Heerlijke viering van vinyl in Passion For Vinyl deel 2

Voor wie er nog aan twijfelde, vinyl is een blijvertje. Vrijwel alle artiesten brengen tegenwoordig muziek uit op lp, de verkoop zit in de lift en een initiatief als Record Store Day is wereldwijd succesvol. In samenwerking met perserij Record Industry (goed voor bijna 11 miljoen platen per jaar), maakte muziekjournalist Robert Haagsma een vervolg op zijn interviewbundel Passion For Vinyl uit 2013. Omdat de eerste druk in een mum van tijd was uitverkocht, is wellicht gekozen voor eenzelfde opzet. Dus zit bij deel twee eveneens een vinylsingle bijgesloten. Op het plaatje staan bijdragen van Hasil Adkins (huisvlijtrock), Bloodshot Bill (Johnny Cash aan de valium) en technobeats van dj Ellen Allien. De muziek blijkt al net zo divers als de inhoud van het boek.

Haagsma sprak bekende en minder bekende vinylverslaafden. Aan het woord komen onder meer Steven van Zandt, Ryley Walker en onze eigen upcoming singersongwriter Yorick van Norden. Van Zandt, de rechterhand van Bruce Springsteen, noemt de comeback van het vinyl “het meest gezonde dat de muziekindustrie de laatste tien jaar is overkomen”. In bijna vijftig gesprekken komen de soms ongekende mogelijkheden van het vinyl aan bod. Een afwisselende selectie van muzikanten, verzamelaars, eigenaren van platenzaken en labels, hoesontwerpers, opnametechnici en dj’s. Haagsma tekende zelfs het verhaal op van iemand die uit plakken vinyl hippe brilmonturen fabriceert. Ene Jens Prueter heeft zich voorgenomen de rest van zijn leven uitsluitend platen te kopen uit 1967. Dit boek lezen is alsof je als klein kind weer door een snoepwinkel loopt.

Een enkel hoofdstuk is misschien wat summier. Over De Weergever, een Amsterdamse vereniging collectioneurs van 78-toerenplaten, zou je best meer willen weten. Grappig is de bijdrage van illustrator Robert Crumb. In een ingestuurde getypte brief geeft hij af op de volgens hem inferieure grammofoonplaat. Een lp bevat simpelweg veel teveel nummers. Overigens vertelt hij in Discaholics, een soortgelijke uitgave over verzamelaars, nochtans uitvoerig over zijn voorliefde voor schellakplaten.

Dankzij de veelzijdige benadering wordt Passion For Vinyl Part II meer dan een voorspelbare hang naar nostalgie met een “vroeger was alles beter” toontje. Ontroerend is de ontmoeting met Miriam Linna. Zij beheerde met haar echtgenoot het cultlabel Norton Records. Totdat orkaan Sandy de inboedel grotendeels verwoestte en tot overmaat van ramp haar man in 2016 overleed. Ze had hem ooit leren kennen op een platenbeurs. Informatief en persoonlijk is ook het onderhoud met Ian MacKaye van de band Fugazi. Ondanks alles punker in hart en nieren. Dat laatste geldt zeker voor Jimi Lalumia, voormalig rockjournalist met een grote bek. Zo kom ze je niet vaak meer tegen. Tegenwoordig werkt hij in de verpleging.

Mark Kneppers werd bekend van het dj-duo Wipneus en Pim. In het boek feliciteert hij vooral zichzelf als handelaar in tweedehands platen. Over het huidige vinylaanbod, waaronder de gestage stroom heruitgaven, meldt hij: “Het is verontreiniging. Hetzelfde met nieuwe titels. Er is teveel voorraad”. Van The Beatles en Lou Reed moet hij ook al niks hebben. Zo maak je al lezend meer ontdekkingen. Over Mandy Parnell, een van de weinige vrouwelijke ‘mastering engineers’. Of over de recente herwaardering voor gestileerde Amerikaanse rock uit de jaren zeventig. Weliswaar wordt de muziek soms denigrerend aangeduid met ‘yacht rock’, de interesse voor Eagles, Fleetwood Mac en Hall & Oates lijkt alleen maar toe te nemen. Net als voor de bijzondere herontdekking in het genre Ned Doheny.

Het leesplezier wordt vooral vergroot doordat Robert Haagsma zich telkens onbevangen opstelt als interviewer, zonder enig dedain voor muzieksoorten en onderwerpen. Hierdoor krijgt hij zijn gesprekspartners aanstekelijk en enthousiast aan de praat over hun eerste kennismaking en latere ervaringen met vinyl. Nog voordat je het boek uit hebt voel je zelf ook de aandrang om naar de platenzaak te gaan en een lp aan te schaffen. Op zoek naar Ned Doheny’s cultplaat met de toepasselijke titel Hard Candy.

Passion For Vinyl Part II An Ode To Analog – Robert Haagsma (Record Industry 2018)

Record Store Day 2018: parels en irritaties

Vaste prik rond Record Store Day: zéér uiteenlopende meningen na bekendmaking van dé lijst. Op zaterdag 21 april is het immers zover. Het moment waarop wereldwijd de platenzaak in ere wordt gehouden. Ter gelegenheid verschijnen honderden lp’s en singles in een keer tegelijk. Bij aankoop krijg je een schijfje cadeau. Een soort Boekenweek dus maar dan in één dag. Vroeg uit de veren want door de beperkte oplage zijn veel platen nadien amper meer te krijgen. Maar wat heeft Record Store Day voor de Nederlandse winkels en liefhebbers eigenlijk te bieden?

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen de exclusieve releases en de uitgaven die hierop als het ware meeliften. RSD is namelijk ook een vehikel om gewone vinylwaar te lanceren. Daarnaast presenteert elk land een eigen lijst. Kwestie van rechten. Zo kan het gebeuren dat er in Amerika andere albums en singles worden aangeboden dan in Europa en omgekeerd. In Engeland lijkt men vast vooruit te lopen op Brexit. Uitsluitend in het Verenigd Koninkrijk te koop is muziek van The Waterfront, de oerversie van de nog altijd populaire Britpopband Stone Roses.

Platenmaatschappijen wordt nogal eens verweten dat ze een te grote invloed uitoefenen op RSD. Universal presenteert ruim vijftig titels tijdens de komende editie. Carrie Colliton, medeoprichter van RSD, schuift de kritiek terzijde. “Sommigen beweren dat grote labels RSD hebben overgenomen, en dat stoort me nogal omdat er vanaf het begin grote labels bij betrokken waren”. Met name voor de kleinere winkel is de vinyldag bittere noodzaak gebleken. In 2017 werden er records aan omzetten behaald.

Exclusief of niet, in veel gevallen gaat het om platen waarvan de noodzaak om ze aan te schaffen op zijn minst twijfelachtig is; lokkertjes waarmee je hooguit de verstokte verzamelaar een plezier kunt doen. Het is ook maar net hoe je het bekijkt. Iets met een glas dat halfvol is of half leeg. Soms zit er slechts een nieuw jasje omheen, is er een kunstwerkje (picture disc) in de groeven gedrukt of een kleurtje aan toegevoegd. Want als er een ding duidelijk wordt tijdens de komende RSD, is het de niet te stuiten opmars van gekleurd vinyl. Je kunt het zo gek niet bedenken. In alle kleuren van de regenboog of in ‘splatter’, alsof iemand over de plaat heeft gekotst. Zo wordt doelbewust een hebbeding gecreëerd; in feite gaat het om een lucratieve marketingtruc in plaats van een artistieke keuze. Drie platen van Tom Waits verschijnen in blauw, rood en grijs. De kleuren vloeken bij zowel het hoesontwerp als de muziek op Bawlers, Brawlers en Bastards (overigens hoogtepunten in zijn oeuvre).

Het is dus even zoeken naar waar het om draait, naar platen waarop muziek te horen valt die daadwerkelijk nooit eerder is verschenen. Neil Youngs Tonight’s The Night werd in 1973 integraal nagespeeld op het podium van de toen pas geopende Roxy in Los Angeles. De uitgave op RSD blijkt een unieke liveplaat. Eveneens vers van de pers: een mini-lp van zangeres Sevdaliza. Het Nederlandse antwoord op Massive Attack komt met liefst zeven nieuwe nummers. Leuke opsteker voor de fans van The National is een liveregistratie van Boxer. Tamelijk onverwacht werd in Brussel dit oude album uitgevoerd ter afsluiting van de recentste tournee.

Dringen geblazen voor de lp Klets van de Vlaamse rapper Meneer Michiels. Slechts honderd exemplaren worden in omloop gebracht. Overigens is het aandeel hiphop net als in voorgaande jaren nogal povertjes. Ook bijdragen van jonge, opkomende artiesten zijn flink in de minderheid. Platenmaatschappijen kiezen liever voor zekerheid door de usual suspects naar voren te schuiven. Denk aan Beach Boys, Madonna, Elvis Presley en Johnny Cash.

Van de Pink Floyd-klassieker Piper At The Gates Of Dawn zijn vijftienduizend exemplaren geperst. In monoweergave. De hoes wijkt af van het origineel, er zit een poster bij plus vier extra songs. Prijs? Ongeveer 32 euro. Want ja, die prijzen. Met afstand het meest gehoorde ongerief over RSD. Naar verluidt moet de organisatie zich tandenknarsend neerleggen bij de bedragen die gevraagd worden. De vinyldag staat of valt tenslotte met de deelname van platenmaatschappijen. Die lijken zich, groot én klein, vooralsnog weinig aan te trekken van de klacht. Een doosje met negen singles van de band Wire kost bijna honderd euro.

Doris Norton was in de jaren tachtig computerprogrammeur bij Apple en IBM. Haar robotachtige disco, inclusief vervormde stem, doet sterk denken aan Kraftwerk en Giorgio Moroder. Te beluisteren op twee reissues. Eveneens aan de vergetelheid onttrokken worden Patti Palladin en Judy Nylon van Snatch. De enige lp die deze kunstpunkband maakte bevat een nummer over de Duitse terreurbeweging Rote Armee Fraktion, met gastbijdrage van Brian Eno.

Interessant is de categorie ‘voor het eerst op vinyl’! De Sundragon Sessions van Ramones bestaat uit een ruwe mix van Leave Home uit 1977. Ooit waren de opnamen onderdeel van een boxset op cd. David Sylvians Dead Bees On A Cake krijgt een heuse vuurdoop op vinyl. Verschil met de cd-versie uit 1999? De fotohoes is gemaakt door Anton Corbijn en de in wit geperste schijf bevat vier nummers die er destijds niet op stonden. Evenals bij voorgaande RSD edities is David Bowies muzikale erfenis vertegenwoordigd. De meest aantrekkelijke en duurste (40 euro) is een 3-lp set met een concert uit 1978.

Over concerten gesproken. Dat legendarische optreden in koffiehuis Sin-é van Jeff Buckley? Verdeeld over vier plakken zwart goud, voor ongeveer vijftig euro. Lil Uzi Vert is een rapper met vrolijk wapperende dreadlocks wiens YouTubevideos door tientallen miljoenen mensen worden bekeken. Een mixtape op mp3-file gaat voortaan verder als grammofoonplaat. Van de Nederlandstalige punkband Frites Modern wordt een cassettebandje uit 1983 omgetoverd tot blauw vinyl. Curieus is de bijdrage van Antony Gormley. Beroep: beeldhouwer. De Britse kunstenaar won in het verleden de prestigieuze Turner Prize. Zijn album is een “portret in geluid” opgenomen in zijn “kathedraalachtige” atelier. Die Sounds Of The Studio zijn afkomstig van hamers, slijpmachines en lasapparaten.

Ongetemde Jimi Hendrix op Both Sides Of The Sky

1969 was voor Jimi Hendrix achteraf gezien een overgangsjaar. Hij probeerde een muzikale weg in te slaan die afweek van het werk dat hij maakte met zijn eigen Experience. Misschien wilde hij zich op deze manier ook losmaken van de druk die op hem lag. Het dubbelalbum Electric Ladyland was een onverwacht commercieel succes, en Hendrix behoorde in die tijd tot een van de best betaalde rockmuzikanten. Op het Woodstockfestival speelde hij al met deels andere muzikanten dan met zijn vaste metgezellen. Maar pas tijdens de talloze studiosessies merkte hij dat Billy Cox en Buddy Miles de ideale sparringpartners waren om, al dan niet via improvisaties, rock te mengen met funk en rhythm & blues. Aldoende ontstond de basis voor het trio Band Of Gypsys.

Hendrix’ artistieke zoektocht is ook zijn erfgenamen niet ontgaan. Eind jaren negentig namen zij het besluit om materiaal uit te brengen dat zijn experimenteerdrang moest staven. Dat gebeurde telkens in samenwerking met Eddie Kramer, Hendrix’ vaste opnametechnicus. Of je een reeks albums moet uitgeven met nummers die meestal onvoltooid zijn, want daar hebben we het in feite over, is natuurlijk voer voor discussie. Dat de muzikale expeditie van de gitarist op deze manier wordt gerestaureerd en in historisch perspectief geplaatst, zal ongetwijfeld zwaarder wegen dan een puur artistieke reden.

Both Sides Of The Sky bevat veredelde demo’s uit ’69 waarop Hendrix voornamelijk is te horen met Band Of Gypsys. Dat zijn meteen de beste nummers. Spelurgentie gekoppeld aan vurige schwung. Met dank aan de doortastende ritmische punch van drummer Buddy Miles. Vertrekpunt voor Hendrix om vrijuit te soleren en te stoeien met de klank die daarbij hoort. Dat alleen al maakt dit album de moeite waard. De linkshandige gitarist in topvorm. Ongetemd en ogenschijnlijk terloops, alsof het hem geen enkele moeite kost.

Maar laten we niet vergeten dat de plaat bovendien oefeningen en probeersels bevat. Zo is Cherokee Mist een improvisatie die veel belooft maar uiteindelijk nergens naartoe gaat. Eerder voorspelbaar dan verfrissend zijn twee nummers met typische kroegblues waar maar geen einde aan lijkt te komen. Een hoogtepunt is dan weer een gedreven en pittige uitvoering van het nummer Woodstock, mét zanger Stephen Stills die zichzelf begeleidt op orgel terwijl Hendrix enkele loopjes speelt op basgitaar. Ander bijzonder moment? Het vuurtje dat nog eenmaal oplaait in Hear My Train A Comin’, een van de laatste studio-opnamen van de Jimi Hendrix Experience.

Verwacht op dit album niet per se de weelderige, dwarse psychedelica waarmee we Hendrix hebben leren kennen. Vanwege zijn mateloze en veelzijdige talent is dit natuurlijk niet echt een gemis. Want het blijft verbazingwekkend hoe Hendrix ook nu weer te keer gaat. Hij bespeelt de Fender Stratocaster met hetzelfde gemak als waarmee de gewone sterveling bij de bakker om de hoek een broodje gaat halen. Het historische belang wordt extra wrang wanneer je bedenkt dat hij een jaar na deze welluidende vergezichten kwam te overlijden.

Both Sides Of The Sky verschijnt als dubbel-lp in een klaphoes. Het bijgevoegde boekje bevat veel foto’s en een uitgebreide, informatieve tekst. Omdat elke plaatkant hooguit drie à vier nummers bevat, is er voor de persing alle ‘ruimte’ om de ruwe dynamiek van de opnamen uit de groeven te laten knallen.

Jimi Hendrix – Both Sides Of The Sky (2lp, Sony Legacy 2018)

Ongrijpbare countrynoir van Melle de Boer op lp Temporary Bandage

Melle de Boer graaft zomaar een gat in de Garden Of Eden. Misschien om te ontsnappen aan het avontuur dat helemaal niet zo prettig begint. In de openingssong is namelijk sprake van een verband dat om een hardnekkige wond is gewikkeld. Desondanks komen De Boer en zijn muzikale metgezel Suzanne Ypma terecht in droombeelden en verhaaltjes vol verwondering en vermeend onheil. Over een man die liever geen bier meer drinkt met God maar met de duivel: “the only friend he got”. Over “a ghost too scared to scare you”.

Instrumenten worden door het tweetal niet gespeeld maar gebruikt om de liedjes in te kleuren. Personages in de teksten krijgen zo een duwtje in de rug, een hart onder de riem. Drums roffelen op en neer, een gitaar strijkt waar nodig de plooien glad en af en toen ontsnappen er excentrieke geluidjes uit een soort van synthesizer. Telkens gaat er een zekere onbevangenheid uit van muziek, zang en teksten. Net niet te zwaar op de hand, net niet te lichtvoetig. Juist daarom bevat deze plaat zoveel persoonlijkheid en karakter.

Opgediend met countrymuziek volgens beproefd Amerikaans recept. Maar dan wel de variant die onheilspellend klinkt, ingetogen en kwetsbaar. Songs die niet volgens een schematische structuur zijn opgebouwd, maar ter plekke wenden en keren, net als het leven zelf eigenlijk. Volgens de hoes werd de lp opgenomen in Billytown; een atelier- en studioruimte in Den Haag. Rafelend van klank en uitvoering. Zo hoor je het niet vaak meer. Dit is niet de klank van een kunstencentrum, maar van een boerenschuur op Neil Youngs Broken Arrow Ranch. Zoeken geblazen, bijna de hoop opgeven en ze tóch weten te vinden. Daar liggen de liedjes van Melle de Boer, als spelden in hooibergen.

Op zijn website mowingclub.com schrijft hij droogkomisch over de hindernissen die hij ondervond bij het uitbrengen van dit album. Over de muur aan bureaucratie bij rechtenorganisatie Sena, over de zakelijke deal wanneer de plaat zou verschijnen op het Excelsiorlabel. Na enig zelfberaad koos De Boer er voor om alles in eigen hand te houden. De financiering kwam tot stand via crowdfunding. Resultaat? Een lp geperst op zwart vinyl (zoals het hoort), een zeefdruktekening op de hoes, een poster met teksten en een bijgeleverde cd op een stukje karton. Dat krijg je dus allemaal in huis, en dan moet het echte avontuur nog beginnen. Prachtplaat!

Melle de Boer – Temporary Bandage (eigen beheer lp, 2018)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Recensie: Af Ursin Murille eerbetoon aan het analoge

Dus zo kan het ook. We waren het bijna vergeten: avantgarde zonder gebruik te maken van een laptopcomputer. Want waar het uiteindelijk op aan komt zijn de ideeën, de durf, het talent, het muzikale inzicht. Zaken die bij Af Ursin volop aanwezig zijn. Af Ursin is het pseudoniem van de Belg Timo van Luijk. Zijn muziek weerspiegelt het adagium van John Cage, namelijk dat omgevingsgeluiden eveneens tot de muzikale taal behoren. Niet dat Af Ursin omgevingsgeluiden maakt, integendeel, maar zijn collageachtige gebruik van akoestische instrumenten en voorwerpen lijkt niettemin te refereren aan geluiden van alledag.

Tegelijkertijd weerklinkt er een samenspel tussen Westerse avantgarde en Aziatische muziek (zie wederom John Cage). Zoals onder meer blijkt uit de tuimelende gamelanklanken die in hun voortdurende aanwezigheid sijpelen en inkleuren. Andere geluiden en instrumenten vallen hierdoor extra op. Opeens is er die freejazz-saxofoonsolo, gevolgd door schrapende noise (in het werk Astral Twist), en soms zelfs rituele zang.

Blijkt niet alleen prima samen te gaan, het bezorgt de muziek zelfs een onderhuidse spanning. Een andere meerwaarde die al doende ontstaat is de ondertoon van melancholie, omdat je beseft naar iets te luisteren wat bijna uitgestorven is, zeker in de avantgarde. This Heat had het, Tortoise op zijn betere momenten, en voor mijn part de platen van het Nonesuch-label met Indonesische en Javaanse muziek: muziek die toegankelijk en experimenteel tegelijk is, vastberaden maar nooit opdringerig, bescheiden en uitnodigend, sierlijk en rudimentair, muziek die inelkaar vlecht en katalyseert. En alsof dit niet genoeg is, is Murrille ook een eerbetoon aan het analoge, want een grammofoonplaat uitgebracht in eigen beheer.

(eerder gepubliceerd via Cut-up, 2002)

Recensie album Cielo: Glice ontregelt met klankkastjes en strijkers

Doorgaans wordt Glice in verband gebracht met een genre dat binnen de officiële muziekhistorie stiekem haar eigen niche heeft gecreëerd: noise. Uit het nieuwe album Cielo blijkt echter dat je met ‘lawaai’ het Amsterdamse duo ernstig te kort doet. Hier gaat het niet om het opschroeven van decibellen maar om minder is meer. Ruben Braeken en Melle Kromhout verkennen de mogelijkheden van klank en geluid die voor de luisteraar en wellicht ook voor henzelf verrassend uitpakken. Opvallend aangenaam dat je niet altijd weet waar de muziek naartoe gaat. Een ander soort ontregelen kortom dan bij de gekende noise-niks Merzbow en Wolf Eyes.

De plaat begint met een schrapend gitaargeluid dat subtiel wordt ondermijnd door een meeglijdende doffe dreun. Dat leest natuurlijk raar en onwerkelijk maar al luisterend is het wonderlijk om te horen hoe het tweetal zulke contrasten gewoon gaat benadrukken, simpelweg door er heel geraffineerd de tijd voor te nemen. Er volgen meer tegenstellingen. Glice voegt ze samen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Volgens de oude Grieken laten zwanen zich pas horen wanneer de kauwen stil zijn. Een metafoor voor de stelling dat wijze en goed geïnformeerde mensen pas spreken wanneer anderen er het zwijgen toe doen. In Jackdaw (Engels voor kauw) komen na dissonante geluiden een melodie spelende cello en viool aan het woord. En slotstuk Animalicule eindigt zelfs in neuriënd, unheimisch gezang.

Glice kiest niet voor muziek die makkelijk in het gehoor ligt maar voor desoriëntatie en vervreemding. Hetzelfde gevoel dat je krijgt bij de soundtrack die Mica Levi maakte voor de film Under The Skin. Glice lijkt bovendien het gedachtegoed van Edgard Varèse te omarmen. De Franse componist beschouwde zichzelf als “een arbeider in ritmen, frequenties en intensiteiten”. Bij Glice ontstaan ritmen, frequenties en intensiteiten uit klankkastjes, effect- en vervormingsapparatuur, aan elkaar verbonden door kabeltjes en snoertjes. Het levert hoe dan ook een album op waarmee Glice zich buiten de niche van de noise plaatst. Prachtig ongrijpbare muziek.

Glice – Cielo (Narrominded lp 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Jubileumuitgave smeekt om eerherstel: Their Satanic Majesties Request – The Rolling Stones

Het zwarte schaap in de Rolling Stonesfamilie. Toen Their Satanic Majesties Request in december 1967 het licht zag, moest de wereld nog bijkomen van dat ene Beatlesalbum. Sindsdien is de plaat van de Stones een minderwaardigheidscomplex en imagoprobleem aangepraat. 1967 was toch al een rampjaar voor Mick Jagger, Keith Richards en Brian Jones. Om zich te verantwoorden voor drugsbezit kwamen de heren elkaar vaker tegen in de rechtszaal dan in een muziekstudio. Verspreid over enkele maanden werd met frisse tegenzin alsnog het album voltooid.

Schrikken geblazen. Het rauwe geluid van de Stones opzij gezet voor een op muziek gezet experiment; om de geest te verruimen en in het geval van de band, het geluk weer op gang te brengen. En geluk is zoals we weten los zand, ongrijpbaar, iets dat soms vlak voor je neus ligt zonder dat je het in de gaten hebt. Zo is het ook met Their Satanic Majesties Request. Een aantal songs balanceert aanvankelijk halfslachtig tussen vorm en improvisatie, maar kiep als luisteraar de ballast van het verleden achterover, ga er eens goed voor zitten en ontdek patsboem dat de meeste nummers zich inventief en flamboyant uitkristalliseren. Met dank aan de superieure geluidskwaliteit van deze heruitgave.

En The Rolling Stones zoals we ze kennen duiken bij nader inzien regelmatig op tussen de hoeveelheid uitheemse instrumenten en de fijnzinnig gearrangeerde strijkers (door John Paul Jones de latere bassist van Led Zeppelin). Over vrijwel de hele plaat prikkelen gitaarriffs als rotsjes in de psychedelische branding. Best uitdagend om al herontdekkend terug te horen: dat gitaarwerk en Jaggers stem van elastiek in een sfeer die exotisch, oriëntaals en uitgelaten is. Tijdens de intro van Sing This All Together (And See What Happens) vraagt Jagger: “where’s the joint?”. En net als bij The Beatles en andere bands die toendertijd de psychedelica omarmden, begint de hallucinerende trip van de Stones bij het hoesontwerp: op de cover een duizelig makende driedimensionale foto (uniek in 1967!), in de klaphoes een doolhof tegenover een Jeroen Bosch-achtig schilderij.

De beste nummers zijn ook vijftig jaar later nog de beste nummers: Citadel, She’s A Rainbow en natuurlijk 2000 Light Years From Home, waarin een glansrol voor Brian Jones. Met de sinistere klank van een mellotron stuurt hij de song richting onheil. Mick Jaggers tekstuele metafoor over eenzaamheid wordt zo wel heel erg wrang. Naar verluidt schreef hij de tekst in een politiecel. Een liedje geschreven door bassist Bill Wyman, In Another Land, is een ‘druggy’ sprookje dat herinnert aan de vroege Pink Floyd. Zo zie je maar weer. Een jubileumuitgave kan zoveel meer zijn dan een marketingconcept. Zeker in dit geval maakt de speciale editie een weerloos album weer waardevol.

Bovendien ziet deze handgenummerde “50th anniversary edition” er prachtig uit. Meervoudig valt de hoes uit te vouwen en op de voorzijde pronkt de bandfoto in het bekende 3D effect. In bijgaand boekje heeft muziekhistoricus Rob Bowman zo zijn eigen opvattingen. Het instrumentale deel van Sing This All Together (And See What Happens) verwijst volgens hem naar de muzikale gekte in The Return Of The Son Of Monster Magnet van The Mothers Of Invention. Inderdaad, dat zou zomaar eens kunnen, maar om vervolgens te beweren dat de Stones met hun aanpak vooruitblikken op de “sonic textures” van Miles Davis’ Bitches Brew is op zijn zachtst gezegd nogal vergezocht. Wel houdt Bowman terecht een pleidooi om Their Satanic Majesties Request te beschouwen als een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Stones, van rhythm-and-blues band naar uitvinders van moderne rock voor de jaren zeventig.

De luxe set bevat lp’s en sacd’s in zowel mono als stereo. Met name de stereoversie op vinyl laat een ongekunstelde plaatsing horen van zang, muziek en geluidseffecten. De weergave is zo helder en energiek dat het experiment met effecten en afwijkende instrumenten er volop van profiteert. Hierbij vergeleken klinkt de monovariant stug en eendimensionaal. Opvallend is de gelijkenis tussen de heruitgave en een originele Engelse lp in stereo. Op de laatste is de muziek misschien iets pittiger, maar ook rommeliger in details (o.a. bekkens).

Het geluid van de reissue bezit een prettige schwung waarnaar het heerlijk luisteren is. Voor beide sacd’s gaat min of meer hetzelfde op, maar zoals wel vaker klinken opnamen uit de jaren zestig gewoon veel beter op vinyl. Vanzelfsprekend zijn audiovergelijkingen vaak afhankelijk van smaak, persoonlijke voorkeuren en kwaliteit van de afspeelapparatuur. Over details gesproken. Op het vinyllabel van de lp’s is de vermelding van de oorspronkelijke platenmaatschappij Decca gehandhaafd in het originele lettertype. Voor de kenners: unboxed!

The Rolling Stones – Their Satanic Majesties Request (ABKCO/Universal 2017)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)