Tien beste albums van 2015, tot nu toe

11202115_904816412917625_8601300981813984412_n

 

1 Jeff Bridges – Sleeping Tapes
2 Kreng – The Summoner
3 Aphex Twin – Computer Controlled Acoustic Instruments Pt2
4 Jonny Greenwood – Inherent Vice (Selections From The Original Motion Picture Soundstrack)
5 The Mons – In The Original It’s Red
6 Bob Dylan – Shadows In The Night
7 Bob Dylan – The Original Basement Tape (Record Store Day)
8 Cat’s Eyes – The Duke Of Burgundy
9 Jules Deelder & Bas van Lier De Deeldeliers – Deeldelirium
10 Young Fathers – White Men Are Black Men Too

Luister hier naar het prachtige album van Jeff Bridges: spoken word en unheimische  sfeerambient 

(alle titels op vinyl)

Recensie: Bob Dylan – Slow Train Coming lp reissue Music On Vinyl

1897_foto1_product_groot

Dat was best schrikken geblazen toen in de zomer van 1979 duidelijk werd dat Bob Dylan zich had bekeerd tot het christelijke geloof. De vrijheidsdenker aan de ketting van een religie? Bij nader inzien viel het reuze mee. Voor de meeste fans maakte het niet zoveel uit, want ondanks Dylans geloofsbelijdenis belandde Slow Train Coming hoog in de albumcharts. En gelijk hadden ze. Bob Dylan verraste weer eens, de kwaliteit was er niet minder om.

De plaat mocht dan wel bol staan van expliciete religieuze verwijzingen, ter compensatie stond er muziek tegenover die, zo blijkt ook na herbeluistering, langer bleef hangen dan de waan van de dag. Dylan was het menens. Binnen ruim een week stonden de nummers op band in de Muscle Shoals Sound Studio, daar in de staat Alabama, in de zuidelijke Bible Belt. Belangrijke rol was er voor Mark Knopfler van Dire Straits. Zijn beste gitaarwerk vertelt telkens een eigen verhaal, dit keer aangemoedigd door gospelkoortjes en de Muscle Shoals Horns. Resultaat? Meer rhythm & blues dan rock; opzwepend en swingend.

Waren teksten en thema’s op voorgaand album Street Legal vaag en mysterieus, hier speelt Dylan open kaart. “There’s a Man on the cross and He’s been crucified”. Of deze: “But there’s only one authority, and that’s the authority on high”. Dat we het weten. Dylan zelf is in topvorm, zingt meer uitbundig dan prekerig op deze lp die, zoals het hoort, ook iets dubbelzinnigs met zich meedraagt. In sommige songs biecht hij niet de liefde op voor het hogere maar zeer waarschijnlijk ook voor een of misschien wel meerdere dames. Slow Train Coming is van een typische Dylanallure, wat wil zeggen dat je er bij elke draaibeurt iets nieuws in ontdekt. De manier van zingen, het beklemtonen van sommige woorden, duiding van hoes, teksten, ad infinitum. Dit is gewoon een prachtige plaat mensen.

Bob Dylan reissues worden eerst vanuit New York geluidstechnisch opgepoetst door Sony producer Steve Berkowitz. De banden met de geremasterde versie gaan voor de Europese release naar onze eigen Music On Vinyl. Zij sturen hiervan een testpersing naar Berkowitz, waar na goedkeuring de lp mag worden uitgebracht. Ondanks dat de geluidskwaliteit van deze heruitgave nauwelijks verschilt van de oorspronkelijke Amerikaanse persing, valt in het bijzonder de erg mooie, transparante klank op, die meer ruimte lijkt te bieden aan Mark Knopflers subtiele gitaarspel. Ander verschil? In plaats van de binnenhoes bevat de reissue een dubbelzijdige, losse bijlage.

Bob Dylan – Slow Train Coming (Columbia/Music On Vinyl)

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Nostalgie een oude bekende

sweet-poppa-312x320Terug verlangen naar vroeger is aan mij niet echt besteed. Ik geloof niet dat vroeger alles beter was, hooguit overzichtelijker. Maar “vroeger” komt steeds vaker ongevraagd op bezoek. Opeens heeft “vroeger” een eigen gezicht. Dat blijkt uit allerlei beelden die als foto’s uit het geheugen voorbij flitsen. Plompverloren, zonder aanwijsbare reden passeren ze het netvlies in een fractie van een seconde. Sommige beelden komen vaker terug, zij het in een andere gedaante of context. Soms wil je zo’n moment iets langer vasthouden door er extra hard over na te denken; dan wil je de sfeer van het beeld proeven in de hoop dat het een plekje zoekt in de zeef van het geheugen.

Eén beeld blijft in mijn hoofd rond spoken. Ik als elfjarig jongetje bij V&D in Eindhoven. Een tussenstop na een bezoek aan de Efteling met mijn ouders en tante. Op de platenafdeling houd ik met mijn handen een uit twee losse delen bestaande koptelefoon tegen mijn oren gedrukt, nog onwetend van het besef dat mijn leven zou gaan veranderen. Wat ik toen voelde, daar bij V&D tussen de oorschelpen was iets dat ik niet eerder had gevoeld. Hetzelfde gevoel dat je kreeg bij het zien van iets bloots bij een meisje, maar dan anders. Wat ik voelde was ademstokkende weemoed die tot mijn verbazing onherroepelijk leidde tot een op zwaar verlies uitdraaiend gevecht tegen opwellend vocht in mijn ogen. Ik was getuige van de aangrijpendste single aller tijden, zoveel stond vast, met in het kielzog de stelligheid dat muziek het enige was dat telde in dit leven. En dat allemaal dankzij Poppa Joe van The Sweet, mijn eerste stukje vinyl.

In 1978 volgde mijn tweede singlesmoment. Hubert van Hoof draaide op de zender Hilversum 3 een doorsnee woensdagmiddag in de prak. Alternative Ulster, een single van de Ierse punkband Stiff Little Fingers, prikte een gaatje in de tijd. Ik zie mezelf vol verbazing opkijken vanachter mijn huiswerk en merkte hoe een om zijn as wentelende gitaarriff mijn leven binnenstebuiten keerde. Enkele dagen later zit ik in de trein naar Amsterdam. Toen ik de deur van punkwinkeltje RAF openzwaaide viel mijn oog meteen op Inflammable Material, de lp met daarop de bewuste single.

Jaren later volgde andermaal 45-toereneuforie, opnieuw dankzij een intro als lont voor een kruitvat van woede. Enter The Wipers met Romeo, ofwel in muzieknoten omgezette agitatie en verontwaardiging. Als de bliksem naar Get Records! Na een korte aarzeling besloot ik het mijn budget ruimschoots overschrijdende bedrag van 37 gulden 90 neer te tellen. 1983. De dollarkoers had de prijzen van Amerikaanse importplaten flink omhoog geduwd, maar bij thuiskomst bleek Over The Edge het geld meer dan waard. Tot op de dag van vandaag.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Klassieke hardcorepunk op debuut lp The Mons

Mons

Punk, bestaat dat nog? Nou en of, als je tenminste weet waar je het zoeken moet. In de jaren negentig dreigde punk heel groot te worden met bands als Green Day, maar tegenwoordig bevindt de muziek zich alweer in het afvoerputje van de popmuziek.

Maar we hebben beet. The Mons uit Chicago. Hardcorepunk in de traditie van oude bekenden. De gulden middenweg tussen het uitgebeende van Black Flag en het venijn van Dead Kennedys. Zanger Matt Vecchio bezit namelijk net zo’n sneer in zijn stem als Jello Biafra. Ondanks dat The Monsmuzikanten al jaren actief zijn in lokale undergroundbands, knallen ze erin alsof hun leven er van hangt.

The Mons zijn bedreven in het uit de weg gaan van clichés. De melodieën pakken beet, de gitaarakkoorden zorgen voor net voldoende afwisseling en spanning. Ondanks dat in dit genre pamflettisme vaak gemeengoed is, zijn de teksten van The Mons voor meerdere uitleg vatbaar. Verbijstering, ingehouden woede, paranoia, de hardvochtige actualiteit. What Were You Thinking? Vecchio komt niet met pasklare antwoorden, maar merkt dat het zelfs in zijn eigen achtertuin niet helemaal pluis meer is. Drones Over Elgin gaat vergezeld van een meebrulbare slogan die zomaar van Dead Kennedys had kunnen zijn. In het langste nummer op deze debuut-lp wordt in nog geen twee minuten Decline And Fall Of The Human Race samengevat. Het kortste, Annihilated, klokt 37 seconden. Totale speelduur? Net iets meer dan een kwartier.

Overeenkomstig de ‘do-it-yourself’ attitude uit de glorietijd (1976-1981) van punk en hardcore, doen The Mons alles op eigen houtje. De plaat is uitgebracht in eigen beheer, de eerste honderd exemplaren op felrood vinyl. Kunstenaar Raymond Pettibon werd gevraagd voor het artwork op de hoes. Pettibon wordt tegenwoordig omarmd door de kunst- en galeriewereld, maar geldt al decennia als cultheld bij punkliefhebbers. Begin jaren tachtig maakte hij hoesjes voor onder meer Black Flag en Minutemen. Handelsmerk? Fictieve filmscènes in afgemeten zwart-wit.

Zou zomaar kunnen dat The Mons zich hebben vernoemd naar het Latijnse mons pubis, in de volksmond venusheuvel. The Mons dus. Onthoud die naam. Koop die plaat. Meer hardcore dan punk voor Me And You And A Dog Named Fuck You.

The Mons – In The Original It’s Red (eigen beheer, 2015)

Worp en Wederworp: Misha Mengelberg, rebel tegen routine

57_mengelberg

Misha Mengelberg, jazzpianist. Geboren in 1935. Voor wie hem wel eens heeft zien optreden, solo of met zijn drummende sparringpartner Han Bennink, staat het volgende beeld op het netvlies: voorovergebogen, hoge rug, smeulende peuk in een chagrijnig ogende grimas met stoppelbaard. In weerwil van houding en lichaamstaal klateren de noten alsof ze van de trap vallen zonder dat je weet wanneer en óf ze beneden aankomen. Improviseren vanuit een traditie, om van daaruit beurtelings humor en verwarring te laten ontstaan. Kort gezegd, in navolging van zijn held Thelonious Monk, rammelt Misha Mengelberg voortdurend aan de conventies van de jazz.

Zoals hij muziek maakt zo praat hij ook. Te lezen in 26 interviews, gepubliceerd van 1961 tot 2011. Ze zijn door muziekjournalist Erik van den Berg samengesteld in een handzaam boekje met no-nonsense vormgeving. Het openingsartikel zet meteen de toon; een stilistisch mooie observatie over de pianist die eigenlijk geen zin heeft in een vraaggesprek. Liever gooit hij opzichtig de kont tegen de krib in de “ontzaglijke fauteuil die moeiteloos zijn kleine, gedrongen figuur verslindt”. In alle andere interviews spreekt hij echter honderduit.

Erg komisch is zijn relaas over Eeko, de grijze roodstaart papegaai waarmee hij ooit een duet speelde, te horen op een lp uit 1974. Er zijn weinig zaken waar Mengelberg ,die sinds zijn vierde piano speelt, geen mening over heeft. Maar het liefst ondermijnt deze dadaïst onder de pianisten hardnekkige opvattingen over muziek. “Zo zit het met free jazz ook. Vrijheid om andere mensen te terroriseren met ontzettend kabaal. Dat vind ik een tamelijk armzalige vrijheid, eerlijk gezegd.”

Worp En Wederworp brengt in woord en daad hulde aan het voormalige wonderkind dat nooit volwassen wilde worden. De uitgave is extra bijzonder omdat Mengelberg wegens vergevorderde Alzheimer niet meer in staat is op te treden. In 2013 moest hij noodgedwongen afscheid nemen van de (internationale) podia. Cherry Duyns maakte er toentertijd een documentaire over die wrang en ontluisterend de aftakeling in beeld brengt. Mengelbergs laatste kunststukje, de opera Koeien, werd door andere componisten voltooid. Het werk beleefde onlangs zijn première tijdens het Holland Festival.

Mengelberg: “In muziek zoek ik misschien wel naar waarheid, maar het is lastig, want muziek zegt niks. het zegt niet: de afwas is nu gedaan, of, het is vier uur. Muziek bestaat eerder uit indrukken van wat waaierige klanken. In sommige gevallen mag dat, in andere wil ik dat het ophoudt.”

Worp en wederworp – 26 interviews met Misha Mengelberg

Samengesteld door Erik van den Berg, met een introductie van Matthijs de Ridder 

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Recensie David Bowie – ‘hours…’ vinyl reissue Music On Vinyl

step0001

Feestje in huize Bowie. Eindelijk is ‘hours…’ op vinyl verkrijgbaar. In 1999 was het album een van de eerste internetdownloads, voorafgaand aan de cd-release. Het label Music On Vinyl maakt al een poosje zwart goud van de blinkende schijfjes, die rond de eeuwwisseling van David Bowie verschenen. Destijds werden ze nogal eens onthaald op onbegrip, of op zijn minst op gemengde reacties. Niet helemaal terecht. Bij zo’n hernieuwde kennismaking per vinyl, blijken met name Earthling en Reality uitstekende albums. 1.Outside uit 1995 behoort zelfs tot de hoogtepunten uit zijn carrière.

Op ‘hours…’, let u even op de schrijfwijze, verruilt Bowie vernieuwingsdrang voor berusting. Dit is nu eens geen album bedacht rondom een fictief personage of voorzien van conceptuele gedaantewisselingen. What’s Really Happening luidt een van de songs. Geschreven door ene Alex Grant. Hij was indertijd de winnaar van een prijsvraag om een David Bowie song te schrijven. Zo’n bijdrage van buitenaf geeft min of meer al aan dat teksten en onderwerpen op deze plaat niet of nauwelijks over Bowie zelf handelen. Volgens eigen zeggen putte hij uit de teleurstellingen die hij in leven en liefde ontwaarde bij veel van zijn generatiegenoten. Om misverstanden te voorkomen, meldde hij vooraf in een interview: “I had to create the situations”. Hoe dan ook schijnt een zekere vorm van reflectie vaker voor te komen bij mensen van middelbare leeftijd. David Bowie was ten tijde van dit album 52. Hier is hij meer mens dan kunstenaar, meer neoclassicist dan kameleon.

Ook de muziek sluit aan bij de bespiegelende Bowie. Poprock die zich gestileerd en bescheiden heel slim dienstbaar opstelt aan de licht omfloerste zangmelodieën. De symboliek ligt intussen voor het oprapen. Het artwork op de hoes barst van de barcodes. Wordt er een nieuwe versie van de zanger gescand en geordend? We zien een oudere Bowie meer dood dan levend in de armen van zijn jongere uitvoering. Langharig, gekleed in engelachtig glamjack. Het beeld doet natuurlijk denken aan de beroemde piëta van Jezus Christus in de schoot van Maria. Achterop de hoes een zwarte slang, dreigend opgerold vlakbij drie Bowies in verschillende poses. Wil de echte David Bowie opstaan?

Maar eerst herkennen we de hints naar het verleden in tekstflarden en songtitels. Woorden als “suspicious minds” vallen (nummer van Elvis Presley), de songtitel Something In The Air was een gelijknamige hit in 1969 van Thunderclap Newman, er wordt gerefereerd aan de Rolling Stoneshit Time Is On My Side (in Survive, waarin ook sprake is van “beatle boys”). Zo krijgt ‘hours…’ met zijn subtiel vermengen van heden en verleden, van ogenschijnlijke gelatenheid die op meerdere niveau’s weerkaatst, een geheel eigen charme en karakteristiek.

Hierna volgden albums met titels als Heathen en Reality, waarna de ‘thin white duke’ de relatieve anonimiteit verkoos. Artistiek herrijzen deed hij pas weer in 2013 met het magistrale The Next Day. Op zijn 66ste! Er is dus nog hoop voor vijftigplussers.

‘hours…’ gaat vergezeld van een boekje met twintig pagina’s foto’s en teksten. In de glossy hoes bevindt zich een lp van 180 gram waarop stem en muziek mooi in balans klinken. Een aantal is geperst in een kleurtje, blauw of groen naar keuze, als je niet te lang wacht tenminste. Een feestje dus, nu ook voor vinylliefhebbers onder de Bowiefans.

(eerder gepubliceerd op Vinyl50.nl)

Programmering Limburgzaal voor bruiloften en begrafenissen

11406649_481924205305800_2367077616150357934_n

Wat is er aan de hand in het Heerlense Parkstad Theater? Kon je een aantal jaren geleden nog bands als dEUS en Eels op het podium van de Limburgzaal zien optreden, momenteel heerst de voorspelbaarheid en meer van hetzelfde. Wat even begon te lijken op een in aanleg spannende popprogrammering is ingeruild voor een herhaling van zetten.

Terwijl andere zalen met dezelfde capaciteit durf en afwisseling hoog in het vaandel hebben staan, wordt in Heerlen lui achterover geleund in afwachting van het nieuwe seizoensaanbod. Het Theater wekt de indruk alsof alle muziekliefhebbers in de regio Parkstad (250.000 inwoners) uitsluitend belangstelling hebben voor artiesten uit het retro- of ouwe lullencircuit; voor Kim Wilde, wier succesperiode toch ver achter ons ligt of, voor de zoveelste keer, de vroegere Rolling Stonesbassist Bill Wyman en zijn Rhythm Kings. Het toverwoord waarmee men up-to-date probeert te zijn? “Bijgeboekt”.

En wat is onlangs zoal bijgeboekt? Wishbone Ash. Het Parkstad Theater beperkt zich steeds vaker tot het publiek dat een nostalgisch feest der herkeninning leuker vindt dan artistieke verbazing en vernieuwing. Niks mis mee, net als de onuitroeibare tributebands die eveneens volop bijgeboekt worden. De andere kant van het popaanbod schittert door afwezigheid. Die andere kant ligt dan ook wat ingewikkelder. Boekingskantoren waaronder Mojo bepalen in grote mate wie, wanneer en waar speelt. Vaak gaat de voorkeur uit naar de Randstad in plaats van naar het verre Heerlen, de mooie Limburgzaal en strategisch gelegen regio ten spijt.

Dat is echter niet de belangrijkste reden voor het opzichtig falen van het beleid binnen het Parkstad Theater. Men wil zo graag popzaaltje spelen maar men mist simpelweg initiatief, slagkracht en kennis van zaken om het hedendaagse aanbod te koppelen aan een gedurfde programmering, waarin urgentie en anticipatie hand in hand gaan. Sterker, de organisatie staat stijf van een schreeuwend gebrek aan visie, smoel en karakter.

Dat het ook anders kan laat Popzaal Tivoli in Utrecht zien. Hier bestaat de mix gewoon naast elkaar. Publiekskanonnen naast minder bekende bands. Jonathan Jeremiah (uitverkocht) naast Frans Bauer; Giant Sand tegenover De Dijk. Ook de programmering in de Eindhovense Effenaar, dat met 1200 staanplaatsen dezelfde capaciteit heeft als de Limburgzaal, bezit meer durf en diversiteit dan de tunnelvisie en het eenrichtingsdenken in Heerlen.

In het Parkstad Theater wordt teveel gedacht vanuit de organisatie. Zoiets leidt tot het hardnekkige misverstand dat artiesten die muzikaal afwijken van het gangbare dan ook wel te weinig publiek zullen trekken. Op het kantoorpluche aan het Burg. van Grunsvenplein is popmuziek pas interessant wanneer het geld oplevert. Hier regeert slechts de kruideniersmentaliteit van bange boekhouders.

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)