Three Willow Park: muzikale rariteiten van Raymond Scott

Vanaf industrieterrein Willow Park Center op Long Island, runde Raymond Scott een winkel waar hij experimenteerde met klankmachines. In zijn ‘muzieklaboratorium’, zijn ‘electronic inner space’, spendeerde hij zoveel tijd dat hij amper nog in de openbaarheid trad als componist en performer. Het zou zomaar een van de redenen kunnen zijn waarom de in 1994 overleden Scott altijd de status van cultfiguur is blijven behouden.

Toch behoort hij beslist tot de pioniers van de elektronische muziek. Tegenwoordig keert zijn werk terug in de vorm van samples op platen van rapper-producers Flying Lotus, Madlib, J Dilla en Danny Brown. Een van de door hemzelf in elkaar geknutselde muziekinstrumenten is het Electronium. Gebaseerd op de analoge communicatietechniek in oude telefooncentrales, kan het apparaat gelijktijdig componeren en uitvoeren. Naar verluidt werkte Scott tien jaar aan de enorme houten klankkast.

Veel van de muziek uit dit gevaarte, ontstaan in de jaren zestig, is te horen op deze set van drie lp’s. Zijn composities zijn dikwijls ironisch, frivool, een tikje extravagant. Soms lijken ze vooruit te lopen op wat we nu zouden omschrijven als technopop, zoals Toy Funk uit 1970 of Cindy Flair Look Rhythm, afkomstig uit een ander speeltje van de uitvinder.

Andere titels geven precies aan wat je hoort: Nice Sound #3. Bij Scott is het goed toeven voor wie elektronische muziek academisch of abstract vindt. Al zou je willen dat zijn composities net iets minder ludiek en meer doorwrocht klinken. Vaak neigen ze naar oefeningen in klank, naar muziek die nergens naartoe gaat of gewoon frequentiegeluiden aan elkaar verbindt. Dan worden het schelle deuntjes die wel erg vrijblijvend klinken, zeker voor een beetje avontuurlijk ingestelde luisteraar. Deze albumset moeten we daarom vooral zien als een aanvullend curiosum op het oeuvre van Raymond Scott.

Three Willow Park is een pakket van drie losse lp’s inclusief boekwerk van twintig pagina’s, verzorgd door grafisch ontwerper Piet Schreuders (van o.a. VPRO Gids). Zoals vanouds is er door Basta Music veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de persing en de vormgeving van de hoezen. Bij dit Nederlandse label werken muziekarcheologen die doorgaan met spitten waar anderen stoppen. Aldoende legde men de afgelopen decennia een compleet erfgoed bloot met exotische en andere, minder gangbare muziek.

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

50 jaar later klinkt Sgt. Pepper’s van The Beatles als herboren

Dit is de plaat die de popmuziek weer een extra zetje gaf richting vernieuwing en experiment. Volgens Paul McCartney, bedenker van de meeste ideeën voor het album, moest elk liedje klinken alsof het werd gespeeld door de fictieve Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Nadat The Beatles definitief waren gestopt met liveoptredens was er alle tijd voor een grensverleggende muzikale ontdekkingsreis. In 1967 leidde dit tot een gesamtkunstwerk waarin persoonlijke invloeden uitmondden in kleurrijke popsongs, orkestmuziek, vaudevilleliedjes, Indiase psychedelica, studio- en geluidsexperimenten. Ongehoord destijds, letterlijk en figuurlijk. De allereerste lp bovendien met songteksten op de hoes. En net als bij Pet Sounds van The Beach Boys werd opnametechnologie in het compositieproces toegepast. Hét visitekaartje van de Abbey Roadstudio, met zijn state of the art apparatuur en natuurlijk met George Martin, de huisproducer die gaandeweg uitgroeide tot “de vijfde Beatle”.

50 jaar na de officiële releasedatum (1 juni 1967) moest hier uiteraard een jubileumeditie van komen. Ook op vinyl. Voorzien van een vernieuwd stereogeluid en een bonusplaat met niet eerder verschenen probeersels. Mooie gelegenheid om ook een jonge generatie te laten kennismaken met deze klassieker. In de bijlage wordt nog een andere niet onbelangrijke reden genoemd. The Beatles werden in 1967 niet betrokken bij de totstandkoming van de stereomix. Toentertijd lag de voorkeur bij weergave in mono.

Reden voor Giles Martin, zoon van, om na “forensisch” vooronderzoek van de oude opnamebanden, het totaalgeluid te wijzigen. Op platen uit de jaren zestig wordt de muziek vaak weergegeven met een voor het gehoor onnatuurlijke spreiding van het stereobeeld. Drums in de linkerluidspreker, de leadzang rechts. Zo komen op veel vroege persingen van Sgt. Pepper’s de vocalen van John Lennon in Lucy In The Sky With Diamonds hardnekkig uit één speaker. Martin heeft de zang nu meer plaatsing gegeven binnen de muziek. Hierdoor komt het door Paul McCartney gezongen She’s Leaving Home een stuk geloofwaardiger over. Details in arrangementen en studiogeluiden zijn eveneens prominenter hoorbaar. Good Morning Good Morning bezit zelfs een verfrissend soort schwung; die blazers en wat een venijn ineens in die gitaarsolo!

De afwisseling aan klankkleur en sfeer van de nummers, geheel volgens McCartneys albumconcept, komt nu veel beter tot zijn recht dan voorheen. De sound is simpelweg dynamisch en vitaal. Je hoort niet meer de jaren zestig, je hoort niet meer de nostalgie, je hoort The Beatles, het bandje; tijdlozer dan ooit. En wat waren ze goed! Knap dat al die verbeteringen de luisterbeleving niet in de weg is gaan zitten. Volgens een interview met de LA Times wilde Martin per se het gevoel van de muziek handhaven. “But at the end of it, the important thing is: does the song make you feel the same?“ Nou dat is gelukt. De plaat klinkt prachtig.

De Sgt. Pepper’s Sessions op de extra lp bieden een inkijkje in de wijze waarop het album tot stand is gekomen. Terwijl de melodielijn al in de verf staat, schaven en schuren The Beatles in zogenaamde ‘takes’ aan diverse uitvoeringen. Kale versies, deels instrumentaal, studiograpjes, improvisaties met op- en aanmerkingen tussen de bandleden.

Deze ‘anniversary edition’ verschijnt uiteraard in de bekende klaphoes. Binnenin facsimile’s van de kartonnen knip- en plakkaart en de psychedelische beschermhoes, die overigens is ontworpen door de Nederlandse kunstenaars Simon Posthuma en Marijke Koger. Een uitklapbare bijlage bevat een voorwoord van Paul McCartney en uitleg over opnamen en hoesontwerp.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Op Record Store Day graven naar verborgen vinylschatten

Op Record Store Day wordt jaarlijks muziek op vinyl gevierd, maar de dag is vooral bedoeld om deelnemende platenzaken een steuntje in de rug te geven. Ondanks de kritiek die hier en daar valt, met name op social media, blijft de belangstelling voor het fenomeen groot. Ongetwijfeld zullen op zaterdag 22 april liefhebbers ’s ochtends vroeg in de rij staan om zeldzame plaatjes te scoren.

Het gaat immers om vinyluitgaven die alleen op deze dag verkrijgbaar zijn, in beperkte aantallen. Wát je uiteindelijk zult aantreffen en in welke hoeveelheden blijft gissen. Je merkt het pas bij binnenkomst in een van de 99 winkels die in ons land meedoen. Ter plekke geldt een aloud principe: wie het eerst komt… De eerste vijfduizend kopers ontvangen een linnen tasje met gratis single van “ambassadeur” Jett Rebel. Op roze vinyl.

Maar goed, die kritiek dus. Een veelgehoorde klacht zijn de hoge verkoopprijzen van de exclusieve platen. Esther Vollebregt, projectleider van Record Store Day Nederland, herkent de kritiek: “Zelf heb ik het idee dat het dit jaar meevalt, maar hier hebben wij als organisatie in Nederland geen invloed op.” Ze hecht juist grote waarde aan de medewerking van de platenmaatschappijen: “Het is een belangrijke samenwerking, zowel qua releases als qua betrokkenheid van de artiesten. We zitten geregeld met elkaar om tafel. Maar het beleid en de keuze ligt bij de organisatie van RSD.”

Platenzaken die dit jaar meedoen maar niet zijn aangesloten bij branchevereniging Nederlandse Vereniging van Entertainment Retailers, hebben vooraf honderd euro moeten betalen. Vollebregt: “RSD is een stichting; we hebben dus geen winstoogmerk. Wel worden de activiteiten voor de winkels elk jaar weer iets verder uitgebreid. Voor RSD zijn we met drie man, bijna fulltime en zo’n vier maanden lang bezig zijn met de organisatie. Alles wat we doen, is voor de winkels. Van gratis posters tot het regelen van de instores (optredens in platenzaken-red). En na RSD stopt dit ook niet. We hebben inmiddels de Platenbon geherintroduceerd, zijn de hitlijst Vinyl33 gestart, komen met exclusieve releases en bereiken dagelijks inmiddels duizenden consumenten met nieuws, tips, instores van en/of over de platenzaken. Dat maakte een bijdrage per jaar een logische keuze. Onze collegalanden doen dat al jaren.”

Esther Vollebregt raakte per toeval betrokken bij Record Store Day. Voorheen werkte ze als projectmanager bij Aangenaam Klassiek, een campagne om klassieke muziek aan de man te brengen. “Een deur verderop zat Record Store Day. Toen mijn voorganger Stephan van Peursem stopte, vroeg ik of ik niet tijdelijk uit de brand kon helpen. Maar eigenlijk viel toen pas echt het kwartje, voor de organisatie en voor mezelf.” Allicht is ze zelf ook groot liefhebber van popmuziek, bij voorkeur op vinyl: “Ik vind bijna alle muziek leuk, ga al vanaf mijn zestiende naar concerten en festivals, ben voor mijn afstudeerscriptie voor een muziekwinkelketen jaren geleden het hele land doorgereden om alle platenzaken te bezoeken. Mijn huis heeft een aparte ruimte die helemaal vol staat met vinyl.”

Een beetje muziekkenner ontdekt dat het op de internationale vinyldag vaak gaat om platen die eerder in een andere vorm of versie zijn uitgekomen. Weer andere titels verschijnen voor het eerst op vinyl. Spannend zijn de muzikale primeurs. Van War On Drugs is er een gloednieuw nummer, het eerste levensteken sinds 2014, toen de band doorbrak met het album Lost In The Dream.

Een van dé uitdagingen is erachter te komen welke artistieke schatten er verborgen gaan in het aanbod van de meer dan vijfhonderd platen op Record Store Day. In 2014 was er opeens een plak vinyl van Gonga. Van wie? De hoes verwees slechts naar het debuutalbum van hardrockpioniers Black Sabbath. Pas wie de plaat draaide hoorde een cover van de song Black Sabbath, uitgevoerd in Gonga’s passende doommetal, met in de rol van Ozzy Osbourne niemand minder dan Portisheadzangeres Beth Gibbons!

Record Store Day tips van Esther Vollebregt

“Ik tip zelf graag de lokale acts: Broederliefde die voor het eerst met een fysieke uitgave komt; Rondé die ook in diverse platenzaken te zien is.
De split 7” single van Mark Lotterman en Harry Merry, alleen al vanwege de geweldige hoes; de dubbel-lp van Urban Dance Squad en Have You Heard The Hype van The Hype, met Yorick van Norden.”

Record Store Day tips van Harry Prenger

Thelonious Monk – Les Liaisons Dangereuses
Opnamen uit 1960 met niet eerder verschenen filmmuziek door jazzpianist die bekend staat om zijn flegmatieke speelwijze. Componist van o.a. de klassieker ‘Round About Midnight. Dubbel-lp via het Parijse jazzlabel Sam Records, gespecialiseerd in kwaliteitspersingen.

David Bowie – No Plan
Exclusieve nummers uit de sessie van het album Black Star. Transparant lichtblauw vinyl met op een kant sterretjes gegraveerd.

David Bowie – Bowpromo
Bevat oerversies van zeven songs die later terecht zijn gekomen op Hunky Dory. In 1971 werd Bowpromo verdeeld onder journalisten inclusief presskit. De RSD-versie is een replica. Gaat wel ruim zestig euro kosten.

Pink Floyd – Interstellar Overdrive
Vijftien minuten durende opname uit 1966. De korte versie kwam terecht op het debuutalbum van de Engelse band waar toen nog Syd Barrett deel van uit maakte. Met poster.

Television Personalities – And Don’t The Kids Just Love It
Heruitgave van cultklassieker uit 1981. Bevat de hit I Know Where Syd Barrett Lives. Wie de plaat destijds hoorde begon meteen zelf een bandje. Onbevangen rammelend en tegelijk voorzien van melodieuze schwung. Op de voorkant van de hoes een foto van Twiggy, misschien wel het allereerste superslanke topmodel, en een van de television personalities uit de jaren zeventig, Patrick Macnee, uit tv-serie De Wrekers.

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

 

De terugkeer van Big Star op vinyl, meesterwerken tussen gloeilamp en neonletters

De meeste mensen zullen de liedjes van Big Star voor het eerst hebben gehoord in uitvoeringen van anderen. Van This Mortal Coil, The Bangles, Jeff Buckley of R.E.M. Toch behoren de drie albums die de Amerikaanse band in de jaren zeventig maakte tot hoogtepunten uit de popgeschiedenis. Gitaarrock en ballads waarin alles even scherpzinnig als vanzelfsprekend met elkaar verband houdt en in elkaar grijpt.

Big Star had zomaar het Amerikaanse antwoord kunnen zijn op The Rolling Stones. Of The Beatles. Of glamrock. Invloeden die omgekeerd evenredig opduiken in het talent van zanger-componisten Alex Chilton en Chris Bell. Toen ze nog pubers waren hadden ze zich voorgenomen net zo’n songschrijversduo te worden als Lennon en McCartney. Toch doen de zangmelodieën van de heren vooral denken aan The Byrds; in songs waarnaar het telkens weer prettig én uitdagend luisteren is. Eveneens van belang is de herkomst van de band: Memphis, de swingende onderbuik van de popmuziek. Het Memphis van soul en rock waar je zweetplekken van onder je armen krijgt. Bij Big Star schemeren ze voortdurend tussen de composities en melodieën die, om het zomaar eens te zeggen, van zichtzelf al zo sterk zijn dat ze een eigen leven gaan leiden.

Wie voor het eerst kennismaakt met Big Star, hoort wellicht een feest der herkenning. In de jaren tachtig en later klonken veel Amerikaanse gitaarbands precies zo. Bedenk echter dat de eerste twee platen dus al begin jaren zeventig verschenen. Het complete oeuvre van R.E.M. kun je sowieso inruilen voor alleen al deze Big Star albums. Tijdlozer dan dit kom je het zelden tegen in de popmuziek.

Aan de muziek heeft het nooit heeft gelegen. Het uitblijven van succes werd toentertijd vooral veroorzaakt door alles wat er om die muziek heen gebeurde. Ondanks goede recensies waren de lp’s wegens slechte distributie onvindbaar. Andere randzaken groeiden eveneens uit tot hindernissen die een doorbraak in de weg stond. Vechtpartijen tussen bandleden, opnamebanden die zoek raakten, toenemende frustraties en een platenmaatschappij die zich geen raad wist met dit alles.

Typisch dat het debuut opent met een liedje genaamd Feel, waarin de zin “I feel like I’m dying” terugkeert. De wapperende gitaarrimpels aan het einde van het nummer waren ook heel mooi geweest als intro, maar nee, die worden dus als slotakkoord bewaard, klaterend als een bevrijdende douche. Thirteen gaat over het verlies van jeugdige onschuld via een meisjeskamer; luisterend naar de Stonesklassieker Paint It Black, dat ook al handelt over de zielenroerselen van de innerlijke adolescent. Bij het ondergaan van deze akoestische ballad kan het gebeuren dat er zomaar ineens een traantje wordt weggepinkt. Strohalm: “rock ’n roll is here to stay”, zingt Chilton.

Radio City wordt opgenomen zonder Chris Bell, maar met uitbreiding van kroegpiano, mellotron, en voorzien van licht experiment met opnametechnieken. Chilton neemt de band op sleeptouw. Gitaren gaan als hartjes kringelen om liedjes die zonder uitzondering fraai, kwetsbaar en weerbarstig zijn. Op de hoes een gloeilamp aan een plafond dat bloedrood kleurt. Zo rood dat het pijn doet aan je ogen, licht geeft in de duisternis, als een kaars die dooft maar telkens weer oplaait. Herbeluistering aan de hand van deze platen leert dat de muziek van Big Star op de een of andere ondoorgrondelijke manier er alleen maar indrukwekkender op is geworden.

De drie cultklassiekers van Big Star zijn meerdere malen opnieuw uitgebracht. Nu zijn de eerste twee weer verkrijgbaar in de overigens uitstekende reissueserie Back To Black van Universal Nederland. Het 180-grams vinyl zit in antistatische kunststofvoering en buitenhoezen van solide karton. Dat je wat in handen hebt. De persingen zijn schoon en vrij van oneffenheden. De klank van deze opgepoetste opname is direct, fris en urgent. Het komt de muziek alleen maar ten goede. Jammer genoeg is met het hoesontwerp van Radio City slordig omgesprongen. De foto’s van William Eggleston zijn op zowel de voor- als achterkant in afmeting iets kleiner dan op het originele album. In feite is deze nieuwe versie een herpersing van een reissue uit 2010. Een fout van toen is helaas niet hersteld: het nummer Back Of A Car wordt wederom tweemaal op de hoes vermeld.

Chris Bell komt in 1978 op zijn 27ste om bij een auto-ongeluk. Bassist en somtijds co-componist Andy Hummel sterft in 2010 aan kanker. Alex Chilton overlijdt datzelfde jaar aan een hartaanval. Als zanger van The Box Tops heeft hij op jonge leeftijd zijn claim to fame met de wereldhit The Letter. Als eerbetoon aan zijn song September Gurls, wijzigt Katy Perry, op verzoek van haar manager én Big Starfan, de spelling van haar hitsingle in California Gurls.

Big Star – #1 Record (Universal/Back To Black 1972/2017)
Big Star – Radio City (Universal/Back To Black 1974/2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Boek Art Record Covers toont liefdevolle relatie popmuziek, beeldende kunst en vinyl

art-record-covers-omslag

De band tussen popmuziek en beeldende kunst is meer dan innig sinds Andy Warhols iconische bananenhoes voor de Velvet Underground. Of anders wel sinds de Beatlesplaat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Kunstenaars Peter Blake en Jann Haworth bedachten in 1967 de beroemde collage-enscenering op de voorkant. Popmuziek en beeldende kunst zijn intussen uitgegroeid tot een complementaire verstrengeling van massacultuur en museumkunst. Ondanks dat er niet altijd een verband bestaat tussen het artwork op de hoes en inhoud van de plaat, zijn beide kunstdisciplines in een echelon beland waarin ze elkaar versterken. Dan gaat het om opdrachthoezen, samenwerking tussen artiest en kunstenaar, of licentiegebruik van een bestaand schilderij (Gerhard Richters Kerze voor Daydream Nation van Sonic Youth).

De omvangrijke Taschenuitgave Art Record Covers bevat niet alleen de klassiekers, maar, heel prettig, een lichte voorkeur voor de “post-internet generatie”. Relatief nog onbekende kunstenaars die internet en digitale technologie als onderwerp en medium gebruiken. Die keuze leidt tot verrassingen en ontdekkingen. Albumhoezen vanaf pakweg 2000 waarvan je niet eens wist dat ze gemaakt zijn door kunstenaars. In de ruim vijfhonderd afbeeldingen wordt daarnaast geen onderscheid gemaakt tussen arrivés en autodidacten, tussen museumkunst en graffiti.

Af en toe glippen er in tegenspraak met de titel van het boek cd-hoesjes tussendoor. Ongeacht de bescheiden afmeting komen we werk tegen van grote namen uit de kunstgeschiedenis (Gilbert & George, Anish Kapoor).

julian-schnabel-madre
Julian Schnabel – Red Hot Chili Peppers

Uitgebreid vertellen kunstpunkers Shepard Fairey en Raymond Pettibon over hun werkwijze in verhouding tot hun voorliefde voor popmuziek. Pettibon bekent dat hij vrijwel nooit geld vraagt voor zijn bijdragen aan een albumhoes. Ook Kim Gordon, Tauba Auerbach en Albert Oehlen (van de anarchistische kunstbeweging Neue Wilden) komen aan het woord. Overigens bevat het boek niet alleen rockalbums. Bij een handjevol rapplaten tonen de samenstellers oprechte belangstelling voor graffitikunstenaar Futura 2000. Ruim aandacht is er ook voor een van de zeldzaamste uitgaven op vinylgebied. In 1976 vervaardigde multimediakunstenaar Jack Goldstein een audiosuite van negen gekleurde vinylsingles met o.a. geluiden van The Tornado en Two Wrestling Cats.

Hoezen fotograferen én realistisch weergeven over een hele pagina blijkt niet eenvoudig. Sommige afbeeldingen missen de ‘sfeer’ van de originele hoes. Zo blijft er van het metallic artwork op Lady Gaga’s Art Pop door Jeff Koons, weinig over dan een fletse weergave. Maar dit zijn slechts minpuntjes. Er valt zoals gezegd heel veel te ontdekken: bij elke hoes wordt uitleg verschaft over muzikant en kunstenaar, beknopt en inzichtelijk. Bovendien zijn de samenstellers niet over een nacht ijs gegaan. Tien jaar onderzoek ging aan de inhoud van het bijna vier kilo wegende boek vooraf. Verzamelingen en muziekarchieven werden doorgespit, waaronder het 47.000 platen tellende ARChive Of Contemporary Music in New York en de ongetwijfeld eveneens omvangrijke discotheek van Radio France.

Art Record Covers is een prachtig boek voor liefhebbers van popmuziek, beeldende kunst en vinyl. De keuze van de albums nodigt uit je eigen platencollectie nog eens na te kijken op hoezen met kunst én kan mogelijk aanzetten tot een nieuwe verzamelwoede.

taschen art_record_covers

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Terugblik op hiphoptijdperk met vinylheruitgaven van Beat Street, The D.O.C., Funkdoobiest, Nas en Raekwon

beat-street

Het lijkt wel of er tegenwoordig meer hiphop wordt gemaakt dan ooit. Meestal leunt de muziek lui achterover op standje autotune (elektronisch vervormde zanglijnen), of wordt er geflirt met elementen uit grime, R&B en pure pop. Ook het verschil in rolverdeling tussen producer en componist lijkt definitief opgeheven. Wat ooit begon als subcultuur is intussen voldoende salonfähig voor musea en musicals om jongeren naar binnen te loodsen. Hiphop is entertainment, big business.

Naar hiphop of rap die dwarsligt is het lang zoeken. Iets met naald en hooiberg. Wie de moeite neemt komt uit bij Danny Brown, Run The Jewels, Tyler The Creator, Kendrick Lamar, of de belofte Chester Watson. Én Kanye West natuurlijk. Beroep: fenomeen. Zijn albums behoren onmiskenbaar tot de meest excentrieke van dit moment.

In de jaren tachtig en negentig verschenen nogal wat rapplaten die momenteel als baanbrekend bekend staan én commercieel succes hadden. Dat is ook de platenindustrie niet ontgaan. Diverse labels zijn bezig met het opnieuw uitbrengen van hiphop uit het gouden tijdperk. Zo zorgt het Nederlandse Music On Vinyl ervoor dat veel titels voor het eerst sinds de officiële release weer leverbaar zijn op het zwarte goud. Een kleine greep.

De speelfilm Beat Street toonde in 1984 de artistieke undergroundrituelen van de rap: graffiti, beatbox, vinylscratchen, breakdance. Ruim dertig jaar later klinkt de soundtrack tamelijk flets, ondanks de aanwezigheid van invloedrijke namen als Afrika Bambaataa. Van de urgentie en vernieuwing achter de vroege rap aangestuurd door ratelende drumcomputers, is weinig meer over. Zonder de bijbehorende beelden wordt de muziek opeens wel heel erg ‘old school’.

the-doc

The D.O.C. werkte mee aan het beruchte debuut van gangstarappers N.W.A. Vijf maanden na zijn eigen eerste album werden zijn stembanden beschadigd bij een auto-ongeluk. Op zijn debuut declameert The D.O.C. een stroom woorden aaneen op het ritme van een mitrailleur. Dr. Dre biedt uitkomst. De legendarische producer weet met een keur aan beats en samples de boel in goede banen te leiden en tegelijk de spanning aardig op te voeren. Hierdoor bezit de plaat ook nu nog van begin tot einde daadkracht en overtuiging.

Tot een andere orde behoorde Funkdoobiest. Tussen de monotoon lome beats rapt het trio teksten die destijds als expliciet en controversieel werden ervaren, maar achteraf simpel, melig en cartoonesk zijn.

Zoals in Pussy Ain’t Shit en Superheroes, waarin Amerikaanse stripfiguren in een absurde, seksueel gewelddadige context worden geplaatst. Swingen doet Funkdoobiest nog wel, bij vlagen.

raekwon

Raekwon van The Wu-Tang Clang probeerde het op zijn tweede soloalbum in zijn eentje, zonder zijn vaste maatjes. Dat is te merken. Ook met terugwerkende kracht klinkt het album net zo pover als destijds. Hier is de muziek teveel verpakking, te weinig doortastend. Wat ook al niet helpt zijn de onderbrekingen in de vorm van korte telefoongesprekken. Raekwon heeft improviserend (freestyle rap) erg veel noten op zijn ‘zang’. In Sneakers noemt hij zoveel mogelijk merknamen van zijn favoriete schoeisel.

Nas is de straatpoëet onder de rappers. Zijn debuut Illmatic geldt als klassieker. Nas de woordkunstenaar koppelt op Nastradamus ‘streetslang’ aan zaken van meer persoonlijke aard. Heel knap en onvoorspelbaar hoe hij een en ander weet samen te ballen met woordritme en rijmkunst. Als tiener observeerde hij vanuit zijn jongenskamer de dagelijkse sleur in een buurt met sociale woningbouw:

“So I look at this room, I’m hooked to this tune, every night the same melody, hell sounded so heavenly, but jail was ahead of me, speeding like amphetamine, I was impatient to get out and become part of the noise out there. I used to stare, five stories down, basketball courts, shot up playgrounds, and I witnessed the murders and police shake-downs, this was the life of every kid, lookin’ out project windows.”

nas

Nastradamus werd in 1999 geboren onder een slecht gesternte. Nas nam het album in snel tempo op nadat de oorspronkelijke opnamen waren uitgelekt op internet. De kritieken waren toentertijd overwegend negatief. Niet helemaal terecht zo blijkt uit herbeluistering. De muziek is voor rapbegrippen zo bescheiden, smaakvol en elegant dat de tekst alle ruimte krijgt. In New World werpt Nas met statements en engagement misschien wel een blik op de toekomst: “The new Don Trump is Bill Gates. Not because his occupation, it’s cause we respect his cake. And cake mean his stock, net gross.” Op de achtergrond dwarrelt de melodielijn uit Africa, de hit van Toto. Nastradamus is dringend toe aan herwaardering.

Platen van Music On Vinyl worden geluidstechnisch altijd opnieuw bewerkt (geremastered). In veel gevallen klinken ze zelfs beter dan de originele lp. De persingen zijn smetteloos, vrij van kraakjes of ruis, gaan vergezeld van binnenhoezen met een voering van plastic. Voor het bestuderen van de bijlagen heb je een vergrootglas nodig. Omdat de platenindustrie zich met name in de jaren negentig voornamelijk op cd’s richtte, werd het artwork van de vinylversie meestal beperkt tot een uitvergroting van het cd-boekje.

various – Beat Street Volume 1 (Atlantic/Music On Vinyl 1984/2016)

The D.O.C. – No One Can Do It Better (Ruthless/Music On Vinyl 1989/2016)

Funkdoobiest – Brothas Doobie (Epic Street/Music On Vinyl 1995/2016)

Raekwon – Immobilarity (Loud Records/Music On Vinyl 1999/2016)

Nas – Nastradamus (Columbia/Music On Vinyl 1999/2016)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Op Blue & Lonesome zijn de Rolling Stones weer een bandje

Print

In drie dagen live opgenomen in een studio met een enorme open ruimte en hoge plafonds. Normaal gesproken bedoeld voor de registratie van klassieke muziek. The Rolling Stones moesten er even aan wennen. Ter voorbereiding voor een nog te verschijnen gloednieuw album wilde men eerst het geluid van de studio uitproberen: door blues uit de jaren vijftig te spelen. Daar bleef het niet bij. De ene na de andere sessie volgde. Op gegeven moment schijnt tot ieders verbazing Mick Jagger te hebben uitgeroepen: “This is an album. You can’t chop this up.”

En ja, het zijn daadwerkelijk de Stones die vanaf begin jaren zestig de blues op de kaart hebben gezet, toen het genre nog met de nek werd aangekeken. De band had meteen een voorkeur voor de rauwe variant afkomstig uit Chicago. Die ruige kant werd veroorzaakt door de pas geïntroduceerde elektrische gitaar en bijbehorende versterkers. Denk aan Muddy Waters, Willie Dixon, Howlin’ Wolf. Inmiddels staan ook zij stevig in de muziekhistorie gebeiteld.

Heel moedig dat de Rolling Stones de blues weer oppakken en afstoffen. De muzieksoort is immers verworden tot een idioom dat zichzelf in de staart bijt op festivals voor liefhebbers. Ook de keuze van de songs is opmerkelijk. Bepaald geen voor de hand liggende blueskanjers, maar werk van o.a. Little Walter, Eddie Taylor en Magic Sam.

Weliswaar klinken veel van de originele versies kaler en meeslepender, het onderlinge samenspel van de Stonesleden maakt veel zo niet alles goed. En er zijn zomaar ineens twee Mick Jaggers: de zanger en de mondharmonicaspeler. Beiden in topvorm. Niet eerder haalde Jagger zoveel gevarieerde klankkleur uit de ‘harp’. Dat hij met veel bravoure in zijn stem een zweep legt over de aloude blues, is eveneens bijzonder om te horen en zelfs een tikje excentriek. Alleen al de manier waarop hij de titelsong opent en naar zich toetrekt.

Op Blue & Lonesome klinken de Rolling Stones weer als een bandje. Mijlenver verwijderd van het verdienmodel dat nogal eens aan ze kleeft; van de megastadionconcerten, merchandise en marketingstrategie. Het lijkt wel of ze er zelf ook even de buik vol van hebben. Keith Richards en Ron Wood spelen geen gitaar maar slopen klankkasten. De snaren rammelen, het hout piept en kraakt. Het is bijna ontroerend om de spelvreugde, daadkracht en urgentie achter deze uitvoeringen te horen. Ondanks de aanwezigheid van overbekende ingrediënten hadden we dit toch niet zien aankomen.

Ook de klaphoes oogt lekker goedkoop: pontificaal het tonglogo, maar dan felblauw. De dubbel lp, met downloadkaartje, bevat drie nummers per kant, terwijl de opname zo goed naar het vinyl is getransformeerd dat de dynamiek ervan alleen maar toeneemt bij het verhogen van het volume.

Rolling Stones – Blue & Lonesome (Polydor/Universal 2016)