Bij Zig-Zags doen punk en hardrock lepeltje lepeltje

zig-zags-st-lp-2014-in-the-red-records

Zo vaak gebeurt het niet dat muziek spontaan tussen je oren explodeert. Dat een band je weer eens alle hoeken van de kamer laat zien. Uiteraard luisteren zulke muzikanten naar namen als Jed, Patrick en Bobby, tezamen Zig-Zags en komen ze uit Los Angeles. Zoals wel meer mensen in de Amerikaanse stad van beloftes, probeert zanger-gitarist Jed Maheu aan de bak te komen als acteur. Tot nu toe reikte zijn ster echter niet verder dan lowbudget horrorfilms. Zig-Zags zijn vernoemd naar een merk schoenen, die in Amerika ook wel ‘winos’ worden genoemd omdat ze zo goedkoop zijn. De band bestaat sinds 2010. Hun enige claim to fame is dat ze ooit een nummer mochten opnemen met Iggy Pop.

Zig-Zags zijn intussen bedreven in alles wat garagepunk geweldige muziek maakt. Meestal hebben garagebandjes een probleem waarvan ze niet weten dat het een probleem is, of dat het hoe dan ook een probleem gaat worden. Bands die het goed bedoelen met garagepunk, of wat er volgens hen voor door moet gaan. Dat op een debuutalbum hooguit de eerste twee, drie nummers fuifknallen maar daarna de dood van de hoop zijn intrede gaat doen. Eveneens goed fout zijn pogingen waarin een zangeres en of orgeltje door de punkgedachte heen krankjorumen en gewoon alles kapot maken.

Zig-Zags hebben het wél goed begrepen. Gitaar, bas, drums. Bliksemende S in bandlogo. Goedkoop ogend hoesje om de plaat. Teksten? Bloemrijke pulp waarin dood en dreiging de boventoon voeren in aangrijpend maar net niet overdreven meebrulgehalte. Geniaalste songtitel? I Am The Weekend. Muziek? Punk en hardrock die lepeltje lepeltje doen. Powerakkoorden die als vanzelf overgaan in powerakkoorden. Geproduceerd door cultpunker Ty Segall in zijn thuisstudio te Glassell Park; een afgelegen buurt in het noordoosten van Los Angeles waar de huren laag zijn en de autodiefstal hoog. Easy & sleazy. Zig-Zags doen het gewoon. De punkattitude van 1977 en de onverwoestbare degelijkheid van de hardrock. Deze plaat kan je leven veranderen. Koop ‘m. Nu is nu.

Zig-Zags – Zig-Zags (lp, In The Red Records 2014)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Guru, de chroniqueur van Brooklyn

Guru - Jazzmatazz, Vol. 1 -

Begin jaren negentig moest je recensies en informatie over nieuwe albums nog opzoeken in tijdschriften. Een recente vinylreissue van Guru’s Jazzmatazz Volume 1 is een meer dan goede reden om nog eens terug te blikken op dit album, dat oorspronkelijk in 1993 uitkwam. Een Nederlandstalige bespreking zul je er niet over vinden op internet. Terugblikken is niet eens nodig. De ‘experimental fusion of hiphop and jazz’ is nog altijd een actueel en urgent klinkend meesterwerkje. Gelaagder en organischer dan het verbaal straatvechten van de gangsta rap, kladde rapper Guru muzikaal graffiti op de muren van de hiphop.

Jazzmatazz was de opmaat van een project waarvan met name Volume 1 invloedrijk zou worden en hiphopfans voor het eerst liet kennismaken met jazz. De muziek kwam niet van samples uit andermans platen, maar werd gespeeld door muzikanten van vlees en bloed. En niet de minsten. O.a. jazz- en funkveteranen Donald Byrd en Roy Ayers waren van de partij. Ondanks hun status legden ze zich gedwee neer bij een rol als gastmuzikant.

Toen Guru als Keith Edward Elam in New York woonde gaf hij zijn ogen goed de kost. Jazzmatazz bevat zijn verwondering over wat hij zag en meemaakte in zijn habitat Brooklyn. Hoe hij die stad beleefde viel al te horen in The Planet van Gang Starr, het hiphopduo dat hij in de jaren tachtig formeerde. Guru is een rapper zonder ‘bitches’ binnen handbereik die de afmeting van zijn lul bewonderen. Ook de gouden ketting om de hals ontbreekt. Guru is chroniqueur van de zelfkant. Gortdroog en sarcastisch rapt hij de problemen en criminaliteit van het stadsdeel aanelkaar, terwijl de muziek deinend en opvallend melodieus het decor vult.

Ritje met de New Yorkse metro? “Don’t smile at anyone cause people out there they like to travel with handguns”. Schietincident om de hoek? “He fired, they fired, all at the same time. Now there’s a funeral on Wednesday, a quarter to nine”. Als observator van zijn persoonlijk getto gebruikt hij doeltreffend hiphop ‘slang’ waarvan sommige woorden een zin mogen beëindigen puur en alleen om hun fonetische kracht. Jazzmatazz Volume 1 is weer te beluisteren op de plek waar het thuishoort, op de draaitafel, verpakt in een ode aan de Blue Note-albumhoezen. Guru overleed in april 2010 aan kanker, maar hij was wel de man “who put the jazz in the hiphop funk”.

Guru-Jazzmatazz (Music On Vinyl lp 1993/2014)

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Schunck expo Tussenbeelden is ongrijpbare kijkervaring

Juul Kraijer –  zonder titel (2005, kalk op blauw papier)

“Goede kunst is genereus”, aldus Paul van Eerden. Voor het Heerlense cultuurpaleis Schunck maakte de gastcurator een tentoonstelling die hij samenstelde uit meerdere collecties. Dat Van Eerden zelf ook verzamelt kwam goed van pas. “Ik ben een liefhebber van alles”, beweert hij, maar relativeert meteen: “ik heb niet die bezetenheid die ik wel eens aantref bij andere verzamelaars.”

Veel kunstwerken in Tussenbeelden zijn afkomstig uit de omvangrijke Schunckcollectie, als bruikleen van verschillende musea en uit privé-verzamelingen, waaronder die van Van Eerden. Terugkerende thema’s in de expo zijn religie, de dood, en al het ondoorgrondelijke daar tussenin. Van Eerden’s opstelling van de getoonde werken moet bezoekers aansporen een verbinding te maken tussen wat ze zien, voelen en ervaren. “Bezoekers moeten wel hun best doen, ze moeten hun eigen interpretatie vinden.”

Wie de tijd neemt om de uiteenlopende beeldesthetiek van bijna honderdvijftig kunstwerken in zich op te nemen, komt misschien wel tot de gewenste bezinning of onverhoedse, spirituele gedachten. Een enkele keer haal je je schouders op, zie of ervaar je geen enkele klik, andere keren blijf je gefascineerd kijken dankzij de confrontatie met het onbekende. Dit laatste wordt veroorzaakt door een nadrukkelijke interactie tussen voorwerpen en kunstwerken, tussen hedendaagse kunst en oude, religieuze beelden. Een gouache van Johan van Oord naast een Boeddhabeeld. Zulke combinatie’s leiden tot onverwachte contexten en situaties. Omdat de bezoeker de expo vrijelijk mag interpreteren wordt hij als het ware curator en onderzoeker van zijn eigen gevoel. Van Eerden: “het gaat om beelden die terugkijken”.

Tussenbeelden4

Toch is Tussenbeelden allesbehalve zweverig, eerder visueel prikkelend. Er is rituele kunst uit Afrika, 18e-eeuwse devotieprenten, Ghanese grafhoofden, rouwkledij en dodenplanken uit Limburg. Een dameshoedje en een deftig paar handschoenen stammen uit het Museum van de Vrouw in Echt, dat overigens ook drijft op een privéverzameling. “Het zijn werken die functioneren als bemiddelaar tussen ons en in sommige gevallen God”, beweert de Rotterdammer.

Alle beelden zijn afzonderlijk ingedeeld in eigen ruimtes, als het ware een soort ‘nisjes’, die ogenschijnlijk niet bij elkaar horen, maar waarvan de indeling tersluiks aan elkaar refereert. Immers, goede kunst is genereus. Het samenstellen van de Schunck-expo leidde bij Van Eerden tot een voor hem bijzondere ontdekking: “van die dodenplanken had ik nooit gehoord. Die werden in Limburg gebruikt als iemand stierf. Buiten werd zo’n plank neergezet. Dan wisten de mensen in de buurt dat er iemand was overleden.”

schunck tussenbeelden

Tussenbeelden (tentoonstelling, Schunck, Heerlen, t/m 7 september 2014)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Philip Glass maakt David Bowie-klassieker plat en pathetisch

PG

Samen met zijn muzikale maatje Brian Eno zocht en vond David Bowie aan het einde van de jaren zeventig artistieke herbezinning. Tegelijkertijd begon de ‘thin white duke’ met afkicken van zijn cocaïneverslaving. Plek van handeling was de Hauptstrasse 155, een Altbau appartementencomplex in het Berlijnse stadsdeel Schöneberg. Tevens uitvalsbasis voor wat later is gaan heten de Berlijn-trilogie: drie baanbrekende albums uit de toen al indrukwekkende Bowie-canon, waarvan overigens alleen Heroes daadwerkelijk in de Duitse stad is opgenomen. Onlangs blikte Bowie met Where Are We Now weemoedig terug op die voor hem zo belangrijke plek en periode.

Hij had zich in die tijd vast nooit kunnen voorstellen dat componist Philip Glass in 1993 een herbewerking zou maken van Low, die andere befaamde Berlijnplaat. Door Pitchfork uitgeroepen tot beste album van de jaren zeventig. Philip Glass geldt als een der pioniers van de ‘minimal music’: een snel repeterend patroon van ritmisch-harmonische motiefjes die leiden tot een telkens verschuivende basisstructuur. Het jaar waarin Low Symphony verscheen was verrassend. Bowie had in tijden geen album gemaakt dat paste bij zijn status als vernieuwer. Platenmaatschappijen waren in de ban van het cd-virus; het vinyl werd door hen collectief in het verdomhoekje gezet.

Nu, ruim twintig jaar na de cd-release verschijnt Low Symphony voor het eerst op lp. Dankzij het Haarlemse Music On Vinyl, dat zich sinds kort ook op klassieke muziek richt. Dat verdient extra zorg. De platen zijn verpakt in een plastic beschermhoes.

Als vertrekpunt voor drie composities gebruikt Philip Glass het meer avontuurlijke deel van Bowie’s album. Niet met de dwingende dynamiek van de ‘minimal music’, maar met een symfonieorkest dat zich nadrukkelijk laat gelden. In Bowie’s kaal en mistroostig klinkend synthesizer-experiment werd het Berlijn van de Koude Oorlog tastbaar gemaakt. Glass transformeert deze instrumentale muziek naar een interpretatie die opvallend toegankelijk is, zelfs een hoge amusementswaarde kent, alsof je zit te luisteren naar een soundtrack van een Hollywoodblockbuster. Strijkers spelen met een schwung die niet zou misstaan in het orkest van André Rieu. In de Brian Eno-compositie Warszawa sijpelt nog wat van de oorspronkelijke melodielijn door, die bij Glass meteen plat en pathetisch klinkt. Het is simpelweg tenenkrommend nietszeggend wat de vermaarde componist hier allemaal laat horen. Een curieuze mislukking deze Low Symphony.

(eerder gepubliceerd op The Post Online)

Gevarieerd aanbod dance en beats op Zomerparkfeest 2014

foto Jeroen Fiegen
foto Jeroen Fiegen

De komende editie van het Zomerparkfeest bevat net als voorgaande jaren een hoog en gevarieerd aanbod van dance-acts. Op het Julianapark in Venlo knalt het van de beats in allerlei muzikale kleuren en stromingen. De meeste namen zijn afkomstig uit landen die momenteel de toon aanvoeren in het wereldje: Engeland en Nederland. Van Andy Stott en Demdike Stare tot DJ Moortje.

Festivalmedewerker Guus Benders: “Wij willen nadrukkelijk nieuwe richtingen, stromingen en geluiden op onze podia bieden en de relevante festival-acts van het moment programmeren. Binnen het dance-gedeelte varieert het aanbod net zo als in de rest van de muziekprogrammering. Dus van bekend tot minder bekend en van commercieel tot avant-garde. Wij waren in het verleden ook het eerste festival in Limburg met dubstep en minimal.”

Demdike Stare

Een van de verrassingen is Demdike Stare. De muziek van Miles Whittaker en Sean Canty refereert niet onmiddellijk aan dance, maar is eerder een soort spooky trance. Rituele klanken die subtiel worden opgebouwd tot een mantra-achtige gelaagdheid, waarin ook invloeden uit niet-westerse muziek te horen zijn. Op plaat klinkt een en ander eerlijk gezegd tamelijk dunnetjes. Daarom zijn we vooral benieuwd hoe Demdike Stare live uitpakt. In video’s vergezellen ze hun muziek met fragmenten uit oude B-films.

Over variaties gesproken. Balancerend tussen noise en industrial, lees snoeihard en rauw, is de techno van Alistair Wells, beter bekend als Perc uit Londen. Daarentegen maakt zijn landgenoot Sam Binga een melange van jungle en dubstep, die op zijn minst hyperhectisch is te noemen. En met hectisch bedoelen we de tempowisselingen die hij genadeloos op de luisteraar afvuurt. Een stuk toegankelijker is de electropop met jaren tachtig sound van Thomas Azier. Mét hoog meezinggehalte. Eerder dit jaar verscheen het album Hylas van de in Berlijn wonende Nederlander, die overigens een bijdrage leverde aan het recente album van Stromae.

Andy Stott

Relatief chillen is het op de melancholieke dubtechno van Andy Stott. Niet toevallig worden sommige van zijn platen uitgebracht door het label waarop ook Demdike Stare zit. De releases op Modern Love zijn net even anders. Het is eigendom van het mailorderbedrijfje Boomkat uit Manchester, dat als specialisatie heeft het verspreiden van baldadige beats. Op zijn album Luxury Problems wisselt Stott vocale bijdragen van zijn pianolerares (!) af met klapwiekende beats, onrustige ambient en lawaaimomentjes. Een album dat de stemmingen en sferen verrassend herverdeelt. Volgens Pitchfork ‘the headphones album of the year’.

DJ Moortje

Veel scheelde het niet of DJ Moortje dreigde voorgoed in de vergetelheid te raken. Vijftig is hij intussen. Pionier zonder eigen Wikipediapagina. Hij wordt beschouwd als een van de eerste mix-dj’s en grondlegger van de uit de Antillen overgewaaide bubbling. Benaming voor een cluster van Jamaicaanse ritmes, hiphop en reggae die in een strak geproduceerde versnelling in- en over elkaar worden gelanceerd. DJ Moortje begon ermee eind jaren tachtig. In korte tijd werd hij zo populair dat andere dj’s hem soms letterlijk naar de vinylzaken volgden om te zien welke platen hij aanschafte.

Tegenwoordig is de bubblingsound in allerlei versies gemeengoed. O.a. Afrojack maakt er goede sier mee. DJ Moortje, opgegroeid in Curaçao, woont sinds kort weer in ons land. Hij wil nog een keer aan de bak om een jonge generatie te laten horen hoe dat ook alweer klonk, de oorspronkelijke bubbling. En of er op gedanst kan worden! Bubbling is tevens de naam voor het betere kontdansen of, in individuele gevallen, het uitbundig schudden van heupen en andere lichaamsdelen. Als zodanig van uitgebreide toelichting voorzien in een Wikipediahoofdstuk.

Zomerparkfeest (danceprogramma met o.a. Perc, Andy Stott, Dirtcaps, Khan, Thomas Azier, Demdike Stare, Sam Binga, Luisterwaar, De Rooie Neger, FeestDJRuud. Julianapark, Venlo, 14 t/m 17 augustus 2014)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud)

Garagepunk? Pop? Piepjong Amerikaans duo The Bots laat zich niet vastpinnen

The Bots

“Mix Black Keys and White Stripes and what you don’t get is grey sludge. You get kids who sound alive with feral punk energy”, aldus de Britse kwaliteitskrant The Guardian.

The Bots proberen eigenlijk een beetje van alles. Zelf noemen ze het simpelweg rock ‘n roll wat ze doen. En dan er net zolang mee rommelen totdat het lijkt alsof het ze gewoon is komen aanwaaien. Dat kan pop zijn maar ook garagepunk. Opmerkelijk, want Mikaiah Lei (zang, gitaar) is 20, zijn broertje Anaiah (drums) is met 17 nog minderjarig. En toch treden ze al op in de Oefenbunker in Landgraaf! Nadat ze diverse optredens achter de rug hebben op Amerikaanse en Europese festivals, waaronder Best Kept Secret.

Damon Albarn van Blur noemde het jonge tweetal uit Glendale, Californië zijn favoriete band van dit moment. Dan kan het hard gaan. Op 1 juli kun je de broertjes nog gewoon de hand schudden en hoi naar ze roepen. De volgende keer dat je ze in Landgraaf te zien krijgt is wellicht op Pinkpop. Het recente No One Knows is namelijk van een heel andere orde. Een fraai liedje, netjes, melodieus, met hitpotentie. Dit bandje kan weleens heel groot worden.

The Bots (Oefenbunker, Landgraaf, 1 juli 2014)

Rolling Stones op Pinkpop: ruig en rommelig zo kennen we ze weer

rs

A sweet summer sun op Pinkpop? Vergeet het maar. Onbarmhartig scheen de koperen ploert over de schaduwloze graswei in Landgraaf. Telkens wanneer de zon achter de wolken verdween voelde het klam en broeierig. Dat was zeker het geval tijdens het twee uur durende optreden van de Rolling Stones. Bijna op de kop af vijftig jaar geleden, ontaardde in het Kurhaus in Scheveningen, het eerste Nederlandse Stonesoptreden zoals bekend in een complete ravage. Destijds stond de band op punt van doorbreken in ons land. Vijf decennia later zijn de Stones de duurst betaalde Pinkpopact, én op respectabele leeftijd.

Aan het optreden viel echter weinig te merken van vermeende ouderdom. Muzikaaltechnische haperingen, af en toe een snerpend hoog geluid (althans ter linkerzijde van het podium), werden gecompenseerd met inzet en gedrevenheid. De Stones waren gekomen om er een feestje van te maken, zonder de franje van overdadig opgezette tournees in het recente verleden. Rolling Stones op Pinkpop was meer optreden dan show, meer muziek dan versiering. Een beetje pijnlijk derhalve dat het in het eerst half uur niet bepaald wilde vlotten. Pauzes tussen de nummers duurden net iets te lang, Tumbling Dice en Rocks Off werden ver voorbij hun aandachtsspanne getild. Onbedoeld werd zo de angel uit deze en andere klassiekers gehaald, die juist bekend staan om hun scherpte en spanning. Keith Richards tastte af en toe hoorbaar naar het juiste tempo en liet nogal wat van de aan hem vertrouwde riffs over aan Ron Wood.

KR

Dat de band er veel zin in had bleek uit de performance van Mick Jagger. Rock-, soul- en blueszanger ineen. Met zijn bekende gebaartjes, gedraaf en kronkelende bewegingen stond hij geen moment stil. Toch best een fenomeen die man, zelfs op zijn zeventigste. Het publiek sprak hij veelvuldig toe in het Nederlands, zij met het accent van een Franstalige Belg.

Gedurende het eerste halfuur speelden de Stones voor hun doen degelijk en plichtmatig. Ogenblikken van opleving waren schaars, al klonk de ballad Angie bij vlagen ontroerend. Doom & Gloom, in de reguliere studiovariant een snedig geproduceerde knaller, werd vakkundig bij het grof vuil gezet. En dat is bedoeld als compliment.

Er bleken meer positieve verrassingen op komst. Als een duvel een doosje diende zich de Midnight Rambler aan in de vorm van Mick Taylor. De vroegere Stonesgitarist gaf optreden en band met zijn aanwezigheid de broodnodige opsteker. Net op het moment dat er een deceptie dreigde, zorgde Midnight Rambler dankzij Taylors gezaghebbende gitaarwerk voor een keerpunt. De song werd door de band bijna opgelucht beetgepakt en samengebald in de gemeen opzwepende blues die het nummer van oorsprong is. Eindelijk klonken de Stones zoals we ze hebben leren kennen: magistraal, ruig en ranzig. Zelfs de laatste rijen ver achter in het veld werden op dat moment voor het eerst bereikt. Om bij Midnight Rambler het blauwverlichte podium te zien afsteken tegen de invallende schemering was eveneens een onvergetelijk schouwspel. Het zal de komende jaren ongetwijfeld een veel genoemd hoogtepunt worden in de festivalhistorie van Pinkpop. (meer tekst onder de foto).

photo-5-600x450

Het beeld van de inmiddels op drift gekomen Stones in hun felgekleurde shirtjes, leverde een fraai contrast op met een studentenzangkoor uit Utrecht. Devoot en plechtig zongen jongedames in zwart geklede jurken tijdens de toegift You Can’t Always Get What You Want. De knalfuif draaide toen reeds op volle toeren. Het concert zou alsnog grote indruk gaan maken. Gimme Shelter en Sympathy For The Devil kregen bezielde uitvoeringen, het publiek reageerde uitbundig op een dampend Start Me Up en danste massaal op de discobeat van Miss You. Leuke geste van Jagger tijdens het slotakkoord van een daverend Satisfaction: om zijn ranke schouders droeg hij vast het oranje WK-shirt van het Nederlands voetbalelftal.

Rolling Stones (Pinkpop, Landgraaf, 7 juni 2014)

(eerder gepubliceerd op ZwartGoud en The Post Online)