Heerlijke viering van vinyl in Passion For Vinyl deel 2

Voor wie er nog aan twijfelde, vinyl is een blijvertje. Vrijwel alle artiesten brengen tegenwoordig muziek uit op lp, de verkoop zit in de lift en een initiatief als Record Store Day is wereldwijd succesvol. In samenwerking met perserij Record Industry (goed voor bijna 11 miljoen platen per jaar), maakte muziekjournalist Robert Haagsma een vervolg op zijn interviewbundel Passion For Vinyl uit 2013. Omdat de eerste druk in een mum van tijd was uitverkocht, is wellicht gekozen voor eenzelfde opzet. Dus zit bij deel twee eveneens een vinylsingle bijgesloten. Op het plaatje staan bijdragen van Hasil Adkins (huisvlijtrock), Bloodshot Bill (Johnny Cash aan de valium) en technobeats van dj Ellen Allien. De muziek blijkt al net zo divers als de inhoud van het boek.

Haagsma sprak bekende en minder bekende vinylverslaafden. Aan het woord komen onder meer Steven van Zandt, Ryley Walker en onze eigen upcoming singersongwriter Yorick van Norden. Van Zandt, de rechterhand van Bruce Springsteen, noemt de comeback van het vinyl “het meest gezonde dat de muziekindustrie de laatste tien jaar is overkomen”. In bijna vijftig gesprekken komen de soms ongekende mogelijkheden van het vinyl aan bod. Een afwisselende selectie van muzikanten, verzamelaars, eigenaren van platenzaken en labels, hoesontwerpers, opnametechnici en dj’s. Haagsma tekende zelfs het verhaal op van iemand die uit plakken vinyl hippe brilmonturen fabriceert. Ene Jens Prueter heeft zich voorgenomen de rest van zijn leven uitsluitend platen te kopen uit 1967. Dit boek lezen is alsof je als klein kind weer door een snoepwinkel loopt.

Een enkel hoofdstuk is misschien wat summier. Over De Weergever, een Amsterdamse vereniging collectioneurs van 78-toerenplaten, zou je best meer willen weten. Grappig is de bijdrage van illustrator Robert Crumb. In een ingestuurde getypte brief geeft hij af op de volgens hem inferieure grammofoonplaat. Een lp bevat simpelweg veel teveel nummers. Overigens vertelt hij in Discaholics, een soortgelijke uitgave over verzamelaars, nochtans uitvoerig over zijn voorliefde voor schellakplaten.

Dankzij de veelzijdige benadering wordt Passion For Vinyl Part II meer dan een voorspelbare hang naar nostalgie met een “vroeger was alles beter” toontje. Ontroerend is de ontmoeting met Miriam Linna. Zij beheerde met haar echtgenoot het cultlabel Norton Records. Totdat orkaan Sandy de inboedel grotendeels verwoestte en tot overmaat van ramp haar man in 2016 overleed. Ze had hem ooit leren kennen op een platenbeurs. Informatief en persoonlijk is ook het onderhoud met Ian MacKaye van de band Fugazi. Ondanks alles punker in hart en nieren. Dat laatste geldt zeker voor Jimi Lalumia, voormalig rockjournalist met een grote bek. Zo kom ze je niet vaak meer tegen. Tegenwoordig werkt hij in de verpleging.

Mark Kneppers werd bekend van het dj-duo Wipneus en Pim. In het boek feliciteert hij vooral zichzelf als handelaar in tweedehands platen. Over het huidige vinylaanbod, waaronder de gestage stroom heruitgaven, meldt hij: “Het is verontreiniging. Hetzelfde met nieuwe titels. Er is teveel voorraad”. Van The Beatles en Lou Reed moet hij ook al niks hebben. Zo maak je al lezend meer ontdekkingen. Over Mandy Parnell, een van de weinige vrouwelijke ‘mastering engineers’. Of over de recente herwaardering voor gestileerde Amerikaanse rock uit de jaren zeventig. Weliswaar wordt de muziek soms denigrerend aangeduid met ‘yacht rock’, de interesse voor Eagles, Fleetwood Mac en Hall & Oates lijkt alleen maar toe te nemen. Net als voor de bijzondere herontdekking in het genre Ned Doheny.

Het leesplezier wordt vooral vergroot doordat Robert Haagsma zich telkens onbevangen opstelt als interviewer, zonder enig dedain voor muzieksoorten en onderwerpen. Hierdoor krijgt hij zijn gesprekspartners aanstekelijk en enthousiast aan de praat over hun eerste kennismaking en latere ervaringen met vinyl. Nog voordat je het boek uit hebt voel je zelf ook de aandrang om naar de platenzaak te gaan en een lp aan te schaffen. Op zoek naar Ned Doheny’s cultplaat met de toepasselijke titel Hard Candy.

Passion For Vinyl Part II An Ode To Analog – Robert Haagsma (Record Industry 2018)

Recensie John Coltrane A Love Supreme: The Complete Masters

John Coltrane was een man met een missie. Jazz beschouwde hij als spirituele ontdekkingsreis én muzikaal kruidvat. Halverwege de jaren zestig transformeerde zijn toch al ruime opvatting van (free) jazz in verhalende “sheets of sound”. Deze vrijgevochten klankepistels verschenen via platen van het Impulse-label, waarop het beruchte John Coltrane Quartet grenzen mocht verkennen en verleggen. A Love Supreme componeerde de tenorsaxofonist in 1965 in de slaapkamer van zijn pas verworven buitenhuis in New York. Vanuit deze relatieve rust wilde Coltrane met dit album een metaforische harmonie scheppen voor de politieke en sociaalmaatschappelijke onrust die in zijn land woedde over o.a. burgerrechten voor Afro-Amerikanen.

Wie destijds de plaat kocht en de moeite nam de hoestekst te lezen, ontdekte behalve een lofzang op God, dat Coltrane naast de vier stukken op de reguliere lp, ook sessies had opgenomen met zijn maatje Archie Shepp. De in 1967 aan leverkanker overleden Coltrane kan het niet meer meemaken, maar alle volledige opnamen zijn nu te vinden op deze voorbeeldige 3lp set.

Vaak gaat het bij archiefopnamen om kliekjes die je voor kennisgeving aanneemt. Zoniet bij The Complete Masters. Tenorsaxofonist Archie Shepp mag op zijn eigen albums een recalcitrant en ingetogen spel afwisselen, in deze ‘takes’ neemt hij met gemak de rol van Coltrane over die zelf de ruimte neemt vrijelijk te excelleren. Er is tussendoor een kort gesprek in de studio, al moet je de volumeknop flink open draaien om te horen wat er gezegd wordt. Deze en andere archiefopnamen, waaronder een aantal studies in mono, stammen uit Coltrane’s persoonlijke archief en werden deels niet eerder uitgebracht. Ze laten verbijsterende muziek horen en nog eens de blakende vorm waarin hij en zijn mannen verkeerden.

Over het vinyl:
Fraaie klaphoes met drie lp’s en een boekje van 32 pagina’s. Natuurlijk gaat het niet om zo’n hardkartonnen hoes zoals Impulse die maakte in de jaren zestig. Toch bevat deze reissue de oorspronkelijke hoesfoto en ontwerp aan de binnenzijde. Het oranje logo met uitroeptekens is precies zo overgenomen voor het vinyllabel. Het bijgaande boekwerk bevat tekst en uitleg plus handgeschreven notities door Coltrane. De geluidskwaliteit van de drie platen is overigens uitstekend. Dankzij de heldere, pittige ‘remastering’ komen naast de saxofoon nu ook drums, piano en bas veel beter tot hun recht. Een mooi verzorgd historisch document.

John Coltrane – A Love Supreme: The Complete Masters (Impulse!/Verve Records/Universal)

(eerder gepubliceerd in Vinyl50)

Record Store Day 2018: parels en irritaties

Vaste prik rond Record Store Day: zéér uiteenlopende meningen na bekendmaking van dé lijst. Op zaterdag 21 april is het immers zover. Het moment waarop wereldwijd de platenzaak in ere wordt gehouden. Ter gelegenheid verschijnen honderden lp’s en singles in een keer tegelijk. Bij aankoop krijg je een schijfje cadeau. Een soort Boekenweek dus maar dan in één dag. Vroeg uit de veren want door de beperkte oplage zijn veel platen nadien amper meer te krijgen. Maar wat heeft Record Store Day voor de Nederlandse winkels en liefhebbers eigenlijk te bieden?

Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen de exclusieve releases en de uitgaven die hierop als het ware meeliften. RSD is namelijk ook een vehikel om gewone vinylwaar te lanceren. Daarnaast presenteert elk land een eigen lijst. Kwestie van rechten. Zo kan het gebeuren dat er in Amerika andere albums en singles worden aangeboden dan in Europa en omgekeerd. In Engeland lijkt men vast vooruit te lopen op Brexit. Uitsluitend in het Verenigd Koninkrijk te koop is muziek van The Waterfront, de oerversie van de nog altijd populaire Britpopband Stone Roses.

Platenmaatschappijen wordt nogal eens verweten dat ze een te grote invloed uitoefenen op RSD. Universal presenteert ruim vijftig titels tijdens de komende editie. Carrie Colliton, medeoprichter van RSD, schuift de kritiek terzijde. “Sommigen beweren dat grote labels RSD hebben overgenomen, en dat stoort me nogal omdat er vanaf het begin grote labels bij betrokken waren”. Met name voor de kleinere winkel is de vinyldag bittere noodzaak gebleken. In 2017 werden er records aan omzetten behaald.

Exclusief of niet, in veel gevallen gaat het om platen waarvan de noodzaak om ze aan te schaffen op zijn minst twijfelachtig is; lokkertjes waarmee je hooguit de verstokte verzamelaar een plezier kunt doen. Het is ook maar net hoe je het bekijkt. Iets met een glas dat halfvol is of half leeg. Soms zit er slechts een nieuw jasje omheen, is er een kunstwerkje (picture disc) in de groeven gedrukt of een kleurtje aan toegevoegd. Want als er een ding duidelijk wordt tijdens de komende RSD, is het de niet te stuiten opmars van gekleurd vinyl. Je kunt het zo gek niet bedenken. In alle kleuren van de regenboog of in ‘splatter’, alsof iemand over de plaat heeft gekotst. Zo wordt doelbewust een hebbeding gecreëerd; in feite gaat het om een lucratieve marketingtruc in plaats van een artistieke keuze. Drie platen van Tom Waits verschijnen in blauw, rood en grijs. De kleuren vloeken bij zowel het hoesontwerp als de muziek op Bawlers, Brawlers en Bastards (overigens hoogtepunten in zijn oeuvre).

Het is dus even zoeken naar waar het om draait, naar platen waarop muziek te horen valt die daadwerkelijk nooit eerder is verschenen. Neil Youngs Tonight’s The Night werd in 1973 integraal nagespeeld op het podium van de toen pas geopende Roxy in Los Angeles. De uitgave op RSD blijkt een unieke liveplaat. Eveneens vers van de pers: een mini-lp van zangeres Sevdaliza. Het Nederlandse antwoord op Massive Attack komt met liefst zeven nieuwe nummers. Leuke opsteker voor de fans van The National is een liveregistratie van Boxer. Tamelijk onverwacht werd in Brussel dit oude album uitgevoerd ter afsluiting van de recentste tournee.

Dringen geblazen voor de lp Klets van de Vlaamse rapper Meneer Michiels. Slechts honderd exemplaren worden in omloop gebracht. Overigens is het aandeel hiphop net als in voorgaande jaren nogal povertjes. Ook bijdragen van jonge, opkomende artiesten zijn flink in de minderheid. Platenmaatschappijen kiezen liever voor zekerheid door de usual suspects naar voren te schuiven. Denk aan Beach Boys, Madonna, Elvis Presley en Johnny Cash.

Van de Pink Floyd-klassieker Piper At The Gates Of Dawn zijn vijftienduizend exemplaren geperst. In monoweergave. De hoes wijkt af van het origineel, er zit een poster bij plus vier extra songs. Prijs? Ongeveer 32 euro. Want ja, die prijzen. Met afstand het meest gehoorde ongerief over RSD. Naar verluidt moet de organisatie zich tandenknarsend neerleggen bij de bedragen die gevraagd worden. De vinyldag staat of valt tenslotte met de deelname van platenmaatschappijen. Die lijken zich, groot én klein, vooralsnog weinig aan te trekken van de klacht. Een doosje met negen singles van de band Wire kost bijna honderd euro.

Doris Norton was in de jaren tachtig computerprogrammeur bij Apple en IBM. Haar robotachtige disco, inclusief vervormde stem, doet sterk denken aan Kraftwerk en Giorgio Moroder. Te beluisteren op twee reissues. Eveneens aan de vergetelheid onttrokken worden Patti Palladin en Judy Nylon van Snatch. De enige lp die deze kunstpunkband maakte bevat een nummer over de Duitse terreurbeweging Rote Armee Fraktion, met gastbijdrage van Brian Eno.

Interessant is de categorie ‘voor het eerst op vinyl’! De Sundragon Sessions van Ramones bestaat uit een ruwe mix van Leave Home uit 1977. Ooit waren de opnamen onderdeel van een boxset op cd. David Sylvians Dead Bees On A Cake krijgt een heuse vuurdoop op vinyl. Verschil met de cd-versie uit 1999? De fotohoes is gemaakt door Anton Corbijn en de in wit geperste schijf bevat vier nummers die er destijds niet op stonden. Evenals bij voorgaande RSD edities is David Bowies muzikale erfenis vertegenwoordigd. De meest aantrekkelijke en duurste (40 euro) is een 3-lp set met een concert uit 1978.

Over concerten gesproken. Dat legendarische optreden in koffiehuis Sin-é van Jeff Buckley? Verdeeld over vier plakken zwart goud, voor ongeveer vijftig euro. Lil Uzi Vert is een rapper met vrolijk wapperende dreadlocks wiens YouTubevideos door tientallen miljoenen mensen worden bekeken. Een mixtape op mp3-file gaat voortaan verder als grammofoonplaat. Van de Nederlandstalige punkband Frites Modern wordt een cassettebandje uit 1983 omgetoverd tot blauw vinyl. Curieus is de bijdrage van Antony Gormley. Beroep: beeldhouwer. De Britse kunstenaar won in het verleden de prestigieuze Turner Prize. Zijn album is een “portret in geluid” opgenomen in zijn “kathedraalachtige” atelier. Die Sounds Of The Studio zijn afkomstig van hamers, slijpmachines en lasapparaten.

TEFAF 2018: ondanks huidige tijdgeest veel vrouwelijk naakt

“Een reliëf konden we helaas niet meenemen, we staan hier op de afdeling papier en foto’s.” Wat de Franse galeriehouder Zlotowski wél van Kurt Schwitters toont zijn ‘schilderijtjes’ die de kunstenaar in de jaren twintig en dertig maakte. Collages van papier en karton in miniatuurkader. Gekocht van een privéverzamelaar volgens de galeriemedewerker. Best bijzonder. Werk van dadaïst Schwitters kom je nog maar zelden tegen.

Wandelend door het MECC in Maastricht zie je de complete kunstgeschiedenis aan je voorbij trekken. Honderden internationale galeries zijn verdeeld in periodes en stromingen. Er is dus nogal wat te zien en te belopen. Een enkele galerie heeft zulk zacht tapijt dat je er bijna in wegzakt. Soms moet je er even bij gaan zitten. Er zijn waterautomaten met bekertjes geplaatst naast de grijsgetinte zitbankjes. Het lichtroze papier van de stapeltjes Financial Times steekt er opvallend bij af. In de kunstbijlage een grote advertentie van de TEFAF.

Toch is de Maastrichtse beurs niet per se de plek waar uitsluitend prominenten en het sjiek en sjoen zich vergapen aan kunst. Met zijn getatoeëerd gezicht en ringen door mond en oren is Etienne Dumont (journalist uit Zwitserland) zelf een wandelend kunstwerk. Tijdens het betreden van gangpaden en galeries hoor je voortdurend flarden Engels, Frans en jawel, Russisch. Drie jonge vrouwen uit Rusland becommentariëren driftig de schilderijen om hen heen. D66 leider Alexander Pechtold zit aan een van de lange tafels van de Seafood Bar.

Perlen (56x32x48 cm) 2009 – Carolein Smit

In weerwil van de huidige tijdgeest laat de TEFAF veel naakt zien. Tranen van parels draperen het blote lichaan van een vrouw in keramiek. Volgens Carolein Smit “is het niet zo moeilijk om mijn werk leuk te vinden. Alles glanst en schittert, is schattig en de details van ogen, tongen, neuzen en oren zijn vertederend,” legt ze uit op haar website.

Volledig in zichzelf gekeerd oogt een werk uit 1906 van Odilon Redon. Het Fillette Nue houdt de armen zedig voor haar lichaam. Redon werd bekend om zijn droombeelden van vreemde objecten en fantasiefiguren, maar dit pastel op papier is nadrukkelijk vredig en verstild. Ingetogen is ook de jonge dame in een hyperrealistische foto van Andres Serrano, die discreet om een hoekje hangt, op enkele meters van klassiekers in stemmig zwartwit van Dennis Hopper en Edward Weston. Onverbloemd staat een vrouw in zeegolven die zo bruisen dat ze onmiddellijk naar vakantieoorden doen snakken. Franz Gertsch maakte het verlangen tastbaar door een houtsnede te verwerken in lichtblauwe fotografie. Dankzij de afmetingen van twee bij bijna drie meter amper over het hoofd te zien.

Fillette Nue (50,8-35,8 cm) 1906 – Odilon Redon

Deze editie mist wellicht de kunstknallers waar iedereen nieuwsgierig omheen dromt. In het recente verleden was dat nog het geval bij Damien Hirsts doorgesneden varken op sterk water; of bij een turquoise standbeeld van Jeff Koons. Behalve een belangrijke hotspot voor handelaren en verzamelaars, biedt de TEFAF voor oplettende liefhebbers hét onderscheid tussen galerie- en museumcollecties. Veel van de internationale kunsthuizen bezitten geheel andere werken van een kunstenaar dan een museum. Daarnaast zie je in waarde stijgende kunstwerken steeds minder vaak in een museale setting omdat ze simpelweg onbetaalbaar zijn geworden. En waar en wanneer kun je tegenwoordig meerdere werken tegelijk bewonderen van Kurt Schwitters?

TEFAF (MECC, Maastricht 9 t/m 18 maart 2018)

Harrie Sevriens, stadsdichter van Heerlen, overleden

De markantste inwoner van Heerlen heeft zich niet aan de afspraak gehouden. Hadden we niet geroepen ‘wie schrijft die blijft’? Stadsdichter Harrie Sevriens kwam je zo vaak tegen in de stad dat hij bij het meubilair van Heerlen begon te horen. Zoals het terras van café Bracke. Achter een pot bier, sjekkie binnen handbereik. Gewoon om 11 uur ’s ochtends. En nu is hij dood. Longkanker. 61 is hij geworden.

Harrie ging er steeds slechter uitzien, zijn eeuwige spijkerjasje losjes om de smaller wordende schouders. De laatste keer dat ik hem zag was van de zomer tijdens Cultura Nova. Wanneer we elkaar tegen kwamen vond ik onze begroeting best grappig. “Hoi Harry”. “Hoi Harrie”. Soms droeg hij ter plekke een gedicht voor dat hij enkele uren eerder had geschreven. Andere keren belde hij op om door de telefoon een vers aforisme voor te lezen. Gedichten in miniatuur. Die waren grappig, kritisch en ontroerend. Een enkele keer mopperde hij over een andere stadsdichter, of vroeg hij of ZwartGoud aandacht wilde besteden aan een nieuwe bundel van hem, de zoveelste.

De laatste jaren woonde Harrie in een appartement midden in het centrum. Daar bevond zich een opmerkelijke verzameling Afrikaanse beelden. De andere kant van de stadsdichter. Net zo apart als zijn sprechgesang op enkele muziekalbums die hij in eigen beheer uitbracht. In 2011 maakten Sandra Israel en Anita Hondong voor ZwartGoud een mooi interview met Harrie Sevriens, in feite de allereerste stadsdichter van Heerlen. Openhartig was hij tegenover de dames: “Ik ben het slachtoffer van kindermishandeling. Dat verleden brak me op tijdens mijn studie natuurkunde en biologie aan de lerarenopleiding. Ik kreeg last van angsten en moest met mijn studie stoppen.”

Het schrijven en dichten leverde hem in 2012 een koninklijke onderscheiding op. Typisch Harrie: knaloranje lintje op de revers van zijn vaalblauwe spijkerjack. Daar wandelde hij wel eens meer door de stad. Met zijn typische loopje leek hij op een cowboy die elk moment een saloon kon betreden. Denkbeeldig begonnen klapdeurtjes open te zwaaien en de houten vloer te kraken. Geluid voor de kronkels en gedachten die onophoudelijk door zijn hoofd moeten hebben gespookt.

Bezinning
Weet de stilte
stil te begroeten
Weet jezelf
stil te ontmoeten

Erfenis
Wie in het zicht
van de dood
of erdoor
nog erkenning zoekt
heeft in onvermogen
wat nagelaten

Ongetemde Jimi Hendrix op Both Sides Of The Sky

1969 was voor Jimi Hendrix achteraf gezien een overgangsjaar. Hij probeerde een muzikale weg in te slaan die afweek van het werk dat hij maakte met zijn eigen Experience. Misschien wilde hij zich op deze manier ook losmaken van de druk die op hem lag. Het dubbelalbum Electric Ladyland was een onverwacht commercieel succes, en Hendrix behoorde in die tijd tot een van de best betaalde rockmuzikanten. Op het Woodstockfestival speelde hij al met deels andere muzikanten dan met zijn vaste metgezellen. Maar pas tijdens de talloze studiosessies merkte hij dat Billy Cox en Buddy Miles de ideale sparringpartners waren om, al dan niet via improvisaties, rock te mengen met funk en rhythm & blues. Aldoende ontstond de basis voor het trio Band Of Gypsys.

Hendrix’ artistieke zoektocht is ook zijn erfgenamen niet ontgaan. Eind jaren negentig namen zij het besluit om materiaal uit te brengen dat zijn experimenteerdrang moest staven. Dat gebeurde telkens in samenwerking met Eddie Kramer, Hendrix’ vaste opnametechnicus. Of je een reeks albums moet uitgeven met nummers die meestal onvoltooid zijn, want daar hebben we het in feite over, is natuurlijk voer voor discussie. Dat de muzikale expeditie van de gitarist op deze manier wordt gerestaureerd en in historisch perspectief geplaatst, zal ongetwijfeld zwaarder wegen dan een puur artistieke reden.

Both Sides Of The Sky bevat veredelde demo’s uit ’69 waarop Hendrix voornamelijk is te horen met Band Of Gypsys. Dat zijn meteen de beste nummers. Spelurgentie gekoppeld aan vurige schwung. Met dank aan de doortastende ritmische punch van drummer Buddy Miles. Vertrekpunt voor Hendrix om vrijuit te soleren en te stoeien met de klank die daarbij hoort. Dat alleen al maakt dit album de moeite waard. De linkshandige gitarist in topvorm. Ongetemd en ogenschijnlijk terloops, alsof het hem geen enkele moeite kost.

Maar laten we niet vergeten dat de plaat bovendien oefeningen en probeersels bevat. Zo is Cherokee Mist een improvisatie die veel belooft maar uiteindelijk nergens naartoe gaat. Eerder voorspelbaar dan verfrissend zijn twee nummers met typische kroegblues waar maar geen einde aan lijkt te komen. Een hoogtepunt is dan weer een gedreven en pittige uitvoering van het nummer Woodstock, mét zanger Stephen Stills die zichzelf begeleidt op orgel terwijl Hendrix enkele loopjes speelt op basgitaar. Ander bijzonder moment? Het vuurtje dat nog eenmaal oplaait in Hear My Train A Comin’, een van de laatste studio-opnamen van de Jimi Hendrix Experience.

Verwacht op dit album niet per se de weelderige, dwarse psychedelica waarmee we Hendrix hebben leren kennen. Vanwege zijn mateloze en veelzijdige talent is dit natuurlijk niet echt een gemis. Want het blijft verbazingwekkend hoe Hendrix ook nu weer te keer gaat. Hij bespeelt de Fender Stratocaster met hetzelfde gemak als waarmee de gewone sterveling bij de bakker om de hoek een broodje gaat halen. Het historische belang wordt extra wrang wanneer je bedenkt dat hij een jaar na deze welluidende vergezichten kwam te overlijden.

Both Sides Of The Sky verschijnt als dubbel-lp in een klaphoes. Het bijgevoegde boekje bevat veel foto’s en een uitgebreide, informatieve tekst. Omdat elke plaatkant hooguit drie à vier nummers bevat, is er voor de persing alle ‘ruimte’ om de ruwe dynamiek van de opnamen uit de groeven te laten knallen.

Jimi Hendrix – Both Sides Of The Sky (2lp, Sony Legacy 2018)

Ongrijpbare countrynoir van Melle de Boer op lp Temporary Bandage

Melle de Boer graaft zomaar een gat in de Garden Of Eden. Misschien om te ontsnappen aan het avontuur dat helemaal niet zo prettig begint. In de openingssong is namelijk sprake van een verband dat om een hardnekkige wond is gewikkeld. Desondanks komen De Boer en zijn muzikale metgezel Suzanne Ypma terecht in droombeelden en verhaaltjes vol verwondering en vermeend onheil. Over een man die liever geen bier meer drinkt met God maar met de duivel: “the only friend he got”. Over “a ghost too scared to scare you”.

Instrumenten worden door het tweetal niet gespeeld maar gebruikt om de liedjes in te kleuren. Personages in de teksten krijgen zo een duwtje in de rug, een hart onder de riem. Drums roffelen op en neer, een gitaar strijkt waar nodig de plooien glad en af en toen ontsnappen er excentrieke geluidjes uit een soort van synthesizer. Telkens gaat er een zekere onbevangenheid uit van muziek, zang en teksten. Net niet te zwaar op de hand, net niet te lichtvoetig. Juist daarom bevat deze plaat zoveel persoonlijkheid en karakter.

Opgediend met countrymuziek volgens beproefd Amerikaans recept. Maar dan wel de variant die onheilspellend klinkt, ingetogen en kwetsbaar. Songs die niet volgens een schematische structuur zijn opgebouwd, maar ter plekke wenden en keren, net als het leven zelf eigenlijk. Volgens de hoes werd de lp opgenomen in Billytown; een atelier- en studioruimte in Den Haag. Rafelend van klank en uitvoering. Zo hoor je het niet vaak meer. Dit is niet de klank van een kunstencentrum, maar van een boerenschuur op Neil Youngs Broken Arrow Ranch. Zoeken geblazen, bijna de hoop opgeven en ze tóch weten te vinden. Daar liggen de liedjes van Melle de Boer, als spelden in hooibergen.

Op zijn website mowingclub.com schrijft hij droogkomisch over de hindernissen die hij ondervond bij het uitbrengen van dit album. Over de muur aan bureaucratie bij rechtenorganisatie Sena, over de zakelijke deal wanneer de plaat zou verschijnen op het Excelsiorlabel. Na enig zelfberaad koos De Boer er voor om alles in eigen hand te houden. De financiering kwam tot stand via crowdfunding. Resultaat? Een lp geperst op zwart vinyl (zoals het hoort), een zeefdruktekening op de hoes, een poster met teksten en een bijgeleverde cd op een stukje karton. Dat krijg je dus allemaal in huis, en dan moet het echte avontuur nog beginnen. Prachtplaat!

Melle de Boer – Temporary Bandage (eigen beheer lp, 2018)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)