Plaatsvervangers van Thomas Heerma van Voss: popmuziek als autobiografie

Wanneer Thomas Heerma van Voss over popmuziek schrijft bedoelt hij eigenlijk zíjn vorm van popmuziek. In Plaatsvervangers is de Amsterdamse romanschrijver geobsedeerd door zijn favoriete artiesten en tegelijk uiterst openhartig over zijn eigen leven in samenhang met de muziek.

Zijn streven is duidelijk: “Ik heb geen maatschappelijke boodschap of missie, wellicht niet eens een educatief oogpunt, ik wil alleen de onrust in mijn hoofd verdrijven, alles op een rijtje krijgen om het de zweem van een functie te geven.”

Volgens de achterflap schrijft Heerma van Voss over muzikanten die iets kunnen wat hij niet kan. Over rappers die overal lak aan hebben. Hij schaamt zich er bijna voor. Dan is hij nog de puber die veilig achter zijn pc zit in zijn jongenskamer in Amsterdam Oud-Zuid. Op de omslag een grammofoonplaat met ezelsoortje.

Heerma van Voss is niet alleen idolaat maar ook in staat om op journalistieke wijze muziek te duiden en in een context te plaatsen. Bijna je reinste gonzoverslaggeving. Je komt het nauwelijks meer tegen in de Nederlandse media. Een van de beste stukken in deze bundel met zes omvangrijke verhalen, is zijn eerbetoon van vijftig pagina’s over de omstreden hiphopartiest Tim Dog. Een fascinerende figuur waarover Heerma van Voss bevlogen en net zo fascinerend schrijft. Een ander hoogtepunt is zijn avontuur in New Orleans op bezoek bij de vergeten rapper Master P.

De schrijver gaat persoonlijke teleurstellingen niet uit de weg wanneer hij merkt dat artistieke verrassingen bij de door hem bewonderde muzikant op gegeven moment uitblijven. Bijvoorbeeld wanneer hij gaandeweg zijn interesse verliest in de Britse zanger Damon Albarn en diens talrijke muziekprojecten. “Wanneer kwam er eindelijk weer een twist die ik niet had zien aankomen of meteen kon begrijpen?”

Plaatsvervangers handelt zoals gezegd over popmuziek en Heerma van Voss zelf. “Ik bevind me in een ruimte waarvan ik geen idee heb hoe ik er ben beland en ik tast anderen af om te achterhalen wat ze denken, om tevergeefs te voorkomen dat ze me vergeten.” Dat de schrijver zich oprecht en kwetsbaar opstelt, versterkt de kracht en klasse van deze autobiografische verhalen. Of ze nu over hiphop gaan, filmcomponist Hans Zimmer, of over zijn voormalige website Hiphopleeft. “Er zijn mensen die muziek vooral beschouwen als vorm van vermaak. Voor mij draaide mijn bestaan erom. Ik vormde mijn identiteit aan de hand van klanken die uit mijn cd-speler kwamen.”

Thomas Heerma van Voss – Plaatsvervangers (Thomas Rap/De Bezige Bij 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

De eeuwige cultplaat van sixtiesband July

Doorgaans zijn de platen die worden omschreven als miskend meesterwerk amper het aanhoren waard. Superlatieven alom, herontdekking van de eeuw, u kent het wel. Ook over July zijn de anekdotes in de loop der jaren bekender geworden dan de muziek. Zo gaf men in 1968 een concert in de toenmalige undergroundclub Roundhouse, samen met een andere “up and coming band”. Nadat July haar optreden had beëindigd vroeg de dj van dienst of ze niet nog een set wilden spelen. Reden om een andere groep die op dat moment op het podium stond, te vragen of ze eerder wilden stoppen. Volgens hem omdat het publiek er niks aan vond. De band die voortijdig werd heengezonden was Pink Floyd.

Het debuut van July behoort tot de meest gezochte lp’s in de popmuziek. Voor een originele persing betaal je algauw rond de 2000 euro. July had het in zich om heel groot te worden, maar kreeg plots bezoek van ene Murphy en zijn geen-speld-tussen-te-krijgen Wet. Er was veel te weinig studiotijd geboekt en kort na de release van het album ging tot overmaat ramp de platenmaatschappij failliet. Aan de muziek heeft het niet gelegen. Het album staat vol met fraaie, psychedelische pareltjes. Ze doen denken aan de eerste Pink Floyd lp, vermengd met het studio-experiment van The Beatles op Sgt Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Zomaar was daar ineens in ’68 dit nederige meesterwerkje. Zo bescheiden van karakter dat niemand het kocht. Elke song scherpzinnig, een tikje sophisticated, uiterst muzikaal en inventief. Wellicht beschikte July over te weinig charisma om zich staande te houden tussen de grote namen van dat moment. Een van de zangers, Tom Newman, schopte het nog tot producer van een klassieker die wel iedereen kende en kocht: Tubular Bells van Mike Oldfield. Maar hij mag natuurlijk trotser zijn op de plaat die hij maakte met July.

July – July (Major Minor/Parlophone/Music On Vinyl 1968/2017)

Zangeres Sevdaliza maakt eigenzinnig egodocument

Was ISON niet de bijnaam van een komeet die onverschrokken de kring rondom de zon indook? Om daar vanuit de kilte van de duisternis de warmte op te zoeken, waarna deze reis uiteindelijk fataal afliep?

Ook Sevdaliza kiest de weg van ogenschijnlijk veel weerstand. In de songs van de Iraans-Rotterdamse is het spannend aftasten tussen zang en beats. Alhoewel songs? DJ en producer Mucky (van dubstep-trio NoizBoiz), smeedt over de voordracht van de zangeres een laag beats en elektronische klankvervormingen, die experimenteler en gedurfder zijn dan wat je doorgaans hoort op de gemiddelde dance- en popplaat. Minimaal, subtiel en geraffineerd. In enkele nummers geeft een piano tussen de beats melodieus tegengas. Dikwijls klinkt de muziek als een onderkoelde versie van Massive Attack. Sevdaliza doet intussen veel met haar stem. Ze zingt, zucht of fluistert, het timbre vaak licht hees. Al doet ze soms teveel en werkt haar stem in sommige nummers op de zenuwen.

ISON lijkt een muzikale en thematische variant op Under The Skin, de film waarin een buitenaardse entiteit de gedaante van een vrouw aanneemt en, als overlevingsmechanisme in een voor haar onbekende wereld, haar eigen identiteit en realiteit opzoekt. Waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaat. Sevdaliza overleeft en komt gelouterd tevoorschijn.

Gelouterd omdat ze begrijpt dat het leven een zoektocht is naar mogelijkheden om op een andere manier om te gaan met datzelfde leven. De zangeres gebruikt verkenning en zelfbespiegeling als muzikale meditatie. Natuurlijk is er altijd de twijfel als metgezel. Neem het beklemmende Human: “my precious disguise, business so cold, can’t cope with my own, how to not fail”. Teksten krijgen alleen al door haar intonatie een dubbele betekenis. Op zeker moment herhaalt ze telkens “what I meant, what I meant”.

Die zwaarmoedigheid, die ook op de luisteraar vat krijgt, wordt door Sevdaliza en haar muzikale partner omgetoverd in beklemmende songscapes. Mooi dat het duo zich hierin vastbijt en volhardt in een en dezelfde sfeer en de slowmotion als uitvoering. Prachtige, weerbarstige plaat.

Het label Music On Vinyl heeft ISON verpakt in een luxueuze klaphoes en het vinyl geperst in gebroken wit. Op de hoes het artwork van de Amerikaanse Sarah Sitkin, kunstenaar van bizarre collages in ambigue sculpturen. Van deze vinylversie zijn duizend genummerde exemplaren verschenen.
Sevdaliza – ISON (Twisted Elegance/Music On Vinyl 2017)
(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Vinylbox Studio 12 zet Haarlemse Ultrabeweging voorgoed op de kaart

Nexda. Zeg de bandnaam hardop en je krijgt een idee van de muziek die erbij hoort. Typerend voor de experimentele beginfase van de jaren tachtig. Dat de intonatie van de bandnaam bijna iets weggaf over de aard van de muziek. Terwijl grote namen artistiek gezien het spoor bijster raakten (David Bowie, Bob Dylan, Rolling Stones), kon je voor muzikaal avontuur terecht bij een onderstroom aan kleine platen- en cassettelabels. Alles in eigen beheer om met minimale middelen een maximaal effect te bereiken. Mooi meegenomen dat veel betrokkenen net van de kunstacademie kwamen. Het was de tijd van undergroundblad Vinyl (inclusief flexiplaatje) als tegenhanger van Muziekkrant OOR. En achteraf het verbijsterende besef dat de VPRO met radioprogramma Spleen twee uur lang experimentele muziek uitzond, op zondagmiddag.

Underground was ook Ultra, een kunst- en muziekbeweging ontstaan uit een serie concerten in het Amsterdamse Oktopus. Muziek? Hoekig, licht abstract, een tikje absurdistisch. Er werd geëxperimenteerd vanuit de ideologie dat het verklanken van ideeën belangrijker was dan popliedjes met kop- en staart. Bekendste namen: Minny Pops, Mekanik Kommando en Nasmak. De beweging waaide algauw over naar andere steden waaronder Haarlem.

Tussen 1980 en ’84 verscheen veel Ultramuziek uit de Noord-Hollandse stad via Studio 12. Studio, cassettelabel en ontmoetingsplek voor een stel vrienden en gelijkgestemden. Stuwende kracht is Wim Dekker, destijds tevens eigenaar van kleding- en platenzaak Amigos. Het is in deze winkel dat The Ex in 1980 haar debuut-lp presenteert. De drummer speelt met de rug naar het publiek wegens ruimtegebrek. De oorspronkelijke cassettebandjes van Studio 12 zijn nu verdeeld over vijf plakken vinyl in een fraai vormgegeven boxset. Oplage 444 stuks. Je krijgt er ook nog een boekje en een single bij. Eerste hoogtepunt is de introductie Muzak For Critics, waarop Pieter Mulder de toon zet met een bizar, duister werkje vol vervorming en vertraging. De rest van de plaat bevat instrumentale nummers met ritmeboxjes en ijle sfeermuziek door middel van synthesizers, o.a. bespeeld door Dekker. Bijna een alternatieve soundtrack voor The Shining en Blade Runner.

De boxset bevat louter herontdekkingen. Neem Die Krü Blødt. Metalen techno en dubmuziek bijeengehouden door weirde interventies die leiden tot een sculptuur aan verwrongen geluid en zang. In weerwil van de rare naam is de muziek prachtig en tegelijk dansbaar. De invloed van dubguru Lee Perry valt ook te horen bij Karin Hueting & Ivo Schalckx, kortweg K&I. Het tweetal gebruikt het genre als basis voor verkenning en samensmelting van klanken die een op de een of andere manier een ongrijpbare emotie oproepen. Nexda, de band die Studio 12 het meest frequenteerde, klinkt anno nu tamelijk magertjes. De rituele ritmes en de lange speelduur van de nummers werken averechts, temeer omdat de muziek uiteindelijk nergens naartoe gaat. Beter op dreef is Nexda opeens op de plaat Dirt & Junkride. Absurdisme vermengd met klapwiekende dub.

Het meest fascinerende van deze uitgave is dat de muziek eens kan worden beluisterd los van de context van toen. Horen hoe vernieuwingsdrang leidt tot ongekende klankmogelijkheden. Heel bijzonder om te ontdekken hoe goed het achteraf allemaal was en belangrijker, nog altijd is. Verfrissend: muziek die op zoek gaat naar een probleem in plaats van naar een oplossing. Muzikanten die zichzelf wegcijferen. Niet voor niks heten opvallend veel nummers Untitled. Er is al een tijdje internationale herwaardering voor de Ultrabeweging, dankzij tentoonstellingen en publicaties. Originele platen en cassettes zijn collector’s items. Eigenlijk is de stroming net zo waardevol en legendarisch als de Nederbeat van de jaren zestig.

Laten we de vaderlandse bescheidenheid voor een keer varen met dit artefact uit de jaren tachtig. Deze boxset is een cultuurhistorisch document van de Nederlandse popmuziek. Een klassieker in wording.

Studio 12 Recordings 1980-1984 (Blowpipe Records/Vinyl On Demand Records 2017)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Dankzij de murals krijgt Heerlen een kleurtje

Uitkijken geblazen dat je niet over een stoeprand struikelt. Op bijna elke hoek word je aangestaard door kunst in het groot. Gewoon buiten, recht voor de raap. Ofwel de muurschilderingen van Heerlen.

De murals dus. Bij voorkeur niet uit te spreken met Engelse tongval, maar op zijn Spaans por favor. De oorsprong stamt uit het Mexico van ruim honderd jaar geleden, ter verbeelding van de destijds ontstane la Revolución Mexicana. Rebellen tegen de regering. Toen waren de muurwerken bedoeld om de laaggeletterde bevolking in afgelegen gebieden te informeren over overheidsbesluiten. De kunstenaars die hiertoe de opdracht kregen, gaven echter steeds meer gehoor aan de onvrede van het volk. Die waren de wurggreep van de heersende klasse en de economische crisis spuugzat. Stakingen en onlusten leidden tot een heuse burgeroorlog onder leiding van onder meer Emiliano Zapata. Het zou de opmaat worden voor een modern Mexico.

Aldoende zijn de murals als serieuze kunststroming ontstaan. De erkenning en waardering volgde pas na een flinke boost, dankzij de talrijke werken in die ene stad die net als Heerlen een gedaantewisseling onderging: Berlijn. De eerste schilderingen stonden afgebeeld op een muur die symbool werd voor de Koude Oorlog, de grens tussen Oost en West. De betonnen wand werd nadien de East Side Gallery genoemd, met een lengte van 1,3 km het grootste openbare kunstwerk ter wereld.

Diezelfde kunstmuur, thans onder Denkmalschutz, mondde uit in de Berliner Mauerkunst. Wie wel eens in de Duitse hoofdstad is geweest, met name in de wijk Kreuzberg, weet wat wordt bedoeld. In Heerlen ontstond op gegeven moment eveneens de noodzaak om afbraak en bijna neergang in te kleuren. Dat leidde in 2011 tot het kunstproject Lak Aan Braak. Daarvoor was er de artistieke aanloop d’RAW, een ‘drawing showcase’ in museum Schunck. Tijdens deze expo was werk te zien van onder meer de beruchte straatkunstenaars Rammellzee en Dr. Rat.

Want ja, ook Heerlen was een stad in verval, zeker na de sluiting van de mijnen. Lange tijd maakte de Limburgse gemeente en het eromheen gelegen gebied Oostelijke Mijnstreek, tegenwoordig Parkstad, een weerloze indruk. De laatste tien jaar echter kregen met hulp van gemeenteinvestering gevels en gebouwen een opknapbeurt, waarna steeds meer initiatieven op gebied van kunst en cultuur ontstonden. Het toegenomen cultuuraanbod heeft het aantal evenementen in of nabij de binnenstad danig aangewakkerd. Spraakmakend zijn het theaterfestival Cultura Nova en het internationale breakdance-event The Notorious IBE.

Wie de Heerlense ontwikkelingen kritisch volgt ontdekt dat die metamorfose niet per se vlekkeloos verloopt. Heerlen kampt net als veel andere middelgrote gemeenten met leegstand, van het oude koopstadimago is het lastig afscheid nemen, en er is vanaf de eerste bouwsteen reuring over een prestigieus megabouwproject dat moet leiden tot een multifunctioneel treinstation. Wie Heerlen per spoor nadert ziet de hijskranen af en aan zwenken. Toch is er een verfrissend tegengeluid. Met het project Streetwise wordt lokaal ondernemerschap gestimuleerd, terwijl in het winkelcentrum steeds vaker jonge ondernemers een nering drijven op ambacht en specialisme.

In Mexico, Berlijn en Heerlen is er niet zomaar wat kunst op de muren gekliederd. Aan sommige van de weelderige schilderingen kleeft een symboliek van al dan niet verborgen boodschappen. Kunstenares Faith47 maakte in de Heerlense Coriovallumstraat een Maria-afbeelding. In een interview noemt ze haar voornaamste inspiratiebronnen, onder wie politiek activist Noam Chomsky en de Zapatistas, het vrijheidsleger uit de Mexicaanse revolutie. Haar Maria houdt zowel een handbel in de aanslag als een sleutel waarmee je een stadspoort opent. Is hier sprake van het luiden van de noodklok, terwijl een oplossing nabij is? Onder haar armen vindt een gevecht plaats tussen een hond en een zwaan, waarin de kwetsbare watervogel zo te zien het onderspit delft.

Het doet denken aan een schilderij uit 1650 van Jan Asselijn: een witte zwaan die haar nest eieren beschermt tegen een uit het water opduikende hond. Op een van die eieren staat ‘Holland’ geschreven. Het doek groeide uit tot symbool voor de bedreigde en later vermoorde staatsman Johan de Witt. Hij vond dat een land moest worden bestuurd door burgers. De Witt moest zijn manifest ‘De Ware Vrijheid’ uiteindelijk met de dood bekopen.

Diverse websites met aandacht voor urban art, beschouwen Heerlen als Nederlandse hoofdstad van de streetart. Dankzij de murals werden al meerdere prijzen in de wacht gesleept, waaronder de Dutch Street Award 2017. Tegenover de bushaltes langs de Spoorsingel staat een aantal gebouwen die er wat haveloos uitzien. Op de gevels omvangrijke muurschilderingen, zoals Ode Aan De Arbeider. Een werk dat het verleden van de voormalige mijnstad naar het heden haalt. De beste kunst is kunst die letterlijk terugkijkt, die de toeschouwer dwingt even pas op de plaats te maken. In Heerlen gebeurt dat laatste bijna op iedere straathoek.

In The Art Life wekt David Lynch zijn kunst tot leven

David Lynch had ooit een voorstelling over zijn leven als beeldend kunstenaar: “koffie drinken, sigaretten roken en schilderen. Dat is het. Misschien komen er ook meisjes bij.”

De opzet van de documentaire The Art Of Life is vrij eenvoudig. We zien de filmregisseur aan het werk in zijn atelier, terwijl hij via zijn eigen voice-over zijn levensverhaal vertelt. De 71-jarige Lynch is behalve maker van films nadrukkelijk beeldend kunstenaar. Zijn doeken vallen te omschrijven als absurdistisch en surreëel. We zien hem aan het werk in zijn atelier dat uitzicht biedt over de heuvels van Hollywood Hills in Los Angeles. Af en toe gaat hij een stukje rijden.

The Art Life gaat dus over de kunstenaar en niet de regisseur Lynch. De enige film die ter sprake komt is Eraserhead. De beelden van dit bizarre, experimentele debuut komen nog het meest overeen met zijn doeken. Lynch is opvallend openhartig wanneer hij vertelt over zijn leven dat hij doorspekt met flink wat anekdotes. Die brengt hij met zoveel gevoel voor timing dat het bijna filmscènes worden. Zo had hij als klein jongetje een droom waarin een gewonde, naakte vrouw voorkomt. Ter illustratie zien we een kunstwerk dat hieraan refereert.

Verder zien we hem de ene na de andere filtersigaret opsteken waarna hij in rookwalmen naar een van zijn doeken blijft staren. Zijn vierjarige dochtertje Lula is eveneens vaak in beeld. Soms verft ze ijverig mee met pa die overigens een knalgeel polshorloge draagt.

Lynch praat graag en veelvuldig over zijn jeugdjaren, de verhouding tot zijn ouders en de invloed die de kunstacademie van Philadelphia op hem had. Toch raakte de jonge David gefascineerd door de schilderkunst toen hij voor het eerst de vader van een vriend ontmoette, kunstenaar Bushnell Keeler. Over hem maakte de latere speelfilmregisseur in 1967 een korte home movie. Het sterk biografische gehalte van de documentaire over Lynch wordt nog eens benadrukt aan de hand van foto’s en familiefilms uit het privébezit van het gezin waarin hij opgroeide. Gaandeweg ontstaat het beeld van een gedreven visionair die een eigen universum heeft gecreëerd dat volkomen losgekoppeld is van de wereld zoals wij die kennen.

 Documentairemaker Jon Nguynen werkte tweeënhalf jaar aan The Art Life. “We verzamelden uiteindelijk zo’n 25 uur aan interviewmateriaal, waaruit we de film samenstelden. De originele opnames geven we aan zijn dochter, als ze ouder is. Er is zo veel moois dat de film niet heeft gehaald. Ongelooflijke verhalen, over zijn grootouders en over zichzelf toen hij jong en ondeugend was. Maar die zijn alleen voor Lula.”
(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)

Rob Eijsvogels overleden, eigenaar Satisfaction, oudste platenzaak van Limburg

Na een langdurige ziekte is Rob Eijsvogels, tot voor kort eigenaar van de oudste platenzaak van Limburg, op woensdagavond 19 juli overleden. Welke Heerlenaar kocht niet zijn of haar eerste plaat bij Satisfaction? In de jaren tachtig groeide de winkel uit tot ontmoetingsplek voor fans van toen opkomende metalbands als Iron Maiden.

De allereerste keer dat ik Satisfaction bezocht was in 1977. De laatste keer vorige week. In mijn herinnering heette de winkel destijds nog toepasselijk Elpee, gevestigd aan de Geleenstraat. In de tussenliggende decennia, tussen mijn eerste en meest recente aanschaf, tussen Rumours van Fleetwood Mac en Damn van Kendrick Lamar, werd Satisfaction een begrip onder muziekliefhebbers. Eigenaar Rob Eijsvogels bleek net zo markant als zijn winkel die hij in 1973 startte.

Rob was iemand die er er alles aan deed om de winkel draaiende te houden. Terwijl hij voor de zoveelste keer de cd Close To The Edge van zijn favoriete band Yes opzette, merkte hij dat klanten steeds vaker vroegen om liveopnamen van hun favoriete bands. Geen probleem. Korte tijd later verkochten zogenaamde bootlegs als de bekende warme broodjes. Ook niet bepaald voor de hand liggende undergroundgenres als gothic, electro en hardcore lagen in de winkel voor het oprapen.

Omstreeks 1985 heb ik een poosje als hulpje achter de toonbank gestaan in het huidige pand aan de Oranje Nassaustraat. Met lede ogen zag ik de overgang aan van de lp naar de kort ervoor geïntroduceerde cd. Rob verdroeg mijn laten we zeggen andere muzieksmaak en bestelde zonder morren voor de winkel mijn soms zéér obscure albumtips. Toch stuurde hij me een keer naar huis omdat ik tijdens de jaarlijkse balansopmaak telkens de slappe lach kreeg bij het monotoon opdreunen van pakweg elf keer achterelkaar 17 gulden 90. De onbedoelde lachpauzes waren voor Rob aanleiding om teneinde raad uit te roepen: “zo komen we niet verder Harry”.

Toch waren het gouden tijden voor Satisfaction, dé plek om je Pinkpopkaartje te kopen. Op zaterdagen en koopavonden stond de winkel bomvol. Om een plaat te beluisteren moest je soms wachten op een vrije plek bij de koptelefoons. Rob bekeek de latere opkomst van internet en downloaden met gemengde gevoelens. Soms benadrukte hij de gestaag teruglopende omzet met uitspraken als “internet heeft alles kapotgemaakt”.

In de loop der jaren sprak ik wel eens oud-medewerkers die zich beklaagden over de volgens hen op zijn zachtst gezegd niet al te soepele samenwerking met Rob. Ook klanten die de laatste jaren de winkel bezochten, zagen iemand die zich te pas en te onpas negatief uitliet over van alles en nog wat. Desondanks leidde dat weleens tot de nodige hilariteit. Zeker wanneer hij zich tegenover mij beklaagde over het schoonhouden van zijn privézwembad! Ik herinnerde hem er fijntjes aan dat hij bij mijn weten toch maar mooi de enige plaatverkoper was in Nederland met een eigen zwembad in de tuin!

Samen met Rob heb ik wel eens een uitwedstrijd bezocht van Roda. Tegen PSV. Wij naar Eindhoven. Zagen we op een zaterdagavond in het Philips Stadion hoe de thuisclub Roda van de mat veegde met 4-0. Gelukkig zaten we op een door Rob gekozen tribune met stoelverwarming.

De laatste keer dat ik hem sprak was toen we elkaar per toeval tegen het lijf liepen op een zonnige middag in de stad. Ondanks zijn ziekte maakte hij een montere indruk. Hij had zelfs vakantieplannen. De bittere realiteit heeft hem intussen ingehaald. Rob Eijsvogels werd 64 jaar. Satisfaction gaat gewoon door, per 1 januari is de winkel in handen van nieuwe eigenaar Ruud. Rob zou niet anders willen. Met het toch onverwachte verlies wens ik zijn vriendin en vier dochters veel sterkte.

(eerder gepubliceerd via ZwartGoud)