee je een stadspoort opent. Is hier sprake van het luiden van de noodklok, terwijl een oplossing nabij is? Onder haar armen vindt een gevecht plaats tussen een hond en een zwaan, waarin de kwetsbare watervogel zo te zien het onderspit delft.

Het doet denken aan een schilderij uit 1650 van Jan Asselijn: een witte zwaan die haar nest eieren beschermt tegen een uit het water opduikende hond. Op een van die eieren staat ‘Holland’ geschreven. Het doek groeide uit tot symbool voor de bedreigde en later vermoorde staatsman Johan de Witt. Hij vond dat een land moest worden bestuurd door burgers. De Witt moest zijn manifest ‘De Ware Vrijheid’ uiteindelijk met de dood bekopen.

Diverse websites met aandacht voor urban art, beschouwen Heerlen als Nederlandse hoofdstad van de streetart. Dankzij de murals werden al meerdere prijzen in de wacht gesleept, waaronder de Dutch Street Award 2017. Tegenover de bushaltes langs de Spoorsingel staat een aantal gebouwen die er wat haveloos uitzien. Op de gevels omvangrijke muurschilderingen, zoals Ode Aan De Arbeider. Een werk dat het verleden van de voormalige mijnstad naar het heden haalt. De beste kunst is kunst die letterlijk terugkijkt, die de toeschouwer dwingt even pas op de plaats te maken. In Heerlen gebeurt dat laatste bijna op iedere straathoek.

In The Art Life wekt David Lynch zijn kunst tot leven

David Lynch had ooit een voorstelling over zijn leven als beeldend kunstenaar: “koffie drinken, sigaretten roken en schilderen. Dat is het. Misschien komen er ook meisjes bij.”

De opzet van de documentaire The Art Of Life is vrij eenvoudig. We zien de filmregisseur aan het werk in zijn atelier, terwijl hij via zijn eigen voice-over zijn levensverhaal vertelt. De 71-jarige Lynch is behalve maker van films nadrukkelijk beeldend kunstenaar. Zijn doeken vallen te omschrijven als absurdistisch en surreëel. We zien hem aan het werk in zijn atelier dat uitzicht biedt over de heuvels van Hollywood Hills in Los Angeles. Af en toe gaat hij een stukje rijden.

The Art Life gaat dus over de kunstenaar en niet de regisseur Lynch. De enige film die ter sprake komt is Eraserhead. De beelden van dit bizarre, experimentele debuut komen nog het meest overeen met zijn doeken. Lynch is opvallend openhartig wanneer hij vertelt over zijn leven dat hij doorspekt met flink wat anekdotes. Die brengt hij met zoveel gevoel voor timing dat het bijna filmscènes worden. Zo had hij als klein jongetje een droom waarin een gewonde, naakte vrouw voorkomt. Ter illustratie zien we een kunstwerk dat hieraan refereert.

Verder zien we hem de ene na de andere filtersigaret opsteken waarna hij in rookwalmen naar een van zijn doeken blijft staren. Zijn vierjarige dochtertje Lula is eveneens vaak in beeld. Soms verft ze ijverig mee met pa die overigens een knalgeel polshorloge draagt.

Lynch praat graag en veelvuldig over zijn jeugdjaren, de verhouding tot zijn ouders en de invloed die de kunstacademie van Philadelphia op hem had. Toch raakte de jonge David gefascineerd door de schilderkunst toen hij voor het eerst de vader van een vriend ontmoette, kunstenaar Bushnell Keeler. Over hem maakte de latere speelfilmregisseur in 1967 een korte home movie. Het sterk biografische gehalte van de documentaire over Lynch wordt nog eens benadrukt aan de hand van foto’s en familiefilms uit het privébezit van het gezin waarin hij opgroeide. Gaandeweg ontstaat het beeld van een gedreven visionair die een eigen universum heeft gecreëerd dat volkomen losgekoppeld is van de wereld zoals wij die kennen.

 Documentairemaker Jon Nguynen werkte tweeënhalf jaar aan The Art Life. “We verzamelden uiteindelijk zo’n 25 uur aan interviewmateriaal, waaruit we de film samenstelden. De originele opnames geven we aan zijn dochter, als ze ouder is. Er is zo veel moois dat de film niet heeft gehaald. Ongelooflijke verhalen, over zijn grootouders en over zichzelf toen hij jong en ondeugend was. Maar die zijn alleen voor Lula.”
(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

Raymond Pettibon: kunstpunk in het Bonnefantenmuseum

Raymond Pettibon (foto: Harry Prenger)

Kijken naar het werk van Raymond Pettibon is kijken naar Amerika. Naar de weerbarstige samenleving en cultuur zoals die zich de laatste veertig jaar heeft voltrokken voor het netvlies van de kunstenaar. Dat is nogal wat. Want het Bonnefantenmuseum laat vooral heel veel zien, overdonderend bijna.

Vervelend? Welnee, in A Pen Of All Work zoals de tentoonstelling heet, heerst de verkwikking van het politiek en cultureel incorrecte. Waar kom je dat nog tegen in een museum? Ondanks de hoeveelheid worden Pettibons werken ook nog eens bij elkaar gehouden door een prettig soort satire, sarcasme en zwarte humor. Een beetje kunstenaar refereert uiteraard aan de actualiteit. Reken maar dat er een aantal spotprenten hangen over Donald Trump.

Ondanks dat hij nimmer een kunstopleiding heeft gevolgd, mag Pettibon graag binnen de afgebakende vorm van de cartoon stilistisch uitpakken. Om vervolgens na een blik van herkenning een grimmige draai te geven aan bekende beelden met oneliners of uitgebreid commentaar, die de illustratie eerder tegenspreken dan ondersteunen. Juist zo’n tegenstelling levert momenten op die uitroepteken en kronkel in het denken plaatsen, best raar en altijd spannend. Crimineel Charles Manson afgebeeld als Jezus aan het kruis. Of een prent waarop een dame naakt door de lucht zweeft met opschrift “the revolution sounds like fun”.

Pettibon, geboren in 1957 als Raymond Ginn, zegt dat er wat hem betreft eigenlijk niet zoveel is veranderd sinds zijn begintijd. Hij ziet weinig verschil tussen wat hij nu maakt en eind jaren zeventig. Toen startte zijn broer het punklabel SST en mocht Raymond hoezen en flyers ontwerpen voor bands als Minutemen en Black Flag. Voor die laatste groep (met zanger Henry Rollins) bedacht hij de bandnaam en het embleem met de zwarte ‘bewegende’ balkjes; sindsdien een van de meest getatoeëerde logo’s. Op sommige hoesjes wordt zijn naam nog gespeld als Pettibone. In het museum zijn ook enkele kladjes te bewonderen uit zijn kindertijd. De tentoonstelling maakt duidelijk dat het tekentalent van Pettibon tot op de dag vandaag alsmaar doordendert. Voorafgaand aan de opening heeft hij vlakbij de ingang een muurschildering aangebracht.

De Amerikaan maakt een zachtmoedige indruk. Man van weinig drukte en nog minder woorden. Tussen enkele zinnen laat hij een opvallend lange stilte vallen. Zichtbaar vermoeid. Volgens een medewerkster heeft hij daarom weinig trek in interviews. Met meer plezier deelt hij handtekeningen uit aan fans die stapels albumhoezen hebben meegenomen, boekjes en catalogussen. Pettibons signatuur bestaat trouwens uit het simpel opschrijven van zijn naam, maar dan wel met een sierlijk hupje aan beginletter R. Enkele dagen na de opening vertrekt hij naar Moskou voor wat hij kortweg omschrijft als “een nieuw project”.

No Title (I mean alarmed), 2013,Collection Joseph and Kimberley Mimran. Courtesy David Zwirner, New York

Zoals gezegd kom je ogen tekort. Meer dan zevenhonderd werken verdeeld over elf zalen. Doordat het licht in elke ruimte gedimd is lijken met name de pikzwarte inkttekeningen de bezoeker dichterbij te willen lokken. Veel werken zijn zonder lijst aan de muur bevestigd met pushpins; krul of kreuk zitten nog in het papier. Lekker punk. Om toch een beetje orde te scheppen is hier en daar een verdeling bedacht op stijl en onderwerp. Duidelijk wordt dat Pettibon zijn inspiratiebronnen haalt uit films, literatuur, strips, politiek en sport. Ze keren als een boemerang terug in zijn beelden. Of daar is ineens zo’n tafereel dat je niet verwacht van Pettibon: surfers die worden opgeslokt door een immense, helblauwe zee van golven.

Ondanks de veelheid aan indrukken is deze expositie een bescheiden sensatie. Het is bijna ontroerend om te ontdekken wat Raymond Pettibon nu al veertig jaar bezighoudt. Elk werk gemaakt met een urgentie alsof het zojuist uit zijn atelier komt. Wie de tijd neemt alles te bekijken, neem af en toe pauze, merkt dat hij zijn talent al decennialang op hetzelfde hoge niveau heeft weten vast te houden. En hoeveel kunstenaars die al zolang bezig zijn zeggen hem dat na?

No Title (O.D. a Hippie), 1982. Pen and ink on paper, Collection Bruno Brunnet. Courtesy Contemporary Fine Arts, Berlin
No Title (O.D. a Hippie), 1982. Pen and ink on paper, Collection Bruno Brunnet. Courtesy Contemporary Fine Arts, Berlin

En dan die variatie. Want niet alles is van een rauw geknalde expressie. Soms worden de contouren ingehouden, ja zelfs elegant weergegeven. Of het nu gaat om miniportretjes of schilderijen die alleen al qua afmeting de aandacht trekken. Bovenop de uitvoering is er nog een andere meerwaarde. Pettibon is iemand die onophoudelijk binnen én buiten de lijntjes, bekeken vanuit zijn eigen persoonlijke vizier, telkens de schone schijn doorprikt. Rot op met je iconen, clichés en mythes lijkt hij te willen zeggen. In 1990 tekende hij zijn eigen oogopslag (overigens niet te zien in het museum). Erboven de slogan “sometimes it’s better to see through the eyes of Pettibon”.

Raymond Pettibon – A Pen Of All Work (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 29 oktober 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online en ZwartGoud)

Solotentoonstelling David Lynch in Bonnefantenmuseum

Het Bonnefantenmuseum zal vanaf november 2018 een grote solotentoonstelling presenteren met David Lynch. Bij het grote publiek staat hij bekend om zijn filmklassiekers Eraserhead, Blue Velvet, Mulholland Drive, en natuurlijk de tv-serie Twin Peaks. Minder bekend is dat hij ook jarenlang actief is als beeldend kunstenaar, fotograaf en componist. Op zijn Instagrampagina laat Bonnefantendirecteur Stijn Huijts zich eerder vandaag fotograferen met Lynch.

Stijn Huijts: “David Lynch is onmiskenbaar een spilfiguur in de internationale film- en tv-wereld, maar zijn werk als beeldend kunstenaar is veel minder bekend. Terwijl Lynch zelf altijd heeft benadrukt dat hij zichzelf vóór alles ziet als een beeldend kunstenaar. Zijn beheersing en gebruik van een rijkgeschakeerd scala aan media en technieken, van schilderijen tot installaties, maken hem ook in die hoedanigheid invloedrijk. Het is een uitzonderlijke artistieke kant van Lynch, die nog maar zelden is belicht en in musea getoond. Daarmee past hij perfect in het beleid van het Bonnefantenmuseum dat zich richt op de ‘verborgen canon’.”

Gebruikelijk zal een kunstenaar met een grote tentoonstelling in het Bonnefanten zelf ook aanwezig zijn tijdens de opening. Ongetwijfeld zal Lynch worden uitgenodigd om langs te komen in Maastricht. Met het tonen van de kunst van Lynch gaat een lang gekoesterde wens van Bonnefantendirecteur Stijn Huijts in vervulling. Toen hij nog werkzaam was bij Schunck liep hij reeds met plannen rond om de kunstenaar/regisseur te kunnen strikken. In 2010 was er nog een tentoonstelling van Lynch in het Max Ernstmuseum in Brühl, nabij Keulen.

De werken van Lynch (1946) zijn net zo bizar, vervreemdend en ongrijpbaar als veel van zijn films. Lynch maakt multimediadoeken, installatie’s, foto’s van vergane industrie, vrouwelijk naakt of sneeuwpoppen. Het is de eerste keer dat er in een Nederland een grote tentoonstelling te zien is van de regisseur.

David Lynch is eveneens enthousiast over de samenwerking met het museum. Vanuit Los Angeles meldt hij kort: “I am happy and excited to work with the Bonnefanten on this exhibition of my work!”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

De realistische droombeelden van filmmaker Kahlil Joseph

De opening is nog typisch hiphopvideo. Een flitsende montage met bijna voorspelbare beelden. Maar na een minuut dendert opeens de zwaarte naarbinnen, uitmondend in een portret over het leven in Compton, Los Angeles. Kahlil Joseph wordt doorgaans in een adem genoemd met Kendrick Lamar. Geïnspireerd op het doorbraakalbum van de rapper, Good Kid m.A.A.d. City, maakte hij een film van een kwartier over de beruchte wijk waarin Lamar opgroeide. De rolprent toont hét handelsmerk van de filmmaker. Kahlil Joseph neemt de tijd. Voor droombeelden vermengd met realisme, hypnotiserend, reflectief. De film was te zien in een museum voor hedendaagse kunst, het MOCA in Los Angeles.

In het werk van Kahlil Joseph (1981) worden gebeurtenissen vertraagd weergegeven en details uitvergroot. Camerastandpunten en geluid lijken buiten de muziek te vallen. Een schets van het alledaagse leven wisselt hij net zo makkelijk af met beelden uit de natuur, duisternis met oogverblindende lichtval. Een video die hij maakte bij de jazzelektronica van Flying Lotus heeft meer weg van een visueel ballet: de camera volgt een neergeschoten buurtbewoner die uit de dood herrijst, waarna hij zich ontpopt tot een danser van elastiek. Ondanks de haast uitbundige stijl, is Josephs beeldkeuze tegelijk verontrustend. Dat wordt nog eens versterkt doordat hij het flikkerende licht dat slowmotionopnamen soms veroorzaken gewoon laat voor wat het is. Of kijk eens naar Video Girl, waarin zangeres FKA Twigs amper de neiging kan onderdrukken de liefde te willen bedrijven met een ter dood veroordeelde. Confronterende beelden in zwart-wit.

Hoe dan ook is de camera voortdurend in beweging. Gracieus glooiend van onder naar boven en omgekeerd, personages meestal van achteren gevolgd. De aanpak doet denken aan de associatieve cinema van Terrence Malick. Joseph werkte kort samen met de cultregisseur. Ervaring deed hij ook op bij multimediakunstenaar Doug Aitken. Er zijn meer invloeden. Voor de korte film The Mirror Between Us baseerde Joseph zijn script op een gedicht van een soefimysticus. Zelf treedt de jonge filmmaker liever niet op de voorgrond, interviews geeft hij zelden en een eigen website is er evenmin.

Toch krijgt vorm af en toe de overhand in zijn video’s. De openingsshots van de eerder genoemde Flying Lotusclip lijken expliciet bedoeld om een statement te maken. Variety draait er niet lang om heen. Volgens het filmmagazine is zijn eerste full-length documentaire, over de totstandkoming van een album van The Arcade Fire, “een ongeorganiseerd ratjetoe van visuele gimmicks en leeg exotisme”. Een clip die Joseph maakte van Beyoncé’s Sorry oogt zelfs gewoontjes voor zijn doen. Hij houdt zich keurig aan het ritme van de muziek, terwijl de beelden vooral zijn bedoeld ter meerdere eer en glorie van de zangeres.

In een van zijn video’s heeft Joseph een hommage verstopt aan Charles Burnett, voormalig lid van de Black Independent Movement. Dit collectief regisseurs was verantwoordelijk voor enkele geruchtmakende documentaires en speelfilms, waarin politiek en cultuur van de jaren zestig werden gezien vanuit Afro-Amerikaans perspectief. In het werk van Joseph is het engagement eveneens volop aanwezig. Sluimerend, telkens binnen een door hemzelf gevormd cinematografisch raamwerk gesteund volgens een eigen interpretatie: donker tegenover licht, dreiging van stadsgeweld tegenover aardse beeldpoëzie. Ondanks de verschillende invalshoeken en opdrachten, zowel visueel als muzikaal, keert bij Joseph één onderwerp terug: het leven van Afro-Amerikanen in achterstandswijken waar armoede heerst, geweld op de loer ligt en hiphopcultuur de laatste strohalm is.

(Stills uit Josephs video’s waren al eerder te zien in een tentoonstelling. In het Underground Museum in Los Angeles, samen met schilderijen gemaakt door kunstenaar Noah Davis, Josephs jongere broer die op 32-jarige leeftijd overleed aan een zeldzame vorm van kanker.)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Kunstenaar Martijn Lucas van Erp: “Ik ben niet zo bezig met kunst maken”

Het imago van landschapsschilderkunst is niet al te best. Velen beschouwen het als wanddecoratie, een manier om je vaardigheden onder de knie te krijgen. Je kunt er inderdaad vele wegen mee bewandelen. Van edelkitsch tot de mystieke cult van bijvoorbeeld Caspar David Friedrich. Dat het genre steeds meer uit de gratie is geraakt binnen hedendaagse kunstopvattingen, lijkt Martijn Lucas van Erp niet te deren. Zijn werk reikt verder dan een blik op de horizon. Zeker de doeken die hij in 2016 maakte bieden ruim baan voor interpretatie en beschouwing. Van Erp: “Ik ben niet zo bezig met kunst maken. Je moet je verhouden tot de wereld waarin je leeft.”

Zijn atelier ligt verscholen in een statig pand aan de Wycker Grachtstraat in Maastricht. Ooit was hier de stoombierbrouwerij De Keyzer gevestigd, waarvan de oorsprong teruggaat naar de 17e eeuw. In een kelderachtige ruimte laat Van Erp canvassen zien die staan ingepakt voor een solo-expositie. Speciaal voor het bezoek wordt de noppenfolie eraf gehaald. Dan blijken de schilderijen vergezichten die opeens dichterbij komen.

Een van de panorama’s bevat bergen en wolken die dreigend opdoemen. Omgevallen containers die de blik op de voorgrond beïnvloeden. Zonlicht straalt strategisch over weidse vlakten. Van Erp: “Voor mij heeft het iets feestelijks. Je oog wordt ernaar toegetrokken, naar de dozen die uit de container zijn gevallen. Net als het zonlicht. Voor je het weet ben je heel frivool aan het kijken naar een gebeurtenis die best dramatisch is. Dat is het ambivalente in mijn werk.”

In de landschappen van Martijn Lucas van Erp (Heerlen, 1975) komen werelden samen die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken hebben. Het is de plek, hoe tegenstrijdig soms ook, waar verbeelding van verstilling op heterdaad wordt betrapt. Telkens gemaakt vanuit een gedachte, een motivatie. “Ik wil altijd iets van schoonheid en kritiek in mijn werk. Dat je kan kiezen of je er in mee wilt gaan of niet.” Zijn nieuwe schilderijen ogen fantasierijk en ongrijpbaar. Bedachtzaam impressionisme. Herten die berustend grazen ondanks dat ze plots zijn terecht gekomen in een droomlandschap.

Van Erp is sinds 1993 kunstenaar. Dat ging niet vanzelf. “Ik kom uit een marechausseegezin en was niet veel met kunst bezig. Op school deed ik niet heel erg mijn best zoals mijn ouders dat graag hadden gewild. Ik was niet gemotiveerd. Toen ik veertien was heb ik geld van mijn rekening gehaald en een gitaar gekocht. Dat ik elke dag de gitaar kon oppakken en erop spelen was een bevrijding.” In zijn atelier ligt een stapeltje cd’s met bovenop Radiohead.

Van Erp vertelt dat schilderen voor hem ook een zoektocht is naar de werking van het canvas, van vlakverdeling en verf. “Het kan niet alleen maar uit mij komen. Het gaat om de samenwerking, het meewerken in de verf. Als je iets benadrukt merk je dat het spanning genereert. Ik moet er net zo lang mee doorgaan tot het schilderij zichzelf is.”

Terwijl hij nog een recent schilderij laat zien benadrukt hij dat feedback hem helpt bij de artistieke weg die hij momenteel is ingeslagen. “Ik heb dit doek onlangs op Facebook gezet, dan komen er reacties en merk ik: oh wacht, dit wérkt, dan snap ik zelf ook meer hoe het zit. Ik heb iets als Facebook nodig om te zien hoe mensen ernaar kijken en reageren.” Na een korte aarzeling, zijn landschappen bekijkend, zegt hij: “Als de verf mij goed gezind is vind ik dat ik blij mag zijn met het resultaat. Het volgende doek is gewoon weer wit, dan voel ik me weer zo groot (duidt enkele centimeters aan tussen duim en wijsvinger), en hoop ik dat het wonder weer gaat gebeuren.”

Expositie Martijn Lucas van Erp – Huub Hannen Galerie, Boschstraat 50, Maastricht, t/m 22 april 2017

(eerder gepubliceerd via ZwartGoud)

Boek Art Record Covers toont liefdevolle relatie popmuziek, beeldende kunst en vinyl

art-record-covers-omslag

De band tussen popmuziek en beeldende kunst is meer dan innig sinds Andy Warhols iconische bananenhoes voor de Velvet Underground. Of anders wel sinds de Beatlesplaat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Kunstenaars Peter Blake en Jann Haworth bedachten in 1967 de beroemde collage-enscenering op de voorkant. Popmuziek en beeldende kunst zijn intussen uitgegroeid tot een complementaire verstrengeling van massacultuur en museumkunst. Ondanks dat er niet altijd een verband bestaat tussen het artwork op de hoes en inhoud van de plaat, zijn beide kunstdisciplines in een echelon beland waarin ze elkaar versterken. Dan gaat het om opdrachthoezen, samenwerking tussen artiest en kunstenaar, of licentiegebruik van een bestaand schilderij (Gerhard Richters Kerze voor Daydream Nation van Sonic Youth).

De omvangrijke Taschenuitgave Art Record Covers bevat niet alleen de klassiekers, maar, heel prettig, een lichte voorkeur voor de “post-internet generatie”. Relatief nog onbekende kunstenaars die internet en digitale technologie als onderwerp en medium gebruiken. Die keuze leidt tot verrassingen en ontdekkingen. Albumhoezen vanaf pakweg 2000 waarvan je niet eens wist dat ze gemaakt zijn door kunstenaars. In de ruim vijfhonderd afbeeldingen wordt daarnaast geen onderscheid gemaakt tussen arrivés en autodidacten, tussen museumkunst en graffiti.

Af en toe glippen er in tegenspraak met de titel van het boek cd-hoesjes tussendoor. Ongeacht de bescheiden afmeting komen we werk tegen van grote namen uit de kunstgeschiedenis (Gilbert & George, Anish Kapoor).

julian-schnabel-madre
Julian Schnabel – Red Hot Chili Peppers

Uitgebreid vertellen kunstpunkers Shepard Fairey en Raymond Pettibon over hun werkwijze in verhouding tot hun voorliefde voor popmuziek. Pettibon bekent dat hij vrijwel nooit geld vraagt voor zijn bijdragen aan een albumhoes. Ook Kim Gordon, Tauba Auerbach en Albert Oehlen (van de anarchistische kunstbeweging Neue Wilden) komen aan het woord. Overigens bevat het boek niet alleen rockalbums. Bij een handjevol rapplaten tonen de samenstellers oprechte belangstelling voor graffitikunstenaar Futura 2000. Ruim aandacht is er ook voor een van de zeldzaamste uitgaven op vinylgebied. In 1976 vervaardigde multimediakunstenaar Jack Goldstein een audiosuite van negen gekleurde vinylsingles met o.a. geluiden van The Tornado en Two Wrestling Cats.

Hoezen fotograferen én realistisch weergeven over een hele pagina blijkt niet eenvoudig. Sommige afbeeldingen missen de ‘sfeer’ van de originele hoes. Zo blijft er van het metallic artwork op Lady Gaga’s Art Pop door Jeff Koons, weinig over dan een fletse weergave. Maar dit zijn slechts minpuntjes. Er valt zoals gezegd heel veel te ontdekken: bij elke hoes wordt uitleg verschaft over muzikant en kunstenaar, beknopt en inzichtelijk. Bovendien zijn de samenstellers niet over een nacht ijs gegaan. Tien jaar onderzoek ging aan de inhoud van het bijna vier kilo wegende boek vooraf. Verzamelingen en muziekarchieven werden doorgespit, waaronder het 47.000 platen tellende ARChive Of Contemporary Music in New York en de ongetwijfeld eveneens omvangrijke discotheek van Radio France.

Art Record Covers is een prachtig boek voor liefhebbers van popmuziek, beeldende kunst en vinyl. De keuze van de albums nodigt uit je eigen platencollectie nog eens na te kijken op hoezen met kunst én kan mogelijk aanzetten tot een nieuwe verzamelwoede.

taschen art_record_covers

(eerder gepubliceerd via The Post Online)