Recensie album Cielo: Glice ontregelt met klankkastjes en strijkers

Doorgaans wordt Glice in verband gebracht met een genre dat binnen de officiële muziekhistorie stiekem haar eigen niche heeft gecreëerd: noise. Uit het nieuwe album Cielo blijkt echter dat je met ‘lawaai’ het Amsterdamse duo ernstig te kort doet. Hier gaat het niet om het opschroeven van decibellen maar om minder is meer. Ruben Braeken en Melle Kromhout verkennen de mogelijkheden van klank en geluid die voor de luisteraar en wellicht ook voor henzelf verrassend uitpakken. Opvallend aangenaam dat je niet altijd weet waar de muziek naartoe gaat. Een ander soort ontregelen kortom dan bij de gekende noise-niks Merzbow en Wolf Eyes.

De plaat begint met een schrapend gitaargeluid dat subtiel wordt ondermijnd door een meeglijdende doffe dreun. Dat leest natuurlijk raar en onwerkelijk maar al luisterend is het wonderlijk om te horen hoe het tweetal zulke contrasten gewoon gaat benadrukken, simpelweg door er heel geraffineerd de tijd voor te nemen. Er volgen meer tegenstellingen. Glice voegt ze samen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Volgens de oude Grieken laten zwanen zich pas horen wanneer de kauwen stil zijn. Een metafoor voor de stelling dat wijze en goed geïnformeerde mensen pas spreken wanneer anderen er het zwijgen toe doen. In Jackdaw (Engels voor kauw) komen na dissonante geluiden een melodie spelende cello en viool aan het woord. En slotstuk Animalicule eindigt zelfs in neuriënd, unheimisch gezang.

Glice kiest niet voor muziek die makkelijk in het gehoor ligt maar voor desoriëntatie en vervreemding. Hetzelfde gevoel dat je krijgt bij de soundtrack die Mica Levi maakte voor de film Under The Skin. Glice lijkt bovendien het gedachtegoed van Edgard Varèse te omarmen. De Franse componist beschouwde zichzelf als “een arbeider in ritmen, frequenties en intensiteiten”. Bij Glice ontstaan ritmen, frequenties en intensiteiten uit klankkastjes, effect- en vervormingsapparatuur, aan elkaar verbonden door kabeltjes en snoertjes. Het levert hoe dan ook een album op waarmee Glice zich buiten de niche van de noise plaatst. Prachtig ongrijpbare muziek.

Glice – Cielo (Narrominded lp 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Jubileumuitgave smeekt om eerherstel: Their Satanic Majesties Request – The Rolling Stones

Het zwarte schaap in de Rolling Stonesfamilie. Toen Their Satanic Majesties Request in december 1967 het licht zag, moest de wereld nog bijkomen van dat ene Beatlesalbum. Sindsdien is de plaat van de Stones een minderwaardigheidscomplex en imagoprobleem aangepraat. 1967 was toch al een rampjaar voor Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones. Om zich te verantwoorden voor drugsbezit kwamen de heren elkaar vaker tegen in de rechtszaal dan in een muziekstudio. Verspreid over enkele maanden werd met frisse tegenzin alsnog het album voltooid.

Schrikken geblazen. Het rauwe geluid van de Stones opzij gezet voor een op muziek gezet experiment; om de geest te verruimen en in het geval van de band, het geluk weer op gang te brengen. En geluk is zoals we weten los zand, ongrijpbaar, iets dat soms vlak voor je neus ligt zonder dat je het in de gaten hebt. Zo is het ook met Their Satanic Majesties Request. Een aantal songs balanceert aanvankelijk halfslachtig tussen vorm en improvisatie, maar kiep als luisteraar de ballast van het verleden achterover, ga er eens goed voor zitten en ontdek patsboem dat de meeste nummers zich inventief en flamboyant uitkristalliseren. Met dank aan de superieure geluidskwaliteit van deze heruitgave.

En The Rolling Stones zoals we ze kennen duiken bij nader inzien regelmatig op tussen de hoeveelheid uitheemse instrumenten en de fijnzinnig gearrangeerde strijkers (door John Paul Jones de latere bassist van Led Zeppelin). Over vrijwel de hele plaat prikkelen gitaarriffs als rotsjes in de psychedelische branding. Best uitdagend om al herontdekkend terug te horen: dat gitaarwerk en Jaggers stem van elastiek in een sfeer die exotisch, oriëntaals en uitgelaten is. Tijdens de intro van Sing This All Together (And See What Happens) vraagt Jagger: “where’s the joint?”. En net als bij The Beatles en andere bands die toendertijd de psychedelica omarmden, begint de hallucinerende trip van de Stones bij het hoesontwerp: op de cover een duizelig makende driedimensionale foto (uniek in 1967!), in de klaphoes een doolhof tegenover een Jeroen Bosch-achtig schilderij.

De beste nummers zijn ook vijftig jaar later nog de beste nummers: Citadel, She’s A Rainbow en natuurlijk 2000 Light Years From Home, waarin een glansrol voor Brian Jones. Met de sinistere klank van een mellotron stuurt hij de song richting onheil. Mick Jaggers tekstuele metafoor over eenzaamheid wordt zo wel heel erg wrang. Naar verluidt schreef hij de tekst in een politiecel. Een liedje geschreven door bassist Bill Wyman, In Another Land, is een ‘druggy’ sprookje dat herinnert aan de vroege Pink Floyd. Zo zie je maar weer. Een jubileumuitgave kan zoveel meer zijn dan een marketingconcept. Zeker in dit geval maakt de speciale editie een weerloos album weer waardevol.

Bovendien ziet deze handgenummerde “50th anniversary edition” er prachtig uit. Meervoudig valt de hoes uit te vouwen en op de voorzijde pronkt de bandfoto in het bekende 3D effect. In bijgaand boekje heeft muziekhistoricus Rob Bowman zo zijn eigen opvattingen. Het instrumentale deel van Sing This All Together (And See What Happens) verwijst volgens hem naar de muzikale gekte in The Return Of The Son Of Monster Magnet van The Mothers Of Invention. Inderdaad, dat zou zomaar eens kunnen, maar om vervolgens te beweren dat de Stones met hun aanpak vooruitblikken op de “sonic textures” van Miles Davis’ Bitches Brew is op zijn zachtst gezegd nogal vergezocht. Wel houdt Bowman terecht een pleidooi om Their Satanic Majesties Request te beschouwen als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Stones, van rhythm-and-blues band naar uitvinders van moderne rock voor de jaren zeventig.

De luxe set bevat lp’s en sacd’s in zowel mono als stereo. Met name de stereoversie op vinyl laat een ongekunstelde plaatsing horen van zang, muziek en geluidseffecten. De weergave is zo helder en energiek dat het experiment met effecten en afwijkende instrumenten er volop van profiteert. Hierbij vergeleken klinkt de monovariant stug en eendimensionaal. Opvallend is de gelijkenis tussen de heruitgave en een originele Engelse lp in stereo. Op de laatste is de muziek misschien iets pittiger, maar ook rommeliger in details (o.a. bekkens).

Het geluid van de reissue bezit een prettige schwung waarnaar het heerlijk luisteren is. Voor beide sacd’s gaat min of meer hetzelfde op, maar zoals wel vaker klinken opnamen uit de jaren zestig gewoon veel beter op vinyl. Vanzelfsprekend zijn audiovergelijkingen vaak afhankelijk van smaak, persoonlijke voorkeuren en kwaliteit van de afspeelapparatuur. Over details gesproken. Op het vinyllabel van de lp’s is de vermelding van de oorspronkelijke platenmaatschappij Decca gehandhaafd in het originele lettertype. Voor de kenners: unboxed!

The Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request (ABKCO/Universal 2017)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

De eeuwige cultplaat van sixtiesband July

Doorgaans zijn de platen die worden omschreven als miskend meesterwerk amper het aanhoren waard. Superlatieven alom, herontdekking van de eeuw, u kent het wel. Ook over July zijn de anekdotes in de loop der jaren bekender geworden dan de muziek. Zo gaf men in 1968 een concert in de toenmalige undergroundclub Roundhouse, samen met een andere “up and coming band”. Nadat July haar optreden had beëindigd vroeg de dj van dienst of ze niet nog een set wilden spelen. Reden om een andere groep die op dat moment op het podium stond, te vragen of ze eerder wilden stoppen. Volgens hem omdat het publiek er niks aan vond. De band die voortijdig werd heengezonden was Pink Floyd.

Het debuut van July behoort tot de meest gezochte lp’s in de popmuziek. Voor een originele persing betaal je algauw rond de 2000 euro. July had het in zich om heel groot te worden, maar kreeg plots bezoek van ene Murphy en zijn geen-speld-tussen-te-krijgen Wet. Er was veel te weinig studiotijd geboekt en kort na de release van het album ging tot overmaat ramp de platenmaatschappij failliet. Aan de muziek heeft het niet gelegen. Het album staat vol met fraaie, psychedelische pareltjes. Ze doen denken aan de eerste Pink Floyd lp, vermengd met het studio-experiment van The Beatles op Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Zomaar was daar ineens in ’68 dit nederige meesterwerkje. Zo bescheiden van karakter dat niemand het kocht. Elke song scherpzinnig, een tikje sophisticated, uiterst muzikaal en inventief. Wellicht beschikte July over te weinig charisma om zich staande te houden tussen de grote namen van dat moment. Een van de zangers, Tom Newman, schopte het nog tot producer van een klassieker die wel iedereen kende en kocht: Tubular Bells van Mike Oldfield. Maar hij mag natuurlijk trotser zijn op de plaat die hij maakte met July.

July – July (Major Minor/Parlophone/Music On Vinyl 1968/2017)

Zangeres Sevdaliza maakt eigenzinnig egodocument

Was ISON niet de bijnaam van een komeet die onverschrokken de kring rondom de zon indook? Om daar vanuit de kilte van de duisternis de warmte op te zoeken, waarna deze reis uiteindelijk fataal afliep?

Ook Sevdaliza kiest de weg van ogenschijnlijk veel weerstand. In de songs van de Iraans-Rotterdamse is het spannend aftasten tussen zang en beats. Alhoewel songs? DJ en producer Mucky (van dubstep-trio NoizBoiz), smeedt over de voordracht van de zangeres een laag beats en elektronische klankvervormingen, die experimenteler en gedurfder zijn dan wat je doorgaans hoort op de gemiddelde dance- en popplaat. Minimaal, subtiel en geraffineerd. In enkele nummers geeft een piano tussen de beats melodieus tegengas. Dikwijls klinkt de muziek als een onderkoelde versie van Massive Attack. Sevdaliza doet intussen veel met haar stem. Ze zingt, zucht of fluistert, het timbre vaak licht hees. Al doet ze soms teveel en werkt haar stem in sommige nummers op de zenuwen.

ISON lijkt een muzikale en thematische variant op Under The Skin, de film waarin een buitenaardse entiteit de gedaante van een vrouw aanneemt en, als overlevingsmechanisme in een voor haar onbekende wereld, haar eigen identiteit en realiteit opzoekt. Waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaat. Sevdaliza overleeft en komt gelouterd tevoorschijn.

Gelouterd omdat ze begrijpt dat het leven een zoektocht is naar mogelijkheden om op een andere manier om te gaan met datzelfde leven. De zangeres gebruikt verkenning en zelfbespiegeling als muzikale meditatie. Natuurlijk is er altijd de twijfel als metgezel. Neem het beklemmende Human: “my precious disguise, business so cold, can’t cope with my own, how to not fail”. Teksten krijgen alleen al door haar intonatie een dubbele betekenis. Op zeker moment herhaalt ze telkens “what I meant, what I meant”.

Die zwaarmoedigheid, die ook op de luisteraar vat krijgt, wordt door Sevdaliza en haar muzikale partner omgetoverd in beklemmende songscapes. Mooi dat het duo zich hierin vastbijt en volhardt in een en dezelfde sfeer en de slowmotion als uitvoering. Prachtige, weerbarstige plaat.

Het label Music On Vinyl heeft ISON verpakt in een luxueuze klaphoes en het vinyl geperst in gebroken wit. Op de hoes het artwork van de Amerikaanse Sarah Sitkin, kunstenaar van bizarre collages in ambigue sculpturen. Van deze vinylversie zijn duizend genummerde exemplaren verschenen.
Sevdaliza – ISON (Twisted Elegance/Music On Vinyl 2017)
(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Vinylbox Studio 12 zet Haarlemse Ultrabeweging voorgoed op de kaart

Nexda. Zeg de bandnaam hardop en je krijgt een idee van de muziek die erbij hoort. Typerend voor de experimentele beginfase van de jaren tachtig. Dat de intonatie van de bandnaam bijna iets weggaf over de aard van de muziek. Terwijl grote namen artistiek gezien het spoor bijster raakten (David Bowie, Bob Dylan, Rolling Stones), kon je voor muzikaal avontuur terecht bij een onderstroom aan kleine platen- en cassettelabels. Alles in eigen beheer om met minimale middelen een maximaal effect te bereiken. Mooi meegenomen dat veel betrokkenen net van de kunstacademie kwamen. Het was de tijd van undergroundblad Vinyl (inclusief flexiplaatje) als tegenhanger van Muziekkrant OOR. En achteraf het verbijsterende besef dat de VPRO met radioprogramma Spleen twee uur lang experimentele muziek uitzond, op zondagmiddag.

Underground was ook Ultra, een kunst- en muziekbeweging ontstaan uit een serie concerten in het Amsterdamse Oktopus. Muziek? Hoekig, licht abstract, een tikje absurdistisch. Er werd geëxperimenteerd vanuit de ideologie dat het verklanken van ideeën belangrijker was dan popliedjes met kop- en staart. Bekendste namen: Minny Pops, Mekanik Kommando en Nasmak. De beweging waaide algauw over naar andere steden waaronder Haarlem.

Tussen 1980 en ’84 verscheen veel Ultramuziek uit de Noord-Hollandse stad via Studio 12. Studio, cassettelabel en ontmoetingsplek voor een stel vrienden en gelijkgestemden. Stuwende kracht is Wim Dekker, destijds tevens eigenaar van kleding- en platenzaak Amigos. Het is in deze winkel dat The Ex in 1980 haar debuut-lp presenteert. De drummer speelt met de rug naar het publiek wegens ruimtegebrek. De oorspronkelijke cassettebandjes van Studio 12 zijn nu verdeeld over vijf plakken vinyl in een fraai vormgegeven boxset. Oplage 444 stuks. Je krijgt er ook nog een boekje en een single bij. Eerste hoogtepunt is de introductie Muzak For Critics, waarop Pieter Mulder de toon zet met een bizar, duister werkje vol vervorming en vertraging. De rest van de plaat bevat instrumentale nummers met ritmeboxjes en ijle sfeermuziek door middel van synthesizers, o.a. bespeeld door Dekker. Bijna een alternatieve soundtrack voor The Shining en Blade Runner.

De boxset bevat louter herontdekkingen. Neem Die Krü Blødt. Metalen techno en dubmuziek bijeengehouden door weirde interventies die leiden tot een sculptuur aan verwrongen geluid en zang. In weerwil van de rare naam is de muziek prachtig en tegelijk dansbaar. De invloed van dubguru Lee Perry valt ook te horen bij Karin Hueting & Ivo Schalckx, kortweg K&I. Het tweetal gebruikt het genre als basis voor verkenning en samensmelting van klanken die een op de een of andere manier een ongrijpbare emotie oproepen. Nexda, de band die Studio 12 het meest frequenteerde, klinkt anno nu tamelijk magertjes. De rituele ritmes en de lange speelduur van de nummers werken averechts, temeer omdat de muziek uiteindelijk nergens naartoe gaat. Beter op dreef is Nexda opeens op de plaat Dirt & Junkride. Absurdisme vermengd met klapwiekende dub.

Het meest fascinerende van deze uitgave is dat de muziek eens kan worden beluisterd los van de context van toen. Horen hoe vernieuwingsdrang leidt tot ongekende klankmogelijkheden. Heel bijzonder om te ontdekken hoe goed het achteraf allemaal was en belangrijker, nog altijd is. Verfrissend: muziek die op zoek gaat naar een probleem in plaats van naar een oplossing. Muzikanten die zichzelf wegcijferen. Niet voor niks heten opvallend veel nummers Untitled. Er is al een tijdje internationale herwaardering voor de Ultrabeweging, dankzij tentoonstellingen en publicaties. Originele platen en cassettes zijn collector’s items. Eigenlijk is de stroming net zo waardevol en legendarisch als de Nederbeat van de jaren zestig.

Laten we de vaderlandse bescheidenheid voor een keer varen met dit artefact uit de jaren tachtig. Deze boxset is een cultuurhistorisch document van de Nederlandse popmuziek. Een klassieker in wording.

Studio 12 Recordings 1980-1984 (Blowpipe Records/Vinyl On Demand Records 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Three Willow Park: muzikale rariteiten van Raymond Scott

Vanaf industrieterrein Willow Park Center op Long Island, runde Raymond Scott een winkel waar hij experimenteerde met klankmachines. In zijn ‘muzieklaboratorium’, zijn ‘electronic inner space’, spendeerde hij zoveel tijd dat hij amper nog in de openbaarheid trad als componist en performer. Het zou zomaar een van de redenen kunnen zijn waarom de in 1994 overleden Scott altijd de status van cultfiguur is blijven behouden.

Toch behoort hij beslist tot de pioniers van de elektronische muziek. Tegenwoordig keert zijn werk terug in de vorm van samples op platen van rapper-producers Flying Lotus, Madlib, J Dilla en Danny Brown. Een van de door hemzelf in elkaar geknutselde muziekinstrumenten is het Electronium. Gebaseerd op de analoge communicatietechniek in oude telefooncentrales, kan het apparaat gelijktijdig componeren en uitvoeren. Naar verluidt werkte Scott tien jaar aan de enorme houten klankkast.

Veel van de muziek uit dit gevaarte, ontstaan in de jaren zestig, is te horen op deze set van drie lp’s. Zijn composities zijn dikwijls ironisch, frivool, een tikje extravagant. Soms lijken ze vooruit te lopen op wat we nu zouden omschrijven als technopop, zoals Toy Funk uit 1970 of Cindy Flair Look Rhythm, afkomstig uit een ander speeltje van de uitvinder.

Andere titels geven precies aan wat je hoort: Nice Sound #3. Bij Scott is het goed toeven voor wie elektronische muziek academisch of abstract vindt. Al zou je willen dat zijn composities net iets minder ludiek en meer doorwrocht klinken. Vaak neigen ze naar oefeningen in klank, naar muziek die nergens naartoe gaat of gewoon frequentiegeluiden aan elkaar verbindt. Dan worden het schelle deuntjes die wel erg vrijblijvend klinken, zeker voor een beetje avontuurlijk ingestelde luisteraar. Deze albumset moeten we daarom vooral zien als een aanvullend curiosum op het oeuvre van Raymond Scott.

Three Willow Park is een pakket van drie losse lp’s inclusief boekwerk van twintig pagina’s, verzorgd door grafisch ontwerper Piet Schreuders (van o.a. VPRO Gids). Zoals vanouds is er door Basta Music veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de persing en de vormgeving van de hoezen. Bij dit Nederlandse label werken muziekarcheologen die doorgaan met spitten waar anderen stoppen. Aldoende legde men de afgelopen decennia een compleet erfgoed bloot met exotische en andere, minder gangbare muziek.

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

50 jaar later klinkt Sgt. Pepper’s van The Beatles als herboren

Dit is de plaat die de popmuziek weer een extra zetje gaf richting vernieuwing en experiment. Volgens Paul McCartney, bedenker van de meeste ideeën voor het album, moest elk liedje klinken alsof het werd gespeeld door de fictieve Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Nadat The Beatles definitief waren gestopt met liveoptredens was er alle tijd voor een grensverleggende muzikale ontdekkingsreis. In 1967 leidde dit tot een gesamtkunstwerk waarin persoonlijke invloeden uitmondden in kleurrijke popsongs, orkestmuziek, vaudevilleliedjes, Indiase psychedelica, studio- en geluidsexperimenten. Ongehoord destijds, letterlijk en figuurlijk. De allereerste lp bovendien met songteksten op de hoes. En net als bij Pet Sounds van The Beach Boys werd opnametechnologie in het compositieproces toegepast. Hét visitekaartje van de Abbey Roadstudio, met zijn state of the art apparatuur en natuurlijk met George Martin, de huisproducer die gaandeweg uitgroeide tot “de vijfde Beatle”.

50 jaar na de officiële releasedatum (1 juni 1967) moest hier uiteraard een jubileumeditie van komen. Ook op vinyl. Voorzien van een vernieuwd stereogeluid en een bonusplaat met niet eerder verschenen probeersels. Mooie gelegenheid om ook een jonge generatie te laten kennismaken met deze klassieker. In de bijlage wordt nog een andere niet onbelangrijke reden genoemd. The Beatles werden in 1967 niet betrokken bij de totstandkoming van de stereomix. Toentertijd lag de voorkeur bij weergave in mono.

Reden voor Giles Martin, zoon van, om na “forensisch” vooronderzoek van de oude opnamebanden, het totaalgeluid te wijzigen. Op platen uit de jaren zestig wordt de muziek vaak weergegeven met een voor het gehoor onnatuurlijke spreiding van het stereobeeld. Drums in de linkerluidspreker, de leadzang rechts. Zo komen op veel vroege persingen van Sgt. Pepper’s de vocalen van John Lennon in Lucy In The Sky With Diamonds hardnekkig uit één speaker. Martin heeft de zang nu meer plaatsing gegeven binnen de muziek. Hierdoor komt het door Paul McCartney gezongen She’s Leaving Home een stuk geloofwaardiger over. Details in arrangementen en studiogeluiden zijn eveneens prominenter hoorbaar. Good Morning Good Morning bezit zelfs een verfrissend soort schwung; die blazers en wat een venijn ineens in die gitaarsolo!

De afwisseling aan klankkleur en sfeer van de nummers, geheel volgens McCartneys albumconcept, komt nu veel beter tot zijn recht dan voorheen. De sound is simpelweg dynamisch en vitaal. Je hoort niet meer de jaren zestig, je hoort niet meer de nostalgie, je hoort The Beatles, het bandje; tijdlozer dan ooit. En wat waren ze goed! Knap dat al die verbeteringen de luisterbeleving niet in de weg is gaan zitten. Volgens een interview met de LA Times wilde Martin per se het gevoel van de muziek handhaven. “But at the end of it, the important thing is: does the song make you feel the same?“ Nou dat is gelukt. De plaat klinkt prachtig.

De Sgt. Pepper’s Sessions op de extra lp bieden een inkijkje in de wijze waarop het album tot stand is gekomen. Terwijl de melodielijn al in de verf staat, schaven en schuren The Beatles in zogenaamde ‘takes’ aan diverse uitvoeringen. Kale versies, deels instrumentaal, studiograpjes, improvisaties met op- en aanmerkingen tussen de bandleden.

Deze ‘anniversary edition’ verschijnt uiteraard in de bekende klaphoes. Binnenin facsimile’s van de kartonnen knip- en plakkaart en de psychedelische beschermhoes, die overigens is ontworpen door de Nederlandse kunstenaars Simon Posthuma en Marijke Koger. Een uitklapbare bijlage bevat een voorwoord van Paul McCartney en uitleg over opnamen en hoesontwerp.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)