
Naar het schijnt was het Kathleen Brennan die haar echtgenoot Tom Waits een muzikaal vernieuwend zetje gaf. Weg van de ballades die vaak overdreven uitbundig of sentimenteel zijn. Weg van de pathetische songs die veel van zijn albums ondraaglijk maken. Small Change, Blue Valentine, debuut Closing Time; ik draai ze niet meer. Inmiddels verkent Waits naar hartelust de keerzijde van de menselijke psyche; de kant waarin het onverwachte en niet in het minst het onafwendbare, op sleeptouw wordt genomen door schots en scheve (wan)klanken. De kentering betekende een fikse artistieke ommezwaai. In positieve zin wel te verstaan. Alras kwam de beloning in de vorm van het groteske meesterwerk Swordfishtrombones. Waits’ vertellingen over zelfkanttypes uit de onderbuik van de samenleving bleken dankzij de veelzijdige en bijna experimentele instrumentatie gelaagd en indrukwekkend. Inspiratie in huize Waits was er volop getuige de daarop volgende meesterwerkjes Rain Dogs, Franks Wild Years en Bone Machine.
Daarna volgden Real Gone en het magum opus Orphans. Real gone betekent zoveel als een definitief afscheid, een voorgoed einde. Real Gone heet niet voor niets de overlijdensrubriek van het muziekmaandblad Mojo. Waits neemt met de lp Real Gone een diepe duik in het verleden. Om te zien wat er is gebeurd en of er nog wat van te maken valt.

Op de binnenhoes herinnert een foto van een oude microfoon aan de jaren vijftig. Het klankbeeld is gecomprimeerd, alsof de songs uit één luidspreker worden geperst: Real Gone is meer mono dan stereo. Waits’ stem klinkt als een krakende 78-toerenplaat, percussie, bas en gitaren bonken claustrofobisch over en vooral door elkaar. Op Real Gone kortom is de eenvoud ver te zoeken. Songs staan stijf van de tekstuele en muzikale vervreemding in een cadans die zwaar uit het lood staat. “Kubistische funk”, volgens de vroegere ballademinstreel.
Tom Waits is een groot bewonderaar van componist-muzikant Harry Partch. Met name de ritmeschema’s op Real Gone en zeker op Swordfishtrombones doen denken aan de niet-westerse compositiemodellen zoals Partch’ deze toepaste op zijn zelfgemaakte instrumenten. Behalve Partch hoor ik op Real Gone flarden exotica uit de jaren vijftig zoals gemaakt door Martin Denny en Les Baxter. Toen ik onlangs het album Atlantis van jazzpionier Sun Ra draaide, moest ik tijdens het bizarre trommelwerkje Yucatan eveneens aan Real Gone denken.
Is er dan niks moderns aan deze plaat? Nou, in een van de songs wordt iemand verzocht zijn “cell phone” uit te zetten. Waits orakelt als een beat-dichter in de sporen van Jack Kerouacs bop-prose, korte zinnen, van de hak op de tak, bam, bam, bam, soms onverstaanbaar grommend. Verhalen waar soms geen touw aan vast te knopen valt, waarin wortels omhoog en takken naar beneden groeien. Voor Waits zijn de elementen en de natuur een metafoor ter duiding van naderend onheil. Over mensen die niet weten dat ze hun beste tijd hebben gehad. “An old black tree, scratching up the sky with boney, claw like fingers”.
Wat er precies aan de hand is blijft vaak in het midden, behalve dat mensen de rekening krijgen gepresenteerd voor iets dat plaatsvond in het verleden. Mensen met een destructief karakter, al dan niet met terugwerkende kracht ingehaald door de tijdstrein (door U2-zanger Bono omschreven als “time is a train, making the future the past”).

Op Real Gone wordt het verleden gekoesterd en de toekomst argwanend begroet, “carving out a future with a gun and an axe”. Dan moet je niet raar opkijken als vrouwen er vandoor gaan. Vrouwen blijken opvallend vaak met de noorderzon vertrokken: in How’s It Gonna End, Clang Boom Steam, Baby Gonna Leave Me, Make It Rain.
Real Gone. Helemaal weg. Pleite. Afnokken geblazen. Vrouwen die weglopen van mannen met een destructief karakter. Omdat volgens filosoof Walter Benjamin “het destructieve karakter niets duurzaams ziet. Maar omdat het overal een weg ziet moet het ook de weg ruimen. Niet altijd met grof, soms met subtiel geweld”. Vrouwen die weglopen bij karakters die weer lijken weggelopen uit de boeken van zelfkantchroniqeurs Charles Bukowski en Paul Auster. Tom Waits doet er nog een schepje bovenop. Hij maakt er muziek bij. Real Gone is zijn beste album sinds Swordfishtrombones.
Referenties:
Martin Denny – Exotica lp (Liberty 1957)
Les Baxter – The Exotic Moods Of Les Baxter (Capitol 1996)
Sun Ra Arkestra – Atlantis lp (Saturn 1967)
Harry Partch – Delusion Of The Fury lp (Columbia 1971)
Walter Benjamin – Der Destruktive Charakter (uit Maar Een Storm Waait Uit Het Paradijs, Uitgeverij SUN, 1996)
U2 – Zoo Station (uit de cd Achtung Baby (Island 1991)