Mad Max Fury Road: Junkie XL dendert door huiskamer

91xy4RlK98L._SL1425_

Tom Holkenborg alias Junkie XL kreeg in 2002 wereldfaam met zijn opzwepende remix van Elvis Presley’s A Little Less Conversation. Een jaar later vertrok hij naar Amerika. Daar ging hij in de leer bij Hans Zimmer, veelgevraagd toondichter in Hollywood. Mad Max Fury Road is Holkenborgs eerste volwaardige klus voor een grote film. Muziek bedenken voor een blockbuster biedt voor een componist doorgaans weinig uitdaging; vaak blijft het bij ondersteuning en versterking van de actiescènes. De beste filmmuziek laat zich natuurlijk ook zonder de beelden goed beluisteren. Bij de soundtrack van deze Mad Max is dat slechts ten dele het geval.

Holkenborg blijft met zijn score tamelijk dicht bij de film, die uit niet veel meer bestaat dan schiet- en smijtscènes tijdens een achtervolging in een woestijn. Op de momenten dat de Nederlander het orkest met strijkers flink laat uitpakken, blijkt de muziek buitengewoon fraai en elegant, vol terughoudende melancholie. Hoogtepunt is Many Mothers, zwaarmoedig en dreigend van toon, deels geïnspireerd op een compositie van de Griekse Eleni Karaindrou. Jammer genoeg zijn deze werken in de minderheid. Meestal worden de strijkers overrompeld door drumpartijen, waarvan het ratelen en dreunen actiescènes moeten voorstellen, maar die thuis in de huiskamer snel gaan vervelen.

Opvallend is het ontbreken van foto’s met de mooie hoofdrolspeelster Charlize Theron in het artwork van de klaphoes en bijlage. Heeft vermoedelijk te maken met bescherming portret- of beeldrecht van de actrice. Deze dubbel-lp is uitgebracht door het label Music On Vinyl in de serie At The Movies. De eerste duizend exemplaren zijn genummerd en geperst in een gele en groene lp met marmereffect. Beslist een ‘collectable’ hebbeding.

Mad Max Fury Road (Original Motion Picture Soundtrack) – Music By Tom Holkenborg aka Junkie XL (Sony Classical/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

ParkCity Live 2015 (dag 2): hoempa, rockstatements en… Jett Rebééél!

foto: Harry Prenger
foto: Harry Prenger

ParkCity Live wist voor deze editie de populairste topbands van Nederland naar Heerlen te halen. Best bijzonder als je bedenkt dat het gaat om een relatief bescheiden festival, midden in een woonwijk. Ondanks dat het ook in Limburg barst van de grootschalige popevenementen, was van festivalmoeheid op PCL niks te merken. Het tweedaagse gebeuren was zo goed als uitverkocht.

Opvallend is de mix van bezoekers: van rondrennende kids tot vijftigplussers of ouder. PCL mikt niet zozeer op de doorgewinterde festivalganger maar op het hele gezin. Zo gevarieerd als het publiek is, zo divers is ook het aanbod. Hoofdacts tegenover circusartiesten, dj’s en optredens van lokaal talent. Door de aanblik van een chillout area, waterpijplounge, en meiden met bloemenkransjes in het haar, waande je je soms in de jaren zeventig.

foto: Harry Prenger
foto: Harry Prenger

Rowwen Hèze was natuurlijk gekomen om er een feestje van te maken. Met een Limburgse allstarbezetting baande de band zich een weg door 30 jaar fanfare, Tex-Mex en ballades met een lach en een traan. Met de traditiegetrouw door de lucht vliegende bekers bier viel het echter mee. Het somber ogende wolkendek nodigde niet bepaald uit tot het nuttigen van grote hoeveelheden drank. Ondanks de dreiging van een naderende bui vermaakte het publiek zich prima met Rowwen Hèze, dat zoveel meer deed dan een verplicht setje afdraaien, iets waar veel bands zich op festivals aan bezondigen.

Dat laatste ging evenmin op voor DeWolff. Voor de derde keer stonden ze op PCL. De invloed van de southern rock, sinds de vorige plaat volop aanwezig, was ook hoorbaar, nee voelbaar tijdens hun optreden. Die muziek uit aanvang jaren zeventig neigt met zijn gitaarjams soms tot lui achterover leunen, maar daarvan was bij DeWolff geen sprake. Oude nummers werden via de Amerikaanse muziekstijl opgerekt en omhoog getild. Een ontmoeting tussen de oude en de nieuwe DeWolff in wat geen alledaags popconcert werd, maar je reinste rockstatement, ruig en bevlogen, en tegelijk het uitdragen van vernieuwd elan bij de band. Het trio zit momenteel midden in de opnamen voor een nieuw album dat volgend jaar verschijnt.

Loeihard denderde de set van de drie dj’s Yellow Claw over het veld. Een van hen is Jim Aasgier, ofwel Jim Taihuttu. Maker van videoclips en twee speelfilms. “Als ik alleen dj zou zijn, zou ik een fakking irritante supercredible scene-rebel zijn”, beweert hij in DJ Broadcast. Yellow Claw, bekend van eigenzinnige mixtapes en de hits Krokobil (“jouw bil is een krokobil”) en Nooit Meer Slapen, maakten er een decibellenfeestje van. Vergezeld van slingers en confettibommetjes, klonk hun clash van dubstep, hiphop en aangename gekte energiek en tegendraads.

foto: Harry Prenger
foto: Harry Prenger

De verwachting waren hoog gespannen voor het optreden van het internationaal geprezen The Common Linnets. Dat viel dus een beetje tegen. De bandleden leken vergeten dat ze op een festival stonden in plaats van bij de open haard. Ilse de Lange, in sexy opgeknoopt blousje, keuvelde tussen de liedjes er gezellig op los. Maar waarom blijft de band op het podium zo angstvallig dicht bij de studiouitvoeringen? Behalve dat er enkele nieuwe nummers werden gespeeld, gaven The Common Linnets veel te weinig muzikale houvast aan het publiek. En hup, daar werd de zoveelste ontzettend serieus gedragen ballad ingezet door een van de bandleden zonder eigen smoel en vocaal charisma. Niks mis met countryachtige tranentrekkers en het talent van De Lange en JB Meijers is natuurlijk onmiskenbaar, maar een rafelig randje zou The Common Linnets zeker live best goed doen.

Nee, dan Jett Rebel. Muzikale allesvreter. Wandelende garderobe. Onlangs verliet hij boos kledingwinkel Zara, omdat hij volgens eigen zeggen werd geweigerd vrouwenkleren te mogen passen in de dames- en herenpashokjes. Intussen befaamd om zijn concerten die niet alleen zoveel anders en beter zijn dan zijn platen, maar ook om de ongebruikelijke lengte.

Zo bleek wel tijdens zijn eerdere bezoek aan Heerlen, in december, toen hij een indrukwekkende show gaf van drie uur (!) in popzaal De Nieuwe Nor. Op PCL deed hij het nog eens dikjes over. Weliswaar een uur korter, maar niet minder opzienbarend met een voorkeur voor meer groove en furieuze funkrock, die door zijn band stapsgewijs opzwepender werd gespeeld.

foto: Harry Prenger
foto: Harry Prenger

Niet zomaar een hip gebaar dat DeWolff t-shirt om zijn frêle schouders. De Limburgers stonden aan de zijkant van het podium zichtbaar mee te genieten. Klaar om de tweede helft van het optreden te ondersteunen met dampende orgel- en gitaarpartijen. Beide bands komen elkaar regelmatig tegen op festivals meldde Jett Rebel, maar ditmaal was er eindelijk de mogelijkheid samen te spelen.

Uniek moment dus, en PCL had de primeur. Aanleiding voor een, we kunnen het niet anders zeggen, spectaculaire show, die eindigde metTwist And Shout van de Isley Brothers, luidkeels door het publiek meegezongen in de bekendere Beatlesvariant. Het optreden van Jett Rebel zou wel eens kunnen uitgroeien tot het meest heuglijke in de nog korte geschiedenis van ParkCity Live. Mooi moment was de innige omhelzing achter de podiumset, meteen na het optreden, tussen DeWolff’s Pablo van de Poel en een drijfnatte Jett Rebel.

ParkCity Live (Heerlen, 12 juni 2015)

foto: Harry Prenger
foto: Harry Prenger

Recensie: Bob Dylan – Slow Train Coming lp reissue Music On Vinyl

1897_foto1_product_groot

Dat was best schrikken geblazen toen in de zomer van 1979 duidelijk werd dat Bob Dylan zich had bekeerd tot het christelijke geloof. De vrijheidsdenker aan de ketting van een religie? Bij nader inzien viel het reuze mee. Voor de meeste fans maakte het niet zoveel uit, want ondanks Dylans geloofsbelijdenis belandde Slow Train Coming hoog in de albumcharts. En gelijk hadden ze. Bob Dylan verraste weer eens, de kwaliteit was er niet minder om.

De plaat mocht dan wel bol staan van expliciete religieuze verwijzingen, ter compensatie stond er muziek tegenover die, zo blijkt ook na herbeluistering, langer bleef hangen dan de waan van de dag. Dylan was het menens. Binnen ruim een week stonden de nummers op band in de Muscle Shoals Sound Studio, daar in de staat Alabama, in de zuidelijke Bible Belt. Belangrijke rol was er voor Mark Knopfler van Dire Straits. Zijn beste gitaarwerk vertelt telkens een eigen verhaal, dit keer aangemoedigd door gospelkoortjes en de Muscle Shoals Horns. Resultaat? Meer rhythm & blues dan rock; opzwepend en swingend.

Waren teksten en thema’s op voorgaand album Street Legal vaag en mysterieus, hier speelt Dylan open kaart. “There’s a Man on the cross and He’s been crucified”. Of deze: “But there’s only one authority, and that’s the authority on high”. Dat we het weten. Dylan zelf is in topvorm, zingt meer uitbundig dan prekerig op deze lp die, zoals het hoort, ook iets dubbelzinnigs met zich meedraagt. In sommige songs biecht hij niet de liefde op voor het hogere maar zeer waarschijnlijk ook voor een of misschien wel meerdere dames. Slow Train Coming is van een typische Dylanallure, wat wil zeggen dat je er bij elke draaibeurt iets nieuws in ontdekt. De manier van zingen, het beklemtonen van sommige woorden, duiding van hoes, teksten, ad infinitum. Dit is gewoon een prachtige plaat mensen.

Bob Dylan reissues worden eerst vanuit New York geluidstechnisch opgepoetst door Sony producer Steve Berkowitz. De banden met de geremasterde versie gaan voor de Europese release naar onze eigen Music On Vinyl. Zij sturen hiervan een testpersing naar Berkowitz, waar na goedkeuring de lp mag worden uitgebracht. Ondanks dat de geluidskwaliteit van deze heruitgave nauwelijks verschilt van de oorspronkelijke Amerikaanse persing, valt in het bijzonder de erg mooie, transparante klank op, die meer ruimte lijkt te bieden aan Mark Knopflers subtiele gitaarspel. Ander verschil? In plaats van de binnenhoes bevat de reissue een dubbelzijdige, losse bijlage.

Bob Dylan – Slow Train Coming (Columbia/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Nostalgie een oude bekende

sweet-poppa-312x320Terug verlangen naar vroeger is aan mij niet echt besteed. Ik geloof niet dat vroeger alles beter was, hooguit overzichtelijker. Maar “vroeger” komt steeds vaker ongevraagd op bezoek. Opeens heeft “vroeger” een eigen gezicht. Dat blijkt uit allerlei beelden die als foto’s uit het geheugen voorbij flitsen. Plompverloren, zonder aanwijsbare reden passeren ze het netvlies in een fractie van een seconde. Sommige beelden komen vaker terug, zij het in een andere gedaante of context. Soms wil je zo’n moment iets langer vasthouden door er extra hard over na te denken; dan wil je de sfeer van het beeld proeven in de hoop dat het een plekje zoekt in de zeef van het geheugen.

Eén beeld blijft in mijn hoofd rond spoken. Ik als elfjarig jongetje bij V&D in Eindhoven. Een tussenstop na een bezoek aan de Efteling met mijn ouders en tante. Op de platenafdeling houd ik met mijn handen een uit twee losse delen bestaande koptelefoon tegen mijn oren gedrukt, nog onwetend van het besef dat mijn leven zou gaan veranderen. Wat ik toen voelde, daar bij V&D tussen de oorschelpen was iets dat ik niet eerder had gevoeld. Hetzelfde gevoel dat je kreeg bij het zien van iets bloots bij een meisje, maar dan anders. Wat ik voelde was ademstokkende weemoed die tot mijn verbazing onherroepelijk leidde tot een op zwaar verlies uitdraaiend gevecht tegen opwellend vocht in mijn ogen. Ik was getuige van de aangrijpendste single aller tijden, zoveel stond vast, met in het kielzog de stelligheid dat muziek het enige was dat telde in dit leven. En dat allemaal dankzij Poppa Joe van The Sweet, mijn eerste stukje vinyl.

In 1978 volgde mijn tweede singlesmoment. Hubert van Hoof draaide op de zender Hilversum 3 een doorsnee woensdagmiddag in de prak. Alternative Ulster, een single van de Ierse punkband Stiff Little Fingers, prikte een gaatje in de tijd. Ik zie mezelf vol verbazing opkijken vanachter mijn huiswerk en merkte hoe een om zijn as wentelende gitaarriff mijn leven binnenstebuiten keerde. Enkele dagen later zit ik in de trein naar Amsterdam. Toen ik de deur van punkwinkeltje RAF openzwaaide viel mijn oog meteen op Inflammable Material, de lp met daarop de bewuste single.

Jaren later volgde andermaal 45-toereneuforie, opnieuw dankzij een intro als lont voor een kruitvat van woede. Enter The Wipers met Romeo, ofwel in muzieknoten omgezette agitatie en verontwaardiging. Als de bliksem naar Get Records! Na een korte aarzeling besloot ik het mijn budget ruimschoots overschrijdende bedrag van 37 gulden 90 neer te tellen. 1983. De dollarkoers had de prijzen van Amerikaanse importplaten flink omhoog geduwd, maar bij thuiskomst bleek Over The Edge het geld meer dan waard. Tot op de dag van vandaag.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Klassieke hardcorepunk op debuut lp The Mons

Mons

Punk, bestaat dat nog? Nou en of, als je tenminste weet waar je het zoeken moet. In de jaren negentig dreigde punk heel groot te worden met bands als Green Day, maar tegenwoordig bevindt de muziek zich alweer in het afvoerputje van de popmuziek.

Maar we hebben beet. The Mons uit Chicago. Hardcorepunk in de traditie van oude bekenden. De gulden middenweg tussen het uitgebeende van Black Flag en het venijn van Dead Kennedys. Zanger Matt Vecchio bezit namelijk net zo’n sneer in zijn stem als Jello Biafra. Ondanks dat The Monsmuzikanten al jaren actief zijn in lokale undergroundbands, knallen ze erin alsof hun leven er van hangt.

The Mons zijn bedreven in het uit de weg gaan van clichés. De melodieën pakken beet, de gitaarakkoorden zorgen voor net voldoende afwisseling en spanning. Ondanks dat in dit genre pamflettisme vaak gemeengoed is, zijn de teksten van The Mons voor meerdere uitleg vatbaar. Verbijstering, ingehouden woede, paranoia, de hardvochtige actualiteit. What Were You Thinking? Vecchio komt niet met pasklare antwoorden, maar merkt dat het zelfs in zijn eigen achtertuin niet helemaal pluis meer is. Drones Over Elgin gaat vergezeld van een meebrulbare slogan die zomaar van Dead Kennedys had kunnen zijn. In het langste nummer op deze debuut-lp wordt in nog geen twee minuten Decline And Fall Of The Human Race samengevat. Het kortste, Annihilated, klokt 37 seconden. Totale speelduur? Net iets meer dan een kwartier.

Overeenkomstig de ‘do-it-yourself’ attitude uit de glorietijd (1976-1981) van punk en hardcore, doen The Mons alles op eigen houtje. De plaat is uitgebracht in eigen beheer, de eerste honderd exemplaren op felrood vinyl. Kunstenaar Raymond Pettibon werd gevraagd voor het artwork op de hoes. Pettibon wordt tegenwoordig omarmd door de kunst- en galeriewereld, maar geldt al decennia als cultheld bij punkliefhebbers. Begin jaren tachtig maakte hij hoesjes voor onder meer Black Flag en Minutemen. Handelsmerk? Fictieve filmscènes in afgemeten zwart-wit.

Zou zomaar kunnen dat The Mons zich hebben vernoemd naar het Latijnse mons pubis, in de volksmond venusheuvel. The Mons dus. Onthoud die naam. Koop die plaat. Meer hardcore dan punk voor Me And You And A Dog Named Fuck You.

The Mons – In The Original It’s Red (eigen beheer, 2015)

Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Recensie David Bowie – ‘hours…’ vinyl reissue Music On Vinyl

step0001

Feestje in huize Bowie. Eindelijk is ‘hours…’ op vinyl verkrijgbaar. In 1999 was het album een van de eerste internetdownloads, voorafgaand aan de cd-release. Het label Music On Vinyl maakt al een poosje zwart goud van de blinkende schijfjes, die rond de eeuwwisseling van David Bowie verschenen. Destijds werden ze nogal eens onthaald op onbegrip, of op zijn minst op gemengde reacties. Niet helemaal terecht. Bij zo’n hernieuwde kennismaking per vinyl, blijken met name Earthling en Reality uitstekende albums. 1.Outside uit 1995 behoort zelfs tot de hoogtepunten uit zijn carrière.

Op ‘hours…’, let u even op de schrijfwijze, verruilt Bowie vernieuwingsdrang voor berusting. Dit is nu eens geen album bedacht rondom een fictief personage of voorzien van conceptuele gedaantewisselingen. What’s Really Happening luidt een van de songs. Geschreven door ene Alex Grant. Hij was indertijd de winnaar van een prijsvraag om een David Bowie song te schrijven. Zo’n bijdrage van buitenaf geeft min of meer al aan dat teksten en onderwerpen op deze plaat niet of nauwelijks over Bowie zelf handelen. Volgens eigen zeggen putte hij uit de teleurstellingen die hij in leven en liefde ontwaarde bij veel van zijn generatiegenoten. Om misverstanden te voorkomen, meldde hij vooraf in een interview: “I had to create the situations”. Hoe dan ook schijnt een zekere vorm van reflectie vaker voor te komen bij mensen van middelbare leeftijd. David Bowie was ten tijde van dit album 52. Hier is hij meer mens dan kunstenaar, meer neoclassicist dan kameleon.

Ook de muziek sluit aan bij de bespiegelende Bowie. Poprock die zich gestileerd en bescheiden heel slim dienstbaar opstelt aan de licht omfloerste zangmelodieën. De symboliek ligt intussen voor het oprapen. Het artwork op de hoes barst van de barcodes. Wordt er een nieuwe versie van de zanger gescand en geordend? We zien een oudere Bowie meer dood dan levend in de armen van zijn jongere uitvoering. Langharig, gekleed in engelachtig glamjack. Het beeld doet natuurlijk denken aan de beroemde piëta van Jezus Christus in de schoot van Maria. Achterop de hoes een zwarte slang, dreigend opgerold vlakbij drie Bowies in verschillende poses. Wil de echte David Bowie opstaan?

Maar eerst herkennen we de hints naar het verleden in tekstflarden en songtitels. Woorden als “suspicious minds” vallen (nummer van Elvis Presley), de songtitel Something In The Air was een gelijknamige hit in 1969 van Thunderclap Newman, er wordt gerefereerd aan de Rolling Stoneshit Time Is On My Side (in Survive, waarin ook sprake is van “beatle boys”). Zo krijgt ‘hours…’ met zijn subtiel vermengen van heden en verleden, van ogenschijnlijke gelatenheid die op meerdere niveau’s weerkaatst, een geheel eigen charme en karakteristiek.

Hierna volgden albums met titels als Heathen en Reality, waarna de ‘thin white duke’ de relatieve anonimiteit verkoos. Artistiek herrijzen deed hij pas weer in 2013 met het magistrale The Next Day. Op zijn 66ste! Er is dus nog hoop voor vijftigplussers.

‘hours…’ gaat vergezeld van een boekje met twintig pagina’s foto’s en teksten. In de glossy hoes bevindt zich een lp van 180 gram waarop stem en muziek mooi in balans klinken. Een aantal is geperst in een kleurtje, blauw of groen naar keuze, als je niet te lang wacht tenminste. Een feestje dus, nu ook voor vinylliefhebbers onder de Bowiefans.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)