Op Record Store Day wordt vinyl gevierd

20150414_144609-1-1-1

Zaterdag 18 april vindt de jaarlijkse viering van het vinyl plaats. Op Record Store Day draait het onder meer om platen met nieuwe liedjes, zeldzame live opnamen, remixes of heruitgaven. Vaak gaat het om lp’s en singles die nooit eerder verschenen en, door de beperkte oplage, na deze dag amper meer te krijgen zullen zijn. Ook de verkoper van al dat exclusieve zwart goud wordt niet vergeten.

Volgens Stephan van Peursem, projectleider bij Record Store Day Nederland, is het vooral een feestdag ter ere van de onafhankelijke platenzaak. Tijdens de komende, zesde editie doen er in ons land zo’n negentig winkels mee. Van Peursem: “De platen zijn hartstikke leuk natuurlijk, maar het draait om de winkels en niet om de releases, dat moet wel duidelijk blijven. Het succes moet niet ten koste gaan van de platenzaken.” Om zijn stelling te benadrukken bezocht Van Peursem enkele maanden geleden een groot aantal deelnemers. “Ik wilde weten wat ze vonden van de afgelopen jaren. Sommige dingen zijn duidelijker als je het erover hebt, dat gaat makkelijker als je er bent dan dat je een mailtje verstuurt.”

De ervaring leert dat Record Store Day een toenemend enthousiasme en fanatisme laat zien bij liefhebbers, voor en achter de toonbank. Natuurlijk valt er altijd wel wat te klagen of aan te merken. Over de soms hoge prijzen. De dubbel lp Get Behind Me Satan van The White Stripes gaat bijna 50 euro kosten. Wie in het bezit wil komen van een plaat van componist Steve Reich moet er nog een tientje bovenop leggen. Van Peursem kent de klachten, maar zegt er weinig aan te kunnen doen: “Als een Record Store Day release in een kleine oplage van bijvoorbeeld duizend stuks verschijnt is de kostprijs gewoon veel duurder. Dan is de verkoopprijs per stuk hoger. Releases komen uit Amerika ook in kleine oplages waardoor de verzendkosten per stuk hoger zijn. Daarna moeten de releases in Nederland ook nog eens in een hele korte periode gedistribueerd worden.”

De verkoopprijs is een van de agendapunten tijdens bijeenkomsten van internationale Record Store Day organisaties. Van Peursem: “Daar hebben we het onder andere met de labels over de prijzen. Wij vragen ze om deze altijd zo reëel mogelijk te houden. Het moet zich niet tegen je gaan keren. Als mensen het idee krijgen dat ze uitgemolken worden gaat dat ten koste van de charme van Record Store Day. De dag draagt heel erg bij aan de opkomst van het vinyl. Dat komt nu wel steeds meer over bij de platenmaatschappijen. We proberen samen een goed beleid neer te zetten.”

1787_foto2_product_groot

De inbreng van de labels mag dus niet onderschat worden. Zo komt de lijst met items tot stand dankzij een innige samenwerking tussen de maatschappijen en het hoofdkantoor van Record Store Day Amerika. Van Peursem: “Heel veel releases worden eerst in Amerika ingediend. Dit jaar zijn er meer dan 650 titels binnengekomen. Michael Kurtz, medeoprichter van de Amerikaanse Record Store Day, heeft dat aantal teruggebracht tot 400. In Amerika wordt er een lijst samengesteld die wordt aangevuld met releases uit Europa. Elk land heeft zijn eigen lijst. Wij hebben hooguit invloed op de Nederlandse releases die bij ons worden aangemeld. Een van de voorwaarden is dat de titels onderscheidend moeten zijn.“

Wat de gemoederen het meest bezig houdt bij kopers en verkopers, is natuurlijk de allesomvattende levensvraag in hoeverre het felbegeerde zwarte goud verkrijgbaar is op de bewuste dag. Van sommige platen zijn er maar een paar honderd geperst. Wereldwijd! Voor de ware vinylfan een zenuwslopende gedachte. Begrijpelijk volgens Van Peursem: “De Amerikaanse lijst bestaat voor meer dan zestig procent uit releases van kleine onafhankelijke labels. Dat betekent voor ons dat het lastiger wordt om te kijken wat we hier kunnen krijgen. Soms zijn het zulke kleine labels, met artiesten die we hier nog niet zo goed kennen. Sommige rechten liggen alleen in Amerika. Er zijn ook platen die ze in Amerika niet kunnen krijgen en hier wel. Dat is ook weer een rechtenkwestie. Platenmaatschappijen zijn zelf ook bezig om de rechten uit te zoeken. Een heel puzzelwerk. Dat is ook het mooie van Record Store Day. Je bent er lang mee bezig, tot op de dag zelf. In het verleden is het voorgekomen dat Radiohead pas op het laatste moment hun release bekendmaakte.“

Vinyltips Record Store Day 2015:

Hoe verleidelijk ook, de truc is niet om per se de gelimiteerde platen eruit te vissen. Zoek de muzikale meerwaarde op. Een van de opvallendste releases vorig jaar kwam van Gonga. Van wie? Inderdaad, ook nooit van gehoord. Toch was er iets bijzonders aan de hand. Op de hoes oogde een onheilspellend schilderijtje, binnenin zat een poster en het vinyl was doorzichtig. De Britse metalband Gonga betoonde met het nummer Black Sabbeth op fraaie wijze eer aan Black Sabbath. Samen met Beth Gibbons van Portishead.

Broeder Dieleman & Bonnie Prince Billy
Koeien en kerktoren onder een halfbewolkte hemel. Het hoesje biedt een typisch Hollands tafereel voor twee eigenzinnige troubadours die elkaars werk coveren.

Dire Straits – Honky Tonk Demos
Ooit was Dire Straits best cool. De RSD dubbelsingle bevat demo-opnamen uit 1977. Een van die nummers is de doorbraakhit Sultans Of Swing.

Bob Dylan – The Basement Tapes
Als lid van Dylans begeleidingsgezeldschap The Band bewaarde Garth Hudson de oorspronkelijke opnamen, die onlangs in een boxset uit kwamen. De RSD platen verschijnen op Hudson eigen muziekuitgeverijtje. Wat er precies op staat is op moment van schrijven vooralsnog in raadselen gehuld. Vermoedelijk een deel van dezelfde liedjes in ‘bootleg’-achtige geluidskwaliteit. Gestoken in eenvoudige witte hoes, genummerd en voorzien van Hudsons handtekening.

J Dilla – Fuck The Police
Reissue hiphopklassieker van wijlen Jay Dee. Onbedoeld weer urgent en actueel. “And niggas get stopped for nothing…yall need to get shot for nothing”. Single in de vorm van een (Amerikaanse) politiebadge.

The Doors – Strange Days
Heruitgave van legendarisch album in gerestaureerd mono geluid.

Brian Eno – My Squelchy Life
‘The lost Eno album’ opgenomen begin jaren negentig. Verscheen in 2014 voor het eerst als bonus bij de cd-reissue van het muzikaal gelijkgezinde Nerve Net. Dubbel lp.

Serge Gainsbourg – Et Le Cinema
Chansons uit Franse films eind jaren vijftig begin jaren zestig.

Happy Mondays – Pills Thrills ‘n Bellyaches
Met deze plaat begonnen de jaren negentig. Dé feest- en pillenplaat uit Madchester. Gekleurd vinyl.

Kinderen Der Hyperillusionistisch Verbond – De Heksenkring
Oorspronkelijk een nummer uit 1971 van het hippiestel Elly & Rikkert. Nu in een uitvoering door Belgische cultmuzikant Tim Vanhamel en zijn zus Lotte. Vanhamel speelde in bands als Millionaire en Evil Superstars.

Metallica – No Life ‘Til Leather
Oorspronkelijk een tape met demo’s uit 1982. Bevat enkele nummers van debuutalbum Kill Em All. Deze RSD release verschijnt niet op vinyl, maar op een uh… cassettebandje!

Psycho
7” met het beroemde thema uit de gelijknamige Hitchcockfilm. Bloedrood vinyl.

Red House Painters
Voor wie nog geld over heeft. Box met zes lp’s in prachtige hoezen ontworpen door de artwork afdeling van het 4AD label. In het najaar zullen de albums ook los worden uitgebracht. Red House Painters maakt muziek die bijna stil staat van dramatiek en onbeschroomde melancholie. Zanger Mark Kozelek speelt thans in Sun Kil Moon.

Run The Jewels
Hiphop duo met vier nummers die hun vinyldebuut maken waarvan een gloednieuw werkje. Picture disc.

Sly & the Family Stone – Live At The Fillmore East 1968
Dat werd tijd. De eerste officiële vinylrelease met een concertregistratie van deze ultieme live band.

Tomorrow – Tomorrow
Reissue debuut uit 1968 van ondergewaardeerde band. Kruising tussen oude Pink Floyd en The Kinks. Vinyl in ‘splatter’ kleurtjes. In mono weergave.

The White Stripes – Get Behind Me Satan
Voor het eerst officieel op vinyl, het misschien wel beste en, dankzij veelvuldig gebruik van piano, enigszins afwijkend album. Verschijnt in ‘bewegende’ hoes en gekleurd vinyl. Later dit jaar een gewone versie.

Frank Zappa – 200 Motels
Bevat een in 2013 gespeelde ouverture door de Los Angeles Philharmonic Orchestra. B-kantje bevat unieke registratie van Frank Zappa en de Royal Philharmonic uit 1971. Paars vinyl.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Lp reissue Q65 – Revolution: dé Nederbeatklassieker

1747_foto2_product_groot

Nog geen twee minuten duurt het. Down In The Bottom is meer dan alleen het naspelen van een oud nummer van blueszanger Willie Dixon. Een kort vlijmscherp statement. Je reinste garagepunk. Zo eindigt kant één van Revolution, dat voortaan als Nederbeatklassieker door het leven zal gaan. Wanneer de plaat in 1966 verschijnt blijkt ie voor Nederlandse begrippen behoorlijk uniek. Onaangepast en ruig, op basis van rauwe blues in navolging van Rolling Stones en The Animals.

Met dat verschil dat het Haagse beatbandje, o grote opluchting, nadrukkelijker op het scherpst van de snede speelt dan hun voorbeelden. Met Revolution geeft Q65 alle andere dan opkomende Nederlandse groepen een fikse draai om de oren. Een stapeltje hitsingles vestigt de naam definitief, niet alleen bij het groeiende legioen “langharig tuig”. De band mag zelfs optreden in de oerdegelijke talkshow van Willem Duys.

Bijna vijftig jaar later is de lp nog altijd bijzonder om te horen. Ondanks de duidelijke invloeden, heeft De Kjoe iets spontaans, onbevangens en argeloos. Alsof er geen verschil bestaat tussen studio en repetitieruimte; in het geval van Q65 een woonboot genaamd Annie. Wim Bieler zingt als ruwe bolster blanke pit, terwijl sologitarist Joop Roelofs ook in 2015 opgeruimd en eigenzinnig klinkt.

Afgezien van de muziek is deze nieuwe uitgave bovendien een mooi hebbeding. Van alle eerdere reissues, de laatste dateert uit 2001, doet deze versie het meest recht aan het Q65 geluid. De eerste duizend exemplaren zijn geperst op rood vinyl, vergezeld van een fotobijlage. De bandleden staan op de hoes afgebeeld in voelbare reliëfdruk. Jammer dat het logo van de firma Decca, dat de plaat oorspronkelijk uitbracht, niet is overgenomen op het vinyllabel. Gebleven is wel de hippe hoestekst van Fluxuskunstenaar Willem de Ridder: “Denk er vooral aan dat knopje waar VOLUME bij staat zo ver mogelijk open te draaien.”

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Tefaf 2015: van ruimtevaart tot zoutzakken

20150313_123625

Dat het volgens recent onderzoek goed gaat met de kunstverkoop was duidelijk te merken op de openingsdag van de Tefaf. Krioelende drukte in gangen en galerieën, lange rijen bij de ingang van eetgelegenheden. Onder de bezoekers klonk allesbehalve het Nederlands als voertaal op de internationale kunstbeurs.

“De kunstmarkt bereikte zijn hoogste recordniveau ooit. Het blijft een sterk gepolariseerde markt, met een relatief klein aantal kunstenaars, kopers en verkopers die goed zijn voor een groot deel van de waarde”. Aldus cultuureconoom Clare McAndrew. Ze onderzoekt jaarlijks in opdracht van de Tefaf de wereldwijde kunstverkopen. Toch ziet ze ook een lichte verandering. Met name de groei van online verkoop toont volgens haar een toenemend aandeel in de goedkopere prijsklasse. Het is met name de naoorlogse en hedendaagse kunst die het goed blijft doen.

Maar hoe als liefhebber en niet als koper wegwijs te worden in het immense aanbod van bijna 30.000 kunstwerken: van een evangelieboek uit 980 tot honderden antieke parfumflesjes; prachtige Picasso’s; opvallend veel Warhols; een handvol Basquiats; foto’s van Irving Penn; een schilderij (!) van Jeff Koons. Het maken van ontdekkingen is een van dé uitdagingen tijdens de rondgang door de Tefaf die met gemak enkele uren in beslag neemt.

Peter Klasen is zo’n ontdekking. De Duitse kunstenaar wordt gerekend tot Le Nouvelle Figuration, de Europese tegenhanger van de Pop Art. De stijl op drie getoonde doeken van Klasen (1935) is zonder verdere opsmuk: spartaans om niet te zeggen overdreven gestileerd. Misschien dat de abstracte tegenstellingen binnen de afmeting van een doek reden is waarom zijn naam en werk nog niet op het collectieve kunstgeheugen staat gegrift.

20150316_140629

Gedurfd en best een beetje brutaal is de keuze van de Daniel Blau Gallery om kleurenfoto’s die de NASA maakte van de Apollovluchten en maanlandingen, als kunst te verkopen. 2000 euro per stuk moeten ze kosten. Enkele galerieën hebben samen een hoekruimte ingericht. Een bronzen sculptuur van Tony Cragg reikt tot aan het plafond. Verderop de mens in vervreemdende gedaantes in de vorm van beeldhouwinstallaties door Mark Manders. Fluxuskunstenaar Nam June Paik is eveneens van de partij. Zijn set flikkerende monitors verspreid over een bolinstallatie lijkt op een los onderdeel van een ruimtevaartuig.

De Braziliaan Vik Muniz refereert in zijn werk aan bekende figuren uit de kunstgeschiedenis. Indrukwekkend vanwege de afmeting is een fotoprint die veel meer is dan een collage van beelden uit tijdschriften. Wanneer je een paar meter afstand neemt blijken de hoofdfiguren in het werk eveneens gemaakt uit een confetti van collages. Titel: The Stone Breakers, After Gustave Courbet, de schilder van het beroemde naaktschilderij l’Origine Du Monde.

Opvallend is een werk van Jeff Koons. Nu eens niet een van hem bekende ‘banale’ sculptuur maar een heus schilderij van olieverf. Een witte roos in volle bloei over de volle lengte van het bijna drie meter lange doek. Een werk met een merkwaardige dieptegevoel en contrast, doordat de bloem roerloos staat afgebeeld tegen kringelende bewegingen op de achtergrond. Primal Swishvoltooide Koons in 2011. Vraagprijs 2,5 miljoen euro.

20150313_124320

Grappig en curieus is een suiker- en zoutinstallatie van Pieter Laurens Mol. De in Breda geboren Mol is een veelzijdig kunstenaar die conceptueel multimedia werk maakt dat toegankelijk en verfrissend aan doet. Toch is zijn naam slechts bekend bij een groepje liefhebbers, terwijl hij toch de eerste levende Nederlander was met een eigen tentoonstelling in het Museum Of Modern Art van New York. De Tefaf toont een constructie die in aanleg wat plechtstatig oogt. Een zeefdruk aan de muur met pal eronder een stalen frame waarop brokken zout liggen. Er staat een slee klaar met enkele zakken gevuld met zout. Mol speelt een ondoorgrondelijke spel met interpretatie, perceptie en betekenis.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Stadsdichter Heerlen Michelle Bracke: “Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven

ZS8O3473-v2
foto: Roel Janssen

Een doordeweekse avond in de binnenstad van Heerlen. Op de hoek van de Saroleastraat staat een historisch pand uit de jaren twintig; de ‘binnenkomer’ van het winkelcentrum. Ooit was er café In de Poort van Herle gevestigd, nu brasserie De Passie. Michelle Bracke is er enkele minuten eerder dan afgesproken. Aan een tafeltje met uitzicht op het Royaltheater en een deel van het toekomstige station, vertelt ze over haar gedichten. Maar ook over Heerlen dat haar tot stadsdichter koos, over David Bowie en, kort voor sluitingstijd over zichzelf, openhartig.

Bracke (31) studeerde filosofie in Sofia, kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Overdag werkt ze bij een bewindvoerderskantoor. Haar vader was eigenaar van een bekende kroeg in het Heerlense uitgaanscentrum. Talent voor schrijven ontwikkelde ze al vanaf jonge leeftijd. Dat het goed voelde merkte ze toen ze bij zichzelf een waarneembare ontwikkeling ontdekte. Bracke: “Ik had al vanaf mijn tiende de behoefte om te schrijven. Ik wilde een dagboek bijhouden, maar ik merkte dat dat niet lukte omdat ik dingen ging verzinnen en zinnen herlezen. Ik vroeg me toen af hoe ik dat mooier kon opschrijven, en beter verwoorden. Op een gegeven moment werd mijn dagboek poëtisch proza.”

Terwijl ze enkele slokjes drinkt van haar glas thee zegt Bracke kritisch te zijn op haar teksten en niks voor lief te nemen. “Om van mezelf te zeggen dat ik in de buurt kom van iets dat je poëzie mag noemen, is eigenlijk pas sinds een paar jaar, dat ik mezelf voorzichtig durf te meten aan mensen die ik zelf ook goed vind. Dichters die ik graag lees variëren van de nieuwe dichters tot de klassieken. Ilja Leonard Pfeiffer is voor mij echt een taalgod, maar ook Ellen Deckwitz en Lieke Marsman zijn voorbeelden van dichters die begrijpelijk en goed schrijven.”

Ze maakt een onderscheid tussen het stadsdichterschap en haar ‘complexere’ poëzie. “Poëzie produceer je niet op commando”, beweert ze. “Ik vind dat gedichten weloverwogen geschreven moeten zijn. Goed en tegelijkertijd toegankelijk schrijven is best een uitdaging. Het is leuk als mensen het meteen snappen en leuk vinden om te lezen. Daar doe je het natuurlijk ook voor, althans, als stadsdichter. Ik ben nu bezig met een afscheidsgedicht voor Paul Depla (de burgemeester vertrekt in maart-red.). De ‘echte’ poëzie kan ik daarnaast doen; daar heb je andere gelegenheden voor, andere mensen. Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven. Ik zou dat ook niet kunnen, maar je schippert toch een beetje om het wat toegankelijker te maken. Goede teksten vinden hun eigen weg wel.”

ZS8O3797-v2-580x870
foto: Roel Janssen

Haar gedichten gaat Bracke voordragen tijdens poëziebijeenkomsten en bij culturele activiteiten in Heerlen. De jury die haar tot stadsdichter koos schreef: ‘Michelle weet de kwaliteit en diepgang van haar gedichten te verbinden met een pakkende, toegankelijke schrijfstijl’. Zelf werd ze bevangen door twijfel. “Bij de jurering vond ik het gesprek vreselijk slecht gaan. Ik dacht: die willen me absoluut niet hebben. Ik had het idee dat ze al iemand hadden gekozen, mensen die meer contacten hadden, dat dat een veilige keuze voor ze zou zijn.” De uiteindelijke winnares werd op het hart gedrukt dat ze best kritisch mag zijn, een ander geluid mag laten horen. Bracke: “Je wordt geenszins beperkt in je kritiek. Dat is prettig, maar ik vind dat je wel een dichter moet blijven. Dat je juist dingen moet kunnen vangen die niet zo voor de hand liggen, dat je daarop krachtig inzoomt en niet de makkelijk dingen kiest.”

Over het grote bouwproject dat de nieuwe stationsomgeving van Heerlen moet worden is ze resoluut: “Ik vind het zo’n slordig plan dat Maankwartier. Daarmee ga je het centrum leeg trekken. Ik vind dat ze moeten centraliseren zoals Maastricht dat doet. Nu wordt er teveel verdeeld in plaats van naar een centrum toe te werken, wat ook economisch beter is.” Haar issues met Heerlen bekruipen haar het meest als ze weer eens een andere stad opzoekt, zoals onlangs Berlijn. “De mensen zijn wat minder bekrompen en ze vinden niet zo gauw iets gek. Een verademing.” Maar vooroordelen over poëzie zijn overal. “Iets wat mensen maar moeilijk kunnen volgen, bijvoorbeeld, is dat ik naar metal luister. Dat matcht niet met de connotatie die mensen bij poëzie hebben, hetgeen lief en braaf is.”

De naam van David Bowie valt. De tijd dat hij in Berlijn woonde, eind jaren zeventig, bezorgde zijn muziek een artistieke opleving. De zanger is een groot voorbeeld voor Bracke: “David Bowie was mijn eerste liefde. Wat ik aan hem zo fascinerend vind is dat hij van gedaante verandert alsof het een natuurlijk ding is. Dat herken ik, die behoefte om al je gezichten te laten zien. Bowie was lekker androgyn en had daar gewoon schijt aan. Ik mag daar graag een voorbeeld aan nemen. Niet dat ik zelf ook zo ben, maatschappelijke conventies houden me in toom. Gewoon voor de lol zet ik wel eens een pruik op. In vind het fijn om fysiek te veranderen, om een andere kant van me naar buiten te laten. Ik ben gewoon mezelf maar heb soms de behoefte er anders uit te willen zien.”

Ze laat enkele foto’s zien vanaf haar smartphone. Daarop draagt ze een pruik met telkens een ander kleurtje en passende oogopslag. Over haar voorkeur om zichzelf soms een ander uiterlijk te geven: “Iedereen moet altijd een keuze maken. Op de een of andere manier kan ik daar niet tussen kiezen. Mensen vinden dat raar, en dat vind ik dan weer raar en dan ga ik het juíst doen. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Je moet niet alternatief zijn om het alternatief zijn. Het is meer gevoelsmatig, iets waar ik plezier in heb. Ik moest wel eerst dertig worden om dit te kunnen doen.”

Op de achtergrond klinkt het geluid van glazen die worden omgespoeld en klaargezet voor de volgende dag. De laatste gasten hebben De Passie intussen verlaten. Kort voor sluitingstijd. De jonge stadsdichter neemt nog een laatste teugje van haar groene thee. Aan haar handen draagt ze opvallende ringen. Ze praat bedachtzaam maar zelfverzekerd, aangenaam en bescheiden. “Het is pas na mijn dertigste dat ik in alle oprechtheid kan zeggen: ik heb er schijt aan wat iedereen van me denkt. Daarvoor durfde ik dat niet. Ik ben niet heel erg ad rem en nogal introvert van karakter. Ik liet niemand binnen, bouwde een muur om me heen. Dat begon tegen me te werken. Ik zat helemaal in mezelf opgesloten. Het is een van de redenen waarom ik poëzie ben gaan schrijven, een manier om je te uiten, een uitlaatklep. Inmiddels is de muur gesloopt en dat voelt heerlijk.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Handleiding voor beginnende vinylliefhebbers. Vinylmythes bevestigd en doorgeprikt

VARIOUS

Schijt. Een van de belangrijkste zaken bij het kopen van platen zijn niet eens de platen. Je dient om te beginnen in het bezit te zijn van goede afspeelapparatuur! Geloof het of niet maar enkele van de hieronder genoemde beweringen over vinyl, komen namelijk pas tot leven wanneer je beschikt over een goede platenspeler. Liefst eentje met een nauwkeurig afgestelde draaitafelarm. Behalve een prima speler en een versterker die de pittigste muziek aankan, zijn luidsprekers eveneens van cruciaal belang. De luidspreker is het doelpunt van de wedstrijd. Maar wat is een goede luidspreker? Kort gezegd komt het er op neer dat je in de muziek een doortastende maar ongekunstelde dieptewerking moet kunnen horen.

Goed. Met een beetje geluk en het omgaan met onverwachte tegenslag (“hé in de winkel deed ie het nog”) kun je, zeker als beginner, je speurtocht naar geschikte apparatuur het beste starten in tweedehands winkels. Volstrekt uit den boze is de aanschaf van een Crosley. Wanneer je platen draait op deze spelertjes, al zien ze er nog zo hip uit, is het snel afgelopen met de vinylliefde. De Crosley maakt tijdens het afspelen rare bijgeluiden, het draaimechanisme is allesbehalve stabiel, om over de kwaliteit van de naald en het geluid maar te zwijgen. Alsof je de muziek hoort door een gebarsten rietje. Het beste geluid dat een Crosley voortbrengt is wanneer hij van 13 hoog naar beneden stort en te pletter valt. Ok, dan nu waar het allemaal om draait: het zwarte goud, de mythes en keerzijdes gebaseerd op meer dan 35 jaar platen kopen van de schrijver van dit stukje.

Is platen kopen verslavend?
Nou en of. Wie eenmaal begint komt terecht in een doolhof waarin wegen telkens andere zijpaden uitlokken. Advies: hou jezelf voor ogen dat het om de muziek gaat, blijf zoveel mogelijk muziekliefhebber. Toch loert bij het almaar toenemende aanbod van platen het gevaar van de dwangdrang. Tot op heden is echter nooit wetenschappelijk aangetoond dat vinyl acuut levensbedreigend is of op den duur slecht voor de gezondheid. Wel kan het nadelige gevolgen hebben voor je banksaldo, hetgeen kan leiden tot stresssituaties en zelfs een mogelijke voorbode opleveren voor echtscheiding.

Moet je platen van tevoren schoonmaken?
Het is maar net wat je met schoonmaken bedoelt. Platen zijn stofvangers. Stof veeg je voor een draaibeurt af met een simpel koolborsteltje. Zo voorkom je stofophoping en slijtage aan de naald. Bewaar je platen in binnenhoezen met plastic voering. Schoonmaken met vloeistof? Liever niet. Wanneer het kraken de muziek overheerst kun je veel van het opgehoopte vuil in de groeven eruit krijgen met een speciale vloeistof. Nogal wat liefhebbers nemen het kraken op de koop toe, ter verhoging van een authentieke vinylbeleving. Andere mensen zullen zelfs van het kleinste kraakje slapeloze nachten krijgen. Een ander nadeel van platen is dat ze soms net niet concentrisch zijn geperst. Ook dat kun je horen. Naarmate de naald het gaatje nadert gaat de muziek steeds valser klinken. Zul je net zien, eindigt de plaat met een gevoelige maar dus vals klinkende pianoballade.

Waarom zijn nieuwe lp’s zo duur?
Hier is geen duidelijk antwoord op te geven. De prijzen verschillen per platenmaatschappij. Doorgaans betaal je voor een nieuwe lp rond de 22 euro. De buit waar jij voor betaalt, wordt verdeeld onder artiest, platenmaatschappij, distributeur en winkelier. Bedenk dat platenmaatschappijen vinyl beschouwen als een product om geld aan te verdienen. Onder het motto de klanten kopen het toch wel probeert men het onderste uit de kan te halen. Overigens betaalde je in het pre-euro tijdperk tussen de 18 en 24 gulden voor een lp.

Klinken lp’s met een gewicht van 180 gram beter dan lp’s met een ander gewicht?
Laat je niks wijsmaken. Ton Vermeulen, directeur van de Haarlemse platenperserij Record Industry, vertelde ooit tijdens een rondleiding door zijn fabriek vol naar smeerolie ruikende machines, dat een en ander “tussen de oren zit”. Hij bevestigde de veronderstelling dat het niet veel meer is dan een ordinaire verkooptruc. Dat dergelijke platen inderdaad 180 gram wegen, wil dus niet zeggen dat ze anders of beter klinken dan vinyl met een ander gewicht.

Klinken platen die geperst zijn in Amerika beter dan platen uit andere landen?
Gek genoeg wel. Tegenwoordig is het verschil te verwaarlozen omdat er nog maar weinig verschillende landenpersingen verschijnen. Dit in tegenstelling tot de jaren zeventig, hét vinyltijdperk, toen vrijwel ieder land zijn eigen vinylversie uitbracht. Luister eens naar een willekeurige lp van Columbia Records en een van dezelfde titel gemaakt door het Nederlandse CBS. Wat je hoort is een enorm klankonderscheid in het voordeel van de Amerikaanse persing, met name in de klank van ‘het laag’, de weergave waarin bas en drums ‘samenkomen’. De CBS-platen zijn berucht om hun schelle ‘middenklank’. Een zenuwbehandeling bij de tandarts is er niks bij. Ook bij eenvoudige afspeelapparatuur zijn de verschillen duidelijk hoorbaar. Veel vinylliefhebbers zweren bij persingen van Amerikaanse origine vanwege het dynamische warme geluid. De Amerikanen bedachten toch ooit de term ‘groovy’?

Zijn verkopers van tweedehands vinyl betrouwbaar?
Mmm, doorgaans wel. De tweedehands platenverkoper herken je aan zijn betweterigheid over platen en persingen in combinatie met het Sterke Verhaal. Dat verhaal houdt in dat hij en uitgerekend hij en niemand anders, om zes uur ‘s ochtends op de lokale rommelmarkt een zeldzame plaat vond, die hij op eBay of de platenbeurs van Utrecht verpatste voor 250 euro. Over de onverkoopbare troep die er in de loop der jaren door zijn handen is gegaan zul je hem niet snel horen.

Is de platenbeurs van Utrecht het paradijs op aarde voor de vinylliefhebber?
Yes! Het vinylevent dat tweemaal per jaar plaatsvindt in de megahallen van de Jaarbeurs, is dé plek waar beginners en gevorderden elkaar treffen in hun gezamenlijke zoektocht naar koopjes en collectors items.

Wat zijn de beste platenzaken van Nederland?
Om deze vraag te kunnen beantwoorden zou je natuurlijk eerst alle winkels in ons land moeten opzoeken. Vaststaat dat je een bezoek aan Sounds in Venlo minstens een keer in je leven moet hebben meegemaakt. Het aanbod is voor Nederlandse begrippen ongekend en bijna intimiderend. Tip: maak een middag vrij en hou voor jezelf een uitgavelimiet in gedachten, want voor je het weet loop je rond sluitingstijd naar buiten met meer platen onder de arm dan je lief is.

Zijn meisjes die platen kopen stoer?
Absoluut. Stoerder dan meisjes die cd’s kopen. Helemaal wanneer je als meisje platen koopt van bands die jongens niet kennen. Bovendien geeft het een fijner gevoel als je met een plaat thuiskomt en niet met zo’n plastic doosje. In de groeven van het vinyl zie je de muziek. Wanneer je naar een cd kijkt zie je alleen jezelf. Nergens voor nodig, want je hebt jezelf vanochtend nog in de spiegel bekeken. Een van de redenen waarom meisjes vinyl kopen is omdat ze beseffen dat de cd het ergste is dat de mensheid is overkomen. Kortom, hulde aan vinylkopende meisjes. Zij proberen ons te redden van de totale ondergang.

Stone Temple Pilots denderen kamerbreed per vinyl

61GeSCQa0qL._SL1425_

Stone Temple Pilots was een van de vele bands die meedeinden op de golf van gitaargrunge eind jaren tachtig. Met name in Amerika zag STP haar grillige pad geplaveid met gouden en platina platen. In Nederland verslapte de aandacht gaandeweg. De band uit San Diego werd hier beschouwd als het minder begaafde broertje van Nirvana, Pearl Jam en Alice In Chains.

Grillig omdat de vermeende genre-indeling de band lange tijd met een imagoprobleem opzadelde. Eigenlijk maakte Stone Temple Pilot net iets meer dan grunge; in de mix van jaren zeventig rock met glam- en psychedelische invloeden, scheen soms een broeierig Californisch zonnetje, maar vaker schemerde de zwartgallig gekleurde zelfkant. STP is bovendien de afkorting voor een hallucinogene amfetamine, die bijzonder in de smaak viel in het San Francisco van 1967.

Stone Temple Pilots werd vooral bekend vanwege Scott Weiland, de wispelturige zanger en tekstschrijver, die volgens eigen zeggen kampte met onbehandelbare stemmingswisselingen en goede maatjes was met alcohol en drugs. Mannetje dus, die Weiland. Gek genoeg is zijn zangstem, in tegenspraak tot zijn reputatie, minder karakteristiek dan die van Kurt Cobain, Eddie Vedder (Pearl Jam) of Layne Staley (Alice In Chains).

No. 4 verscheen najaar 1999. Veel gelegenheid om het album met een uitgebreide tour te promoten was er niet; vlak voor de release werd Weiland tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld. Mooie geste van het Nederlandse Music On Vinyl om No. 4 voor het eerst wereldwijd op lp uit te brengen. Gezien de huidige platenhausse nauwelijks voor te stellen, maar in de jaren negentig zat vinyl in een serieus dipje. Grote platenmaatschappijen waren volop in de ban van cd’s. Er is werk van gemaakt: op wit vinyl, in een genummerde en gestanste hoes in de vorm van een ster.

En wat klinkt, nee dendert de muziek kamerbreed dankzij de gelaagde ‘in your face’-productie van Brendan O’ Brien. Het draagt bij aan een gevoel van urgentie, alsof het om een zojuist verschenen album gaat. Meer dan op voorgaande STP albums ontbreekt dat typische, soms wat pathetische rockgeluid uit het begin van de jaren negentig. In plaats daarvan wordt bovengenoemde melange kordaat en krachtig aangepakt. Teksten waarin de levenswandel van Weiland aan het licht komen zijn er voor de goede verstaander volop. “Sing the song or keep it inside”, zei hij ooit met de nodige zelfkennis. Enkele popachtige niemendalletjes halen jammer genoeg wat vaart uit het album, maar slotsong Atlanta is met zijn fraai gearrangeerde strijkers beslist een van de allermooiste nummers die de band opnam.

Stone Temple Pilots – No.4 (Sony/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Debuut Afterpartees smaakt naar minder

Print

Naar dit album werd met de nodige verwachting uitgekeken. Afterpartees uit Horst geldt sinds eerste single First/Last als een meer dan beloftevol punkpopbandje. Uiteraard gaan de teksten via een op handen zijnde weltschmerz over meisjes en “het verdrinken van zelfingenomen singer-songwriters”.

Maar liefst tweemaal mag de band opdraven in De Minuut van De Wereld Draait Door. Bij elke gelegenheid draagt zanger Niek Nellen een t-shirt van zijn favoriete band; de albumhoes van de Ty Segall Band (2012), het logo van The Modern Lovers (1976). Garagepunk en popliedjes die ondanks een schijnbare argeloosheid flink in de gaten lopen. Zou zomaar eens van toepassing kunnen zijn op Afterpartees. Zou.

Omdat Nellen een zanger is zonder instrument, is hij verbaal nadrukkelijk aanwezig in ieder nummer. Van zijn stem en manier van zingen, brallerig en gevoelig, moet je houden. Wat opvalt is dat zijn medebandleden erg weinig speelruimte krijgen of nemen voor meer scherpte, diepte en venijn als tegenwicht. Bijna fnuikend voor een album met songs die beslist sterk zijn, maar tijdens de tweede helft als meer van hetzelfde gaan klinken. Nellen is dan al aardig op de zenuwen aan het werken.

Hoop je bij beginnende bandjes niet op allesverzengende sturm und drang? Op knallen en sprankelen? Eigenlijk kleeft aan Afterpartees een overdreven hang naar nostalgie, waarvan de muzikale uitvoering net iets te vaak doet denken aan de band der brave huisvaders The Hold Steady. Jammer genoeg sluit de oerdegelijke studioproductie zich hier bij aan.

Zul je net zien. Meestal debuteren punkpopbandjes met een artistiekerige bandfoto op de hoes. Zo niet Afterpartees. De keuze voor een non-descript gedrocht dat ons keihard aanstaart, typeert het in aanleg dwarse karakter van de band. Vooralsnog bevindt deze zich alleen aan de buitenkant.

Afterpartees – Glitter Lizard (Excelsior 2015)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)