Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Recensie David Bowie – ‘hours…’ vinyl reissue Music On Vinyl

step0001

Feestje in huize Bowie. Eindelijk is ‘hours…’ op vinyl verkrijgbaar. In 1999 was het album een van de eerste internetdownloads, voorafgaand aan de cd-release. Het label Music On Vinyl maakt al een poosje zwart goud van de blinkende schijfjes, die rond de eeuwwisseling van David Bowie verschenen. Destijds werden ze nogal eens onthaald op onbegrip, of op zijn minst op gemengde reacties. Niet helemaal terecht. Bij zo’n hernieuwde kennismaking per vinyl, blijken met name Earthling en Reality uitstekende albums. 1.Outside uit 1995 behoort zelfs tot de hoogtepunten uit zijn carrière.

Op ‘hours…’, let u even op de schrijfwijze, verruilt Bowie vernieuwingsdrang voor berusting. Dit is nu eens geen album bedacht rondom een fictief personage of voorzien van conceptuele gedaantewisselingen. What’s Really Happening luidt een van de songs. Geschreven door ene Alex Grant. Hij was indertijd de winnaar van een prijsvraag om een David Bowie song te schrijven. Zo’n bijdrage van buitenaf geeft min of meer al aan dat teksten en onderwerpen op deze plaat niet of nauwelijks over Bowie zelf handelen. Volgens eigen zeggen putte hij uit de teleurstellingen die hij in leven en liefde ontwaarde bij veel van zijn generatiegenoten. Om misverstanden te voorkomen, meldde hij vooraf in een interview: “I had to create the situations”. Hoe dan ook schijnt een zekere vorm van reflectie vaker voor te komen bij mensen van middelbare leeftijd. David Bowie was ten tijde van dit album 52. Hier is hij meer mens dan kunstenaar, meer neoclassicist dan kameleon.

Ook de muziek sluit aan bij de bespiegelende Bowie. Poprock die zich gestileerd en bescheiden heel slim dienstbaar opstelt aan de licht omfloerste zangmelodieën. De symboliek ligt intussen voor het oprapen. Het artwork op de hoes barst van de barcodes. Wordt er een nieuwe versie van de zanger gescand en geordend? We zien een oudere Bowie meer dood dan levend in de armen van zijn jongere uitvoering. Langharig, gekleed in engelachtig glamjack. Het beeld doet natuurlijk denken aan de beroemde piëta van Jezus Christus in de schoot van Maria. Achterop de hoes een zwarte slang, dreigend opgerold vlakbij drie Bowies in verschillende poses. Wil de echte David Bowie opstaan?

Maar eerst herkennen we de hints naar het verleden in tekstflarden en songtitels. Woorden als “suspicious minds” vallen (nummer van Elvis Presley), de songtitel Something In The Air was een gelijknamige hit in 1969 van Thunderclap Newman, er wordt gerefereerd aan de Rolling Stoneshit Time Is On My Side (in Survive, waarin ook sprake is van “beatle boys”). Zo krijgt ‘hours…’ met zijn subtiel vermengen van heden en verleden, van ogenschijnlijke gelatenheid die op meerdere niveau’s weerkaatst, een geheel eigen charme en karakteristiek.

Hierna volgden albums met titels als Heathen en Reality, waarna de ‘thin white duke’ de relatieve anonimiteit verkoos. Artistiek herrijzen deed hij pas weer in 2013 met het magistrale The Next Day. Op zijn 66ste! Er is dus nog hoop voor vijftigplussers.

‘hours…’ gaat vergezeld van een boekje met twintig pagina’s foto’s en teksten. In de glossy hoes bevindt zich een lp van 180 gram waarop stem en muziek mooi in balans klinken. Een aantal is geperst in een kleurtje, blauw of groen naar keuze, als je niet te lang wacht tenminste. Een feestje dus, nu ook voor vinylliefhebbers onder de Bowiefans.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Programmering Limburgzaal voor bruiloften en begrafenissen

11406649_481924205305800_2367077616150357934_n

Wat is er aan de hand in het Heerlense Parkstad Theater? Kon je een aantal jaren geleden nog bands als dEUS en Eels op het podium van de Limburgzaal zien optreden, momenteel heerst de voorspelbaarheid en meer van hetzelfde. Wat even begon te lijken op een in aanleg spannende popprogrammering is ingeruild voor een herhaling van zetten.

Terwijl andere zalen met dezelfde capaciteit durf en afwisseling hoog in het vaandel hebben staan, wordt in Heerlen lui achterover geleund in afwachting van het nieuwe seizoensaanbod. Het Theater wekt de indruk alsof alle muziekliefhebbers in de regio Parkstad (250.000 inwoners) uitsluitend belangstelling hebben voor artiesten uit het retro- of ouwe lullencircuit; voor Kim Wilde, wier succesperiode toch ver achter ons ligt of, voor de zoveelste keer, de vroegere Rolling Stonesbassist Bill Wyman en zijn Rhythm Kings. Het toverwoord waarmee men up-to-date probeert te zijn? “Bijgeboekt”.

En wat is onlangs zoal bijgeboekt? Wishbone Ash. Het Parkstad Theater beperkt zich steeds vaker tot het publiek dat een nostalgisch feest der herkeninning leuker vindt dan artistieke verbazing en vernieuwing. Niks mis mee, net als de onuitroeibare tributebands die eveneens volop bijgeboekt worden. De andere kant van het popaanbod schittert door afwezigheid. Die andere kant ligt dan ook wat ingewikkelder. Boekingskantoren waaronder Mojo bepalen in grote mate wie, wanneer en waar speelt. Vaak gaat de voorkeur uit naar de Randstad in plaats van naar het verre Heerlen, de mooie Limburgzaal en strategisch gelegen regio ten spijt.

Dat is echter niet de belangrijkste reden voor het opzichtig falen van het beleid binnen het Parkstad Theater. Men wil zo graag popzaaltje spelen maar men mist simpelweg initiatief, slagkracht en kennis van zaken om het hedendaagse aanbod te koppelen aan een gedurfde programmering, waarin urgentie en anticipatie hand in hand gaan. Sterker, de organisatie staat stijf van een schreeuwend gebrek aan visie, smoel en karakter.

Dat het ook anders kan laat Popzaal Tivoli in Utrecht zien. Hier bestaat de mix gewoon naast elkaar. Publiekskanonnen naast minder bekende bands. Jonathan Jeremiah (uitverkocht) naast Frans Bauer; Giant Sand tegenover De Dijk. Ook de programmering in de Eindhovense Effenaar, dat met 1200 staanplaatsen dezelfde capaciteit heeft als de Limburgzaal, bezit meer durf en diversiteit dan de tunnelvisie en het eenrichtingsdenken in Heerlen.

In het Parkstad Theater wordt teveel gedacht vanuit de organisatie. Zoiets leidt tot het hardnekkige misverstand dat artiesten die muzikaal afwijken van het gangbare dan ook wel te weinig publiek zullen trekken. Op het kantoorpluche aan het Burg. van Grunsvenplein is popmuziek pas interessant wanneer het geld oplevert. Hier regeert slechts de kruideniersmentaliteit van bange boekhouders.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Recensie: Rolling Stones – Sticky Fingers Deluxe Set Double Vinyl LP reissue

stickyvinyl

In meerdere opzichten geldt Sticky Fingers als een belangrijk album voor de Rolling Stones. Gitarist Mick Taylor speelde voor het eerst mee als volwaardig bandlid en het was de eerste plaat die verscheen op het nieuwe eigen label (Rolling Stones Records). Bovendien werd via dit album het beeldmerk met de wulpse tong geïntroduceerd. De Stones zelf ging het minder voor de wind. Vergoedingen op auteursrechten werden achtergehouden, er was een geschil met de Engelse belastingdienst en de zweem van zwartgalligheid in de teksten, reflecteerde de persoonlijke misère van Mick Jagger.

Sinds het verschijnen in april 1971 is Sticky Fingers niettemin uitgegroeid tot onvervalste klassieker, mede met dank aan de door Andy Warhol ontworpen hoes; inmiddels verheven tot iconisch kunstwerk. Naar verluidt ontving de popartkunstenaar 15.000 pond voor het idee. Achteraf gezien natuurlijk een schijntje. En jawel, de hoes van de heruitgave bevat eveneens de grijszwarte jeans met ritssluiting, die bij openen een deel van een herenonderbroek laat zien. Leuk detail: het lipje van de rits toont het logo met piepklein tongetje.

Brown Sugar is uiteraard een van de allerbekendste nummers van de plaat, tot op de dag van vandaag een geheide concertkraker. Ook tijdens het indrukwekkende Pinkpopoptreden werd de openingstrack van Sticky Fingers gespeeld. Maar eigenlijk hoeven we het over de reguliere songs niet te hebben. Ze mogen onderhand als bekend worden verondersteld.

Laten we van alle reissuevarianten die platenmaatschappij Universal uitbrengt de ‘Deluxe Set Double Vinyl LP’ eens vergelijken met de originele Engelse persing. De enkelvoudige hoes is zoals gezegd exact hetzelfde, met de opening aan de bovenzijde. De losse bijlage van toen is nu een stevige binnenhoes. Wie de informatie erop bestudeert ziet enkele niet onbelangrijke wijzigingen. Blueslegenden Fred McDowell en Rev. Gary Davies worden terecht genoemd als componisten van You Gotta Move. Marianne Faithfull krijgt evenzeer de credit die ze verdient. Het was al langer bekend dat de zangeres had meegeschreven aan de zwaarmoedige drugssong Sister Morphine. Ook voor Keith Richards is er een cadeautje. Zijn naam is eindelijk geschreven in de enig juiste spelling. De letter S was destijds abusievelijk weggelaten.

Belangrijker is hoe de hernieuwde kennismaking klinkt. Zoals gebruikelijk bevat zo’n recente heruitgave muziek die is afgestoft en schoongemaakt. Als antwoord op de vraag in hoeverre je een digitale audiorestauratie kunt toepassen op oude, analoge opnamen, moet worden gezegd dat deze Sticky Fingers nauwelijks verschilt van de oorspronkelijke editie. De totaalsound is ietsje ‘muzikaler’, omdat de instrumenten dichter bij elkaar zijn ‘geplaatst’. De muziek komt hierdoor beter tot zijn recht, zeker wanneer je de volumeknop open draait. Mick Jaggers stem zit loepzuiver en ongekunsteld te midden van dit alles, maar verder is er opvallend weinig onderscheid met de klank uit de jaren zeventig. Sticky Fingers klinkt anno 2015 meer analoog dan digitaal. Geluidstechnisch een knappe prestatie.

Wat deze set pas echt ‘Deluxe’ maakt is de bonus lp. Op kant 3 gaan de Stones zo te horen live in de studio lekker losjes te keer. Brown Sugar wijkt ondanks de prominente bijdrage van Eric Clapton echter nauwelijks af van het origineel. De akoestische ‘take’ van Wild Horses maakt meer indruk. Zo kwetsbaar hoorden we Mick Jagger niet eerder. Hier laat iemand zijn gevoel van verliefdheid de vrije loop ondanks het besef dat de relatie met de dame in kwestie (Marianne Faithfull) voorgoed voorbij is. Het schijnt overigens Keith Richards te zijn geweest die de zin “wild horses couldn’t drag me away” in eerste instantie aandroeg.

Sluipenderwijs gaat van Can’t You Hear Me Knocking al dan niet opzettelijk bedoelde onheilsdreiging uit, terwijl Bitch dankzij een uitgestrekte uitvoering soepelswingend doordendert, ongeacht het abrupte einde. En Dead Flowers? Daarin wordt het plattelandssfeertje ingeruild voor beduidend meer rock dan country. Zo wekt een aantal van de alternatieve variaties op bekende thema’s in positieve zin verbazing. Je vraagt je af waarom ze niet op de oorspronkelijke lp zijn terecht gekomen.

Kort voor de albumrelease gaf de band een optreden in The Roundhouse, de Londense club die begin jaren zeventig een podium bood aan undergroundmuziek en performancekunst. De keuze uit de meer ingetogen nummers van dit concert, bevestigen wat we al wisten van andere registraties uit die tijd: de Stones verkeerden ook live in absolute topvorm. Live With Me, Stray Cat Blues, Love In Vain en Honky Tonk Women deinen ongedwongen en volvet heen en weer tussen blues en rock.

Sticky Fingers mag dan voor de Stones een belangrijk album zijn geweest, voor de fans is deze reissue de ideale lp om hun al dan niet versleten exemplaar te vervangen. En beginners hoeven niet meer op zoek naar een tweedehands kraakplaat waarvan de hoes toch altijd kapot is gescheurd. De ‘Deluxe Set Double Vinyl LP’ is simpelweg prachtig. De rits is intact en uit de zware plakken maagdelijk vinyl klinkt de muziek heerlijk authentiek.

Rolling Stones – Sticky Fingers (Deluxe Set Double Vinyl LP) (Universal Music)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

 

Armando: “Je maakt werk waar niemand behoefte aan heeft, dat komt pas later”

Van Bommel Van Dam

“Eindelijk rust”. Kan zo op zijn grafsteen zegt Armando. Of: “dat heb ik weer”. 85 is de allroundkunstenaar intussen, hooguit een beetje stram van lijf en leden wanneer hij naar de tafel in de grote zaal loopt. Vooraf bekijkt hij op zijn gemak vanuit een rolstoel Over Oorlog en Vrede, de tentoonstelling waar hij aan deelneemt. Over zijn leven en werk gaat het in een gesprek tussen hem en Rick Vercauteren, directeur van museum Van Bommel Van Dam in Venlo.

Tegenover zo’n honderd bezoekers vertelt Armando (1929) over zijn schilderijen waarvan er enkele prominent in het museum hangen. Af en toe serieus, dan weer met humor, licht van toon en relativerend. Vercauteren helpt de kunstenaar waar nodig met het ophalen van persoonlijke herinneringen. Waar hij opgroeide in Amersfoort zag de jonge Armando (“mijn Italiaanse grootmoeder gaf me die bijnaam”), op weg naar school hoe steeds meer gevangenen in een kamp verbleven, wachtend op doorvoer naar Duitsland. Dat maakte een onuitwisbare indruk. Zijn kunst is doordrenkt van de Tweede Wereldoorlog, maar hij ziet zichzelf niet als oorlogskunstenaar. Toch beheersen de oorlogsjaren zijn leven, tot op de dag vandaag beweert hij.

A

Nadat het begin van het gesprek wat moeizaam op gang komt, over de fascinatie van macht in sport, o.a. naar aanleiding van de Champions Leaguefinale de avond ervoor, praat Armando gaandeweg meer over zijn kunstenaarschap. De zelfspot komt telkens als prettige kwinkslag met enige regelmaat om de hoek kijken. Soms geeft hij maar meteen een antwoord op vragen die hij zichzelf hardop stelt. “Wannéér maak je iets? De invloed van jezelf is zo klein, een schilderij overkomt je. Je dénkt dat je het denkt.” En: “Je maakt werk waar niemand behoefte aan heeft. Dat komt pas later”.

Iemand uit het publiek wil weten waar hij naar hij luistert in zijn atelier. Met gemak somt hij een aantal namen op uit de klassieke muziek (Bach, Ravel). Arvo Pärt is echter favoriet. Componist van muziek die verstild en minimaal getoonzet, vernuft haar weg zoekt volgens het adagium minder is meer. “Muziek die het dichtst bij mijn werk komt.”

De in Amsterdam geboren Armando was in zijn leven betrokken bij meerdere kunstbewegingen. Daarnaast is hij schrijver en dichter, beeldhouwer en muzikant, een tijdje was hij columnist bij NRC Handelsblad. Vrijwel vergeten is zijn periode in de jaren vijftig, toen hij uitsluitend met felle kleuren werkte. Onder invloed van zwart-wit fotografie veranderden zijn doeken in omarmingen van de gebalde drie-eenheid zwart, wit en grijs.

Armando

De kunstenaar woont alweer geruime tijd in Potsdam nabij Berlijn. Op de vraag hoe Duitsers tegenwoordig tegen zijn werk aankijken, antwoordt hij nuchter dat er maar een paar zijn die geïnteresseerd zijn. Het is volgens hem immers allemaal beperkt en klein, die wereld van de kunst. Hij beschouwt het ontstaan van een werk nog altijd als “raadselachtig”. Dat komt goed van pas: “anders heeft het leven geen zin.” “Wat moet je anders? Zie je me al op mijn reet aan het strand liggen?”

Behalve werk van Armando toont Van Bommel Van Dam kunst van onder meer Anselm Kiefer, Ger Lataster, Julia Winter en Jef Diederen. Volgens het Venlose museum vertonen ze hun visie en betrokkenheid op het beladen onderwerp van de tentoonstelling. De intensiteit van de beelden zindert er in geval flink op los. De variatie in materiaalgebruik, de verschillende invalshoeken die de kunstenaars aanwenden om de kijker hun werk in te zuigen zorgen ervoor dat de tentoonstelling nergens zwaar op de hand wordt. Niet de boodschap maar de kunst heeft het hier voor het zeggen.

TP

Neem de marmeren statuur van Thom Puckey, man van innemende kwetsbaarheid gevangen in een sculptuur. Een bijna naakte jongedame, wijdbeens gehurkt. Pistool van het merk Luger in de aanslag. Van Duitse makelij, veelgebruikt tijdens de oorlog. Zie houding en uitdrukking en voel de wat ongemakkelijke mengeling tussen de hardheid van het materiaal en het tedere van het model. Charismatisch, fragiel, stoer! Onoverwinnelijk? Op 6 september vertelt Puckey er meer over tijdens een gesprek over de relatie tussen de Tweede Wereldoorlog en zijn beeldend werk.

vanbommelvandam   overoorlogenvrede

Over Oorlog En Vrede (Museum Van Bommel Van Dam, Venlo t/m 6 september 2015)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Didi Recordshop gaat door waar anderen stoppen

02

Didi? Massagesalon met happy ending? Relaxhuis waar heren worden ontvangen door dames van lichte zeden? Of toch gewoon de naam van de onontkoombare nagelstudio? Niks van dit alles. Aangenaam: Didi Recordshop, in de volksmond liefkozend Didi geheten, ooit de bijnaam voor oprichter John Diederen. Na diens onverwachte overlijden nam Mat Villain het stokje over. Als vijftienjarige bracht hij de schier eindeloze bakken vinyl al op orde in het pand waar het allemaal begon, aan de Akerstraat in Hoensbroek.

Sinds 2006 is Didi gevestigd in een enorme loods net buiten het centrum van Heerlen. Stiekem misschien wel het best bewaarde geheim van Nederland op vinylgebied. Voor de zekerheid liet de NS in de buurt vast een klein perron aanleggen. “De euregio is een groot gebied met enorm veel inwoners en naar verhouding weinig platenzaken,” verklaart Villain de toenemende drukte in zijn winkel. “Ik heb een actief netwerk, koop wekelijks honderden platen in, heb een brede klantenkring.” De klanten komen niet alleen uit Limburg. “Ik zie steeds vaker mensen uit de Randstad, die een bezoek combineren met een weekendje heuvelland.”

Hij is zo iemand die aan een half woord meer dan genoeg heeft. Laat de term vinyl vallen en je begrijpt waarom de collectie onophoudelijk wordt uitgebreid en ververst. Voorbeeld. Brengt de gewone sterveling Hemelvaartsdag door op de nabij gelegen woonboulevard, Villain start om 4 uur ‘s ochtends zijn Ford Transit bestelbus die hem naar Noord-Frankrijk voert. Doel: opkopen platencollectie. Wanneer de partij eenmaal in huis is, zien we in de gauwigheid een kleinood van bluesgitarist John Lee Hooker voorbij komen.

“Ik heb misschien een miljoen platen in mijn handen gehad, maar er zijn nog miljoenen meer. Er komt geen einde aan. Soms hoor ik wel eens iemand zeggen ‘ik heb alles’. Niemand heeft alles. Ik kom elke dag vijftig platen tegen die ik nooit eerder gezien heb waarvan ik niet weet hoe ze klinken en welke muziekrichting het is. Kijk maar eens naar de eindeloze stroom aan wereldmuziek”. Op zijn kantoor annex keukentje midden in het pand, steekt de huidige eigenaar van Didi de brand in de zoveelste peuk. Naast de koffiemok liggen NRC Handelsblad en de Volkskrant op tafel.

06

Mat Villain (32) groeide op in de buurt van het Belgische Lanaken. Daar was zijn eerste kennismaking met vinyl The Sounds Of Mars. Die werd door de kleine Mat gebruikt om het huispickupje te slopen, tot woede van zijn moeder. Van zijn eerste zakgeld kocht hij geen plaat maar een cd. Wel meteen een dubbele: Use Your Illusion van Guns ‘n Roses. Na de middelbare school begon hij aan een studie bedrijfseconomie. Ok, die achternaam. “Mijn vader heeft Franse voorouders, maar hij stamt zelf uit Kerkrade waar de naam vaak voorkomt. Meestal schrijf je het met één l, maar mijn overgrootvader maakte bij aangifte in het gemeentehuis een fout door de naam met dubbele l op te geven.”

Didi Recordshop moeten we ruim zien. Behalve de, volgens de website 350.000 lp’s en singles, treft de bezoeker boeken, cd’s, dvd’s, strips en games; overzichtelijk verdeeld in rekken, plastic bakken en kartonnen dozen. Maar het zal hem bij binnenkomst niet ontgaan dat het hier vooral draait om vinyl, “van klassiek tot grindcore”, voor beginners en gevorderden. Behalve het meer gangbare spul vind je er privépersingen en andere lp’s waarvoor de term obscuur beslist van toepassing is. Wie amechtig van het aanbod nog in staat is een blik te werpen boven de toonbank, ziet een andere opvallende cultuuruiting: hoesjes met schaars geklede dames. Hier is geen sprake van een platenzaak, maar van een, excusez le mot, beleving. Waarna de naam Didi niet meer liefkozend wordt uitgesproken maar vol ontzag.

In tegenstelling tot veel andere platenzaken schittert Didi Recordshop op facebook door afwezigheid. Mat Villain haalt zijn schouders op. “Ik ben nooit een groot liefhebber geweest van social media. Je kunt wel van alles posten op facebook, maar zonder al teveel reclame heb ik het gewoon bijna iedere dag druk. Ik maak online liever wat minder heisa. De mensen moeten langskomen. In de ruim zes jaar dat ik de winkel nu run vertoont de verkoop een stijgende lijn”. Hij klopt een paar keer op tafel.

“Mensen weten dat als ik een goede collectie binnenkrijg het in de winkel komt te staan en niet online. Anders kun je net zo goed studenten achter computers neerzetten en zeggen voer het maar in. Dat is helemaal niet leuk. Je moet er wel voor zorgen dat je altijd wat nieuws in huis hebt. Vernieuwen en contacten leggen. Je moet er bovenop zitten en niet op je lauweren rusten. Het is gewoon veel werk, daar staan mensen niet bij stil. Tien jaar geleden was het veel makkelijker. Toen waren er minder mensen die platen kochten. De platen die nu hot zijn (Hotel California, Rumours) lagen toen in de één eurobakken. Dat kocht niemand. Liefhebbers hadden het al, maar nu ook jongeren platen kopen is het steeds lastiger om te krijgen. Vorige week kwam hier een meisje van vijftien dat tien platen van Nat King Cole kocht.“

02

Niet alles wat Mat Villain inkoopt is voor de winkel bestemd. Hij houdt er als vinylliefhebber ook een privéverzameling op na. Die moet aardig uit de hand lopen aangezien de collectie al begint op kantoor. “Gewoon wat dingen die ik nog zocht”, beweert hij met gevoel voor understatement. Uit een doos plukt hij oude Blue Note lp’s en een stapeltje singles van hetzelfde jazzlabel. Of de eerste Nederlandse persing van Miles Davis’ Kind Of Blue. Hé, het debuut van punkband The Ex, mét single!

Mooi meegenomen dus als er na speurtochten door uithoeken en windstreken iets bijzonders tussen zit. Glimlachend wordt er een lp in de lucht gehouden van de Noorse folkgroep Folque. Doet met boekje erbij algauw zo’n 200 euro. In dossierkasten staan geen saaie ordners maar voorraadjes van door platenmaatschappijen afgeprijsde lp’s. Voor de winkel uiteraard. “Wat mij betreft ga ik graag nog dertig jaar door”, roept hij terwijl hij een exemplaar tevoorschijn tovert van de bekende Velvet Underground lp met banaanhoes. “Van deze verkoop ik er vijf per week”.

In 2016 doet Didi mee aan Record Store Day.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Eerherstel voor Captain Beefhearts Bluejeans & Moonbeams

CS1701897-02A-BIG

Blijft toch altijd raar opkijken wanneer je na zijn complexe meesterwerken opeens deze plaat van Captain Beefheart draait. Alsof je een totaal nieuwe band hoort. Wat in zekere zin ook zo is. Don van Vliet alias Captain Beefheart zong in 1974 met een andere Magic Band dan waarmee hij ondersteboven gekeerde avantgardeblues maakte. Die albums kregen weliswaar goede kritieken maar verkochten nauwelijks, al worden ze intussen wel gerekend tot mijlpalen binnen de popmuziek.

Toenemende interne strubbelingen en Van Vliets notoire autoritaire gedrag, leidden ertoe dat hij noodgedwongen moest omzien naar muzikanten waarmee hij niet eerder had samen gewerkt. Met hen nam hij twee platen op waarvan Bluejeans & Moonbeams nu opnieuw is verschenen. Bij herbeluistering valt op dat de muziek bij vlagen doet denken aan de op dat moment populaire southern rock.

De keuze om een nummer van JJ Cale uit te voeren draagt bij aan het gevoel van gemoedelijkheid, waarin we Beefheart meer dan eens betrappen op een melancholieke bui. Observatory Crest is hiervan een fraai voorbeeld. De tekst verwijst naar zijn favoriete hangplek waar hij na het bezoeken van een concert, samen met zijn meisje van het uitzicht over de stad geniet. Lekker het niksdoen vieren in een liedje dat ook muzikaal lui achterover hangt. Zonder een moment zwaar op de hand te worden, roept het album sowieso een gevoel op van herinneringen aan pril geluk dat voorgoed verloren is gegaan. In plaats van zijn raspende sprechgesang gebruikt Beefheart heel toepasselijk zijn ‘gewone’ zangstem. Maar misschien is de belangrijkste herontdekking Dean Smith. De gitarist blijkt een soort voorloper van Mark Knopfler. Met een kristalachtig geluid kleurt hij elke song afzonderlijk in, subtiel accentuerend of solerend.

Van alle persingen die ik in de loop der jaren van Bluejeans & Moonbeams hoorde, is deze van het label Music On Vinyl veruit de beste. Het transparante, geremasterde geluid legt een ongekende dynamiek bloot die het samenspel van de muzikanten een aangename, vitale klank bezorgen.

Hoog tijd dus voor een herwaardering van deze prachtplaat. The White Stripes namen in 2000 het voortouw toen ze met openingsnummer Party Of Special Things To Do eer betoonden. Erkenning komt soms uit onverwachte hoek. “This is the Beefheart album where he writes love songs like nobody else”, aldus fan Kate Bush in een toelichting op een lijstje met haar favoriete platen, waartoe ze Bluejeans & Moonbeams rekent. Ook Beefheartbiograaf Mike Barnes legt in de bijlage nog eens haarfijn uit waarom uitgerekend dit album zo bijzonder is.

Captain Beefheart & the Magic Band – Bluejeans & Moonbeams (Music On Vinyl 1974/2015)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)