Recensie: Jett Rebel viert rock ’n roll ambacht met Don’t Die On Me Now

jett-rebel-hoes

Jett Rebel mag ons via een bijsluiter graag vertellen over opname en totstandkoming van zijn albums. Het grootste poptalent van Nederland is het gebrek aan durf bij veel hedendaagse popmuziek blijkbaar niet ontgaan. Zelf geeft hij de voorkeur aan opnameapparatuur uit de jaren zeventig, het tijdperk van kabeltjes en brommende buizenversterkers. En wie jaren zeventig zegt, zegt alles kan, niks moet, en we proberen het gewoon eens.

Het eerder dit jaar verschenen Truck en nu dus Don’t Die On me Now getuigen van Jett Rebels geloofsbelijdenis in geluid dat niet door computers wordt platgepolijst. Hij heeft er zelfs een liedje over geschreven: Nothing Turns Me On Like A Rock ’n Roll Song. Vierde de collage hoogtij op het met cassettebandjes opgenomen Truck, de basis voor de opvolger werd gelegd tijdens een huiskamertournee door New York: met bassist Xander Vrienten en drummer Kees Schaper uit zijn vaste begeleidingsband. De laatste speelt bij voorkeur op een slagwerksetje à la Ringo Starr van The Beatles.

Don’t Die On Me Now blijkt net zo excentriek en ambachtelijk als zijn voorganger. Het album bevat flamboyante pop en rock, een hoofdrol voor de elektrische gitaar, ultrakorte sfeermomentjes of audiograpjes. Neem het midden in een nummer weglopen van en terugkeren naar de zangmicrofoon (Take It As A Present). Toch is Jett Rebel op deze dubbel lp veel meer dan stoeien met opnametechniek. Geëngageerd in de anti-Donald Trumpsong Blonde Like You, zelfkennis in Devious Child. De trapsgewijs naar boven wijzende gitaarsolo in Green is simpelweg indrukwekkend.

Door de eigenzinnige aanpak en hoeveelheid indrukken, krijg je soms het gevoel of hij de controle verliest over zijn artistieke dwangdrang, maar dat is slechts schijn. Don’t Die On Me Now is vintage Jett Rebel. Gewoon, omdat hij op deze wijze zijn muziek ver boven de op de loer liggende rockclichés uit tilt. Die oerkreetjes, de lo-fi pauzemomentjes, de tomeloze onbevangenheid; de luisteraar het gevoel geven dat muziek maken niet zo moeilijk is, maar intussen…

Opvallend is de vormgeving van de hoogglans klaphoes. Binnenin zien we een fotocollage met vrouwelijke lichaamsdelen. De kleurrijke letters doen denken aan de typografie in brieven waarin ontvoerders losgeld eisen. Meer symboliek op de voorzijde. Jett Rebel met bloederige wonden aan handen en voeten, als een Jezusfiguur die van het kruis is gedaald om rock ’n roll, liefde en vrede te prediken. Op de achterzijde zien we hem in wit gewaad ten hemel opstijgen. Missie geslaagd. Bijgeleverd is een bijlage met alle teksten en een pamflet tegen digitale popmuziek. Onnodig, want met deze uitgave per vinyl levert Jett Rebel dé blauwdruk voor zijn eigen, fraaie gesamtkunstwerk.

Jett Rebel – Don’t Die On Me Now (Baby Tiger Records/Sony/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Recensie Pink Floyd vinyl reissues Ummagumma en More met eigen karakter

more_630 ummagumma_630

Het najaar 1969 als dubbel-lp verschenen Ummagumma moeten we zien als een schone lei. Als opstapje om na het vertrek van Syd Barrett en diens lieflijke liedjes, via de experimenteerdrang van Rogers Waters te belanden bij de legendarische jarenzeventig albums. Op dit buitenbeentje in de Pink Floyd discografie mogen de vier overgebleven bandleden eerst nog afzonderlijk stoeien met geluidskunst en songvormen. In David Gilmours compositie The Narrow Way schemert reeds de latere Pink Floydsound, net als in de pastorale folksongs van Waters, compleet met geluidseffecten van tsjilpende vogels, bromvlieg en een vliegenmepper.

De andere plaat bevat een weergave van de optredens in die tijd. Ook op het podium nam de band ruim afstand van de studioversies. Aan de hand van psychedelische improvisaties klonken deze een stuk ruiger en uitbundiger. De uitvoering van Careful With That Axe Eugene werd vooral bekend vanwege de oerschreeuw tijdens de intro. Overigens speelde de band een van de vroegste versies van dit werk, onder de titel Keep Smiling People, tijdens een optreden in ons eigen Paradiso, mei 1968.

Maar wat blijft er na bijna vijftig jaar over van dit curieuze album? Nou, beslist veel moois. Ummagumma is een auditieve ontdekkingsreis, een beetje excentriek, maar met de terugwerkende kracht van deze reissue klinkt de plaat nog altijd uiterst geïnspireerd.

Dat geldt ook voor de soundtrack van de intussen weliswaar gedateerde drugsfilm More. De plaat, die enkele maanden voor Ummagumma verscheen, bevat instrumentale sfeermomenten en folkachtige songs. Én de cultklassiekers Cirrus Minor en The Nile Song. Ofwel: na een dromerig genieten van natuurschoon volgt het brute ontwaken in de vorm van een stevige brok proto-metal. Een dergelijk contrast zou het herboren Pink Floyd gaan typeren onder de artistieke hoede van Roger Waters.

Ondanks dat met name Ummagumma nog vrij makkelijk is te vinden in bakken tweedehands, zijn deze twee reissues, zeker voor wie een zwak heeft voor vers vinyl, erg de moeite waard. Enkele opvallende verschillen met de oorspronkelijke uitgaven: in het oneindige spiegeleffect toont de originele hoes van Ummagumma, linksboven in de spiegel waar Richard Wright op een krukje zit, een exemplaar van A Saucerful Of Secrets. Op de nieuwe hoes is dit om onduidelijke reden weggelaten. Het beroemde gele label met Harvestlogo is vervangen door een detailvariant in donkerblauw. Pluspunt is dat op de heruitgaven een barcode ontbreekt, zoals het hoort natuurlijk. Jammer genoeg is de teruggevouwen flipbackrand aan de achterzijde van More niet overgenomen maar gefotoshopt.

Verder niets dan lof. De 180-grams persingen klinken ruisvrij en de weergave ‘remastered from analogue tapes’ zorgt voor een transparant en droog geluid. Effe wennen voor wie bekend is met de originele, analoge opnamen, waarvan de authentieke klank beter lijkt te passen bij de muziek van toen. Lijkt, want deze reissues bezitten een heel eigen karakteristiek: neutraal, zonder inkleuring of versiering. Je hebt geen moment het gevoel dat je naar een digitale restauratie luistert.

(eerder gepubliceerd via Vinyl50)

Inktzwarte groeven bij Teenage Slaves Of Satan

Hoes TSOS

Teenage Slaves Of Satan laat vaker en meer van zich horen. Een hernieuwde of voor sommigen eerste kennismaking is er op 2 september. Dan presenteert de deels Limburgse band een nieuw album dat onlangs van de persen rolde. Letterlijk. Een heuse vinyl-lp!

Ouder werk liet een band horen die associatief klonk, alsof rocksongs via een collage binnenstebuiten werden gekeerd. Muzikale raakvlakken met onder meer Kyuss en Black Sabbath kwamen steeds verder buiten gehoorsafstand te liggen. Zeker op de nieuwe plaat, die in twee dagen tijd werd opgenomen. Zoiets klinkt algauw als een statement. “Repeteren en opnemen is voor ons hetzelfde”, aldus Joan van Barneveld, zanger-gitarist én beeldend kunstenaar. Er is volgens hem nog een niet onbelangrijk verschil: “De muziek heeft iets duisters, maar ik leg er positieve teksten overheen. Dat gaat wringen.”

Wie de plaat beluistert hoort nog altijd geen hapklare brokken, maar wel muziek waar het schetsmatige uit is gehaald ten faveure van nummers met een begin en einde. Toch is het net alsof het album bij de luisteraar ter plekke in de huiskamer tot stand komt. Je hoort Van Barneveld af en toe commentaar leveren tussen de songs. Een eerbetoon bovendien aan de ouderwetse romantiek van het analoge tijdperk: wie het volume opkrikt hoort de versterkers brommen. Hier klinkt allesbehalve een aangeharkte, digitale uiting van populaire cultuur. In Absolutely Nothing klinkt de gitaar als klankbord voor onheilspellende ruis en vervormingen.

ITHLOYS (In The Heavy Light Of Your Sun) werd in een oplage van 300 exemplaren geperst. In tegenstelling tot de cd-hoesjes bevat de voorzijde van de lp geen artwork van Van Barneveld, maar een zwartwit fotoprint. Drummer Ed Romijn: “De foto doet me heel erg denken aan een ervaring die ik ooit had op het voodooeiland Siqior in de Filipijnen waar ik in het huis van zo’n witchdoctor woonde.”

 

Romijn, woonachtig in Rotterdam, kocht in 1977 op jonge leeftijd de lp Low van David Bowie. Puur en alleen om de hoes bekent hij. “Ik ging als kind iedere zaterdag met mijn vader en broer naar platenzaken, urenlang kijkend naar alle hoezen. En zoals je weet springt er om de zoveel platen waar je door heen ‘flipt’, een hoes uit die om wat voor reden dan ook je aandacht trekt. Zo kocht ik bijvoorbeeld Low van David Bowie toen hij uit kwam puur om de hoes. De androgyniteit sprak mij heel erg aan, ik zal elf geweest zijn.”

Joan van Barneveld atelier (2)

Ook bij Teenage Slaves Of Satan vormen ‘beleving’ lees: idee, teksten, muziek en hoes een onlosmakelijk geheel. Romijn: “De hoes is uiteraard een proces van een idee wat we hadden. Een bepaalde sfeer en richting. Deze veranderde een aantal keer en na een kleine fotoshoot met iemand die we kennen was daar ook de foto die nu gebruikt is. Een zekere heftigheid, intensiteit en duisterheid die het nieuwe album ook heeft. Het is een hoes geworden waar ik zelf op zou blijven hangen in een platenbak”.

ITHLOYS wordt 2 september gepresenteerd in de Nieuwe Nor in Heerlen. Met het entreekaartje kun je een exemplaar ophalen. Op de bühne wordt de band overigens muzikaal bijgestaan door bassist Sander Haagmans. De releaseavond is onderdeel van het kunstproject Parallel, waarin kunstenaars gedurende het komende seizoen, in samenwerking met kunststudenten en Kunstbende Limburg in de popzaal exposeren.

Een week later treedt Teenage Slaves Of Satan op in het Bonnefantenmuseum. Daar is het drietal te aanschouwen in een spiegelinstallatie ter aanvulling op Van Barnevelds lopende tentoonstelling Mirror/Stage. “Dat is meer een psychologisch experiment voor mij”, aldus de kunstenaar. In zijn atelier in Stadslab, een voormalig klooster in Sittard, staan tegen de muren ingepakte canvassen. In het midden een drumstel, gitaren en opnameapparatuur. Jarenlang maakte Van Barneveld doeken met een donkere laag acrylverf. Daaronder kwamen langzaam maar zeker afbeeldingen tevoorschijn van o.a. poppodia en landschappen. Uitingen van populaire cultuur gebed in de ouderwetse romantiek van de schilderkunst.

Teenage Slaves Of Satan – releaseparty lp (Nieuwe Nor, Heerlen, 2 september 2016)

Teenage Slaves Of Satan – Mirror/Stage (Bonnefantenmuseum, Maastricht, 9 september 2016)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Recensie soundtrack Fargo Year 2 Jeff Russo

20160709_161717

House Of Cards, Breaking Bad, Game Of Thrones. Het is al meerdere malen gezegd en geschreven. Nogal wat tv-series hebben de artistieke lat zo hoog gelegd, dat ze in veel gevallen meer de moeite van het bekijken waard zijn dan menige speelfilm. Losjes gebaseerd op de gelijknamige rolprent, situeert ook de serie Fargo op een onderkoelde manier niet al te snuggere personages in gebeurtenissen die ze amper de baas blijven. Voor een beetje componist een mooie uitdaging om beelden en personages verspreid over meerdere seizoenen van muziek te voorzien.

Jeff Russo’s composities zijn te horen op de eerste drie kanten van deze 3lp set. De overige platen zijn gevuld met popsongs die, zo achter elkaar, voor minder luisterplezier zorgen dan dat je ze in fragmenten bij de beelden hoort langskomen. Er staan net iets te veel liedjes van nondescripte artiesten als Billy Thorpe, Lisa Hannigan, White Denim en The Dramatics. Weinig om het lijf heeft ook de livevariant Oh Well door Fleetwood Mac, of de folk van The Dubliners featuring Bon Iver.

Gelukkig is Russo zo’n Hollywoodtoondichter die in staat is in twee, drie minuten een rake sfeer neer te zetten; vaak subtiel, maar wel altijd stemmig en meeslepend. Ook zonder de beelden blijven zijn composities, uitgevoerd door orkest, overeind. Russo snapt dat je een soundtrack voor een serie net zo serieus moet nemen als voor een film.

Het label Music On Vinyl heeft er weer iets bijzonders van gemaakt. Stills uit de serie staan kraakhelder afgedrukt over de uitklapbare ‘trifold’ hoes en het grootformaat booklet. De drie lp’s zijn geperst op wit vinyl, verpakt in een plastic envelophoes. Bij de eerste duizend genummerde exemplaren krijg je zelfs een ijskrabbertje bijgeleverd!

(eerder gepubliceerd via Vinyl50)

My 11 alltime favourite albums

gallery-221013-mini

My 11 alltime favourite albums (in no particular order)

The Beach Boys – Pet Sounds
Talk Talk – Laughing Stock
Lou Reed – Berlin
David Bowie – The Rise And Fall Of Ziggy Stardust…
Sonic Youth – Goo
The Beatles – The Beatles (The White Album)
Captain Beefheart & his Magic Band – Trout Mask Replica
The Rolling Stones – Love You Live
Soulwax – Much Against Everyone’s Advice
Bob Dylan – Blood On The Tracks
Television – Marquee Moon

Om te komen tot deze lijst heb ik onlangs alle titels en potentiële kandidaten nog eens gedraaid. Ik vind dat het samen stellen niet op basis van nostalgie, vastliggende herinnering of muzikaal statement tot stand moet komen. Het zijn titels die ook nú nog grote indruk op me maken. De lijst is dus vanuit een persoonlijke keuze tot stand gekomen en is geen overzicht vanuit cultuurhistorisch besef met platen die “er zeker ook in moeten”.

 

The Beach Boys – Pet Sounds: een van dé klassiekers van de popmuziek

BBPetSounds

Opeens waren ze verdwenen. De onbekommerde hits over strand, surfen en zongebruinde meisjes in bikini. “Pet Sounds vertegenwoordigde de rijpheid van mijn talent, de verwezenlijking van een persoonlijke visie.” Aldus Brian Wilson, het artistieke brein van de Beach Boys, in zijn autobiografie Wouldn’t It Be Nice. Met andere woorden: “de pijn, de vreugde, de conflicten, het verdriet, de liefde.” Ondanks aanvankelijke twijfels bij de overige bandleden en de platenmaatschappij, groeide Pet Sounds uit tot een van dé klassiekers van de popmuziek.

Hier reflecteerde de jarenlang opgehoopte frustraties in Wilsons leven tot dusver. Paniekaanvallen, familietrauma’s, de stemmen in zijn hoofd. Muziek bezat de harmonie die hij in zijn eigen leven zo miste; de ultieme vorm van zelftherapie. Ondanks de tegenwerking in zijn eigen omgeving liet de waardering voor Pet Sounds niet snel op zich wachten. John Lennon en Paul McCartney werden tijdens een luistersessie totaal overbluft. Toch hadden slechte vibraties inmiddels bezit genomen van Wilson, waarna depressies en paranoia het genie veranderden in een wandelende apotheek. “The fun has faded”, valt er te lezen in het boek.

Intussen is Pet Sounds zo’n album dat elke muziekliefhebber gewoon in huis moet hebben. Die sullige hoesfoto moet je maar op de koop toenemen. Vijftig jaar na de officiële release in 1966, is ernaar luisteren immers nog altijd een belevenis van de eerste orde. De weelderige melodieën, het gebruik van instrumenten die je eerder met klassieke muziek associeert, de tegendraadse akkoorden gespeeld door studiomuzikanten (de overige Beach Boys kwamen er nauwelijks aan te pas). Het was allemaal zo gedurfd en ongekend voor die tijd.

Knap dat niet alleen in het hoofd van de dappere Wilson al deze muzikale aaneenschakelingen volkomen normaal en vanzelfsprekend klonken, maar dat ze ook nu nog op de luisteraar zo over komen. En let eens op het verschil in klank in menige song, van hard naar zacht of omgekeerd. In de wereld van de getroebleerde Brian Wilson het onderscheid tussen donker en licht. Heel overtuigend te horen in I’m Waiting For The Day.

Maanden werkte de toen 23-jarige aan de totstandkoming van het album. Halfdoof, naar verluidt mede veroorzaakt door de mishandelingen die hij als kind onderging van zijn tirannieke vader. Rond de tijd dat Pet Sounds verscheen verkoos Wilson de anonimiteit, bleef enkele jaren in bed liggen en componeerde van achter een vleugel die inmiddels bovenop een enorme zandbak in de woonkamer was geplaatst.

Voor deze jubileumuitgave heeft platenmaatschappij Universal de oorspronkelijke Amerikaanse persing en hoes vrijwel exact overgenomen. En wat klínkt deze heruitgave indrukwekkend. De kleurrijke mengeling van harmonieën en arrangementen blijkt door de dieptewerking in het klankbeeld naturel en energiek. Volop luisterbeleving dus. Uiteraard krijg je bij deze reissue een downloadcode bijgeleverd. Na Pet Sounds maakten de Beach Boys nog heel veel platen, maar hoogstens drie ervan zou je als indrukwekkend kunnen beschouwen: Smiley Smile, Surf’s Up en het in ons land opgenomen Holland. Over het leven van Brian Wilson werd in 2014 de aangrijpende speelfilm Love & Mercy gemaakt.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Wethouder Barry Braeken over ‘Urban Heerlen’: “mensen gaan overtuigd worden door daden”

H
Pancratiusplein Heerlen

In zijn ruime kantoor hangt een variatie beeldende kunst aan de muur. Toch heeft Barry Braeken als wethouder niet alleen cultuur in zijn pakket, maar ook centrumontwikkeling en ruimtelijke ordening. Tijdens onze ontmoeting maakt hij een indruk die je het beste kunt omschrijven als goedgehumeurd en ongedwongen. Type ik-laat-me-niet-gek-maken. De wethouder betreedt het stadhuis alsof hij bij de bakker om de hoek binnenloopt. Nadat hij het bezoek iets te drinken heeft aangeboden, schenkt hij voor zichzelf gretig een glas cola in. Cola light voor de zekerheid. “Hier zit geen suiker in”.

Mede onder zijn verantwoording is een twintig pagina’s tellend bidboek verschenen dat leest als een pamflet om het lang geteisterde Heerlen weer op de been te helpen. Urban wordt het begrip waarmee de stad zich de komende jaren wil gaan profileren. De eerste contouren zijn reeds zichtbaar. Loop door de binnenstad en ontdek de murals en het megastation Maankwartier. Van de muurschilderingen is met ingang 1 juli een plattegrond verkrijgbaar. Maar Heerlen heeft meer urbane plannen, samengevat als ambities.

Kun je uitleggen waaróm dit bidboek is geschreven? Waarom is het nodig voor de huidige situatie in Heerlen?
Braeken: “Het was nodig om na de centrumvisie van 2005 de vraag te stellen wat willen we nou met het centrum, zeker met alle leegstand, en wat hebben we bereikt met cultuur. Een andere reden is dat je als Heerlen nu eens een keuze wilt maken waar we echt voor gaan. De makke van de afgelopen decennia is dat er geen echte keuze is gemaakt. Ondanks dat de centrumvisie een goed verhaal was, zag je van daaruit geen duidelijk profiel oprijzen. Een derde reden is pragmatisch. De provincie heeft voor stedelijke ontwikkeling een kader vastgesteld waarin veertig miljoen beschikbaar is gemaakt voor Limburg en 32 voor de vier grootste steden. Dat was een aanleiding om te zeggen: nu schrijven we het ook goed op.”

barry_braeken

In het bidboek is duidelijk sprake van ambities. Een woord waarmee je je als gemeente indekt omdat je niet weet of een en ander kan worden gerealiseerd.
“Je kunt het op twee manier benaderen: of we formuleren vijf speerpunten en dan weten we honderd procent zeker dat we die gaan halen. Maar het gevaar is dat je dan alleen aandacht hebt voor die vijf. Dan denkt de buitenwereld: ik hoef blijkbaar niks te doen, niet alles is van belang. We hebben daarom bewust gekozen voor 25 ambities. Dat is veel. Er staat letterlijk in dat we denken dat niet alle ambities bereikt zullen worden. Ze zijn alle 25 belangrijk, maar bij vrijwel allemaal hebben we ook andere partijen nodig. Als andere partijen zich geen moeite doen dan is het helaas, dan gaan we die ambitie niet halen.
Dan grijp je ook naast de kans dat je overheidsgeld zou kunnen krijgen om ook je eigen ambities te realiseren.”

Zijn er ook ambities die je persoonlijk het liefst gerealiseerd ziet worden? Waarbij je als wethouder het gevoel hebt, nou deze moeten echt gaan lukken?
“Alle 25! Ik ga niet in die valkuil trappen. Ik ga niet binnen die 25 een prioritering aanbrengen. Dat ga ik gewoon niet doen. We gaan voor alle 25.”
De wethouder slaat de handen ineen om zijn betoog kracht bij te zetten: “en misschien worden het uiteindelijk maar twintig. Als we in 2020 er 20 hebben gerealiseerd ben ik een gelukkig man.”

In het bidboek is sprake van het aangaan van allianties met andere partijen en betrokkenen. Vastgoedmensen en pandeigenaren bezitten vaak meerdere panden in de stad en hebben zo veel macht. Zij kunnen zeggen bekijk het met je bidboek, wij trekken ons eigen plan. Hoe wil je deze partij over de streep trekken om samen te werken?
“Er is een paar maanden geleden vastgoedoverleg gestart. Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met zeven partijen, grote vastgoedeigenaren. Met hen zijn de grote lijnen van het bidboek al eerder gedeeld met vragen als: herkennen jullie dit, zien jullie dit ook als een richting? Natuurlijk roepen ze: we behouden onze individuele rechten voor. Maar ze tonen zich wel bereid om hier verder over door te praten. We gaan ongetwijfeld veel hobbels tegen komen, en er zal hier en daar nog best ruzie ontstaan, maar ik ben er niet pessimistisch over. Het feit dat ze aan tafel zitten en meepraten in een goede sfeer geeft mij goede hoop.”

Veel van de plannen lijken vooral gericht op jongeren, de creatieve industrie en studenten. De oudere bewoner komt nauwelijks aan bod. Die moeten het maar uitzoeken zo lijkt het.
“Dit vind ik een interessante discussie. In een bidboek geef je vooral aan wat je nog niet hebt en wat je wil ontwikkelen. In het centrum wonen al veel ouderen. Dus je hoeft niet de ambitie uit te spreken dat er meer ouderen moeten gaan wonen. Die zijn goed vertegenwoordigd. Ik geloof niet meer in een generatiekloof. In het Amerika van de jaren vijftig kwam de popmuziek voor de blanken helemaal vanuit het niets. Die ouders schrokken zich wild. Dat was duivels, Elvis Presley, je kent het wel. Dat is niet meer. Degenen die toen naar Elvis luisterden zijn nu opa’s en oma’s, en die zijn nog steeds geïnteresseerd in popmuziek. Heel veel ouderen vinden urban elementen als murals en breakdance ook heel leuk. Ouderen zijn niet geïnteresseerd in een binnenstad waar ze alleen maar leeftijdgenoten tegen komen. Die willen ook een mix van verschillende generaties.”

Maar ze worden niet betrokken bij de initiatieven en plannen die nu op tafel liggen.
“We zijn nu aan het denken om in de tweede helft van 2016 een urban week te organiseren waarin je ook de bevolking betrekt en mee laat praten. Meer kan ik er nu nog niet over zeggen.” Na een slokje van zijn favoriete frisdrank benadrukt de wethouder: “de reacties die ik krijg zijn heel erg positief: ‘we kunnen niet precies de vinger leggen op wat urban is, maar het gevoel is goed’”.

20160609_100557

In meerdere opzichten ligt in Heerlen het best bewaarde geheim van Nederland. Het Romeinse badhuis uit vermoedelijk 40 na Christus, is min of meer verborgen onder het immense dak van het Thermenmuseum. Er tegenover, in een kantoortje van makelaar Aquina, bevinden zich onder een glasplaat de resten van een Romeinse kelder. Het muurtje is ook te zien door een luchtrooster aan de zijkant van het kantoorgebouw. Het besef van de archeologische waarde voor Heerlen begint echter nu pas langzaam door te dringen; mede dankzij de inspanningen van archeoloog en museumconservator Karen Jeneson.

Ondanks dat alle plannen rondom het badhuis en de omliggende omgeving (Romeins kwartier) nog moeten worden opgestart, wordt in het bidboek gesproken van het verdubbelen van het aantal bezoekers aan het archeologisch erfgoed. Hoe denkt de gemeente dit voor elkaar te krijgen?
Glimlachend: “Ah, da’s een makkie. Een van de gemakkelijkste ambities die erin staat.”

Echt?
“Ja echt. Het aantal bezoekers aan het Thermenmuseum is nu schokkend laag. Dat is heel erg zonde want daar ligt natuurlijk een van de meest bijzondere monumenten van Nederland. Dat gebouw dat er om heen staat is natuurlijk een gribus. Met de ontwikkeling van het Romeinse kwartier willen we ook toewerken naar een nieuw gebouw, liefst transparanter, dat veel meer bezoekers zal trekken, ook omdat het hele gebied veel meer over archeologie en erfenis zal gaan. Dat is een ambitie waarvoor ik mijn hand in het vuur durf te steken, die gaan we zeker halen.”

Kun je iets meer vertellen over deze ‘urban heritage’.
“Het liefst willen we ook het Raadhuisplein (pal achter het stadhuis-red.) open leggen. Er zijn vermoedens op basis van kaarten uit de jaren dertig dat er een publiek gebouw heeft gelegen, langs een Romeinse weg. Op dit plein is nooit bebouwing geweest, misschien alleen in de Romeinse tijd.”

Ondanks alle ontwikkelingen en initiatieven blijft er een hardnekkige groep inwoners voor wie ‘het nooit goed is’. Zij zullen, al dan niet via sociale media, met argusogen naar de ideeën kijken. Hoe wil je die mensen overtuigen van het belang van het bidboek?
“De categorie mensen ‘het is nooit goed’ gaan we niet overtuigen. Voor hen maakt het niet uit wat we opschrijven. Ik ga geen namen noemen, maar die categorie bestaat. Als ik op social media kijk vind ik de berichten over het algemeen heel positief, maar het gevaar is natuurlijk dat je vooral in je eigen kring reacties hoort. Ik denk dat veel mensen overtuigd gaan worden door daden, zeker als die eenmaal worden uitgevoerd vanuit het bidboek.”

Noem eens een voorbeeld.
“Ik had onlangs een gesprek met een aantal ondernemers. Daar was de kritiek: ‘heeft de gemeente wel een visie? Wat wil de gemeente met het centrum?’ Maar nadat ze het bidboek hadden gelezen werd er gezegd: ‘oké, dit is een goed verhaal, er is wél een keuze gemaakt. We zijn blij dat er iets gaat gebeuren.’”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)