Gèr Boosten en het geschilderde onbehagen

step0002

De mens in last is een lust voor het oog. Gèr Boosten schildert de mens, soms mét hond, in zwierige tegenstellingen. Dat contrast schuilt ook in techniek en eindresultaat: flamboyante penseelstreken, waar nodig collageachtig, of spartaans in strenge, zwarte strepen, in etsen als fragmenten uit een graphic novel. Zie de mensen vallen, hoor de honden grommen. De canvassen van Gèr Boosten knallen en sprankelen. Ervoor staan is denkbeeldig de klodders van je gezicht vegen. Hoezo schilderkunst achterhaald? Gèr Boosten grijpt je bij de kladden. Kortom, het is weer feest in het Bonnefanten met deze toptentoonstelling.

Nou ja, feest. Tegelijkertijd slaat de verwarring toe. Midden in het plonzende plezier van meiden in bikini staat een man in brand. Het tafereel klotst en bruist. Maar wat doet die man daar en waarom staat hij in lichterlaaie? Dat Boosten er voor kiest geen eenduidig antwoord te geven maakt dit en andere geschilderde statements, want dat zijn het, net even anders. Boosten begrijpt kunst op zijn best: wanneer er ruimte is voor meerdere uitleg en opvattingen.

Want na de lusten voor het netvlies zet hij op zijn manier ook de hersens aan het werk. Weliswaar telkens ondoorgrondelijk en verontrustend. Bij Ecouter La Terre zijn we getuige hoe een man een rottend lijk passeert. Maar het is het klapperende boodschappentasje in zijn hand dat de vermeende onverschilligheid aanwakkert. Een halfnaakte vrouw geniet van de zon terwijl ze wordt bespied door dreigende blikken van hyena’s. In de schemer piepen nog een paar ogen. Zijn wij dat? Observeren wij niet ook stiekem deze bevallige dame? We zeiden het al, Boosten maakt de toeschouwer heimelijk deelgenoot.

step0001

Omdat zijn stilering zoveel schwung bezit, worden thematiek, boodschap en urgentie er, oh grote opluchting, geen moment in geramd. Mogelijkheden tot verbeelding en verbazing te over dus. Tussen de flarden sociaalmaatschappelijke ontwrichting die we wel degelijk voelen, vlamt de subtiliteit en het onbehagen. Waar kijken de twee jongens vermoedelijk na een avondje stappen, naar om in Phénomène? De blik is zijwaarts gericht naar ja naar wat eigenlijk? Weer dat schijnbaar achteloze, terwijl op de achtergrond de apocalyptische chaos heerst, volgepropt, via felgemengde kleuren en contouren. De meeste werken die hier te zien zijn, verdeeld over drie zalen, en zeker de recente, gaan vergezeld van Franstalige titels. Dat kan kloppen. Boosten (Maastricht, 1947) woont en werkt al geruime tijd in Zuid-Frankrijk.

“De wereld is alles wat er gebeurt”, beweerde Ludwig Wittgenstein. Het is een van de twee citaten die op de muren staan ter introductie van de tentoonstelling in Maastricht. De andere quote komt van vrijheidsdenker Sartre, eindigend met de zin “het beeld is een daad en niet een ding”. En dan moeten de wereld, het beeld en de daad van Boosten nog beginnen.

Gèr Boosten – Entre Chien Et Loup (Bonnefantenmuseum, Maastricht t/m 7 juni 2015)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Caleidoscopische duisternis bij Neugeborene Nachtmusik

ET040_noncover

Maurice Hermes woont en werkt in Berlijn aan zijn eenmansproject Neugeborene Nachtmusik. Met het debuutalbum laat hij zijn visie horen op elektronische muziek ofwel, om in vaktermen te blijven, soundscapes. Heel knap dat Hermes in zes klanklandschappen muzikaliteit en een behaaglijk soort doemgevoel soepeltjes in elkaar laat lopen.

Daarom is het allesbehalve storend dat Neugeborene Nachtmusik soms doet denken aan gekende pioniers als Tangerine Dream, of aan de door cyberneticawetenschap geïnspireerde, latere periode van Clock DVA. Hermes snapt dat je veel meer kunt doen met geluid en ambiance. Gedurfd om de vocalen al vervormend tussen klanken te stoppen die gelaagd ineen grijpen. Of om Kino Sputnik de hoogte in te stuwen met behulp van stevige, monotone beats, vergezeld van fragmenten uit een fictieve ruimtevaartdocumentaire.

Neugeborene Nachtmusik put uit tegenstellingen die elkaar haarfijn aanvoelen en aanvullen. Verleden in toekomst, digitaal in analoog, melancholie verstrengeld in een onheilspellend soort sci-fi romantiek. Neugeborene Nachtmusik is puur retrofuturisme. Andere begrippen die dit project duiden: weids, caleidoscopisch, industrieel. Noem het muziek voor een nachtclub in de nabije toekomst op een verre planeet.

Dit verrassende debuut verschijnt via het Nederlandse Enfant Terrible dat gespecialiseerd is in nieuwerwetse elektronische muziek. Voorheen bracht het label opvallende platen uit van onder meer Distel en Europ Europ.

Neugeborene Nachtmusik – Neugeborene Nachtmusik (lp, Enfant Terrible, 2015)

enfant-terrible NN 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Zwart goud delven op Record Store Day in vinylstad Heerlen

(foto: Harry Prenger)
(foto: Harry Prenger)

Geloof het of niet maar Heerlen was ooit energiehoofdstad van ons land. Dankzij steenkoolwinning voorzag de Limburgse gemeente gedurende een groot deel van de vorige eeuw Nederland van energie. Het is ook de enige stad in deze provincie waar de laatste veertig jaar doorlopend platenzaken zijn gevestigd. Tijdens de hoogtijdagen, eind jaren zeventig, halverwege de jaren tachtig, kon je beurtelings in liefst zeven winkels het zwarte goud aantreffen.

Ondanks de aandacht voor Record Store Day vooraf in de media, is het betrekkelijk rustig bij Satisfaction in de Oranje Nassaustraat. De winkel bestaat sinds 1971. De locatie is vernoemd naar een van de vroegere mijnbouwbedrijven. Eigenaar Rob is er vandaag wegens ziekte niet bij. Daarom helpt zijn dochter Nora vaste medewerker Ruud een handje. Beiden zien dat bezoekers zich niet laat afschrikken door de 50 euro die de dubbel-lp van The White Stripes moet kosten. De plaat gaat grif over de toonbank. Hij ziet er dan ook opvallend uit. Hologram op de voorzijde van de luxe klaphoes, vinyl in rood en wit. Bas (35) kan zich er niet druk om maken. Van een afstandje bekijkt hij de kopers. Intussen houdt hij Mastodon stevig onder de getatoeëerde arm. De kleurrijke picturedisc van de metalband schaft hij niet aan “vanwege de muziek, maar als hebbeding”, geeft hij toe.

Door de ligging in een steegje onttrekt het kleine zaakje Gong zich enigszins aan het zicht van het winkelend publiek. De vinyldrang is er niet minder om. Tientallen belangstellenden merken bij binnenkomst dat Gong er geen gras over heeft laten groeien. Een indrukwekkend aantal Record Store Dayplaten ligt voor het oprapen. Dringen geblazen, nog net geen duwen en trekken.

“Ik ben eigenlijk te laat geboren”, zegt Mark (28) uit Kerkrade. Hij vist een stapeltje oude muziek uit het gevarieerde aanbod. Mee naar huis gaan een speciale editie met opnamen van jazzpianist Thelonious Monk, waarvan er wereldwijd 2000 stuks zijn verschenen. Andere aanwinsten: een minischijfje van Frank Sinatra en een dubbelaar mét bonussingle van soulzanger Otis Redding. Glimlachend: “Liefst was ik er al geweest in de jaren twintig”. Terwijl hij zijn pinpasje tevoorschijn haalt, verschijnt een brede glimlach op zijn gezicht.

In de loop van de dag groeit bij Gong Typhoons Lobi Da Basi zomaar uit tot een van de verkooptoppers. Speciaal voor Record Store Day is de veelbejubelde en bekroonde plaat in prijs verlaagd. 15 euro kost ie en je krijgt er een arty print op A2-formaat bij. Ook de heruitgave van The Doorsklassieker Strange Days is binnen no-time weg. In het smalle straatje ontstaat rond het middaguur een ‘samenscholing’. Het linnen tasje om de schouders met het Record Store Day logo schept een band. Aandachtig wordt er geluisterd naar de akoestische blues van het duo Five House Of The Left.

Een van de bands die voor de etalage van Satisfaction optreden is Wallace Vanborn uit Gent. Het drietal speelt voor de gelegenheid een zonnige variant op hun doorgaans donker gehumeurde stonerrock. Er is aardig wat bekijks. Jong en minder jong dromt in een halve cirkel om de band heen. Na afloop doet Heerlen zijn reputatie als vinylstad eer aan. Nog voordat de drummer vanachter zijn drumkit op kan staan, snelt een deel van het publiek naar het door de band meegebrachte grammofoonkoffertje. Volgens de Belgen bevinden zich daarin “herinterpretaties van eerder werk”. Geen probleem. Er kan weer zwart goud worden aangeboord. Al is het betreffende vinyl voorzien van een spierwit kleurtje.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Op Record Store Day wordt vinyl gevierd

20150414_144609-1-1-1

Zaterdag 18 april vindt de jaarlijkse viering van het vinyl plaats. Op Record Store Day draait het onder meer om platen met nieuwe liedjes, zeldzame live opnamen, remixes of heruitgaven. Vaak gaat het om lp’s en singles die nooit eerder verschenen en, door de beperkte oplage, na deze dag amper meer te krijgen zullen zijn. Ook de verkoper van al dat exclusieve zwart goud wordt niet vergeten.

Volgens Stephan van Peursem, projectleider bij Record Store Day Nederland, is het vooral een feestdag ter ere van de onafhankelijke platenzaak. Tijdens de komende, zesde editie doen er in ons land zo’n negentig winkels mee. Van Peursem: “De platen zijn hartstikke leuk natuurlijk, maar het draait om de winkels en niet om de releases, dat moet wel duidelijk blijven. Het succes moet niet ten koste gaan van de platenzaken.” Om zijn stelling te benadrukken bezocht Van Peursem enkele maanden geleden een groot aantal deelnemers. “Ik wilde weten wat ze vonden van de afgelopen jaren. Sommige dingen zijn duidelijker als je het erover hebt, dat gaat makkelijker als je er bent dan dat je een mailtje verstuurt.”

De ervaring leert dat Record Store Day een toenemend enthousiasme en fanatisme laat zien bij liefhebbers, voor en achter de toonbank. Natuurlijk valt er altijd wel wat te klagen of aan te merken. Over de soms hoge prijzen. De dubbel lp Get Behind Me Satan van The White Stripes gaat bijna 50 euro kosten. Wie in het bezit wil komen van een plaat van componist Steve Reich moet er nog een tientje bovenop leggen. Van Peursem kent de klachten, maar zegt er weinig aan te kunnen doen: “Als een Record Store Day release in een kleine oplage van bijvoorbeeld duizend stuks verschijnt is de kostprijs gewoon veel duurder. Dan is de verkoopprijs per stuk hoger. Releases komen uit Amerika ook in kleine oplages waardoor de verzendkosten per stuk hoger zijn. Daarna moeten de releases in Nederland ook nog eens in een hele korte periode gedistribueerd worden.”

De verkoopprijs is een van de agendapunten tijdens bijeenkomsten van internationale Record Store Day organisaties. Van Peursem: “Daar hebben we het onder andere met de labels over de prijzen. Wij vragen ze om deze altijd zo reëel mogelijk te houden. Het moet zich niet tegen je gaan keren. Als mensen het idee krijgen dat ze uitgemolken worden gaat dat ten koste van de charme van Record Store Day. De dag draagt heel erg bij aan de opkomst van het vinyl. Dat komt nu wel steeds meer over bij de platenmaatschappijen. We proberen samen een goed beleid neer te zetten.”

1787_foto2_product_groot

De inbreng van de labels mag dus niet onderschat worden. Zo komt de lijst met items tot stand dankzij een innige samenwerking tussen de maatschappijen en het hoofdkantoor van Record Store Day Amerika. Van Peursem: “Heel veel releases worden eerst in Amerika ingediend. Dit jaar zijn er meer dan 650 titels binnengekomen. Michael Kurtz, medeoprichter van de Amerikaanse Record Store Day, heeft dat aantal teruggebracht tot 400. In Amerika wordt er een lijst samengesteld die wordt aangevuld met releases uit Europa. Elk land heeft zijn eigen lijst. Wij hebben hooguit invloed op de Nederlandse releases die bij ons worden aangemeld. Een van de voorwaarden is dat de titels onderscheidend moeten zijn.“

Wat de gemoederen het meest bezig houdt bij kopers en verkopers, is natuurlijk de allesomvattende levensvraag in hoeverre het felbegeerde zwarte goud verkrijgbaar is op de bewuste dag. Van sommige platen zijn er maar een paar honderd geperst. Wereldwijd! Voor de ware vinylfan een zenuwslopende gedachte. Begrijpelijk volgens Van Peursem: “De Amerikaanse lijst bestaat voor meer dan zestig procent uit releases van kleine onafhankelijke labels. Dat betekent voor ons dat het lastiger wordt om te kijken wat we hier kunnen krijgen. Soms zijn het zulke kleine labels, met artiesten die we hier nog niet zo goed kennen. Sommige rechten liggen alleen in Amerika. Er zijn ook platen die ze in Amerika niet kunnen krijgen en hier wel. Dat is ook weer een rechtenkwestie. Platenmaatschappijen zijn zelf ook bezig om de rechten uit te zoeken. Een heel puzzelwerk. Dat is ook het mooie van Record Store Day. Je bent er lang mee bezig, tot op de dag zelf. In het verleden is het voorgekomen dat Radiohead pas op het laatste moment hun release bekendmaakte.“

Vinyltips Record Store Day 2015:

Hoe verleidelijk ook, de truc is niet om per se de gelimiteerde platen eruit te vissen. Zoek de muzikale meerwaarde op. Een van de opvallendste releases vorig jaar kwam van Gonga. Van wie? Inderdaad, ook nooit van gehoord. Toch was er iets bijzonders aan de hand. Op de hoes oogde een onheilspellend schilderijtje, binnenin zat een poster en het vinyl was doorzichtig. De Britse metalband Gonga betoonde met het nummer Black Sabbeth op fraaie wijze eer aan Black Sabbath. Samen met Beth Gibbons van Portishead.

Broeder Dieleman & Bonnie Prince Billy
Koeien en kerktoren onder een halfbewolkte hemel. Het hoesje biedt een typisch Hollands tafereel voor twee eigenzinnige troubadours die elkaars werk coveren.

Dire Straits – Honky Tonk Demos
Ooit was Dire Straits best cool. De RSD dubbelsingle bevat demo-opnamen uit 1977. Een van die nummers is de doorbraakhit Sultans Of Swing.

Bob Dylan – The Basement Tapes
Als lid van Dylans begeleidingsgezeldschap The Band bewaarde Garth Hudson de oorspronkelijke opnamen, die onlangs in een boxset uit kwamen. De RSD platen verschijnen op Hudson eigen muziekuitgeverijtje. Wat er precies op staat is op moment van schrijven vooralsnog in raadselen gehuld. Vermoedelijk een deel van dezelfde liedjes in ‘bootleg’-achtige geluidskwaliteit. Gestoken in eenvoudige witte hoes, genummerd en voorzien van Hudsons handtekening.

J Dilla – Fuck The Police
Reissue hiphopklassieker van wijlen Jay Dee. Onbedoeld weer urgent en actueel. “And niggas get stopped for nothing…yall need to get shot for nothing”. Single in de vorm van een (Amerikaanse) politiebadge.

The Doors – Strange Days
Heruitgave van legendarisch album in gerestaureerd mono geluid.

Brian Eno – My Squelchy Life
‘The lost Eno album’ opgenomen begin jaren negentig. Verscheen in 2014 voor het eerst als bonus bij de cd-reissue van het muzikaal gelijkgezinde Nerve Net. Dubbel lp.

Serge Gainsbourg – Et Le Cinema
Chansons uit Franse films eind jaren vijftig begin jaren zestig.

Happy Mondays – Pills Thrills ‘n Bellyaches
Met deze plaat begonnen de jaren negentig. Dé feest- en pillenplaat uit Madchester. Gekleurd vinyl.

Kinderen Der Hyperillusionistisch Verbond – De Heksenkring
Oorspronkelijk een nummer uit 1971 van het hippiestel Elly & Rikkert. Nu in een uitvoering door Belgische cultmuzikant Tim Vanhamel en zijn zus Lotte. Vanhamel speelde in bands als Millionaire en Evil Superstars.

Metallica – No Life ‘Til Leather
Oorspronkelijk een tape met demo’s uit 1982. Bevat enkele nummers van debuutalbum Kill Em All. Deze RSD release verschijnt niet op vinyl, maar op een uh… cassettebandje!

Psycho
7” met het beroemde thema uit de gelijknamige Hitchcockfilm. Bloedrood vinyl.

Red House Painters
Voor wie nog geld over heeft. Box met zes lp’s in prachtige hoezen ontworpen door de artwork afdeling van het 4AD label. In het najaar zullen de albums ook los worden uitgebracht. Red House Painters maakt muziek die bijna stil staat van dramatiek en onbeschroomde melancholie. Zanger Mark Kozelek speelt thans in Sun Kil Moon.

Run The Jewels
Hiphop duo met vier nummers die hun vinyldebuut maken waarvan een gloednieuw werkje. Picture disc.

Sly & the Family Stone – Live At The Fillmore East 1968
Dat werd tijd. De eerste officiële vinylrelease met een concertregistratie van deze ultieme live band.

Tomorrow – Tomorrow
Reissue debuut uit 1968 van ondergewaardeerde band. Kruising tussen oude Pink Floyd en The Kinks. Vinyl in ‘splatter’ kleurtjes. In mono weergave.

The White Stripes – Get Behind Me Satan
Voor het eerst officieel op vinyl, het misschien wel beste en, dankzij veelvuldig gebruik van piano, enigszins afwijkend album. Verschijnt in ‘bewegende’ hoes en gekleurd vinyl. Later dit jaar een gewone versie.

Frank Zappa – 200 Motels
Bevat een in 2013 gespeelde ouverture door de Los Angeles Philharmonic Orchestra. B-kantje bevat unieke registratie van Frank Zappa en de Royal Philharmonic uit 1971. Paars vinyl.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Lp reissue Q65 – Revolution: dé Nederbeatklassieker

1747_foto2_product_groot

Nog geen twee minuten duurt het. Down In The Bottom is meer dan alleen het naspelen van een oud nummer van blueszanger Willie Dixon. Een kort vlijmscherp statement. Je reinste garagepunk. Zo eindigt kant één van Revolution, dat voortaan als Nederbeatklassieker door het leven zal gaan. Wanneer de plaat in 1966 verschijnt blijkt ie voor Nederlandse begrippen behoorlijk uniek. Onaangepast en ruig, op basis van rauwe blues in navolging van Rolling Stones en The Animals.

Met dat verschil dat het Haagse beatbandje, o grote opluchting, nadrukkelijker op het scherpst van de snede speelt dan hun voorbeelden. Met Revolution geeft Q65 alle andere dan opkomende Nederlandse groepen een fikse draai om de oren. Een stapeltje hitsingles vestigt de naam definitief, niet alleen bij het groeiende legioen “langharig tuig”. De band mag zelfs optreden in de oerdegelijke talkshow van Willem Duys.

Bijna vijftig jaar later is de lp nog altijd bijzonder om te horen. Ondanks de duidelijke invloeden, heeft De Kjoe iets spontaans, onbevangens en argeloos. Alsof er geen verschil bestaat tussen studio en repetitieruimte; in het geval van Q65 een woonboot genaamd Annie. Wim Bieler zingt als ruwe bolster blanke pit, terwijl sologitarist Joop Roelofs ook in 2015 opgeruimd en eigenzinnig klinkt.

Afgezien van de muziek is deze nieuwe uitgave bovendien een mooi hebbeding. Van alle eerdere reissues, de laatste dateert uit 2001, doet deze versie het meest recht aan het Q65 geluid. De eerste duizend exemplaren zijn geperst op rood vinyl, vergezeld van een fotobijlage. De bandleden staan op de hoes afgebeeld in voelbare reliëfdruk. Jammer dat het logo van de firma Decca, dat de plaat oorspronkelijk uitbracht, niet is overgenomen op het vinyllabel. Gebleven is wel de hippe hoestekst van Fluxuskunstenaar Willem de Ridder: “Denk er vooral aan dat knopje waar VOLUME bij staat zo ver mogelijk open te draaien.”

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Tefaf 2015: van ruimtevaart tot zoutzakken

20150313_123625

Dat het volgens recent onderzoek goed gaat met de kunstverkoop was duidelijk te merken op de openingsdag van de Tefaf. Krioelende drukte in gangen en galerieën, lange rijen bij de ingang van eetgelegenheden. Onder de bezoekers klonk allesbehalve het Nederlands als voertaal op de internationale kunstbeurs.

“De kunstmarkt bereikte zijn hoogste recordniveau ooit. Het blijft een sterk gepolariseerde markt, met een relatief klein aantal kunstenaars, kopers en verkopers die goed zijn voor een groot deel van de waarde”. Aldus cultuureconoom Clare McAndrew. Ze onderzoekt jaarlijks in opdracht van de Tefaf de wereldwijde kunstverkopen. Toch ziet ze ook een lichte verandering. Met name de groei van online verkoop toont volgens haar een toenemend aandeel in de goedkopere prijsklasse. Het is met name de naoorlogse en hedendaagse kunst die het goed blijft doen.

Maar hoe als liefhebber en niet als koper wegwijs te worden in het immense aanbod van bijna 30.000 kunstwerken: van een evangelieboek uit 980 tot honderden antieke parfumflesjes; prachtige Picasso’s; opvallend veel Warhols; een handvol Basquiats; foto’s van Irving Penn; een schilderij (!) van Jeff Koons. Het maken van ontdekkingen is een van dé uitdagingen tijdens de rondgang door de Tefaf die met gemak enkele uren in beslag neemt.

Peter Klasen is zo’n ontdekking. De Duitse kunstenaar wordt gerekend tot Le Nouvelle Figuration, de Europese tegenhanger van de Pop Art. De stijl op drie getoonde doeken van Klasen (1935) is zonder verdere opsmuk: spartaans om niet te zeggen overdreven gestileerd. Misschien dat de abstracte tegenstellingen binnen de afmeting van een doek reden is waarom zijn naam en werk nog niet op het collectieve kunstgeheugen staat gegrift.

20150316_140629

Gedurfd en best een beetje brutaal is de keuze van de Daniel Blau Gallery om kleurenfoto’s die de NASA maakte van de Apollovluchten en maanlandingen, als kunst te verkopen. 2000 euro per stuk moeten ze kosten. Enkele galerieën hebben samen een hoekruimte ingericht. Een bronzen sculptuur van Tony Cragg reikt tot aan het plafond. Verderop de mens in vervreemdende gedaantes in de vorm van beeldhouwinstallaties door Mark Manders. Fluxuskunstenaar Nam June Paik is eveneens van de partij. Zijn set flikkerende monitors verspreid over een bolinstallatie lijkt op een los onderdeel van een ruimtevaartuig.

De Braziliaan Vik Muniz refereert in zijn werk aan bekende figuren uit de kunstgeschiedenis. Indrukwekkend vanwege de afmeting is een fotoprint die veel meer is dan een collage van beelden uit tijdschriften. Wanneer je een paar meter afstand neemt blijken de hoofdfiguren in het werk eveneens gemaakt uit een confetti van collages. Titel: The Stone Breakers, After Gustave Courbet, de schilder van het beroemde naaktschilderij l’Origine Du Monde.

Opvallend is een werk van Jeff Koons. Nu eens niet een van hem bekende ‘banale’ sculptuur maar een heus schilderij van olieverf. Een witte roos in volle bloei over de volle lengte van het bijna drie meter lange doek. Een werk met een merkwaardige dieptegevoel en contrast, doordat de bloem roerloos staat afgebeeld tegen kringelende bewegingen op de achtergrond. Primal Swishvoltooide Koons in 2011. Vraagprijs 2,5 miljoen euro.

20150313_124320

Grappig en curieus is een suiker- en zoutinstallatie van Pieter Laurens Mol. De in Breda geboren Mol is een veelzijdig kunstenaar die conceptueel multimedia werk maakt dat toegankelijk en verfrissend aan doet. Toch is zijn naam slechts bekend bij een groepje liefhebbers, terwijl hij toch de eerste levende Nederlander was met een eigen tentoonstelling in het Museum Of Modern Art van New York. De Tefaf toont een constructie die in aanleg wat plechtstatig oogt. Een zeefdruk aan de muur met pal eronder een stalen frame waarop brokken zout liggen. Er staat een slee klaar met enkele zakken gevuld met zout. Mol speelt een ondoorgrondelijke spel met interpretatie, perceptie en betekenis.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Stadsdichter Heerlen Michelle Bracke: “Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven

ZS8O3473-v2
foto: Roel Janssen

Een doordeweekse avond in de binnenstad van Heerlen. Op de hoek van de Saroleastraat staat een historisch pand uit de jaren twintig; de ‘binnenkomer’ van het winkelcentrum. Ooit was er café In de Poort van Herle gevestigd, nu brasserie De Passie. Michelle Bracke is er enkele minuten eerder dan afgesproken. Aan een tafeltje met uitzicht op het Royaltheater en een deel van het toekomstige station, vertelt ze over haar gedichten. Maar ook over Heerlen dat haar tot stadsdichter koos, over David Bowie en, kort voor sluitingstijd over zichzelf, openhartig.

Bracke (31) studeerde filosofie in Sofia, kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Overdag werkt ze bij een bewindvoerderskantoor. Haar vader was eigenaar van een bekende kroeg in het Heerlense uitgaanscentrum. Talent voor schrijven ontwikkelde ze al vanaf jonge leeftijd. Dat het goed voelde merkte ze toen ze bij zichzelf een waarneembare ontwikkeling ontdekte. Bracke: “Ik had al vanaf mijn tiende de behoefte om te schrijven. Ik wilde een dagboek bijhouden, maar ik merkte dat dat niet lukte omdat ik dingen ging verzinnen en zinnen herlezen. Ik vroeg me toen af hoe ik dat mooier kon opschrijven, en beter verwoorden. Op een gegeven moment werd mijn dagboek poëtisch proza.”

Terwijl ze enkele slokjes drinkt van haar glas thee zegt Bracke kritisch te zijn op haar teksten en niks voor lief te nemen. “Om van mezelf te zeggen dat ik in de buurt kom van iets dat je poëzie mag noemen, is eigenlijk pas sinds een paar jaar, dat ik mezelf voorzichtig durf te meten aan mensen die ik zelf ook goed vind. Dichters die ik graag lees variëren van de nieuwe dichters tot de klassieken. Ilja Leonard Pfeiffer is voor mij echt een taalgod, maar ook Ellen Deckwitz en Lieke Marsman zijn voorbeelden van dichters die begrijpelijk en goed schrijven.”

Ze maakt een onderscheid tussen het stadsdichterschap en haar ‘complexere’ poëzie. “Poëzie produceer je niet op commando”, beweert ze. “Ik vind dat gedichten weloverwogen geschreven moeten zijn. Goed en tegelijkertijd toegankelijk schrijven is best een uitdaging. Het is leuk als mensen het meteen snappen en leuk vinden om te lezen. Daar doe je het natuurlijk ook voor, althans, als stadsdichter. Ik ben nu bezig met een afscheidsgedicht voor Paul Depla (de burgemeester vertrekt in maart-red.). De ‘echte’ poëzie kan ik daarnaast doen; daar heb je andere gelegenheden voor, andere mensen. Ik wil bij mezelf blijven en ga niet echt anders schrijven. Ik zou dat ook niet kunnen, maar je schippert toch een beetje om het wat toegankelijker te maken. Goede teksten vinden hun eigen weg wel.”

ZS8O3797-v2-580x870
foto: Roel Janssen

Haar gedichten gaat Bracke voordragen tijdens poëziebijeenkomsten en bij culturele activiteiten in Heerlen. De jury die haar tot stadsdichter koos schreef: ‘Michelle weet de kwaliteit en diepgang van haar gedichten te verbinden met een pakkende, toegankelijke schrijfstijl’. Zelf werd ze bevangen door twijfel. “Bij de jurering vond ik het gesprek vreselijk slecht gaan. Ik dacht: die willen me absoluut niet hebben. Ik had het idee dat ze al iemand hadden gekozen, mensen die meer contacten hadden, dat dat een veilige keuze voor ze zou zijn.” De uiteindelijke winnares werd op het hart gedrukt dat ze best kritisch mag zijn, een ander geluid mag laten horen. Bracke: “Je wordt geenszins beperkt in je kritiek. Dat is prettig, maar ik vind dat je wel een dichter moet blijven. Dat je juist dingen moet kunnen vangen die niet zo voor de hand liggen, dat je daarop krachtig inzoomt en niet de makkelijk dingen kiest.”

Over het grote bouwproject dat de nieuwe stationsomgeving van Heerlen moet worden is ze resoluut: “Ik vind het zo’n slordig plan dat Maankwartier. Daarmee ga je het centrum leeg trekken. Ik vind dat ze moeten centraliseren zoals Maastricht dat doet. Nu wordt er teveel verdeeld in plaats van naar een centrum toe te werken, wat ook economisch beter is.” Haar issues met Heerlen bekruipen haar het meest als ze weer eens een andere stad opzoekt, zoals onlangs Berlijn. “De mensen zijn wat minder bekrompen en ze vinden niet zo gauw iets gek. Een verademing.” Maar vooroordelen over poëzie zijn overal. “Iets wat mensen maar moeilijk kunnen volgen, bijvoorbeeld, is dat ik naar metal luister. Dat matcht niet met de connotatie die mensen bij poëzie hebben, hetgeen lief en braaf is.”

De naam van David Bowie valt. De tijd dat hij in Berlijn woonde, eind jaren zeventig, bezorgde zijn muziek een artistieke opleving. De zanger is een groot voorbeeld voor Bracke: “David Bowie was mijn eerste liefde. Wat ik aan hem zo fascinerend vind is dat hij van gedaante verandert alsof het een natuurlijk ding is. Dat herken ik, die behoefte om al je gezichten te laten zien. Bowie was lekker androgyn en had daar gewoon schijt aan. Ik mag daar graag een voorbeeld aan nemen. Niet dat ik zelf ook zo ben, maatschappelijke conventies houden me in toom. Gewoon voor de lol zet ik wel eens een pruik op. In vind het fijn om fysiek te veranderen, om een andere kant van me naar buiten te laten. Ik ben gewoon mezelf maar heb soms de behoefte er anders uit te willen zien.”

Ze laat enkele foto’s zien vanaf haar smartphone. Daarop draagt ze een pruik met telkens een ander kleurtje en passende oogopslag. Over haar voorkeur om zichzelf soms een ander uiterlijk te geven: “Iedereen moet altijd een keuze maken. Op de een of andere manier kan ik daar niet tussen kiezen. Mensen vinden dat raar, en dat vind ik dan weer raar en dan ga ik het juíst doen. Ik weet ook niet waar dat vandaan komt. Je moet niet alternatief zijn om het alternatief zijn. Het is meer gevoelsmatig, iets waar ik plezier in heb. Ik moest wel eerst dertig worden om dit te kunnen doen.”

Op de achtergrond klinkt het geluid van glazen die worden omgespoeld en klaargezet voor de volgende dag. De laatste gasten hebben De Passie intussen verlaten. Kort voor sluitingstijd. De jonge stadsdichter neemt nog een laatste teugje van haar groene thee. Aan haar handen draagt ze opvallende ringen. Ze praat bedachtzaam maar zelfverzekerd, aangenaam en bescheiden. “Het is pas na mijn dertigste dat ik in alle oprechtheid kan zeggen: ik heb er schijt aan wat iedereen van me denkt. Daarvoor durfde ik dat niet. Ik ben niet heel erg ad rem en nogal introvert van karakter. Ik liet niemand binnen, bouwde een muur om me heen. Dat begon tegen me te werken. Ik zat helemaal in mezelf opgesloten. Het is een van de redenen waarom ik poëzie ben gaan schrijven, een manier om je te uiten, een uitlaatklep. Inmiddels is de muur gesloopt en dat voelt heerlijk.”

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)