Wethouder Barry Braeken over ‘Urban Heerlen’: “mensen gaan overtuigd worden door daden”

H
Pancratiusplein Heerlen

In zijn ruime kantoor hangt een variatie beeldende kunst aan de muur. Toch heeft Barry Braeken als wethouder niet alleen cultuur in zijn pakket, maar ook centrumontwikkeling en ruimtelijke ordening. Tijdens onze ontmoeting maakt hij een indruk die je het beste kunt omschrijven als goedgehumeurd en ongedwongen. Type ik-laat-me-niet-gek-maken. De wethouder betreedt het stadhuis alsof hij bij de bakker om de hoek binnenloopt. Nadat hij het bezoek iets te drinken heeft aangeboden, schenkt hij voor zichzelf gretig een glas cola in. Cola light voor de zekerheid. “Hier zit geen suiker in”.

Mede onder zijn verantwoording is een twintig pagina’s tellend bidboek verschenen dat leest als een pamflet om het lang geteisterde Heerlen weer op de been te helpen. Urban wordt het begrip waarmee de stad zich de komende jaren wil gaan profileren. De eerste contouren zijn reeds zichtbaar. Loop door de binnenstad en ontdek de murals en het megastation Maankwartier. Van de muurschilderingen is met ingang 1 juli een plattegrond verkrijgbaar. Maar Heerlen heeft meer urbane plannen, samengevat als ambities.

Kun je uitleggen waaróm dit bidboek is geschreven? Waarom is het nodig voor de huidige situatie in Heerlen?
Braeken: “Het was nodig om na de centrumvisie van 2005 de vraag te stellen wat willen we nou met het centrum, zeker met alle leegstand, en wat hebben we bereikt met cultuur. Een andere reden is dat je als Heerlen nu eens een keuze wilt maken waar we echt voor gaan. De makke van de afgelopen decennia is dat er geen echte keuze is gemaakt. Ondanks dat de centrumvisie een goed verhaal was, zag je van daaruit geen duidelijk profiel oprijzen. Een derde reden is pragmatisch. De provincie heeft voor stedelijke ontwikkeling een kader vastgesteld waarin veertig miljoen beschikbaar is gemaakt voor Limburg en 32 voor de vier grootste steden. Dat was een aanleiding om te zeggen: nu schrijven we het ook goed op.”

barry_braeken

In het bidboek is duidelijk sprake van ambities. Een woord waarmee je je als gemeente indekt omdat je niet weet of een en ander kan worden gerealiseerd.
“Je kunt het op twee manier benaderen: of we formuleren vijf speerpunten en dan weten we honderd procent zeker dat we die gaan halen. Maar het gevaar is dat je dan alleen aandacht hebt voor die vijf. Dan denkt de buitenwereld: ik hoef blijkbaar niks te doen, niet alles is van belang. We hebben daarom bewust gekozen voor 25 ambities. Dat is veel. Er staat letterlijk in dat we denken dat niet alle ambities bereikt zullen worden. Ze zijn alle 25 belangrijk, maar bij vrijwel allemaal hebben we ook andere partijen nodig. Als andere partijen zich geen moeite doen dan is het helaas, dan gaan we die ambitie niet halen.
Dan grijp je ook naast de kans dat je overheidsgeld zou kunnen krijgen om ook je eigen ambities te realiseren.”

Zijn er ook ambities die je persoonlijk het liefst gerealiseerd ziet worden? Waarbij je als wethouder het gevoel hebt, nou deze moeten echt gaan lukken?
“Alle 25! Ik ga niet in die valkuil trappen. Ik ga niet binnen die 25 een prioritering aanbrengen. Dat ga ik gewoon niet doen. We gaan voor alle 25.”
De wethouder slaat de handen ineen om zijn betoog kracht bij te zetten: “en misschien worden het uiteindelijk maar twintig. Als we in 2020 er 20 hebben gerealiseerd ben ik een gelukkig man.”

In het bidboek is sprake van het aangaan van allianties met andere partijen en betrokkenen. Vastgoedmensen en pandeigenaren bezitten vaak meerdere panden in de stad en hebben zo veel macht. Zij kunnen zeggen bekijk het met je bidboek, wij trekken ons eigen plan. Hoe wil je deze partij over de streep trekken om samen te werken?
“Er is een paar maanden geleden vastgoedoverleg gestart. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met zeven partijen, grote vastgoedeigenaren. Met hen zijn de grote lijnen van het bidboek al eerder gedeeld met vragen als: herkennen jullie dit, zien jullie dit ook als een richting? Natuurlijk roepen ze: we behouden onze individuele rechten voor. Maar ze tonen zich wel bereid om hier verder over door te praten. We gaan ongetwijfeld veel hobbels tegen komen, en er zal hier en daar nog best ruzie ontstaan, maar ik ben er niet pessimistisch over. Het feit dat ze aan tafel zitten en meepraten in een goede sfeer geeft mij goede hoop.”

Veel van de plannen lijken vooral gericht op jongeren, de creatieve industrie en studenten. De oudere bewoner komt nauwelijks aan bod. Die moeten het maar uitzoeken zo lijkt het.
“Dit vind ik een interessante discussie. In een bidboek geef je vooral aan wat je nog niet hebt en wat je wil ontwikkelen. In het centrum wonen al veel ouderen. Dus je hoeft niet de ambitie uit te spreken dat er meer ouderen moeten gaan wonen. Die zijn goed vertegenwoordigd. Ik geloof niet meer in een generatiekloof. In het Amerika van de jaren vijftig kwam de popmuziek voor de blanken helemaal vanuit het niets. Die ouders schrokken zich wild. Dat was duivels, Elvis Presley, je kent het wel. Dat is niet meer. Degenen die toen naar Elvis luisterden zijn nu opa’s en oma’s, en die zijn nog steeds geïnteresseerd in popmuziek. Heel veel ouderen vinden urban elementen als murals en breakdance ook heel leuk. Ouderen zijn niet geïnteresseerd in een binnenstad waar ze alleen maar leeftijdgenoten tegen komen. Die willen ook een mix van verschillende generaties.”

Maar ze worden niet betrokken bij de initiatieven en plannen die nu op tafel liggen.
“We zijn nu aan het denken om in de tweede helft van 2016 een urban week te organiseren waarin je ook de bevolking betrekt en mee laat praten. Meer kan ik er nu nog niet over zeggen.” Na een slokje van zijn favoriete frisdrank benadrukt de wethouder: “de reacties die ik krijg zijn heel erg positief: ‘we kunnen niet precies de vinger leggen op wat urban is, maar het gevoel is goed’”.

20160609_100557

In meerdere opzichten ligt in Heerlen het best bewaarde geheim van Nederland. Het Romeinse badhuis uit vermoedelijk 40 na Christus, is min of meer verborgen onder het immense dak van het Thermenmuseum. Er tegenover, in een kantoortje van makelaar Aquina, bevinden zich onder een glasplaat de resten van een Romeinse kelder. Het muurtje is ook te zien door een luchtrooster aan de zijkant van het kantoorgebouw. Het besef van de archeologische waarde voor Heerlen begint echter nu pas langzaam door te dringen; mede dankzij de inspanningen van archeoloog en museumconservator Karen Jeneson.

Ondanks dat alle plannen rondom het badhuis en de omliggende omgeving (Romeins kwartier) nog moeten worden opgestart, wordt in het bidboek gesproken van het verdubbelen van het aantal bezoekers aan het archeologisch erfgoed. Hoe denkt de gemeente dit voor elkaar te krijgen?
Glimlachend: “Ah, da’s een makkie. Een van de gemakkelijkste ambities die erin staat.”

Echt?
“Ja echt. Het aantal bezoekers aan het Thermenmuseum is nu schokkend laag. Dat is heel erg zonde want daar ligt natuurlijk een van de meest bijzondere monumenten van Nederland. Dat gebouw dat er om heen staat is natuurlijk een gribus. Met de ontwikkeling van het Romeinse kwartier willen we ook toewerken naar een nieuw gebouw, liefst transparanter, dat veel meer bezoekers zal trekken, ook omdat het hele gebied veel meer over archeologie en erfenis zal gaan. Dat is een ambitie waarvoor ik mijn hand in het vuur durf te steken, die gaan we zeker halen.”

Kun je iets meer vertellen over deze ‘urban heritage’.
“Het liefst willen we ook het Raadhuisplein (pal achter het stadhuis-red.) open leggen. Er zijn vermoedens op basis van kaarten uit de jaren dertig dat er een publiek gebouw heeft gelegen, langs een Romeinse weg. Op dit plein is nooit bebouwing geweest, misschien alleen in de Romeinse tijd.”

Ondanks alle ontwikkelingen en initiatieven blijft er een hardnekkige groep inwoners voor wie ‘het nooit goed is’. Zij zullen, al dan niet via sociale media, met argusogen naar de ideeën kijken. Hoe wil je die mensen overtuigen van het belang van het bidboek?
“De categorie mensen ‘het is nooit goed’ gaan we niet overtuigen. Voor hen maakt het niet uit wat we opschrijven. Ik ga geen namen noemen, maar die categorie bestaat. Als ik op social media kijk vind ik de berichten over het algemeen heel positief, maar het gevaar is natuurlijk dat je vooral in je eigen kring reacties hoort. Ik denk dat veel mensen overtuigd gaan worden door daden, zeker als die eenmaal worden uitgevoerd vanuit het bidboek.”

Noem eens een voorbeeld.
“Ik had onlangs een gesprek met een aantal ondernemers. Daar was de kritiek: ‘heeft de gemeente wel een visie? Wat wil de gemeente met het centrum?’ Maar nadat ze het bidboek hadden gelezen werd er gezegd: ‘oké, dit is een goed verhaal, er is wél een keuze gemaakt. We zijn blij dat er iets gaat gebeuren.’”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

 

Rolling Stones slaan plank mis met Totally Stripped

RSTS
In 1995 gaven de Rolling Stones zomaar ineens optredens in grote popzalen, waaronder ons eigen Paradiso. Totally Stripped is min of meer een heroverwogen variant op het album Stripped, dat delen van de oorspronkelijke liveregistratie bevat. Enkele ballads zijn geschrapt, sommige klassiekers werden toegevoegd. Terwijl steeds meer concerten van de Stones de laatste jaren in de archiefserie From The Vault verschijnen, krijgt Totally Stripped een officieel releasetintje, al is de reden hiervoor niet helemaal duidelijk.

De titel is best misleidend. Geen enkel nummer klinkt gestript of intiem, maar opgetuigd met galm en gecomprimeerde bombast. Ook in de uitvoeringen zijn versieringen aangebracht, waardoor iets van de beoogde sfeer ver is te zoeken. Kortom, van de typische Stonessound, rauw en smoezelig, is weinig tot niets herkenbaar.
Integendeel. Over het geluidsbeeld lijkt een digitale klankdeken gedrapeerd, waarbinnen akoestische gitaren wollig klinken en elektrische partijen nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden. Ook de muzikale uitwerkingen maken het er bepaald niet beter op. Miss You dreunt als een gebed zonder einde; Street Fighting Man zou met zijn nadrukkelijke pianobijdrage zomaar van Bruce Springsteen kunnen zijn; achtergrondzangeressen treden meer dan eens op de voorgrond (in o.a. Gimme Shelter); en horen we daar niet een accordeon in de countrysong Faraway Eyes? De enige die te midden van dit alles overeind blijft, is Mick Jagger. Zijn zang verkeert in blakende vorm, zoals altijd eigenlijk.

Binnen het oeuvre van de Rolling Stones zal deze dubbel-lp uitgroeien tot onbedoelde tegenpool op de gekende livekrakers Get Yer Ya Ya’s Out en Love You Live. Totally Stripped is Rolling Stones voor hipsters.

Met deze lp heb je zoals dat heet wat in handen. Neem alleen al de afmeting. De hoes is een centimeter breder dan gebruikelijk. Alle ruimte dus voor Anton Corbijns mooie zwart-witfoto op de voorzijde. Wie de zogenaamde triplehoes openklapt vindt in het midden een inschuifkartonnetje voor de dvd, met beelden die een groot aandeel Amsterdam bevatten: de Stones per rondvaartboot door de grachten; gesprekjes met bezoekers en in de kelder van Paradiso een gospelachtig Tumbling Dice als opwarmertje.

Andere hoogtepunten zijn de huiselijke studiosessies, die een aandoenlijk Wild Horses opleveren en het zelden gespeelde The Spider And The Fly. Met enige verbazing vraag je je tijdens het kijken af waarom deze ‘totally stripped’ setting niet is gebruikt voor de reguliere optredens. Zowel de vinylpersing, het artwork en de verpakking van deze uitgave zijn overigens voorbeeldig.

(eerder gepubliceerd via Vinyl50.nl)

Bob Dylan – World Gone Wrong: simpelweg een van zijn allermooiste albums

Dylan WGW

Voordat de carrière van Johnny Cash in ere werd hersteld, maakte Bob Dylan begin jaren negentig al twee albums waarop hij zichzelf begeleidde op akoestische gitaar. En net als Cash bladerde Dylan voor inspiratie door het Amerikaanse songboek: om te stuiten op de hoofdstukken blues, country en folk. Good As I Been To You kwam dus als een verrassing. De reeks met Cash en producer Rick Rubin moest immers nog beginnen.

Opvolger World Gone Wrong bleek grimmiger van toon, somber, meer crisisblues dan meezingfolk. De dood is nooit ver weg in teksten en thema’s. Achter op de hoes vertelt Dylan als een ware muziekarcheoloog over betekenis en achtergrond van deze traditionals, die afkomstig zijn van obscure voorgangers als Blind Willie McTell en Frank Hutchison. Volgens Dylan moeten we zijn ‘liner notes’ zien als een aansporing om te luisteren naar “die oude platen, naar die echte opnamen, want die van mij zijn slechts tweedehands”.

World Gone Wrong werd opgenomen bij Dylan thuis in Malibu. Dat is te horen. Met zijn licht schurende stem vijzelt hij elke song op naar momenten die je intiem kunt noemen, puur en oprecht. Alsof je Dylans beginperiode erin terug hoort. Bijzonder dat hij voor bijna elk nummer een eigen intonatie en daarmee gepaste diepgang en ontroering creëert. Ter compensatie klinkt zijn gitaarspel eerder lucide. Zoals Dylan geheimen uit de Amerikaanse muziekhistorie blootlegt, zo zou ook World Gone Wrong veel meer waardering en erkenning moeten krijgen. Het is simpelweg een van zijn allermooiste albums.

Over het vinyl: hier hebben we erg lang op moeten wachten. Meer dan twee decennia na de officiële vinylrelease in 1993 heeft Sony/Columbia eindelijk de rechten vrij gegeven voor een lp-reissue. In de tussentijd doken meerdere illegale kopieën op, waarvan de kwaliteit gek genoeg niet eens zo slecht bleek. Maar een erkende heruitgave kun je natuurlijk het beste over laten aan Music On Vinyl. Dan kun je er van op aan dat hoes en persing van hoge kwaliteit zijn.

Het zou zomaar kunnen dat het schilderij op de hoes de oorzaak is van de vinylvertraging. Boven Dylan, gezeten achter een tafeltje in een Londens café, hangt een schilderij van ene Peter Gallagher. Om gedoe over beeldrecht voor te zijn besloot het Dylankamp het werk te kopen. Gallagher maakte alsnog bezwaar waarna de platenmaatschappij beloofde zijn naam voortaan te vermelden op latere persingen; al wordt hij op deze reissue niet genoemd. Volgens Gallagher refereert zijn doek aan l’Etranger, de gelijknamige roman van Albert Camus over een onbegrepen, in zichzelf gekeerde moordenaar.

Bob Dylan – World Gone Wrong (Sony/Columbia/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Vermomming en interpretatie discoklassiekers door Discohen

Discohenhoes

Je moet maar durven. Iets radicaal veranderen dat onwrikbaar vastligt in het collectieve muziekgeheugen. De Utrechtse band Discohen ging aan de slag met discohits uit de jaren zeventig en tachtig. De beat eruit, melodieën naar de achtergrond en de teksten gearticuleerd à la Leonard Cohen. Het resultaat is echter indrukwekkend. En ja, zanger Teije Venema prevelt inderdaad precies als de Canadese bard.

Ring My Bell, dat was toch dat schattig klinkende meer dan dubbelzinnige liedje van Anita Ward? Discohen maakt de hit uit 1979 opeens bitter en dramatisch. Dankzij de vertragingen in tempo en de fluisterzang van Venema krijgen de teksten in deze en andere uitvoeringen een andere wending en betekenis, een andere lading zelfs. Vaak is de muziek behoedzaam en broeierig. Bijna bloedstollend is de variant op Physical van Olivia Newton-John. Luister alleen al naar het eerste couplet begeleid door akoestische gitaar. Wie had dat ooit gedacht?
Je reinste schuifeljazz weerklinkt in Do Ya Think I’m Sexy? van Rod Stewart. En Madonna’s Like A Virgin had niet misstaan op de laatste plaat van Nick Cave.

Erg fraai is de wijze waarop Venema de Rolling Stonesklassieker Miss You naar zich toe trekt. In de oorspronkelijke versie bezingt Mick Jagger de verloren liefde. Bij Discohen krijg je de indruk dat een door New York dwalende pooier zijn favoriete hoertje is kwijtgeraakt. Wanneer achtergrondzangeres Fenneke Schouten naar de voorgrond treedt zoals in Don’t Leave Me This Way (Thelma Houston), gaan de gedachten even uit naar Lee Hazlewood en Nancy Sinatra.

Luisteren naar deze plaat is je verwonderen over wat je allemaal kunt doen met de strakke beat en dansbaarheid van discoklassiekers. De verbazing over de transformatie werkt vooral heel sterk wanneer je de originele nummers behoorlijk goed kent, als je er min of meer mee bent opgegroeid. Dan blijkt hoe bijzonder vermomming en interpretatie door Discohen zijn verkend en uitgediept. Hier verandert het discofeestje van banale suggestie in een nachtclub vol zwoele melancholie en verleiding. Prachtplaat.

Popular Positions is door de band zelf uitgebracht op een plak vinyl van 180 gram. De opname, geproduceerd door Discohens Pim van de Werken, klinkt mooi transparant, waarbinnen de zang passend naar de voorgrond is gemixt. Vlak erachter zit de muziek: spaarzaam, sfeervol en gelaagd. Op de hoes een glossy zwart-witfoto van een zoenend stel in regenachtig glitter. De plaat kun is alleen via de band zelf te bestellen.

(eerder gepubliceerd via Vinyl50)

Radiohead A Moon Shaped Pool meesterlijk artistiek statement

radioheadartforthenewalbum2016

Laten we er niet te lang om heen draaien. A Moon Shaped Pool is een bescheiden meesterwerk. Een album boordevol verborgen hints, beeldspraak en aanwijzingen. Voorafgaand aan de albumrelease speelde Radiohead nog verstoppertje. Berichten op twitter- en facebookpagina werden gewist, de eigen site ging blanco. Alsof men met een schone lei wilde beginnen.

Allengs werden stukjes strohalm aangereikt in songs en beelden die meer duiding en context prijsgaven. Burn The Witch refereert zowel aan de film The Wicker Man als aan de Britse animatieserie Trumpton (let op de eerste lettergreep). In beide gevallen handelt het om een kleine, fictieve gemeenschap waarvan de inwoners de schone schijn ophouden. Volgens een van de makers van de bijbehorende video moet het nummer worden gezien als commentaar op de vluchtelingencrisis, die ook in Engeland leidde tot heksenjachtsentiment. Als onderdeel van de albumrelease ontvingen enkele fans via de post ansichtkaarten waarop werd vermeld “we weten waar je woont”, herinnerend aan de retoriek van xenofobe politici.

Burn The Witch geldt binnen de discografie van Radiohead als een song die vaker in een andere vorm is uitgeprobeerd, maar in deze versie voor het eerst het licht ziet. Dat laatste geldt ook het bleke, bijna grauwe gelaat van Thom Yorke. In de deels in Los Angeles opgenomen, door Paul Thomas Anderson geregisseerde video van Daydreaming, zien we de zanger dwalend van de ene locatie door het andere interieur. De enkele keer dat we zijn lippen zien bewegen zingt hij “beyond me beyond you”. Aan het einde worden zijn woorden vervormd tot iets dat naar verluidt lijkt op “every minute, half of my love“.

Desert Island Disk doet met zijn bijna folkachtige benadering denken aan singer-songwriters John Martyn en bij vlagen aan Nick Drake. Ful Stop leunt op de ritmische ‘motorik’ van krautrockbands als Neu!. En ook The Numbers opent als een song van pakweg veertig jaar geleden. Maar wat nog het meest opvalt is de toon van het album. Die is ingetogen, somber zelfs. Alsof bandlid Jonny Greenwood, bekend van zijn muziek voor films van Anderson, de soundtrack heeft geschreven voor Thom Yorke, wiens ruim twintigjarige relatie met vriendin Rachel in 2015 op de klippen liep.

Indicaties dienen zich aan via metaforen. Decks Dark opent met “and in your life there comes a darkness”. De titel is een verbastering van Rick Deckard, hoofdpersonage uit de sciencefictionfilm Blade Runner. In de toekomstige dystopie Los Angeles wordt Deckard verliefd op een vrouwelijke replica, een exacte kopie van een menselijk wezen. Naam? Rachel.

Yorke’s stem is sowieso meer dan ooit prominent, sierlijk zoekend en zwevend in een sfeer van bijna ondraaglijke melancholie waarin strijkers, akoestische gitaar of piano de dienst uitmaken. Tegelijk is de experimenteerdrift van de band overeind gebleven. Verdwenen zijn weliswaar de elektronische ritmes op recente vorige albums, des te vaker dartelen vervormingen, minicollages en audiokunstjes door het geluidsbeeld.

Op dit maanlandschap van Radiohead mag de luisteraar ruim vijftig minuten landen in een ontmoeting tussen digitaal en analoog, tussen herkenning en aftasten. Net zoals op de maan overwegend donkere kraters te zien zijn, overheerst op A Moon Shaped Pool duisternis en de ijdele zoektocht naar hoop en licht. “Selfdefense against the present, the present tense”, zingt Yorke ergens. Afweermiddel tegen een werkelijkheid die alleen maar vragen oproept en nooit antwoorden geeft, waardoor je als vanzelf je eigen waarheid gaat creëren. De waarheid van Radiohead is meer dan voldoende: een meesterlijk artistiek statement.

(eerder gepubliceerd via ThePostOnline)

Popfestival Desert Trip brengt levende legenden bijeen

DS

Aan het weer zal het niet liggen. In Zuid-Californië kun je het hele jaar door van de zon genieten. In het najaar schommelt de temperatuur tussen de 20 en 25 graden. Aardig toeven dus in de bij het stadje Indio gelegen ‘desert valley’ Coachella; bekend van het gelijknamige popevent waar ook de jetset van Hollywood zich graag toont. Op 7, 8 en 9 oktober vindt op dezelfde locatie festival Desert Trip plaats. De programmering leest als de natte droom van Pinkpopbaas Jan Smeets.

Op het affiche staan Bob Dylan, Paul McCartney, Rolling Stones, Roger Waters, Neil Young en The Who. Niet gek voor Paul Tollett, die in de jaren tachtig nog concerten organiseerde voor punkbands, maar als huidig Coachella-directeur de mega-acts na een jaar van overleg en soms persoonlijke onderhandelingen, uiteindelijk wist over te halen. Naar verluidt ontvangen de artiesten als beloning een gage van een slordige 7 miljoen dollar. Naar Californië reizen ze af met een eigen podiumuitrusting en entourage.

Voor de gelegenheid wordt er tijdens Desert Trip een ministadion gebouwd dat plaats biedt aan 70.000 toeschouwers. Om binnen te komen betaal je 199 dollar (ongeveer 175 euro), een weekendkaart gaat vanaf 399 dollar. Die prijzen vallen reuze mee vindt Tollett in Rolling Stone. Volgens hem benaderen ze de entree voor het Coachellafestival. De op sociale media veelgemaakte opmerking dat het zou gaan om een uitje voor babyboomers is niet helemaal terecht als je bedenkt dat veel van de bands de afgelopen jaren wereldwijd concerten gaven die maar geen afscheidstoernees wilden worden, meestal indruk maakten en jubelende recensies kregen. Zeker in Nederland. Wie de Rolling Stones zag (Pinkpop 2014), Bob Dylan (Carré, Muziekgebouw 2015) of Paul McCartney (Ziggo Dome 2015), kan er over meepraten. Overigens komen de Beatlesbassist en Neil Young binnenkort warm draaien in ons land.

Een ander punt van kritiek dat veel van de optredende artiesten teruggrijpen op het standaardrepertoire, gaat eigenlijk alleen op voor Rolling Stones, Paul McCartney en The Who. Desondanks gaat het om namen die voor de popmuziek van onschatbare waarde en invloed zijn en, in sommige gevallen, nog altijd verrassen met nieuwe albums. En als we de berichten mogen geloven werken de Stones momenteel aan een eresaluut aan het genre waarmee het voor hen allemaal begon: de blues. Ook al zoiets onverwoestbaars.

desert trip

(eerder gepubliceerd via ThePostOnline)

Muzikale anarchie: Duitse krautrockband Faust

Faust 1972

Wist ik veel. Wat ik wel wist was dat ik niet goed wist wat ik ermee aan moest. En hoe de plaat in mijn bezit was gekomen. Wanneer ik ‘m uit de kast haalde was dat vooral om ernaar te kijken. Wat nog niet meeviel. De voorkant stond volgeschreven met stukjes tekst uit Engelse kranten. Bij het zien van de achterzijde werd ik duizelig van een optisch lijnenspel. Aan de muziek was ook al geen touw vast te knopen. Flarden gesprekken uit wat leek op een leefgemeenschap, hooguit schetsen van songs. Ik snapte er niks van. Muziek in de vorm van een soort collage, daar was ik, een jaar of 16, nog niet aan toe tijdens mijn eerste kennismaking met deze plaat. Pas veel later ontdekte ik dat ik zomaar een album van de legendarische Duitse band Faust in mijn bezit had.

Eind jaren zestig begint het toenmalige West-Duitsland de erfenis van de Tweede Wereldoorlog krachtig van zich af te schudden. Het is de tijd waarin een jonge generatie een gevoel van ontnuchtering en desillusie ervaart en studenten vragen stellen over het nazi-verleden van hun ouders. Ophef ontstaat na een demonstratie in West-Berlijn tegen de sjah van Perzië (het huidige Iran), die uitmondt in de dood van student Benno Ohnesorg door de politie in 1967. Het incident leidt tot protest en radicalisering van Duitse actiegroepen die zich onder meer afsplitsen in de links-extremistische en gewelddadige Rote Armee Fraktion.

Faust debut

Deze ontwikkelingen en de steeds grotere acceptatie van rockmuziek in Europa, worden voor Duitse kunstacademiestudenten, die zich niet direct met politiek bezighouden, een belangrijke motivatie om in muzikaal opzicht te radicaliseren. De toekomst moet opnieuw worden uitgevonden, de breinen beginnen te kraken.

Jean-Hervé Péron is een van de oprichters van Faust: “We kenden in de jaren zestig de rock ‘n’ roll en blues. Prima. Niks tegen de blues. Maar het is niet datgene wat wij willen uitdrukken. Dus we zijn 18, 20 en we hebben iets te melden. We voelen een enorme druk. We hebben het over 1968. We hebben het over de sociale onrust in Europa, in Frankrijk, en over de gedemoraliseerde generatie jongeren in Duitsland.” Een voorhoede van beeldend kunstenaars, muzikanten, schrijvers en filmers manifesteert zich nadrukkelijk in het sterk veranderende culturele landschap bij onze oosterburen.

Ook ik radicaliseerde. Ik voelde de behoefte om muziek te beluisteren die anders was, die het experiment opzocht en niet uit de weg ging. Zo kwam ik al snel uit bij een aantal nieuwsgierigmakende bands uit Duitsland. Die zoektocht verliep achteraf gezien vrij eenvoudig. In de internetloze jaren tachtig waren zeldzame platen nog vindbaar én betaalbaar. Voor drie tientjes werd ik eigenaar van Can’s Tago Mago, in envelophoes. In een kringloopwinkel betaalde ik acht gulden (bijna 4 euro) voor de tweede lp van Kraftwerk: met gifgroene verkeerspion op de voorzijde, verschenen op ons eigen Philips-label. In die jaren hengelde ik eveneens voor een paar gulden uit de schappen een album met lege notenbalken op de hoes, Faust IV.

Faust IV

Om de lp van Fausts debuut zit een röntgenfoto van een gebalde vuist. De muziek bestaat voor een deel uit een tableau in de vorm van een collage en, bij wijze van contrast over de hele kant twee, een psychedelische rockjam. Opvolger So Far bevat een pikzwarte hoes waarin behalve de lp, een prentenset, ter illustratie van ‘songs’ die vollopen met gitaarriffs en vondsten die zo vanzelfsprekend klinken dat je tijdens het luisteren denkt: waarom is hier niemand eerder op gekomen? Het album laat zich telkens weer urgent en verrassend aanhoren.

Dat geldt min of meer ook voor de samenwerking met de Amerikaanse violist en avantgardepionier Tony Conrad. Tijdens een bezoek aan de Faustcommune in het plaatsje Wümme omstreeks 1973, belanden gezamenlijke opnamen op een album met mantra-achtige droneklanken. Drone kan worden bereikt door middel van een aanhoudend geluid of door herhaling van een noot. Zo ontstaat een tonaliteit waarop de rest van het stuk voortborduurt. De in april 2016 overleden Conrad geldt als een van de grondleggers van deze muziekvorm. Voeg er de Faustrock aan toe en je hebt een album dat tamelijk uniek is: Outside The Dream Syndicate. De plaat is intussen opnieuw uitgebracht.

Faust Outside

Faust krijgt aanvankelijk enige bekendheid omdat het album The Faust Tapes (1973) in korte tijd meer dan vijftigduizend keer over de toonbank gaat. De platenmaatschappij, het pas begonnen Virgin Records, lijkt het bij wijze van stunt een aardig idee om de lp te verkopen voor de prijs van een 45-toerensingle. Aangezien de plaat jaren nadien relatief vaak opduikt in bakken tweedehands, moet het luisteren naar Faust voor velen een verdeeld genoegen zijn geweest. Van het album worden steevast tientallen exemplaren aangeboden op verkoopsites als Discogs. Het was echter deze plaat, met duizelingwekkend hoesontwerp van kunstenares Bridget Riley, die me voor het eerst liet kennis maken met de mij toen nog onbekende Duitse band.

Veel heeft de verkooptruc niet geholpen. Rond het midden van de jaren zeventig wordt de Sturm und Drang van de Duitsers voortijdig tot staan gebracht. Een in de studio van discoproducer Giorgio Moroder in München opgenomen album, wil de platenmaatschappij niet eens meer uitbrengen. Pas veel later zal Chris Cutler, drummer van avantgardeband Henry Cow, waarmee Faust vaak heeft opgetreden, de muziekrechten overnemen. Via zijn Recommended Records verschijnen heruitgaven op vinyl, waarna Faust wordt herontdekt door een jonge generatie muziekliefhebbers die op dat moment een hausse aan bands onder de noemer new wave omarmt. De hernieuwde interesse leidt in 1990 tot een reünieconcert in Hamburg. Van de partij zijn bandleden uit de begintijd: Werner Zappi Diermaier, Jean-Hervé Péron en Hans Joachim Irmler.

Faust Tapes

Wie schetst mijn verbazing wanneer ik in februari 1995 tijdens het Tegentonenfestival in Paradiso in afwachting ben van een optreden van Faust. Op de bühne metershoog opeengestapelde televisietoestellen van het type antieke beeldbuis. Tijdens het optreden schijnt een kunstenaar iets te gaan schilderen op een canvas. En wat doen die balen hooi naast het podium? Simpel, ze worden halverwege het optreden per hooivork het publiek ingegooid. Péron beëindigt het mafste optreden waar ik ooit bij mocht zijn, door met een voorhamer de bollende tv’s stuk voor stuk aan gort te slaan. Dat ploffende geluid in de Amsterdamse poptempel, voor even omgetoverd tot boerenschuur, zal ik niet snel meer vergeten.

Muziek en albumvormgeving maken dat Faust radicaal afwijkt van wat tegenwoordig gangbaar is. De muziek van de band klinkt als een antwoord op zoek naar een vraag, waarbij associatie en spontaniteit even belangrijk of misschien wel belangrijker zijn dan het goed kunnen spelen van een instrument. Alles wat maar een beetje neigt naar herkenbaarheid breekt Faust rigoureus af. Zo gaat de songvorm verloren in een kluts van collage en improvisatie, om deze, wanneer het toevallig zo uitkomt, in verminkte staat op te pakken. Het is een van de redenen waarom de platen van Faust jaren na die eerste ontdekking telkens weer een belevenis zijn om naar te luisteren.

Selectieve discografie
Faust (Polydor 1971/2014)
So Far (Polydor 1972/2010)
The Faust Tapes (Virgin 1973/RéR 2010)
Outside The Dream Syndicate (met Tony Conrad) (Caroline 1973/Superior Viaduct 2016)
Faust IV (Virgin 1974/2009)
Return Of A Legend: Munich & Elsewhere (Recommended 1986)
Rien (Table Of The Elements 1994)
You Know faUSt (Klangbad 1997)
Disconnected (met Nurse With Wound) (Art-Errorist/Dirter 2008)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)