Feeds:
Berichten
Reacties

De brand steken in een Gitanes, wachten, uitblazen, om je heen kijken, en dan opeens, als je het niet meer verwacht, ruim twee jaar na Trash Yéyé is er La Superbe, de nieuwe BB. Benjamin Biolay. Met recht de enige echte opvolger van Serge Gainsbourg. Reeds jaren als zodanig gelauwerd in Frankrijk, hoog tijd dat Nederland hem ook beter leert kennen. Biolay werkte de afgelopen jaren met Francoise Hardy, Juliette Gréco, Carla Bruni en Julien Clerc. Als componist is hij misschien wel talentvoller dan Gainsbourg. Want zeg nu zelf, hoeveel goede albums heeft monsieur de wandelende stoppelbaard eigenlijk gemaakt? Gainsbourg dankt zijn roem aan zijn geweldige songs uit de jaren zestig, zijn reputatie als schuinsmarcheerder en ok, natuurlijk aan het meesterwerk Histoire de Melody Nelson.

Biolay werd al vroeg de kunst van het musiceren bijgebracht. Op 13-jarige leeftijd speelde hij viool en piano aan het Lyons Conservatoire. Biolay is intussen een gerijpt componist, arrangeur en musicus die weet hoe je muziek en melodie moet inpakken en versieren tot moderne chanson. Bloemrijk en scherpzinnig gesavoureerd tot je alleen nog La Mélancolique proeft. Bedrieglijk luchtig, in feite prachtig dwingend. Met La Superbe toont Biolay (36) wederom zijn meesterhand.

Elke song kent zijn eigen vanzelfsprekende karakteristiek. Van filmische pop gaat het met groot gemak naar nachtclubjazz tot georkestreerd in de schitterende ballade Ton Héritage. La Superbe is een reis van anderhalf uur, handelend over het nachtleven van Parijs en Buenos Aires. Vanaf de vertrekdatum 15 Août fluisterzingt Biolay met licht hese stem à la Gainsbourg het mondaine aan het melancholische. Om aan het einde van zijn ambitieuze tour de force op 15 Septembre zijn koffers weer uit te pakken. Bij wijze van troost heeft hij in een duet toch maar mooi aan het oorlelletje van Jeanne Cherhal mogen sabbelen.

La Superbe is een set van liefst drie lp’s in een hoes waarvoor het woord klaphoes nog bescheiden is. Mooi verzorgd, schoonklinkend, vanalles belovend en veel, heel veel waarmakend. Volgens de Franse pers de plaat van het jaar. Wat mij betreft een plekje in de top tien.

Benjamin Biolay – La Superbe (3lp, Naïve 2009)

Het voordeel

van je kut voelen

is dat de tijd

niet zo snel gaat.

Herman Brood

Klik op de site van Beck www.beck.com om diens eerbetoon aan Harry Partch te beluisteren. Een caleidoscopisch werkje van ruim tien minuten dat moet herinneren aan de componist van de zelfgemaakte instrumenten en het door hem ontwikkelde microtonale toonsysteem. Leuk gedaan.

Moniek Toebosch is vrijdenkend en vrijmakend kunstenaar. Door middel van performance art, theater, muziek, gedichten en aanvallen van uitersten. Die buigzame mond, dat poetisch getob en getover met woorden. In een ver verleden was ze te bewonderen in de films van Frans Zwartjes. Nu is er een boek van haar verschenen. Niet zomaar een boek. Gebonden in zwart leer, sober maar trefzeker vormgegeven door Hansje van Halem, verzamelt het over bijna 450 pagina’s unieke woordkunst. Hoogtepunten zijn de observaties bij de portretschilderijen van een door Toebosch gemaakte tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Haar woordenschat en -keuze verrast en wijkt af. Soms maakt ze een stopteken dan weer een wending die ontroert. Toeboschtaal. Moniek Toebosch en haar “recht op eigen krom”. Daar gaat het boek ook over. Tussen de teksten zijn er tientallen zwartwitfoto’s van haar performances en privé poses. Een prachtig boek van een bijzonder kunstmens.

GELUKKIG NIET
verraderlijk nog dan
de was die schoon wordt bij
dertig graden is de beslistheid
van het moment en
de metingen daaraan verbonden:
‘de gelukkigste dag van haar leven’

De volgende dag al hing zij zichzelf op
gelukkiger kon zij niet worden

wist zij feilloos uit betrouwbare peilingen

OCHTENDGLOOR
Okselzuur en mondgeur
Weeïge binnendampen
Stinkende voeten
Stijf gehouden
Strak gespannen lichaam
Dat naast mij ligt
Wat zou ik graag
Een opwindmuis op je los laten
Kijken of je weer kunt lachen

Moniek Toebosch – Als Zodanig Niet Herkenbaar Is Dit Duidelijk? (Uitgeverij De Buitenkant 2009)

www.moniektoebosch.nl/

R-134 BOB DYLAN Bob Dylan

JDzw Jakob Dylan

M.Faithfull-Shower

Marianne Faithfull, Nassau, Bahamas 1982 (foto: Lynn Goldsmith)

13374_3_3pattismith

Patti Smith, New York 2000 (foto: Danny Clinch)

Wat het bordeel is voor de hoerenloper, is de platenzaak voor de muziekliefhebber. De hoerenloper en de muziekliefhebber, het zijn me een stelletje. Troostzoekers. Omdat verlangen niet alleen moet worden opgevuld maar ook aangewakkerd. Het is de eerste gedachte die mij te binnen schiet na een plots ontwaken, midden in de nacht. Ik schrik wakker van mijn eigen droom. Een droom waarin ik mezelf terugzie te midden van figuren die ik niet ken. Speel ik de hoofdrol in mijn eigen droom? Op het moment dat de deining van de droom overgaat in de ordening van het bewustzijn, vervaagt de herinnering.

Ik lig in het hier en nu tussen de klamme lakens. Mijn droom, wat er van over is, flarden, fragmenten, vervliegt in het luchtledige. Ik hoop dat enkele droombeelden mij de komende uren alsnog een bezoekje brengen, bij wijze van nagenot. Zoals gisterochtend. Toen werd ik wakker na een warme koortsdroom waarin ik seks had met Madonna. Niet zomaar een potje zweten, nee, dikke mik en van je hupsakee. Ontluisterend hoe later de realiteit bezit neemt van de hersenen en de rest van het lijf. Bewustzijn is een muur die niet van wijken weet.

Schrijfster Elfriede Jelinek leidt volgens eigen zeggen aan sociale fobie; een afkeer van het sociale, menselijke verkeer. Simpel gezegd: ze heeft een gloeiende hekel aan haar medemens. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Tot mij is het besef doorgedrongen dat jarenlang naar muziek luisteren eerst nog sluipenderwijs maar na verloop van tijd een fobie heeft veroorzaakt.

Een fobie voor al het andere dan muziek. Al wat afwijkt van de muzikale klank klinkt als een schelle heipaal. Gesprekken in de trein, de beltoon van een mobieltje, nutteloos gezever tussen twee op luidruchtige wijze converserende mensen, het is een pijniging voor de trommelvliezen. Het enige dat troost biedt is de ouderwetse plak vinyl. Aanlokkelijk zwart, verleidelijk rood mag ook, gaatje in het midden, rondjes draaiend, liefst met bijzonder stevige liedjes.

016-002-MIKE-ROCK

Syd Barrett, 1969 (foto: Mick Rock)

Alom gewaardeerd om het consistente hoge peil van albums door bepaald niet de meest voor de hand liggende artiesten. Boards Of Canada, Squarepusher, Grizzly Bear, Broadcast. Het Engelse Warp is onlangs begonnen met het heruitgeven van eigen klassiekers op vinyl. Misschien is er bij het in elektronische muziek gespecialiseerde label een lichtje gaan branden. Want om Warp dan toch een euveltje te duiden, is het jammer dat lp’s vlak na de release niet meer verkrijgbaar zijn. Dat geldt dus ook voor de nieuwe lp van Broadcast.

broadcast_and_the_focus_group

In feite is deze band uit Birmingham één groot eerbetoon aan het debuutalbum van United States Of America uit 1968. Maar Broadcast is ook schatplichtig aan de film- en tvmuziek van Delia Derbyshire’s BBC Radiophonic Workshop. Herinnert u zich de muziek van de tvserie Dr Who? Voor zijn nieuwe album is Broadcast een samenwerking aangegaan met The Focus Group, de band van grafisch ontwerper Julian House (verantwoordelijk voor de hoezen van o.a. Oasis).

Het had een album van Stereolab kunnen zijn: Broadcast and the Focus Group Investigate Witch Cults Of The Radio Age. Alsof er niets aan de hand is opent de plaat met die typische spookspacepop die Broadcast eigen is. Daarna gaat het roer volledig om. De rest van het album bestaat uit een collage van zelfgemaakte en geleende geluiden die elkaar uitlokken, opeenstapelen en vermeerderen. Onverwacht en tegelijkertijd vanzelfsprekend ontstaat er veel fraais, excentrieks en kleurrijks. Je reinste avant-garde uit lang vervlogen tijden; muziek voor experimentele films uit het begin van de vorige eeuw. Nee inderdaad, zo hebben we het al een tijdje niet meer gehoord.

Broadcast and the Focus Group – Investigate Witch Cults Of The Radio Age (lp, Warp 2009)

BobDylanreadingBaseballWeeklysm

Wanneer ik uit het raam kijk van hotel Mercure in Amsterdam zie ik in de verte de Bijlmer bajes. Tussen de gevangenisgebouwen en mijn hotelkamer ligt het Amstel Business Park op apegapen. Het begint al aardig te schemeren. De torenspits van het Delta Lloydgebouw lijkt wel een vuurtoren. Enkele honderden meters naar rechts ligt de Heineken Music Hall. Mijn kamer is klein en knus, de minibar goed gevuld. Dan klopt Laura op de deur. Ik heb een sandwich besteld. Op het moment dat ik de deur open, zie ik een ontvankelijke glimlach in een fijn gezicht. De roomservice is vanavond aantrekkelijk en slank.

Maar de avond breng ik niet door met Laura van de roomservice, nee, vanavond ga ik naar een optreden van een schriel mannetje met een stem alsof je stukken behang van de muur scheurt. Op de website belooft de Heineken Music Hall een intiem samenzijn. Nou ja, wat is er intiem aan een kille veehal waar ik later die avond rondloop in het gezelschap van duizenden mannen en vrouwen van middelbare leeftijd. Hee daar loopt Diewertje Blok.

heineken-music-hall-amsterdam

Even later is het zover.

De cast van Once Upon A Time In The West betreedt het podium, gevolgd door een kleine man in een zwart pak. Bob Dylan dus. Opeens krijgen de bijna dertig jaar dat ik naar zijn muziek luister een andere dimensie. Een mythe komt tot leven. Bob is goed bij stem, al hangt het een beetje van het liedje af. Dankzij een flamboyant arrangement is Desolation Row bijna onherkenbaar. Menige song loopt best lekker zo, verpakt in een groovende rock-’n-roll wals. Bob en de muzikanten in lange jassen geven vierduizend toehoorders van katoen. Bob de pianoman schuifelt na elke song vanachter zijn keyboard voor nader overleg; welk nummer spelen we nu lijkt hij te vragen. Intussen nemen wij toeschouwers aan dat Bob zo dadelijk met gitaar en al achter de microfoon vooraan op het podium gaat staan.

Helaas, voor de microfoon is onbedoeld een andere hoofdrol weggelegd. Het ding groeit uit tot een monument van teleurstelling. Zelden in de muziekgeschiedenis werd een zangmicrofoon zo moederziel alleen gelaten. Geen Bob op gitaar, geen Bob frontaal voor de zaal, geen Bob die je in de ogen kunt kijken. Toch maakt Bob Dylan er een onvergetelijke show van.

Na het concert lig ik in het bed van mijn hotelkamer en raak verzeild in een telefoongesprek tussen Larry Sloman en Chet Flippo. Het gesprek is te lezen in On The Road With Bob Dylan, Slomans prachtig, rauwrealistisch relaas van de Rolling Thunder Revuetoer van 1975. Het geklaag van Rolling Stoneredacteur Flippo over de bijdragen van Sloman ontaardt pagina’s lang in een even waanzinnige als hilarische dialoog. Ik laat het allemaal even bezinken: het concert van Bob Dylan, de volzinnen van Sloman, Laura van de roomservice.

Ik leg het boek op het nachtkastje en denk aan de dingen die er niet zijn en er waarschijnlijk nooit zullen komen. Voor het slapen gaan nog even kijken naar Pay TV, de eerste minuut gratis. De volgende ochtend loop ik door het Stedelijk Museum en koop bij de Record Palace een plaat van Cecil Taylor. ’s Middags thuis ga ik maar weer over tot de orde van de dag. Boodschappen bij de Aldi.

Je hoort wel eens over gebouwen of voorwerpen dat ze niet meer voldoen aan de eisen van deze tijd. Na zulk een stoutmoedige constatering wordt zo’n gebouw rigoureus met de grond gelijk gemaakt. Wegens te klein of zo, krappe afmetingen, een ruimteverdeling die ouderwets is. Kortom, de sleet zit er in, weg ermee. Soms denk ik wel eens dat ook ik niet meer voldoe aan de eisen van deze tijd, al vraag ik me af welke eisen dat dan zouden moeten zijn. En in welke tijd leven we als ik niet meer voldoe aan bepaalde eisen?

Zo laat ik mijn gedachten de vrije loop terwijl ik in een boekwinkel nog net niet languit lig maar krakend over de grond kruip om naar een stapeltje boeken te reiken. Dadelijk rustig overeind krabbelen. Mijn gekreun is de aankondiging voor het feit dat ik zo meteen met gekromde rug voorover gebogen loop omdat niet alle rugwervels mijn bovenlichaam een voor een rechtop stapelen. Vooral niet te snel omhoog schieten want dan slaat de duizeligheid toe. Ben ik onderhevig aan slijtage? Moet ik ook worden afgebroken?

bacon_head1961

Head III (1961) Francis Bacon

Er zijn van die momenten dat ik me als Jack Nicholson voel in Five Easy Pieces. Wie de film gezien heeft weet hoe diens personage een naarmate de film vordert, zwaarder wordende bagage aan onuitgesproken frustraties met zich meetorst en, zichzelf flink in de weg zittend, onbegrepen door het leven zwalkt.

Enfin.

Ik ben er achter gekomen dat het luisteren naar muziek en het lezen van boeken zijn artistieke graadmeter vindt aan de hand van leeftijd en levenservaring van toehoorder en lezer. Als een wisselend en subjectief maar zaligmakend criterium. Ik ben mijn eigen maatstaf geworden. Een beetje krakkemikkig, maar volhardend.

Oudere Berichten »