Vermomming en interpretatie discoklassiekers door Discohen

Discohenhoes

Je moet maar durven. Iets radicaal veranderen dat onwrikbaar vastligt in het collectieve muziekgeheugen. De Utrechtse band Discohen ging aan de slag met discohits uit de jaren zeventig en tachtig. De beat eruit, melodieën naar de achtergrond en de teksten gearticuleerd à la Leonard Cohen. Het resultaat is echter indrukwekkend. En ja, zanger Teije Venema prevelt inderdaad precies als de Canadese bard.

Ring My Bell, dat was toch dat schattig klinkende meer dan dubbelzinnige liedje van Anita Ward? Discohen maakt de hit uit 1979 opeens bitter en dramatisch. Dankzij de vertragingen in tempo en de fluisterzang van Venema krijgen de teksten in deze en andere uitvoeringen een andere wending en betekenis, een andere lading zelfs. Vaak is de muziek behoedzaam en broeierig. Bijna bloedstollend is de variant op Physical van Olivia Newton-John. Luister alleen al naar het eerste couplet begeleid door akoestische gitaar. Wie had dat ooit gedacht?
Je reinste schuifeljazz weerklinkt in Do Ya Think I’m Sexy? van Rod Stewart. En Madonna’s Like A Virgin had niet misstaan op de laatste plaat van Nick Cave.

Erg fraai is de wijze waarop Venema de Rolling Stonesklassieker Miss You naar zich toe trekt. In de oorspronkelijke versie bezingt Mick Jagger de verloren liefde. Bij Discohen krijg je de indruk dat een door New York dwalende pooier zijn favoriete hoertje is kwijtgeraakt. Wanneer achtergrondzangeres Fenneke Schouten naar de voorgrond treedt zoals in Don’t Leave Me This Way (Thelma Houston), gaan de gedachten even uit naar Lee Hazlewood en Nancy Sinatra.

Luisteren naar deze plaat is je verwonderen over wat je allemaal kunt doen met de strakke beat en dansbaarheid van discoklassiekers. De verbazing over de transformatie werkt vooral heel sterk wanneer je de originele nummers behoorlijk goed kent, als je er min of meer mee bent opgegroeid. Dan blijkt hoe bijzonder vermomming en interpretatie door Discohen zijn verkend en uitgediept. Hier verandert het discofeestje van banale suggestie in een nachtclub vol zwoele melancholie en verleiding. Prachtplaat.

Popular Positions is door de band zelf uitgebracht op een plak vinyl van 180 gram. De opname, geproduceerd door Discohens Pim van de Werken, klinkt mooi transparant, waarbinnen de zang passend naar de voorgrond is gemixt. Vlak erachter zit de muziek: spaarzaam, sfeervol en gelaagd. Op de hoes een glossy zwart-witfoto van een zoenend stel in regenachtig glitter. De plaat kun is alleen via de band zelf te bestellen.

(eerder gepubliceerd via Vinyl50)

Radiohead A Moon Shaped Pool meesterlijk artistiek statement

radioheadartforthenewalbum2016

Laten we er niet te lang om heen draaien. A Moon Shaped Pool is een bescheiden meesterwerk. Een album boordevol verborgen hints, beeldspraak en aanwijzingen. Voorafgaand aan de albumrelease speelde Radiohead nog verstoppertje. Berichten op twitter- en facebookpagina werden gewist, de eigen site ging blanco. Alsof men met een schone lei wilde beginnen.

Allengs werden stukjes strohalm aangereikt in songs en beelden die meer duiding en context prijsgaven. Burn The Witch refereert zowel aan de film The Wicker Man als aan de Britse animatieserie Trumpton (let op de eerste lettergreep). In beide gevallen handelt het om een kleine, fictieve gemeenschap waarvan de inwoners de schone schijn ophouden. Volgens een van de makers van de bijbehorende video moet het nummer worden gezien als commentaar op de vluchtelingencrisis, die ook in Engeland leidde tot heksenjachtsentiment. Als onderdeel van de albumrelease ontvingen enkele fans via de post ansichtkaarten waarop werd vermeld “we weten waar je woont”, herinnerend aan de retoriek van xenofobe politici.

Burn The Witch geldt binnen de discografie van Radiohead als een song die vaker in een andere vorm is uitgeprobeerd, maar in deze versie voor het eerst het licht ziet. Dat laatste geldt ook het bleke, bijna grauwe gelaat van Thom Yorke. In de deels in Los Angeles opgenomen, door Paul Thomas Anderson geregisseerde video van Daydreaming, zien we de zanger dwalend van de ene locatie door het andere interieur. De enkele keer dat we zijn lippen zien bewegen zingt hij “beyond me beyond you”. Aan het einde worden zijn woorden vervormd tot iets dat naar verluidt lijkt op “every minute, half of my love“.

Desert Island Disk doet met zijn bijna folkachtige benadering denken aan singer-songwriters John Martyn en bij vlagen aan Nick Drake. Ful Stop leunt op de ritmische ‘motorik’ van krautrockbands als Neu!. En ook The Numbers opent als een song van pakweg veertig jaar geleden. Maar wat nog het meest opvalt is de toon van het album. Die is ingetogen, somber zelfs. Alsof bandlid Jonny Greenwood, bekend van zijn muziek voor films van Anderson, de soundtrack heeft geschreven voor Thom Yorke, wiens ruim twintigjarige relatie met vriendin Rachel in 2015 op de klippen liep.

Indicaties dienen zich aan via metaforen. Decks Dark opent met “and in your life there comes a darkness”. De titel is een verbastering van Rick Deckard, hoofdpersonage uit de sciencefictionfilm Blade Runner. In de toekomstige dystopie Los Angeles wordt Deckard verliefd op een vrouwelijke replica, een exacte kopie van een menselijk wezen. Naam? Rachel.

Yorke’s stem is sowieso meer dan ooit prominent, sierlijk zoekend en zwevend in een sfeer van bijna ondraaglijke melancholie waarin strijkers, akoestische gitaar of piano de dienst uitmaken. Tegelijk is de experimenteerdrift van de band overeind gebleven. Verdwenen zijn weliswaar de elektronische ritmes op recente vorige albums, des te vaker dartelen vervormingen, minicollages en audiokunstjes door het geluidsbeeld.

Op dit maanlandschap van Radiohead mag de luisteraar ruim vijftig minuten landen in een ontmoeting tussen digitaal en analoog, tussen herkenning en aftasten. Net zoals op de maan overwegend donkere kraters te zien zijn, overheerst op A Moon Shaped Pool duisternis en de ijdele zoektocht naar hoop en licht. “Selfdefense against the present, the present tense”, zingt Yorke ergens. Afweermiddel tegen een werkelijkheid die alleen maar vragen oproept en nooit antwoorden geeft, waardoor je als vanzelf je eigen waarheid gaat creëren. De waarheid van Radiohead is meer dan voldoende: een meesterlijk artistiek statement.

(eerder gepubliceerd via ThePostOnline)

Popfestival Desert Trip brengt levende legenden bijeen

DS

Aan het weer zal het niet liggen. In Zuid-Californië kun je het hele jaar door van de zon genieten. In het najaar schommelt de temperatuur tussen de 20 en 25 graden. Aardig toeven dus in de bij het stadje Indio gelegen ‘desert valley’ Coachella; bekend van het gelijknamige popevent waar ook de jetset van Hollywood zich graag toont. Op 7, 8 en 9 oktober vindt op dezelfde locatie festival Desert Trip plaats. De programmering leest als de natte droom van Pinkpopbaas Jan Smeets.

Op het affiche staan Bob Dylan, Paul McCartney, Rolling Stones, Roger Waters, Neil Young en The Who. Niet gek voor Paul Tollett, die in de jaren tachtig nog concerten organiseerde voor punkbands, maar als huidig Coachella-directeur de mega-acts na een jaar van overleg en soms persoonlijke onderhandelingen, uiteindelijk wist over te halen. Naar verluidt ontvangen de artiesten als beloning een gage van een slordige 7 miljoen dollar. Naar Californië reizen ze af met een eigen podiumuitrusting en entourage.

Voor de gelegenheid wordt er tijdens Desert Trip een ministadion gebouwd dat plaats biedt aan 70.000 toeschouwers. Om binnen te komen betaal je 199 dollar (ongeveer 175 euro), een weekendkaart gaat vanaf 399 dollar. Die prijzen vallen reuze mee vindt Tollett in Rolling Stone. Volgens hem benaderen ze de entree voor het Coachellafestival. De op sociale media veelgemaakte opmerking dat het zou gaan om een uitje voor babyboomers is niet helemaal terecht als je bedenkt dat veel van de bands de afgelopen jaren wereldwijd concerten gaven die maar geen afscheidstoernees wilden worden, meestal indruk maakten en jubelende recensies kregen. Zeker in Nederland. Wie de Rolling Stones zag (Pinkpop 2014), Bob Dylan (Carré, Muziekgebouw 2015) of Paul McCartney (Ziggo Dome 2015), kan er over meepraten. Overigens komen de Beatlesbassist en Neil Young binnenkort warm draaien in ons land.

Een ander punt van kritiek dat veel van de optredende artiesten teruggrijpen op het standaardrepertoire, gaat eigenlijk alleen op voor Rolling Stones, Paul McCartney en The Who. Desondanks gaat het om namen die voor de popmuziek van onschatbare waarde en invloed zijn en, in sommige gevallen, nog altijd verrassen met nieuwe albums. En als we de berichten mogen geloven werken de Stones momenteel aan een eresaluut aan het genre waarmee het voor hen allemaal begon: de blues. Ook al zoiets onverwoestbaars.

desert trip

(eerder gepubliceerd via ThePostOnline)

Muzikale anarchie: Duitse krautrockband Faust

Faust 1972

Wist ik veel. Wat ik wel wist was dat ik niet goed wist wat ik ermee aan moest. En hoe de plaat in mijn bezit was gekomen. Wanneer ik ‘m uit de kast haalde was dat vooral om ernaar te kijken. Wat nog niet meeviel. De voorkant stond volgeschreven met stukjes tekst uit Engelse kranten. Bij het zien van de achterzijde werd ik duizelig van een optisch lijnenspel. Aan de muziek was ook al geen touw vast te knopen. Flarden gesprekken uit wat leek op een leefgemeenschap, hooguit schetsen van songs. Ik snapte er niks van. Muziek in de vorm van een soort collage, daar was ik, een jaar of 16, nog niet aan toe tijdens mijn eerste kennismaking met deze plaat. Pas veel later ontdekte ik dat ik zomaar een album van de legendarische Duitse band Faust in mijn bezit had.

Eind jaren zestig begint het toenmalige West-Duitsland de erfenis van de Tweede Wereldoorlog krachtig van zich af te schudden. Het is de tijd waarin een jonge generatie een gevoel van ontnuchtering en desillusie ervaart en studenten vragen stellen over het nazi-verleden van hun ouders. Ophef ontstaat na een demonstratie in West-Berlijn tegen de sjah van Perzië (het huidige Iran), die uitmondt in de dood van student Benno Ohnesorg door de politie in 1967. Het incident leidt tot protest en radicalisering van Duitse actiegroepen die zich onder meer afsplitsen in de links-extremistische en gewelddadige Rote Armee Fraktion.

Faust debut

Deze ontwikkelingen en de steeds grotere acceptatie van rockmuziek in Europa, worden voor Duitse kunstacademiestudenten, die zich niet direct met politiek bezighouden, een belangrijke motivatie om in muzikaal opzicht te radicaliseren. De toekomst moet opnieuw worden uitgevonden, de breinen beginnen te kraken.

Jean-Hervé Péron is een van de oprichters van Faust: “We kenden in de jaren zestig de rock ‘n’ roll en blues. Prima. Niks tegen de blues. Maar het is niet datgene wat wij willen uitdrukken. Dus we zijn 18, 20 en we hebben iets te melden. We voelen een enorme druk. We hebben het over 1968. We hebben het over de sociale onrust in Europa, in Frankrijk, en over de gedemoraliseerde generatie jongeren in Duitsland.” Een voorhoede van beeldend kunstenaars, muzikanten, schrijvers en filmers manifesteert zich nadrukkelijk in het sterk veranderende culturele landschap bij onze oosterburen.

Ook ik radicaliseerde. Ik voelde de behoefte om muziek te beluisteren die anders was, die het experiment opzocht en niet uit de weg ging. Zo kwam ik al snel uit bij een aantal nieuwsgierigmakende bands uit Duitsland. Die zoektocht verliep achteraf gezien vrij eenvoudig. In de internetloze jaren tachtig waren zeldzame platen nog vindbaar én betaalbaar. Voor drie tientjes werd ik eigenaar van Can’s Tago Mago, in envelophoes. In een kringloopwinkel betaalde ik acht gulden (bijna 4 euro) voor de tweede lp van Kraftwerk: met gifgroene verkeerspion op de voorzijde, verschenen op ons eigen Philips-label. In die jaren hengelde ik eveneens voor een paar gulden uit de schappen een album met lege notenbalken op de hoes, Faust IV.

Faust IV

Om de lp van Fausts debuut zit een röntgenfoto van een gebalde vuist. De muziek bestaat voor een deel uit een tableau in de vorm van een collage en, bij wijze van contrast over de hele kant twee, een psychedelische rockjam. Opvolger So Far bevat een pikzwarte hoes waarin behalve de lp, een prentenset, ter illustratie van ‘songs’ die vollopen met gitaarriffs en vondsten die zo vanzelfsprekend klinken dat je tijdens het luisteren denkt: waarom is hier niemand eerder op gekomen? Het album laat zich telkens weer urgent en verrassend aanhoren.

Dat geldt min of meer ook voor de samenwerking met de Amerikaanse violist en avantgardepionier Tony Conrad. Tijdens een bezoek aan de Faustcommune in het plaatsje Wümme omstreeks 1973, belanden gezamenlijke opnamen op een album met mantra-achtige droneklanken. Drone kan worden bereikt door middel van een aanhoudend geluid of door herhaling van een noot. Zo ontstaat een tonaliteit waarop de rest van het stuk voortborduurt. De in april 2016 overleden Conrad geldt als een van de grondleggers van deze muziekvorm. Voeg er de Faustrock aan toe en je hebt een album dat tamelijk uniek is: Outside The Dream Syndicate. De plaat is intussen opnieuw uitgebracht.

Faust Outside

Faust krijgt aanvankelijk enige bekendheid omdat het album The Faust Tapes (1973) in korte tijd meer dan vijftigduizend keer over de toonbank gaat. De platenmaatschappij, het pas begonnen Virgin Records, lijkt het bij wijze van stunt een aardig idee om de lp te verkopen voor de prijs van een 45-toerensingle. Aangezien de plaat jaren nadien relatief vaak opduikt in bakken tweedehands, moet het luisteren naar Faust voor velen een verdeeld genoegen zijn geweest. Van het album worden steevast tientallen exemplaren aangeboden op verkoopsites als Discogs. Het was echter deze plaat, met duizelingwekkend hoesontwerp van kunstenares Bridget Riley, die me voor het eerst liet kennis maken met de mij toen nog onbekende Duitse band.

Veel heeft de verkooptruc niet geholpen. Rond het midden van de jaren zeventig wordt de Sturm und Drang van de Duitsers voortijdig tot staan gebracht. Een in de studio van discoproducer Giorgio Moroder in München opgenomen album, wil de platenmaatschappij niet eens meer uitbrengen. Pas veel later zal Chris Cutler, drummer van avantgardeband Henry Cow, waarmee Faust vaak heeft opgetreden, de muziekrechten overnemen. Via zijn Recommended Records verschijnen heruitgaven op vinyl, waarna Faust wordt herontdekt door een jonge generatie muziekliefhebbers die op dat moment een hausse aan bands onder de noemer new wave omarmt. De hernieuwde interesse leidt in 1990 tot een reünieconcert in Hamburg. Van de partij zijn bandleden uit de begintijd: Werner Zappi Diermaier, Jean-Hervé Péron en Hans Joachim Irmler.

Faust Tapes

Wie schetst mijn verbazing wanneer ik in februari 1995 tijdens het Tegentonenfestival in Paradiso in afwachting ben van een optreden van Faust. Op de bühne metershoog opeengestapelde televisietoestellen van het type antieke beeldbuis. Tijdens het optreden schijnt een kunstenaar iets te gaan schilderen op een canvas. En wat doen die balen hooi naast het podium? Simpel, ze worden halverwege het optreden per hooivork het publiek ingegooid. Péron beëindigt het mafste optreden waar ik ooit bij mocht zijn, door met een voorhamer de bollende tv’s stuk voor stuk aan gort te slaan. Dat ploffende geluid in de Amsterdamse poptempel, voor even omgetoverd tot boerenschuur, zal ik niet snel meer vergeten.

Muziek en albumvormgeving maken dat Faust radicaal afwijkt van wat tegenwoordig gangbaar is. De muziek van de band klinkt als een antwoord op zoek naar een vraag, waarbij associatie en spontaniteit even belangrijk of misschien wel belangrijker zijn dan het goed kunnen spelen van een instrument. Alles wat maar een beetje neigt naar herkenbaarheid breekt Faust rigoureus af. Zo gaat de songvorm verloren in een kluts van collage en improvisatie, om deze, wanneer het toevallig zo uitkomt, in verminkte staat op te pakken. Het is een van de redenen waarom de platen van Faust jaren na die eerste ontdekking telkens weer een belevenis zijn om naar te luisteren.

Selectieve discografie
Faust (Polydor 1971/2014)
So Far (Polydor 1972/2010)
The Faust Tapes (Virgin 1973/RéR 2010)
Outside The Dream Syndicate (met Tony Conrad) (Caroline 1973/Superior Viaduct 2016)
Faust IV (Virgin 1974/2009)
Return Of A Legend: Munich & Elsewhere (Recommended 1986)
Rien (Table Of The Elements 1994)
You Know faUSt (Klangbad 1997)
Disconnected (met Nurse With Wound) (Art-Errorist/Dirter 2008)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

De fotografie van Robin de Puy laat sporen na

RdPboek1

De succesvolle fotografe Robin de Puy zag haar gevoel van creatieve vrijheid in het geding na steeds meer commerciële opdrachten. Ze besloot op reis te gaan, weg van de hectiek, weg van haar vertrouwde omgeving in Amsterdam. De Puy koos Amerika om per gehuurde Harley Davidson hernieuwde inspiratie te vinden.

Van de persoonlijke ontdekkingsreis is een fotoboek gemaakt. Vanzelfsprekend had De Puy haar camera op zak. Het land van de onbegrensde mogelijkheden met zijn inwoners, locaties en landschappen blijven voor elke fotograaf immers een dankbaar en fotogeniek onderwerp. Na enkele donkergetinte sfeerbeelden opent het boek met een vrolijk reclamebord van een motel genaamd Robin Hood. Wat volgt zijn de talloze ontmoetingen die De Puy onderweg had.

Die kwam ze tegen in Pioche, La Junta, Luckenbach of Abilene, stadjes waar blijkbaar niet elke dag een fotograaf langskomt, laat staan eentje uit Amsterdam. Van de geportretteerden zie je de levenservaring van de blikken en lijven afspatten. Karakteristieke koppen met diepe groeven in het gelaat. Mannen en vrouwen bij wie je het gevoel krijgt dat de Amerikaanse Droom allang in rook is opgegaan. Sommigen lijken nadrukkelijk gekozen om hun markante uiterlijk.

Er ontstaat gaandeweg echter een mooie balans in het boek, omdat de portretten worden afgewisseld met weidse panorama’s, met De Puys reisverslag, notities en persoonlijke twijfels over het telkens opnieuw beginnen aan een nieuwe tocht. Tussendoor fotografeert ze zichzelf, meestal naakt. Misschien zegt haar voorkeur en de manier waarop ze de mensen afbeeldt veel over De Puy. “Vaak zijn mensen heel dankbaar voor een ‘foto-moment’, terwijl ze me in feite zo veel teruggeven – het is fascinerend dat ze dit niet beseffen wanneer ze voor mij poseren”, vertelt ze ergens in het boek.

Haar portretten zijn misschien wel een reflectie op de makkelijk scorende fotoboeken waarin de glitter en glamour van de jetset straalt. Bij De Puy gaat het eveneens om kleurrijke figuren, gebeiteld in zwart-wit. Dat zwart in haar beelden is net zo diepdonker als houtskool. En dat is wat dit boek doet: het geeft af, laat een indruk achter. Aan het begin poseert De Puy onbevangen en misschien nog een tikje bevreesd voor haar “metal buddy”. Wanneer het einde van de bijna 8000 mijl erop zit, staat ze te midden van een landschap, zongebruind, de blik al iets meer zelfverzekerd.

Robin de Puy – If This Is True…I’ll Never Have To Leave Home Again (uitgeverij Ludion)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Jett Rebel imponeert met tegendraads en bezeten optreden in Limburgzaal

20160318_230052

Voor wie het nog niet wist: Jett Rebel is uitgegroeid tot een, zeker voor Nederlandse begrippen, ongekend fenomeen. Bezoekers verlaten zijn concerten doorgaans in staat van ongeloof en verbijstering. In Heerlen zou het niet veel anders worden. Het optreden in de uitverkochte Limburgzaal kende de typerende eigengereidheid van Jett Rebel. Verspreid over het podium lagen doeken met landenvlaggen; er volgde een uitgebreid eerbetoon aan The Beatles en een spokenword verhaaltje van de bandleden als grappige inleiding op Trucker’s Towel. Inclusief de handdoek met vers zweet van de zanger die uiteraard gegooid werd naar gretig graaiende handen van het publiek. Boven het podium torende een afbeelding van een vroeg religieus schilderij door Leonardo Da Vinci.

Dat het jonge popidool voor de vierde keer in korte tijd in Heerlen optrad was hem allerminst ontgaan. Dus begon hij er aan het begin van het concert zelf maar over, om na enkele zelfverkozen bijnamen voor de Limburgse stad uit te komen op “super Heerlen”. De verkleedpartijen van de vorige keer, tijdens de Tour d’Amour, bleven ditmaal achterwege. Jett Rebel, de wapperende manen blond geverfd, ging gekleed in wit T-shirt en old school trainingsbroek, in de tweede helft van het optreden vervangen door een singlet met petje. De afwezigheid van de garderobe bleek een goede keuze; verdeeld over een ongewone speeltijd van bijna drie uur, kreeg het publiek al genoeg indrukken te verwerken, muzikale welteverstaan.

Een van die meer opvallende indrukken waren de over apparatuur gedrapeerde symbolische doeken en vlaggen uit landen waar al dan niet actuele onrust heerst. Lakens met een boeddhistisch ohm-teken en het wereldwijde symbool voor vrede. Vooraan staarde een Boeddhabeeld parmantig naar het publiek. Het eerbetoon aan het Beatlesalbum Revolver was niet heel toevallig. De plaat verscheen in de zomer van 1966, midden in mondiale politieke onrust en vredesprotesten. De verwijzing naar de brandhaarden van nu is overduidelijk. Dat Jett Rebel een ongetwijfeld goedbedoelde, positieve boodschap aan zijn gehoor richtte, haalde even de vaart uit de show, maar hij revancheerde zich met een nummer van die andere Beatlesklassieker Abbey Road. I Want You (She’s So Heavy) kreeg een prachtige, meeslepende doemversie, waarvan de oorspronkelijke melodielijn toch al trapsgewijs naar beneden loopt.

Bijna ontroerend waren de momenten waarop Jett Rebel vanachter de keyboard liedjes speelde die persoonlijk en naturel klonken. Eigenlijk bezorgde hij zo het hele concert in Heerlen zo’n gevoel waarin het barstte van de spontaniteit, van de verrassingen in aanpak, melodie, tempo en maffe ‘tussendoortjes’. Zoals de in ruim vallende poncho gehesen gitarist Lexxus met zijn eigen over-the-top bluesmoment, het hysterische duetje tussen Jett Rebel en achtergrondzangeres Amber Gomaa in Louise. En de hoofdrolspeler zelf natuurlijk, die geen seconde stil stond, net als zijn liedjes en optredens, waarmee hij, met dank aan de geweldige band, zijn eigen muziekgeschiedenis aan het schrijven is.

Jett Rebel – The Best Night Of Your Life Tour (Limburgzaal, Parkstad Theater, Heerlen, 18 maart 2016)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Grayson Perry in Bonnefantenmuseum: engagement als lust voor het oog

persprevie w GP
Bonnefantendirecteur Stijn Huijts en Claire/Grayson Perry (foto: Harry Prenger)

Natúúrlijk bezit Sir Elton John werk van Grayson Perry. Na het winnen van de prestigieuze Turner Prize sta je in kunstminnend Engeland algauw in hoog aanzien bij celebrities. En je kunt je best iets voorstellen bij de flamboyante popster en de bonte kermis die Grayson Perry heet. De kunstenaar is er eentje van het ambacht, van ouderwets vakwerk met blote handen. De vaas van keramiek die bij Elton John thuis staat, is in het Bonnefantenmuseum onderdeel van een grote overzichtstentoonstelling.

Grayson Perry (1960) verdeelt zijn uiterst kleurrijke beelden over materiaal dat door de moderne kunst lange tijd met de nek werd aangekeken. Vazen! Wandtapijten! Keramiek! Kleding! Tot voor kort waren het bijna scheldwoorden. Perry werkt dus met benodigdheden die normaal gesproken worden geassocieerd met populaire cultuur. En populaire cultuur wil natuurlijk graag behagen, maar dan zijn we bij Perry mooi aan het verkeerde adres. De thema’s in zijn werk liegen er namelijk niet om: identiteit, religie, mondiale conflicten, klassensysteem, mannelijkheid. Om er maar eens paar te noemen. Omdat zijn afbeeldingen een scherp contrast vormen met het genoemde materiaal, krijgt zijn kunst net die extra esthetische meerwaarde. Andere bijkomstige troef is dat hierdoor zijn immer actuele engagement plaatsvindt zonder opgeheven vingertje.

GP-750x263

Perry mag bovendien graag de spot drijven met de boven ons gestelden. Op een geldbiljet van tien pond in de vorm van een wandtapijt staat Queen Elizabeth afgebeeld zoals de Britten haar volgens Perry het liefst zien; als “je tante”. Of neem het symbool van de stoere biker. Perry heeft een motorvoertuig voorzien van kleuren en details met een hoog kitschgehalte. De benzinetank siert aan weerskanten geen afbeeldingen van weelderige dames, maar de woorden ‘humility’ en ‘patience’. Op de passagierszit een minivitrine met het knuffelbeertje uit zijn kindertijd.

Het Bonnefantenmuseum toont misschien wel het meest opzienbarende deel uit het oeuvre van Perry. Of van diens alter ego, verkleed als vrouw. Tijdens de perspreview komt de kunstenaar doodgemoedereerd aangelopen als de wandelende knalfuif Claire. Opvallend is het schoeisel; een soort orthopedische kistjes met plateauzolen van twintig centimeter. Perry zelf leidt overigens een betrekkelijk normaal gezinsbestaan; hij is getrouwd, met een psychotherapeute.

Grayson-Perry-tapestry-009-1-940x550

Wie door het fraaie Sketchbooks bladert, ziet hoe de schetsen van de excentrieke kunstenaar leiden tot de uiteindelijke wandkleden en andere kunstwerken, die al dan niet verwijzen naar beelden uit de mythologie. In de enorme tapijten dartelen teksten en figuurtjes over elkaar als een hedendaagse equivalent op de satirische doeken van Jheronimus Bosch. Door de kakelbonte details heb je alleen al om één tapijt in je op te nemen een half uur nodig. Het ontwerp voor de ‘doeken’, die je niet even thuis aan de muur hangt zo groot zijn ze, bedenkt Perry via zijn computer, waarna ze bij een gespecialiseerde weverij uit België er als wandtapijten ‘uitrollen’. Je komt ogen tekort en voelt je al snel nietig wanneer je er tegenover of onder staat.

Bij alles wat Perry doet blijft zijn beeldenallegorie lichtvoetig, sarcastisch en vol (zwarte) humor. Dat de kunstenaar niet door bijt maakt zijn werk juist krachtig en geloofwaardig. Zo blijven er genoeg prikkels over om de toeschouwer te overtuigen van het engagement in het duizelingwekkende universum van de Engelsman. Hold Your Beliefs Lightly luidt de titel van de tentoonstelling. Voor meerdere uitleg vatbaar, maar daarom niet minder spectaculair.

Grayson Perry – Hold Your Beliefs Lightly (Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 5 juni 2016)

(eerder gepubliceerd via The Post Online)

Grayson-Perry-Motorbike-750x422